Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Fiche: Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq'ers 2026-2030 (Kamerstuk 22112-4208)
2025D49958 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties
de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de volgende brieven:
– van de Minister van Buitenlandse Zaken van 14 november 2025 inzake Fiche: Strategie
voor Gelijkheid van lhbtiq’ers 2026–2030 (Kamerstuk 22 112, nr. 4208);
– EU-voorstel van de Europese Commissie van 17 november 2025 inzake EU-voorstel: Mededeling
– Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq’ers 2026–2030
De fungerend voorzitter van de commissie
Bromet
Adjunct-griffier van de commissie
Van Thiel
Inhoud
I
Vragen en opmerkingen uit de fracties
•
Inbreng van de leden van de D66-fractie
•
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
•
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
•
Inbreng van de leden van de JA21-fractie
•
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
II
Reactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Strategie voor
de Gelijkheid van lhbtiq’ers 2026–2030 om te komen tot een Unie van gelijkheid. In
een tijd waarin de rechten van minderheden ook in delen van de Europese Unie onder
druk staan is het van groot belang dat Nederland de vrijheid van alle Europeanen blijft
verdedigen. Deze leden hebben enkele aanvullende vragen en opmerkingen.
Het is goed de successen en positieve berichten te onderstrepen alvorens we ons focussen
op de vele uitdagingen die de lhbtiqa+ gemeenschap in Nederland en Europa nog kent.
Want los van de positieve bevindingen in dit EU-voorstel, is er een duidelijke golf
van tegengestelde beweging merkbaar in Europa. Is het kabinet dat met deze leden eens,
zo vragen zij. Een van de successen van het afgelopen jaar was de ban op conversietherapie
in Nederland, die gelijk opging met het Europese burgerinitiatief op zo’n zelfde ban
op Europees niveau. Meer dan een miljoen mensen riepen hiertoe op. Hoe waardeert het
kabinet de inzet van de Europese Commissie, vragen de leden van de D66-fractie. Is
het kabinet van mening dat praten en zogenaamde structurele dialoog afdoende zijn?
Welke acties onderneemt het kabinet om er bij de Europese Commissie op aan te dringen
de inzet om conversiehandelingen in heel Europa een halt toe te roepen te vergroten,
vragen deze leden.
De leden van de D66-fractie waarderen de oprichting van het kenniscentrum om online
haat tegen te gaan. Welke vorm krijgt dit kenniscentrum en welke rol ziet het kabinet
voor Nederland om hieraan bij te dragen, zo vragen deze leden. Op welke manier zorgt
het kabinet ervoor dat het maatschappelijk middenveld hierbij betrokken raakt? Zijn
er expertises of inzichten die Nederland kan aanreiken vanuit de NCDR1? Heeft – in die context – het kabinet bijgedragen aan het aankomende EU Actieplan
tegen cyberpesten, zo vragen zij tevens.
Nederland steunt via ambassades maatschappelijke organisaties die zorgdragen voor
de fundamentele rechten van de lhbtiqa+ gemeenschap op verschillende plekken in de
EU en de wereld. De leden van de D66-fractie benadrukken dat het van groot belang
is dat Nederland hier bilateraal en multilateraal een voortrekkersrol blijft spelen.
Is het kabinet voornemens die steun weer op het oude niveau terug te brengen met het
in de brief genoemde initiatief om financiële middelen beschikbaar te stellen, zo
vragen deze leden.
De enorme toename van discriminatiemeldingen en gewelddadige incidenten vragen om
gerichte actie en een versterking van Roze in Blauw, zoals het kabinet zelf terecht
stelt. Wat houdt deze versterking van dit politienetwerk in, zo vragen de leden van
de D66-fractie. En welke andere acties onderneemt het kabinet om de meldingsbereidheid
te vergroten?
De organisator van de Pride in Pécs (Boedapest) is in staat van beschuldiging gesteld
en wordt binnenkort naar verwachting gearresteerd. Als het kabinet in diens brief
stelt zich via bilaterale en multilaterale kanalen wereldwijd in te spannen om discriminatie
en geweld tegen te gaan, zich ambitieus inzet voor Europese en VN-strategieën om rechten
van vrouwen en lhbtiqa’ers te beschermen, wat betekent dit dan voor de inzet van het
kabinet in relatie tot verboden Prides in Europa en persoonlijke vervolgingen voor
mensen die zich inzetten voor fundamentele mensenrechten, zo vragen de leden van de
D66-fractie.
Nederland was het eerste land ter wereld dat het huwelijk openstelde voor paren van
gelijk geslacht. Recent was er een uitspraak van het Europees Hof waaruit naar voren
kwam dat de Europese Commissie andere lidstaten niet kan dwingen het huwelijk open
te stellen voor paren van gelijk geslacht, maar dat lidstaten wel in andere lidstaten
gesloten huwelijken moeten accepteren. Wat gaat het kabinet doen richting andere lidstaten
om de voortrekkersrol van Nederland weer op te pakken, zo vragen de leden van de D66-fractie.
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel belangstelling kennisgenomen
van de EU-Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq’ers 2026–2030. Zij hebben hier nog
enkele vragen en opmerkingen bij.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich, evenals het kabinet, zorgen over
de toename van wetten en wetswijzigingen die afgelopen jaren zijn voorgesteld en geïntroduceerd
die zich richten op de inperking van de gelijke behandeling van lhbtiqia+ personen
in Europa. Deze leden hebben ook kennisgenomen van het feit dat het kabinet de rechtsstaatsontwikkelingen
in Slowakije nauwgezet volgt en op bilateraal niveau hierover in dialoog is met Slowakije.
Zij lezen tevens dat het voor het kabinet van belang is dat de Europese Commissie
snel en effectief optreedt om terugval van lidstaten op rechtsstatelijk vlak te voorkomen
en aan te pakken, en daarbij gebruik maakt van al het beschikbare EU-rechtsstaatinstrumentarium.
Over welke instrumenten beschikt Nederland als lidstaat om in dergelijke situaties
op te treden om de terugval op rechtsstatelijk vlak te voorkomen bij andere lidstaten?
Welke rol ziet het kabinet voor zichzelf in dit kader?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de EU-strategie gerichte maatregelen
bevat rond drie doelstellingen, gericht op het bestrijden van haat en het bevorderen
van vrijheid en diversiteit in de EU en wereldwijd. Welke mogelijkheden ziet het kabinet
voor het bevorderen van de inzet van discriminatierechercheurs om effectiever op te
kunnen treden tegen en in te grijpen bij discriminatie of delicten met een discriminatoir
aspect? Welke hiaten bestaan er volgens het kabinet momenteel in de wetgeving en handhaving
wat betreft de aanpak van discriminatie?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich ernstig zorgen over de toename
van online haat richting lhbtiqia+ personen en vrouwen, mede dankzij de opkomst en
groei van de manosphere. Welke nationale maatregelen neemt het kabinet op dit vlak?
Tevens zouden deze leden graag willen benadrukken dat bij uitstek juist ook in Europees
verband er bijvoorbeeld goede afspraken gemaakt dienen te worden met sociale mediabedrijven
om online haat en discriminatie tegen te gaan.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de EU-strategie zich ook richt op
het in staat stellen van lhbtiqia+ personen om zonder discriminatie te leven en gelijke
rechten te hebben op alle gebieden van het leven. Onlangs hebben meerdere partijen,
waaronder GroenLinks-PvdA, wederom het Regenboogakkoord ondertekend, waarin ze ook
hun steun voor een regeling voor meerouderschap beamen. Zou het kabinet kunnen reflecteren
op de brede steun vanuit de Kamer voor meerouderschap en het uitblijven van een regeling
voor meeroudergezinnen? Hoe rijmt het uitgangspunt voor het in staat stellen van lhbtiqia+
personen om gelijke rechten te hebben op alle gebieden van het leven met het uitblijven
van een regeling voor meerouderschap?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tevens hoe de uitgangspunten van de
nieuwe strategie rijmen met de bezuinigingen op steun aan organisaties die zich nationaal
en internationaal inzetten voor de rechten van lhbtiqia+ personen. Deze leden lezen
tevens dat er intensief wordt samengewerkt met het maatschappelijk middenveld. Op
welke concrete manieren wordt er ingezet op (al dan niet structurele) samenwerking
met deze organisaties? Kunnen ook voorbeelden aangeleverd worden van dergelijke situaties
waarin er is samengewerkt met organisaties? Op welke concrete wijzen wordt ervaringsdeskundigheid
ingezet bij het opzetten van emancipatiebeleid? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
merken op dat de huidige inzet van het kabinet veelal lijkt te rusten op reeds bestaand
beleid, ondanks de alsmaar toenemende meldingen van discriminatie, haat en geweld.
Deze leden maken zich zorgen dat de urgentie onvoldoende wordt gevoeld door het kabinet
en dat er onvoldoende oog is voor intersectionaliteit bij de problematiek.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet meerwaarde ziet in een
Europese aanpak van haatspraak en haatmisdrijven, bijvoorbeeld ter ondersteuning van
nationale activiteiten. Welke nationale, concrete maatregelen zijn reeds ingezet?
Welke andere mogelijke maatregelen zouden op nationaal niveau ondernomen kunnen worden?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen dat het voortzetten van onderzoek en
analyse van groot belang is, ook voor een uiteindelijk effectieve probleemanalyse
en aanpak. Hierbij zouden zij wel graag willen zien dat er ook aandacht is voor intersectionaliteit
en dat groepen die vaak onzichtbaar zijn, niet vergeten worden, zoals bijvoorbeeld
bi+ vrouwen en transpersonen. Zeker als het gaat om bijvoorbeeld (seksueel) geweld.
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche EU-Strategie voor
Gelijkheid van lhbtiq'ers 2026–2030 en hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie delen het belang van inspanningen om de rechten en emancipatie
van vrouwen en lhbtiq+ personen te bevorderen. Tegelijkertijd constateren deze leden
dat in enkele lidstaten zoals in Hongarije en Slowakije eerder sprake is van een omgekeerde
trend. Deze leden vragen hoe de Staatssecretaris deze strategie in dat licht beziet.
Ook vragen deze leden hoe het staat met de uitvoering van de motie van het lid Dassen2 om stappen tegen Slowakije te ondernemen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet bezig is met enkele acties rondom
het verbeteren van de veiligheid van lhbtiq’ers, zoals een vervolg op het Actieplan
Veiligheid lhbti 2019–2022. Deze leden vragen hoe het hiermee staat.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese Commissie voornemens is om de mogelijkheden
te onderzoeken van EU-brede wetgeving tegen conversietherapie. Deze leden vragen hoe
het kabinet tegen zulke mogelijke EU-brede wetgeving aankijkt, ten eerste in het licht
van de subsidiariteit en ten tweede in het licht van de juridische houdbaarheid. Deze
leden vragen, nu de Tweede Kamer een initiatiefwet hierover heeft aangenomen, of dit
niet een nationale competentie is.
Inbreng van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche inzake de Europese
lhbtiq-gelijkheidsstrategie 2026–2030 en maken graag van de gelegenheid gebruik om
enkele opmerkingen te maken en vragen te stellen.
Inleiding
In de strategie wordt verwezen naar diverse onderzoeken naar stijgende acceptatie
van de lhbti+ gemeenschap. De leden van de JA21-fractie vragen of de Europese Commissie
bekend is met een onderzoek (GGZ Gezondheidsmonitor 2023) dat vooral in de grote steden
een dalende acceptatie in Nederland laat zien. Heeft de Staatssecretaris dit onderzoek
onder de aandacht gebracht van de Europese Commissie?
De leden van de JA21-fractie zien signalen dat de culturele en religieuze achtergrond
van migranten een rol speelt bij de dalende acceptatie en toenemend geweld tegen de
lhbti+ gemeenschap. In hoeverre heeft de Europese Commissie dit aspect meegenomen
bij het opstellen van deze strategie en richt deze strategie ook tegen deze oorzaak
van dalende acceptatie?
Bestrijding van schadelijke praktijken
De leden van de JA21-fractie vragen de Staatssecretaris of het verbieden van conversietherapie
een nationale aangelegenheid blijft of in hoeverre deze strategie de weg opent naar
dwingende Europese wet- en regelgeving, en wat het standpunt van het Nederlandse kabinet
inzake is. Het moge duidelijk zijn dat de JA21-fractie deze kwestie als een nationale
bevoegdheid ziet waarbij de fractie de initiatiefwet tot verbod in Nederland heeft
gesteund.
Waarborgen van de bescherming van lhbtiq+»ers die om internationale bescherming vragen
en lhbtiq+-migranten
De leden van de JA21-fractie lezen in de strategie terechte aandacht voor lhbti+ asielmigranten.
Het ontbreekt echter aan inzet op het weren, straffen en uitzetten van asielmigranten
die zich schuldig maken aan lhbti+-gerelateerde misdrijven. Heeft de Staatssecretaris
bij het opstellen van deze strategie deze kwestie ingebracht bij de Europese Commissie?
Is de Staatssecretaris het met de leden van de JA21-fractie eens dat het ontbreken
van deze kwestie in deze strategie een omissie is? Ziet de Staatssecretaris nog mogelijkheden
om dit in te brengen?
Handhaving van de wereldwijde inzet voor de eerbiediging van de mensenrechten van
lhbtiq+»ers
De leden van de JA21-fractie lezen dat de Europese Commissie de rechten van lhbtiq+»ers
blijft betrekken bij de toetredingsonderhandelingen van nieuwe lidstaten en bij associatieovereenkomsten.
Deze leden vragen de Staatssecretaris om meer duiding te geven wat dit concreet betekent.
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie op het BNC-fiche
en de EU-strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026–2030. Deze leden onderstrepen
het belang van veiligheid en bescherming tegen geweld en discriminatie. Iedereen moet
zich veilig voelen en vrij kunnen leven. Deze leden hebben hierover de volgende opmerkingen
en vragen.
De strategie bevat vergaande voorstellen, zoals harmonisatie van familierecht, verplichte
nationale actieplannen en EU-monitoring. Dit raakt direct aan nationale soevereiniteit
en lokale autonomie, kernwaarden die de leden van de BBB-fractie hoog in het vaandel
hebben. Deze leden vragen het kabinet hoe wordt gewaarborgd dat Nederland zelf blijft
beslissen over onderwijs, gezinsbeleid en sociale inclusie, en dat samenwerking vrijwillig
blijft in plaats van bindend. Hoe voorkomt het kabinet dat deze strategie een precedent
schept voor verdere EU-inmenging op sociaal-cultureel terrein?
Daarnaast constateren de leden van de BBB-fractie dat het kabinet aangeeft dat de
benodigde EU-middelen gevonden moeten worden binnen de afgesproken financiële kaders
van de EU-begroting 2021–2027 en dat niet wordt vooruitgelopen op middelen na 2027.
Kan het kabinet toelichten of er Nederlandse financiële bijdragen aan deze strategie
zijn en welke concrete voordelen dit oplevert voor Nederland?
Verder voorziet de strategie in structurele EU-financiering voor maatschappelijke
organisaties die zich inzetten voor lhbtiq-gelijkheid. Hoewel het kabinet het belang
van een sterk maatschappelijk middenveld onderschrijft, roept dit vragen op over de
besteding van middelen en de invloed van deze organisaties op beleid. Hoe wordt voorkomen
dat NGO’s met EU-geld lobbyen voor wetgeving die primair hun eigen belangen dient,
zoals we recent zagen bij het lobbyschandaal in Brussel? Kan het kabinet toelichten
welke waarborgen er zijn om te voorkomen dat publieke middelen worden ingezet voor
politieke beïnvloeding in plaats van voor onafhankelijke belangenbehartiging en ondersteuning
van kwetsbare groepen?
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie expliciet naar de subsidiariteit: waarom
bemoeit de EU zich met onderwerpen die primair tot de nationale bevoegdheid behoren?
Hoe beoordeelt het kabinet de noodzaak van EU-optreden op dit terrein, en deelt het
kabinet de opvatting dat minder EU-bemoeienis leidt tot minder ambtenaren en lagere
afdrachten?
II Reactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
L.E.T.M. van Thiel, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.