Motie : Motie van de leden Stoffer en Ceder over bij de toeleiding naar jeugdhulp rekening houden met godsdienstige gezindheid en levensovertuiging
36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Nr. 50
MOTIE VAN DE LEDEN STOFFER EN CEDER
Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 2 februari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat artikel 2.3, lid 4 van de Jeugdwet bepaalt dat gemeenten bij het
bepalen van de aangewezen vorm van jeugdhulp redelijkerwijs rekening houden met de
godsdienstige gezindheid en de levensovertuiging van de jeugdige en zijn ouders;
constaterende dat deze verplichting veelal ook is verankerd in de lokale jeugdverordeningen;
overwegende dat gemeenten in de praktijk onvoldoende kunnen bieden ten aanzien van
de wijze waarop dit wettelijke recht daadwerkelijk wordt betrokken bij de indicatiestelling
voor jeugdhulp;
overwegende dat het ontbreken van duidelijke handvatten kan leiden tot ongelijke toepassing
en onvoldoende rechtszekerheid voor gezinnen;
verzoekt de regering om samen de VNG te bezien wat in de uitvoering nodig is voor
gemeenten om bij de toeleiding naar jeugdhulp daadwerkelijk en zorgvuldig rekening
te houden met de godsdienstige gezindheid en levensovertuiging van jeugdigen en hun
ouders, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Stoffer
Ceder
Indieners
-
Indiener
Chris Stoffer, Kamerlid -
Medeindiener
Don Ceder, Kamerlid