Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad, 8-9 december 2025 (Kamerstuk 32317-978)
2025D49362 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd over de volgende brieven:
• Geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad, 8–9 december 2025 (Kamerstuk 32 317, nr. 978);
• Verslag van de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 13 en 14 oktober
2025 (Kamerstuk 32 317, nr. 975);
• Fiche: [MFK] Verordening tot oprichting ondersteuningsinstrument interne veiligheid
2028–2034 (Kamerstuk 22 112, nr. 4151);
• Fiche: EU Voorradenstrategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4163);
• Fiche: [MFK] Verordening Uniemechanisme en financiering paraatheid en respons noodsituaties
gezondheid (Kamerstuk 22 112, nr. 4156);
• Publieke consultatie 28ste regime (Kamerstuk 22 112, nr. 4181);
• Fiche: [MFK] Verordening tot inrichting van het justitieprogramma 2028–2034 en terugtrekken
van verordening (EU) 2021/693 (Kamerstuk 22 112, nr. 4186);
• Verslag van de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 13 en 14 oktober
2025 (Kamerstuk 32 317, nr. 975).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Ellian
Adjunct-griffier van de commissie,
Van Tilburg
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II
Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister nader kan toelichten wat de acties
in 2025 en voorzien in 2026 zullen zijn vanuit de Coalitie van zeven Europese landen
tegen georganiseerde criminaliteit.
De leden van de VVD-fractie vragen op welke termijn het BNC-fiche1 over de voorstellen van de Commissie ten aanzien van de Algemene verordening gegevensbescherming
(AVG) en de AI-verordening naar de Kamer zullen worden gestuurd en of het kabinet
bereid is om alvast in grote lijnen een korte appreciatie te geven van de belangrijkste
voorstellen uit het pakket, nu het onderwerp ook op de Raad Justitie en Binnenlandse
Zaken (JBZ-Raad) van 8–9 december 2025 staat. Deze leden vragen of inzet van het kabinet
bij deze gesprekken ook zal zijn gericht op het effectief beperken van de regeldruk
van ondernemers en maatschappelijke organisaties en in algemene zin op het bevorderen
van gegevensuitwisseling met het oog op de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit.
Ook vragen deze leden of de Minister zelf een aantal knelpunten in de AVG, de Uitvoeringswet
AVG en de AI-verordening ziet die aanpassing behoeven en welke van deze knelpunten
de Minister dan specifiek in gesprekken met de Commissie aan de orde zal stellen.
Fiche: [MFK] Verordening tot oprichting ondersteuningsinstrument interne veiligheid
2028–2034
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het BNC-fiche over
de verordening tot oprichting van het ondersteuningsinstrument interne veiligheid
2028–2034. Deze leden lezen dat de voorstellen voor dit ondersteuningsinstrument voor
interne veiligheid straks onder de nieuwe Nationale en Regionale Partnerschapsplannen
zullen vallen. Dat betekent dat er via een performance framework een aantal principes
wordt geïntroduceerd waaraan lidstaten moeten bijdragen: klimaat en biodiversiteit,
gendergelijkheid en sociaal beleid. Daarbovenop heeft de Commissie voor een aantal
beleidsterreinen specifieke indicatoren vastgesteld waaraan lidstaten dienen bij te
dragen.
Voor het ondersteuningsinstrument voor interne veiligheid zien de voorgestelde indicatoren
bijvoorbeeld op het op orde hebben van de IT-systemen voor informatie-uitwisseling,
bescherming van kritieke infrastructuur en de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit
en terrorisme. De leden van de VVD-fractie vinden het belangrijk dat er meer en vooral
afrekenbare indicatoren worden vastgesteld, zodat de middelen uit het fonds effectiever
en doelmatiger worden besteed. Kan de Minister nader toelichten hoe deze indicatoren
in de praktijk worden gemeten? Wanneer en door wie wordt geconstateerd of indicatoren
zijn behaald en worden middelen niet uitgekeerd of zelfs teruggevorderd indien lidstaten
niet aantoonbaar voldoen? Deze leden horen graag een nadere toelichting op het performance
framework, zoals dat bij het ondersteuningsinstrument interne veiligheid zal worden gehanteerd, wat de Nederlandse inzet hierbij is
en of de Minister de mening deelt dat voorwaardelijkheid van uitkering van de middelen
belangrijk is. Is de Minister het ermee eens dat de Commissie zo specifiek mogelijk
de doeltreffendheid van de middelen die worden besteed vanuit het ondersteuningsinstrument,
moet kunnen volgen en dat de Commissie voldoende instrumenten moet hebben om dat effectief
te kunnen meten?
BNC-Fiche Verordening Programma Justitie voor de periode 2028–2034
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het BNC-fiche
over de Verordening programma Justitie voor de periode 2028–2034. Deze leden stellen
voorop dat zij waarde hechten aan goede samenwerking binnen de EU op het gebied van
toegang tot het recht, digitalisering en grensoverschrijdende criminaliteit. Zij delen
tevens de noodzaak die de Minister beschrijft om de onafhankelijkheid van de rechterlijke
macht en de bescherming van grondrechten verder te waarborgen. Desondanks plaatsen
deze leden nog wel enkele kanttekeningen bij het voorstel.
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat voor de periode 2021–2027 het budget voor
dit programma ongeveer € 305 miljoen bedroeg. Voor de periode 2028–2034 stelt de Europese
Commissie een aanzienlijk hoger budget voor: circa € 798 miljoen. Daarbij geeft het
voorstel de Commissie geen bevoegdheid om gedelegeerde of uitvoeringshandelingen vast
te stellen. Dat betekent als deze leden dat goed begrijpen, dat Nederland geen inspraak
heeft in het vaststellen van de jaarlijkse programma’s waarin de gelden worden verdeeld
over de programma’s. Dit in tegenstelling tot het huidige programma 2021–2027. Welke
stappen zet de Minister om alsnog (meer) inspraak te verkrijgen voor de lidstaten?
En wat rechtvaardigt volgens de Minister de verhoging van 305 naar 798 miljoen euro?
De leden van de VVD-fractie missen in het BNC-fiche een analyse en een standpunt over
het performance framework zoals dat werd toegelicht in het BNC-fiche over het ondersteuningsinstrument
voor interne veiligheid. Deze leden menen dat het ook bij het Programma Justitie 2028–2034
van cruciaal belang is dat er indicatoren worden vastgesteld, zodat meetbaar en veel
beter verantwoording kan worden afgelegd over de besteding van de middelen die ter
beschikking worden gesteld. Hoe kijkt de Minister hiernaar?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de uitvoerbaarheid van de procedures rondom
het programma wordt verbeterd, door middel van vereenvoudiging en standaardisering
van de financiële verantwoording. Wat wordt hier precies mee bedoeld en wat is de
inzet van de Minister hierbij? Deelt de Minister het streven dat juist moet worden
ingezet op betere financiële verantwoording, zodat na afloop ook beter kan worden
gemeten in hoeverre de middelen effectief zijn besteed en er is voldaan aan vooraf
afrekenbare en heldere doelen en indicatoren?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
voor de JBZ-Raad aangaande justitieonderwerpen. Deze leden hebben opmerkingen en vragen
over enkele vraagstukken rondom digitalisering en privacy.
CSAM-verordening
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie uiten hun zorgen over de EU-verordening ter
voorkoming en bestrijding van online seksueel kindermisbruik (de CSAM-verordening).
Deze leden blijven kritisch op de mogelijke inbreuk op privacy, de risico’s voor de
cyberveiligheid zoals beschreven door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
(AIVD) en de verplichte leeftijdsverificatie die zou worden ingevoerd zonder enig
parlementair overleg. Een geheel ander plan om daders van online kindermisbruik op
een effectieve manier te voorkomen en bestrijden, en om slachtoffers te voorkomen
en helpen, is volgens deze leden nodig. In de aangenomen motie-Kathmann c.s. (Kamerstuk
32 317, nr. 981) werd de Minister gevraagd om bij het Europese vooroverleg, Coreper II, tégen het
Deense voorstel te stemmen. Kan de Minister bevestigen dat dit is gebeurd? Kan hij
de letterlijke stemverklaring die Nederland heeft afgelegd, delen met de Kamer? En
blijft hij dit standpunt uitdragen bij de JBZ-Raad?
Het is volgens de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie noodzakelijk om de zorgen over
de CSAM-verordening vanuit Nederland blijvend kenbaar te maken in de triloogfase.
Ondanks de wijzigingen in het Deense compromisvoorstel blijven zorgen over grondrechten
in stand. Het advies van de AIVD is hierin doorslaggevend, zoals verwoord in de Kamerbrief
inzake de toezegging gedaan tijdens het commissiedebat EU-Verordening ter bestrijding
van online seksueel kindermisbruik van 24 november 2025 (Kamerstuk 32 317, nr. 979). Deze leden vragen de Minister om het standpunt van de Kamer uit te blijven dragen
en in lijn met de hierboven genoemde motie-Kathmann c.s. er alles aan te doen om de
risico’s voor massale privacyschending en de cyberveiligheid weg te nemen. Deze leden
vragen aan de Minister om uit te leggen hoe hij van plan is dat te doen. Kan hij een
beeld schetsen van hoe lang de triloogfase volgens hem zal duren? Op welke momenten
kan Nederland invloed uitoefenen tijdens de trilogen? Deze leden vragen de Minister
om de Tweede Kamer blijvend op de hoogte te houden van de voortgang van de trilogen,
gezien de zwaarwegende bezwaren die vanuit de Kamer op het voorstel zijn geuit.
Digitale Omnibus
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn kritisch op de voorgestelde Digitale
Omnibus en de Digitale Omnibus AI. In Kamervragen van het lid Kathmann2 en het verslag van een schriftelijk overleg over de Telecomraad van 5 december 2025
hebben de leden reeds uiteengezet welke zorgen zij hebben. Deze leden vragen de Minister
om een zienswijze op de twee voorgestelde Digitale Omnibussen vanuit het perspectief
van rechtsbescherming en het privacyrecht. Welke bedenkingen zal de Minister desgevraagd
uiten over de voorstellen? Hoe gaat de Minister hardmaken dat er voorstellen komen
«zonder afbreuk te doen aan het niveau van bescherming van grondrechten»? Deze leden
wijzen op het belang om de Autoriteit Persoonsgegevens tijdig te betrekken in de zienswijze
op de Omnibussen om de gevolgen hiervan voor de privacywetgeving volledig in kaart
te krijgen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de JBZ-Raad voor 8 en 9 december 2025 en de overige stukken op de agenda.
Deze leden danken de Minister hiervoor en maken graag van de gelegenheid gebruik vragen
hierover te stellen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het Voorzitterschap de JBZ-Raad zal informeren
over de voortgang van de lopende wetsvoorstellen, in het bijzonder het bereikte politieke
akkoord over de insolventierechtrichtlijn. Deze leden vragen hoe de Minister waarborgt
dat de nationale rechtspraktijk, met name rond faillissementspauliana en pre-pack,
voldoende ruimte houdt om effectief te blijven functioneren zonder extra uitvoeringsdruk
voor curatoren en rechtspraak. Ook vragen deze leden of de Minister kan toelichten
op welke manier dankzij dit plan wordt gewaarborgd dat inderdaad een eerlijk speelveld
binnen de kapitaalmarktunie ontstaat.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Minister zeer waarschijnlijk kan instemmen
met het plan. Schat de Minister in dat dit ook geldt voor de andere lidstaten?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Commissie een Digital Package heeft gepubliceerd met ingrijpende wijzigingen in de AVG en de AI-verordening. Hoe
beoordeelt de Minister de risico’s dat de voorgestelde wijzigingen leiden tot versnippering
en hogere regeldruk op uitvoeringsautoriteiten? Deze leden vragen ook of Nederland
in de JBZ-Raad actief inzet op het behoud van hoge normen voor proportionaliteit en
dataminimalisatie, zodat digitale veiligheid en rechtsbescherming niet worden afgezwakt.
De leden van de CDA-fractie zijn het met de Minister eens dat het waardevol is dat
gestreefd wordt naar gemeenschappelijke modelbepalingen, zodat er meer consistentie
en coherentie wordt bereikt in toekomstige EU-strafrechtinstrumenten. Deze leden vragen
hoe de Minister de uitvoerbaarheid van de in de modelbepalingen opgenomen verplichtingen
voor lidstaten beoordeelt, met name waar het gaat om statistiekverzameling, condities
voor strafvervolging en deelnemingsvormen.
De leden van de CDA-fractie lezen, over justitiële samenwerking met derde landen,
dat Nederland met derde landen een eigen dialoog voert die aansluit bij de eigen operationele
behoeften. Doen andere lidstaten dit ook? Zo ja, is dit vergelijkbaar met het Nederlandse
uitgangspunt?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de JBZ-Raad wordt geïnformeerd over een tussentijdse
evaluatie van de strategie van de Commissie om de toepassing van het EU-Handvest van
de grondrechten te versterken. In het voorjaar vonden gerichte raadplegingen plaats
met lidstaten en relevante stakeholders. Kan de Minister kort stilstaan bij de uitkomsten
van deze raadplegingen?
De leden van de CDA-fractie vragen aan de Minister hoe Nederland de uitvoerbaarheid
beoordeelt van mogelijke nieuwe EU-instrumenten voor de executiefase van confiscatie.
Daarnaast vragen zij of de Minister kan aangeven welke knelpunten Nederland momenteel
ervaart in grensoverschrijdende vermogensontneming en hoe de Belgische voorstellen
hieraan bijdragen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat wordt voorgesteld om een nieuw EU-instrument
te verkennen in een expertwerkgroep. Kan de Minister aangeven om wat voor soort instrument
dit gaat en welke specifieke maatregelen worden voorgesteld?
De leden van de CDA-fractie lezen over de stand van zaken omtrent de CSAM-verordening.
Gezien het commissiedebat van 24 november 2025 en het daarop volgende tweeminutendebat
van 25 november 2025, hebben deze leden op dit moment geen inhoudelijke vragen bij
dit agendapunt. Wel vragen deze leden wat volgens de Minister de vervolgstappen zijn
op dit dossier in Europa, nu Nederland tegen heeft gestemd. Welke effecten heeft dit
op de Europese onderhandelingen, ook wat betreft de Nederlandse positie?
Fiche: [MFK] Verordening tot oprichting ondersteuningsinstrument interne veiligheid
2028–2034
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Commissie een totaalbudget van 6,84 miljard
euro beschikbaar stelt ter versterking van de interne veiligheid, met vier strategische
doelstellingen. Deze leden delen de zorg dat de definitie van «hybride dreigingen»
te statisch is. Hoe zet Nederland erop in dat deze definitie flexibel wordt, conform
eerdere Raadsconclusies?
De leden van de CDA-fractie vragen wat de Minister ervan vindt dat de doelstelling,
weerbaarheid en bescherming kritieke entiteiten, te beperkt is uitgewerkt. Welke inzet
gaat de Minister kiezen om civiele weerbaarheid nadrukkelijker en breder vorm te geven?
De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast hoe de Minister de kans beoordeelt dat
bevolkingsdichtheid wordt toegevoegd aan de verdeelsleutel voor HOME-fondsen. Kan
de Minister al iets zeggen over de standpunten van andere lidstaten hierover?
Ten slotte vragen de leden van de CDA-fractie hoe wordt voorkomen dat de NRPP-systematiek
(Nationale en Regionale Partnerschapsplannen) tot extra administratieve lasten leidt
voor politie, Openbaar Ministerie, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en
Veiligheid en andere uitvoerders.
Fiche: [MFK] Verordening Uniemechanisme en financiering paraatheid en noodsituaties
gezondheid
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Commissie het Uniemechanisme sterk wil uitbreiden,
inclusief een centrale EU-Hub voor crisiscoördinatie en een cross-sectorale paraatheidslaag.
Deze leden vragen waarom nog onduidelijk is hoe de nieuwe Hub zich verhoudt tot het
bestaande Emergency Response Coordination Centre. Welke minimale randvoorwaarden stelt
Nederland om doublures, bureaucratie en rolvermenging te voorkomen? Daarnaast vragen
deze leden hoe de Minister de informatiebeveiliging en operationele integriteit voldoende
waarborgt.
De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister kan toelichten welke extra taken
het Nationaal CrisisCentrum (NCC) en het toekomstige LOCC-KCR23 krijgen onder het nieuwe Uniemechanisme.
Fiche: EU-Voorradenstrategie
De leden van de CDA-fractie lezen dat de EU-Voorradenstrategie is gericht op toegang
tot essentiële goederen tijdens crises en dat Nederland een nationaal onderzoek naar
strategische voorraden start. Deze leden vragen hoe lokale omstandigheden, uitvoerbaarheid
en risico’s voor decentrale overheden worden meegenomen bij EU-besluiten over strategische
voorraden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
JBZ-Raad van 8 en 9 december in Brussel (algemeen). Deze leden hebben nog een aantal
vragen daarover.
De voorstellen voor het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034 bevatten
drie sectorale initiatieven op het terrein van Justitie en Veiligheid. Een van de
voorstellen betreft het ondersteuningsinstrument «interne veiligheid». Dit fonds richt
zich op de bestrijding van georganiseerde criminaliteit, terrorisme, cybercriminaliteit
en hybride dreigingen, evenals op de versterking van informatie-uitwisseling en operationele
samenwerking tussen lidstaten. Nieuw is dat uitkeringen uit het fonds afhankelijk
worden van indicatoren, zoals de staat van IT-systemen voor informatie-uitwisseling
en de bescherming van kritieke infrastructuur. De leden van de BBB-fractie vragen
of de Minister kan toelichten hoe de verdeelsleutel in dit voorstel precies vorm krijgt.
Dreigingsniveaus en risico’s verschillen immers aanzienlijk tussen lidstaten. Deze
leden vragen hoe in de verdeelsystematiek rekening wordt gehouden met landen met specifieke
risicoprofielen, bijvoorbeeld vanwege de omvang van de economie, belangrijke logistieke
knooppunten of de aanwezigheid van grote havens.
Het tweede voorstel betreft het Programma Justitie, dat samenwerking in civiele en
strafzaken, opleidingen en digitalisering ondersteunt. Het doel is een sterke rechtsstaat
en betere toegang tot recht, ook via digitale middelen.
Het derde voorstel gaat over het Uniemechanisme voor Civiele Bescherming (UCPM), een
Europees instrument dat lidstaten ondersteunt bij rampen en noodsituaties. Het voorstel
breidt het mechanisme uit met drie nieuwe elementen:
1. Responscapaciteit voor gezondheidscrises. Het UCPM kan sneller en gecoördineerd reageren
op bijvoorbeeld pandemieën of andere grootschalige gezondheidsnoodsituaties.
2. Anticipatie-instrumenten. Naast reactieve hulp worden nu ook middelen en processen
ontwikkeld om risico’s vooraf in kaart te brengen, voorraden aan te leggen en voorbereidingen
te treffen.
3. Civiel-militaire samenwerking. Het mechanisme zal zowel civiele als militaire capaciteiten
kunnen inzetten bij rampen, bijvoorbeeld bij evacuaties of logistieke ondersteuning.
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister op het gebied van de civiel-militaire
samenwerking hoe dit praktisch wordt ingericht en welke gevolgen dit heeft voor nationale
besluitvorming. Heeft dit ook enige invloed op besluitvorming die plaatsvindt over
Nederlandse militairen?
II Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
U. Ellian, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
I. van Tilburg, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.