Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Beleidsadvies ten aanzien van maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen (MAUG) (Kamerstuk 29477-953)
2026D02018 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over de brief van 30 oktober 2025 inzake Beleidsadvies ten aanzien
van maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen (MAUG) (Kamerstuk 29 477, nr. 953).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Sjerp
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het beleidsadvies van het Zorginstituut
Nederland (het Zorginstituut), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Autoriteit
Consument en Markt (ACM) over maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen,
evenals de brief van de Minister hierover.
Deze leden benadrukken dat het hier gaat om een uiterst gevoelig en maatschappelijk
relevant onderwerp. Medicijnen kunnen voor patiënten het verschil maken tussen ziekte
en gezondheid, tussen buitenspel staan en meedoen. Voor de leden van de D66-fractie
staat voorop dat iedereen toegang moet hebben tot geneesmiddelen die aantoonbaar van
waarde zijn. Tegelijkertijd is het noodzakelijk om zorgvuldig om te gaan met het collectieve
zorgbudget, zodat ook andere vormen van zorg toegankelijk en betaalbaar blijven. Dat
vraagt om een sterke onderhandelingspositie van de overheid ten opzichte van medicijnfabrikanten,
goede samenwerking tussen betrokken partijen, en om een beleid dat gezondheidswinst
door innovatie beloont zonder dat dit leidt tot maatschappelijk onaanvaardbare prijzen.
De leden van de D66-fractie zien in het adviesrapport «Naar maatschappelijk aanvaardbare
uitgaven aan geneesmiddelen» (MAUG-advies) een belangrijke stap richting een scherper
en transparanter kader voor wat we als samenleving bereid zijn te betalen voor dure
geneesmiddelen. Zij volgen met belangstelling hoe het Zorginstituut, de NZa en het
ministerie dit advies verder uitwerken in concrete vervolgstappen en beleidskeuzes.
In het bijzonder hechten deze leden waarde aan het deel van het advies waarin wordt
ingezet op het versterken van concurrentie tussen medicijnfabrikanten. Het advies
benadrukt dat concurrentie een cruciale randvoorwaarde is voor lagere prijzen, maar
dat die concurrentie in de praktijk vaak onvoldoende of te laat op gang komt. Daarbij
worden onder meer voorstellen gedaan om onderling uitwisselbare medicijnen op dezelfde
wijze te vergoeden en om prijsonderhandelingen beter te coördineren tussen het ministerie,
zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Deze leden wijzen er daarnaast op dat concurrentie
en samenwerking elkaar kunnen versterken, met name door betere afstemming en gezamenlijke
inzet, ook op Europees niveau. Juist in een internationale en geopolitiek veranderende
context kan samenwerking bijdragen aan een sterkere onderhandelingspositie en betere
toegang tot geneesmiddelen voor patiënten.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister hoe hij concreet opvolging geeft aan
deze aanbevelingen. Welke maatregelen is de Minister voornemens te nemen om zowel
concurrentie te versterken als samenwerking te bevorderen, en op welke termijn? Hoe
verhouden deze maatregelen zich tot lopende trajecten op nationaal en Europees niveau,
mede in het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen en afhankelijkheden in
de geneesmiddelenketen? Daarnaast vragen deze leden de Minister om in zijn verdere
uitwerking expliciet inzicht te geven in de verwachte impact van deze maatregelen
op patiënten, de prijzen van geneesmiddelen, en de houdbaarheid van de zorguitgaven.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben het zogenaamde MAUG-advies gelezen en hebben daar
nog enkele vragen over.
Ten eerste willen voornoemde leden graag een antwoord op de vragen die specifiek over
de MAUG-adviezen gaan. Op welke wijze draagt het MAUG-advies volgens de Minister bij
aan het versnellen van de toegang van patiënten tot innovatieve geneesmiddelen? Kan
de Minister dit toelichten? Daarnaast vragen genoemde leden aan de Minister wat zijn
visie is op het toepassen van het consumenten- en fabrikantensurplus uit het MAUG-rapport.
En wie zou volgens de Minister de hoogte van deze kaders moeten bepalen?
De uitkomst van het burgerforum, onderdeel van de MAUG-verkenning, is inmiddels meermaals
vertaald als draagvlak voor beslissingen om diverse geneesmiddelen niet toe te laten
tot het verzekerde pakket. Kan de Minister zijn zienswijze geven op de conclusie dat
dit beleidsadvies al staand beleid lijkt zonder dat de Kamer zich daar actief over
heeft kunnen uitspreken?
In hoeverre is het perspectief van patiënten en farmaceuten meegenomen in de totstandkoming
van het MAUG-advies en in hoeverre kunnen de NZa en het Zorginstituut Nederland ook
voor andere zorg dan geneesmiddelen concluderen in welke mate er sprake is van verdringing?
Verwacht de Minister dat sterkere prijsdruk als gevolg van de MAUG-voorstellen gevolgen
heeft voor de toegang van Nederlandse patiënten tot nieuwe behandelingen?
Genoemde leden zijn benieuwd of de Minister bekend is met de term «most favoured nations»
(MFN) en de mogelijke gevolgen van dit beleid voor de beschikbaarheid van geneesmiddelen
voor de Nederlandse patiënt? Welke acties onderneemt de Minister momenteel om te voorkomen
dat Nederland door internationale prijsdruk achteropraakt bij de introductie van nieuwe
geneesmiddelen? Hoe kijkt de Minister naar de huidige situatie dat Nederland als welvarend
land een relatief laag percentage van het bbp uitgeeft aan innovatieve geneesmiddelen
en zodoende relatief weinig bijdraagt aan de wereldwijde innovatie van geneesmiddelen?
In relatie tot bovenstaande willen voornoemde leden weten of Nederland kwetsbaar is
voor specifieke Amerikaanse maatregelen gericht op het verhogen van de Nederlandse
uitgaven aan geneesmiddelen en wat de gevolgen van de Amerikaanse opstelling en beleid
zijn voor de beschikbaarheid van geneesmiddelen voor Nederlandse patiënten? Heeft
de Minister concrete acties ondernomen? Zo ja, welke en zo nee, is de Minister voornemens
dit te doen? Is de Minister met zijn EU-collega’s in gesprek over de gevolgen van
het Amerikaanse geneesmiddelenprijsbeleid? Zo ja, kan de Minister met de Kamer delen
wat zijn inzet is in deze gesprekken? Kan de Minister met de Kamer delen wat andere
EU-lidstaten doen in reactie op het MFN-beleid van de Verenigde Staten (VS)?
Tot slot met betrekking tot dit onderwerp willen genoemde leden weten of er een impactanalyse
is uitgevoerd naar de effecten van de voorgestelde prijsmaatregelen van de VS op het
Nederlandse innovatie-ecosysteem en klinisch onderzoek, en zo nee, is de Minister
bereid deze alsnog uit te voeren?
Tijdens eerdere debatten waar gesproken werd over geneesmiddelenbeleid is er ook gesproken
over het vermaledijde «evergreening» en heeft de PVV-fractie daar ook een motie over
ingediend. Daarom tot slot de volgende twee vragen. De term «evergreening» komt in
het MAUG-rapport vaak naar voren. Vorig jaar heeft het Zorginstituut acht signalen
over mogelijke evergreening met de ACM gedeeld. Zo ja, kan de Minister met de Kamer
delen om welke acht signalen het hier gaat? Wanneer kan de Kamer een reactie verwachten
op de vorig jaar aangenomen motie Thiadens over evergreening (Kamerstuk 36 725 XVI, nr. 33)?
Genoemde leden vragen de Minister de beantwoording op dit schriftelijk overleg, voor
de behandeling van de begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar
2026 naar de Kamer te doen toekomen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Beleidsadvies
ten aanzien van maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen. Deze leden
willen investeren in onze veiligheid en welvaart, maar minder uitgeven in plaats van
belasting verhogen. Dat betekent dat de gehele overheid haar huishoudboekje op orde
moet houden. Om dit te realiseren moeten onder andere behandelingen in de gezondheidszorg
meer worden beoordeeld op de toegevoegde waarde van behandeling ten opzichte van de
bestaande alternatieven en maatschappelijke kosten. De leden van de VVD-fractie zijn
daarom verheugd dat de Minister stappen wil zetten om te komen tot maatschappelijke
aanvaardbare prijzen voor geneesmiddelen.
De leden van de VVD-fractie vinden kostenbeheersing van zorgkosten niet alleen wenselijk,
maar ook noodzakelijk. Genoemde leden willen tegelijkertijd dat Nederland een aantrekkelijk
vestigingsklimaat heeft voor ondernemers en bedrijven die actief zijn in de zorg-
en biofarmaceutische sector, dit is immers nodig voor innovatie en economische groei.
De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister voldoende rekening houdt met de
wankele stand van het Nederlandse vestigingsklimaat met het voorgestelde geneesmiddelenbeleid.
Kan de Minister reflecteren op de bredere, potentiële economische gevolgen van het
in het algemeen verouderde «sluis-beleid» en het in het specifiek openbare maximumtarief
in Nederland?
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat inkoopprocessen van medicijnen vaak niet
optimaal verlopen. Deze leden signaleren dat de «sluisprocedure» voor aanvragende
partijen vaak onduidelijk en niet-transparant is, waardoor deze procedure ook voor
hen moeilijk hanteerbaar is. Kan de Minister aangeven of hij deze zienswijze deelt?
Zo ja, hoe kan hij de sluisprocedure meer transparant maken? De leden van de VVD-fractie
steunen de doelstelling van de Minister van Economische Zaken om de biofarmaceutische
sector tot bloei te laten komen. Zij zien hiervoor kansen in meer transparantie van
«sluisprocessen». Graag een reflectie van de Minister.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de mogelijkheid onderzocht wordt van een «new
competition tool». Dit lijkt deze leden een goede manier om de markt wendbaarder te
maken. Kan de Minister aangeven hoe hij hiertegen aankijkt?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het Zorginstituut in de loop van 2026 het doorontwikkelde
beoordelingskader voor opname van medicijnen in het basispakket zal publiceren. Deze
leden zijn blij met deze voortvarendheid. Kan de Minister aangeven of dit traject
op schema loopt?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de NZa verkent of het mogelijk is om de maximumtarieven
voor dure intramurale medicijnen beter aan te laten sluiten bij de maximaal maatschappelijk
aanvaardbare tarieven. Kan de Minister aangeven op welke termijn hij mogelijk acht
dat deze tarieven daardoor beter aansluiten bij de maximaal maatschappelijk aanvaardbare
tarieven, met inachtneming van de bekostigingscyclus van de zorgautoriteit? In welke
mate verwacht hij dat deze maatregel zal bijdragen aan aanvaardbare geneesmiddelenuitgaven?
De leden van de VVD-fractie lezen dat professionals aangeven dat voor de prijsbepaling
gekeken moet worden naar de werkelijke kosten voor de fabrikant, vermeerderd met een
redelijke winstmarge. Hoewel deze leden het eens zijn met dit uitgangspunt, begrijpen
zij ook dat de praktijk op dit punt weerbarstig is. Kan de Minister aangeven op welke
manier hij, in samenwerking met de farmaceutische industrie, kan komen tot een systematiek
waarbinnen de kostprijsontwikkeling duidelijk is? Zo kan immers de ontwikkeling van
maatschappelijk aanvaardbare geneesmiddelenuitgaven gepaard gaan met breder draagvlak
voor de belangrijke werkzaamheden van innovatieve farmaceuten.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de MAUG-partijen hebben geadviseerd om bij de
Europese Commissie te pleiten dat adviezen uit de «Joint Scientific Consultations»
openbaar gemaakt worden. Is de Minister van plan om dit advies op te volgen? Zo nee,
is de Minister van plan om op andere manieren binnen de Europese Unie de samenwerking
aan te halen op het gebied van toegankelijkheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen?
De leden van de VVD-fractie lezen dat één van de problemen met de onderlinge uitwisselbaarheid
van geneesmiddelen is, dat zij onderdeel uitmaken van twee verschillende aanspraken:
farmaceutische zorg en geneeskundige zorg. Is het mogelijk om deze aanspraken samen
te voegen, of kleven hier andere bezwaren aan? Graag een reflectie van de Minister.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interesse kennisgenomen van
het voorliggende beleidsadvies ten aanzien van maatschappelijke aanvaardbare uitgaven
aan geneesmiddelen (MAUG). Zij achten het van groot belang dat de aandacht voor de
stijgende uitgaven van medicijnen, (zeer) hoge vraagprijzen en het ontbreken van transparantie
bij farmaceuten en inzicht in de kosten van fabrikanten niet verslapt en het gesprek
hierover gevoerd blijft worden. Tegelijk hebben de leden oog voor het enorme belang,
vaak zelfs levensbelang, van (nieuwe) medicijnen en innovaties voor patiënten. De
vaak zeer schrijnende verhalen van patiënten die bepaalde medicijnen niet kunnen krijgen
omdat ze bijvoorbeeld nog in de sluisprocedure zitten, gaan deze leden aan het hart.
Er moet wat genoemde leden betreft dan ook evenwicht zijn tussen het kritisch volgen
van de stijgende uitgaven aan geneesmiddelen enerzijds en het bevorderen van de toegang
tot nieuwe geneesmiddelen anderzijds. Juist door betere wet- en regelgeving, het afdwingen
van transparantie en het tegengaan van ongewenste praktijken die de prijzen opdrijven,
kan hier wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie een betere balans in worden gevonden.
Deze leden hebben hier nog een aantal vragen en opmerkingen over.
Allereerst zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie het Zorginstituut, de Nederlandse
Zorgautoriteit (NZa) en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) erkentelijk voor het
adviesrapport «Naar maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen», dat
er op initiatief van de motie Kuiken1 is gekomen. Zij vinden het een goede zaak dat de Minister van VWS naar aanleiding
van het rapport een gezamenlijke werkagenda heeft opgesteld. Genoemde leden lezen
dat het Zorginstituut nu eerst het beoordelingskader verder gaat ontwikkelen op basis
van in het advies uitgewerkte uitgangspunten, dat moet leiden tot concretere kortingsadviezen
in een vergoedingsadvies aan de Minister. Op welke termijn wordt dit beoordelingskader
verwacht? En op welke termijn verwacht de Minister dit te kunnen toepassen in onderhandelingen
over vergoedingen?
Daarnaast hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie enkele vragen over de uitgangspunten
die het Zorginstituut gaat kwantificeren. Het eerste uitgangspunt is om gezondheidswinst
centraal te stellen. Hoe meer gezondheidswinst een medicijn oplevert, hoe meer we
als samenleving bereid zijn voor het medicijn te betalen. Hoe wordt bepaald wanneer
de gezondheidswinst groot genoeg is en welke indicatoren worden daarvoor gebruikt,
met name bij nieuwe medicijnen waar misschien minder data over beschikbaar is? Welke
mogelijke gevolgen heeft dit voor patiënten met zeldzame aandoeningen? Juist bij deze
groep kan sprake zijn van hoge prijzen door een kleine afzetmarkt en mogelijk beperkt
bewijs. Hoe wordt geborgd dat geneesmiddelen met een beperkte bewijslast en een kleine
groep patiënten, toegankelijk blijven voor patiënten met ernstige aandoeningen en
hoge onvervulde behandelbehoeften?
Het vijfde uitgangspunt stelt dat de maatschappelijke aanvaardbare prijs dynamisch
is, waarbij de maatschappelijk aanvaardbare prijs van het medicijn zou moeten dalen
wanneer het aannemelijk is dat de investeringen zijn terugverdiend. De leden van de
GroenLinks-PvdA-fractie gaan ervan uit dat dit betekent dat er transparantie zou moeten
zijn over de investeringen van farmaceuten en de bijbehorende Research & Development-kosten
(R&D). Zodat duidelijk is hoeveel en wanneer prijzen logischerwijs zouden moeten dalen.
De betreffende leden missen nadere uitwerking hiervan in de beleidsreactie en ontvangen
hier graag een verdere toelichting op. Hoe verwacht de Minister dit te kunnen handhaven
en bewerkstelligen, gezien de beperkte transparantie vanuit de sector op dit gebied
en de inzet van praktijken als evergreening? Hoe kan worden voorkomen dat, ook met
de nieuwe uitgangspunten en de vergoedingsadviezen, farmaceuten de «loopholes» opzoeken
of met nieuwe methodes komen om dit te omzeilen? Hoe zet de Minister zich in op Europees
niveau om meer transparantie over medicijnprijzen te bewerkstelligen, zodat hier ook
internationaal in kan worden samengewerkt en een vuist kan worden gemaakt tegen de
farmaceutische industrie? Kan de Minister reageren op het advies in het onderzoeksrapport
om op Europees niveau af te dwingen op welke manier fabrikanten onderzoek moeten opzetten,
zodat verschillende medicijnen beter met elkaar te vergelijken zijn? En hoe kan Nederland
samen met andere Europese landen optrekken om te reageren op het huidige beleid van
de Verenigde Staten, waarbij bedrijven tot lagere prijzen worden gedwongen waardoor
de prijzen in Nederland en Europa weer stijgen?
Hoe kijkt de Minister daarnaast naar het cost-plus model voor de vergoeding van medicijnen,
waarbij bovenop alle gemaakte kosten van de fabrikant een vast percentage of bedrag
als winstmarge wordt opgeteld? Kan deze methode mee worden genomen of nader uitgewerkt
binnen één van de uitgangspunten? Het is wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
namelijk van groot belang om kritisch te blijven op de maatschappelijke aanvaardbare
prijs die wordt betaald voor een medicijn als de winsten alsnog astronomisch hoog
zijn. Als de prijs maatschappelijk aanvaardbaar is wil dat namelijk niet per definitie
zeggen dat de prijs niet te hoog is. Denk bijvoorbeeld aan de recordomzet en enorme
winsten die fabrikanten als AstraZeneca in 2025 behaalden. Vindt de Minister dit maatschappelijk
aanvaardbaar in het licht van de grote opgaven en daaraan gekoppelde uitgaven waar
we als samenleving voor staan?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen daarnaast uit het beleidsadvies
dat de Minister verwacht door het kwantificeren van de genoemde uitgangspunten sneller
tot een vergoedingsbesluit te kunnen komen. Met als gevolg dat de Minister waarschijnlijk
vaker nee moet gaan zeggen tegen een vraagprijs van een fabrikant omdat er geen sprake
is van een maatschappelijk aanvaardbare prijs, waardoor patiënten geen toegang krijgen
tot geneesmiddelen met mogelijke meerwaarde. Hoe verhoudt zich dit tot de sluisprocedure
voor dure medicijnen? Verwacht de Minister bijvoorbeeld dat hierdoor meer of juist
minder medicijnen in de sluis terecht zullen komen, of dat bepaalde medicijnen niet
meer voor de sluis in aanmerking komen?
In het beleidsadvies wordt tot slot het wetsvoorstel van het lid Bushoff genoemd dat
als doel heeft dat de ACM ook fusies en overnames kan beoordelen die niet meldingsplichtig
zijn bij de ACM als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat zich mededingingsproblemen
kunnen voordoen. Ook onderzoekt de ACM de mogelijkheid van een «new competition tool»,
waarbij de ACM na marktonderzoek aan specifieke ondernemingen voorschriften kan opleggen
die de concurrentie bevorderen. Hoe verhouden deze beide voorstellen zich volgens
de Minister tot de gezamenlijke werkagenda MAUG en hoe kunnen deze voorstellen de
werkagenda versterken? Kan de Minister hier nader op ingaan?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het beleidsadvies over Maatschappelijk
aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen (MAUG). Wat deze leden betreft is dit een
goede basis voor de verdere discussie hierover. Deze leden zien uit naar de appreciatie
van de adviezen die gericht zijn aan de Minister van VWS.
De leden van de CDA-fractie hebben voor nu een vraag over de geopolitieke ontwikkelingen
rondom de beschikbaarheid en betaalbaarheid van medicijnen, met name als het gaat
om de ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Deze leden willen van de gelegenheid
gebruik maken om de Minister te vragen uitgebreider in te gaan op de stand van zaken
hiervan, de gevolgen van de geopolitieke ontwikkelingen voor Europese producenten
en patiënten, ons concurrentievermogen, de leveringsketens en de prijzen van geneesmiddelen
in Europa en Nederland.
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
De leden van de FVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzake het beleidsadvies
Maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen (MAUG) en hebben de volgende
vragen.
Wat zet de Minister op Europees niveau in om meer transparantie over medicijnprijzen
te realiseren? Hoe borgt de Minister dat (wees)geneesmiddelen met beperkte bewijslast
tijdig toegankelijk zijn voor patiënten met ernstige aandoeningen en hoge onvervulde
behandelbehoeften?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de fractie BBB hebben kennisgenomen van het beleidsadvies ten aanzien
van maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen (MAUG). Deze leden hebben
geen vragen aan de Minister.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het beleidsadvies ten aanzien
van maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen (MAUG) en de reactie
van het kabinet. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.
De leden van de SP-fractie vinden het goed dat er kritisch wordt gekeken naar de enorm
hoge geneesmiddelenprijzen die commerciële farmaceutische bedrijven vaak vragen. Zij
vinden echter dat de Minister te weinig kijkt naar het vergroten van de transparantie
van de opbouw van geneesmiddelenprijzen. Momenteel is vaak compleet onduidelijk of
de productie- en ontwikkelkosten van een medicijn echt zo hoog zijn, of dat er vooral
wordt geprobeerd om enorme winsten binnen te harken. Waarom neemt de Minister niet
veel meer stappen om dit te verbeteren op?
De leden van de SP-fractie benadrukken daarnaast dat de hoge geneesmiddelenprijzen
ook grotendeels te maken hebben met de enorme afhankelijkheid van grote commerciële
geneesmiddelenbedrijven voor het ontwikkelen van geneesmiddelen. Is de Minister bereid
om veel meer in te zetten op het publiek ontwikkelen van geneesmiddelen, zodat er
goedkopere alternatieven komen en de afhankelijkheid van commerciële ontwikkelaars
wordt verminderd?
De leden van de SP-fractie zetten vraagtekens bij het voornemen van de Minister om
enkel in te zetten op een strakker beoordelingskader van nieuwe geneesmiddelen, zonder
de fundamentele oorzaken van deze hoge prijzen aan te pakken. Dat heeft namelijk het
risico dat patiënten minder toegang krijgen tot innovatieve medicijnen, terwijl er
kansen blijven liggen om de exorbitante winstmarges van commerciële farmaceuten echt
terug te brengen.
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
E.M. Sjerp, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.