Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 834 (R2211) Wijziging van de Belastingregeling Nederland Sint Maarten in verband met de implementatie van de uitkomsten van het Base Erosion and Profit Shifting project van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling alsmede enige overige wijzigingen
Nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 11 december 2025
De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand
wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen tijdig en genoegzaam zal
hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel
voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van der Lee
Adjunct-griffier van de commissie, Lips
I. INLEIDING
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de wijziging van
de Belastingregeling Nederland Sint Maarten. Deze leden hebben nog meerdere vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van
Rijkswet en hebben enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden vinden het goed dat de minimumstandaarden voor bestrijding van
belastingontwijking nu ook op Sint-Maarten worden ingevoerd en hebben geen verdere
vragen bij het wetsvoorstel.
II. ALGEMEEN
I.0 Inleiding en totstandkoming
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Belastingregeling Nederland Sint Maarten
een Rijkswet is en geen belastingverdrag. Dat gezegd hebbende, komt de inhoud van
de Belastingregeling Nederland Sint Maarten voor een groot deel overeen met de inhoud
van belastingverdragen gebaseerd op het OESO-modelverdrag. Kan de regering aangeven
hoe de onderhandelingen verlopen ten aanzien van de Belastingregeling Nederland Sint
Maarten en vergelijkbare regelingen (Belastingregeling Nederland Curaçao)? In hoeverre
is dit anders dan het onderhandelen van belastingverdragen? Klopt het dat ten aanzien
van Aruba nog de Belastingregeling voor het Koninkrijk geldt? Lopen er momenteel ook
onderhandelingen met Aruba? Zo ja, waar staan die nu?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat al eerder ook de Belastingregeling
Nederland Curaçao is gewijzigd naar aanleiding van het Base Erosion and Profit Shifting-project.
Wordt naar aanleiding hiervan ook de belastingregeling met Aruba gewijzigd? En zo
ja, wanneer verwacht de regering dat dit zal gebeuren?
I.1 Wijzigingen Sint Maartens belastingrecht
De leden van de VVD-fractie lezen dat het belastingstelsel van Sint-Maarten sinds
2016 ongewijzigd is gebleven en momenteel wordt herzien. Kan de regering nader ingaan
op de stand van zaken van de revisie van het belastingstelsel van Sint-Maarten en
het te verwachten tijdspad daarvan? Kan de regering aangeven of en in hoeverre de
revisie van het belastingstelsel van Sint-Maarten belemmeringen opwerpt voor de invoering
van andere maatregelen ter voorkoming van belastingontwijking?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de genoemde revisie van het belastingstelsel
in Sint Maarten inhoudt en wat voor gevolgen deze revisie zal hebben voor het voorliggende
voorstel en voor de Belastingregeling Nederland Sint Maarten in het algemeen. Voorts
vragen deze leden of de regering het verwachte tijdpad van de genoemde revisie kan
toelichten.
I.2 Wijzigingen Nederlands belastingrecht
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom hier specifiek de twee richtlijnen
ATAD 1 en 2 genoemd worden, en de Wet bronbelasting 2001. Kan de regering toelichten
wat deze drie wijzigingen voor relatie hebben met het voorliggende voorstel en met
de Belastingregeling Nederland Sint Maarten in het algemeen?
I.3 Inhoud van de regeling
De leden van de VVD-fractie lezen dat de wijzigingen BEPS-minimumstandaarden, een
PPT, uitbreiding van de vaste inrichtingsdefinitie en technische aanpassingen omvatten.
Hoe wordt de proportionaliteit van deze maatregelen beoordeeld, gezien het doel om
verdragsmisbruik te bestrijden? Zijn er consultaties geweest met het bedrijfsleven
over de praktische gevolgen van deze wijzigingen?
I.4 Budgettaire aspecten
III. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel I
II.0 Artikel I, onderdeel A (titel en considerans van de Belastingregeling Nederland
Sint Maarten)
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat is afgeweken van aanwijzing 6.7 van de Aanwijzingen
voor de regelgeving (Ar) en de toelichting op die aanwijzing door het opnemen van
een considerans. Daarbij is als reden gegeven «de noodzaak om te voldoen aan de minimumstandaard
zoals die in het kader van het BEPS-project is ontwikkeld». Kan de regering aangeven
hoe deze minimumstandaard van toepassing is in een zuiver interne situatie: dat wil
zeggen binnen het Koninkrijk der Nederlanden? Ziet de minimumstandaard namelijk niet
op situaties waarbij er meerdere Staten zijn betrokken? Klopt het in zoverre dat de
minimumstandaard Nederland niet verplicht om deze considerans op te nemen?
II.3 Artikel I, onderdeel D (artikel 5 van de Belastingregeling Nederland Sint Maarten)
De leden van de VVD-fractie lezen dat de definitie van vaste inrichting wordt uitgebreid
met antisplitsing- en antifragmentatiebepalingen. Hoe wordt voorkomen dat deze bepalingen
leiden tot extra administratieve lasten voor Nederlandse bedrijven met internationale
activiteiten? Is er een inschatting van het aantal extra geschillen dat door deze
wijzigingen kan ontstaan?
II.7 Artikel I, onderdeel H (artikel 22 van de Belastingregeling Nederland Sint Maarten)
De leden van de VVD-fractie lezen dat de regering het heeft over het voldoen aan de
minimumstandaard op dit punt. Kan de regering aangeven hoe deze minimumstandaard van
toepassing is in een zuiver interne situatie: dat wil zeggen binnen het Koninkrijk
der Nederlanden? Ziet de minimumstandaard namelijk niet op situaties waarbij er meerdere
Staten zijn betrokken? Klopt het in zoverre dat de minimumstandaard Nederland niet
verplicht om deze bepaling op te nemen?
II.8 Artikel I, onderdeel I (artikel 24 van de Belastingregeling Nederland Sint Maarten)
De leden van de VVD-fractie constateren dat het voorgestelde vijfde lid van artikel
24 van de Belastingregeling Nederland Sint Maarten gevallen waarin een rechterlijke
instantie of administratieve rechtbank van een van beide landen al over de kwestie
heeft beslist van arbitrage zijn uitgezonderd. Kan de regering aangeven waarom hiervoor
is gekozen? Is er een grondwettelijke belemmering om deze uitzondering niet op te
nemen? Waarom bestaat deze (mogelijke) uitzondering binnen het OESO-modelverdrag?
Waarom zou deze uitzondering in de context van deze Rijkswet relevant zijn?
Kan de regering voorts aangeven op welk moment de procedureregels voor de arbitrageprocedure
worden afgesproken? Is dit op het moment dat er een arbitrageprocedure dreigt of al
op een eerder moment?
Hoe werkt de benoemingsprocedure voor arbiters in het geval van arbitrage? Wat is
de poule van arbiters waar Nederland en Sint-Maarten uit kunnen kiezen?
IV. OVERIG
De leden van de VVD-fractie hebben voorts nog de volgende vragen. Kan de regering
toelichten wat de uitvoeringsgevolgen zijn van de voorgestelde wijzigingen? Kan de
regering toelichten wat de gevolgen zijn voor belastingplichtigen en bedrijven?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het voorstel uitvoeringstechnische
gevolgen heeft en zo ja, welke dat zijn. Kan de regering daarnaast toelichten wat
de gevolgen van het voorstel zijn voor belastingplichtigen?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
W.A. Lips, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.