Lijst van vragen : 36850-IV Verslag houdende een lijst van vragen inzake Wijziging van de begrotingsstaten van het Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
2025D50529 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de brief van 28 november
2025 inzake Wijziging van de begrotingsstaten voor Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H)
voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota) (Kamerstuk 36 850 IV, nr. 1).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Mutluer
De griffier van de commissie,
Hessing-Puts
Nr
Vraag
1
Wanneer wordt de volgende monitor macro-economische context Caribisch Nederland verwacht?
2
Is geborgd dat budget beschikbaar is gesteld voor schoolmaaltijden na juli 2026?
3
Waar en op welke begroting is het beschikbaar gestelde budget voor schoolmaaltijden
tot juli 2026 terug te vinden?
4
Welke indicatoren gebruikt het kabinet om te meten of de brede welvaart op de BES-eilanden
daadwerkelijk toeneemt en hoe worden deze resultaten gemonitord?
5
Hoe voorkomt het kabinet dat het begrip «zelfredzaamheid» wordt gebruikt om structurele
investeringen uit te stellen, terwijl de voorzieningen op de BES-eilanden op diverse
terreinen nog niet op hetzelfde niveau zijn als in Europees Nederland?
6
Wat verstaat het kabinet onder «Building Back Better» en hoe wordt dit concreet toegepast
in de wederopbouwprogramma’s op Sint Maarten?
7
Wat gebeurt er in algemene zin met middelen die in de begroting Koninkrijksrelaties
niet worden uitgegeven? Worden deze teruggestort in de algemene middelen of vindt
er een kasschuif of reservering plaats?
8
Kunt u in een tabel aangeven op welke budgetten de afgelopen drie jaar onderuitputting
heeft plaatsgevonden?
9
Kunt u aangeven wat de ontwikkelingen zijn rond de armoedecijfers op de BES?
10
Hoe wordt verklaard dat tot en met oktober 2025 relatief weinig uitgaven zijn gerealiseerd,
terwijl de 2e suppletoire begroting ervan uitgaat dat deze uitgaven alsnog in 2025
worden gedaan? Bij welke artikelen is sprake van onderrealisatie?
11
Kunt u nader toelichten waarvoor de mutatie voor de afvalstortplaats Bonaire precies
is bedoeld? Hoe zal dit worden besteed?
12
Hoe wordt de continuïteit en duurzaamheid van de financiering voor de cruciale milieuprojecten
op Bonaire gewaarborgd, buiten de eenmalige suppletoire bijdrage van € 1.500.000 voor
de afvalstortplaats Selibon Lagun, gezien de relatie met volksgezondheid en milieu
en het feit dat de middelen mede via reallocaties vanuit het Apparaat (Artikel 6)
moesten komen?
13
Wat is de reden dat de ontvangsten tot en met oktober 2025 fors hoger zijn dan de
raming? Gaat het om terugbetaalde leningen en zo ja, welke? Zo nee, om welke ontvangsten
gaat het?
14
Hoe worden de structurele taken van de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO), zoals uitvoeringskracht,
sociaaleconomische ontwikkeling, onderwijs en zorg na 2027 geborgd en waarom zijn
deze momenteel binnen een tijdelijk instrument ondergebracht?
15
Kunt u de mutatie op 4.3 borgstelling MKB nader toelichten?
16
Wat gebeurt er met middelen van de TWO die door achterblijvende uitvoering in 2025
niet worden besteed? Vallen deze terug naar de algemene middelen?
17
Kunt u uiteenzetten wat de belangrijkste oorzaken zijn van de onderuitputting bij
meerdere artikelen die structureel achterblijven op de begrote middelen, onder andere
bij artikel 4 (Bevorderen sociaaleconomische structuur) en de TWO-middelen? Gaat het
om uitvoeringscapaciteit, vertraging in besluitvorming, te optimistische begroting
of andere structurele knelpunten?
18
Hoe beoordeelt het kabinet het risico dat de TWO-middelen in 2027 eindigen, terwijl
landen structurele behoefte hebben aan uitvoeringskracht? Worden alternatieven onderzocht?
19
Waarom worden in een suppletoire begroting, die geen nieuw beleid mag bevatten, toch
structurele problemen opgelost via reallocaties (zoals Selibon en VNACS) zonder beleidsmatige
duiding?
20
Welke structurele oplossing onderzoekt het kabinet voor de afvalproblematiek op Bonaire,
gezien het feit dat nu herhaaldelijk incidentele bijdragen worden verstrekt voor Selibon?
21
Waarom moesten de middelen voor cultuur-historisch erfgoed op Sint-Eustatius worden
verplaatst naar een ander instrument? Was de eerdere budgettering onjuist?
22
Wat betekenen de grote correcties in artikel 6 (apparaat) voor de bedrijfsvoering
van RCN, SSO-CN en VNACS? Kunnen alle taken nog worden uitgevoerd?
23
Hoe groot is de korting op apparaatskosten van SSO-CN en het Cft, zowel in absolute
bedragen als als percentage van hun jaarbudget? Welke gevolgen dit heeft voor toezicht
en uitvoering?
24
Kan het kabinet een volledig overzicht geven van alle desalderingen in de begroting
(zoals SSO-CN), inclusief aard van dienstverlening, looptijd en mogelijke structurele
onderfinanciering?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. Mutluer, voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.