Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 878 Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en enkele andere wetten, alsmede tot intrekking van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES en de Wet sociale kanstrajecten jongeren BES vanwege de modernisering van de regels voor beroeps- en volwassenenonderwijs en het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten in Caribisch Nederland (modernisering regels voor beroepsonderwijs, educatie en vsv Caribisch Nederland)
ARTIKEL I. WIJZIGING WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS
ARTIKEL II. WIJZIGING WET VOORTGEZET ONDERWIJS 2020
ARTIKEL III. WIJZIGING LEERPLICHTWET BES
ARTIKEL IV. WIJZIGING WET COLLEGE VOOR TOETSEN EN EXAMENS
ARTIKEL V. WIJZIGING WET OP DE EXPERTISECENTRA
ARTIKEL VI. WIJZIGING WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
ARTIKEL VII. WIJZIGING WET OP HET ONDERWIJSTOEZICHT
ARTIKEL VIII. WIJZIGING WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS
ARTIKEL IX. WIJZIGING WET PRIMAIR ONDERWIJS BES
ARTIKEL X. WIJZIGING WET REGISTER ONDERWIJSDEELNEMERS
ARTIKEL XI. WIJZIGING WET STUDIEFINANCIERING BES
ARTIKEL XII. WIJZIGING WET SUBSIDIËRING LANDELIJKE ONDERWIJSONDERSTEUNENDE ACTIVITEITEN
2013
ARTIKEL XIII. WIJZIGING ALGEMENE WET BESTUURSRECHT
ARTIKEL XIV. WIJZIGING WET INKOMSTENBELASTING BES
ARTIKEL XV. WIJZIGING WET RIJONDERRICHT MOTORRIJTUIGEN 1993
ARTIKEL XVI. SAMENLOOP MET WET TERUGDRINGEN SCHOOLVERZUIM (KAMERSTUKKEN 36 663)
ARTIKEL XVII. SAMENLOOP MET WET VERBETERING AANSLUITING BEROEPSONDERWIJS-ARBEIDSMARKT
(KAMERSTUKKEN 36 670)
ARTIKEL XVIII. SAMENLOOP WET PLANMATIGE AANPAK ONDERWIJSHUISVESTING (KAMERSTUKKEN
36 692)
ARTIKEL XIX. INTREKKING DIVERSE WETTEN
ARTIKEL XX. INWERKINGTREDING
Nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regels voor het beroepsonderwijs,
voor de volwasseneneducatie en voor de preventie en bestrijding van voortijdig schoolverlaten
op Bonaire, Sint Eustatius en Saba te moderniseren en te integreren in de Wet educatie
en beroepsonderwijs en in de Wet voortgezet onderwijs 2020 met het oog op een meer
eenduidig wettelijk kader, om een impuls te geven aan dit onderwijs en aan de preventie
en bestrijding van voortijdig schoolverlaten in Caribisch Nederland en daarbij tegelijkertijd
enkele technische wijzigingen aan te brengen in de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I. WIJZIGING WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS
De Wet educatie en beroepsonderwijs wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1.1.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. De volgende begripsbepalingen worden in alfabetische volgorde ingevoegd:
bestuurscollege:
college van gezaghebber en eilandsgedeputeerden als bedoeld in artikel 36 van de Wet
openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
expertisecentrum onderwijszorg:
expertisecentrum onderwijszorg, bedoeld in artikel 11.18 van de Wet voortgezet onderwijs
2020;
openbaar lichaam:
Bonaire, Sint Eustatius of Saba, op de voet van artikel 132a van de Grondwet genoemd
in de artikelen 2, 3 en 4 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
Saba;
Raad onderwijs arbeidsmarkt CN:
Raad onderwijs arbeidsmarkt Caribisch Nederland, genoemd in artikel 1.6.5;
samenwerkingsverband CN:
samenwerkingsverband CN, bedoeld in artikel 11.16 van de Wet voortgezet onderwijs
2020;.
2. In onderdeel d van de begripsbepaling «bevoegd gezag» vervalt «als bedoeld in artikel 1.6.1».
3. In de begripsbepaling «exameninstelling» wordt «instelling als bedoeld in artikel 1.6.1» vervangen door «instelling als bedoeld
in artikel 6.3.1».
4. In de begripsbepaling «startkwalificatie» wordt na «in de Leerplichtwet 1969» ingevoegd «of de Leerplichtwet BES».
B
In artikel 1.5.3, tweede lid, wordt «De Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs
bedrijfsleven erkent» vervangen door «Onverminderd artikel 1.6.7, tweede lid, erkent
de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven».
C
Artikel 1.6.1 vervalt.
D
Hoofdstuk 1, titel 6, komt te luiden:
TITEL 6. CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 1.6.1. Reikwijdte
1. Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
Saba, tenzij anders is bepaald.
2. Bij toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen in een openbaar lichaam
wordt gelezen voor:
college van burgemeester en wethouders: bestuurscollege;
gemeente: openbaar lichaam;
gemeentelijk: eilandelijk.
Artikel 1.6.2. Verwijzing naar toepasselijk strafrecht Caribisch Nederland
Bij de toepassing van artikel 1.3.8 in een openbaar lichaam wordt in het eerste lid
«Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht» gelezen als «Tweede Boek, titel XIV, van
het Wetboek van Strafrecht BES» en wordt in het tweede lid «opsporingsambtenaar als
bedoeld in artikel 127 juncto artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering» gelezen
als «opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 1 van het Wetboek van Strafvordering
BES».
Artikel 1.6.3. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Artikel 1.3.9 is niet van toepassing in een openbaar lichaam.
Artikel 1.6.4. Meldplicht onderwijslocatie Caribisch Nederland
1. Een bevoegd gezag dat een beroepsopleiding of opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
verzorgt in een openbaar lichaam, meldt aan Onze Minister de locatie of locaties waar
dat onderwijs wordt verzorgd ten behoeve van de Registratie instellingen en opleidingen
respectievelijk het elektronisch register opleidingen educatie, bedoeld in artikel
6a.1.1.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de melding.
Artikel 1.6.5. Raad onderwijs arbeidsmarkt Caribisch Nederland
1. Bij ministeriële regeling wordt een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid
zonder winstoogmerk, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld
in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, aangewezen als Raad onderwijs
arbeidsmarkt CN.
2. De statuten en een bestuursreglement van de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN en een
wijziging daarvan behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
3. Artikel 1.5.2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een benoeming of ontslag
van de voorzitter van de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN en diens plaatsvervanger.
4. De artikelen 9, 18, 19, 20, 21, 22 en 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen
zijn van toepassing op de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN.
5. Onze Minister verstrekt de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN binnen het raam van de
door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen subsidie voor de uitoefening
van zijn taken. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is daarbij van toepassing.
Artikel 1.6.6. Wettelijke taken Raad onderwijs arbeidsmarkt Caribisch Nederland
1. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN adviseert een instelling die voornemens is een
nieuwe beroepsopleiding te gaan verzorgen in een openbaar lichaam over het arbeidsmarktperspectief
en de beschikbaarheid van leerbedrijven. Hij kan een dergelijk advies ook uitbrengen
over een reeds bestaande beroepsopleiding in een openbaar lichaam indien hij daartoe
aanleiding ziet. Indien de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN daartoe aanleiding ziet,
zendt hij het advies aan Onze Minister.
2. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN kan voorstellen doen aan de Samenwerkingsorganisatie
beroepsonderwijs bedrijfsleven inzake het ontwikkelen van beroepsopleidingen of onderdelen
daarvan, waaronder keuzedelen, die relevant zijn voor de openbare lichamen en hun
regionale arbeidsmarkt.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen aan de Raad onderwijs arbeidsmarkt
CN andere taken die in het verlengde van zijn huidige taak liggen, worden toegekend
en kunnen nadere regels worden gesteld over zijn inrichting en taakuitoefening, waaronder
de taakverdeling met de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.
4. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN voert geen andere activiteiten uit dan de bij of
krachtens de wet aan hem opgedragen taken.
Artikel 1.6.7. Erkenning leerbedrijven voor de beroepspraktijkvorming in Caribisch
Nederland
1. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN draagt zoveel mogelijk zorg voor een toereikend
aantal leerbedrijven van voldoende kwaliteit in de openbare lichamen.
2. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN erkent op aanvraag een bedrijf of andere organisatie
in een openbaar lichaam als leerbedrijf voor de beroepspraktijkvorming, indien dat
leerbedrijf voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, bedoeld in artikel 1.5.3, eerste
lid.
3. Artikel 1.5.3, derde en vierde lid, is van toepassing op een erkenning van de Raad
onderwijs arbeidsmarkt CN.
4. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN beoordeelt ten minste een maal per vier jaar of
een leerbedrijf in een openbaar lichaam voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.
Artikel 1.6.8. Taakverdeling SBB en ROA CN
1. Een besluit van de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN over erkenning van een leerbedrijf
wordt gelijkgesteld aan een besluit van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs
bedrijfsleven over erkenning van een leerbedrijf als bedoeld in artikel 1.5.3, tweede
lid, en andersom.
2. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs
bedrijfsleven bevorderen een doelmatige werkverdeling en samenwerking tussen beide
organisaties.
E
Hoofdstuk 1, titel 7, vervalt.
F
Artikel 2.2.2, zevende lid, komt te luiden:
7. Studenten die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen,
genoemd in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen, tellen alleen mee voor
de bekostiging, indien aan hen een onderwijsnummer is toegekend en zij:
a. beroepsonderwijs volgen in het Europese deel van Nederland; en
b. hun woonplaats hebben in het Europese deel van Nederland, in België of in een van
de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek
Duitsland.
G
Artikel 2.2.6 komt te luiden:
Artikel 2.2.6. Contractactiviteiten en andere private activiteiten
1. Aan een instelling kunnen contractactiviteiten worden verricht, bestaande uit werkzaamheden
voor eigen rekening ten behoeve van derden. Deze activiteiten kunnen worden verricht
indien zij verband houden met werkzaamheden waarvoor de instelling uit de openbare
kas wordt bekostigd en voor zover de uitvoering van die werkzaamheden hierdoor niet
wordt geschaad.
2. Het bevoegd gezag van een instelling draagt ervoor zorg dat artikel 2 van de Wet
privatisering ABP van toepassing blijft op het personeel.
3. De vereisten voor benoembaarheid of feitelijke tewerkstelling, bedoeld in de artikelen
4.2.1, tweede lid, en 4.2.2, eerste lid, en 4.2.6 zijn niet van toepassing op een
lid van het personeel, voor zover deze is belast met het verrichten van contractactiviteiten.
4. Het bevoegd gezag voorziet in een regeling voor het verrichten van contractactiviteiten
door het personeel van de instelling met het oog op het voorkomen van vermenging van
belangen.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over
de besteding van de rijksbijdrage aan private activiteiten ten behoeve van het onderwijs.
H
Artikel 2.2a.2, vijfde lid, komt te luiden:
5. Vavo-studenten die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen,
genoemd in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen, tellen alleen mee voor
de bekostiging, indien aan hen een onderwijsnummer is toegekend en zij:
a. een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs volgen in het Europese deel
van Nederland;
b. hun woonplaats hebben in het Europese deel van Nederland, in België of in een van
de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek
Duitsland.
I
Aan hoofdstuk 2 wordt een titel toegevoegd, luidende:
TITEL 8. CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 2.8.1. Vestigingsplaats bekostigde beroepsopleiding Caribisch Nederland
1. In afwijking van artikel 2.1.1 komt een beroepsopleiding die wordt aangeboden in
een openbaar lichaam slechts in aanmerking voor bekostiging en het recht op diplomering
indien zij wordt verzorgd door een instelling die blijkens de Registratie instellingen
en opleidingen reeds op 1 januari 2024 in het betreffende openbaar lichaam was gevestigd.
2. Het bevoegd gezag van een bekostigde instelling dat niet aan het eerste lid voldoet,
en voornemens is een beroepsopleiding te gaan verzorgen in een openbaar lichaam, komt
slechts na goedkeuring van Onze Minister in aanmerking voor bekostiging en het uitreiken
van officiële getuigschriften voor die opleiding.
3. Onverminderd de wettelijke vereisten voor doelmatigheid en arbeidsmarktperspectief
beoordeelt Onze Minister de aanvraag aan de hand van de maatschappelijke behoefte
aan de beroepsopleiding in het licht van het bestaande bekostigde onderwijsaanbod,
waarbij mede in aanmerking kan worden genomen het onderwijsaanbod in Aruba, Curaçao
of Sint Maarten.
4. Aan een besluit van Onze Minister kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden.
5. De goedkeuring van Onze Minister vervalt, indien de beroepsopleiding niet binnen
een jaar na de opname in de Registratie instellingen en opleidingen van start is gegaan.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
Artikel 2.8.2. Anders te lezen verwijzingen hoofdstuk 2, titel 1, in Caribisch Nederland
1. Bij de toepassing van artikel 2.1.5, eerste lid, in een openbaar lichaam wordt «akte
van levering als bedoeld in artikel 89 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek» gelezen
als «akte van levering als bedoeld in artikel 89 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek
BES».
2. Bij de toepassing van artikel 2.1.5, vierde lid, in een openbaar lichaam wordt «splitsing
als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek» gelezen als «splitsing
als bedoeld in artikel 335 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES».
3. Bij de toepassing van artikel 2.1.7, eerste lid, onderdeel b, in een openbaar lichaam
wordt «een uitspraak van de geschillencommissie of Ondernemingskamer als bedoeld in
hoofdstuk 8a, titel 4» gelezen als «een uitspraak van de geschillencommissie als bedoeld
in hoofdstuk 8a, titel 4, of van het Gemeenschappelijk Hof, bedoeld in artikel 8a.6.2,
derde lid».
Artikel 2.8.3. Afwijkende bekostiging beroepsonderwijs Caribisch Nederland
1. Artikel 2.2.2, eerste lid, is van toepassing met dien verstande dat er in een openbaar
lichaam bij of krachtens algemene maatregel van bestuur andere maatstaven voor de
berekening van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs kunnen worden vastgesteld
en kan worden bepaald dat artikel 2.2.2, tweede lid, onderdeel b, niet van toepassing
is.
2. In afwijking van artikel 2.2.2, zevende lid, tellen studenten alleen mee voor de
bekostiging op de voet van hoofdstuk 2, titel 2, in samenhang met dit artikel, indien
zij beschikken over een persoonsgebonden nummer en zij:
a. beroepsonderwijs in een openbaar lichaam volgen; en
b. in dat openbaar lichaam hun woonplaats hebben.
3. Bij de toepassing van de artikelen 2.2.4, vijfde lid, 2.2.10, derde lid, 2.2a.4,
vijfde lid, en 2.5.3, vierde lid, in een openbaar lichaam wordt «accountant als bedoeld
in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek» gelezen als «accountant
of deskundige als bedoeld in artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek BES».
Artikel 2.8.4. Afwijkende bekostiging vavo Caribisch Nederland
1. In afwijking in zoverre van artikel 2.2a.2, eerste en tweede lid, kan een vaste voet
als maatstaf voor bekostiging worden gehanteerd voor een opleiding voortgezet algemeen
volwassenenonderwijs in een openbaar lichaam volgens bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur te stellen regels.
2. In afwijking van artikel 2.2a.2, vijfde lid, tellen vavo-studenten in een openbaar
lichaam alleen mee voor de bekostiging indien zij beschikken over een persoonsgebonden
nummer en:
a. een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs volgen in het openbaar lichaam;
en
b. in dat openbaar lichaam hun woonplaats hebben.
3. Bij de toepassing van artikel 2.2a.4, vijfde lid, in een openbaar lichaam wordt «accountant
als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek» gelezen
als «accountant of deskundige als bedoeld in artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van
het Burgerlijk Wetboek BES».
Artikel 2.8.5. Uitzonderingen aanbod opleidingen educatie Caribisch Nederland
De artikelen 2.3.1, 2.3.2 en 2.3.3, eerste lid, zijn niet van toepassing in een openbaar
lichaam.
Artikel 2.8.6. Vervangende voorschriften opleidingen educatie Caribisch Nederland
1. Het bestuurscollege stelt, met voldoende aandacht voor de scholingsbehoeften van
zijn volwassen ingezetenen, een eilandelijk programma van opleidingen educatie vast.
2. Het bestuurscollege sluit, overeenkomstig zijn eilandelijk programma, overeenkomsten
met aanbieders van opleidingen educatie ten behoeve van de uitvoering van het eilandelijk
programma.
3. Het bestuurscollege coördineert alle nodige werkzaamheden die verband houden met
de uitvoering van het eilandelijk programma.
Artikel 2.8.7. Anders te lezen verwijzingen hoofdstuk 2, titel 5, in Caribisch Nederland
1. Bij de toepassing van artikel 2.5.3, vierde lid, in een openbaar lichaam wordt «accountant
als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek» gelezen
als «accountant of deskundige als bedoeld in artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van
het Burgerlijk Wetboek BES».
2. Bij de toepassing van artikel 2.5.5a, vijfde lid, in een openbaar lichaam wordt «hoofd,
bedoeld in artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet 1969» gelezen als «hoofd, bedoeld
in artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet BES».
Artikel 2.8.8. Medezeggenschap verticale scholengemeenschap Caribisch Nederland
Artikel 2.6.3, tweede lid, is van toepassing op een verticale scholengemeenschap in
een openbaar lichaam, met dien verstande dat op de school of scholengemeenschap die
deel uitmaakt van die verticale scholengemeenschap de artikelen 4a, 11a en 14a van
de Wet medezeggenschap op scholen niet van toepassing zijn.
J
Na het opschrift van hoofdstuk 3 wordt een opschrift ingevoegd, luidende:
TITEL 1. INRICHTING VAN HET BEVOEGD GEZAG
K
Aan hoofdstuk 3 wordt een titel toegevoegd, luidende:
TITEL 2. CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 3.2.1. Anders te lezen voorschriften hoofdstuk 3 in Caribisch Nederland
Bij de toepassing van artikel 3.1.2, vierde lid, onderdeel e, in een openbaar lichaam
wordt voor «accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek» gelezen «accountant of deskundige als bedoeld in artikel 121,
zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES».
L
In hoofdstuk 4, titel 1, vervalt het opschrift van paragraaf 1.
M
Onder vernummering van artikel 4.1a.1 tot artikel 4.1.4 vervalt het opschrift van
titel 1a van hoofdstuk 4.
N
Artikel 4.2.1, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
a. de onderdelen a en d vervallen,
b. de onderdelen b en c worden geletterd tot onderdelen a en b,
c. in onderdeel b (nieuw) wordt «, en» vervangen door een punt.
O
In artikel 4.2.1a wordt «artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b» vervangen door «artikel
4.2.1, tweede lid, onderdeel a».
P
Artikel 4.2.2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
a. de onderdelen a en e vervallen;
b. de onderdelen b tot en met d worden geletterd tot onderdelen a tot en met c;
c. in onderdeel c (nieuw) wordt «, en» vervangen door een punt.
Q
Artikel 4.2.4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «artikel 4.2.1, tweede lid, onder b» vervangen door «artikel
4.2.1, tweede lid, onderdeel a».
2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b 1°
tot en met 4°» vervangen door «artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel a, onder 1° tot
en met 4°».
R
Aan hoofdstuk 4, titel 2, wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 4.2.6. Verklaring omtrent het gedrag en rechterlijk beroepsverbod
1. Het bevoegd gezag gaat pas over tot benoeming of tewerkstelling van personeel, nadat
uit een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke
gegevens is gebleken dat daarvoor geen beletsel bestaat.
2. De verklaring is op het moment van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder dan
26 weken.
3. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat geen personeelslid wordt belast met onderwijs
of onderwijsondersteunende werkzaamheden, indien dat personeelslid daarvan op grond
van een rechterlijke uitspraak is uitgesloten.
S
Artikel 7.7.1 wordt vernummerd tot artikel 4.2.7 en wordt geplaatst in hoofdstuk 4,
na artikel 4.2.6 (nieuw).
T
Het opschrift van artikel 4.2.7 (nieuw) komt te luiden:
Artikel 4.2.7. Practicumplaatsen voor onderwijspersoneel in opleiding
U
Hoofdstuk 4, titel 2a, vervalt.
V
Aan hoofdstuk 4 wordt een titel toegevoegd, luidende:
TITEL 4. CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 4.4.1. Rechtspositie personeel Caribisch Nederland
1. De Ambtenarenwet BES en de daarop berustende bepalingen zijn voor het personeel van
een instelling voor bijzonder onderwijs in een openbaar lichaam van overeenkomstige
toepassing.
2. Voor de salarissen en toelagen van het personeel, genoemd in het eerste lid, wordt
een regeling vastgesteld bij eilandsbesluit.
3. Het bestuurscollege stelt het besluit, bedoeld in het tweede lid, dan wel een wijziging
daarvan niet vast dan nadat daarover op overeenstemming gericht overleg is gevoerd
met de bevoegde gezagsorganen en met de onderwijsvakbonden of, bij gebreke daarvan,
met de ondernemingsraad dan wel een representatief te achten vertegenwoordiging van
het personeel.
4. Artikel 101 van de Ambtenarenwet BES is niet van toepassing op de vaststelling dan
wel wijziging van het besluit, bedoeld in het tweede lid.
5. Het nationaliteitsvereiste, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van het
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES is niet van toepassing op het personeel van een
bijzondere instelling.
6. In aanvulling op artikel 8 van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES stelt het
bevoegd gezag van een bijzondere instelling ieder personeelslid in de gelegenheid
diens arbeidsovereenkomst te ondertekenen.
Artikel 4.4.2. Uitzondering onderlinge bijstand na faillissement Caribisch Nederland
Artikel 4.1.2, vierde lid, is niet van toepassing op het bevoegd gezag van een instelling
die is gevestigd in een openbaar lichaam.
Artikel 4.4.3. Verklaring omtrent het gedrag Caribisch Nederland
Bij de toepassing van artikel 4.2.6, eerste lid, in een openbaar lichaam wordt «een
verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke
gegevens» gelezen als «een verklaring omtrent het gedrag afgegeven op grond van de
Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES».
W
Artikel 6.1.3a wordt vernummerd tot artikel 8.0.0 en wordt in hoofdstuk 8 geplaatst
voor artikel 8.0.1.
X
In artikel 6.1.5b, derde lid, wordt «Artikel 1.6.1» vervangen door «Artikel 6.3.1».
Y
In artikel 6.2.3b, derde lid, wordt «Artikel 1.6.1» vervangen door «Artikel 6.3.1».
Z
Artikel 6.3.1 komt te luiden:
Artikel 6.3.1. Examinering exameninstellingen
1. Onze Minister verleent op aanvraag aan het bevoegd gezag van een exameninstelling
het recht tot examinering van een bepaalde beroepsopleiding indien uit de overgelegde
gegevens blijkt dat de examinering van voldoende kwaliteit zal zijn en indien dat
bevoegd gezag in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald over:
a. de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6, voor zover het betreft de examinering,
b. de examens, en
c. de rechtsbescherming, bedoeld in hoofdstuk 7, titel 5.
2. Onze Minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
3. Het recht tot examinering kan slechts worden uitgeoefend in opdracht van het bevoegd
gezag van een andere instelling, niet zijnde een exameninstelling.
AA
In het eerste lid van artikel 6.3.3 wordt «artikel 6.3.2, eerste lid,» vervangen door
«artikel 6.3.2».
BB
Aan hoofdstuk 6 wordt een titel toegevoegd, luidende:
TITEL 5. CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 6.5.1. Advies bij starten beroepsopleiding Caribisch Nederland
Voorafgaand aan de melding, bedoeld in 6.1.2, eerste lid, van het voornemen tot het
starten van een beroepsopleiding in een openbaar lichaam, vraagt het bevoegd gezag
van die instelling advies aan de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN over het arbeidsmarktperspectief
en de beschikbaarheid van erkende leerbedrijven.
Artikel 6.5.2. Doelmatigheid Caribisch Nederland
De zorgplicht doelmatigheid, bedoeld in artikel 6.1.3, derde lid, heeft in een openbaar
lichaam betrekking op het geheel van de voorzieningen op het gebied van beroepsonderwijs
en daarmee vergelijkbare opleidingen in de openbare lichamen en andere landen in de
regio.
Artikel 6.5.3. Ontneming rechten en gevolgen studenten Caribisch Nederland
Artikel 6.1.4, derde lid, is niet van toepassing in een openbaar lichaam.
Artikel 6.5.4. Zeer zwak beroepsonderwijs Caribisch Nederland
De artikelen 6.1.4b en 6.2.2a zijn niet van toepassing in een openbaar lichaam.
CC
In hoofdstuk 7 wordt na titel 5 de volgende titel ingevoegd:
TITEL 6. CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 7.6.1. Ondersteuning bij het onderwijs aan zieke student in Caribisch Nederland
1. In afwijking van artikel 7.1.4, tweede lid, zorgt in een openbaar lichaam het expertisecentrum
onderwijszorg voor de ondersteuning van een zieke student als bedoeld in artikel 7.1.4,
eerste lid.
2. Artikel 7.1.4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op die ondersteuning
door het expertisecentrum onderwijszorg.
Artikel 7.6.2. Samenwerkingsverband CN en expertisecentrum onderwijszorg
1. Het bevoegd gezag van een instelling in een openbaar lichaam is aangesloten bij het
samenwerkingsverband CN.
2. De artikelen 11.16 en 11.17 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 zijn van toepassing.
3. De artikelen 11.18 tot en met 11.23 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 zijn van
overeenkomstige toepassing op studenten en vavo-studenten met een specifieke onderwijsbehoefte.
Artikel 7.6.3. In plaats van SBB: ROA CN
Bij de toepassing van artikel 7.2.9, tweede lid, in een openbaar lichaam wordt «Samenwerkingsorganisatie
beroepsonderwijs bedrijfsleven» gelezen als «Raad onderwijs arbeidsmarkt CN».
Artikel 7.6.4. Extra opleiding educatie Caribisch Nederland
1. In aanvulling op artikel 7.3.1 wordt in een openbaar lichaam ook de opleiding Nederlands
als vreemde taal als opleiding educatie onderscheiden.
2. De artikelen 7.3.1, derde lid, en 7.3.3, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing
op die opleiding.
Artikel 7.6.5. Nederlands als vreemde taal
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld
over de examens van de opleiding Nederlands als vreemde taal, genoemd in artikel 7.6.4,
eerste lid.
2. Artikel 7.4.11, eerste en derde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing
op deze opleiding.
Artikel 7.6.6. Rechtsbescherming openbare instelling Caribisch Nederland
Indien het een beroep of bezwaar van een betrokkene aan een openbare instelling in
een openbaar lichaam betreft als bedoeld in hoofdstuk 7, titel 5, wordt bij de toepassing
van:
a. artikel 7.5.1, derde lid, «artikel 6:4, eerste en tweede lid, van de Algemene wet
bestuursrecht» gelezen als «artikel 55 van de Wet administratieve rechtspraak BES»;
b. artikel 7.5.1, vijfde lid, «artikel 6:15, eerste en tweede lid, van de Algemene wet
bestuursrecht» gelezen als «artikel 59, tweede lid, van de Wet administratieve rechtspraak
BES»;
c. artikel 7.5.1, zesde lid, «artikel 6:15, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht»
gelezen als «artikel 59, tweede lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES»;
d. artikel 7.5.4, tweede lid, «hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht» gelezen
als «artikel 9 van de Wet administratieve rechtspraak BES»;
e. artikel 7.5.4, derde lid, de zinsnede «wat de openbare instellingen betreft in afwijking
van artikel 7:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht» buiten toepassing
gelaten;
f. artikel 7.5.4, zesde lid, de zinsnede «wat de openbare instellingen betreft in afwijking
van artikel 7:25 van de Algemene wet bestuursrecht» buiten toepassing gelaten;
g. artikel 7.5.7, eerste lid, «artikelen 7:13, eerste tot en met zesde lid, van de Algemene
wet bestuursrecht» gelezen als «artikelen 70 tot en met 74 van de Wet administratieve
rechtspraak BES»;
h. artikel 7.5.7, vijfde lid, «artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht»
gelezen als «artikel 69, eerste lid, tweede volzin, van de Wet administratieve rechtspraak
BES»;
i. artikel 7.5.8 «artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht» gelezen
als «artikel 69, eerste lid, tweede volzin, van de Wet administratieve rechtspraak
BES».
Artikel 7.6.7. Rechtsbescherming bijzondere instelling Caribisch Nederland
1. Bij ontvangst van een bezwaar als bedoeld in artikel 7.5.8 worden bij een bijzondere
instelling in een openbaar lichaam de artikelen 68, 69 en 70, derde en vierde lid,
van de Wet administratieve rechtspraak BES overeenkomstig toegepast.
2. Artikel 7.5.9 is niet van toepassing in een openbaar lichaam.
3. Bij de toepassing van artikel 7.5.10 in een openbaar lichaam wordt in het derde lid
van dat artikel voor «artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren»
gelezen «artikel 24 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie».
DD
Hoofdstuk 7, titel 7, vervalt.
EE
Aan hoofdstuk 8 wordt een titel toegevoegd, luidende:
TITEL 7. CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 8.7.1. Nadere regels studiekeuzeadvies Caribisch Nederland
1. Artikel 8.0.4, zesde lid, is niet van toepassing in een openbaar lichaam.
2. Bij het vaststellen van nadere regels als bedoeld in artikel 8.0.4, vijfde lid, treft
het bevoegd gezag van een instelling in een openbaar lichaam voor aangemelde studenten
die niet woonachtig zijn op het betreffende openbaar lichaam zodanige voorzieningen
dat zij kunnen deelnemen aan de intakeactiviteiten zonder dat hun fysieke aanwezigheid
is vereist op de instelling.
Artikel 8.7.2. Vervangende voorschriften hoofdstuk 8, titel 1 Caribisch Nederland
In een openbaar lichaam wordt bij de toepassing van:
a. artikel 8.1.1, eerste lid, onderdeel c, «artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000» gelezen
als «de artikelen 3, 5a of 6 van de Wet toelating en uitzetting BES»;
b. de artikelen 8.1.1, derde lid, en 8.1.1b, eerste lid, «paragraaf 2 van de Leerplichtwet
1969» gelezen als «paragraaf 2 van de Leerplichtwet BES»;
c. artikel 8.1.1c, derde en vierde lid, «paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969» gelezen
als «paragraaf 3 van de Leerplichtwet BES»;
d. artikel 8.1.5a «Wet studiefinanciering 2000» gelezen als «Wet studiefinanciering BES»;
e. de artikelen 8.1.5c en 8.1.5d «het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor
het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000»
gelezen als «het overeenkomstige bedrag voor beroepsonderwijs, genoemd in kolom V
van artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering BES»;
f. artikel 8.1.7, eerste, zevende en elfde lid, «Wet studiefinanciering 2000» gelezen
als «Wet studiefinanciering BES»;
g. de artikelen 8.1.7a, derde lid, en 8.1.7d, tweede lid, «Leerplichtwet 1969» gelezen
als «Leerplichtwet BES»;
h. artikel 8.1.7d, vierde lid, «artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht» gelezen
als «artikel 69 van de Wet administratieve rechtspraak BES».
FF
Aan hoofdstuk 8a wordt een titel toegevoegd, luidende:
TITEL 6. MEDEZEGGENSCHAP CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 8a.6.1. Medezeggenschap personeel Caribisch Nederland
De Wet op de ondernemingsraden is van toepassing op een instelling in een openbaar
lichaam.
Artikel 8a.6.2. Beroep bij de rechter Caribisch Nederland
1. Bij toepassing van de artikelen 6, 13, 15, 18, 20, 21, 27, 36 en 36a van de Wet op
de ondernemingsraden in een openbaar lichaam wordt voor «de kantonrechter» gelezen
«het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba».
2. Bij toepassing van de artikelen 26 en 36, derde lid, van de Wet op de ondernemingsraden
in een openbaar lichaam wordt voor «de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam»
of «de ondernemingskamer» gelezen «het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba,
Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba».
3. Bij toepassing van artikel 8a.4.4, tweede of vijfde lid, in een openbaar lichaam
wordt voor «de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam» respectievelijk «de
ondernemingskamer» gelezen »het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba».
4. Bij toepassing van artikel 8a.4.4, zesde lid, in een openbaar lichaam wordt «artikel
237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» gelezen als «artikel 60 van het
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES» en wordt «artikel 8:75 van de Algemene
wet bestuursrecht» gelezen als «artikel 50, negende lid, van de Wet administratieve
rechtspraak BES».
5. Bij toepassing van artikel 8a.4.6 in een openbaar lichaam wordt voor «de ondernemingskamer»
gelezen »het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba».
GG
In artikel 9.2.1, onderdeel a, wordt na «de Leerplichtwet 1969» ingevoegd «of paragraaf
2 onderscheidenlijk 3 van de Leerplichtwet BES».
HH
Aan hoofdstuk 9 wordt een titel toegevoegd, luidende:
TITEL 3. CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 9.3.1. Melding verzuim zonder geldige reden Caribisch Nederland
1. In afwijking van artikel 9.2.2 zijn het tweede tot en met zesde lid van toepassing
op verzuim van onderwijs van studenten en vavo-studenten in:
a. het openbaar lichaam Bonaire;
b. het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het openbaar lichaam Saba.
2. Het bevoegd gezag doet, met gebruikmaking van het persoonsgebonden nummer, onverwijld
schriftelijk opgave aan het bestuurscollege van het openbaar lichaam waar een student
of vavo-student woonplaats heeft, indien die student of vavo-student:
a. is ingeschreven aan de instelling,
b. voldoet aan artikel 9.2.1, onderdelen a en b,
c. het beroepsonderwijs of de opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs zonder
geldige reden niet meer volgt, en
d. dit verzuim een periode van tenminste vier aaneengesloten weken of een door het bevoegd
gezag te bepalen kortere periode overschrijdt.
3. Onder geldige reden wordt in ieder geval verstaan een van de redenen, genoemd in
artikel 8.1.7, negende lid.
4. De gegevens die worden verstrekt op grond van het tweede lid bevatten slechts persoonsgegevens
betreffende iemands godsdienst, levensovertuiging of gezondheid als bedoeld in artikel
16 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES, indien deze bijzondere persoonsgegevens
noodzakelijk zijn met het oog op de informatieverstrekking over de achtergronden van
het verzuim.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
over de wijze waarop verzuimgegevens worden verstrekt en de inhoud ervan.
6. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de
onderdelen a, b en c van het eerste lid verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 9.3.2. Afwijkende voorschriften hoofdstuk 9, titel 2, paragraaf 1, Caribisch
Nederland
1. De artikelen 9.2.4, 9.2.8, 9.2.9 en 9.2.10 zijn niet van toepassing in een openbaar
lichaam. In plaats daarvan zijn de bepalingen uit deze titel van toepassing.
2. Bij de toepassing van artikel 9.2.5, derde lid, onderdeel b, wordt «de Leerplichtwet
1969» gelezen als «de Leerplichtwet BES».
3. Bij de toepassing van artikel 9.2.6 in een openbaar lichaam wordt in onderdeel a
«toezicht op de naleving van de Leerplichtwet 1969» gelezen als «toezicht op de naleving
van de Leerplichtwet BES» en wordt in onderdeel b «de uitvoering van artikel 9.2.5»
gelezen als «de uitvoering van artikel 9.3.3, tweede lid».
4. Bij de toepassing van artikel 9.2.7, eerste lid, worden «instemt met ondersteuning
op grond van artikel 9.2.5» gelezen als «instemt met ondersteuning op grond van artikel
9.3.3» en wordt «gegevens over gezondheid en persoonsgegevens van strafrechtelijke
aard, bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevensbescherming» gelezen als «gegevens over gezondheid en
persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf 2,
van de Wet bescherming persoonsgegevens BES.
5. Bij toepassing van artikel 9.2.11 in een openbaar lichaam wordt «Het college van
burgemeester en wethouders van de contactgemeente» gelezen als «Het bestuurscollege
of de contactschool».
Artikel 9.3.3. Wettelijke taak bestuurscollege vsv Caribisch Nederland
1. In afwijking van artikel 9.2.5, eerste tot en met vierde lid, zijn het tweede tot
en met vijfde lid van toepassing op het bestuurscollege van:
a. het openbaar lichaam Bonaire;
b. het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het openbaar lichaam Saba.
2. Het bestuurscollege registreert de afwezigheids- en verzuimgegevens van een student
of vavo-student die een bevoegd gezag ingevolge artikel 9.3.1 heeft gemeld.
3. Het bestuurscollege kan ondersteuning bieden aan de in artikel 9.2.1 bedoelde persoon,
gericht op het terugleiden naar het onderwijs of, indien dat niet passend is, naar
de arbeidsmarkt.
4. Voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van het tweede en derde lid, verwerkt
het bestuurscollege de gegevens waarover het college beschikt ten behoeve van de uitvoering
van de Leerplichtwet BES.
5. Bij de toepassing van artikel 9.2.5, vijfde lid, in een openbaar lichaam wordt «indien
de persoon, bedoeld in artikel 9.2.1» gelezen als «indien de persoon, bedoeld in artikel
9.3.3, derde lid».
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
over de taken, bedoeld in dit artikel.
7. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip dat voor
de onderdelen a, b en c van het eerste lid verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 9.3.4. Eilandelijke samenwerking vsv-beleid Caribisch Nederland
1. In een openbaar lichaam fungeert een instelling of school als contactschool voor
Onze Minister.
2. De contactschool vervult coördinerende taken met het oog op het voorkomen en bestrijden
van voortijdig schoolverlaten in het openbaar lichaam. In dat verband:
a. stellen de in onderdeel b genoemde partijen, op voordracht van de contactschool, een
eilandelijk programma vast met maatregelen ter voorkoming en bestrijding van voortijdig
schoolverlaten voor jongeren van 12 tot 27 jaar oud, en
b. maakt de contactschool afspraken met in ieder geval het bestuurscollege, het expertisecentrum
onderwijszorg en andere organisaties die betrokken zijn bij de begeleiding van personen
tot 27 jaar, over ieders inzet en verantwoordelijkheid bij het voorkomen en bestrijden
van voortijdig schoolverlaten ter uitvoering van het eilandelijk programma.
3. Het eilandelijk programma bevat de streefcijfers voor de te behalen resultaten.
4. Bij ministeriële regeling wordt de geldigheidsduur van een eilandelijk programma
vastgesteld en kunnen nadere regels worden gesteld over de rest van dat programma.
Artikel 9.3.5. Subsidie aan contactschool voor vsv-beleid Caribisch Nederland
1. Onze Minister verstrekt aan het bevoegd gezag van de contactschool binnen het raam
van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen subsidie voor de uitvoering
van het eilandelijk programma met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig
schoolverlaten in het openbaar lichaam.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze van subsidiëring.
3. De titels 4.1 en 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op deze
subsidie.
Artikel 9.3.6. Effectrapportage Caribisch Nederland
1. De contactschool stelt jaarlijks een effectrapportage vast. De effectrapportage vermeldt
de streefcijfers, bedoeld in artikel 9.3.4, vierde lid, en de bereikte resultaten
en bevat een toelichting op afwijkingen. De contactschool zendt de effectrapportage
aan Onze Minister.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de inhoud,
het tijdstip van indiening en de inrichting van de effectrapportage.
Artikel 9.3.7. Afwijkende voorschriften hoofdstuk 9, titel 2, paragraaf 2, Caribisch
Nederland
1. Bij toepassing van artikelen 9.2.12 in een openbaar lichaam wordt in het vijfde lid,
tweede volzin, «het regionaal programma, bedoeld in artikel 9.2.8, derde lid, onderdeel
b» gelezen als « het eilandelijk programma, bedoeld in artikel 9.3.4, tweede lid».
2. Artikel 9.2.13 is niet van toepassing in een openbaar lichaam.
II
Artikel 10.2 komt te luiden:
Artikel 10.2. Tijdstip intrede rechtsgevolgen rechterlijke uitspraak
Na een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak over een besluit tot toekenning
van een recht op bekostiging en diplomering, erkenning of examinering als bedoeld
in de artikelen 1.3.1, 1.4.1, 1.4a.1, respectievelijk 6.3.1 en daarmee registratie
in de Registratie instellingen en opleidingen, treden de rechtsgevolgen daarvan in
met ingang van de eerste dag van het studiejaar waarin die uitspraak is gedaan.
JJ
In hoofdstuk 11 wordt na het opschrift van het hoofdstuk een opschrift ingevoegd,
luidende:
TITEL 1. INHOUDEN EN OPSCHORTEN BEKOSTIGING; STRAFBEPALING
KK
Aan hoofdstuk 11 wordt een titel toegevoegd, luidende:
TITEL 2. CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 11.3. Toezicht en handhaving Caribisch Nederland
Bij toepassing van artikel 11.2, tweede lid, in een openbaar lichaam wordt in het
derde lid van dat artikel «bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld
in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht» gelezen als «bedrag dat
is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 27, vierde lid, van het
Wetboek van Strafrecht BES».
LL
Hoofdstuk 11a vervalt.
MM
Hoofdstuk 12 komt te luiden:
HOOFDSTUK 12. RUIMTE VOOR INNOVATIE
TITEL 1. EXPERIMENTEN
Artikel 12.1. Experiment beroepsonderwijs
1. Bij wijze van experiment kan met het oog op een verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid
of doelmatigheid van het beroepsonderwijs bij algemene maatregel van bestuur worden
afgeweken van:
a. hoofdstuk 2, titel 2, de artikelen 2.8.1 tot en met 2.8.3, hoofdstuk 6 en hoofdstuk
7;
b. artikelen 1 van de Leerplichtwet 1969 of de Leerplichtwet BES;
c. artikel 1 van de Les- en cursusgeldwet;
d. artikel 1.1 van de Wet studiefinanciering 2000 of artikel 1 van de Wet studiefinanciering
BES;
e. artikel 1.1 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
f. de hoofdstukken 1 tot en met 4 van de Wet NLQF.
2. De algemene maatregel van bestuur bepaalt in ieder geval:
a. het doel van het experiment;
b. op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken;
c. de duur van het experiment; en
d. op welke wijze en aan de hand van welke criteria de met het experiment beoogde effecten
worden geëvalueerd.
3. De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan
vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van een
experiment.
Artikel 12.2. Duur experiment
1. Een experiment duurt ten hoogste zes jaren, tenzij een langere duur noodzakelijk
is, gezien de bijzondere aard van het experiment. In dat geval kan een experiment
ten hoogste acht jaren duren.
2. Indien voor afloop van het experiment een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal
teneinde het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan Onze
Minister het experiment verlengen tot het tijdstip waarop het wetsvoorstel tot wet
is verheven en in werking treedt.
Artikel 12.3. Evaluatieverslag
Onze Minister zendt drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene
maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 12.1 aan de Staten-Generaal een verslag
over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, evenals
een standpunt over de voortzetting van die algemene maatregel van bestuur, anders
dan als experiment.
Artikel 12.4. Samenwerking met ander onderwijs
1. Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband van een
instelling met een school, waaronder een verticale scholengemeenschap, of met een
instelling als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Bij samenwerking met een school kan voor die school worden afgeweken van de Wet voortgezet
onderwijs 2020, met uitzondering van hoofdstuk 3, paragrafen 7 en 10, en de hoofdstukken
4, 6 en 9 van die wet.
2. Onder samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een
samenwerkingsverband CN.
3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld welke bij of krachtens de Wet voortgezet
onderwijs 2020 onderscheidenlijk de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing
zijn op de samenwerking.
NN
Er wordt een hoofdstuk toegevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 13. EVALUATIE, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
TITEL 1. EVALUATIEBEPALINGEN
Artikel 13.1.1. Evaluatie Wet verbetering rechtsbescherming mbo-studenten (Stb. 2022, 134)
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na 1 augustus 2023 aan de Staten-Generaal een
verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet van 25 februari 2022 tot
wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs met het oog op de verbetering
van de rechtsbescherming van mbo-studenten (Stb. 2022, 134) in de praktijk.
Artikel 13.1.2. Evaluatie modernisering regels beroepsonderwijs, educatie en vsv Caribisch
Nederland
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van ... tot
wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet voortgezet onderwijs 2020
en enkele andere wetten, alsmede tot intrekking van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES en de Wet sociale kanstrajecten jongeren BES vanwege de modernisering van de regels
voor beroeps- en volwassenenonderwijs en het voorkomen en bestrijden van voortijdig
schoolverlaten in Caribisch Nederland (modernisering regels voor beroepsonderwijs,
educatie en vsv Caribisch Nederland) (Stb. 20##, ###) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten
van die wet in de praktijk.
TITEL 2. OVERGANGS- EN INVOERINGSRECHT
Paragraaf 1. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
Artikel 13.2.1. Eerder behaalde diploma’s en certificaten
1. Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op
het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het Staatsexamenbesluit
Nederlands als tweede taal, zoals deze luidden op 31 december 1995, verkregen op grond
van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs,
middelbaar beroepsonderwijs, deeltijd middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen
dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als overeenkomstige
diploma’s en certificaten, verkregen op grond van artikel 7.4.6 respectievelijk artikel
7.2.3.
2. Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, zoals
die wet luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel, verkregen
op grond van een examen verbonden aan opleidingen beroepsonderwijs of educatie, dan
wel op grond van een staatsexamen Nederlands als vreemde taal, gelden als overeenkomstige
diploma’s en certificaten, verkregen op grond van artikel 7.4.6 respectievelijk artikel
7.2.3.
Artikel 13.2.2. Eerbiedigende werking oude lesbevoegdheden
Onverminderd artikel 4.2.6 kan in afwijking van artikel 4.2.1, tweede lid, tot docent
aan een instelling worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming, degene die:
a. in het studiejaar 1995–1996 bevoegd onderwijs heeft gegeven aan een school voor beroepsbegeleidend
onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, dan wel wat deeltijds middelbaar
beroepsonderwijs betreft aan een andere school, aan een vormingsinstituut voor jeugdigen
of aan een instelling voor basiseducatie;
b. in de periode van 1 augustus 1990 tot en met 31 juli 1995 gedurende ten minste 40 weken
bevoegd onderwijs als bedoeld in onderdeel a heeft gegeven;
c. voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een afsluitend examen van
de opleiding cultureel werk of de opleiding culturele en maatschappelijke vorming
behorend tot het onderdeel gedrag en maatschappij van het op dat moment geldende Centraal
register opleidingen hoger onderwijs, met de differentiatie basiseducatie, dat op
grond van de artikelen 4 en 5 van het Uitvoeringsbesluit KVE 1991 zoals dat luidde
op 31 juli 1995 zou hebben geleid tot een bevoegdheid voor het verzorgen van activiteiten
basiseducatie, dan wel voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een
afsluitend examen binnen het hoger pedagogisch onderwijs met de differentiatie basiseducatie,
en in beide gevallen uiterlijk aan het begin van het studiejaar 1994–1995 is gestart
met de differentiatie basiseducatie;
d. voor 10 oktober 2010 bevoegd was tot het geven van onderwijs op grond van de Landsverordening
secundair beroepsonderwijs en educatie zoals die Landsverordening op de dag voor dat
tijdstip luidde; of
e. op 31 juli 2011 bevoegd was tot het geven van onderwijs op grond van de Wet educatie
en beroepsonderwijs BES zoals die wet op dat tijdstip luidde.
Artikel 13.2.3. Voortzetting bekostiging doveninstituut
1. Het Instituut voor Doven «Sint-Michielsgestel» of diens rechtsopvolger behoudt aanspraak
op bekostiging uit ’s Rijks kas ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen
die de voortzetting zijn van beroepsbegeleidend onderwijs dat dit instituut op 31 december
1995 verzorgde.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze
wet ten aanzien van genoemd instituut.
Artikel 13.2.5. Overgangsrecht vavo vanwege afschaffing rekentoets
1. Het eindexamen van een opleiding voortgezet algemeen volwassenonderwijs omvat een
instellingsexamen rekenen voor degene die geen eindexamen in het vak wiskunde aflegt.
2. Bij de vaststelling van de opgaven van dit instellingsexamen worden de referentieniveaus
rekenen in acht genomen die voor de desbetreffende schoolsoort of leerweg daarbinnen
zijn vastgesteld op grond van artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de
Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden over dit instellingsexamen
nadere voorschriften vastgesteld.
4. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 13.2.6. Tijdelijke voorziening huisvesting mbo Caribisch Nederland
1. In afwijking van artikel 2.2.1, tweede lid, voor zover het betreft de huisvestingskosten,
en vierde lid, en artikel 2.6.3, eerste lid, en met overeenkomstige toepassing van
de artikelen 11.69 tot en met 11.80 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 is dit artikel
van toepassing op de voorziening in de huisvesting van een uit ’s Rijks kas bekostigde
instelling in het openbaar lichaam Bonaire.
2. Onze Minister en het bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire zijn gezamenlijk
verantwoordelijk voor de huisvesting van een bekostigde instelling alsmede voor de
financiering daarvan.
3. Onze Minister en het bestuurscollege van het openbaar lichaam sluiten ter invulling
van de gezamenlijke verantwoordelijkheid namens de Staat der Nederlanden onderscheidenlijk
namens het openbaar lichaam Bonaire, een of meer convenanten.
4. Overeenkomstig het convenant stelt Onze Minister voor het openbaar lichaam Bonaire
een plan vast, waarin de voornemens op het terrein van de huisvesting, bedoeld in
het tweede lid, alsmede de financiering daarvan, op hoofdlijnen worden beschreven.
5. Onze Minister stelt de plannen, bedoeld in het vierde lid, vast in overeenstemming
met het bestuurscollege van het openbaar lichaam en na overleg met het bevoegd gezag
van de instelling.
6. Onze Minister kan het plan, bedoeld in het vierde lid, in overeenstemming met het
bestuurscollege van het openbaar lichaam, wijzigen.
7. Het plan dan wel een wijziging daarvan, wordt aan het betrokken bevoegd gezag van
de instelling en in de Staatscourant bekend gemaakt.
8. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 13.2.7. Scholengemeenschap Bonaire
De scholengemeenschap en de instelling, in stand gehouden door de Stichting Scholengemeenschap
Bonaire, worden tezamen aangemerkt als verticale scholengemeenschap.
Paragraaf 2. Overgangsrecht modernisering regels voor beroepsonderwijs, educatie en
vsv Caribisch Nederland (Stb. 20##, ###)
Artikel 13.2.8. Overgangsrecht deelnemer sociaal kanstraject
1. Op degene die op het tijdstip waarop de Wet sociale kanstrajecten jongeren BES is
komen te vervallen deelnemer was aan een sociaal kanstraject als bedoeld in artikel
9 van die wet, blijven de artikelen 1, 9, met uitzondering van het derde lid, tweede
volzin, 10, 11 en 12 van die wet, zoals die voor dat tijdstip luidde van toepassing
voor de duur van het voor de deelnemer vastgesteld sociaal kanstraject.
2. Dit artikel vervalt drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.
Artikel 13.2.9. Overgangsrecht bekostiging beroepsonderwijs Caribisch Nederland
1. Hoofdstuk 2, titel 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, zoals die luidde
onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop die wet is vervallen, alsmede de
op daarop gebaseerde regelgeving, blijft tot en met 31 december daaropvolgend van
toepassing op de berekening van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs aan de
Scholengemeenschap Bonaire.
2. Op de berekening van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs aan een instelling
in een openbaar lichaam zijn hoofdstuk 2, titel 2, en artikel 2.8.3 voor het eerst
van toepassing op het kalenderjaar dat aanvangt na de datum van inwerkingtreding van
dit artikel.
3. Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari van het tweede jaar na inwerkingtreding
van dit artikel.
Artikel 13.2.10. Overgangsrecht sancties WEB BES
1. Een aanwijzing of spoedaanwijzing van Onze Minister, genomen op grond van artikel
10.1 of 10.1a van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, zoals die wet luidde op
de dag voor de inwerkingtreding van dit artikel berust met ingang van het tijdstip
van inwerkingtreding van dit artikel op artikel 3.1.5 respectievelijk artikel 3.1.6.
2. Een besluit van Onze Minister om de rijksbijdrage, voorschotten daaronder begrepen,
geheel of gedeeltelijk in te houden dan wel op te schorten op grond van artikel 10.2
van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, zoals die wet luidde voor inwerkingtreding
van dit artikel, berusten met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit
artikel op artikel 11.1.
3. Een besluit van Onze Minister tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld
in artikel 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, zoals die wet luidde
voor inwerkingtreding van dit artikel, berusten met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding
van dit artikel op artikel 11.2 in samenhang met artikel 11.3.
Artikel 13.2.11 Overgangsrecht overige besluiten WEB BES
1. Een besluit van Onze Minister over een erkenning van een opleiding educatie, genomen
op grond van artikel 1.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, zoals die
wet luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit artikel, berust met ingang van
het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel op artikel 1.4a.1.
2. Aanvragen voor een besluit van Onze Minister op grond van artikel 1.4.2, eerste lid
van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, zoals die wet luidde op de dag voor de
inwerkingtreding van dit artikel, om aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen
van examens van een opleiding educatie een diploma of een certificaat te verbinden,
waarop op het moment van inwerkingtreding van dit artikel nog niet definitief is beslist,
worden aangemerkt als te zijn ingediend op grond van artikel 1.4a.1.
3. Een besluit van de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN over een erkenning van een leerbedrijf,
genomen op grond van artikel 1.5.2, vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES, zoals die wet luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit artikel, berust
met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel op artikel 1.6.7,
tweede of derde lid.
4. Tot uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van deze wet kan een instelling in een
openbaar lichaam studenten inschrijven op grond van een opleidingsdomein BES of een
kwalificatie als bedoeld in artikel 7.2.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES, zoals die wet luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit artikel. Bij
ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
TITEL 3. SLOTBEPALINGEN
Artikel 13.3.1 Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet educatie en beroepsonderwijs.
ARTIKEL II. WIJZIGING WET VOORTGEZET ONDERWIJS 2020
De Wet voortgezet onderwijs 2020 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de begripsbepaling basisberoepsopleiding vervalt «of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, WEB BES».
2. In de begripsbepaling begeleide onderwijsuren vervalt «of artikel 7.2.6, zesde lid, WEB BES,».
3. In de begripsbepaling beroepsonderwijs vervalt «, of artikel 1.2.1, tweede lid, WEB BES».
4. In de begripsbepaling beroepsopleiding vervalt «of artikel 7.1.2, tweede lid, WEB BES».
5. In de begripsbepaling beroepspraktijkvorming vervalt «, of artikel 7.2.7, eerste lid, WEB BES».
6. In de begripsbepaling entreeopleiding vervalt «of artikel 8.2.2, eerste lid, onderdeel a, WEB BES».
7. In de begripsbepaling instelling voor beroepsonderwijs vervalt «of instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 WEB BES, waarin beroepsonderwijs
als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, WEB BES wordt verzorgd».
8. In de begripsbepaling kwalificatie vervalt «of artikel 7.1.3, eerste lid, WEB BES».
9. In de begripsbepalingen mbo-student, opleidingsdomein en vavo-student vervalt «of artikel 1.1.1 WEB BES».
10. In de begripsbepaling middenkaderopleiding vervalt «of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d, WEB BES».
11. In de begripsbepaling vakopleiding vervalt «of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c, WEB BES».
12. In de begripsbepaling van verklaring omtrent het gedrag wordt «of» vervangen door «dan wel, voor zover het de toepassing in een openbaar
lichaam betreft,».
13. De begripsbepaling WEB BES vervalt.
B
In artikel 2.7, tweede lid, vervalt «, of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b,
c en d, WEB BES».
C
In artikel 2.72, vijfde lid, vervallen «of WEB BES» en «of artikel 6.2.2a WEB BES».
D
In artikel 2.99, eerste lid, onderdeel b, vervalt «of artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel
a, WEB BES,».
E
Artikel 2.102 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt «, of de artikelen 7.2.6 en 8.1.1, vijfde lid, WEB BES».
2. In het zesde lid vervalt «of artikel 7.4.6, derde lid, WEB BES» en wordt «bedoeld
in die artikelen» vervangen door «bedoeld in dat artikel».
F
In artikel 2.103, eerste lid, vervalt «of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b,
WEB BES».
G
In artikel 2.104, eerste en tweede lid, vervalt «of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel
b, WEB BES».
H
In artikel 2.107b, tweede lid, onderdeel e en onderdeel f, vervalt «of artikel 8.4a.14
WEB BES».
I
In artikel 2.107e, tweede lid, vervalt «of artikel 8.1.3, eerste lid, eerste volzin,
WEB BES».
J
Artikel 2.107g wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid vervalt «of artikel 7.2.4, derde lid, onderdelen
b tot en met d, en vierde lid, WEB BES».
2. In het eerste lid, onderdeel d, vervalt «of artikel 7.2.4a, vierde lid, WEB BES».
3. In het tweede lid vervallen «of WEB BES» en «, of artikel 1.1.1 WEB BES».
K
In artikel 2.107h, eerste lid, wordt «artikel 7.2.7, derde lid, onderdelen b, c en
d, en achtste lid, WEB en artikel 7.2.7, derde lid, onderdelen b, c en d, en achtste
lid, WEB BES» vervangen door «en artikel 7.2.7, derde lid, onderdelen b, c en d, en
achtste lid, WEB» en vervalt «of artikel 7.2.6, derde lid, WEB BES».
L
In artikel 2.107i wordt «artikel 7.2.7, vierde lid, eerste volzin, WEB en artikel
7.2.6, vierde lid, WEB BES» vervangen door «en artikel 7.2.7, vierde lid, eerste volzin,
WEB», vervalt «en artikel 8.1.1, vijfde lid, WEB BES» en vervalt «of artikel 7.2.7,
vierde lid, WEB BES».
M
In artikel 2.107k, tweede lid, vervalt «en de artikelen 8.1.1b, 8.2.1, 8.2.2 en 8.2.2a
WEB BES».
N
In artikel 2.107l, eerste lid, vervalt «of artikel 8.4.3 WEB BES».
O
In artikel 2.109, eerste lid, vervallen «of artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a,
WEB BES» en «of artikel 1.4.2 WEB BES».
P
In artikel 2.109a, tweede en derde lid vervalt «of artikel 1.4.1, eerste lid, WEB
BES».
Q
In artikel 7.11, vijfde lid, vervalt «of als bedoeld in artikel 4.2.5, eerste lid,
WEB BES,».
R
In artikel 7.13a, tweede lid, vervalt «en artikel 4.2.1 WEB BES».
S
Artikel 7.24 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «, de WEB, of de WEB BES» vervangen door «of
de WEB».
2. In het vierde lid vervalt «of artikel 7.2.2 WEB BES».
T
In artikel 7.27, derde lid, onderdeel b, vervalt «of artikel 7.2.2, eerste lid, WEB
BES».
U
Artikel 9.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel f, vervalt, onder vernummering van onderdeel g tot onderdeel
f.
2. In het tweede lid vervalt «, de WEB BES».
V
In artikel 11.1 wordt «Raad onderwijs arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 1.5.1 WEB BES»
vervangen door «Raad onderwijs arbeidsmarkt CN, bedoeld in artikel 1.6.5 WEB».
W
Artikel 11.16 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «WEB BES» vervangen door «WEB».
2. Aan het slot van het eerste lid, onderdeel c, wordt «en» toegevoegd.
3. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder verlettering van onderdeel e tot onderdeel
d.
4. In het tweede lid wordt «betrokkenen, bedoeld in de onderdelen a, b, c of d» vervangen
door «betrokkenen, bedoeld in de onderdelen a, b of c».
5. In het derde lid wordt «betrokkenen, bedoeld in de onderdelen b tot en met e» vervangen
door «betrokkenen, bedoeld in de onderdelen b tot en met d».
X
In artikel 11.20, tweede lid, wordt «de taken, bedoeld in artikel 11.21, eerste lid»
vervangen door «de taken, bedoeld in artikel 11.18, eerste lid, en voor zover van
toepassing artikel 11.19, vierde lid».
Y
Artikel 11.21 vervalt.
Z
In de artikelen 11.30, eerste lid, 11.31, tweede en derde lid, 11.32 en 11.58, opschrift
en eerste lid, wordt «Raad onderwijs arbeidsmarkt» vervangen door Raad onderwijs arbeidsmarkt
CN».
AA
Na artikel 11.36 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 11.36a. Medezeggenschap verticale scholengemeenschap
De artikelen 11.33 tot en met 11.36 zijn niet van toepassing op een school of scholengemeenschap
in een openbaar lichaam die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap.
BB
Artikel 11.47, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b vervalt onder verlettering van onderdeel c tot onderdeel b.
2. Aan onderdeel a wordt «of» toegevoegd.
CC
In artikel 11.57, tweede lid, onderdeel d, wordt «WEB BES» vervangen door «WEB».
DD
In artikel 11.75, eerste lid, wordt «WEB BES» vervangen door «WEB».
EE
In artikel 11.71, tweede lid, wordt na «worden gebouw en terrein» ingevoegd «om niet».
FF
Na artikel 11.79 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 11.79a. Huisvesting verticale scholengemeenschap
1. In afwijking van deze paragraaf en onverminderd het tweede lid zijn de bepalingen
inzake de huisvesting die bij of krachtens de WEB zijn vastgesteld van toepassing
op een school of scholengemeenschap die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap.
2. Artikel 11.78 is van overeenkomstige toepassing op de gebouwen en terreinen waarvan
het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school
eigenaar is, indien die school of scholengemeenschap deel uitmaakt van een verticale
scholengemeenschap.
3. De eilandsraad kan in overeenstemming met het bevoegd gezag besluiten:
a. dat het tweede lid niet van toepassing is;
b. dat daarvoor het bevoegd gezag of de eilandsraad aan de andere partij een vergoeding
is verschuldigd; en
c. in voorkomende gevallen, hoe hoog die vergoeding is.
4. Indien toepassing is gegeven aan het derde lid, vindt inschrijving van dat feit plaats
in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk
Wetboek BES.
GG
Artikel 11.96 komt te luiden:
Artikel 11.96. Toepassing ondersteuning bij de overstap naar onderwijs of arbeidsmarkt
1. In aanvulling op artikel 8.19 zijn op het voortgezet onderwijs tevens de artikelen
9.3.2 tot en met 9.3.6 WEB van overeenkomstige toepassing.
2. In afwijking van de artikelen 8.20 en 8.21 is artikel 11.97 van toepassing op de
registratie van voortijdig schoolverlaten en de preventie en bestrijding daarvan in
het voortgezet onderwijs.
HH
Artikel 11.97 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift komt te luiden:
Artikel 11.97. Preventie en bestrijding voortijdig schoolverlaten
2. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «de leeftijd van 25 jaren» vervangen door «de
leeftijd van 27 jaar».
3. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:
b. die niet in het bezit is van een diploma dat is aangemerkt als startkwalificatie als
bedoeld in de Leerplichtwet 1969 of de Leerplichtwet BES; en.
4. In het eerste lid, onderdeel c, onder 1°, wordt «aaneengesloten periode van ten minste
een maand» vervangen door «aaneengesloten periode van ten minste vier weken».
5. Het vijfde lid komt te luiden:
5. De gegevens die worden verstrekt op grond van dit artikel bevatten slechts persoonsgegevens
van strafrechtelijke aard, betreffende iemands godsdienst, levensovertuiging of gezondheid
als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES, indien deze
bijzondere persoonsgegevens noodzakelijk zijn met het oog op de informatieverstrekking
over de achtergronden van het verzuim.
II
Artikel 12.23 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. In afwijking van de artikelen 11.62 tot en met 11.68 en met overeenkomstige toepassing
van artikel 11.71 gelden de voorschriften van het tweede tot en met zevende lid voor
de voorziening in de huisvesting van uit ’s Rijks kas bekostigde scholen in:
a. het openbaar lichaam Bonaire;
b. het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het openbaar lichaam Saba.
2. In het tweede lid vervalt «tot en met een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip».
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
8. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
onderdelen a, b en c van het eerste lid verschillend kan worden vastgesteld.
JJ
Artikel 13.9 vervalt.
ARTIKEL III. WIJZIGING LEERPLICHTWET BES
De Leerplichtwet BES wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel c, subonderdeel 1, komt te luiden:
1°. instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;.
2. In onderdeel f, subonderdeel 1, wordt «artikel 7.2.2, eerste lid, onder b tot en
met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES» vervangen door «artikel 7.2.2,
eerste lid, onder b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs».
3. In onderdeel f, subonderdeel 2, wordt «artikel 2.68 van de Wet voortgezet onderwijs
2020» vervangen door «artikel 2.86 van de Wet voortgezet onderwijs 2020».
B
Na artikel 27a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 27b. Melding indien vrijgesteld in combinatie met ingeschreven zijn
Indien uit het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in artikel 4 van de Wet register
onderwijsdeelnemers, blijkt dat een jongere die op grond van artikelen 14 of 26 is
vrijgesteld van de leerplicht, staat ingeschreven bij een school of instelling, meldt
Onze Minister aan het hoofd van de betreffende school of instelling dat de jongere
is vrijgesteld.
C
Na artikel 33 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 33a. Centrale kennisgeving relatief verzuim
1. Indien een ingeschreven leerling van een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel
b, subonderdelen 1 en 2, zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd
en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien
uren les- of praktijktijd bedraagt, ontstaat voor het hoofd van de school de leveringsverplichting,
bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers.
2. Indien een ingeschreven mbo-student of vavo-student van een instelling als bedoeld
in artikel 1, onderdeel c, zonder geldige reden gedurende een periode van vier opeenvolgende
lesweken in totaal zestien uren van de lestijd heeft verzuimd, ontstaat voor het hoofd
van de instelling de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, derde lid, van
de Wet register onderwijsdeelnemers.
D
In artikel 39, onderdeel b, wordt na «de artikelen 31 of 33,» ingevoegd «en artikel
12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers,».
ARTIKEL IV. WIJZIGING WET COLLEGE VOOR TOETSEN EN EXAMENS
De Wet College voor toetsen en examens wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 2 wordt «centrale examens, bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf 5, van de
Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 7.4.11 van de Wet educatie en beroepsonderwijs
en artikel 7.4.13 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES en de daarop berustende
bepalingen» vervangen door «centrale examens, behorende bij opleidingen als bedoeld
in hoofdstuk 2, paragraaf 5, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 7.3.1,
eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en de daarop berustende
bepalingen,».
B
In artikel 3 vervalt de zinsnede «en artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES».
ARTIKEL V. WIJZIGING WET OP DE EXPERTISECENTRA
Artikel 177 van de Wet op de expertisecentra vervalt.
ARTIKEL VI. WIJZIGING WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 7.24, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van onderdeel c wordt toegevoegd «of».
2. De onderdelen d en f vervallen, onder verlettering van onderdeel e tot onderdeel
d.
3. In onderdeel d (nieuw) wordt «, of» vervangen door een punt.
B
In artikel 7.25b, eerste lid, onderdeel b, vervalt «of artikel 7.4.13, vijfde lid,
van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES».
C
Artikel 19.1a vervalt.
ARTIKEL VII. WIJZIGING WET OP HET ONDERWIJSTOEZICHT
De Wet op het onderwijstoezicht wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 komt te luiden:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze wet wordt verstaan onder:
bestuur:
bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, hoofd van een school of instelling wat
betreft de Leerplichtwet 1969 of de Leerplichtwet BES, een samenwerkingsverband of
andere rechtspersoon die is belast met een wettelijke taak bij of krachtens een onderwijswet;
expertisecentrum onderwijszorg:
expertisecentrum onderwijszorg, bedoeld in artikel 28 van de Wet primair onderwijs
BES en artikel 11.18 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
ho-student:
degene die hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek volgt;
inspectie:
Inspectie van het onderwijs;
inspecteur-generaal:
inspecteur-generaal van het onderwijs;
instelling:
school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen
een niet bekostigde instelling;
instelling voor hoger onderwijs:
instelling als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a of b, van de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
jaarwerkplan:
document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komende jaar neerlegt;
mbo-student:
student als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
onderwijs:
bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs, waaronder mede worden begrepen
werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 174, eerste lid, en 176, eerste lid, van
de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 154, eerste lid, en 156, eerste lid,
van de Wet op de expertisecentra, en de artikelen 7.29, eerste lid, en 7.32, eerste
lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
onderwijsdeelnemer:
leerling, deelnemer, vavo-student, mbo-student, ho-student of extraneus als bedoeld
in een onderwijswet;
onderwijswet:
– Leerplichtwet 1969,
– Leerplichtwet BES,
– Wet op het primair onderwijs,
– Wet primair onderwijs BES,
– Wet op de expertisecentra,
– Wet voortgezet onderwijs 2020,
– Wet educatie en beroepsonderwijs,
– Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
– Wet medezeggenschap op scholen,
– Wet NLQF,
– Wet register onderwijsdeelnemers,
– Wet overige OCW-subsidies,
– Wet op de erkende onderwijsinstellingen, of
– Experimentenwet onderwijs;
Onze Minister:
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
ouders:
met het gezag over het kind belaste ouders, hun geregistreerde partners, voogden en
verzorgers;
Raad onderwijs arbeidsmarkt CN:
Raad onderwijs arbeidsmarkt CN, genoemd in artikel 1.6.5, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
rechtspersoon voor hoger onderwijs:
rechtspersoon voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
samenwerkingsverband:
samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs,
artikel 26 van de Wet primair onderwijs BES of artikel 1.1 of 11.16 van de Wet voortgezet
onderwijs 2020;
Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven:
Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 1.1.1
van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
vavo-student:
vavo-student als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
voorschoolse educatie:
voorschoolse educatie als bedoeld in de artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang.
B
Artikel 3, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a vervalt «artikel 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES».
2. In onderdeel c vervalt «, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES».
3. In onderdeel d vervallen de zinsneden «en de artikelen 6.2.3, 6.2.4 en 6.3.1 van
de Wet educatie en beroepsonderwijs BES» en «en de artikelen 6.2.1, 6.2.4 en 6.3.1
van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES».
4. In onderdeel e vervalt «, artikel 10.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES».
C
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift komt te luiden:
Artikel 9. Bevoegdheden anders dan toezicht op de naleving
2. Het eerste lid komt te luiden:
1. Bij de uitoefening van andere taken dan het toezicht op de naleving als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c, zijn de artikelen 5:12 tot en met 5:17 en
5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige
toepassing.
3. Het vijfde en zesde lid vervallen.
D
Na artikel 9 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 9a. Bevoegdheden toezicht op naleving in Caribisch Nederland
De artikelen 5:11, 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20, eerste en tweede lid, van
de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing en artikel 5.16a is van overeenkomstige
toepassing bij de uitoefening van het toezicht op de naleving en andere taken, bedoeld
in artikel 3, eerste lid, in Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarbij voor «Wet op
de identificatieplicht» wordt gelezen «Wet identificatieplicht BES».
E
In artikel 11, zevende lid vervalt «of de Wet educatie en beroepsonderwijs BES».
F
Aan het opschrift van hoofdstuk 3a wordt toegevoegd «en expertisecentrum onderwijszorg».
G
Aan artikel 15a wordt toegevoegd «en van het expertisecentrum onderwijszorg».
H
Aan het opschrift van hoofdstuk 3d wordt toegevoegd «en Raad onderwijs arbeidsmarkt
CN».
I
Aan artikel 15l wordt toegevoegd «en de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN».
J
In artikel 21, tweede lid, wordt «een spoedaanwijzing als bedoeld in de artikelen
153a van de Wet op het primair onderwijs, 132a van de Wet op de expertisecentra, 3.38a
van de Wet voortgezet onderwijs 2020, 3.1.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
9.9b, 10.3e1, 11.7b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
122a van de Wet primair onderwijs BES, en artikel 10.1a Wet educatie en beroepsonderwijs
BES» vervangen door «een spoedaanwijzing als bedoeld in artikel 153a van de Wet op
het primair onderwijs, artikel 132a van de Wet op de expertisecentra, artikel 3.38a
van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 3.1.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
de artikelen 9.9b, 10.3e1 en 11.7b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek en artikel 122a van de Wet primair onderwijs BES».
K
Na hoofdstuk 3e wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 4. TOEZICHT HOGER ONDERWIJS
Artikel 16. Doorberekening kosten transnationaal onderwijs
1. De kosten die samenhangen met de uitoefening van het toezicht op de naleving van
de artikelen 1.19 en 1.19a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
komen ten laste van de instelling voor hoger onderwijs ten behoeve waarvan de uitoefening
van het toezicht plaatsvindt.
2. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
ARTIKEL VIII. WIJZIGING WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS
Artikel 199 van de Wet op het primair onderwijs vervalt.
ARTIKEL IX. WIJZIGING WET PRIMAIR ONDERWIJS BES
De Wet primair onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. De begripsbepaling «basisregister onderwijs» vervalt.
2. In de alfabetische volgorde wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:
register onderwijsdeelnemers:
register onderwijsdeelnemers als bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers;.
B
Artikel 4, derde lid, komt te luiden:
3. Studenten aan een opleiding als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, van de Wet op
het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of aan een beroepsbegeleidende
leerweg van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Wet educatie
en beroepsonderwijs, die in het kader van hun opleiding onderwijsondersteunende werkzaamheden
verrichten waarvoor op grond van artikel 35, derde lid, bekwaamheidseisen zijn vastgesteld,
zijn vrijgesteld van de eisen genoemd in het eerste lid, onderdelen b tot en met d,
gedurende die werkzaamheden en hun opleiding.
C
Artikel 26, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel c komt te luiden:
c. een of meer instellingen als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, en.
2. Onderdeel d vervalt, onder verlettering van onderdeel e tot onderdeel d.
D
In artikel 91, eerste lid, wordt «of voor educatie als bedoeld in de Wet educatie
en beroepsonderwijs BES» telkens vervangen door «of voor educatie als bedoeld in de
Wet educatie en beroepsonderwijs».
E
In artikel 99, vierde lid, onderdeel c, wordt «Wet educatie en beroepsonderwijs BES»
vervangen door «Wet educatie en beroepsonderwijs».
F
Artikel 142 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede, derde en zevende lid vervallen.
2. In het vierde lid wordt «gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid» vervangen
door: gegevens, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers.
G
Artikel 158 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. In afwijking van de artikelen 78 tot en met 84 en met overeenkomstige toepassing
van artikel 87 gelden de voorschriften van het tweede tot en met zevende lid voor
de voorziening in de huisvesting van uit ’s Rijks kas bekostigde scholen in:
a. het openbaar lichaam Bonaire;
b. het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het openbaar lichaam Saba.
2. In het tweede lid vervalt «voor het jaar 2011 tot en met een bij koninklijk besluit
te bepalen tijdstip».
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
8. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
onderdelen a, b en c van het eerste lid verschillend kan worden vastgesteld.
H
Artikel 163 vervalt.
ARTIKEL X. WIJZIGING WET REGISTER ONDERWIJSDEELNEMERS
De Wet register onderwijsdeelnemers wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a, onder 1°, van de begripsbepaling bestuur wordt «, WPO BES of WEB BES» vervangen door «of WPO BES».
2. In de begripsbepaling hoofd wordt na «de LPW» toegevoegd «of de LPW BES».
3. In de alfabetische volgorde wordt de volgende begripsbepaling ingevoegd:
LPW BES:
Leerplichtwet BES;.
4. In onderdeel d van de begripsbepaling onderwijsdeelnemer wordt na «de artikelen 5, 5a en 15 van de LPW» toegevoegd «of de artikelen 14 en
27 van de LPW BES».
5. In de begripsbepaling onderwijswet wordt «, WPO BES of WEB BES» vervangen door «of WPO BES».
6. In de begripsbepaling vervangende leerplicht wordt na «de artikelen 3a of 3b van de LPW» toegevoegd «of de artikelen 8 en 9 van
de LPW BES».
7. In de begripsbepaling verzuim wordt na «artikel 21a van de LPW» ingevoegd «of artikel 33a van de LPW BES».
8. In de begripsbepaling vrijstelling wordt na «de artikelen 5, 5a of 15 van de LPW» toegevoegd «of de artikelen 14 of
27 van de LPW BES».
9. De begripsbepaling WEB BES vervalt.
B
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onderdeel g, wordt «, de WHW en de WEB BES» vervangen door «en
de WHW».
2. In het derde lid, onderdeel c, wordt na «de LPW» ingevoegd «of de LPW BES».
C
In artikel 15, vijfde lid, wordt «eerste tot en met vijfde lid» vervangen door «eerste
tot en met vierde lid».
D
In artikel 16, vierde lid, wordt na «de artikelen 5, 5a of 15 van de LPW» toegevoegd
«of de artikelen 14 of 27 van de LPW BES».
E
In artikel 21, tweede lid, wordt na «de LPW» ingevoegd «of de LPW BES».
F
De artikelen 42, 43 en 44 vervallen.
ARTIKEL XI. WIJZIGING WET STUDIEFINANCIERING BES
De Wet studiefinanciering BES wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de begripsbepaling «afsluitend examen» wordt «artikel 7.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES» vervangen door
«artikel 7.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs».
2. In onderdeel a van de begripsbepaling «beroepsonderwijs» wordt «beroepsonderwijs in de zin van artikel 7.2.6, derde lid, van de Wet educatie
en beroepsonderwijs BES« vervangen door «beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1,
tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs».
3. In onderdeel a van de begripsbepaling «beroepsopleiding» wordt «artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES» vervangen door
«artikel 7.2.7, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs».
4. In de begripsbepaling «opleiding niveau 1 of 2» wordt «artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES» vervangen door «artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a of b, van de Wet educatie
en beroepsonderwijs».
5. In de begripsbepaling «opleiding niveau 3 of 4» wordt «artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c, d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES» vervangen door «artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c, d of e, van de Wet educatie
en beroepsonderwijs».
B
In artikel 2.9, eerste lid, onderdeel c, wordt «de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES» vervangen door «de Wet educatie en beroepsonderwijs».
ARTIKEL XII. WIJZIGING WET SUBSIDIËRING LANDELIJKE ONDERWIJSONDERSTEUNENDE ACTIVITEITEN
2013
In artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende
activiteiten 2013 wordt «, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet educatie
en beroepsonderwijs BES» vervangen door «en de Wet educatie en beroepsonderwijs».
ARTIKEL XIII. WIJZIGING ALGEMENE WET BESTUURSRECHT
In artikel 2 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht, in de zinsnede met betrekking
tot de Wet educatie en beroepsonderwijs, vervalt «1.6.1,» en wordt voor «6.3.2,» ingevoegd
«6.3.1,».
ARTIKEL XIV. WIJZIGING WET INKOMSTENBELASTING BES
De Wet inkomstenbelasting BES wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 8, onderdeel j, wordt «de artikelen 8.1.6a tot en met 8.1.6d, 8.1.6f en
8.1.6i, eerste en tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES» vervangen
door «de artikelen 8.1.5 tot en met 8.1.5c, 8.1.5e en 8.1.6, eerste en tweede lid,
van de Wet educatie en beroepsonderwijs».
B
In artikel 20, derde lid, onderdeel c, onder 2°, wordt «de artikelen 8.1.6a tot en
met 8.1.6d, 8.1.6f en 8.1.6i, eerste en tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES» vervangen door «de artikelen 8.1.5 tot en met 8.1.5c, 8.1.5e en 8.1.6, eerste
en tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs».
ARTIKEL XV. WIJZIGING WET RIJONDERRICHT MOTORRIJTUIGEN 1993
In artikel 7, tweede lid, onderdeel b, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993
wordt «artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs»
vervangen door «artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs».
ARTIKEL XVI. SAMENLOOP MET WET TERUGDRINGEN SCHOOLVERZUIM (KAMERSTUKKEN 36 663)
1.
Indien het bij koninklijke boodschap van 26 november 2024 ingediende voorstel van
wet tot Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband
met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het
beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim) (Kamerstukken 36 663) tot wet wordt verheven en artikel II, onderdeel E, van die wet:
a.
eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, wordt in artikel III van deze
wet na onderdeel B een onderdeel ingevoegd, luidende:
Ba
In artikel 33, zesde lid, wordt «artikel 8.1.6j van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES» vervangen door «artikel 8.1.6a van de Wet educatie en beroepsonderwijs».
b.
later in werking treedt dan artikel III van deze wet, wordt in artikel II, onderdeel
E, van die wet, in het voorgestelde artikel 33, zesde lid, van de Leerplichtwet BES
«artikel 8.1.6j van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES» vervangen door «artikel
8.1.6a van de Wet educatie en beroepsonderwijs».
2.
Indien het bij koninklijke boodschap van 26 november 2024 ingediende voorstel van
wet tot Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband
met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het
beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim) (Kamerstukken 36 663) tot wet wordt verheven en artikel II, onderdeel F, van die wet:
a.
eerder in werking is getreden of treedt dan artikel III, onderdeel C, van deze wet,
wordt deze wet als volgt gewijzigd:
1°. In artikel III, onderdeel C, wordt «Na artikel 33» vervangen door «Na artikel 33a»
en wordt «Artikel 33a» vervangen door «Artikel 33b».
2°. In artikel X, onderdeel A, onder 7, wordt «artikel 33a» vervangen door «artikel 33b».
b.
later in werking treedt dan artikel III, onderdeel C, van deze wet, wordt in artikel
II, onderdeel F, van die wet «Na artikel 33» vervangen door «Na artikel 33a» en wordt
«Artikel 33a» vervangen door «Artikel 33b».
3.
Indien het bij koninklijke boodschap van 26 november 2024 ingediende voorstel van
wet tot Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband
met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het
beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim) (Kamerstukken 36 663) tot wet wordt verheven en artikel III van die wet:
a.
eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, wordt het in artikel I, onderdeel
EE, van deze wet voorgestelde artikel 8.7.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs
als volgt gewijzigd:
a. de onderdelen f tot en met h worden geletterd i tot en met k.
b. na onderdeel e worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:
f. artikel 8.1.6a, tweede lid, onderdeel b, «artikel 21a, derde lid, van de Leerplichtwet
1969» gelezen als «artikel 33, vijfde lid, van de Leerplichtwet BES»
g. artikel 8.1.6b, eerste lid, onderdelen a en b, «artikel 11 van de Leerplichtwet 1969»
gelezen als «artikel 20 van de Leerplichtwet BES».
h. artikel 8.1.6b, tweede lid, «Persoonsgegevens over gezondheid als bedoeld in artikel
4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming, persoonsgegevens
van strafrechtelijke aard als bedoeld in de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming
of persoonsgegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken,»
gelezen als «Persoonsgegevens over gezondheid, godsdienst of levensovertuiging of
strafrechtelijke persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming
persoonsgegevens BES».
b.
later in werking treedt dan artikel I, onderdeel EE, van deze wet, wordt aan artikel
III van die wet een onderdeel toegevoegd, luidende:
D
Artikel 8.7.2 wordt als volgt gewijzigd:
a. de onderdelen f tot en met h worden geletterd i tot en met k.
b. na onderdeel e worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:
f. artikel 8.1.6a, tweede lid, onderdeel b, «artikel 21a, derde lid, van de Leerplichtwet
1969» gelezen als «artikel 33, vijfde lid, van de Leerplichtwet BES»
g. artikel 8.1.6b, eerste lid, onderdelen a en b, «artikel 11 van de Leerplichtwet 1969»
gelezen als «artikel 20 van de Leerplichtwet BES».
h. artikel 8.1.6b, tweede lid, «Persoonsgegevens over gezondheid als bedoeld in artikel
4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming, persoonsgegevens
van strafrechtelijke aard als bedoeld in de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming
of persoonsgegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken,»
gelezen als «Persoonsgegevens over gezondheid, godsdienst of levensovertuiging of
strafrechtelijke persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming
persoonsgegevens BES».
ARTIKEL XVII. SAMENLOOP MET WET VERBETERING AANSLUITING BEROEPSONDERWIJS-ARBEIDSMARKT
(KAMERSTUKKEN 36 670)
1.
Indien het bij koninklijke boodschap van 12 december 2024 ingediende voorstel van
wet tot Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten
in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt
(verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (Kamerstukken 36 670) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel E, van die wet:
a.
eerder in werking is getreden of treedt dan artikel I, onderdeel D, van deze wet,
wordt artikel I van deze wet als volgt gewijzigd:
1°.
In onderdeel B, wordt «artikel 1.5.3, tweede lid» vervangen door «artikel 5.2.3, tweede
lid» en wordt «artikel 1.6.7, tweede lid» vervangen door «artikel 5.3.3, tweede lid».
2°.
In onderdeel D vervallen de artikelen 1.6.5 tot en met 1.6.8.
3°.
Na onderdeel V wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
Va
Aan hoofdstuk 5 wordt een titel toegevoegd, luidende:
TITEL 3. CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 5.3.1. Raad onderwijs arbeidsmarkt Caribisch Nederland
1. Bij ministeriële regeling wordt een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid
zonder winstoogmerk, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld
in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, aangewezen als Raad onderwijs
arbeidsmarkt CN.
2. De statuten en een bestuursreglement van de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN en een
wijziging daarvan behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
3. Artikel 5.2.2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een benoeming of ontslag
van de voorzitter van de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN en diens plaatsvervanger.
4. De artikelen 9, 18, 19, 20, 21, 22 en 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen
zijn van toepassing op de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN.
5. Onze Minister verstrekt de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN binnen het raam van de
door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen subsidie voor de uitoefening
van zijn taken. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is daarbij van toepassing.
Artikel 5.3.2. Wettelijke taken Raad onderwijs arbeidsmarkt Caribisch Nederland
1. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN adviseert een instelling die voornemens is een
nieuwe beroepsopleiding te gaan verzorgen in een openbaar lichaam over het arbeidsmarktperspectief
en de beschikbaarheid van leerbedrijven. Hij kan een dergelijk advies ook uitbrengen
over een reeds bestaande beroepsopleiding in een openbaar lichaam indien hij daartoe
aanleiding ziet. Indien de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN daartoe aanleiding ziet,
zendt hij het advies aan Onze Minister.
2. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN kan voorstellen doen aan de Samenwerkingsorganisatie
beroepsonderwijs bedrijfsleven inzake het ontwikkelen van beroepsopleidingen of onderdelen
daarvan, waaronder keuzedelen, die relevant zijn voor de openbare lichamen en hun
regionale arbeidsmarkt.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen aan de Raad onderwijs arbeidsmarkt
CN andere taken die in het verlengde van zijn huidige taak liggen, worden toegekend
en kunnen nadere regels worden gesteld over zijn inrichting en taakuitoefening, waaronder
de taakverdeling met de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.
4. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN voert geen andere activiteiten uit dan de bij of
krachtens de wet aan hem opgedragen taken.
Artikel 5.3.3. Erkenning leerbedrijven voor de beroepspraktijkvorming in Caribisch
Nederland
1. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN draagt zoveel mogelijk zorg voor een toereikend
aantal leerbedrijven van voldoende kwaliteit in de openbare lichamen.
2. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN erkent op aanvraag een bedrijf of andere organisatie
in een openbaar lichaam als leerbedrijf voor de beroepspraktijkvorming, indien dat
leerbedrijf voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, bedoeld in artikel 5.2.3, eerste
lid.
3. Artikel 5.2.3, derde en vierde lid, is van toepassing op een erkenning van de Raad
onderwijs arbeidsmarkt CN.
4. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN beoordeelt ten minste een maal per vier jaar of
een leerbedrijf in een openbaar lichaam voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.
Artikel 5.3.4. Taakverdeling SBB en ROA CN
1. Een besluit van de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN over erkenning van een leerbedrijf
wordt gelijkgesteld aan een besluit van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs
bedrijfsleven over erkenning van een leerbedrijf als bedoeld in artikel 5.2.3, tweede
lid, en andersom.
2. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs
bedrijfsleven bevorderen een doelmatige werkverdeling en samenwerking tussen beide
organisaties.
b.
later in werking treedt dan artikel I, onderdeel D, van deze wet, wordt artikel I
van die wet als volgt gewijzigd:
1°.
Na onderdeel C wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
Ca
De artikelen 1.6.5 tot en met 1.6.8 vervallen.
2°.
Na onderdeel E, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
Ea
In artikel 5.2.3 (nieuw), tweede lid, wordt «artikel 1.6.7, tweede lid» vervangen
door «artikel 5.3.3, tweede lid».
3°. Na onderdeel O wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
Oa
Aan hoofdstuk 5 wordt een titel toegevoegd, luidende:
TITEL 3. CARIBISCH NEDERLAND
Artikel 5.3.1. Raad onderwijs arbeidsmarkt Caribisch Nederland
1. Bij ministeriële regeling wordt een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid
zonder winstoogmerk, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld
in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, aangewezen als Raad onderwijs
arbeidsmarkt CN.
2. De statuten en een bestuursreglement van de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN en een
wijziging daarvan behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
3. Artikel 5.2.2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een benoeming of ontslag
van de voorzitter van de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN en diens plaatsvervanger.
4. De artikelen 9, 18, 19, 20, 21, 22 en 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen
zijn van toepassing op de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN.
5. Onze Minister verstrekt de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN binnen het raam van de
door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen subsidie voor de uitoefening
van zijn taken. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is daarbij van toepassing.
Artikel 5.3.2. Wettelijke taken Raad onderwijs arbeidsmarkt Caribisch Nederland
1. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN adviseert een instelling die voornemens is een
nieuwe beroepsopleiding te gaan verzorgen in een openbaar lichaam over het arbeidsmarktperspectief
en de beschikbaarheid van leerbedrijven. Hij kan een dergelijk advies ook uitbrengen
over een reeds bestaande beroepsopleiding in een openbaar lichaam indien hij daartoe
aanleiding ziet. Indien de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN daartoe aanleiding ziet,
zendt hij het advies aan Onze Minister.
2. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN kan voorstellen doen aan de Samenwerkingsorganisatie
beroepsonderwijs bedrijfsleven inzake het ontwikkelen van beroepsopleidingen of onderdelen
daarvan, waaronder keuzedelen, die relevant zijn voor de openbare lichamen en hun
regionale arbeidsmarkt.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen aan de Raad onderwijs arbeidsmarkt
CN andere taken die in het verlengde van zijn huidige taak liggen, worden toegekend
en kunnen nadere regels worden gesteld over zijn inrichting en taakuitoefening, waaronder
de taakverdeling met de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.
4. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN voert geen andere activiteiten uit dan de bij of
krachtens de wet aan hem opgedragen taken.
Artikel 5.3.3. Erkenning leerbedrijven voor de beroepspraktijkvorming in Caribisch
Nederland
1. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN draagt zoveel mogelijk zorg voor een toereikend
aantal leerbedrijven van voldoende kwaliteit in de openbare lichamen.
2. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN erkent op aanvraag een bedrijf of andere organisatie
in een openbaar lichaam als leerbedrijf voor de beroepspraktijkvorming, indien dat
leerbedrijf voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, bedoeld in artikel 5.2.3, eerste
lid.
3. Artikel 5.2.3, derde en vierde lid, is van toepassing op een erkenning van de Raad
onderwijs arbeidsmarkt CN.
4. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN beoordeelt ten minste een maal per vier jaar of
een leerbedrijf in een openbaar lichaam voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.
Artikel 5.3.4. Taakverdeling SBB en ROA CN
1. Een besluit van de Raad onderwijs arbeidsmarkt CN over erkenning van een leerbedrijf
wordt gelijkgesteld aan een besluit van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs
bedrijfsleven over erkenning van een leerbedrijf als bedoeld in artikel 5.2.3, tweede
lid, en andersom.
2. De Raad onderwijs arbeidsmarkt CN en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs
bedrijfsleven bevorderen een doelmatige werkverdeling en samenwerking tussen beide
organisaties.
c. eerder in werking is getreden of treedt dan artikel II, onderdeel V, van deze wet,
wordt in artikel II, onderdeel V, van deze wet «artikel 1.6.5 WEB» vervangen door
«artikel 5.3.2 WEB».
d. later in werking treedt dan artikel II, onderdeel V, van deze wet, wordt in artikel
XII van die wet, na onderdeel E een onderdeel ingevoegd, luidende:
Ea
In artikel 11.1 wordt «Raad onderwijs arbeidsmarkt CN, bedoeld in artikel 1.6.5 WEB»
vervangen door «Raad onderwijs arbeidsmarkt CN, bedoeld in artikel 5.3.2 WEB».
2. Indien het bij koninklijke boodschap van 12 december 2024 ingediende voorstel van
wet tot Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten
in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt
(verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (Kamerstukken 36 670) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdelen RR tot en met VV, van die
wet:
a. eerder in werking zijn getreden of treden dan artikel I, onderdelen II, JJ en KK,
van deze wet wordt artikel I van deze wet als volgt gewijzigd:
1°. In onderdeel II wordt, in de aanhef en in het opschrift van het voorgestelde artikel
10.2, «Artikel 10.2» vervangen door «Artikel 1.3.11» en wordt «1.4.1, 1.4a.1, respectievelijk
6.3.1» vervangen door «1.4a.1, 6.3.1, respectievelijk 11.1.1».
2°. In onderdeel JJ wordt «hoofdstuk 11» vervangen door «hoofdstuk 10».
3°. In onderdeel KK wordt in de aanhef «hoofdstuk 11» vervangen door «hoofdstuk 10».
4°. In onderdeel KK wordt in het opschrift van het voorgestelde artikel 11.3 «Artikel
11.3» vervangen door «artikel 10.3».
5°. In onderdeel KK wordt in het tweede lid van het voorgestelde artikel 11.3 «artikel
11.2, tweede lid» vervangen door «artikel 10.2, tweede lid».
6°. In onderdeel NN wordt in het voorgestelde artikel 13.2.10 in het tweede lid «artikel
11.1» vervangen door «artikel 10.1» en wordt in het derde lid «artikel 11.2 in samenhang
met artikel 11.3» vervangen door «artikel 10.2 in samenhang met artikel 10.3».
b. later in werking treden dan artikel I, onderdelen II, JJ en KK, van deze wet, wordt
artikel I van die wet als volgt gewijzigd:
1°. Onderdeel RR komt te luiden:
RR
In artikel 10.2 wordt «1.4.1, 1.4a.1, respectievelijk 6.3.1» vervangen door «1.4a.1,
6.3.1, respectievelijk 11.1.1».
2°. De onderdelen TT en UU komen te luiden:
TT
Hoofdstuk 10 komt te luiden:
HOOFDSTUK 10. SANCTIES
TITEL 1. INHOUDEN EN OPSCHORTEN BEKOSTIGING; STRAFBEPALING
TITEL 2. CARIBISCH NEDERLAND
UU
De artikelen 11.1 en 11.2 worden vernummerd tot artikelen 10.1 en 10.2 en worden geplaatst
in hoofdstuk 10, titel 1. Artikel 11.3 wordt vernummerd tot artikel 10.3 en wordt
geplaatst in hoofdstuk 10, titel 2.
3°.
Na onderdeel VV wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
VVa
In artikel 10.3 (nieuw), tweede lid, wordt «artikel 11.2, tweede lid» vervangen door
«artikel 10.2, tweede lid».
4°.
Na onderdeel XX wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
XXa
Artikel 13.2.10 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt «artikel 11.1» vervangen door «artikel 10.1».
2. In het derde lid wordt «artikel 11.2 in samenhang met artikel 11.3» vervangen door
«artikel 10.2 in samenhang met artikel 10.3».
3. Indien het bij koninklijke boodschap van 12 december 2024 ingediende voorstel van
wet tot Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten
in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt
(verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (Kamerstukken 36 670) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel WW, van die wet:
a. eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet wordt artikel I van deze wet
als volgt gewijzigd:
1°. In onderdeel Y wordt «artikel 6.2.3b, derde lid» vervangen door «artikel 11.1.19,
tweede lid».
2°. Na onderdeel KK worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:
KKa
Artikel 11.1.2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b komt te luiden:
b. artikel 6.1.2a;.
2. Onderdeel e komt te luiden:
e. de artikelen 8.0.0 en 8.2.1;.
KKb
In artikel 11.1.11, vierde lid, wordt «artikel 6.1.3a, eerste lid, onderdeel c» vervangen
door «artikel 8.0.0, eerste lid, onderdeel c».
KKc
In artikel 11.1.13 wordt na «de artikelen 1.3.8, 1.3.9,» ingevoegd «1.6.4,».
b. later in werking treedt dan artikel I, onderdelen C en W, van deze wet, wordt artikel
I, onderdeel WW, van die wet, als volgt gewijzigd:
1°. In het voorgestelde artikel 11.1.2, eerste lid, komt onderdeel b te luiden:
b. artikel 6.1.2a;.
2°. In het voorgestelde artikel 11.1.2, eerste lid, komt onderdeel e te luiden:
e. de artikelen 8.0.0 en 8.2.1;.
3°. In het voorgestelde artikel 11.1.11, vierde lid, wordt «artikel 6.1.3a, eerste lid,
onderdeel c» vervangen door «artikel 8.0.0, eerste lid, onderdeel c».
4°. In het voorgestelde artikel 11.1.13 wordt na «de artikelen 1.3.8, 1.3.9,» ingevoegd
«1.6.4,».
5°. In het voorgestelde artikel 11.1.19, tweede lid, wordt «Artikel 1.6.1» vervangen
door «Artikel 6.3.1».
4. Indien het bij koninklijke boodschap van 12 december 2024 ingediende voorstel van
wet tot Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten
in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt
(verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (Kamerstukken 36 670) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdelen XX en YY, van die wet:
a. eerder in werking zijn getreden of treden dan artikel I, onderdeel MM, van deze wet,
wordt artikel I, van deze wet als volgt gewijzigd:
1°. Na onderdeel LL wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
LLa
Artikel 12.2.6 wordt vernummerd tot artikel 13.2.4 en wordt geplaatst in hoofdstuk
13, titel 2 (nieuw), na artikel 13.2.3.
2°. Aan het slot van onderdeel NN wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:
Paragraaf 3. Overgangsrecht Wet van ... tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs
en een aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het
beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt)
(Stb. 20##, ###)
Artikel 13.2.12. Overgangsrecht onderwijstijd Wet verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt
1. In afwijking van artikel 7.2.7, derde tot en met achtste lid, kan het bevoegd gezag
besluiten om in het studiejaar 2026–2027 voor een beroepsopleiding toepassing te geven
aan artikel 7.2.7, derde tot en achtste lid, zoals die leden luidden op 31 juli 2026,
respectievelijk aan artikel 7.2.6, derde tot en met achtste lid, van de Wet educatie
en beroepsonderwijs BES, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit
artikel.
2. Voor een groep studenten die voor 1 augustus 2026 reeds met de beroepsopleiding is
gestart, kan het bevoegd gezag besluiten om artikel 7.2.7, derde tot en met achtste
lid, zoals die leden luidden op 31 juli 2026, toe te blijven passen.
3. Voor een groep studenten in een openbaar lichaam die voor het moment van inwerkingtreding
van dit artikel reeds met de beroepsopleiding is gestart, kan het bevoegd gezag besluiten
om artikel 7.2.6, derde tot en met achtste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit artikel, toe te blijven
passen.
Artikel 13.2.13. Overgangsrecht onderwijstijd doorlopende leerroute en geïntegreerde
leerroute Wet verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt
1. In afwijking van de artikelen 9.1.10 en 9.1.11, en de artikelen 2.107h en 2.107i
van de Wet voortgezet onderwijs 2020 kan het bevoegd gezag besluiten om in het studiejaar
2026–2027 voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo toepassing te geven aan de artikelen
9.1.10 en 9.1.11 en de artikelen 2.107h en 2.107i van de Wet voortgezet onderwijs
2020 zoals die luidden op 31 juli 2026.
2. Voor een groep leerlingen en een groep studenten van een doorlopende leerroute vmbo-mbo
die voor 1 augustus 2026 reeds met die leerroute is gestart, kan het bevoegd gezag
samen met het bevoegd gezag van de school besluiten om de artikelen 9.1.10 en 9.1.11
en de artikelen 2.107h en 2.107i van de Wet voortgezet onderwijs 2020 zoals die luidden
op 31 juli 2026 toe te blijven passen.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een route als bedoeld
in de artikelen 9.1.17, 9.1.18, 9.1.19 en 11.1.15.
Artikel 13.2.14. Omzetting besluit niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs
1. Het besluit van Onze Minister op grond van artikel 1.4.1, eerste lid, onderscheidenlijk
lid 1a, zoals die luidden op 31 juli 2026, op grond waarvan aan de met goed gevolg
afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding, een diploma
als bedoeld in artikel 7.4.6 of een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 is verbonden,
geldt als een erkenning verleend op grond van artikel 11.1.1 voor de desbetreffende
leerweg, tenzij dat besluit op 1 augustus 2026 niet meer geldig zou zijn geweest.
Daarbij geldt een besluit dat op grond van genoemd artikel 1.4.1, lid 1a, is genomen
ten aanzien van een andere leerweg dan de leerwegen bedoeld in het eerste lid van
dat artikel, als een erkenning verleend op grond van artikel 11.1.1 voor de loopbaanbegeleidende
leerweg.
2. Indien bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, toepassing is gegeven aan artikel
1.4.1, derde lid, zoals dat luidde op 31 juli 2026, en de in dat lid bedoelde periode
van anderhalf jaar op 1 augustus 2026 nog niet verstreken is, wordt het besluit beschouwd
als een tijdelijke erkenning voor de resterende duur van die periode van anderhalf
jaar. Artikel 11.1.7, eerste en tweede lid, is niet van toepassing. De artikelen 11.1.7,
derde lid, 11.1.8, eerste en tweede lid, en 11.1.9, tweede lid, zijn van overeenkomstige
toepassing.
3. Een erkenning van Onze Minister op grond van artikel 1.4.1, eerste onderscheidenlijk
negende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES zoals die leden luidden op
de dag voor inwerkingtreding van dit artikel, geldt als een erkenning verleend op
grond van artikel 11.1.1 voor de desbetreffende leerweg, tenzij dat besluit op het
moment van inwerkingtreding van dit artikel niet meer geldig zou zijn geweest. Daarbij
geldt een erkenning op grond van genoemd artikel 1.4.1, negende lid, van de Wet educatie
en beroepsonderwijs BES is genomen ten aanzien van een andere leerweg dan de leerwegen
bedoeld in het eerste lid van dat artikel, als een erkenning verleend op grond van
artikel 11.1.1 voor de loopbaanbegeleidende leerweg.
Artikel 13.2.15. Omzetting lopende aanvragen tot besluit niet uit ’s Rijks kas bekostigd
beroepsonderwijs
1. Aanvragen voor een besluit van Onze Minister op grond van artikel 1.4.1, eerste lid
onderscheidenlijk lid 1a, zoals dat artikel luidde op 31 juli 2026, om aan de met
goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding in
de beroepsopleidende leerweg of in de beroepsbegeleidende leerweg onderscheidenlijk
in een andere leerweg, een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of een certificaat
als bedoeld in artikel 7.2.3 te verbinden, waarop op 1 augustus 2026 nog niet definitief
is beslist, worden aangemerkt als te zijn ingediend op grond van artikel 11.1.1 voor
de betreffende beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg, beroepsbegeleidende
leerweg onderscheidenlijk loopbaanbegeleidende leerweg.
2. Aanvragen voor een erkenning van Onze Minister op grond van artikel 1.4.1, eerste
of negende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, waarop op het moment
van inwerkingtreding van dit artikel nog niet definitief is beslist, worden aangemerkt
als te zijn ingediend op grond van artikel 11.1.1 voor de betreffende beroepsopleiding
in de beroepsopleidende leerweg, beroepsbegeleidende leerweg onderscheidenlijk loopbaanbegeleidende
leerweg.
3. Artikel 11.1.10 is niet van toepassing op een aanvraag als bedoeld in het eerste
en tweede lid.
Artikel 13.2.16. Voortzetting volgen van een deel van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde
beroepsopleiding
1. Indien het bevoegd gezag en een student zijn overeengekomen dat de student slechts
een onderdeel zal volgen van de beroepsopleiding als bedoeld in artikel 1.4.1, lid
1c, zoals dat artikel luidde op 31 juli 2026, en die overeenkomst nog geldig is op
dat tijdstip, geldt die overeenkomst vanaf 1 augustus 2026 als een overeenkomst dat
de student slechts dit deel volgt, als bedoeld in artikel 11.1.11, eerste lid, indien
die overeenkomst vanaf dat tijdstip geldig zou zijn geweest.
2. Ten aanzien van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid is artikel 11.1.11,
zevende lid, niet van toepassing.
Artikel 13.2.17. Overgangsrecht toezicht, handhaving en sancties
1. Besluiten die in het kader van toezicht en handhaving, besluiten in de zin van Hoofdstuk
5 van de Algemene wet bestuursrecht daaronder begrepen, zijn genomen op basis van
deze wet zoals deze luidde voor het moment van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
YY, van de Wet van ... tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een
aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs
op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (Stb. 20##, ###) worden met ingang van die inwerkingtreding verondersteld te zijn genomen
op basis van deze wet zoals deze nadien is komen te luiden. Niettemin worden de uit
die besluiten voortgekomen procedures en handhavingstrajecten, alsmede de behandeling
van bezwaar- en (hoger) beroepschriften, afgewikkeld volgens het materiële recht zoals
dat ten tijde van het betreffende besluit gold, tenzij de toepassing daarvan tot een
onevenredige uitkomst leidt.
2. Op besluiten zoals bedoeld in het eerste lid, die zijn genomen na het moment van
inwerkingtreding van artikel I, onderdeel YY, van de Wet van ... tot wijziging van
de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met het
verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering
aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (Stb. 20##, ###) is uitsluitend deze wet van toepassing zoals deze vanaf die datum is komen
te luiden, ook al ziet een dergelijk besluit op handelingen en gebeurtenissen van
voor die inwerkingtreding.
Artikel 13.2.18. Vervalbepaling paragraaf 3
Deze paragraaf vervalt met ingang van 1 januari 2034.
b.
later in werking treedt dan artikel I, onderdeel MM, van deze wet, wordt artikel I
van die wet als volgt gewijzigd:
1°.
In onderdeel XX wordt «artikel 12.2.5» vervangen door «artikel 13.2.3» en wordt «artikel
12.2.6» vervangen door «artikel 13.2.4».
2°.
Onderdeel YY komt te luiden:
YY
Aan hoofdstuk 13, titel 2, wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:
Paragraaf 3. Overgangsrecht Wet van ... tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs
en een aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het
beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt)
(Stb. 20##, ###)
Artikel 13.2.12. Overgangsrecht onderwijstijd Wet verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt
1. In afwijking van artikel 7.2.7, derde tot en met achtste lid, kan het bevoegd gezag
besluiten om in het studiejaar 2026–2027 voor een beroepsopleiding toepassing te geven
aan artikel 7.2.7, derde tot en met achtste lid, zoals die leden luidden op 31 juli
2026, respectievelijk aan artikel 7.2.6, derde tot en met achtste lid, van de Wet
educatie en beroepsonderwijs BES, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding
van dit artikel.
2. Voor een groep studenten die voor 1 augustus 2026 reeds met de beroepsopleiding is
gestart, kan het bevoegd gezag besluiten om artikel 7.2.7, derde tot en met achtste
lid, zoals die leden luidden op 31 juli 2026, toe te blijven passen.
3. Voor een groep studenten in een openbaar lichaam die voor het moment van inwerkingtreding
van dit artikel reeds met de beroepsopleiding is gestart, kan het bevoegd gezag besluiten
om artikel 7.2.6, derde tot en met achtste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit artikel, toe te blijven
passen.
Artikel 13.2.13. Overgangsrecht onderwijstijd doorlopende leerroute en geïntegreerde
leerroute Wet verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt
1. In afwijking van de artikelen 9.1.10 en 9.1.11, en de artikelen 2.107h en 2.107i
van de Wet voortgezet onderwijs 2020 kan het bevoegd gezag besluiten om in het studiejaar
2026–2027 voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo toepassing te geven aan de artikelen
9.1.10 en 9.1.11 en de artikelen 2.107h en 2.107i van de Wet voortgezet onderwijs
2020 zoals die luidden op 31 juli 2026.
2. Voor een groep leerlingen en een groep studenten van een doorlopende leerroute vmbo-mbo
die voor 1 augustus 2026 reeds met die leerroute is gestart, kan het bevoegd gezag
samen met het bevoegd gezag van de school besluiten om de artikelen 9.1.10 en 9.1.11
en de artikelen 2.107h en 2.107i van de Wet voortgezet onderwijs 2020 zoals die luidden
op 31 juli 2026 toe te blijven passen.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een route als bedoeld
in de artikelen 9.1.17, 9.1.18, 9.1.19 en 11.1.15.
Artikel 13.2.14. Omzetting besluit niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs
1. Het besluit van Onze Minister op grond van artikel 1.4.1, eerste lid, onderscheidenlijk
lid 1a, zoals die luidden op 31 juli 2026, op grond waarvan aan de met goed gevolg
afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding, een diploma
als bedoeld in artikel 7.4.6 of een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 is verbonden,
geldt als een erkenning verleend op grond van artikel 11.1.1 voor de desbetreffende
leerweg, tenzij dat besluit op 1 augustus 2026 niet meer geldig zou zijn geweest.
Daarbij geldt een besluit dat op grond van genoemd artikel 1.4.1, lid 1a, is genomen
ten aanzien van een andere leerweg dan de leerwegen bedoeld in het eerste lid van
dat artikel, als een erkenning verleend op grond van artikel 11.1.1 voor de loopbaanbegeleidende
leerweg.
2. Indien bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, toepassing is gegeven aan artikel
1.4.1, derde lid, zoals dat luidde op 31 juli 2026, en de in dat lid bedoelde periode
van anderhalf jaar op 1 augustus 2026 nog niet verstreken is, wordt het besluit beschouwd
als een tijdelijke erkenning voor de resterende duur van die periode van anderhalf
jaar. Artikel 11.1.7, eerste en tweede lid, is niet van toepassing. De artikelen 11.1.7,
derde lid, 11.1.8, eerste en tweede lid, en 11.1.9, tweede lid, zijn van overeenkomstige
toepassing.
3. Een erkenning van Onze Minister op grond van artikel 1.4.1, eerste onderscheidenlijk
negende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES zoals die leden luidden op
de dag voor inwerkingtreding van dit artikel, geldt als een erkenning verleend op
grond van artikel 11.1.1 voor de desbetreffende leerweg, tenzij dat besluit op het
moment van inwerkingtreding van dit artikel niet meer geldig zou zijn geweest. Daarbij
geldt een erkenning op grond van genoemd artikel 1.4.1, negende lid, van de Wet educatie
en beroepsonderwijs BES ten aanzien van een andere leerweg dan de leerwegen bedoeld
in het eerste lid van dat artikel, als een erkenning op grond van artikel 11.1.1 voor
de loopbaanbegeleidende leerweg.
Artikel 13.2.15. Omzetting lopende aanvragen tot besluit niet uit ’s Rijks kas bekostigd
beroepsonderwijs
1. Aanvragen voor een besluit van Onze Minister op grond van artikel 1.4.1, eerste lid
onderscheidenlijk lid 1a, zoals dat artikel luidde op 31 juli 2026, om aan de met
goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding in
de beroepsopleidende leerweg of in de beroepsbegeleidende leerweg onderscheidenlijk
in een andere leerweg, een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of een certificaat
als bedoeld in artikel 7.2.3 te verbinden, waarop op 1 augustus 2026 nog niet definitief
is beslist, worden aangemerkt als te zijn ingediend op grond van artikel 11.1.1 voor
de betreffende beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg, beroepsbegeleidende
leerweg onderscheidenlijk loopbaanbegeleidende leerweg.
2. Aanvragen voor een erkenning van Onze Minister op grond van artikel 1.4.1, eerste
of negende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, waarop op het moment
van inwerkingtreding van dit artikel nog niet definitief is beslist, worden aangemerkt
als te zijn ingediend op grond van artikel 11.1.1 voor de betreffende beroepsopleiding
in de beroepsopleidende leerweg, beroepsbegeleidende leerweg onderscheidenlijk loopbaanbegeleidende
leerweg.
3. Artikel 11.1.10 is niet van toepassing op een aanvraag als bedoeld in het eerste
en tweede lid.
Artikel 13.2.16. Voortzetting volgen van een deel van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde
beroepsopleiding
1. Indien het bevoegd gezag en een student zijn overeengekomen dat de student slechts
een onderdeel zal volgen van de beroepsopleiding als bedoeld in artikel 1.4.1, lid
1c, zoals dat artikel luidde op 31 juli 2026, en die overeenkomst nog geldig is op
dat tijdstip, geldt die overeenkomst vanaf 1 augustus 2026 als een overeenkomst dat
de student slechts dit deel volgt, als bedoeld in artikel 11.1.11, eerste lid, indien
die overeenkomst vanaf dat tijdstip geldig zou zijn geweest.
2. Ten aanzien van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid is artikel 11.1.11,
zevende lid, niet van toepassing.
Artikel 13.2.17. Overgangsrecht toezicht, handhaving en sancties
1. Besluiten die in het kader van toezicht en handhaving, besluiten in de zin van Hoofdstuk
5 van de Algemene wet bestuursrecht daaronder begrepen, zijn genomen op basis van
deze wet zoals deze luidde voor het moment van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
YY, van de Wet van ... tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een
aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs
op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (Stb. 20##, ###) worden met ingang van die inwerkingtreding verondersteld te zijn genomen
op basis van deze wet zoals deze nadien is komen te luiden. Niettemin worden de uit
die besluiten voortgekomen procedures en handhavingstrajecten, alsmede de behandeling
van bezwaar- en (hoger) beroepschriften, afgewikkeld volgens het materiële recht zoals
dat ten tijde van het betreffende besluit gold, tenzij de toepassing daarvan tot een
onevenredige uitkomst leidt.
2. Op besluiten zoals bedoeld in het eerste lid, die zijn genomen na het moment van
inwerkingtreding van artikel I, onderdeel YY, van de Wet van ... tot wijziging van
de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met het
verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering
aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (Stb. 20##, ###) is uitsluitend deze wet van toepassing zoals deze vanaf die datum is komen
te luiden, ook al ziet een dergelijk besluit op handelingen en gebeurtenissen van
voor die inwerkingtreding.
Artikel 13.2.18. Vervalbepaling paragraaf 3
Deze paragraaf vervalt met ingang van 1 januari 2034.
5.
Indien het bij koninklijke boodschap van 12 december 2024 ingediende voorstel van
wet tot Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten
in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt
(verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (Kamerstukken 36 670) tot wet is of wordt verheven en artikel IX van die wet:
a. eerder in werking is getreden of treedt dan artikel VII van deze wet, komt artikel
VII, onderdeel B, onder 3, te luiden:
3. In onderdeel d vervallen de zinsneden «en de artikelen 6.2.2, 6.2.2a, 6.2.3, 6.2.4
en 6.3.1 in samenhang met artikel 6.2.4, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES» en «en de artikelen 6.2.1, 6.2.2, 6.2.2a, 6.2.4, 6.2.6 en 6.3.1 in samenhang
met de artikelen 6.2.4, eerste lid, en 6.2.6, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
BES».
b.
later in werking treedt dan artikel VII van deze wet, wordt vervallen in artikel IX,
onderdeel B, onder 2, van die wet de zinsneden «en de artikelen 6.2.2, 6.2.2a, 6.2.3,
6.2.4 en 6.3.1 in samenhang met artikel 6.2.4, tweede lid, van de Wet educatie en
beroepsonderwijs BES» en «en de artikelen 6.2.1, 6.2.2, 6.2.2a, 6.2.4, 6.2.6 en 6.3.1
in samenhang met de artikelen 6.2.4, eerste lid, en 6.2.6, van de Wet educatie en
beroepsonderwijs BES».
6. Indien het bij koninklijke boodschap van 12 december 2024 ingediende voorstel van
wet tot Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten
in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt
(verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (Kamerstukken 36 670) tot wet is of wordt verheven en artikel XII, onderdeel D, van die wet:
a. eerder in werking treedt dan artikel II, onderdeel P, van deze wet, komt artikel
II, onderdeel P, van deze wet te luiden:
P
In artikel 2.109a, tweede en derde lid, vervalt «of instelling als bedoeld in artikel
1.4.1, eerste lid, WEB BES».
b. later in werking treedt dan artikel II, onderdeel P, van deze wet, komt artikel XII,
onderdeel D, van die wet te luiden:
D
In artikel 2.109a, tweede en derde lid, wordt «instelling als bedoeld in artikel 1.4.1,
eerste lid, WEB» vervangen door «aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs
als bedoeld in artikel 1.1.1 WEB».
ARTIKEL XVIII. SAMENLOOP WET PLANMATIGE AANPAK ONDERWIJSHUISVESTING (KAMERSTUKKEN
36 692)
Indien het bij koninklijke boodschap van 27 januari 2025 ingediende voorstel van wet
tot Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak
van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige
aanpak onderwijshuisvesting) (Kamerstukken 36 692) tot wet wordt verheven en die wet eerder in werking is getreden of treedt dan deze
wet, wordt in artikel II, onderdeel CC, «artikel 11.57, tweede lid, onderdeel d» vervangen
door «artikel 11.57, derde lid, onderdeel d».
ARTIKEL XIX. INTREKKING DIVERSE WETTEN
De volgende wetten worden ingetrokken:
a. de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;
b. de Wet sociale kanstrajecten jongeren BES;
c. de Wet van 1 juli 1998 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en enkele
andere onderwijswetten in verband met decentralisatie van de wachtgelduitgaven (Regeling
decentralisatie wachtgelduitgaven bve) (Stb. 1998, 431);
d. de Wet van 6 oktober 1999 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs,
de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met
enkele maatregelen ter verbetering van het functioneren van het vervangingsfonds en
het participatiefonds (regeling verbetering functioneren vervangings- en participatiefonds)
(Stb. 1999, 445);
e. de Wet van 11 maart 2004 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en
de Wet op het onderwijstoezicht met het oog op verbetering van de kwaliteit van examens
van beroepsopleidingen (Stb. 2004, 138);
f. de Wet van 29 april 2004 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs in
verband met verbeteringen van uiteenlopende, voornamelijk uitvoeringstechnische aard
(technische herziening WEB) (Stb. 2004, 216);
g. de Wet van 12 maart 2009 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake
colleges van bestuur en raden van toezicht (Stb. 2009, 151);
h. de Wet van 10 april 2008 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de
Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
en de Les- en cursusgeldwet in verband met regeling in de Wet educatie en beroepsonderwijs
van een minimumomvang van het in instellingstijd verzorgde onderwijsprogramma (850
urennorm) (Stb. 2008, 140);
i. de Wet van 12 maart 2009 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake
colleges van bestuur en raden van toezicht (Stb. 2009, 151);
j. de Wet van 7 november 2011 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs
inzake de beroepsgerichte kwalificatiestructuur (Stb. 2011, 560);
k. De Wet van 8 maart 2012 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet
op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs
en de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank in verband met het gebruik van het
persoonsgebonden nummer bij onder meer de uitwisseling van leer- en begeleidingsgegevens
van leerlingen (Stb. 2012, 157);
l. de Wet van 13 september 2012 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs
inzake voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en overige educatie (Stb. 2012, 450);
m. de Wet van 16 april 2015 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs
inzake overgang van de wettelijke taken van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
naar de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven (Stb. 2015, 170);
n. de Wet van 5 oktober 2016, houdende wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs
en enkele andere wetten ter invoering van een vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht
tot het beroepsonderwijs (Stb. 2016, 362);
o. de Wet van 25 januari 2017 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs
inzake aanscherping van de eisen met betrekking tot examencommissies in het middelbaar
beroepsonderwijs en een technische aanpassing (Stb. 2017, 43).
ARTIKEL XX. INWERKINGTREDING
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Artikel 7.4.11 van de Wet educatie en beroepsonderwijs treedt, wat betreft de examens
van de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II, in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.