Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de voortgangsrapportage Hersteloperatie toeslagen over de periode mei - augustus 2025 (21e VGR)(Kamerstuk 36 708-58)
2025D51834 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 12 december 2025 enkele vragen en opmerkingen
aan de Staatssecretaris van Financiën – Herstel en Toeslagen voorgelegd over de op
17 oktober 2025 toegezonden brief inzake de voortgangsrapportage van de hersteloperatie
toeslagen over de periode mei-augustus 2025 (Kamerstuk 36 708, nr. 58) en de op 11 november 2025 toegezonden brief inzake de openstelling van het informatie-
en aanmeldportaal MijnHerstel (Kamerstuk 36 708, nr. 59).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Lee
Adjunct-griffier van de commissie,
Lips
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de 21e voortgangsrapportage Toeslagen. Ze hebben nog meerdere vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van de financiële compensatie van gedupeerden
van de kinderopvangtoeslag dat naar verwachting de UHT eind 2025 alle integrale beoordelingen
heeft gedaan. Uitzondering hierop zijn de ouders die moeilijk of niet kunnen worden
bereikt, de afronding van deze groep loopt door in 2026. Hoe wordt geborgd dat de
afronding van integrale beoordelingen in 2026 niet leidt tot nieuwe vertragingen voor
moeilijk bereikbare ouders?
Deze leden lezen ook dat circa 97 procent van de aangemelde ouders eind augustus uitkomst
heeft van de integrale beoordeling. Welke verklaring is er voor het feit dat drie
procent van de ouders nog in behandeling is, ondanks eerdere toezeggingen over afronding?
De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van het bezwaarproces dat de UHT tot
en met 31 augustus 2025 over alle regelingen in totaal 18.115 bezwaarschriften heeft
ontvangen. Hoe gaat de UHT om met de stijging naar 18.115 bezwaren en welke structurele
maatregelen worden genomen om deze instroom te beperken? Het percentage van ouders
dat in bezwaar ging tegen de integrale beoordeling is gedaald van 24 procent naar
17 procent. Welke concrete verbeteringen hebben geleid tot deze daling en hoe wordt
dit percentage verder teruggebracht?
De leden van de VVD-fractie lezen dat er nauw overleg blijft plaatsvinden met de BAC
om de capaciteit en de versnelling te monitoren en indien nodig aanvullende maatregelen
te nemen. Welke aanvullende maatregelen heeft het kabinet in overweging? Wat zou dat
dan betekenen voor de doorlooptijden?
De leden van de VVD-fractie waren in de veronderstelling dat hybride insourcing een
oplossing zou zijn voor de capaciteitstekorten bij de bezwaarafhandeling. Deze leden
stellen vast dat er verstoringen en vertragingen zijn en dat een evaluatie nog niet
mogelijk is. Kan het kabinet desalniettemin inzicht geven in de resultaten tot nu
toe?
De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van de aanvullende schade dat het gemiddelde
uitgekeerde bedrag via SGH 72.937 euro bedraagt, terwijl via de CWS gemiddeld 26.000 euro
wordt uitgekeerd. Hoe verklaart het kabinet deze grote verschillen in uitgekeerde
bedragen tussen SGH en de CWS en hoe wordt rechtsgelijkheid gewaarborgd?
De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van de schuldenaanpak dat sinds de start
van de schuldenaanpak er circa 1 miljard euro aan schulden bij de overheid is kwijtgescholden.
Hoe wordt gecontroleerd dat kwijtschelding van publieke schulden correct en volledig
plaatsvindt, gezien de omvang van 1 miljard euro?
Ondanks de communicatie via brieven en webinars, zijn er signalen dat ouders verrast
worden door hun schulden of door de brieven die zij ontvangen. Welke maatregelen neemt
het kabinet om deze communicatieproblemen structureel op te lossen?
De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van de ondersteuning dat de commissie
Van Dam adviseerde om intensieve begeleiding te organiseren voor gezinnen die de regie
kwijt zijn geraakt. Hoeveel gezinnen hebben inmiddels gebruikgemaakt van deze intensieve
begeleiding en hoe wordt het succes gemeten?
De leden van de VVD-fractie hebben kennis genomen van het vooronderzoek Landelijk
Steunpunt voor Toeslagengedupeerden. Welke vervolgstappen worden overwogen? Wat is
hiervoor de planning? Welke budgettaire gevolgen heeft de oprichting en operationalisering
van een dergelijk steunpunt? Hoe verhoudt een dergelijk steunpunt zich tot de brede
ondersteuning door gemeenten?
De leden van de VVD-fractie begrijpen uit het rapport van Divosa dat gemeenten die
iets willen stopzetten, zich richten op het terugdringen van materiele beschikkingen.
Deze leden vragen het kabinet hierop een reactie te geven. Daarnaast vragen gemeenten
om heldere kaders, uniforme richtlijnen en een concrete einddatum. Kan het kabinet
de eerste bevindingen van de aangestelde kwartiermaker met de Kamer delen?
De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van organisatie en financiën dat de
feitelijke bezetting binnen de UHT per eind augustus 1.909 FTE is en dit een daling
ten opzichte van 2.280 FTE in mei is. Hoe wordt voorkomen dat deze daling in bezetting
leidt tot vertraging in de afhandeling van dossiers?
De UHT heeft geconstateerd dat er onterecht uitbetalingen vanuit de kindregeling zijn
gedaan aan stiefkinderen, voor een totaalbedrag van 972.000 euro, zo constateren deze
leden. Welke maatregelen worden genomen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen
en hoe wordt hierover gerapporteerd aan de Kamer?
De leden van de VVD-fractie lezen dat binnen de totale raming een herschikking heeft
plaatsgevonden, waarbij middelen die niet benodigd zijn door een bijstelling van het
geraamde aantal gedupeerde ouders toegevoegd zijn aan de reservering voor de brede
ondersteuning (totaal 281 miljoen euro). Kan het kabinet onderbouwen waarom deze reservering
juist nu moet worden verhoogd? Wat is de totale reservering voor brede ondersteuning?
Hoe heeft dit budget zich ontwikkeld over de afgelopen jaren? Worden of zijn deze
bedragen via de SPUK beschikbaar gesteld aan gemeenten? Zijn/worden deze bedragen
volledig besteed?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de Groenlinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de toegestuurde stukken.
Deze leden zien in dat het kabinet voortgang maakt met de Hersteloperatie Toeslagen.
Toch willen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie de Staatssecretaris oproepen om
oog te houden voor wat gedupeerden dagelijks meemaken. De papieren werkelijkheid van
kwantitatieve voortgangsrapportages en brieven komt namelijk niet altijd overeen met
de ervaring van gedupeerden. Het is de overheid die dit schandaal heeft veroorzaakt.
Het is daarom ook aan de overheid om extra voorzichtig te zijn in de wijze van communiceren,
aldus deze leden. Ze delen de opvatting van de Staatssecretaris dat de slachtoffers
voorbij het onrecht geholpen moeten worden, zodat zij verder kunnen met hun leven.
Maar de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie beseffen ook dat slachtoffers van het
toeslagenschandaal de heftige gebeurtenissen die zij hebben meegemaakt hun gehele
leven met zich zullen meedragen, zelfs als zij hun gerechtvaardigde vergoeding hebben
ontvangen. Wat deze leden betreft hebben zij het recht om zichzelf als slachtoffer
te blijven zien en kiezen zij zélf het moment waarop zij zichzelf voldoende emotioneel
en mentaal hersteld achten, los van de hersteloperatie en de brede ondersteuning.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie roepen de Staatssecretaris op om óók in de
communicatie en tijdens – bijvoorbeeld – interviews hiervoor oog te blijven houden.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie roepen voorts op om oog te blijven houden
voor de hartvochtigheid die de overheid ook na het toeslagenschandaal blijft tentoonspreiden.
Na het advies van de commissie Van Dam zijn in de hersteloperatie goede stappen gezet
om deze hardvochtigheid te verminderen en meer te opereren vanuit een basis van vertrouwen
en controle achteraf. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie juichen dit toe. Toch
blijven deze leden voorbeelden tegenkomen van hardvochtigheid binnen andere onderdelen
van de overheid. Zo kwam deze week nog in het nieuws dat gemeenten dakloze moeders
niet alleen weigeren bij de opvang, maar zelfs dreigen met het afnemen van de kinderen
als zij om opvang vragen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zullen blijvend
aandacht blijven vragen om de lessen van het toeslagenschandaal en de hersteloperatie
breder te verspreiden en tevens breed te werken aan een cultuurverandering binnen
de overheid.
Voorts hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie enkele vragen en opmerkingen
over de Kamerstukken.
Ten aanzien van de 21e Voortgangsrapportage Hersteloperatie toeslagen hebben deze
leden de volgende vragen en opmerkingen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn op het punt van het bezwaarproces benieuwd
naar de tevredenheid van gedupeerden over de uitkomst van bezwaar- en beroepsprocedures.
Worden gedupeerden hierover bevraagd? Is hier informatie of onderzoek over beschikbaar?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ten aanzien van de dossiers blij om te
lezen dat de UHT een proces heeft ontwikkeld om ongelakte dossiers te verstrekken
aan advocaten op basis van afspraken over de vertrouwelijkheid. Tegelijk lezen de
leden dat de UHT nieuwe laksoftware in gebruik heeft genomen, waardoor het verstrekken
van gelakte dossiers eveneens is versneld. Deze leden zijn benieuwd naar precieze
getallen. Hoeveel sneller gaat het verstrekken van gelakte dossiers ten opzichte van
het eerdere proces? Hoe lang duurt het voordat een ongelakt dossier aan advocaten
wordt verstrekt?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen ten aanzien van ex-toeslagpartners dat
op dit moment de regeling voor de compensatie van aanvullende schade, voor zover die
boven de inmiddels ontvangen 10.000 euro uitkomt, voor ex-toeslagpartners nog niet
is ingevoerd. Deze leden begrijpen dat eerst het stelsel voor aanvullende compensatie
voor gedupeerde ouders moet worden heringericht. Deze leden zijn benieuwd wat het
tijdpad voor het herinrichten van dit stelsel is en hoe lang de verwachting is dat
ex-toeslagpartners dienen te wachten voordat ook hun aanvullende schade kan worden
gecompenseerd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn op het punt van de inrichting van de
uitvoeringsorganisatie blij dat er is ingezet op aanvullende initiatieven om senior
juristen te werven en zijn teleurgesteld dat dit slechts minimaal effect heeft gesorteerd.
Deze leden zijn benieuwd welke aanvullende initiatieven er zijn ingezet. Wat was de
verwachting wat betreft instroom van nieuwe senior juristen naar aanleiding van deze
initiatieven en wat zijn de redenen – los van de krappe arbeidsmarkt – waardoor dit
tegenviel? Zijn er plannen om (andere) initiatieven op te zetten of de ingezette initiatieven
te continueren tot er wel voldoende senior juristen aan de slag kunnen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ten aanzien van de Oudercommissie blij
om te lezen dat de zorgen van de Oudercommissie serieus worden genomen. Wel zijn deze
leden benieuwd naar welke afspraken er gemaakt zijn over de borging van de inbreng
van de oudertoetsgroep en de Oudercommissie. Kan de Staatssecretaris deze afspraken
met de Kamer delen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interesse de brief van de
Oudercommissie gelezen. Deze leden zijn benieuwd naar de datum waarop deze is opgesteld.
Kan de Staatssecretaris dat aangeven? Verder hebben deze leden ten aanzien van deze
brief enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd wat de reactie van de Staatssecretaris
is op het advies van de Oudercommissie om terug te komen op het naar beneden bijstellen
van bedragen voor UIG-posten in het schadekader. Deze leden zijn verder benieuwd naar
de zorgen die de Oudercommissie per brief heeft gedeeld over zowel de inhoud als het
proces van totstandkoming van de schaderoute MijnHerstel. Kan deze brief met de Kamer
worden gedeeld? Ook zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd wat de opvolging
is geweest ten aanzien van elk advies en punt dat de Oudercommissie heeft gemaakt.
Deze leden hebben er begrip voor dat wellicht niet elke opmerking of advies is overgenomen,
mits gemotiveerd kan worden wat daarvan de reden is.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn het – zoals eerder kenbaar gemaakt in
dit overleg – volmondig eens met de opmerking van de Oudercommissie dat de voortgangsrapportages
op dit moment kwantitatief is ingestoken en er onvoldoende zicht is op de ervaringen
en tevredenheid van ouders/gedupeerden en wensen eveneens dat hierover wordt gerapporteerd.
Kan de Staatssecretaris op deze wens reflecteren?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie danken de Staatssecretaris en de betrokken
ambtenaren voor de technische briefing naar aanleiding van de livegang van MijnHerstel.
Deze leden hebben deze technische briefing als verhelderend en nuttig ervaren. Deze
leden hebben naar aanleiding van de technische briefing en de brief van de regering
echter nog enkele vragen en opmerkingen ten aanzien van MijnHerstel.
Ten eerste maken de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zich zorgen over de brede
toegankelijkheid van het aanmeldportaal. Kan de Staatssecretaris aangeven of het aanmeldportaal
volledig voldoet aan de vereisten van het Tijdelijk Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid?
Kan de Staatssecretaris aangeven of het de ambitie is om het aanmeldportaal volledig
aan deze vereisten te laten voldoen, als dit nog niet het geval is? Is het aanmeldportaal
al opgenomen in het dashboard digitoegankelijk? Kan de Staatssecretaris ook reflecteren
op de vraag wat gedupeerden die om wat voor reden dan ook geen toegang hebben tot
een internetverbinding moeten doen om zich aan te melden via het portaal? Is het tevens
mogelijk om de module van MijnHerstel offline in te vullen en bijvoorbeeld via de
post in te sturen? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat SGH een alternatieve
route biedt die vrijwel volledig analoog is, maar willen ook benadrukken dat deze
alternatieve route niet volledig gelijk is aan de route van MijnHerstel – wat immers
is opgezet voor gedupeerden die minder behoefte hebben aan een verhalende verteller.
Wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie mag daarom het gebrek aan een internetverbinding
of digitoegankelijkheid geen reden zijn om gedupeerden richting SGH te dirigeren als
die daar geen behoefte aan hebben. Het belang en de wens van de gedupeerde dient in
de ogen van deze leden voorop te staan.
Daarop aanvullend zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ook benieuwd naar het
taalniveau van het aanmeldportaal. Het viel deze leden op dat het bezoekers van het
aanmeldportaal worden begroet door een muur van tekst met waarschijnlijk allerlei
relevante informatie. Zijn de teksten op het aanmeldportaal taalniveau A2 of B1? Is
de informatie op het aanmeldportaal en de manier waarop deze wordt gepresenteerd met
relevante stakeholders die zich bezighouden met begrijpelijke en toegankelijke taal?
Zo ja, welke stakeholders waren dit en hoe zijn hun opmerkingen verwerkt. Zo nee,
kan dit alsnog worden gedaan om de taal en manier van presentatie te versimpelen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn tevreden met het feit dat het ministerie
en SGH samenwerken aan de verdere opschaling van de SGH-route. Gelet op de ambitie
om met de SGH-route 100 VSO’s per week te realiseren en de ambitie van de Staatssecretaris
om de (financiële) hersteloperatie eind 2027 afgerond te hebben zou dit betekenen
dat er via de SGH-route 10.000 tot 11.000 VSO’s gerealiseerd kunnen worden. Kan de
Staatssecretaris aangeven wat dit betekent voor het aantal VSO’s dat via de route
MijnHerstel worden gerealiseerd? Wat is de inschatting van het totale aantal en wat
is de inschatting van het aantal VSO’s dat per week via MijnHerstel gerealiseerd dienen
te worden om de ambitie van eind 2027 te behalen? Is de organisatie aan de achterkant
van MijnHerstel zodanig dat de vereiste opschaling behaald kan worden of voorziet
de Staatssecretaris nu al hobbels, zoals het gebrek aan voldoende senior juristen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie snappen dat de VSO als uitgangspunt wordt
genomen. Deze leden zijn benieuwd hoe lang het duurt voordat er een beslissing te
verwachten is op de aanvraag van een gedupeerde via de MijnHerstel-route. Deze leden
zijn ook benieuwd of het klopt dat gedupeerden ermee moeten instemmen dat de beslistermijn
wordt opgeschort? Zo ja, wat is de rationale en grondslag achter die eis?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen verder dat voor ouders die enkel gedupeerd
zijn vanwege een onterecht label opzet/grove schuld en voor nabestaanden van ouders
waarbij de integrale beoordeling niet de volledige schade dekt, nader wordt uitgewerkt
hoe zij via de methode van individuele berekening kunnen worden geholpen. Kan de Staatssecretaris
aangeven op welke termijn zij verwacht dat deze nadere uitwerking afgerond zal worden?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ten aanzien van MijnHerstel signalen
ontvangen van advocaten die zich zorgen maken over het proces. Deze leden zien in
de stukken en brief van de regering regelmatig dat gedupeerden worden aangespoord
om de route van MijnHerstel met advocaten te doorlopen. Het is echter voor deze leden
onduidelijk op welke manier advocaten een vergoeding krijgen voor deze begeleiding.
Wordt dit aan de gedupeerde en advocaten gecommuniceerd? Is er een vergoeding beschikbaar
voor advocaten die gedupeerden bijstaan in deze route? Indien dat niet het geval is,
hoe worden gedupeerden geacht om advocaten te betalen voor hun bijstand?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de beslisnota bij de kamerbrief over
de openstelling van het informatie- en aanmeldportaal van MijnHerstel wat de spelregels
zijn voor gedupeerden, die willen overstappen van MijnHerstel richting SGH/CWS of
andersom. Deze leden zijn blij met deze helderheid, maar hebben hierover toch nog
enkele vragen. Zo zijn deze leden benieuwd op welke manier gedupeerden worden geïnformeerd
over de (on)mogelijkheden van overstappen binnen het aanmeldportaal. Op welke manier
wordt hen duidelijk gemaakt dat wanneer een aanvraag «in behandeling» is genomen,
dat een overstap vervolgens niet meer mogelijk is? Op welke manier worden zij daarvoor
gewaarschuwd? Verder vragen deze leden wat het beleid is ten aanzien van gedupeerden
die reeds een VSO hebben afgesloten, maar die onder de voorwaarden van het uniform
forfaitair schadekader wellicht recht zouden hebben gehad op hogere schadebedragen.
Kan de Staatssecretaris hierop uitgebreid reflecteren?
Verder vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie op welke manier gedupeerden
worden geïnformeerd over de bestuursrechtelijke schaderoute. Is er binnen het aanmeldportaal
informatie over deze route opgenomen? Indien dat niet het geval is, wat zijn de overwegingen
om deze informatie niet op te nemen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de stukken bij de 21e voortgangsrapportage hersteloperatie toeslagen en zij hebben daarbij enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat om inzicht te krijgen in hoe de uitvoering van
de Brede Ondersteuning in de praktijk verloopt, Divosa een eerste inventarisatie heeft
uitgezet. Aan de enquête van Divosa heeft 22 procent van de gemeenten meegedaan. Deze
leden vragen wat de reden is dat zo weinig gemeenten aan het onderzoek hebben deelgenomen
en vragen of de Staatssecretaris het beeld uit het onderzoek voldoende representatief
acht.
70 procent van de ondervraagde gemeenten geeft aan meer tijd nodig te hebben om brede
ondersteuning te verlenen aan haar inwoners, zo constateren deze leden. De leden van
de CDA-fractie vragen hoe de Staatssecretaris hierop reflecteert in relatie tot de
gestelde strenge termijnen.
De Kamer heeft inmiddels een brief ontvangen over de bevindingen van de heer Blokhuis
en de aanpassingen die gedaan gaan worden met betrekking tot de brede ondersteuning.
Namelijk het oprekken van de termijn zodat beter aangesloten wordt op het tempo van
financieel herstel, zoals ook een groot deel van de kamer destijds al heeft voorgesteld
maar door het kabinet werd afgewezen. Deze leden vragen waarom hier destijds geen
ruimte voor was, maar nu blijkbaar wel. Ook vragen deze leden waarom ervoor is gekozen
ouders hierover onnodig in onzekerheid te laten verkeren.
Ten aanzien van het rapport over het Landelijke steunpunt voor toeslaggedupeerden
merken de leden van de CDA-fractie op dat van groot belang is dit steunpunt op afstand
van het ministerie te zetten, omdat dit in de ogen van de ouders de dader is. Deze
leden vragen hoe de Staatssecretaris de positionering van een dergelijk steunpunt
voor zich ziet.
Ten aanzien van jongeren lezen de leden van de CDA-fractie dat een meldpunt geopend
was met betrekking tot DUO-schulden. De uitkomsten zijn inmiddels bekend en deze leden
zouden graag een reactie willen van de Staatssecretaris op de volgende constateringen:
1. Gedupeerde jongeren hebben twee keer zo veel hoge DUO-schulden als gemiddeld;
2. Gedupeerde jongeren hebben twee keer vaker hun studie afgebroken dan gemiddeld (40 procent
van de gedupeerde jongeren heeft hun studie afgebroken, landelijk minder dan 20 procent);
3. De impact van het toeslagenschandaal duurt tot op de dag van vandaag voort op het
leven van gedupeerde jongeren. Zij hebben last van chronische stress, psychische problemen,
groot wantrouwen jegens overheid en anderen, verbroken familiebanden en onstabiele
woonsituaties; en
4. Meer dan de helft van de gedupeerde jongeren heeft DUO (mede) gebruikt om thuis te
helpen overleven. Bijna 80 procent geeft aan DUO te hebben gebruikt om zelf te overleven,
omdat ouders dat door het toeslagenschandaal niet konden.
De leden van de CDA-fractie pleiten al langer om DUO-schulden waarvan aannemelijk
te maken is dat deze door het toeslagenschandaal zijn ontstaan, mee te nemen in de
hersteloperatie. Inmiddels pleiten lokale kinderombudsmannen/-vrouwen, de commissie
Hamer en VNG ook om deze specifieke DUO-schulden kwijt te schelden. De reactie van
de Staatssecretaris is steeds dat ze geen generieke kwijtschelding van DUO wil, maar
deze leden vragen normaals te reageren op het voorstel om DUO-schulden kwijt te schelden
indien aannemelijkheid wordt aangetoond. Graag krijgen deze leden een toezegging dat
compensatie van DUO-schulden die nu via de ouders plaatsvindt, rechtstreeks bij DUO
wordt afgelost.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzake compensatie van
aanvullende schade in de hersteloperatie toeslagen. Deze leden lezen dat het online
portaal de startplek wordt voor verdere behandeling van aanvullende schade. Ouders
worden hierover schriftelijk benaderd. Deze leden vragen wat er gebeurt als ouders
niet reageren op de brief en of de brief de enige route is via welke ouders worden
benaderd.
Deze leden vragen de Staatssecretaris verder om aan te geven hoe de opschaling van
SGH zo wordt vormgegeven dat 100 VSO’s per week inderdaad kunnen worden gerealiseerd.
Ook vragen deze leden of de Staatssecretaris kan aangeven wat de kostenontwikkeling
per VSO bij SGH is vanaf de startfase SGH tot nu.
Deze leden lezen dat de Staatssecretaris ouders adviseert om voor MijnHerstel een
advocaat in te schakelen. De leden van de CDA-fractie vragen of hiervoor naar verwachting
voldoende betaalbare advocaten beschikbaar zijn en zo niet, of herstel dan wederom
vertraging oploopt met name ook omdat door advocaten wordt aangegeven dat momenteel
geen adequate voorziening is voor rechtsbijstand bij MijnHerstel in het kader van
de gefinancierde rechtsbijstand. Kan de Staatssecretaris hierover duidelijkheid verschaffen?
Verder lezen deze leden dat ouders voor bepaalde gebeurtenissen kan worden gevraag
om ondersteunende stukken aan te leveren. Deze leden vragen voor wat voor gebeurtenissen
zulke aanvullende stukken nodig zijn en hoe wordt voorkomen dat dit weer neigt naar
bewijzen, wat we juist met elkaar niet meer wilden.
De leden van de CDA-fractie lezen dat op het portaal wordt ingelogd met DigiD. Deze
leden vragen of de Staatssecretaris zich bewust is dat dit voor ouders spannend kan
zijn, omdat dit weer het gevoel kan oproepen van «overgenomen worden» door de overheid.
De leden lezen dat MijnHerstel zal worden doorontwikkeld. Deze leden merken op dat
het goed is dat het systeem waar nodig wordt aangepast, maar vragen hoe wordt voorkomen
dat lopende dit proces onevenredig grote verschillen kunnen ontstaan in behandeling
en bejegening van ouders ten aanzien van ouders die het traject al hebben doorlopen.
De leden van de CDA-fractie vragen verder waarom de handleiding met betrekking tot
het schadekader nog niet gereed is, terwijl er al wel mee wordt gewerkt. Deze leden
vragen de Staatssecretaris of dat verstandig is. Deze leden merken ook op dat er nog
steeds, of weer, discussie is met SGH over het schadekader. SHG is van mening dat
de strakke inrichting nu vertraging en meer bezwaren tot gevolg heeft. Deze leden
vragen hoe de Staatssecretaris hiernaar kijkt en of de Staatssecretaris deze begrijpelijke
zorg met cijfers kan ontkrachten.
De leden van de CDA-fractie vragen of het klopt dat voor de bestuursrechtelijke route
een ander schadekader geldt. Deze leden vragen of er eigenlijk wel sprake is van één
uniform schadekader. Ook vragen deze leden op basis van welk kader in de precieze
berekening wordt gewerkt.
Deze leden merken op dat met betrekking tot de individuele berekening nog veel niet
bekend is en vragen of de Staatssecretaris over wat wel bekend is een zo volledig
mogelijk beeld kan geven van hoe de route eruit komt te zien, de tijdsplanning dat
deze route ook kan worden opengezet en of deze route geschikt is voor ondernemers
of mensen die arbeidsongeschikt zijn geraakt als gevolg van de Toeslagenaffaire.
De leden van de CDA-fractie lezen dat op het informatie- en aanmeldportaal is opgenomen
dat de keuze voor de route van MijnHerstel of Gelijkwaardig Herstel betekent dat de
aanvraagtermijn wordt opgeschort. Deze leden vragen wat de juridische basis is om
bij een keuze voor een van de hoofdroutes steeds tot opschorting over te gaan tijdens
die hele route. Deze leden vragen of het niet vreemd is dat alle aanmeldingen in het
portaal daarmee in feite worden opgeschort. Ook vragen deze leden of de Staatssecretaris
het wenselijk vindt dat ouders daarmee geen enkele juridische stok hebben in de wachtrij
voor een schaderoute.
De leden van de CDA-fractie constateren dat in de technische briefing is toegelicht
hoe ouders eventueel kunnen overstappen van de ene route naar de andere route. Deze
leden vragen of de Staatssecretaris de spelregels over overstappen duidelijk wil publiceren
op de website.
De leden van de CDA-fractie vragen op welke wijze met lopende bezwaren IB in het kader
van MijnHerstel wordt omgegaan.
De leden van de CDA-fractie merken op dat het in de praktijk regelmatig voorkomt dat
een ouder via Stichting Gelijkwaardig Herstel een VSO sluit over aanvullende werkelijke
schade, waarbij tevens het IB-bezwaar moet worden ingetrokken. Dit terwijl de ouder
zich niet realiseert wat dit betekent en de betrokken advocaat niet conform de verplichtingen
in de Awb op de hoogte wordt gesteld van de voorgenomen intrekking van dit bezwaar.
Deze leden vragen of de Staatssecretaris deze situatie herkent en deelt dat die onwenselijk
is. Deze leden vragen of de Staatssecretaris bereid is hiervoor naar oplossingen te
zoeken, zonder dat hierover ingewikkelde juridische procedures over moeten worden
gevoerd.
Ook vragen deze leden of de Staatssecretaris bereid is om aan ouders alle op het bezwaar
betrekking hebbende stukken te geven als zij gevraagd worden om een lopende bezwaarprocedure
in te trekken.
Voorts vragen deze leden of de bestuursrechtelijke schaderoute voor ouders open blijft
staan, met de daarbij behorende bezwaar- en beroepsmogelijkheid.
Verder vragen de leden van de CDA-fractie of er ruimte is voor contact tussen gemachtigden
en overheid alsmede voldoende flexibiliteit of onderhandelingsruimte om tot een vorm
van maatwerk te komen in MijnHerstel.
Tot slot hebben de leden van de CDA-fractie een aantal vragen bij de daadwerkelijke
voortgangsrapportage.
Deze leden lezen dat het Dashboard in de voortgangsrapportage nog erg gericht is op
afronding van de integrale beoordeling. Echter, dat is in de ogen van deze leden nog
geen afronding van de financiële schade. Deze leden vragen of het dasboard kan worden
uitgebreid met alle routes die financieel herstel raken zodat er een totaaloverzicht
ontstaat en de Kamer ook weet hoeveel ouders inderdaad financieel volledig zijn gecompenseerd.
De leden van de CDA-fractie vragen hoeveel ouders zich hebben gemeld na sluiting van
de aanmeldtermijn en hoeveel ouders vervolgens nog zijn toegelaten, dan wel afgewezen.
Veel ouders die in eerste instantie niet gedupeerd worden geacht bij de eerste toets,
kunnen bij de integrale beoordeling alsnog wel gedupeerd blijken (13.900). Deze leden
vragen of de Staatssecretaris nog eens goed kan uitleggen hoe dit precies komt.
Verder lezen deze leden dat het aantal bezwaren enorm hoog is en de getroffen maatregelen
om bezwaren te voorkomen een verlaging tot gevolg gehad hebben, maar niet significant
(van 24 procent naar 17 procent). Deze leden vragen waarom het niet lukt dit aantal
terug te brengen naar redelijke proporties. Ook vragen deze leden naar de visie van
de BAC hierop en of de BAC oplossingen ziet. In ongeveer tien procent van de gevallen
wijkt de UHT af van het BAC-advies. Het is van groot belang dat het BAC een onafhankelijk
karakter houdt, maar door het recht van de UHT om dit te overrulen staat dit op spanning.
Deze leden vragen of de Kamer meer inzicht kan krijgen in de redenen voor gemotiveerde
afwijking van BAC-adviezen.
De leden van de CDA-fractie ontvangen over het proces van mediation wisselende geluiden.
In sommige gevallen start deze namelijk met de mededeling dat er wel gesproken wordt,
maar niks meer wordt aangepast. Deze leden vragen of de Staatssecretaris dit herkent
en wat dan het nut is van een mediationtraject voor ouders.
Ten aanzien van hybride insourcing vragen deze leden tot wanneer de pilot nu doorloopt
en wanneer evaluatie plaatsvindt.
De leden van de CDA-fractie lezen dat ouders de dienstverlening van UHT met een 6
of 7 waarderen. Deze leden vragen hoe de Staatssecretaris reflecteert op deze score,
in relatie tot het feit dat we te maken hebben met een hersteloperatie voor ouders
deel veel leed hebben doorgemaakt. Deze leden merken ook op dat het tempo van de CWS
onverminderd laag is en de wachttijden onverminderd lang. Deze leden vragen de Staatssecretaris
hoe kan worden voorkomen dat de nog te ontwikkelen regietafels zometeen eenzelfde
tempo laten zien.
Ten aanzien van de bestuursrechtelijke beschikking als alternatief voor de VSO lezen
deze leden dat de consequentie van vernietiging van de VSO is dat de ouder het ontvangen
bedrag terug moet betalen. Deze leden vragen waar in het proces dit wordt gecommuniceerd
en vragen de Staatssecretaris om te bevestigen dat dit niet geldt voor de 30.000 euro
Catshuisregeling.
Met betrekking tot de aanpak van schulden bereiken deze leden diverse signalen dat
ouders door de duur van het traject van financieel herstel wederom in de financiële
problemen en schulden terecht komen. Dit kan in de ogen van deze leden nooit de bedoeling
zijn van een hersteloperatie. Deze leden vragen of de Staatssecretaris deze signalen
herkent en hoe zij hiermee wil omgaan.
Voorts vragen deze leden of het probleem van niet afgemeld zijn van schulden bij het
BKR voor de ouders inmiddels is opgelost.
De leden van de CDA-fractie lezen in de voortgangsrapportage over «gezinnen die de
regie kwijt zijn». Deze leden vragen of inmiddels in beeld is om hoeveel gezinnen
dit gaat. Ook vragen deze leden of de Kamer kan worden geïnformeerd over de aanpak
die wordt gehanteerd voor deze gezinnen.
Deze leden vragen of de Staatssecretaris de Kamer ook kan informeren over de huidige
status van hulp aan ouders in het buitenland, met name over hoe het aanvragen van
hulp in eigen land werkt en functioneert. Ook hier bereiken deze leden veel signalen
dat hulp voor deze ouders moeizaam verloopt in tegenstelling tot wat deze leden in
de voortgangsrapportage lezen, namelijk dat de focus ligt op afronding. Deze leden
vragen dan ook waarom dit wat de Staatssecretaris betreft redelijk en verantwoord
uitwerkt.
De klachten over de UHT worden niet gepresenteerd in de voortgangsrapportage, constateren
de leden van de CDA-fractie. Is de Staatssecretaris bereid om inzicht te geven in
de aard van de klachten en de afwikkeling daarvan? Wat zijn de percentages van gegrond/ongegrondheid?
Op welke wijze wordt gereflecteerd op gegronde klachten?
Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie of de Staatssecretaris hun beeld deelt
dat het amendement Leijten dat toeziet op hulp bij nabestaanden een hele goede manier
is om complexe dossiers verder te brengen en daadwerkelijk kan bijdragen aan herstel.
Deze leden vragen hoe de Staatssecretaris deze aanpak verder wil brengen in de hersteloperatie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de brieven van de Staatssecretaris
en hebben hierover een aantal vragen en opmerkingen.
Welke beleidsvrijheid hebben gemeenten momenteel om eigen handelingskaders te hanteren
als het gaat om materiële verstrekkingen (waaronder spullen, diensten en activiteiten),
bijvoorbeeld als het gaat om vastleggen van welke producten wel (en onder welke omstandigheden)
en niet aangevraagd kunnen worden, normbedragen etcetera?
Kan de Staatssecretaris de Kamer voorzien van bestaande handelingskaders van gemeenten
die hier een relatief strikte, een gemiddelde en een relatief soepele invulling aan
geven?
Wat is, als het gaat om materiële verstrekkingen in het kader van de brede ondersteuning,
de wettelijke ondergrens waaraan gemeenten van het Rijk moeten voldoen?
Waarom wordt pas nu, als onderdeel van de opdracht aan de heer Blokhuis, werk gemaakt
van het hervormen van de gemeentelijke ondersteuning, terwijl al lange tijd bekend
is dat gemeenten worstelen met disproportionele materiële aanvragen en sterke behoefte
hebben aan duidelijke kaders?
Kloppen de cijfers zoals weergegeven door De Volkskrant van 5 december jongstleden
over de vertienvoudiging van de kosten met betrekking tot de brede ondersteuning in
vijf jaar tijd? Kan nader worden gespecificeerd op welke onderdelen deze kosten betrekking
hebben?
Wat bedragen deze kosten voor dit jaar?
Wat zijn de gemiddelde kosten van materiële verstrekkingen vanuit de brede ondersteuning
per persoon?
Wat zijn de hoogste kosten van materiële verstrekkingen die aan één betrokkene zijn
toegekend?
Wat is het detailniveau waarop het Rijk, dat de kosten richting gemeenten vergoedt,
inzicht heeft in materiële verstrekkingen door gemeenten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de 21e voortgangsrapportage herstel
toeslagen. Deze leden hebben een positieve grondhouding ten opzichte van het werken
met twee schaderoutes om de afwikkeling van de hersteloperatie te versnellen.
Verder zijn ze van mening dat het proces rond de hersteloperatie behoefte heeft aan
rust en stabiliteit.
Deze leden hebben de volgende vragen aan de Staatssecretaris over de opening van MijnHerstel:
welke opties zijn er voor ondernemers om deel te nemen aan de MijnHerstel route? Zijn
er signalen dat hier zaken verkeerd lopen? Welke opties hebben ondernemers voor eventuele
rechtsbijstand? Krijgen ondernemers dezelfde mogelijkheden geboden als niet-ondernemers?
Hoeveel ouders gaan naar verwachting van de Staatssecretaris nog de keuze maken tussen
MijnHerstel en SGH?
Deze leden constateren dat met name het afwikkelen van de bezwaren een tijdrovend
proces is en blijft. Het totaal aantal openstaande bezwaren is in de 21e voortgangsrapportage
niet afgenomen ten opzichte van de 20e voortgangsrapportage. Klopt het dat de opening
van de route MijnHerstel ook is bedoeld om het aantal bezwaren te doen afnemen?
De meeste bezwaren treffen de Integrale beoordeling, constateren deze leden. In hoeveel
gevallen gaat het nog steeds om bezwaren tegen de status van niet gedupeerde?In hoeveel
gevallen gaat het om bezwaren tegen de hoogte van de financiele compensatie? Hoeveel
tijdwinst bij de afwikkeling van bezwaren verwacht de Staatssecretaris te kunnen boeken
door het hanteren van het nieuwe schadekader met twee routes? Bij welk type bezwaren
kan de meeste tijdwinst worden behaald?
Tot slot hebben de leden nog een vraag over de Divosa-enquete onder gemeenten over
de rol van gemeenten in de hersteloperatie. Deze enquête is door 76 gemeenten ingevuld.
Daaruit blijkt dat 74 procent van de deelnemende gemeenten aan de Divosa-enquête momenteel
in staat is om alle benodigde vormen van brede ondersteuning te verlenen. Slechts
76 gemeenten hebben deelgenomen aan het onderzoek, zo constateren deze leden. Hoe
representatief is dit voor de landelijke uitvoering van de Brede Ondersteuning?
Hoe wordt ervoor gezorgd dat knelpunten in de overige gemeenten ook boven water komen?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
W.A. Lips, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.