Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 11 en 12 december 2025 (Kamerstuk 21501-32-1736)
2025D50525 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur hebben
de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister
en Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de geannoteerde
agenda van de Landbouw- en Visserijraad december 2025 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1736).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Podt
De griffier van de commissie,
Jansma
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
III
Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Landbouw- en Visserijraad van 11–12 december 2025 en de toelichting
op de Nederlandse inzet. Deze leden vragen de Minister nadere toelichting over de
manier waarop Nederland de sociaaleconomische gevolgen van de dalende vangstadviezen
voor met name makreel zal opvangen, en hoe wordt gewaarborgd dat het proces rondom
de Haagse Preferenties transparant verloopt. Daarnaast vragen deze leden of Nederland
aanvullend herstelbeleid zal inzetten voor de aal, naast het volgen van het International
Council for the Exploiration of the Sea (ICES)-advies.
De leden van de D66-fractie merken op dat Nederland geen directe vangstmogelijkheden
heeft in de Middellandse Zee en Zwarte Zee, maar hechten er waarde aan dat kennis
en best practices van Nederland worden benut voor duurzaam visbeheer in deze regio’s.
Zij vragen hoe dit concreet vorm zal krijgen.
De leden van de D66-fractie vragen naar de aanpak van de onderhandelingen met Marokko
over het nieuwe visserijprotocol. Deze leden onderschrijven dat het proces rekening
houdt met het zelfbeschikkingsrecht van het volk van de Westelijke Sahara en vragen
hoe Nederland een gelijk speelveld voor alle Europese Unie (EU)-schepen in Marokkaanse
wateren zal waarborgen, de vangstmogelijkheden optimaal kan benutten en innovatie,
monitoring en duurzaamheid kan integreren in het protocol.
De leden van de D66-fractie zijn voorstander van het verlagen van administratieve
lasten voor boeren, maar vrezen ook dat het schrappen van regels ten koste gaat van
inzet op het gebied van duurzaamheid. Deze leden vragen de Minister en Staatssecretaris
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) concreet te maken welke
regels volgens het kabinet moeten worden geschrapt en toe te lichten hoe deze niet
ten koste gaat van onze voortrekkersrol op het gebied van een meer duurzame landbouw.
Ook vragen deze leden welke gevolgen de recente voorstellen van het Europees Parlement
over het National and Regional Partnerships Plan (NRPP) en de Conditionaliteitsverordening
hebben voor de Nederlandse inzet bij de verdere onderhandelingen.
De leden van de D66-fractie willen graag aandacht vragen voor het verbod op «vleesachtige
productnamen» voor plantaardige producten. Deze leden zijn van mening dat het een
onzinnig en ondoelmatig verbod is. Het is een onderschatting van, en wat deze leden
betreft neerbuigendheid jegens, Nederlandse consumenten die uitstekend in staat zijn
te oordelen wat zij wel en niet willen kopen. Deze leden vragen de Minister toe te
lichten waar het beeld vandaan komt dat consumenten dit onderscheid niet zouden kunnen
maken. Deze leden vragen de Minister derhalve zich uit te spreken tegen het verbod.
Kan de Minister toelichten hoe een dergelijk verbod bijdraagt aan het stimuleren van
meer plantaardige producten, conform de inzet vanhet kabinet (Kamerstuk 31 532, nr. 291). Kan de Minister toezeggen zich in de Landbouw- en Visserijraad hard te maken voor
het behoud van herkenbare en gangbare benamingen voor vleesvervangers?
De leden van de D66-fractie willen tot slot graag aandacht vragen voor het uitgelekte
Omnibusvoorstel omtrent de versoepeling van de beoordeling van bestrijdingsmiddelen
en de brandbrief die daarover is geschreven (Parkinsonalliantie Nederland, 30 november
2025, «Brandbrief over versoepeling beoordeling bestrijdingsmiddelen (Omnibus-package
EC)» (https://parkinsonalliantie.nl/wp-content/uploads/2025/12/BrandbriefVoor…)). Deze leden maken zich samen met de ondertekenaars van de brandbrief ernstige zorgen
over het voorgestelde pakket. Noodzakelijke periodieke toetsing waarbij de laatste
stand van de wetenschap langs de lat wordt gelegd van een veilige toepassing van mogelijk
giftige middelen wordt vervangen door een onbeperkte toelating. Er komt daarnaast
een verruiming van het gebruik van verboden bestrijdingsmiddelen en gevaarlijke stoffen
worden niet verboden zonder alternatief. Wat deze leden betreft zijn dit grote stappen
achteruit op een systeem dat juist vernieuwing en aanscherping behoeft. Deze leden
zijn ervan overtuigd dat het mogelijk is om alternatieven te stimuleren, innovaties
op te schalen en op die manier het gebruik van gevaarlijke middelen verminderen. Zij
zijn van mening dat het huidige voorstel op deze drie punten het tegenovergestelde
wordt bereikt. Deze leden vragen, vooruitlopend op de officiële reactie, een reflectie
van de Minister op de zorgen die de leden van de D66-fractie hier delen.
De leden van de D66-fractie maken zich niet alleen zorgen over de inhoud van het voorstel
maar ook de behandelwijze en, met name, de behandelsnelheid. Deze leden willen de
Kamer zoveel mogelijk ruimte geven om met de Minister in gesprek te gaan over de houding
van Nederland bij de behandeling van het voorstel. Kan de Minister derhalve toelichten
wat de gemiddelde doorlooptijd is van publicatie en besluitvorming van Omnibusvoorstellen?
Verwacht zij een vergelijkbare doorlooptijd bij dit voorstel? Mocht die gemiddelde
doorlooptijd worden toegepast op het voorliggende voorstel, wanneer zou er dan besluitvorming
plaatsvinden? Deze leden willen de Minister tevens vragen om toe te zeggen dat zij
geen stappen zal zetten op dit dossier zonder een degelijk besluitvormingsproces in
de Kamer.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben de brieven van de bewindspersonen met interesse
gelezen en hebben nog enkele vragen.
De leden van de PVV-fractie vragen aan de bewindspersonen hoe zij kijken naar de versterking
van de bevoegdheden van het Europees Parlement bij de goedkeuring en wijzigingen van
de plannen van de lidstaten en de versterking van de rol van het Europees Parlement
in de besluitvorming binnen het politieke sturingsmechanisme. Delen de bewindspersonen
de mening van deze leden dat er niet meer macht bij het Europees Parlement moet komen
te liggen, maar juist bij Nederland zelf? In aanvulling daarop vragen deze leden of
de bewindspersonen in dat geval elke inbreuk op de soevereiniteit van Nederland ten
stelligste willen bevechten.
De leden van de PVV-fractie vragen aan de bewindspersonen waarom er zo wordt ingezet
op een gelijkwaardig speelveld voor alle buitenlandse vissersschepen in de Marokkaanse
wateren en waarom er niet duidelijk kant wordt gekozen voor onze eigen Nederlandse
vissers.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukken met betrekking tot
de Landbouw- en Visserijraad van december. Deze leden hebben hierover enkele vragen
en opmerkingen.
Derogatie
De leden van de VVD-fractie hebben uit Engelse media vernomen dat er mogelijk een
negatief oordeel zal komen op de derogatieaanvraag van het kabinet. Deze leden vragen
wat daar van waar is. Heeft het kabinet hier iets over vernomen? Zo ja, dan horen
deze leden graag een stand van zaken. Zo nee, is het kabinet bereid om hierover navraag
te doen? Deze leden vragen wanneer het kabinet wel meer duidelijkheid denkt te hebben
en wanneer de Kamer hierover geïnformeerd zal worden, indien het kabinet vooralsnog
geen nadere conclusies kan trekken. Voorts hebben deze leden begrepen dat Ierland
mogelijk wel een nieuwe derogatie krijgt. Kan de Minister aangeven hoe zij kijkt naar
de mogelijke verlenging van de Ierse derogatie en kan zij daarbij specifiek ingaan
op de maatregelen die Ierland moet nemen om de derogatie binnen te halen? Hoe verhoudt
deze verlenging zich tot de Nederlandse aanvraag?
Achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn
De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd naar het vastgestelde Achtste Actieprogramma
Nitraatrichtlijn en vragen wanneer de Kamer deze zal ontvangen. In de Kamerbrief van
17 oktober 2025 (Kamerstuk 33 037, nr. 625) schreef het kabinet dat de Europese Commissie (EC) voor de milieueffectrapportage
aangaf dat in het conceptprogramma de samenhang met het behalen van de doelen van
de Kaderrichtlijn Water (KRW) ontbrak. Deze leden horen graag of en hoe het vastgestelde
programma daarop is aangepast.
Dierenwelzijn
De leden van de VVD-fractie constateren dat er een politiek akkoord is bereikt inzake
de Verordening welzijn en traceerbaarheid van honden en katten. Kan de Staatssecretaris
aangeven wat dit akkoord betekent voor Nederland? Kan hij in dat kader ook een stand
van zaken geven over de Nederlandse chipplicht voor katten?
NGT’s
De leden van de VVD-fractie zijn verheugd om te lezen dat er een akkoord is bereikt
omtrent het voorstel voor Nieuwe Genomische Technieken (NGT’s). Deze leden hopen dat
deze ontwikkeling onder andere gaat leiden tot nieuwe gewassen die minder vatbaar
zijn voor ziekten en plagen. Zij vragen de Staatssecretaris om een eerste appreciatie
van het uiteindelijke voorstel en de overeenkomsten (of verschillen) met de aanvankelijke
inzet van Nederland in de Raad.
Stand van zaken implementatie richtlijnen in het derde kwartaal 2025 (voor wat betreft
LVVN-beleid)
De leden van de VVD-fractie merken op dat met betrekking tot de uitvoeringsrichtlijn
van de EC wat betreft de protocollen voor het onderzoek van bepaalde rassen van landbouw-
en groentegewassen de Minister aangeeft dat de uiterste implementatiedatum 31 december
2025 is, maar dat de implementatie niet op schema ligt. Kan de Minister toelichten
wanneer zij verwacht dat de richtlijn kan worden geïmplementeerd?
Vangstquota
De leden van de VVD-fractie vragen het kabinet om de meest actuele stand van zaken
omtrent de vangstmogelijkheden voor 2026 en eventuele compromisvoorstellen of uitkomsten
van de onderhandelingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
en de onderliggende stukken. Deze leden hebben vragen en opmerkingen, met name op
het gebied van visserij. Zij zullen hun vragen en opmerkingen hieronder uiteenzetten.
Geannoteerde agenda
Visserij
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vragen over de mogelijke uitkomsten
van de Verordening vangstmogelijkheden voor 2026. Aangezien de compromisvoorstellen
nog niet bekend zijn, kunnen deze leden deze niet beoordelen. Wel vragen zij de Staatssecretaris
welke scenario’s hij voorbereidt als het gaat over de compromisvoorstellen. De Staatssecretaris
geeft aan dat de voor Nederland belangrijke bestanden nog op «pro memorie» staan.
Het is deze leden niet duidelijk wanneer aan de door de Staatssecretaris gestelde
voorwaarde dat de ecologische en sociale pijlers en economische duurzaamheid «in evenwicht
zijn» is voldaan. Dit is een politieke afweging die nu onvoldoende helder is. Kan
de Staatssecretaris duidelijker uitleggen hoe hij op basis hiervan gaat interveniëren?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn bezorgd over de gezondheid van de makreelpopulatie.
Terwijl Nederlandse winkels besluiten om geen makreel meer te verkopen, gaan derde
landen door met de vangst en verkoop van de bedreigde vissoort (AD, 6 november 2025,
«Noodsituatie makreel verbloemt grotere plaatje: het gaat steeds beter met vispopulatiesNoodsituatie
makreel verbloemt grotere plaatje: het gaat steeds beter met vispopulaties» (https://www.ad.nl/economie/noodsituatie-makreel-verbloemt-grotere-plaat…)(AD, 6 november 2025)). Deze leden benadrukken dat het gedrag van consumenten én verkopers
daadwerkelijk effectief zijn om visbestanden te doen herstellen. Deze leden roepen
de Staatssecretaris op om bij lidstaten en derde landen kenbaar te maken dat de vangst
van makreel geminimaliseerd moet worden. Zo kan het instorten van deze vispopulatie
worden voorkomen. Ook benadrukken deze leden dat het stoppen met het verkopen van
makreel in de supermarkten alleen zin heeft als derde landen zich ook committeren
aan het niet langer overbevissen van makreel. Bovendien vragen zij de Staatssecretaris
om nader in te gaan op het besluit om makreel niet meer in supermarkten te verkopen.
Hoe zijn deze afspraken tot stand gekomen en wat zijn hiervan de positieve gevolgen
voor het makreelbestand? Welke voordelen zijn er als meer lidstaten soortgelijke afspraken
maken met supermarkten, en is de Staatssecretaris bereid om hiertoe de mogelijkheden
met zijn Europese collega’s te verkennen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn kritisch op het voornemen van de Staatssecretaris
om «flexibiliteit op te zoeken» in de juridische kaders en wetenschappelijke adviezen
omtrent vangstmogelijkheden voor de Middellandse en Zwarte Zee. Deze leden benadrukken
dat het van het grootste belang is om de meest actuele en betrouwbare adviezen juist
serieus te nemen en op te volgen. Het huidige verdienmodel van vissers is niet altijd
duurzaam, dus kan de eenzijdige focus op dit belang afdoen aan de gezondheid van visbestanden
en zeenatuur. De houding van de Staatssecretaris vergroot dit risico. Kan de Staatssecretaris
verzekeren dat hij te allen tijde proactief binnen de letter van de wet zal handelen,
in plaats van continue de randjes op te zoeken? Is hij het met deze leden eens dat
zowel vissers als de natuur niet gebaat zijn bij juridisch of wetenschappelijk onhoudbaar
handelen?
Landbouw
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn kritisch op de voorgenomen herziening
van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Deze leden stellen dat innovatie moet
leiden tot een verduurzaming van de sector en geen doel op zich is. Gemeenschapsgeld
moet te allen tijde worden uitgegeven aan bewezen effectieve maatregelen die een gezonde
bodem en een duurzame landbouw dichterbij brengen. Deelt de Minister deze mening?
Tevens vinden deze leden dat «minder complexiteit en administratieve lasten» nooit
mag leiden tot een feitelijke verzwakking of vertraging van de gestelde doelen voor
verduurzaming. Kan de Minister toezeggen dat zij haar inzet voor het mogelijk herzien
van het GLB altijd zal baseren op onafhankelijk en gedegen onderzoek naar de gevolgen
van aanpassingen voor dier en natuur, en geen steun zal uitspreken tot is vastgesteld
dat deze het belang van verduurzaming en dierenwelzijn niet in het geding komen?
Verslag LVR 17 november 2025
Visserij
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben nog enkele vragen en opmerkingen over
de visserij naar aanleiding van het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 17 november
2025. Deze leden lezen dat Nederland met vijf andere lidstaten heeft opgeroepen om
het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) te herzien, met als doel deregulering.
Deze leden zijn kritisch over dit voornemen. Zij vrezen dat het ter discussie stellen
van het GVB het huidige beleid kwetsbaar maakt voor lobby en afzwakking, wat een bedreiging
kan vormen voor de gezondheid van visbestanden, het herstellen van zeenatuur en daarmee
het toekomstige verdienvermogen van duurzame vissers. Hoe reageert de Staatssecretaris
op de reactie van de EC dat er eerst een gedegen evaluatie moet plaatsvinden? Is de
Staatssecretaris bereid om geen verdere oproepen te doen in deze sfeer, totdat onafhankelijk
en vanuit een brede belangenafweging is vastgesteld dat er reële obstakels zijn in
het huidige GVB? Deze leden benadrukken, in lijn met een breedgedragen oproep van
Europese milieuorganisaties, dat het GVB beter moet worden geïmplementeerd om doelstellingen
te kunnen realiseren, en juist niet moet worden afgezwakt. Zij vragen de Staatssecretaris
om de notitie «Don't sink the Common Fisheries Policy – fulfil its potential» (WWFEU,
oktober 2025 (https://wwfeu.awsassets.panda.org/downloads/briefing_dont-sink-the-comm…)) te appreciëren en deze als basis te gebruiken voor verdere besprekingen rondom
het GVB.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ten aanzien van het beschermen van
de zeenatuur en het herstellen van de visbestanden hebben aanvullende vragen. Het
GVB stelt als doel om de visserijsector te verduurzamen en een toekomstig verdienmodel
te ontwikkelen. Hiertoe werd op nationaal niveau het Noordzeeakkoord gesloten, mede
om invulling te geven aan het GVB. Welke gevolgen heeft de oproep van de Staatssecretaris
om het GVB te herzien voor de gemaakte afspraken in deze overlegstructuur? Wordt zijn
oproep om het GVB te herzien gedragen door de partners van het Noordzeeoverleg? Zo
ja, wanneer is het voorstel aan hen voorgelegd en wat vonden de belanghebbenden hiervan?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie verwijzen ook naar de recente uitzending «Zee
van mogelijkheden» van het programma Wat houdt ons tegen (HUMAN, 19 november 2025,
«Zee van mogelijkheden» (https://npo.nl/start/afspelen/wat-houdt-ons-tegen_29)), waarin natuurorganisaties en vissers pleiten voor het beschermen van de zeenatuur.
Dit is een randvoorwaarde voor een toekomstbestendige visserij. Heeft de Staatssecretaris
kennisgenomen van deze uitzending en de bevindingen, en deelt hij deze opvatting?
In de uitzending wordt het Noordzeeakkoord uitgelegd en wordt gesteld dat de gemaakte
afspraken Nederlandse vissers ten goede komen. Daarom vragen deze leden de Staatssecretaris
om een stand van zaken te geven over het uitvoeren van het Noordzeeakkoord. Met name
de afspraak om 15 procent van de Noordzee te vrijwaarden van bodemberoerende visserij
is hier van belang. Zijn de partners reeds tot een akkoord gekomen om invulling te
geven aan de 1,2 procent van de Noordzee die nog moet worden vrijgesteld? Op welke
termijn informeert de Staatssecretaris de Kamer over hoe deze doelstelling wordt ingevuld?
Landbouw
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Minister heeft opgeroepen tot
meer vrijheid voor lidstaten om zelf te bepalen welke instrumenten zij inzetten om
de GLB-doelen te bereiken. Zij pleitte ook voor minder verplichte interventies. Kan
de Minister feitelijk onderbouwen dat het doen van minder verplichte interventies
zal leiden tot een duurzame landbouwsector met een verdienmodel voor biologische boeren?
Deelt zij de opvatting van deze leden dat juist de vrijblijvendheid van landbouwbeleid
heeft geleid tot vertraging van noodzakelijke maatregelen om de toekomst van de landbouw
te verzekeren?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen bij het diversenpunt over gewasbeschermingsmiddelen
dat de Minister heeft gepleit voor «alternatieve middelen en maatregelen» voor landbouwgif.
Deze leden vragen om een nadere toelichting wat de Minister hiermee bedoelt en wat
voor maatregelen zij dan voor zich ziet. Deze leden vragen tot slot aan de Minister
of zij voortaan bereid is om op te roepen tot een Europees verbod op glyfosaat en
andere schadelijke chemische middelen die gebruikt worden in de landbouw.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de onderliggende stukken voor
het schriftelijk overleg over de Landbouw- en Visserijraad (december). Deze leden
maken graag van de gelegenheid gebruik om op meerdere onderwerpen nog enkele vragen
te stellen.
De leden van de CDA-fractie merken op dat bij de aanlanding van vis een deel van het
gewicht verdwijnt doordat ijs afsmelt. Daarom wordt al decennialang gewerkt met een
praktijk waarbij circa 42 kilogram bruto wordt gewogen om 40 kilogram netto te leveren
en van het quotum af te trekken. Deze leden hebben vernomen dat de EC deze werkwijze
echter niet langer toestaat. Vanaf 10 januari 2026 moet het bruto gewicht worden gebruikt,
wat in de praktijk neerkomt op een quotumverlies van ongeveer 5 procent. Voor vissers
met individueel verdeelde quota wordt dit ervaren als verlies van eigendom. In 2027
biedt de nieuwe controleverordening mogelijk weer ruimte om met netto gewichten te
werken. Voor 2026 zou een tijdelijke compensatie uit het door de staat beheerde saneringsquotum
voor tong en schol een oplossing kunnen bieden. Deze leden vragen de Staatssecretaris
toe te lichten hoe hij het door de EC opgelegde gebruik van bruto gewichten vanaf
10 januari 2026 beoordeelt en welke gevolgen dit heeft voor vissers met individueel
verdeelde quota. Is de Staatssecretaris bereid om voor 2026 een tijdelijke compensatie
te verstrekken uit het beschikbare saneringsquotum voor tong en schol, ter hoogte
van circa 5 procent van de individuele contingenten, om daarmee het «weegverlies»
te verzachten? Zo nee, waarom niet?
De leden van de CDA-fractie merken op dat tonijn steeds noordelijker voorkomt en zelfs
al voor de Belgische kust is gevangen. Het zal waarschijnlijk een kwestie van tijd
zijn voordat tonijn ook voor de Nederlandse kust verschijnt. Tot nu toe hebben alleen
de zuidelijke landen, met name Frankrijk, een quotum. Deze leden vragen de Staatssecretaris
of het klopt dat de EC het quotum voor tonijn wil verruimen. In hoeverre acht de Staatssecretaris
het gezien deze ontwikkeling reëel dat ook Nederland nu of in een later stadium pleit
voor een tonijnquotum voor kleinschalige vissers?
De leden van de CDA-fractie merken op dat Ierland mogelijk toch een nieuwe derogatie
krijgt van drie jaar op de Nitraatrichtlijn onder enkele strenge voorwaarden. Tegelijkertijd
komt uit berichtgeving in onder andere de Financial Times naar voren dat ingewijden
binnen de EC aangeven dat het derogatieverzoek van Nederland al is afgewezen (FT, 2 december
2025, «Brussels rejects Dutch request to dump manure on fields» (https://www.ft.com/content/04321157-09e6-4cc1-9c75-a6846ecd71a0)). Hoe beoordeelt de Minister de berichtgeving en hoe groot acht de Minister de kans
dat een nieuwe derogatie alsnog ook aan Nederland wordt toegekend? Welke alternatieven
voor mestafzet ziet de Minister op de korte termijn als de derogatie definitief vervalt?
Kan de Minister tevens aangeven welk ondersteunende rol verwacht mag worden van Europa
als derogatie, in welke vorm dan ook, toch wordt toegekend? Deze leden vragen de Minister
tevens hoe zij aankijkt tegen de mogelijke verlenging van de Ierse derogatie. Hoe
verhoudt deze situatie zich tot de Nederlandse aanvraag voor een nieuwe derogatie?
De leden van de CDA-fractie constateren dat er tijdens de aankomende Landbouw- en
Visserijraad ook zal worden gesproken over het voorstel voor het nieuwe GLB na 2027.
Deze leden vragen de Minister hoe zij het voorstel van de EC om de Nederlandse ontvangsten
uit het GLB te verlagen beoordeeld en welke gevolgen deze mogelijke korting volgens
de Minister zal hebben voor cruciale GLB-instrumenten zoals Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
(ANLb), de eco-regeling en ook voor ondersteuning van jonge boeren en de Europese
voedselstrategie. Hoe wordt voortzetting van agrarisch natuurbeheer gewaarborgd als
daar in het GLB met beoogde bezuinigingen weinig middelen voor over blijven? In hoeverre
en op welke manier is de Minister bereid programma’s te cofinancieren die anders mogelijk
zullen verdwijnen door het nieuwe kader van het GLB?
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister tevens toe te lichten hoe groot de
kans is dat Nederland binnen de onderhandelingen over het nieuwe Meerjarig Financieel
Kader (MFK) en de NRPP wordt verplicht om ten minste 10 procent van de NRPP-middelen–die
onder een breder EU-fonds vallen dan alleen het GLB–te reserveren voor plattelandsontwikkeling,
en aan welke concrete typen maatregelen deze middelen volgens het huidige voorstel
van de EC mogen worden besteed.
De leden van de CDA-fractie merken op dat de stikstofgebruiksnormen voor landbouwgrond
uit 2006 zijn gebaseerd op een modelmatige benadering die niet goed aansluit bij de
praktijk. De huidige stikstofnormen steunen op verouderd onderzoek naar onder meer
opname en uitspoeling, terwijl rassen, bemesting, klimaat en teelttechnieken sterk
zijn veranderd. Door jarenlange aanpassingen en aanscherpingen is de kloof tussen
theorie en praktijk alleen maar groter geworden. De door de Minister voorgesteld gewijzigde
stikstofgebruiksnormen betekenen op zand- en lössgronden voor veel gewassen verlagingen
tot 55 tot 65 procent van het landbouwkundig optimale bemestingsadvies, met forse
economische gevolgen tot gevolg. Deze leden vragen de Minister of zij bekend is met
het advies van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) van 29 augustus 2025,
waaruit blijkt dat de voorgestelde gebruiksnormen voor grasland in alle zand- en lössgebieden
voldoen aan de nitraatnorm van 50 milligram per liter. Kan de Minister toelichten
waarom zij desondanks kiest voor lagere stikstofgebruiksnormen in de Uitvoeringsregeling
Meststoffenwet dan door het CDM wordt geadviseerd? Erkent de Minister dat lagere stikstofgebruiksnormen
de productiviteit van grasland verminderen, waardoor grasland wordt omgezet in bouwland
en daarmee de waterkwaliteit verslechtert, zoals ook door ZuivelNL en het Louis Bolk
Instituut wordt gesteld? Deze leden vragen de Minister gezien het bovenstaande of
zij bereid is te onderzoeken of het mogelijk is door het CDM-bemestingsadvies wél
te volgen en aanvullend beleid te ontwikkelen dat behoud van grasland stimuleert.
Zo nee, waarom niet?
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deze stukken en
hebben nog de volgende opmerkingen en vragen.
Verordening vangstmogelijkheden 2025
De leden van de JA21-fractie vragen hoeveel jaren er al sprake is van overbevissing
van de makreel, hoe dat komt en wie daar volgens de Staatssecretaris met name verantwoordelijk
voor zijn. Wat is de laatste stand van zaken van de markeelpopulatie, het vangstadvies
en wat is ervoor nodig om te voorkomen dat die populatie verder instort? Wat is de
inzet van de Staatssecretaris voor het vaststellen van de Totale toegestane vangst
(TAC) van de makreel en voor de verdeelsleutel? Klopt het bericht dat er zelfs zonder
de EU wordt onderhandeld door de andere kuststaten en wat is de inzet van de Staatssecretaris
om dat te herstellen? Wat gebeurt er als op 20 december 2025 nog steeds geen TAC is
vastgesteld? Klopt het dat sommige landen inzetten op een lagere beperking in de TAC
ten opzichte van het formele wetenschappelijke advies? Wat gaat er gebeuren als andere
kuststaten vasthouden aan een hoger quotum dan wat de EU wetenschappelijk aanvaardbaar
acht? Kan de Staatssecretaris toezeggen dan aan te sturen op stevige maatregelen om
deze kuststaten tot de orde te roepen? Welke andere landen kan de Staatssecretaris
daarmee aan zijn zijde vinden? Klopt het dat Noorwegen en de Faeröer Eilanden zich
eenzijdig steeds meer vangstquotum toe eigenen? Is de Staatssecretaris bereid om steun
te zoeken om deze landen zwaarder onder druk te zetten om dat te stoppen? Graag ontvangen
deze leden daar een toelichting op. Welke instrumenten of middelen kunnen daarvoor
worden ingezet en op welke wil de Staatssecretaris aansturen? Is de Staatssecretaris
bereid om bijvoorbeeld handelsmaatregelen te bepleiten als landen die zich structureel
schuldig maken aan overbevissing van hun quotum? Welke mogelijkheden biedt Verordening
(EU) nr. 1026/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende
bepaalde maatregelen met het oog op de instandhouding van visbestanden ten aanzien
van landen die niet-duurzame visserij toelaten in dat kader? Op welke termijn zouden
deze maatregelen kunnen worden ingezet?
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Staatssecretaris schrijft dat Nederland
altijd benoemt dat maatregelen ten behoeve van de aal dienen te worden genomen via
de Aalverordening (verordening van de Raad tot vaststelling van maatregelen voor het
herstel van het bestand van Europese aal (EC 1100/2007)). Kan de Staatssecretaris
dat nader toelichten? Welke maatregelen hebben daarbij de meeste prioriteit, en wat
zijn de gevolgen van het uitblijven daarvan? Welk deel van de TAC voor makreel werd
vorig jaar toebedeeld aan Rusland als fishing party en welk deel draait het dit keer
op uit? Hoe wordt gecontroleerd op de naleving daarvan?
De Staatssecretaris herhaalde in november zijn oproep om visserij onderdeel te maken
van de bredere buitenlandse betrekkingen met de Noordoost-Atlantische partnerlanden.
Dit lijkt deze leden zeer verstandig. Hoe landt deze suggestie? In hoeverre is daar
animo voor?
De leden van de JA21-fractie ook enkele vragen en opmerkingen over de Haagse preferenties
voor Ierland hebben. Klopt het dat Ierland zich nu beroept op deze afspraken? Zo ja,
wat is de juridische status daarvan? In hoeverre is de EU verplicht zich aan die Haagse
preferenties te houden? Deelt de Staatssecretaris de mening van deze leden dat het
volstrekt onacceptabel is dat gezien de enorme beperking van de makreelstanden ook
nog een enorm deel van het overgebleven, gekrompen quotum aan Ierland wordt toebedeeld
op grond van decennia-oude afspraken die onder volstrekt andere omstandigheden zijn
gemaakt?
Kan de Staatssecretaris bevestigen dat Nederland niet akkoord kan gaan met een uitkomst
waar deze Haagse preferenties een onderdeel van zouden zijn?
Verordening vangstmogelijkheden 2026 voor de Middellandse Zee en de Zwarte Zee
De leden van de JA21-fractie vragen welke visstanden in deze zeeën worden bedreigd
door overbevissing en in hoeverre worden de voor deze soorten vastgestelde quota gerespecteerd.
Onderhandelingen met Marokko
De leden van de JA21-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deze stukken en
hebben nog de volgende opmerkingen en vragen. De Staatssecretaris schrijft dat het
meest recente protocol met Marokko voor visserij nietig is verklaard op basis van
de beginselen van het zelfbeschikkingsrecht, omdat het «volk van de Westelijke Sahara»
moet instemmen. Welke gesprekken zijn gaande met het volk van de Westelijke Sahara?
Volgens het Hof kan dit volk ook impliciet instemmen. Hoe kan worden beoordeeld of
een volk impliciet instemt? Onder welke voorwaarden kan dat worden geconstateerd?
Is het de bedoeling dat het volk van de Westelijke Sahara ook profiteert van afspraken
en hoe zou dat kunnen? Graag ontvangen deze leden hier een toelichting op.
Stand van Zaken Geïmplementeerde richtlijnen 2025
De leden van de JA21-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deze stukken en
hebben nog de volgende opmerkingen en vragen. Ten aanzien van de lijst «Geïmplementeerde
richtlijnen 2025» van 79 richtlijnen ligt Nederland slechts in twee gevallen op schema, en van de overige 77 is
Nederland of niet op schema, of te laat. Wat is hier aan de hand? Hoe ziet deze lijst
eruit voor onze buurlanden? In het kwartaaloverzicht staat dat de EC van mening is
dat Nederland een aantal bepalingen van de habitatrichtlijn niet of niet goed heeft
omgezet. Waar gaat het daar om? Hoe ziet de Staatssecretaris dat? Hoe zit dat met
artikelen 2, 3 en 4 van de Vogelrichtlijn waarnaar wordt verwezen?
CITES
De leden van de JA21-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deze stukken en
hebben nog de volgende opmerkingen en vragen. Wat is nu de Nederlandse inzet voor
het voorstel van een aantal Afrikaanse landen naar aanleiding van de CITES African
Dialogue Meeting for African elephant Range States? Welke onderdelen van dat voorstel
wil Nederland ondersteunen en onder welke voorwaarden? Worden nu versoepelingen bepleit
om ivoorhandel weer mogelijk te maken?
Op welke manier zet Nederland zich ervoor in dat het opnemen van de Paubrasilia echinata
niet problemen leidt voor musici met reeds van dit hout vervaardigde strijkstokken?
DEBAT Gemeenschappelijk landbouwbeleid
De leden van de JA21-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deze stukken en
hebben nog de volgende opmerkingen en vragen. Welke mogelijkheden zal het nieuwe GLB
bieden voor innovaties en nieuwe technologieën voor boeren en in hoeverre zullen die
ook beschikbaar zijn voor technieken om stikstofuitstoot te beperken? De Minister
schrijft dat zij minder bureaucratie en administratieve lasten wil. Op welke manieren
wil de Minister de administratieve lastendruk verminderen?
Ontbossingsverordening
De leden van de JA21-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deze stukken en
hebben nog de volgende vraag. Deze leden zijn het eens met de bewindspersonen dat
de huidige voorstellen onvoldoende zijn. Wat gaat de Staatssecretaris nu doen om te
voorkomen dat die rapportageverplichtingen een te grote administratieve druk leggen
op kleine deelnemers?
Nieuwe Genomische Technieken
De leden van de JA21-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deze stukken en
hebben nog de volgende vraag. Hoe kijkt de Staatssecretaris naar het voorstel voor
een gedragscode voor patenteigenaren om misbruik te voorkomen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de Landbouw- en visserijraad van 11 en 12 december. Deze leden hebben daarover
nog een aantal vragen.
De leden van de BBB-fractie waarderen de inzet van de Minister op het gebied van de
vereenvoudiging van het GLB. Deze leden vragen of de Minister kan toezeggen dat de
voorgestelde vereenvoudigingsvoorstellen in 2026 gaan gelden. Bovendien willen deze
leden graag weten welke aanvullende vereenvoudigingen zijn er volgens de Minister
nodig zijn in het GLB na 2027 ten opzichte van het voorstel van de EC.
De leden van de BBB-fractie maken zich over het MFK grote zorgen. Deze leden zien
dat de Nederlandse staat op dit moment vijf miljard euro meer lijkt te gaan moeten
afdragen aan Europa. Daarnaast zien deze leden de voorgestelde daling van maar liefst
24 procent van de Nederlandse ontvangsten van het GLB. Zij vragen de Minister daarom
om door te laten rekenen wat de gevolgen zullen zijn voor voedselprijzen in Nederland.
Wat zijn daarnaast de te verwachten gevolgen voor de leefbaarheid van de regio’s,
als door het nieuwe MFK en het single fund mogelijk veel minder geld beschikbaar komt
voor de regio’s, omdat ook andere sectoren aanspraak kunnen maken op geld dat op dit
moment dankzij het GLB geoormerkt is voor de landbouw en landelijke regio’s? Wat kan
de Minister doen om te zorgen dat de leefbaarheid op het platteland en de voedselprijzen
worden beschermd?
De leden van de BBB-fractie hebben ook vragen over de afschaffing van het LIFE-programma,
dat al sinds 1992 bestaat als financieringsinstrument voor milieu- en klimaatactie.
Dit programma wordt als afzonderlijk programma afgeschaft. Afschaffing van LIFE tot
gevolg kan hebben dat investeringen minder gericht en minder effectief zullen zijn,
zeker omdat het bedrag niet meer specifiek is geoormerkt voor milieu en natuur, maar
industrie en milieu uit dezelfde pot moeten worden gefinancierd. Deze leden vragen
hoeveel geld er de afgelopen jaren beschikbaar geweest is vanuit LIFE en hoeveel geld
daarvan in of door Nederland besteed is. Hoeveel heeft Nederland in die tijd bijgedragen
aan LIFE? Is Nederland daarmee een netto-ontvanger van of een netto-bijdrager aan
het LIFE-fonds? Ziet de Staatssecretaris daarnaast gedurende de resterende looptijd
van LIFE een mogelijkheid om geld uit het LIFE-fonds te gebruiken voor de toegezegde
plannen om zoveel mogelijk wolven in Nederland van een zender te voorzien?
De leden van de BBB-fractie herkennen de zorgen vanuit de sector over de Ontbossingsverordening
(EUDR). Deze leden maken zich vooral zorgen over de papierindustrie, omdat zij door
het gebruik van veel (afval)houtzaagsel vaak moeilijk kunnen aantonen dat hun papier
gemaakt is van hout dat gewonnen is uit een specifiek gebied. Daarom willen zij de
Staatssecretaris graag vragen hoe het contact met de papier- en verpakkingsproducenten
verloopt en of er een oplossing gevonden is voor hun problemen met deze verordening.
Bestaat inmiddels de mogelijkheid tot massa-balansboekhouding of een vergelijkbaar
systeem?
Bovendien maken deze leden zich zorgen over de geluiden dat het systeem Trade Control
and Expert System New Technology (TRACES) mogelijk onvoldoende ingericht is voor de
taak die voorligt. Kan de Staatssecretaris daarover garanties geven? Bestaat er de
mogelijkheid dat naleving en handhaving onmogelijk worden door de tekortkomingen van
TRACES en wordt daarmee in de onderhandelingen rekening gehouden en een oplossing
voor gezocht indien nodig?
De leden van de BBB-fractie hebben ook een aantal vragen over de CITES wetgeving.
Zij zien dat de regelgeving rondom CITES-bijlage II-dieren in Nederland de laatste
jaren tot onrust leidt. Hoewel de regels wereldwijd niet veranderden, is de inzet
van de Nederlandse overheid en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) wel
veranderd. Deze leden merken op dat eigenaren van dieren die onder CITES-bijlage II
vallen steeds vaker te maken krijgen met striktere handhaving van de geldende regelgeving,
met voor betrokkenen mogelijk ingrijpende consequenties. Deze leden constateren dat
voor veel houders het risico bestaat dat zij hun dieren kunnen kwijtraken. Decennialang
gold registratie doorgaans als voldoende bewijs van legale herkomst, waardoor houders
erop vertrouwden dat hun administratie voldeed aan de eisen. Houders werden in die
tijd ook door ambtenaren van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en NVWA
geïnformeerd dat hun administratie voldoende was. De leden van de BBB-fractie wijzen
erop dat, naar aanleiding van Europese kritiek op de wijze waarop Nederland de legaliteit
van dieren beoordeelt, de norm recent aanzienlijk is verzwaard en de handhaving is
aangescherpt. Wat jarenlang is geaccepteerd blijkt nu niet langer toereikend. Deze
leden vrezen een hetze tegen houders, die niet alleen onzekerheid betekent, maar ook
te veel zou vragen van de handhavingscapaciteit van de NVWA.
De leden van de BBB-fractie constateren dat houders niet konden weten dat hun administratie
niet afdoende was, omdat zij van de overheid te horen kregen dat ze voldeden aan alle
eisen. Gezien het feit dat inmiddels voor duizenden (nafok)dieren die vallen onder
de CITES-bijlage II niet langer aan te tonen is dat zij voldoen aan de definitie «in
gevangenschap gefokt» in de breedste zin van het woord, ontstaan nu verschillende
problemen. Deze leden vragen aan de Staatssecretaris of hij op de hoogte is van deze
problemen en de rechtszaken waarin ook door medewerkers van de NVWA is verklaard,
dat eigenaren jarenlang van de overheid te horen kregen dat de administratie die zij
voerden, voldoende was voor de bewijslast die zij hadden voor dieren op de CITES bijlage
II.
Deelt de Staatssecretaris de mening dat er een schappelijke oplossing gevonden moet
worden voor al die eigenaren van CITES bijlage II dieren, zodat aan de regels voldaan
kan worden? Ziet de Staatssecretaris ruimte om met de sector in gesprek te gaan over
een nulmeting of generaal pardon, zodat huidige houders onder voorwaarden de mogelijkheid
krijgen om hun dieren te registeren en legaliseren, ook als er mogelijk hiaten in
de bestaande administratie zitten die ontstaan zijn in de tijd voorafgaand aan de
uitspraak van december 2019?
De leden van de BBB-fractie constateren daarnaast dat de visserijonderhandelingen
voor de pelagische vissoorten moeizaam verlopen en benadrukken het belang van het
volgen van de wetenschappelijke vangstadviezen van ICES. Deze leden vragen de Staatssecretaris
dan ook nadrukkelijk om het belang van de wetenschappelijke adviezen van ICES onder
de aandacht te brengen in de onderhandelingen met derde landen.
De leden van de BBB-fractie verzoeken bovendien om het schrappen van de Haagse preferenties,
omdat deze leiden tot een oneerlijke concurrentiepositie voor Nederlandse vissers.
Deze leden vragen de Staatssecretaris om hiervan een topprioriteit te maken in de
onderhandelingen en om, mocht Ierland dit alsnog willen indienen, een blokkerende
minderheid te zoeken.
De leden van de BBB-fractie vragen verder aandacht voor visverspreiding en willen
duidelijkheid over hoe visbestanden hersteld moeten of kunnen worden wanneer soorten
structureel van leefgebied verschuiven. De natuur laat zich immers niet sturen. Deze
leden vragen de Staatssecretaris daarom om een reflectie op de gevolgen van de structurele
verschuiving van leefgebieden van vissoorten en de mogelijke reacties daarop als het
gaat om het verplichte herstel van bestanden in de gebieden waar vissen niet langer
voorkomen omdat zij een ander leefgebied hebben gevonden. Deelt de Staatssecretaris
de mening dat als vissen niet langer in een gebied voorkomen omdat bijvoorbeeld door
klimaatverandering een ander gebied meer geschikt is en zij daarheen getrokken zijn,
herstel van de visstand voor die soort in dat gebied moeizaam of onmogelijk zou zijn
en daarmee niet langer afgedwongen zou moeten worden?
De leden van de BBB-fractie steunen het vereenvoudigen van het visserijbeleid, het
verminderen van administratieve lasten en het moderniseren van de vloot, waarbij regelgeving
innovatie niet mag belemmeren. Deze leden delen bovendien de zorgen over het uitblijven
van internationale afspraken voor onder meer makreel en steunen daarom de inzet om
alle beschikbare instrumenten te gebruiken om duurzame afspraken te bereiken met derde
landen.
De leden van de BBB-fractie steunen de voorstellen van lidstaten zoals Frankrijk,
Slowakije en Finland om in het volgende MFK voldoende middelen te reserveren voor
visserij en aquacultuur, waarbij het European Maritime Fisheries and Aquaculture Fund
(EMFAF) (EMFAF) eenvoudiger en beter toegankelijk moet worden.
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris om een update over het uitbreiden
van het instrumentarium waarmee jonge vissers meer mogelijkheden krijgen om een bedrijf
te starten.
Op dit moment vist Rusland 50 procent van de makreel-TAC op, terwijl slechts 5 procent
is toegestaan. Deze leden vinden dat onacceptabel. Voedselzekerheid is van groot strategisch
belang, daarom is dit ook opgenomen in de defensiestrategie. Deze leden vragen de
Staatssecretaris hierover in gesprek te gaan met zijn Europese collega’s om gezamenlijk
op te treden. Zij vragen de Staatssecretaris tevens met derde landen zoals Noorwegen
te spreken, aangezien er soms sprake is van strategische samenwerking tussen Rusland
en Noorwegen en de Faeroër eilanden in bepaalde visserijonderhandelingen.
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris om in onderhandelingen rekening
te houden met sociaaleconomische omstandigheden en ICES-adviezen, en om de erkenning
van de EU als kuststaat te bevorderen. Met name voor Atlanto-Scandische haring (ASH)
hebben de kuststaten zonder de EU een vangsthoogte afgesproken.
De leden van de BBB-fractie verzoeken, omdat makreel nog steeds duurzaam wordt gevangen,
de Staatssecretaris daarom om in gesprek te gaan met supermarkten om te benadrukken
dat makreel niet vermeden hoeft te worden door retailers.
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris of het mogelijk is om een advies
aan ICES te vragen. Volgens EU-Verordening nr. 724/2010 van de Commissie d.d. 12 augustus
2010 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van realtimesluitingen van sommige
visserijtakken in de Noordzee en het Skagerrak, wordt een tijdelijke sluiting van
een gebied opgelegd wanneer meer dan 10% van de vangst van soorten zoals kabeljauw,
schelvis, pollak of wijting ondermaats is. Een RTC (Real-Time Closure) wordt ingesteld
voor een periode van 21 dagen en bestrijkt een groot gebied. Hoewel deze maatregel
oorspronkelijk bedoeld was om kwetsbare visbestanden te beschermen, dateert de regeling
uit 2010 en sluit zij onvoldoende aan bij de huidige ontwikkelingen van de visbestanden.
De vangstmogelijkheden worden jaarlijks aangepast op basis van wetenschappelijke inzichten,
maar de criteria voor RTC’s blijven ongewijzigd.
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris tenslotte om tijdens de Landbouw-
en Visserijraad het wetenschappelijk onderzoek naar pulsvisserij te bespreken en te
verkennen of het in Europees verband via ICES weer kan worden toegestaan.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van onder meer de geannoteerde agenda.
Deze leden hebben enkele vragen.
Verordening vangstmogelijkheden 2026 Atlantische oceaan/Noordzee
De leden van de SGP-fractie maken zich grote zorgen over het inroepen van de Haagse
preferenties op makreel door Ierland. Het zou grote gevolgen hebben voor visserijbedrijven,
omdat al sprake is van een hoge quotumkorting op basis van het wetenschappelijk advies.
Deelt de Staatssecretaris de mening dat het inleveren van al schaars makreelquotum
voor Ierland onacceptabel is en geen recht doet aan de ontwikkelingen en het Europese
speelveld? Gaat Nederland zich verzetten tegen een TAC- en quotaverordening waarin
genoemde Haagse preferenties toegekend worden?
GLB na 2027
De leden van de SGP-fractie maken zich grote zorgen over de gevolgen van het Europese
voorstel voor het GLB na 2027. Deze leden constateren dat de integratie van het GLB
in de NRPP’s de uitwerking ervan lidstaten meer ruimte geeft voor het meer of minder
steunen van hun agrariërs ten opzichte van andere lidstaten, al dan niet via inkomenssteun.
Deelt de Minister de zorg van deze leden dat hierdoor eerder een ongelijk speelveld
kan ontstaan? Wil de Minister aandringen op zodanige herziening dat sprake blijft
van een eerlijk speelveld wat betreft financiële steun voor actieve landbouwbedrijven?
De leden van de SGP-fractie constateren dat de EC aanstuurt op een forse bezuiniging
op het budget voor het landbouwbeleid. Tegelijkertijd constateren zij ook dat de EC
aanstuurt op het sluiten van handelsverdragen met landen waar minder strenge regels
gelden voor milieu en dierenwelzijn, waardoor de concurrentiepositie van tenminste
een deel van de Europese agrarische sector negatief wordt beïnvloedt. Verder zien
zij dat de EC inzet op verduurzaming. Dat brengt kostenverhogingen met zich mee die
niet zomaar op de markt terugverdiend kunnen worden. Deelt de Minister de mening van
deze leden dat dit niet goed met elkaar te rijmen is, de concurrentiepositie van onze
boeren onder druk zet, evenals het vermogen om te verduurzamen? Wat betekent dit voor
de Nederlandse inzet wat betreft het GLB en het MFK?
Derogatie
De leden van de SGP-fractie ontvangen graag meer informatie over de stand van zaken
met betrekking tot de aanvraag van een nieuwe derogatie bij de Nitraatrichtlijn. Wanneer
verwacht de Minister hier duidelijkheid over te kunnen geven? Onder verwijzing naar
de aangenomen motie van het lid Flach (Kamerstuk 28 973, nr. 276) willen deze leden weten op welke variant van de derogatie nu door de Minister wordt
ingezet.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de agenda voor de Landbouw-
en Visserijraad van 11 en 12 december en hebben hier nog een aantal vragen over.
Dierenwelzijnswetgeving
De leden van de PvdD-fractie constateren dat de Minister in antwoord op eerdere vragen
liet weten van plan te zijn om de EC aan te spreken op het feit dat de Europese dierenwelzijnswetgeving
niet expliciet is opgenomen in het werkprogramma van de EC (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1734). In het verslag van de afgelopen Raad lezen deze leden niet terug in hoeverre dit
is gebeurd. Kan de Minister aangeven of zij dit heeft gedaan, er steun was voor dit
pleidooi en wat de reactie van de Eurocommissaris was?
ScoPAFF
De leden van de fractie van de PvdD merken op dat de volgende ScoPAFF-meeting gepland
staat op 11 en 12 december 2025 en dat de Kamer nog niet is geïnformeerd over de voorgenomen
Nederlandse inzet. Wil de Minister toezeggen om standaard minstens één week voor de
ScoPAFF vergadering deze inzet met de Kamer te delen? Zo nee, waarom niet? Is de Minister
het met de fractieleden van de PvdD eens dat de inzet van de Nederlandse delegatie
in ScoPAFF-vergaderingen valt onder het informatierecht van de Kamer en dat het de
taak is van de Minister de Kamer hier actief en tijdig over te informeren? Zo nee,
waarom niet? Deze leden lezen in voorgaande Kamerbrieven dat het College voor de toelating
van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) de Nederlandse delegatie adviseert
over haar inzet op de beslispunten. Wil de Minister toezeggen deze adviezen als bijlage
aan te hechten bij de Kamerbrief over de Nederlandse inzet in de aankomende ScoPAFF-vergadering?
Zo nee, waarom niet?
De leden van de PvdD-fractie merken tevens op dat lidstaten ná een ScoPAFF-vergadering
op uitnodiging van de EC een appreciatie kunnen leveren op agendapunten, zoals blijkt
uit de «summary reports» van voorgaande vergaderingen. Wil de Minister toezeggen een
eventuele Nederlandse reactie met de Kamer te delen, uiterlijk één week voorafgaand
aan de daaropvolgende ScoPAFF-meeting? Zo nee, waarom niet?
Summary report van de ScoPAFF vergadering d.d. 1–2 oktober
De leden van de PvdD-fractie lezen in het summary report van de ScoPAFF vergadering
van 1 en 2 oktober 2025 dat lidstaten de mogelijkheid hadden om te reageren op het
«renewal report» van de werkzame stof cyprodinil voor 17 oktober 2025. Cyprodinil
is geïdentificeerd als hormoonverstorend en kent grote risico’s voor zoogdieren en
het waterleven. Heeft Nederland op dit agendapunt een reactie ingestuurd en zo ja,
kan de Minister deze reactie naar de Kamer sturen? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PvdD-fractie lezen in ditzelfde summary report daarnaast dat de EC
lidstaten uitnodigde om voor 10 oktober 2025 te reageren op het feit dat twee lidstaten
de goedkeuring van zes werkzame stoffen met PFAS willen herzien (Artikel 21 van COM1107/2009).
Heeft de Minister hierop een appreciatie gegeven en zo ja, wil de Minister deze reactie
naar de Kamer sturen? Zo nee, waarom niet? De EC heeft de rapporteur-lidstaten (RMS)
van werkzame stoffen met PFAS opgeroepen om hun evaluaties van deze stoffen geen vertraging
op te laten lopen, zodat er geen verdere verlenging van de goedkeuringsperiode nodig
is. Klopt het dat Nederland RMS is van de PFAS-stof flutonalil? Wat voor stappen nemen
de Minister en het Ctgb om te voldoen aan de oproep van de EC?
ScoPAFF-meeting d.d. 11–12 december
De leden van de PvdD-fractie lezen in de agenda van de ScoPAFF-meeting van 11–12 december
dat een hernieuwing van de goedkeuring van de werkzame stof spinosad op de agenda
staat (B.03). Spinosad is zeer toxisch voor bijen. In het summary report van de meeting
wordt benoemd dat een stemming over spinosad is uitgesteld omdat enkele lidstaten
aandrongen op wijzigingen in het renewal report, in het bijzonder over data over het
chronische risico voor volwassen bijen en larven. Kan de Minister deze gang van zaken
in detail toelichten? Wil de Minister toezeggen om tegen de hernieuwing van spinosad
te stemmen zolang het renewal report onvolledig is over het risico voor bijen en larven,
of indien zij daar niet toe bereid is, zich in ieder geval te onthouden van stemming?
Zo nee, waarom niet?
De leden van de PvdD-fractie constateren dat één van de beslispunten in de ScoPAFF-vergadering
van 11 en 12 december 2025 de verlenging van de goedkeuringsperiode van de werkzame
stof boscalid is. Boscalid is zeer persistent in de bodem en in water. Boscalid is
sinds 2018 zes keer verlengd zonder herbeoordeling. Wil de Minister toezeggen tegen
te stemmen zolang de EC niet heeft onderbouwd of zij voldoet aan de hierboven toegelichte
uitspraak van het Europees Hof, in het bijzonder de «objectieve» en «in concreto»
analyse van de rol van de aanvrager in mogelijke vertragingen in de hernieuwingsprocedure?
Of, indien zij hier niet toe bereid is, zich in ieder geval te onthouden van stemming?
Zo nee, waarom niet?
De leden van de PvdD-fractie zien dat de volgende ScoPAFF-vergadering ook beslist
over de verlenging van de goedkeuringsperiode van esfenvaleraat. Esfenvaleraat is
een Candidate for Substution (CfS) en leidt tot gezondheidsrisico’s zoals hormoonverstorende,
neurotoxische effecten en risico’s voor de ontwikkeling. De stof is daarnaast zeer
giftig voor het waterleven, ongewervelde dieren en honingbijen. Esfenvaleraat is in
2016 opnieuw toegelaten voor zeven jaar en aangemerkt als CfS. Sindsdien is de goedkeuringsperiode
van esfenvaleraat drie keer verlengd zonder herbeoordeling tot 31 mei 2026. Wil de
Minister toezegge tegen te stemmen zolang de EC niet heeft onderbouwd of zij voldoet
aan de hierboven beschreven uitspraak van het Europees Hof, in het bijzonder de «objectieve»
en «in concreto» analyse van de rol van de aanvrager in mogelijke vertragingen in
de hernieuwingsprocedure? Of, indien zij hier niet toe bereid is, zich in ieder geval
te onthouden van stemming? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PvdD-fractie constateren dat ook een verlenging van de goedkeuringsperiode
van zes actieve stoffen met PFAS op de agenda van de volgende ScoPAFF-vergadering
staat: fluazinam, fluometuron, fluopyram, flutonalil, penoxsulam en prosulfuron. Fluometuron
is een Candidate for Substitution en is mogelijk schadelijk voor de voortplanting.
Prosulfuron is ook een CfS en is acuut giftig voor mensen en schadelijk voor de reproductie.
Alle zes de stoffen zijn al meerdere keren verlengd zonder hernieuwde goedkeuring.
Wil de Minister toezeggen tegen te stemmen zolang de EC niet heeft onderbouwd of zij
voldoet aan de hierboven beschreven uitspraak van het Europees Hof, in het bijzonder
de «objectieve» en «in concreto» analyse van de rol van de aanvrager in mogelijke
vertragingen in de hernieuwingsprocedure? Of, indien zij hier niet toe bereid is,
zich in ieder geval te onthouden van stemming? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat actieve stoffen met bestrijdingsmiddelen
zijn uitgesloten van het REACH-voorstel over een verbod op PFAS omdat deze stoffen
reeds onder een toelatingskader vallen, COM(1107/2009). Deelt de Minister de mening
dat een verlenging van de goedkeuringsperiode van bestrijdingsmiddelen met PFAS tot
wel zeven jaar na de oorspronkelijke vervaldatum (fluazinam) de maatschappelijke ongerustheid
rondom PFAS voedt? Zo nee, waarom niet? Fluazinam en fluometuron breken af in TFA.
Hoe denkt de Minister over het niet verlengen van de goedkeuringsperiode van deze
actieve stoffen totdat de EC haar herziene «mandate on TFA» heeft gepubliceerd?
De leden van de PvdD-fractie constateren tevens dat het Ctgb het middel Luna Sensation
met de werkzame stof fluopyram niet opnieuw heeft toegelaten omdat geen acceptabel
risico kan worden vastgesteld voor werkenden, bijen en vogels. Bij de beoordeling
van een middel wordt grotendeels uitgegaan van de werkzame stof. Kan de Minister toelichten
hoe het mogelijk is dat in de ScoPAFF toch weer voor verlenging voorligt voor fluopyram?
Wil de Minister toezeggen tegen de verlenging te stemmen? Als de Minister dit niet
wil, kan zij de Kamer hierover een inhoudelijke appreciatie geven?
Call for Evidence en afzwakkingen natuurwetgeving
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat de EC in augustus een korte Call for
Evidence heeft uitgezet. In de beperkte consultatieperiode hebben bijna 200.000 burgers
zich uitgesproken tegen het afzwakken van de bestaande natuurbeschermingswetten (BNN
VARA, 12 september 2025, «Tweehonderdduizend burgers zeggen «nee» tegen afzwakking
natuurbeschermingswetten» (https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/tweehonderdduizend-burger…)). Deze uitkomst staat in scherp contrast met de daaropvolgende stappen van EC, die
juist gericht zijn op het verzwakken van diverse natuur- en milieuregels. Deelt de
Minister de opvatting dat de uitgesproken maatschappelijke weerstand tegen deze afzwakkingen,
zoals ingebracht bij de Call for evidence, zwaarwegend zou moeten zijn in de verdere
besluitvorming binnen de EC en de Raad? Erkent zij dat dit geluid onvoldoende wordt
meegenomen door de EC? Zo nee, waarom niet?
Mercosur
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben een aantal vragen over de Nederlandse
houding ten aanzien van het EU-Mercosurverdrag. Dit verdrag is desastreus voor natuur,
biodiversiteit, mensenrechten en Nederlandse boeren door import van goedkoop vlees
en veevoer uit ontboste gebieden met slechte standaarden op het gebied van natuur
en voedselveiligheid.
Deze leden hebben met zorg gekeken naar het kabinetsstandpunt over het EU-Mercosurverdrag.
Ondanks dat de Kamer meermaals een motie heeft aangenomen om zich actief tegen een
Mercosurakkoord met een landbouwparagraaf erin te verzetten, staat het kabinet positief
tegenover Mercosur. Deze leden lezen in de Telegraaf (Telegraaf, 21 november 2025,
«Uitdaging na spanning in kabinet: Dick Schoof moet de boer op in Brussel voor uitzondering
mestbeleid» (https://www.telegraaf.nl/politiek/uitdaging-na-spanning-in-kabinet-dick…)) dat het kabinet in ruil voor steun aan het Mercosurverdrag de derogatie wil verkrijgen.
Deze leden lezen in de Financial Times dat het het kabinet niet is gelukt om de derogatie
te verkrijgen. Klopt het bericht uit de Financial Times en zo ja, is het kabinet bereid
om Nederlandse boeren te steunen door zijn standpunt over het Mercosurverdrag te herzien?
Zo nee, waarom niet?
De leden van de PvdD-fractie wijzen op het Wageningen-rapport (WUR, april 2025, «Effecten
van het EU-Mercosur-akkoord op de Nederlandse economie» (https://open.overheid.nl/documenten/ca11cba2-a803-4475-8a12-40fb3bbfe91…)), dat faillissementsrisico’s toont voor Nederlandse boeren in een aantal sectoren.
Hoe beoordeelt de Minister deze risico’s, en wat is haar boodschap aan boeren die
hierdoor geraakt worden? Kan de Minister reflecteren op het cumulatieve effect van
alle lopende handelsverdragen op de Nederlandse boeren? Deze leden waarschuwen dat
Mercosurverdrag de deuren wagenwijd opent voor producten die niet aan Nederlandse
standaarden voldoen, met onduidelijke herkomst van producten. Hoe beoordeelt de Minister
het effect hiervan op de Nederlandse boeren en dierenwelzijn in het algemeen? Erkent
de Minister dat dit verdrag geen verbeteringen brengt voor dierenwelzijn? Zo nee,
hoe verdedigt zij dat standpunt?
De leden van de PvdD-fractie uiten hun zorgen over voedselveiligheid, met verwijzing
naar recente terugroepacties van bijvoorbeeld Braziliaans rundvlees (RTE, 1 december
2025, «European Commission recalls Brazilian beef containing banned hormones» (https://www.rte.ie/news/2025/1201/1546761-beef-recall-europe/)). Deze leden vragen aan de Minister wat het kabinet doet om voedselveiligheid te
garanderen bij import uit Mercosur-landen, als de herkomst van het vlees nauwelijks
te controleren is. Hoe reageert de Minister op de kritiek dat Mercosur de Europese
normen voor volksgezondheid ondermijnt door import van vlees uit ontboste gebieden
met zwakke controles?
EUDR
De leden van de PvdD-fractie constateren dat de EU Deforestation Regulation (EUDR),
die per 30 december 2025 van kracht zou worden, momenteel wordt afgezwakt door voorstellen
van de EC. Deze voorstellen bevatten vereenvoudigingen die bedoeld zijn om de administratieve
last te verminderen, bijvoorbeeld door downstream verkopers te ontheffen van due diligence-rapportages.
Deze leden constateren ook dat het kabinet zelfs pleit voor een verdere versoepeling
en voor uitstel van één jaar. Deze leden vragen de Minister hoe zij denkt dat gaat
worden gehandhaafd met het ingaan van het Mercosur-verdrag op ontbossing, als het
handhavingsmechanisme in de EUDR en de effectiviteit van de EUDR actief ondermijnd
worden. Welke beschermingsmechanismen heeft de EU dan nog tegen de ontbossing, zo
vragen deze leden.
De leden van de PvdD-fractie vragen of de Minister kan toelichten op welke manier
Nederland zich er binnen de EU voor inzet dat de EUDR geen achterdeurtjes kent en
dat alle grondstoffen, ook van kleine producenten, volledig moeten voldoen aan de
ontbossingsvrije en legale productie-eisen. Daarnaast willen zij weten welke rol Nederland
speelt in het verzet tegen verdere vertragingen of verdere versoepelingen van de implementatie.
Rebalancing mechanism
De leden van de PvdD-fractie wijzen verder op de recente ontwikkelingen rond het zogenaamde
rebalancing mechanism binnen het Mercosur-verdrag. Dit mechanisme stelt landen in
staat compensatie te eisen als unilaterale maatregelen van de ander de handelsvoordelen
ondermijnen. Deze leden vragende positie van de Minister over het risico dat het rebalancing
mechanism, gecombineerd met de afgezwakte EUDR, ontbossing juist aanwakkert door Mercosur-landen
te compenseren en daarmee anti-ontbossingsinspanningen vanuit de EU ondermijnt. Welke
garanties biedt het kabinet hiertegen? Hoe beoordeelt de Minister het zogenaamde «chilling-effect»
dat kan optreden, wat betekent dat landen minder milieuwetten en -regels gaan maken,
om te voorkomen dat andere landen een beroep doen op het rebalancing mechanism? Is
de Minister het met de leden van deze fractie eens dat dit mechanisme een remmend
effect kan hebben op democratische processen?
Sojamoratorium
De leden van de PvdD-fractie wijzen op het Braziliaanse sojamoratorium, een vrijwillige
afspraak sinds 2006 tussen soja-industrie en tussenhandelaren om geen soja te kopen
van na 2008 ontbost Amazonegebied, dat nu af dreigt te lopen(LSE Business Review,
28 november 2025, «The end of the Amazon soy moratorium will accelerate deforestation»
(https://blogs.lse.ac.uk/businessreview/2025/11/28/the-end-of-the-amazon…)). Deze leden vragen hoe het kabinet het sojamoratorium evalueert en of het zich
inzet voor een verlenging van effectieve beschermende maatregelen. Ook vragen deze
leden hoe dit de inzet van het kabinet ten opzichte van het Mercosur-verdrag verandert,
aangezien er zonder moratorium en zonder effectieve handhaving een groot risico bestaat
op extra ontbossing door het Mercosur-verdrag, niet alleen in de Amazone, maar ook
in de Cerrado, de meest biodiverse savanne ter wereld.
De leden van de PvdD-fractie dringen op basis van bovenstaande aan op het zo spoedig
mogelijk bijstellen van het kabinetsstandpunt over het Mercosurverdrag en in het belang
van de Nederlandse boeren, de natuur, dierenwelzijn, klimaat en mensenrechten zich
actief tegen het Mercosurverdrag te verzetten.
II Antwoord/Reactie van de Minister en Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur
III Volledige agenda
Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad (december)
Kamerstuk 21 501-32-1736 – Brief Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma,
d.d. 1 december 2025
Verslag Landbouw- en Visserijraad van 17 november 2025
Kamerstuk 21 501-32-1735 – Brief Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma,
d.d. 26 november 2025
Stand van zaken implementatie richtlijnen in het eerste kwartaal 2025 (v.w.b. LVVN-beleid)
Kamerstuk 21 109-273 – Brief Minister van Buitenlandse Zaken, D.M. van Weel, d.d. 19 september 2025
Nederlandse inzet bij de twintigste Conferentie van Partijen bij het CITES-verdrag
(CoP20)
Kamerstuk 31 379-26 – Brief Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F.
Rummenie, d.d. 30 september 2025
Voortgang 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn
Kamerstuk 33 037-625 – Brief Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma,
d.d. 17 oktober 2025
Stand van zaken implementatie richtlijnen in het derde kwartaal 2025 (v.w.b. LVVN-beleid)
Kamerstuk 21 109-275 – Brief Minister van Buitenlandse Zaken, D.M. van Weel, d.d. 3 november 2025
Kabinetsappreciatie Europese Commissie voorstel tot aanpassing EU- verordening ontbossingsvrije
producten (EUDR) m.b.t. bepaalde verplichtingen voor primaire operators en handelaren
Kamerstuk 22 112-4199 – Brief Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie,
d.d. 7 november 2025
Kwartaalrapportage lopende EU-wetgevingshandelingen Ministerie Landbouw, Visserij,
Voedselzekerheid en Natuur derde kwartaal 2025
Kamerstuk 22 112-4211 – Brief Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma,
d.d. 18 november 2025
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. Podt, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
R.P. Jansma, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.