Lijst van vragen : 36850-X Verslag houdende een lijst van vragen inzake Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
2025D50685 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister
van Defensie over de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie voor het jaar 2025
(wijziging samenhangende met de Najaarsnota) (Kamerstuk 36 850 X).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-Griffier van de commissie,
Manten
Nr
Vraag
1
Hoeveel onderuitputting is er sinds 2020 op de defensiebegroting geconstateerd?
2
Zijn er de laatste vijf jaar bestellingen gedaan bij het bedrijf AIA Systems? Zo ja,
kunt u een overzicht geven van datum, bedrag en type systemen?
3
Zijn er de laatste vijf jaar bestellingen gedaan bij Israëlische wapenbedrijven? Zo
ja, kunt u een overzicht geven van datum, bedrag, bedrijf en type systemen?
4
Zijn er de laatste 5 jaar bestellingen gedaan bij Saoedische wapenbedrijven? Zo ja,
kunt u een overzicht geven van datum, bedrag, bedrijf en type systemen?
5
Zijn er de laatste vijf jaar bestellingen gedaan bij wapenbedrijven uit de VAE? Zo
ja, kunt u een overzicht geven van datum, bedrag, bedrijf en type systemen?
6
Wat zijn de precieze oorzaken van de snellere dan verwachte groei van het personeelsbestand
van de Koninklijke Landmacht?
7
Was deze groei van het personeelsbestand het resultaat van specifiek beleid (bijvoorbeeld
succesvolle wervingscampagnes of verbeterde retentie) of van onnauwkeurige ramingen
bij de oorspronkelijke begroting?
8
Kunt u aangeven of de snellere personeelsgroei bij de Landmacht leidt tot knelpunten
bij opleidingscapaciteit, zoals wachtlijsten voor basis- of functieopleidingen?
9
Is de snellere personeelsgroei gelijk verdeeld over alle eenheden en bataljons, of
zijn sommige organisatieonderdelen disproportioneel gegroeid?
10
Zijn er onderdelen binnen de Landmacht waar de materiële gereedheid achterblijft op
het tempo van personele groei, zoals bij voertuigen, uitrusting of munitie?
11
De middelen voor deze groei lijken mede te zijn overgeheveld vanuit het potje «Nog
onverdeeld Prijs»; heeft deze onverwacht snelle groei negatieve gevolgen gehad voor
de inrichting, training, of materiële voorziening van dit nieuwe personeel, aangezien
de middelen voor de bekostiging pas in de tweede suppletoire begroting zijn herschikt?
12
Welk totaalbedrag is uitgegeven aan toelages en andere extra personele kosten voor
de Landmacht ten behoeve van de NAVO-top?
13
Kunt u specificeren waarom deze extra personele kosten niet voorzien konden worden
in de reguliere begroting?
14
De Marechaussee zag een stijging van de materiële uitgaven met € 9,6 miljoen en vermeldt
dat dit hoofdzakelijk veroorzaakt werd door uitgaven ten behoeve van de afgelopen
NAVO-top; om welke specifieke materiële uitgaven gaat het hier (bijvoorbeeld tijdelijke
infrastructuur, specifieke beveiligingsmiddelen, communicatieapparatuur) en waarom
konden deze niet eerder worden begroot?
15
Hoe verhoudt de geconstateerde onderbesteding van € 10,2 miljoen bij de KMar en de
personele daling bij de Kustwacht CARIB zich tot de actuele en groeiende veiligheidsrisico’s
die de situatie in Venezuela (migratie, grensincidenten, drugssmokkel) met zich meebrengt
voor de Caribische eilanden van het Koninkrijk?
16
Kunt u specificeren welke posten binnen het Caribisch budget precies zijn onderbesteed
(personeel, vaaruren, munitie, onderhoud, oefeningen, brandstof, infrastructuur)?
17
Met het oog op de voortdurende politieke en militaire instabiliteit in Venezuela;
kunt u aangeven of en hoe deze onderbesteding van het budget voor inzet in het Caribisch
gebied de operationele capaciteit van Defensie en de Kustwacht CARIB in dat gebied
beïnvloedt ten aanzien van eventuele grensconflicten, drugssmokkel, of migratiestromen?
18
Gezien de Venezolaanse dreiging en de noodzaak tot het tegengaan van irreguliere immigratie
en mensensmokkel (door de Kustwacht) en ondermijning (door de KMar); is er een inschatting
gemaakt of de feitelijke (lagere) operationele inzet als gevolg van de onderbesteding
voldoende is om de veiligheidsstandaarden op de eilanden te handhaven?
19
Enkele fracties hebben als voorwaarde gesteld dat de versterking van Defensie niet
ten koste mag gaan van essentiële nationale zaken, zoals de betaalbaarheid en instandhouding
van de AOW, toegankelijke gezondheidszorg, of de mkb-sector; kunt u garanderen dat
het financiële gat dat door het PURL-initiatief in 2027 ontstaat, niet opgevangen
zal worden middels bezuinigingen of het in gevaar brengen van deze nationale prioriteiten?
20
Kunt u toelichten in hoeverre de nu vrijgemaakte middelen voor Oekraïne de implementatie
van Nederlandse defensieprojecten vertragen, zoals vervanging van verouderd materieel,
munitieopbouw, en versterking van ondersteunende eenheden?
21
Kunt u een volledig overzicht geven van de investeringen die de komende jaren noodzakelijk
zijn binnen het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) en aangeven in hoeverre
deze projecten mogelijk worden vertraagd of verschoven door het herprioriteren van
middelen richting Oekraïne?
22
Kunt u toelichten welke NPRD-projecten prioriteit krijgen, en of deze prioriteiten
zijn aangepast vanwege de Nederlandse bijdrage aan Oekraïne of aan NAVO-verplichtingen?
23
Hoe verhoudt de verwachte bezetting per eind 2025 bij de Koninklijke Landmacht voor
burgerpersoneel, reservisten en beroepsmilitairen zich tot de ambitie in de originele
begroting 2025? Graag in absolute aantallen (zowel in FTE als aantallen medewerkers)
en opgesplitst naar de drie genoemde categorieën.
24
Bij de KMar is onderbesteding op de inzet in het Caribisch gebied; wat is de reden
dat dit budget nu wordt verlaagd, gezien de recente geopolitieke spanningen in de
Cariben?
25
Hoe verhoudt de zin «De extra militaire steun aan Oekraïne leidt zelf niet tot vertraging
of het niet doorgaan van deze projecten» zich tot de latere passage waarin het kabinet
stelt dat het aanwenden van deze onderuitputting «betekent dat deze niet beschikbaar
is voor de in=uittaakstelling, waardoor in de toekomst tegenvallers kunnen ontstaan»?
Ziet u in dat deze twee beweringen financieel niet tegelijk waar kúnnen zijn?
26
Wat is het effect van het gebruiken van de onderuitputting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds
voor de noodzakelijke materiele investeringen en voor de uitvoering van de NAVO-verplichtingen?
Is er in de volgende jaren dan voldoende budget?
27
Welke NAVO-capaciteitsdoelstellingen (NATO Capability Targets) worden door deze budgetverschuiving
geraakt als de compensatie in 2026 uitblijft?
28
Indien de resterende 1,3 miljard euro eveneens via Defensiebudgetten wordt ingevuld,
kan het kabinet dan nog steeds volhouden dat dit «niet leidt tot vertraging van projecten»?
29
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann/Nordkamp (Kamerstuk 36 592, nr. 18) wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken?
30
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann/Nordkamp (Kamerstuk 36 592, nr. 19) wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken?
31
Wat zijn Windfall profits?
32
Waar bestaan de uitgaven en ontvangsten uit?
33
Welke diensten zijn er door EDA niet geleverd en waarom niet?
34
Kunnen de ontvangsten op steun aan Oekraïne ook worden herleid naar andere uitgaven?
35
Welke overboekingen worden er gedaan naar andere begrotingen?
36
De ontvangsten uit «windfall profits» (€ 100 miljoen) vormen een welkome aanvulling
voor de steun aan Oekraïne; kunt u toelichten in hoeverre deze incidentele meevaller
deel uitmaakt van een structurele Europese financieringsstroom uit bevroren Russische
tegoeden, of gaat het om een eenmalige injectie? En welke risico’s ziet u voor de
continuïteit van de steun als deze bron zou wegvallen?
37
Het budget voor crisisbeheersingsoperaties wordt met € 40 miljoen verlaagd door onderuitputting;
duidt dit op een bewuste strategische verschuiving weg van stabiliteitsmissies (Hoofdtaak 2)
richting de verdediging van het eigen grondgebied (Hoofdtaak 1)? Of is de organisatie
door personele tekorten niet in staat geweest om de beschikbare middelen voor missies
daadwerkelijk operationeel weg te zetten?
38
Hoeveel leggen andere NAVO bondgenoten in op het PURL-initiatief?
39
Waar wordt het bedrag van 815,2 miljoen euro voor internationale organisaties aan
uitgegeven?
40
Wat is de reden dat is besloten om deze ontvangsten van 128 miljoen euro in te zetten
voor Oekraïne?
41
Hoeveel geeft het kabinet dit jaar uit voor steun aan Oekraïne?
42
Er wordt € 250 miljoen aan verplichtingenbudget uit 2027 naar voren gehaald voor de
«Prioritized Ukraine Requirement List» (PURL); getuigt deze versnelling van acute
tekorten aan het front die niet via reguliere kanalen konden worden geadresseerd?
Hoe verhoudt deze keuze zich tot de eigen gereedstelling en voorraadvorming? En wordt
hierbij prioriteit gegeven aan «off-the-shelf» verwerving om de benodigde snelheid
te borgen?
43
Waaraan wordt de 128 miljoen euro besteed?
44
Waarvoor is het budget internationale veiligheid? En hoeveel is daarvan uitgegeven?
Komt de onbenutte 40 miljoen euro te vervallen?
45
De kosten voor gereedstelling bij de Marine stijgen met € 11 miljoen door «duurdere
oefeningen»; is dit het gevolg van inflatie, of is de intensiteit van de oefeningen
verhoogd in reactie op de dreiging op zee, zoals de bescherming van vitale infrastructuur
op de Noordzee? En betekent «duurder» in dit geval dat er per saldo minder gevaren
kan worden?
46
Tot hoeveel extra bezetting leidt de 24 miljoen euro voor eigen personeel bij de Landmacht,
en bij welke onderdelen?
47
De toelichting spreekt van een «sneller dan verwachte groei» van het personeelsbestand
bij de Landmacht (€ 24 miljoen extra), terwijl de Stand van Defensie juist een zorgwekkende
achterblijvende instroom van militairen toont; kunt u bevestigen dat deze «groei»
voornamelijk bestaat uit burgerpersoneel en inhuur? Maskeert deze financiële tegenvaller
niet juist het structurele onvermogen om de operationele «tanden» van de organisatie
te vullen?
48
Er wordt met spoed € 14,6 miljoen vrijgemaakt voor langjarige opleidingscontracten
in de VS; houdt deze versnelling verband met verwachte prijsstijgingen of politieke
onzekerheid in de VS? En waarom konden deze contracten niet in de reguliere begrotingscyclus
worden voorzien?
49
Wat is de reden dat het budget eigen personeel wordt verlaagd en het budget voor externe
inhuur wordt verhoogd? Hoe kan het dat het budget voor externe inhuur wordt verdrievoudigd?
50
De uitgaven voor externe inhuur stijgen explosief (o.a. € 15,8 miljoen KMar, € 18,6
miljoen COMMIT); Erkent u dat de afhankelijkheid van externe marktpartijen voor kritieke
taken als grensbewaking en IT-infrastructuur een strategisch kwetsbaarheid is geworden,
zeker gezien de krapte op de arbeidsmarkt en de noodzaak tot digitale soevereiniteit?
51
De vertraging van het programma Grensverleggende IT (GrIT) leidt wederom tot miljoenen
extra kosten aan inhuur en instandhouding van «legacy» systemen; kunt u concreet maken
in hoeverre deze vertraging de transitie naar Informatiegestuurd Optreden (IGO) frustreert
en daarmee de slagkracht van de krijgsmacht in een modern conflict direct ondermijnt?
52
Met de overheveling van € 22,8 miljoen naar EZK voor TNO lijkt Defensie directe sturing
op defensie-specifiek onderzoek uit handen te geven; hoe wordt geborgd dat in een
tijd van snelle technologische proliferatie (drones, AI) de onderzoekscapaciteit exclusief
en met voorrang beschikbaar blijft voor de acute operationele noden van de krijgsmacht?
53
Terwijl de operationele commando’s kampen met tekorten, groeien de apparaatsuitgaven
van het Kerndepartement met € 13,9 miljoen; hoe verhoudt deze uitdijing van de bestuurslaag
zich tot de doelstelling om de organisatie «slimmer en platter» te maken, en draagt
deze groei daadwerkelijk bij aan de ondersteuning van de eenheden in het veld?
54
De overheveling van € 26,1 miljoen voor gestegen energie- en waterkosten bij de Marine
is fors; wijst dit op achterstallig onderhoud in de verduurzaming van vastgoed en
schepen? Maken deze stijgende vaste lasten de «cost of ownership» van de vloot niet
onhoudbaar hoog ten koste van investeringen?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| PVV | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Voor |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Tegen |
| BBB | 4 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Volt | 1 | Voor |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.