Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 850 XV Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 3
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 12 december 2025
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm
van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 8 december 2025 voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij brief van 11 december 2025 zijn ze door de Minister
en Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van der Burg
Adjunct-griffier van de commissie, Morrin
Vraag 1
Kunt u in een tabel weergeven op welke budgetten de afgelopen drie jaar onderuitputting
heeft plaatsgevonden?
Antwoord 1
Onderstaande tabellen laten per begrotingsartikel zien op welke budgetten er onderuitputting
(OU, bedragen in miljoenen euro) heeft plaatsgevonden voor de jaren 2023 tot en met 2025. Voor 2025 geldt dat dit
de onderuitputting is tot en met de 2e Suppletoire Begroting 2025.
2023
Artikel
Instrument
OU
1
Arbeidsmarkt
Subsidies en opdrachten
72,8
Bijdrages
0,4
Ontvangsten
2,4
2
Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet
Subsidies en opdrachten
43,1
Bekostiging
0,6
Bijdrages
1,7
Ontvangsten
0,8
4
Jonggehandicapten
Bijdrages
5,4
5
Werkloosheid
Subsidies en opdrachten
0,1
Bijdrages
1,3
7
Kinderopvang
Subsidies en opdrachten
4,8
Bekostiging
0,2
Bijdrages
5,6
8
Oudedagsvoorziening
Subsidies en opdrachten
0,5
11
Uitvoeringskosten
Subsidies en opdrachten
0,1
Bekostiging
2,0
13
Integratie en maatschappelijke samenhang
Subsidies en opdrachten
2,3
Bijdrages
40,6
Leningen
11,3
Ontvangsten
3,8
96
Apparaat Kerndepartement
Apparaat
22,2
Ontvangsten
1,0
99
Nog onverdeeld
Nog te verdelen
– 5,3
Totaal
218,0
2024
Artikel
Instrument
OU
1
Arbeidsmarkt
Subsidies en opdrachten
54,6
Bijdrages
0,3
Ontvangsten
3,9
2
Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet
Subsidies en opdrachten
19,3
Bekostiging
0,8
Bijdrages
3,2
Ontvangsten
3,5
3
Arbeidsongeschiktheid
Bijdrages
2,1
Ontvangsten
1,0
4
Jonggehandicapten
Bijdrages
5,5
Ontvangsten
4,6
5
Werkloosheid
Inkomensoverdrachten
0,1
Subsidies en opdrachten
2,8
Bijdrages
12,8
Ontvangsten
7,9
6
Ziekte en verlofregelingen
Ontvangsten
0,6
7
Kinderopvang
Subsidies en opdrachten
4,2
Bijdrages
1,3
Ontvangsten
0,9
8
Oudedagsvoorziening
Subsidies en opdrachten
0,7
Ontvangsten
– 0,2
11
Uitvoering
Subsidies en opdrachten
0,1
Bekostiging
1,6
Bijdrages
3,1
Ontvangsten
0,8
13
Integratie en maatschappelijke samenhang
Subsidies en opdrachten
2,9
Bijdrages
– 3,4
Leningen
5,7
Ontvangsten
18,4
96
Apparaat Kerndepartement
Apparaat
16,2
Ontvangsten
1,2
99
Nog onverdeeld
Nog te verdelen
– 1,9
Totaal
174,8
2025
Artikel
Instrument
OU
2
Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet
Inkomensoverdrachten
1,1
Subsidies en opdrachten
2,5
Bijdrages
1,3
3
Arbeidsongeschiktheid
Bijdrages
1,1
4
Jonggehandicapten
Bijdrages
6,1
5
Werkloosheid
Bijdrages
0,1
8
Oudedagsvoorziening
Subsidies en opdrachten
0,1
13
Integratie en maatschappelijke samenhang
Subsidies en opdrachten
0,8
96
Apparaat Kerndepartement
Apparaat
1,1
99
Nog onverdeeld
Nog te verdelen
7,2
Totaal
21,3
Vraag 2
Wat is de stand van zaken met betrekking tot het afschaffen van de wanbetalersregeling
in de Zorgverzekeringswet (Zvw)? Hoeveel geld wordt er met de wanbetalersregeling
in de Zvw opgehaald c.q. daadwerkelijk geïnd?
Antwoord 2
Dit is een vraag op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport.
De regeling betalingsachterstand zorgpremie (voorheen de wanbetalersregeling) wordt
niet afgeschaft. Afschaffen zou ook onwenselijk zijn, omdat deze regeling voorkomt
dat mensen met een betalingsachterstand onverzekerd raken. Ook als zij geen bestuursrechtelijke
premie (kunnen) betalen aan het Centraal Administratie Kantoor (CAK) blijven zij verzekerd
voor de zorgpolis die zij hebben afgesloten.
De regeling betalingsachterstand zorgpremie werkt zo dat verzekerden met een betalingsachterstand
zorgpremie ter hoogte van 6 maanden worden aangemeld bij het CAK. Aan hen wordt een
bestuursrechtelijke premie opgelegd ter hoogte van 110% van de gemiddelde zorgpremie.
De verzekerden in deze regeling blijven verzekerd voor de zorgpolis die zij hebben
afgesloten. Zodra zij een betalingsregeling treffen met de zorgverzekeraar, betalen
zij direct weer de normale premie van hun zorgpolis. Als deze betalingsregeling is
voldaan, worden alle eventuele openstaande vorderingen bij het CAK niet meer geïnd.
De regeling betalingsachterstand zorgpremie bestaat sinds 2009. Sinds 2009 is er circa
€ 6,3 miljard opgelegd aan bestuursrechtelijke premie en € 4,3 miljard betaald aan
bestuursrechtelijke premie. Er staat nog circa € 0,5 miljard open aan te betalen bestuursrechtelijke
premie. Er is € 1,2 miljard afgeboekt, wat inhoudt dat het niet meer bij mensen geïnd
wordt door het CAK.
Vraag 3
Hoeveel arbeidsongeschikte Nederlanders zijn wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen
(WIA-)gerechtigd?
Antwoord 3
Uit de Bijstellingennota 2025 van het UWV volgt dat er eind 2025 naar verwachting
circa 480.000 mensen een WIA-uitkering ontvangen. Er is geen uitsplitsing naar nationaliteit
beschikbaar. Hiervan ontvangen circa 289.000 mensen een uitkering Werkhervatting Gedeeltelijk
Arbeidsgeschikten (WGA) en circa 190.000 mensen een uitkering Inkomensvoorziening
Volledig Arbeidsongeschikten (IVA).
Vraag 4
Hoeveel procent van de arbeidsongeschikte Nederlanders zijn niet WIA-gerechtigd?
Antwoord 4
Het totaal aantal arbeidsongeschikten zonder recht op WIA is niet exact bekend, waarbij
er tevens geen uitsplitsing naar nationaliteit beschikbaar is. Daarbij speelt tevens
de vraag wanneer iemand arbeidsongeschikt is als er geen recht is op WIA, omdat hiervoor,
met uitzondering van mensen die aanspraak maken op een andere arbeidsongeschiktheidsuitkering
(Wajong, WAO of WAZ), geen beoordeling bestaat.
Een deel van de groep zonder WIA-recht heeft wel recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering
in de vorm van de Wajong (Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten),
WAO (Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering) of WAZ (Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering
Zelfstandigen). Dit betreft naar verwachting 390.000 mensen eind 2025, gebaseerd op
de Bijstellingennota 2025 van het UWV. Daarnaast maakt een deel gebruik van de Participatiewet
als financieel vangnet. Uit onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA, Spiegel
Bestaanszekerheid 2022) blijkt dat voor circa 135.000 bijstandsgerechtigden betaald
werk nu en in de toekomst niet mogelijk is. Daarnaast is er ook een groep die geen
arbeidsvermogen heeft, maar door het aanwezige vermogen of inkomen van hun partner
geen recht heeft op bijstand. De omvang van deze groep is onbekend. Bij deze doelgroep
wordt in de meeste gevallen ook niet vastgesteld hoe groot het arbeidsvermogen is.
Ervan uitgaande dat deze 135.000 mensen zonder arbeidsvermogen aangemerkt kunnen worden
als arbeidsongeschikt en dat dit alle mensen zijn met een bijstandsuitkering die arbeidsongeschikt
zijn, zouden ongeveer 525.000 arbeidsongeschikten geen recht hebben op een WIA-uitkering
(maar gedeeltelijk wel op een andere arbeidsongeschiktheidsuitkering). Dat betreft
52% van alle arbeidsongeschikten in Nederland. Dit is gebaseerd op een verwacht totaal
van 480.000 mensen met een WIA-uitkering eind 2025.
Vraag 5
Hoe groot is de stijging van WIA-gerechtigden in 2025?
Antwoord 5
Uit de Bijstellingennota 2025 van het UWV volgt dat er eind 2025 naar verwachting
circa 480.000 mensen een WIA-uitkering ontvangen. Dit is een stijging van circa 25.000
ten opzichte van de circa 455.000 WIA-uitkeringen eind 2024 die volgt uit de Kwantitatieve Informatie 2024 van het UWV.
Vraag 6
Hoe groot is de stijging van WIA-gerechtigden tussen 2015 en 2025? Kunt u dit per
jaar inzichtelijk maken?
Antwoord 6
Onderstaande tabel bevat het aantal WIA-gerechtigden in de jaren 2015 t/m 2025 aan
het eind van het jaar, waarbij het getal voor 2025 nog niet definitief is. Een aanzienlijk
deel van de oploop in het aantal WIA-gerechtigden is in lijn der verwachting, omdat
de WIA tot circa 2060 nog een ingroeiende regeling is en vanwege de stijgende AOW-leeftijd
en de vergrijzende beroepsbevolking.
x dzd.
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
WIA-gerechtigden
230
253
278
302
328
349
373
398
423
455
480
Wv. IVA
73
85
99
113
129
137
146
157
170
182
190
Wv. WGA
157
168
179
189
199
213
227
240
253
273
289
Bronnen: Kwantitatieve Informatie UWV jaren 2015 t/m 2024 en Bijstellingennota 2025
UWV.
Vraag 7
Hoeveel personen ontvangen volgende de laatst bekende cijfers een arbeidsongeschiktheidsuitkering?
Kunt u dit uitsplitsen over WIA/Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA)/Inkomensvoorziening
Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
(Wajong)?
Antwoord 7
Uit de Bijstellingennota 2025 van het UWV volgt dat er eind 2025 naar verwachting
circa 870.000 mensen een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen. Hiervan ontvangt
circa 289.000 een WGA-uitkering, circa 190.000 een IVA-uitkering en circa 249.000
een Wajong-uitkering. Daarnaast ontvangen circa 137.000 mensen een uitkering Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering
(WAO) en circa 4.000 mensen een uitkering Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen
(WAZ).
Vraag 8
Welke cijfers zijn er bekend over de gemiddelde duur van de verschillende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen?
Antwoord 8
Het IBO over de WIA dat voor het Kerstreces aan de Kamer wordt gestuurd bevat kwantitatieve
informatie over de uitstroom uit de WIA.
Vraag 9
Hoeveel personen ontvangen volgens de laatst bekende cijfers een bijstandsuitkering?
Antwoord 9
Volgens de meest recente cijfers van het CBS (juli 2025) ontvangen 410.000 personen
een bijstandsuitkering.
Vraag 10
Wat is de huidige stand van zaken rond de motie van de leden Van Nispen en Ellian
(Kamerstuk 29 754, nr. 769), waarin wordt gevraagd de Wet op de medische keuringen (WMK) te verduidelijken zodat
psychologische vragen niet als medische vragen gelden, en dit snel te regelen voor
alle wapendragende beroepen?
Vraag 11
In hoeverre werkt u aan het oplossen van de onduidelijkheid in de WMK, wat is daarbij
het beoogde tijdspad, en acht u dit tijdspad voldoende voortvarend gezien de dringende
behoefte aan defensie- en politiepersoneel?
Antwoord 10 en 11
We zien de urgentie om hier snel tot een oplossing te komen. We werken eraan om, samen
met politie en defensie, het proces van de psychologische assessments zo in te richten
dat dit past binnen de kaders van de WMK en tegelijkertijd recht gedaan wordt aan
het belang dat sollicitanten voor wapendragende beroepen adequaat beoordeeld kunnen
worden op hun mentale en psychische gezondheid. Al voordat de motie in oktober is
aangenomen is begonnen met gesprekken tussen het Ministerie van Defensie, Ministerie
van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van SZW. Het verduidelijken van de Wet
op de medische keuringen zou een wetswijziging vergen. De gesprekken hebben duidelijk
gemaakt dat, gezien de tijd die het kost om een wetswijziging door te voeren, de voorkeur
uitgaat naar een oplossing die sneller haalbaar is. De gezamenlijke inschatting is
ook dat zo’n oplossing voorhanden is en dat de onduidelijkheid ook weggenomen kan
worden door tot een meer praktische oplossing te komen in de uitvoering. Deze oplossing
doet daarmee meer recht aan de in de praktijk gevoelde urgentie om dit knelpunt op
de lossen. De gesprekken over hoe dit vorm te geven lopen en zullen in 2026 worden
voortgezet om zo snel mogelijk te komen tot een werkbare oplossing. De Kamer wordt
in het voorjaar geïnformeerd over de voortgang.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. van der Burg, voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede ondertekenaar
C.E. Morrin, adjunct-griffier
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.