Lijst van vragen : 36850-K Verslag houdende een lijst van vragen inzake Wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
2025D50686 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister
van Defensie over de Wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het
jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota) (Kamerstuk 36 850 K).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-Griffier van de commissie,
Manten
Nr
Vraag
1
Kunt u toelichten hoe het mogelijk is dat bij Lucht Materieel een verlaging van het
instandhoudingsbudget plaatsvindt vanwege gebrek aan absorptievermogen, terwijl bij
Maritiem Materieel juist sprake is van uitbesteding wegens personele ondervulling?
2
Welke structurele factoren liggen ten grondslag aan deze verschillen in uitvoeringscapaciteit
tussen de krijgsmachtdelen?
3
Welk percentage van de instandhoudingswerkzaamheden bij Maritiem Materieel wordt in
2025 uitbesteed vanwege personele ondervulling?
4
Wat is de meerprijs van de uitbesteding ten opzichte van de oorspronkelijk begrote
interne personeelskosten?
5
Kunt u aangeven welke effecten het terugbrengen van overprogrammering naar nul heeft
op de daadwerkelijke leveringsmomenten van lopende projecten?
6
Worden projecten zoals Vervanging Wissellaadsystemen, Defensiebrede Vervanging Operationele
Wielvoertuigen en Vervanging M-fregatten door deze herschikking feitelijk vertraagd?
7
Welke concrete deadlines gelden er voor de versnelde projecten rond de aanvulling
van de munitievoorraad bij de Landmacht?
8
Welke operationele maatregelen worden getroffen om de vertraging bij het MRAT-project
op te vangen?
9
Op welke specifieke initiatieven wordt de teruggeboekte € 270 miljoen aan Bedrijfssteun
(Artikel 1) ingezet ter versterking van de Nederlandse defensie-industrie?
10
Hoe wordt geborgd dat de sterk gestegen GrIT-exploitatieverplichtingen geen belemmering
vormen voor toekomstige digitale innovatie of nieuwe IT-vervangingsprojecten?
11
Welke gevolgen heeft de neerwaartse bijstelling van € 259,1 miljoen op de vastgoeduitgaven
voor de realisatieplanning van het Programma Ruimte voor Defensie?
12
Welke maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat vertraging in vastgoedprojecten
de militaire mobiliteit, logistieke keten en operationele inzetbaarheid vertraagt?
13
Hoe zien we de 1.0–2,5 miljard euro die in de Kamerbrief van 24 november stond terug
in het Defensiematerieelbegrotingsfonds? (Kamerstuk 27 830, nr. 474)
14
Welke toekomstige budgettaire gaten vallen er (bijvoorbeeld deprioritering andere
projecten) indien deze 1.0–2,5 miljard euro uit de Kamerbrief van 24 november toekomstig
budget betreft dat naar voren is gehaald?
15
Welke standaard contractuele afspraken maakt Defensie op inkoopgebied ten aanzien
van prijsrisico?
16
Wat is de geografische breakdown delen (euro’s en percentages) van de inkoop van het
materieelbegrotingsfonds in 2025 bij bedrijven die in Nederland, de EU (exclusief
Nederland) en de VS gevestigd zijn? Graag opgesplitst per geografie en uitgedrukt
in miljarden met 1 decimaal.
17
Wat zijn de KPIs waarop gebaseerd wordt of de inkooporganisatie succesvol is? Hoe
hebben deze KPIs zich in 2020–2025 jaarlijks ontwikkeld? Graag in tabelvorm delen.
18
Wat is de omvang van de inkooporganisatie bij Defensie in aantallen medewerkers per
aanvang 2025?
19
Hoe verhoudt het aantal medewerkers van de inkooporganisatie als percentage van de
totale defensieorganisatie zich tot andere West-Europese landen?
20
Kan het kabinet aangeven wat de gemiddelde doorlooptijd (uitgedrukt in maanden) van
inkooptrajecten is voor een representatieve selectie van defensiematerieel projecten?
21
Hoeveel langjarige contracten (>5 jaar) voor defensiematerieel heeft het kabinet sinds
2024 afgesloten met in Nederland gevestigde bedrijven in de defensie-industrie? Hierbij
gaat het niet om overhead (als IT, vastgoed of facility management services), maar
om materieel als drones, munitie, voertuigen, etc.
22
Waaruit bestaat de terugboeking van 270 miljoen euro van EZ naar Defensie? Wat zijn
de gevolgen hier van? Waar was dit geld voor bestemd?
23
De verplichtingenruimte stijgt met € 3,8 miljard door het naar voren halen van contracten;
kunt u garanderen dat deze versnelling niet leidt tot onzorgvuldige verwerving of
«panic buying», waarbij de interoperabiliteit en levensduurkosten ondergeschikt raken
aan de wens om budget vast te leggen?
24
In de tweede suppletoire begroting wordt de overprogrammering volledig teruggebracht
naar nul; betekent dit dat het instrument van overprogrammering in de praktijk heeft
gefaald als stuurmiddel om onderuitputting te voorkomen, gezien de enorme neerwaartse
bijstellingen op investeringen (€ 2,8 miljard)? Is de conclusie gerechtvaardigd dat
de absorptiecapaciteit van de organisatie structureel wordt overschat?
25
De overheveling van € 270 miljoen «bedrijfssteun» van EZK terug naar Defensie roept
vragen op over de regie; is Defensie nu zelf verantwoordelijk voor industriebeleid,
en heeft de organisatie de expertise in huis om deze middelen effectief in te zetten
voor de versterking van de Nederlandse defensie-industrie (D-SIII), zonder dat dit
verzandt in versnipperde subsidies?
26
Welk deel van de bijstelling van verplichtingen van 622,5 miljoen euro is te wijten
aan de vertraging bij Short Range Anti-Tank (SRAT)?
27
Welke andere bijstellingen zijn er met een omvang van meer dan 100 miljoen euro en
wat is de reden van deze bijstelling?
28
Betreft de scope uitbreiding bij het Short Range Anti-Tank (SRAT) project de verwerving
van het «Carl-Gustaf M4» anti-tank systeem? Zo nee, hoe kan er sprake zijn van een
scope uitbreiding bij het Short Range Anti-Tank (SRAT) project terwijl dit MOTS zou
zijn?
29
Wat zijn de gevolgen van de vertraging in verplichtingen bij afzonderlijke trajecten,
zoals SRAT?
30
Het budget voor de verwerving van munitie (SRAT, Aanvulling Inzetvoorraad) wordt wederom
verlaagd door vertragingen; erkent u dat het onvermogen om munitievoorraden tijdig
aan te vullen, ondanks beschikbaar geld, de meest acute kwetsbaarheid van de krijgsmacht
vormt in het huidige dreigingsbeeld? Welke onconventionele maatregelen worden overwogen
om deze impasse te doorbreken?
31
Van wat voor soort «leveringsproblematiek» is sprake bij het project Initiële Counter-Unmanned
Aircraft Systems (C-UAS) en hoeveel maanden duurt de vertraging?
32
Hoe rijmt deze vertraging bij C-UAS met de Kamerbrief van 24 november die repte van
«snel leverbare combat C-UAS systemen»?
33
In de Kamerbrief van 24 november wordt versterking van de C-UAS capaciteit van 1.0–2,5
miljard genoemd; wat is de opsplitsing van dit bedrag over de genoemde projecten?
34
Draagt Defensie voor deze twee projecten (Verwerving Maritime Strike en Future Littoral
All-Terrain Mobility Patrouillevoertuigen) het volledige prijsrisico of wordt dit
gedeeld met de leveranciers?
35
Welke individuele projecten zijn vertraagd en wat zijn de consequenties daarvan?
36
Bij Defensiebreed Materieel wordt het budget voor de realisatiefase met € 784 miljoen
verlaagd door vertragingen bij cruciale projecten als DVOW en munitievoorraden; hoe
verhoudt deze forse vertraging zich tot de acute noodzaak om de basisgereedheid en
voorraden op orde te brengen, zoals geschetst in de Stand van Defensie? Dreigt hierdoor
een «papieren gereedheid» te ontstaan die niet gedekt wordt door materieel?
37
Het budget voor Kennis en Innovatie wordt met € 172,6 miljoen verlaagd, grotendeels
door vertragingen; hoe valt deze structurele onderuitputting te rijmen met de ambitie
om via technologische innovatie (drones, AI) de gevechtskracht te vergroten? Wordt
innovatie in de praktijk als «sluitpost» gebruikt bij tegenvallers elders?
38
Op welke manier zijn de wijzigingen van de onlangs vastgestelde begroting over drones
verwerkt in deze reguliere suppletoire begroting?
39
De ontvangsten stijgen met € 47 miljoen, deels door een boete van een maritieme leverancier;
hoewel financieel positief, duidt een boete op wanprestatie; om welk project en welke
leverancier gaat het, en wat zijn de operationele consequenties van de wanprestatie
die tot deze boete heeft geleid?
40
Hoe groot zijn de in de toelichting genoemde prijsstijgingen bij Verwerving Maritime
Strike en Future Littoral All-Terrain Mobility Patrouillevoertuigen? Zowel in euro’s
als in percentage?
41
Wat zijn de gevolgen van de vertraging in verplichtingen bij afzonderlijke projecten?
42
Zijn er elders binnen DMP-projecten die te maken hebben met prijsstijgingen? Zo ja
welke en in welke mate?
43
Voor het project «Vervanging M-fregatten» is het budget verlaagd door onduidelijkheid
over het BTW percentage en scopewijzigingen; is het acceptabel dat bureaucratische
onduidelijkheid over belastingen leidt tot vertraging van een hoofdwapensysteem dat
cruciaal is voor de slagkracht op zee? Welke operationele risico’s levert dit uitstel
op voor de ASW-capaciteit?
44
De instandhoudingsbudgetten worden op diverse artikelen verhoogd of verschoven (o.a. € 100 miljoen
extra verplichtingen bij Land, € 128 miljoen verlaging uitgaven bij Lucht); duidt
deze volatiliteit op een gebrekkig inzicht in de werkelijke levensduurkosten van materieel,
en dreigt instandhouding een «black box» te worden die investeringsruimte opslokt?
45
Wat zijn de gevolgen van de vertraging in verplichtingen bij afzonderlijke projecten?
Welke projecten zijn versneld?
46
Bij Lucht Materieel wordt het budget voor de F-35 verlaagd met € 291 miljoen door
vertraagde leveringen; wat is de impact van deze vertraging op de operationele inzetbaarheid
en de vullingsgraad van de squadrons, zeker nu de F-16 versneld wordt uitgefaseerd
en ingezet voor Oekraïne? Ontstaat er een gat in de luchtverdedigingscapaciteit?
47
Voor Infrastructuur en Vastgoed wordt het verwervingsbudget met € 259 miljoen verlaagd
door fasering van projecten als «Versnellen Verduurzaming»; betekent dit dat de duurzaamheidsambities
de facto in de ijskast worden gezet ten gunste van operationele prioriteiten, en welke
gevolgen heeft dit voor de energielasten op lange termijn?
48
Bij IT wordt het verplichtingenbudget met € 1,1 miljard verhoogd door het programma
GrIT; gezien de aanhoudende vertragingen en kostenoverschrijdingen bij GrIT, is het
verantwoord om nu al voor 5 jaar exploitatieverplichtingen aan te gaan? Wordt hiermee
niet een «vendor lock-in» bestendigd die innovatie en flexibiliteit in de weg staat?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.