Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het Fiche: Maatregelen ter bescherming EU staalsector tegen wereldwijde overcapaciteit (Kamerstuk 22112-4213)
2025D49529 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp hebben enkele
fracties de behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Staatssecretaris
van Buitenlandse Zaken over het BNC-Fiche: Maatregelen ter bescherming EU staalsector
tegen wereldwijde overcapaciteit (Kamerstuk 22 112, nr. 4213).
De voorzitter van de commissie,
Boswijk
De griffier van de commissie,
Prenger
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng VVD-fractie
Inbreng GroenLinks-PvdA-fractie
Inbreng CDA-fractie
Inbreng BBB-fractie
Inbreng PvdD-fractie
Inbreng SP-fractie
II.
Reactie van de Staatssecretaris
III.
Volledige agenda
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Fiche: Maatregelen
ter bescherming EU staalsector tegen wereldwijde overcapaciteit en hebben hier enkele
vragen over.
Allereerst verwelkomen de leden het standpunt van het kabinet ten aanzien van het
Fiche. De leden delen de zorgen die worden geuit over de handhaafbaarheid van de maatregelen.
Op welke manier heeft de Europese Commissie het totale invoerquotum tegen de verlaagde
heffing vastgesteld? De leden zijn hiernaar benieuwd aangezien het een vermindering
van 47% is ten opzichte van de voorheen geldende vrijwaringsmaatregelen. Kan de Staatssecretaris
tevens toelichten waar de heffing van 50% op is gebaseerd? Daarnaast vragen de leden
van de VVD-fractie aan de Staatssecretaris om een korte toelichting hoe deze maatregelen
mogelijk effect kunnen hebben op de handelsrelatie met de Verenigde Staten. Op welke
manier weegt de Commissie lopende onderhandelingen over handelsverdragen bij het vaststellen
van deze maatregelen?
De leden van de VVD-fractie missen een nadere analyse hoe de heffingen invloed kunnen
hebben op de gehele waardeketen. Is de Staatssecretaris van plan in Europees verband
te pleiten voor een analyse voordat de maatregelen in werking treden? Zo ja, dan vragen
de leden of deze analyse specifiek aandacht kan hebben voor disproportionele kosten
of nieuwe regelgeving voor het midden- en kleinbedrijf (mkb). De leden lezen dat het
kabinet het van belang acht dat wordt meegenomen of soortgelijke bescherming ook met
lichtere maatregelen kan worden bereikt. Heeft het kabinet een eigen analyse gemaakt
van lichtere maatregelen?
Verder lezen de leden van de VVD-fractie dat in de onderhandelingen de WTO tarieven
op andere producten en sectoren kunnen worden aangepast ter compensatie voor de verhoogde
tarieven op staal. Aan welke producten en sectoren wordt gedacht bij een verlaging?
Kan de Staatssecretaris zich inzetten dat een mogelijke uitkomst zo gunstig mogelijk
voor de Nederlandse economie uitpakt?
Allerlaatst maken de leden zich zorgen over de mogelijke extra regeldruk die de maatregelen
met zich meenemen. De leden lezen dat een definitief oordeel over de voorgestelde
melted and poured maatregel afhankelijk is van een goed zicht op de regeldrukeffecten.
Wanneer wordt deze analyse gemaakt door de Commissie? Kan de Staatssecretaris deze
uitkomsten delen met de Kamer? Daarnaast vragen de leden of het kabinet de Kamer kan
informeren over de precieze quota-allocatie per land.
Inbreng leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de Europese voorstellen
om de staalindustrie te beschermen en de positie van het kabinet hierover. Zij staan
in beginsel positief tegenover dit voorstel en hebben enkele vragen en opmerkingen
over de positie van het kabinet.
De leden van deze fractie zijn positief over deze maatregelen. De leden achten de
maatregelen bevorderlijk voor het voortzetten van modernisering en verduurzaming door
Europese staalproducenten, voor het versterken van onze eigen Europese economie, maar
vooral ook in het kader van onze strategische autonomie en afhankelijkheden in een
onrustige wereld. Bovendien zien de leden dat- waar leiders als Trump de regels en
multilaterale orde aan hun laars lappen – de Europese Commissie kiest voor conformiteit
met de regels die we in de WTO met elkaar hebben afgesproken, en gepaste actie. Het
is om deze reden dat de terughoudende houding van het kabinet over het Commissievoorstel
deze leden verrast.
Wel zou, wat betreft de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie, het voorstel van de
Commissie op een aantal punten nog verbeterd of versterkt kunnen worden.
Zo lijkt het deze leden goed om de Commissie juist meer bevoegdheden te geven om de
reikwijdte van producten te verbreden, als dat nodig is. In een snel veranderende
en onrustige wereld is het goed als Europa kan inspelen op veranderingen. De leden
vragen het kabinet daarom of zij in Europees verband willen pleiten voor het sneller
kunnen uitbreiden van de lijst producten als dat nodig is. Dit kan onmiddellijk na
het inwerkingtreden van de wet, maar moet in ieder geval binnen een jaar. Ook lijkt
het de leden verstandig als de Commissie elk jaar beoordeelt of verbreding nodig is.
Verder vinden de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie het van groot belang dat we
alle mogelijke extra maatregelen tegen Rusland blijven nemen gezien de Russische agressie
in Oekraïne. Hier komt, constateren deze leden, het belang van bescherming van de
Europese staalindustrie nog eens als argument bij. Zij vragen de Staatssecretaris
daarom of zij in Europees verband wil pleiten voor een snellere uitfasering van de
import van Russisch staal en het dichten van «loopholes». De leden stellen de Staatssecretaris
voor om aansluiting te zoeken bij de andere Europese staten die hiervoor pleiten,
waaronder Duitsland.
Tot slot vragen de leden zich af of er binnen de voorgestelde tarieven nog zou kunnen
worden gedifferentieerd tussen groen staal en grijs staal? Als we de import van staal
van buiten Europa gaan verminderen, zou het volgens deze leden bevorderlijk zijn om
te zorgen dat het staal dat we wél nog importeren, eerder groen dan grijs staal is.
Dit zou het voorstel volgens deze leden ook meer in lijn brengen met onze nationale
en Europese inspanningen om staalproductie te verduurzamen.
Inbreng leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het fiche met betrekking tot
het voorstel van de Europese Commissie over maatregelen ter bescherming van de EU-staalsector
tegen wereldwijde overcapaciteit. Deze leden hebben hier enkele vragen bij.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet zal pleiten voor een gedegen impactanalyse
van de maatregelen op het concurrentievermogen van verschillende onderdelen in de
waardeketen (waaronder halffabricaten), en specifiek een nadere onderbouwing van het
gekozen tarief, het importquotum en de verwachte quota allocatie. Deze leden vragen
het kabinet naar een inschatting hoeveel tijd een dergelijke gedegen impactanalyse
zal kosten en of de doelstelling van het Deense voorzitterschap, namelijk een definitieve
Raadspositie vóór het einde van het jaar, daarmee onmogelijk zou worden gemaakt. Deze
leden vragen tevens of het kabinet kan aangeven waarom het Deense voorzitterschap
op zo’n korte termijn al een definitieve Raadspositie wil innemen. Daarnaast vragen
de leden zich af of het kabinet een inschatting kan maken van het risico op een tegenreactie.
FME pleit voor maandelijkse in plaats van kwartaal-quota om marktverstoringen en bevoordeling
van grote importeurs te voorkomen. De leden van de CDA-fractie vragen of de Staatssecretaris
kan aangeven of Nederland bereid is dit punt in te brengen in de Raad. Zo nee, waarom
niet? Daarnaast pleit FME voor een brede bewijslast ten aanzien van de verplichting
voor importeurs om aan te geven in welk land het staal gegoten en gesmolten is. Dit
zou moeten door explicieter verschillende soorten bewijslasten te accepteren, in lijn
met de uiteindelijke bewijsvereisten onder de CBAM. Deelt het kabinet dit punt en
is het bereid om dit punt in te brengen?
De voorgestelde tariefquota zullen gelden voor alle landen, met uitzondering van Noorwegen,
IJsland en Liechtenstein. De leden van de CDA-fractie vragen waarom deze uitzondering
niet ook gaat gelden voor het Verenigd Koninkrijk (VK), aangezien het probleem van
overcapaciteit niet uit het VK lijkt te komen. Deelt het kabinet deze visie? Zo ja,
is het kabinet bereid dit onder de aandacht te brengen bij de Commissie?
Het voorstel voor een verordening voorziet in regelmatige evaluatiemomenten, waaronder
een eerste beoordeling na twee jaar om te bepalen of de productreikwijdte aangepast
moet worden. De leden van de CDA-fractie vragen of het niet beter zou zijn dat hier
direct naar gekeken moet worden, en niet pas na twee jaar, met als doel om omzeilingsrisico’s
te beperken. Wat is het standpunt van het kabinet daarin?
De leden van de CDA-fractie vragen ten slotte of het kabinet bekend is met het industriestandaarddocument
Mill Test Certificate, dat reeds door staalproducenten wordt gebruikt om de kwaliteit
en oorsprong van producten te verifiëren.
Inbreng leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie danken het kabinet voor het fiche en zien uit naar de
vragen van andere fracties en de beantwoording daarvan. Voor deze leden staat voorop
dat Europese maatregelen werkbaar, proportioneel en uitvoerbaar moeten zijn, zonder
onnodige schade aan de brede keten van metaalverwerking en het mkb. Tegelijk hebben
zij enkele punten waar zij graag verduidelijking over ontvangen.
De leden van de BBB-fractie constateren dat het kabinet zelf aangeeft dat de gevolgen
voor downstream industrieën en verwerkers nog onvoldoende in beeld zijn. Kan het kabinet
expliciet uiteenzetten hoe en wanneer een volledige impactanalyse wordt opgeleverd,
inclusief mogelijke alternatieve maatregelen met minder effect op mkb-verwerkers?
De leden van de BBB-fractie constateren voorts dat het erop lijkt dat de nieuwe oorsprongseis,
zoals in het fiche staat, potentieel complexe controle en extra regeldruk veroorzaken.
Kan het kabinet aangeven welke scenario’s worden verkend om deze lasten te minimaliseren,
en of het denkbaar is dat dit onderdeel wordt aangepast of gefaseerd ingevoerd, en
of het passend is in de ambitie van het kabinet om sectorale regeldrukreductie te
bewerkstelligen?
De leden van de BBB-fractie constateren dat het systeem met kwartaalcontingenten staalimporteurs
ertoe aanzet om producten op te slaan en pas aan het begin van een nieuw kwartaal
in te klaren, zodat zij onder het quotum vallen en de heffing van 50 procent vermijden.
Kleine staalimporteurs hebben die opslagruimte en financiële marge vaak niet en vallen
daardoor relatief vaker buiten het quotum. Dit leidt tot een ongelijk speelveld, zeker
nu de heffing buiten de quota wordt verhoogd van 25 naar 50 procent. Daarom vragen
de leden of het kabinet bereid is in Europa te pleiten voor tariefcontingenten op
maandbasis, zodat kleinere spelers een eerlijkere kans krijgen.
De leden van de BBB-fractie zien dat steeds vaker wordt geconstateerd dat staal van
buiten de EU eerst wordt bewerkt en na bewerking naar de EU wordt geëxporteerd om
de heffingen op staal te omzeilen. Daarnaast zullen door de Amerikaanse invoerheffing
van 50% meer staal-intensieve producten op de Europese markt belanden. Is het kabinet
bereid zich ervoor in te spannen dat direct na de invoering van de staalbeschermingsmaatregelen
al wordt beoordeeld of uitbreiding van de reikwijdte noodzakelijk is, en niet pas
na twee jaar?
Tot slot hebben de leden van de BBB-fractie nog een vraag over de voorgestelde «melted
and poured rule». De voorgestelde «melted and poured rule» helpt om omzeiling van
de heffingen tegen te gaan. Het Commissievoorstel is echter onduidelijk over de eisen
aan de bewijslast, wat leidt onzekerheid bij importeurs. Daarnaast is deze regel ook
van toepassing op importeurs die verwaarloosbare hoeveelheden staal importeren. Is
het kabinet bereid om ervoor te pleiten dat in de verordening zelf al duidelijkheid
wordt gecreëerd over de bewijslast en niet in onderliggende regelgeving? En is het
kabinet bereid zich ervoor in te zetten om kleine importeurs die maximaal 50 ton aan
gewicht per jaar importeren uit te sluiten van de «melted and poured rule», aansluitend
bij de vrijstellingsgrens die vanaf 1 januari 2026 ook geldt voor CBAM?
De leden van de BBB-fractie zien uit naar een nadere toelichting en een zorgvuldig
vervolgproces.
Inbreng leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het fiche
«Maatregelen ter bescherming EU-staalsector tegen wereldwijde overcapaciteit», rondom
Europese voorstellen voor importquota en importheffingen op staal. In beginsel onderschrijven
zij het idee van importheffingen, mits ze er aantoonbaar voor zorgen dat het milieu,
klimaat, natuur en gezondheid van mensen en dieren beter wordt beschermd. Dat past
binnen de noodzaak om regeneratieve productie te verankeren in Europa, die de natuur
niet uitput, en uiteindelijk gebeurt zonder CO2-uitstoot en zonder schade aan milieu en gezondheid. Kan het kabinet uitgebreid toelichten
hoe importheffingen ten goede gaan komen aan bescherming van milieu, klimaat, natuur
én gezondheid (graag met cijfers en bronnen bijgevoegd waar mogelijk)? Welke potentie
zit daar om aan te boren?
Tegelijkertijd vragen deze leden het kabinet om eerlijk te zijn over het feit dat
zolang we nieuw staal blijven produceren in Europa, we ijzererts buiten Europa zullen
moeten blijven aanvoeren en dat dat geen duurzaam en volhoudbaar scenario is. Kan
het kabinet dat erkennen? Zo nee, waar denkt het kabinet dan duurzaam, sociaal en
ecologisch ijzererts vandaan te gaan blijven slepen voor de korte en voor de lange
termijn? De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat het daarom extra belangrijk
is voor Europese strategische autonomie om zo snel mogelijk stappen te maken naar
een volledig circulaire economie waarbij we a) staal volledig circulair maken met
volledig hergebruik van staal (schroot) en geen nieuw staal meer maken en b) de transitie
inzetten naar nieuwe, natuurlijke materialen die staal op termijn duurzaam kunnen
vervangen. Kan het kabinet uitleggen hoe zij dit gaat realiseren en welke acties daarbij
horen?
De leden van de PvdD-fractie vragen het kabinet feitelijk in kaart te brengen hoeveel
staalbedrijven en waar precies (binnen en buiten Europa) reeds op groene waterstof
draaien, of bijna zover zijn. Welke staalbedrijven hebben de meest moderne installaties
en technieken die ervoor zorgen dat die bedrijven het minste uitstoten aan concreet
ZZS en andere schadelijke en kankerverwekkende stoffen en waar bevinden deze staalbedrijven
zich precies? Welke staalbedrijven en waar precies meest hebben zich het meest toegewijd
aan recycling van staal (schroot) en wat zijn de daarbij behorende cijfers/percentages?
De leden van de PvdD-fractie verzoeken het kabinet om samen met de Commissie een duidelijke
schatting te maken van de potentiële inkomsten uit de heffingen, uitgesplitst per
jaar en per lidstaat, zodat het debat over nut en noodzaak op basis van feiten kan
worden gevoerd.
De leden van de PvdD-fractie zijn daarnaast van oordeel dat de opbrengsten uit de
importheffingen gebruikt kunnen worden voor de transitie naar volledig gerecycled
en hergebruikt staal (zonder gebruik van nieuw ijzererts) en om de gezondheid van
milieu, natuur, dieren en burgers beter te beschermen. Kan de Staatssecretaris aangeven
welke kansen ze daartoe concreet ziet? Deze leden verzoeken het kabinet om zich in
Europa in te zetten om de opbrengsten uit de importheffingen onder te brengen in een
Europees fonds voor circulair staal. Vanuit dat fonds zou de Commissie onderzoek kunnen
financieren naar bredere toepasbaarheid van gerecycled staal, ook voor hoogwaardige
toepassingen waar dit nu niet mogelijk is. Daarnaast zou vanuit dat fonds ook meer
kunnen worden ingezet in betere bescherming van natuur, milieu en omwonenden. Kan
het kabinet zich vinden in de noodzaak om deze kwetsbare belangen goed te beschermen?
Met zo’n fonds ontstaat dan niet alleen een eerlijker speelveld ten opzichte van vervuilend
geïmporteerd staal, maar wordt ook de noodzakelijke transitie naar CO2-arme, duurzame staalproductie binnen Europa – waarin gezondheid van natuur, milieu,
mens en dier centraal staat – concreet ondersteund. Ziet het kabinet deze kansen ook
en hoe reflecteert het kabinet hierop?
De leden van de PvdD-fractie roepen het kabinet op om bij verdere behandeling van
het dossier in Brussel en de Kamer deze route te verkennen.
Inbreng leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-Fiche: Maatregelen ter
bescherming EU staalsector tegen wereldwijde overcapaciteit. Hierin hebben eerdergenoemde
leden aanleiding gevonden enkele opmerkingen te delen.
De leden van de SP-fractie zien het beschermen van de Nederlandse en daarmee Europese
staalsector van groot belang, zowel voor behoud van werkgelegenheid als van het grote
strategische belang achter staal. Het is belangrijk dat we niet van anderen afhankelijk
zijn voor een grondstof die bij vrijwel ieder belangrijk proces in onze samenleving
van groot belang is, zoals bij woningbouw en de energietransitie.
De maatregelen die de Commissie voorstelt om de Europese staalsector te beschermen
met een systeem van tarifaire importquota kunnen dan ook op steun van de leden van
de SP-fractie rekenen. De eerdergenoemde leden zien dit in lijn met de eerder aangekondigde
steun aan Tata-steel. De leden van de SP-fractie zien wel een groot probleem in de
manier waarop dit kabinet omgaat met strategische sectoren. Het kabinet lijkt wel
bereid te zijn de portemonnee te trekken, maar daar staat geen publieke zeggenschap
tegenover. De leden van de SP-fractie kwalificeren dit als kortzichtig en ideologisch
ingestoken vanuit het kabinet.
Wat de leden van de SP-fractie betreft krijgen wij meer publieke zeggenschap in bedrijfssectoren
van groot strategisch belang. Als een sector zo essentieel is dat publieke investeringen
gerechtvaardigd zijn, moet daar ook democratische controle over worden uitgevoerd.
Voor de staalsector lijken zowel het kabinet als de Europese Commissie bereid te zijn
hun ideologisch dogma van mondiale vrijhandel los te laten. Waarom lijken zij nog
niet bereid hun ideologisch dogma tegen publieke zeggenschap in bedrijven los te laten?
Dat zou ons pas echt vooruit helpen.
Het kabinet lijkt in haar reactie nog in een ontkennende fase te zitten wat betreft
het feit dat het tijdperk van mondiale vrijhandel ten einde loopt. Wat de leden van
de SP-fractie betreft heeft ongecontroleerde vrijhandel nooit de belangen van de werkende
klasse gediend. Integendeel: het heeft werknemers internationaal laten concurreren,
zodat sociale verworvenheden onder ernstige druk zijn komen te staan, het heeft de
macht van bedrijven over nationale democratieën vergroot tot gevaarlijke proporties,
het heeft geleid tot een levensbedreigende ecologische crisis en het heeft Europa
doen de-industrialiseren, met grote strategische risico’s. Uitsluitend uit geopolitieke
overwegingen lijkt de Commissie nu enige beperkende maatregelen te nemen op de vrije
wereldmarkt. Wat de leden van de SP-fractie betreft trekken we deze lijn door en nemen
we de democratische controle over onze economie terug zodat deze in het belang van
iedereen functioneert.
II. Reactie van de Staatssecretaris
III. Volledige agenda
Fiche: [MFK] Maatregelen ter bescherming EU staalsector tegen wereldwijde overcapaciteit
– Brief regering d.d. 21-11-2025 Minister van Buitenlandse Zaken, D.M. van Weel.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.G. Boswijk, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp -
Mede ondertekenaar
M. Prenger, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.