Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Defensie d.d. 1 december 2025 (Kamerstuk 21501-28-293)
21 501-28 Defensieraad
Nr. 294 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 27 november 2025
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd
aan de Minister van Defensie over de brief van 21 november 2025 over de Raad Buitenlandse
Zaken Defensie op 1 december 2025 (Kamerstuk 21 501-28, nr. 293).
De vragen en opmerkingen zijn op 24 november 2025 aan de Minister van Defensie voorgelegd.
Bij brief van 27 november 2025 zijn de vragen beantwoord.
De fungerend voorzitter van de commissie, Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie, Manten
Inhoudsopgave
blz.
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
4
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
4
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
5
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
6
II
Antwoord / Reactie van de Minister
7
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad buitenlandse zaken Defensie van 1 december 2025. Hierover hebben
deze leden nog enkele vragen.
Wat zijn voor het kabinet de rode lijnen waaraan een plan voor een staakt het vuren
in Oekraïne moet voldoen? Op welke manier gaat het kabinet zich inspannen om het wegvallen
van de Amerikaanse wapensteun aan Oekraïne te compenseren? Is het kabinet bereid om
voor 2026 extra geld voor Oekraïne uit te trekken om te voorkomen dat de totale steun
aan Oekraïne terugloopt? Kan het kabinet schetsen wat de laatste stand van zaken is
omtrent het inzetten van Russische bevroren tegoeden voor het financieren van steun
aan Oekraïne, zo vragen deze leden.
Is het kabinet het met de leden van de D66-fractie eens dat Nederland geen financieringsopties
moet blokkeren als het gaat om het militair steunen van Oekraïne? Is het kabinet het
tevens met de leden van de D66-fractie eens dat het ondenkbaar is dat een staakt het
vuren deal door de VS wordt voorbereid zonder Oekraïne en de EU? Hoe kijkt het kabinet
naar het Europese tegenvoorstel in reactie op het 28 punten plan van Trump? Welke
voortgang is er (door Nederland) geboekt op de Priority Capability Areas waar Nederland
een coördinerende rol heeft (drones en militaire mobiliteit), zo vragen deze leden.
De leden van de D66-fractie vragen welke concrete rol het kabinet voor Nederland ziet
bij het realiseren van de vier vlaggenschipprojecten (het European Drone Defence Initiative,
de Eastern Flank Watch, het European Air Shield en het European Space Shield).
Wat is de verwachting over de behandeling van de wetsvoorstellen voor militaire mobiliteit
en het omnibus wetgevingspakket voor een brede vereenvoudiging van EU-wetgeving met
het oog op Europese defensiegereedheid 2030, zo vragen deze leden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse
Zaken Defensie van 1 december 2025 en hebben de volgende vragen en opmerkingen.
Algemeen
De leden van de PVV-fractie vragen of er Raadsconclusies worden aangenomen op deze
RBZ Defensie? Zo ja, welke positie neemt Nederland in?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Raad ook zal spreken over de recente ontwikkelingen
met betrekking tot drones? Zo ja, wat is de inzet van de Minister op de punt?
Militaire steun Oekraïne
De leden van de PVV-fractie verzoeken de Minister het meest recente overzicht te sturen
van de financiële en militaire steun van de afzonderlijke EU-landen aan Oekraïne.
De leden van de PVV-fractie vragen tevens wat exact de inzet is van de Europese Commissie
ten aanzien van herstelleningen aan Oekraïne. In welk stadium bevindt dit initiatief
zich? Deze leden verzoeken de Minister uitgebreider in gaan op de positie die Nederland
voornemens is in te nemen dan de opmerking «Nederland zal daarom tijdens de RBZ Defensie
aangeven dat het van belang is dat zowel militaire als niet-militaire noden van Oekraïne
onderdeel zullen zijn van het voorstel van de Commissie.»
De leden van de PVV-fractie vragen wat het standpunt is van het kabinet ten aanzien
van de opties die door de Europese Commissie zijn uitgewerkt ten aanzien van financiële
steun aan Oekraïne. De leden vragen voorts wat de financiële gevolgen zijn van de
verschillende opties voor Nederland.
Defensiegereedheid
De leden van de PVV-fractie verzoeken de Minister een update te geven over de coördinerende
rol die Nederland op zich heeft genomen op het PCA drones en counterdrones en het
PCA militaire mobiliteit. Voorts vragen deze leden hoe het PCA militaire mobiliteit
zich verhoudt tot het EU Militaire Mobiliteitspakket. Ook vragen deze leden op welke
wijze de Kamer is betrokken bij de voortgang op de verschillende PCA’s.
De leden van de PVV-fractie vragen welke beleidsvoorstellen de routekaart bevat en
wat de positie van Nederland is. Deze leden vragen ook wanneer de besluitvorming wordt
verwacht.
De leden van de PVV-fractie vragen tevens hoe de vlaggenschipprojecten worden gefinancierd.
Wat is het standpunt van het kabinet ten aanzien van de opties die door de Europese
Commissie zijn uitgewerkt over de financiële steun aan Oekraïne? Wat zijn de financiële
gevolgen van de verschillende opties voor Nederland?
De leden van de PVV-fractie vragen wanneer de Minister de besluitvorming op het Defensie
omnibus wetgevingstraject verwacht. Deze leden vragen tevens of de voorstellen op
het gebied van Defensiegereedheid maatregelen bevatten die direct of indirect inwerken
op de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten.
Militaire mobiliteit
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan toezeggen dat er tijdens onderhavige
Raad nog geen onomkeerbare stappen zullen worden gezet op dit dossier.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Defensie d.d. 1 december 2025 en hebben
nog enkele vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven de boodschap van het kabinet
dat het cruciaal is dat alle EU-lidstaten een substantiële bijdrage leveren aan de
ondersteuning van Oekraïne en daarmee ook de Europese veiligheid. Deze leden zijn
dan ook benieuwd hoe het kabinet andere EU-lidstaten aanspoort om die bijdrage ook
daadwerkelijk op de korte termijn te leveren. Ook worden de leden graag verwittigd
van de initiatieven voor aanschaf van militair materieel voor Oekraïne waarbij andere
lidstaten kunnen aansluiten: om hoeveel en welke projecten gaat het. Hoe kunnen andere
lidstaten aansluiten en hoe groot is het animo?
Daarnaast lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat Nederland een coördinerende
rol op zich heeft genomen op het PCA drones en counterdrones, alsmede het PCA militaire
mobiliteit. Op welke wijze is het kabinet voornemens om concreet invulling te geven
aan deze PCAs, en dan in het bijzonder het PCDA drones en counterdrones gezien de
recente drone-incidenten boven Nederland zelf. Het kabinet schrijft dat de uitwerking
van de vlaggenschipprojecten bij de lidstaten ligt en dat deze vermoedelijk meegenomen
zullen worden in de PCA-trajecten. Hoe is het kabinet voornemens om, samen met Letland
en Kroatië, invulling te geven aan bijvoorbeeld het European Drone Defence Initiative,
aangezien Nederland een coördinerende rol heeft op dit vlak. Deze leden begrijpen
uit eerdere uitspraken van de Minister dat hij al ideeën heeft over het efficiënt
verbeteren van de drone-verdediging in Europa en zien dit graag geconcretiseerd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met enige verbazing gelezen dat het
kabinet nauwe industriële samenwerking met de VS blijft bepleiten. Deze leden zijn
namelijk van mening dat Europa en Nederland zo snel mogelijk afhankelijkheden van
onder andere de VS moeten afbouwen, juist ook om daadwerkelijk een sterke en gelijkwaardige
Europese pilaar binnen de NAVO te bewerkstelligen. Heeft het kabinet een uitgewerkte
strategie om dergelijke afhankelijkheden af te bouwen? Zo ja, hoe rijmt het kabinet
deze oproep tot nauwe industriële samenwerking met de VS dan met dit streven?
Inzake het afbouwen van afhankelijkheden is de versterking van EDA een belangrijke
pilaar. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd welke concrete plannen
voor het versterken van het agentschap er zijn en Nederland, alsook andere lidstaten,
tegen deze plannen aankijken. Het kabinet schrijft dat het van belang is dat EDA haar
activiteiten prioriteert. Welke prioritering heeft het kabinet idealiter voor ogen,
zo vragen deze leden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
Raad Buitenlandse Zaken Defensie op 1 december 2025. Deze leden hebben hier enkele
vragen bij.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet de haalbaarheid beoordeelt voor
Nederland van het door de EC voorgestelde streefcijfer van minimaal 40% gezamenlijke
defensie inkoop met andere lidstaten per eind 2027? Gaat dit streefpercentage alleen
om investeringen via het EDA, of betreft dit alle materieelaankoop van EU-landen?
De leden van de CDA-fractie vragen verder hoe het kabinet de haalbaarheid beoordeelt
voor Nederland van het door de EC voorgestelde streefcijfer van minimaal 55% defensie
inkoop binnen Europese Defensie Technologische en Industriële Basis (EDTIB)? Voor
welk jaar geldt dit streefcijfer?
Kan het kabinet bij het onderwerp «voortgangsrapport» verzoeken om een dashboard toe
te voegen dat een overzicht geeft van weg te nemen obstakels in EU regelgeving die
versterking van de EDTIB belemmeren?
Kan het kabinet, in lijn met de motie Boswijk (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2962), het diplomatieke voortouw in de EU nemen (naast de EC) om de financieel-juridisch
risico’s van het inzetten van de bevroren Russische tegoeden eerlijk te verdelen over
lidstaten? Zodat België deze risico’s niet alleen draagt en snelle besluitvorming
leidt tot de hoognodige financiële impuls aan de Oekraïense defensie?
Heeft het kabinet de Nederlandse «hotspots» op het gebied van militaire mobiliteit
al opgenomen in de I&W project portfolio en reguliere processen (zoals het MIRT)?
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
De laatste nieuwsberichten over het Oekraïne-conflict geven aanleiding om aan te nemen
dat Oekraïne, en daarmee de VS en de NAVO, aan de vooravond staan om de oorlog in
Oekraïne definitief te verliezen. De Verenigde Staten lijken deze realiteit eindelijk
onder ogen te zien en hebben een voorstel ontwikkeld dat een raamwerk en beginpunt
kan vormen voor serieuze vredesbesprekingen tussen Rusland en Oekraïne in plaats van
een tijdelijk staakt het vuren. Volgens de Russische president is dit voorstel een
geüpdatete versie van de voorstellen die voorafgaand aan de besprekingen in Anchorage
door de VS werden ingebracht, is het nog niet en detail besproken, maar kan het wel
een startpunt vormen. Uiteraard mits Oekraïne zich eraan conformeert.
De leden van de FVD-fractie vragen of het kabinet de mening deelt dat een vredesakkoord
volgens de lijnen van het voorliggende 28-puntenplan een fundamentele heroverweging
zou rechtvaardigen van de thans in ontwikkeling zijnde Europese defensieplannen. Zo
nee, waarom niet?
Wat is de positie van het kabinet over de door de Europese Commissie voorgestelde
streefcijfers van 55% aanschaf in Europa en 40% gezamenlijke aanschaf? Is dit haalbaar
gezien de relatief beperkte productiecapaciteit in Europa in vergelijking met de Europese
bewapeningsambities? Hoe verhoudt dit zich tot toezeggingen gedaan door de EU-Commissie
aan de Amerikaanse President voor wat betreft toekomstige wapenaankopen, zo vragend
de leden van de FVD-fractie.
Hoe beoordeelt het kabinet de door de Commissie voorgestelde tijdlijnen voor het realiseren
van de Prioritised Capability Areas? Verwacht het kabinet dat voor elke prioriteit
voldoende lidstaten zich aanmelden om de capaciteit voor 2030 te realiseren, zo vragen
de leden van de FVD-fractie.
Hoe beoordeelt het kabinet de door de Europese Commissie voorgestelde vlaggenschipprojecten?
Wat is de positie van andere lidstaten? Hoe moeten deze projecten worden gefinancierd?
Hoe verhouden de vlaggenschipprojecten zich tot de Prioritised Capability Areas?
De leden van de FVD-fractie vragen in hoeverre het kabinet verwacht dat EU-lidstaten
bereid zullen zijn om informatie te delen ten behoeve van het monitoringsrapport.
Welke mogelijkheden ziet het kabinet om deze bereidheid te verhogen?
Is het 28-puntenplan met Nederland of Europa gedeeld? Wat is de positie van het kabinet
over het plan? Is het juist dat er meerdere versies van dit plan bestaan, zo vragen
de leden van de FVD-fractie.
Is het kabinet bekend met het artikel in de WSJ «Trump Peace Plan Demands Major Concessions
From Ukraine» waarin een hoge Amerikaanse functionaris wordt aangehaald die verklaart
dat een bepaling in het 28-puntenplan over een financiële audit door Oekraïne zou
zijn vervangen door een bepaling over «full amnesty»? Hoe beoordeelt het kabinet dit?
De leden van de FVD-fractie vragen welke mogelijkheden het kabinet ziet voor betrokkenheid
van Europa bij de bespreking van het plan? Wat zijn de laatste ontwikkelingen met
betrekking tot het militaire plan van de coalition of the willing? Welke gevolgen
heeft het 28-puntenplan voor het militaire plan?
Hoe beoordeelt het kabinet de opties die zijn uitgewerkt door de Europese Commissie?
Op welke wijze kunnen de risico’s van een reparatielening evenredig over EU-lidstaten
worden verdeeld? Wat betekent dit voor Nederland, zo vragen deze leden.
Deelt het kabinet de bevindingen en aanbevelingen uit het OFL-rapport «Tijd om te
handelen»?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde Agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken Defensie (RBZ Defensie) van 1 december 2025 en hebben nog
de volgende vragen.
De agenda van de RBZ Defensie bevat een bespreking over de militaire steun aan Oekraïne.
Nederland blijft Oekraïne actief en onverminderd steunen en benadrukt dat alle EU-lidstaten
een substantiële bijdrage moeten leveren voor de Europese veiligheid. Kan de Minister
uiteenzetten welke concrete stappen gezet worden om de opgedane kennis en innovaties
in de Oekraïense defensie-industrie, zoals de ontwikkeling van de Flamingo-raket,
te benutten bij de verdere ontwikkeling van de Europese defensiecapaciteiten, zoals
Nederland wenselijk acht en reeds doet via gezamenlijke productie van drones, zo vragen
de leden van de BBB-fractie.
De Minister zal tijdens de RBZ Defensie aangeven dat Nederland concrete initiatieven
voor aanschaf van militair materieel voor Oekraïne zal benoemen waar andere lidstaten
bij aan kunnen sluiten. De leden van de BBB-fractie vragen welke concrete (regionale)
voordelen de Minister voor de Nederlandse maakindustrie en defensiesector in deze
initiatieven ziet. Welke positie zal Nederland precies innemen met betrekking tot
het verwachte initiatief van de Europese Commissie voor herstelleningen, gerelateerd
aan het inzetten van de bevroren Russische tegoeden ten behoeve van Oekraïne? Hoe
wordt gewaarborgd dat steun aansluit bij de noden van Oekraïne en dat zowel militaire
als niet-militaire noden onderdeel zijn van het voorstel? Is het kabinet van mening
dat de inzet van bevroren Russische tegoeden op Europees niveau verenigbaar is met
het BBB-standpunt dat er geen nieuwe gezamenlijke Europese schulden, giften of Eurobonds
mogen komen om uitgaven voor bijvoorbeeld Defensie te financieren?
Op de agenda staat de voortgang van de negen Priority Capability Areas (PCA’s) en
de implementatie van de Routekaart Defensiegereedheid 2030, inclusief de vier voorgestelde
vlaggenschipprojecten. Nederland is coördinerend land voor drones/counterdrones en
militaire mobiliteit. Hoe zal de Minister er zorg voor dragen dat de militaire behoeftestelling
vanuit de NAVO leidend blijft bij de verdere uitwerking van de vlaggenschipprojecten
en de PCA-trajecten en dat EU en NAVO nauw blijven samenwerken, zo vragen de leden
van de BBB-fractie.
Nederland hecht eraan dat EU-programma’s voor de defensie-industrie (zoals EDIP) voldoende
mogelijkheden bieden voor samenwerking met de industrie uit belangrijke partnerlanden
buiten de EU, met name NAVO-bondgenoten. Wat is de actuele stand van zaken met betrekking
tot het gevraagde akkoord over het verbeteren van de toegang voor industrieën uit
Canada en het Verenigd Koninkrijk tot het SAFE-programma?
De Kamer wordt tijdens de RBZ Defensie geïnformeerd over het EU Militaire Mobiliteitspakket.
Dit pakket richt zich op de harmonisatie van administratieve lasten en gerichte aanpassingen
van bestaande wet- en regelgeving. Het pakket beoogt het vergemakkelijken van grensoverschrijdende
verplaatsing, onder andere door harmonisatie van administratieve zaken zoals douaneformulieren
en digitalisering.
Hoe waarborgt de Minister dat deze harmonisatie daadwerkelijk leidt tot het wegnemen
van bureaucratie en regeldruk voor de logistieke en transportsector?
De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister in de discussie over militaire mobiliteit
de inzet zal meenemen om de strategische militaire mobiliteitsvoordelen van infrastructuurprojecten,
zoals de Nedersaksenlijn die de militaire inzetbaarheid vergroot, expliciet te laten
meetellen binnen onze NAVO-verplichtingen voor defensie-uitgaven aan infrastructuur.
II Antwoord/ Reactie van de Minister
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad buitenlandse zaken Defensie van 1 december 2025. Hierover hebben
deze leden nog enkele vragen.
Vraag 1
Wat zijn voor het kabinet de rode lijnen waaraan een plan voor een staakt het vuren
in Oekraïne moet voldoen?
Antwoord
Nederland verwelkomt de Amerikaanse inspanningen om tot een staakt-het-vuren te komen
en de Russische agressie oorlog tegen Oekraïne tot een einde te brengen. De belangrijkste
voorwaarde daarbij is dat Oekraïne betrokken is wanneer het over Oekraïne gaat, en
Europese landen wanneer het Europese veiligheid raakt. Het is aan Oekraïne om te besluiten
waar ruimte voor onderhandeling met Rusland ligt. Het is volgens het kabinet van belang
dat de oorlog duurzaam en rechtvaardig wordt beëindigd, zodat hernieuwde agressie
zo veel als mogelijk wordt voorkomen. Een niet duurzame, onrechtvaardige vrede of
een tijdelijk staakt-het-vuren, riskeert dat Rusland de oorlog op een moment in de
nabije toekomst voortzet, met alle gevolgen van dien. In Genève is door Oekraïne en
de VS met betrokkenheid van Europese partners verder gesproken over het vredesproces.
Op dit moment is nog niet duidelijk hoe een nieuw vredesplan eruit ziet. Het kabinet
wil hier niet op vooruit lopen.
Vraag 2
Op welke manier gaat het kabinet zich inspannen om het wegvallen van de Amerikaanse
wapensteun aan Oekraïne te compenseren? Is het kabinet bereid om voor 2026 extra geld
voor Oekraïne uit te trekken om te voorkomen dat de totale steun aan Oekraïne terugloopt?
Antwoord
Vanwege de onzekerheid over de steun van de VS heeft het kabinet ervoor gekozen om
de militaire steun voor 2026 versneld aan te besteden en middelen uit 2026 naar 2025
over te hevelen. Defensie verwacht dit jaar € 4,3 mld. aan militaire steun te realiseren.
De Nederlandse bijdrage draagt ertoe bij dat Oekraïne de noodzakelijke steun ontvangt,
passend bij de militaire situatie en behoefte. Het kabinet heeft afgesproken Oekraïne
onverminderd te blijven steunen. Het eventueel toekennen van aanvullende steun is
in principe aan een nieuw kabinet.
Vraag 3
Kan het kabinet schetsen wat de laatste stand van zaken is omtrent het inzetten van
Russische bevroren tegoeden voor het financieren van steun aan Oekraïne, zo vragen
deze leden.
Antwoord
Op 10 september jl. heeft Commissievoorzitter Von der Leyen een initiatief van de
Europese Commissie aangekondigd voor herstelleningen op basis van de geïmmobiliseerde
Russische centralebanktegoeden. Het idee is om de cashtegoeden die voortvloeien uit
geïmmobiliseerde activa te gebruiken voor leningen aan Oekraïne, zonder dat sprake
is van daadwerkelijke confiscatie omdat de claim van Rusland onaangetast blijft. Voor
de leningen wordt gebruikgemaakt van activa op de balans van Euroclear waarvan de
looptijd is bereikt. De Europese Raad van 23 oktober jl. verzocht de Commissie gezien
de urgente noden van Oekraïne om meerdere financieringsopties uit te werken. Op 17 november
jl. hebben lidstaten een brief ontvangen waarin de financieringsopties worden uitgewerkt.
Hier is het initiatief van herstelleningen er één van. Op dit moment wordt in Brussel
over deze financieringsopties gesproken. Het kabinet waardeert het initiatief van
de Commissie om herstelleningen te verstrekken op basis van de geïmmobiliseerde tegoeden,
dat aansluit op de eerdere oproep van Nederland om aanvullende maatregelen op basis
van de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden te verkennen. De Ecofinraad
van 12 december a.s. en de Europese Raad van 18 december a.s. zullen verder spreken
over financieringsopties voor Oekraïne, waaronder de herstellening. Nederland roept
op tot snelle besluitvorming om Oekraïne tijdig van steun te kunnen voorzien. Dit
in het licht van de urgente financiële en militaire noden van Oekraïne, waaronder
een ongedekt financieringstekort van circa EUR 54 mld. voor 2026–2027. Voor de totstandkoming
van een nieuw IMF-programma is het belangrijk dat deze steun geen groter beslag legt
op de schuldhoudbaarheid van Oekraïne. Hoewel de herstellening de voorkeur voor Nederland
heeft, sluit het kabinet in dit stadium andere geschetste opties of een gecombineerde
inzet van opties niet uit.
De EU levert op dit moment ook steun op basis van de buitengewone inkomsten over de
Russische centralebanktegoeden, in de vorm van een lening van EUR 18,1 mld. waarbij
de opbrengsten over de geïmmobiliseerde tegoeden aan Oekraïne ter beschikking worden
gesteld voor aflossing en rentebetalingen en in de vorm van militaire steun via de
Europese Vredesfaciliteit.
Vraag 4
Is het kabinet het met de leden van de D66-fractie eens dat Nederland geen financieringsopties
moet blokkeren als het gaat om het militair steunen van Oekraïne?
Antwoord
Ja. Steun aan Oekraïne is de enige manier om een gunstige onderhandelingspositie en
eindsituatie te creëren voor Oekraïne en Europa. Het kabinet pleit daarom voor snelle
besluitvorming en sluit in dit stadium geen van de door de Commissie geschetste opties
bij voorbaat uit. Naast militaire steun is ook financiële steun essentieel om Oekraïne
maatschappelijk en economisch op de been te houden.
De herstelleningen op basis van de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden
zijn de voorkeursoptie van het kabinet om Oekraïne van zowel militaire als niet-militaire
steun te voorzien.
Vraag 5
Is het kabinet het tevens met de leden van de D66-fractie eens dat het ondenkbaar
is dat een staakt het vuren deal door de VS wordt voorbereid zonder Oekraïne en de
EU? Hoe kijkt het kabinet naar het Europese tegenvoorstel in reactie op het 28 punten
plan van Trump?
Antwoord
Ja. Zoals benoemd in de beantwoording van vraag 1 heeft het kabinet herhaaldelijk
benadrukt dat er geen besluiten over Oekraïne, zonder Oekraïne genomen kunnen worden.
Het kabinet waardeert ook dat door Oekraïne en de Verenigde Staten in Genève is uitgesproken
dat aangaande de raakvlakken met de EU en NAVO separate discussies en besluitvorming
vereist is met deze instituties, de EU-lidstaten en NAVO-bondgenoten. In Genève is
door Oekraïne en de VS met betrokkenheid van de EU, het VK, Duitsland, Italië en Frankrijk
verder gesproken over het vredesproces. Er is geen Europees tegenvoorstel als zodanig
besproken. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe een nieuw vredesplan eruit ziet.
Het kabinet wil hier niet op vooruit lopen.
Op dit moment is het voor Nederland en partners van belang dat we Oekraïne onverminderd
blijven steunen. De druk op Rusland moeten we blijven opvoeren om ervoor te zorgen
dat zij de oorlog beëindigen en serieus deelnemen aan het vredesproces.
Vraag 6
Welke voortgang is er (door Nederland) geboekt op de Priority Capability Areas waar
Nederland een coördinerende rol heeft (drones en militaire mobiliteit), zo vragen
deze leden.
Antwoord
Tijdens de Europese Raad van 19 maart jl. zijn negen Prioritised Capability Areas (PCA’s) vastgesteld. Voor iedere PCA nemen één of meerdere lidstaten een voortrekkersrol
op zich. Nederland vervult, samen met Kroatië en Letland, de voortrekkersrol voor
de PCA Drones en Counter-Drones. Op 15 oktober jl. heeft Nederland een eerste bijeenkomst
georganiseerd met alle lidstaten die interesse hebben om aan deze PCA deel te nemen,
ook vertegenwoordigers van de betrokken EU-instellingen en de NAVO waren hierbij uitgenodigd.
Nederland pleit in het uitwerken van de PCA’s voor het belang van open toeleveringsketens
en grensoverschrijdende industriële samenwerking. Hierin is een eerste richting voorgesteld
om te komen tot betere Europese samenwerking op innovatie, testen, productie, vraagbundeling
en aanschaf. Momenteel wordt er gewerkt aan concrete gezamenlijke projecten.
Voor de PCA Militaire Mobiliteit wordt voortgebouwd op het bestaande werk binnen de
PESCO-coalitie. Het eerste PCA afstemmingsoverleg tussen lead nations België, Duitsland en Nederland heeft plaatsgevonden.
Vraag 7
De leden van de D66-fractie vragen welke concrete rol het kabinet voor Nederland ziet
bij het realiseren van de vier vlaggenschipprojecten (het European Drone Defence Initiative,
de Eastern Flank Watch, het European Air Shield en het European Space Shield).
Antwoord
Het uitgangspunt voor de gezamenlijke ontwikkeling van militaire vermogens (capabilities) in EU-verband zijn de negen prioritaire capaciteitsgebieden (PCA’s) zoals vastgesteld
door de regeringsleiders tijdens de ER en door de Europese Commissie in het Witboek
Defensiegereedheid. Het kabinet acht het bovendien van belang dat alle inspanningen
van de EU op het gebied van capaciteitsontwikkeling aansluiten bij het NATO Defence Planning Process en de hieruit voortvloeiende capability-doelstellingen. Nauwe coördinatie tussen de NAVO en de EU blijft daarom cruciaal
en Nederland zet zich hier doorlopend voor in. Voor verschillende PCA’s hebben lidstaten
aangegeven een leidende rol te willen nemen. De vier vlaggenschipprojecten zijn voorgesteld
door de Europese Commissie. Het is nog niet bekend hoe deze projecten worden opgezet.
Nederland pleit ervoor dat de vlaggenschipprojecten bijdragen aan de PCA’s. Nederland
zal zich hierbij inzetten voor grensoverschrijdende industriële samenwerking.
Vraag 8
Wat is de verwachting over de behandeling van de wetsvoorstellen voor militaire mobiliteit
en het omnibus wetgevingspakket voor een brede vereenvoudiging van EU-wetgeving met
het oog op Europese defensiegereedheid 2030, zo vragen deze leden.
Antwoord
Nederland is voorstander van simplificatie van wetgeving om versnelling op het versterken
van defensiegereedheid te bevorderen. Voor wat betreft de Defensie omnibus worden
de voorstellen naar verwachting op 19 januari a.s. plenair in het Europees Parlementair
(EP) behandeld. Na aanname van de geamendeerde voorstellen door het EP zullen de triloogonderhandelingen
tussen het EP en de Raad spoedig van start gaan. De onderhandelingen over het Militaire
Mobiliteit pakket zullen waarschijnlijk begin januari in de Raad van start gaan.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse
Zaken Defensie van 1 december 2025 en hebben de volgende vragen en opmerkingen.
Algemeen
Vraag 9
De leden van de PVV-fractie vragen of er Raadsconclusies worden aangenomen op deze
RBZ Defensie? Zo ja, welke positie neemt Nederland in?
Antwoord
Tijdens de RBZ Defensie van 1 december a.s. worden geen raadsconclusies aangenomen.
Vraag 10
De leden van de PVV-fractie vragen of de Raad ook zal spreken over de recente ontwikkelingen
met betrekking tot drones? Zo ja, wat is de inzet van de Minister op de punt?
Antwoord
De recente ontwikkelingen omtrent boven militaire objecten waargenomen drones staan
niet als zodanig op de agenda, maar kunnen ter sprake worden gebracht door lidstaten.
Het vliegen met drones op en rondom (militaire) vliegvelden is niet toegestaan en
vormt een risico voor de vliegveiligheid, de militaire veiligheid en potentieel de
nationale veiligheid. Waar nodig treedt Defensie op om de veiligheid te bewaren. Het
voorkomen en tegengaan van ongewenste drone-activiteiten vereist een geïntegreerde
aanpak van alle betrokken ministeries en instanties. Het versterken van de capaciteiten
in dit domein doet Nederland niet alleen. Binnen de EU neemt Nederland een voortrekkersrol
in internationale samenwerking op dit terrein. Samen met Letland en Kroatië is Nederland
lead nation op de Prioritised Capability Area (PCA) drones & counterdrones.
Militaire steun Oekraïne
Vraag 11
De leden van de PVV-fractie verzoeken de Minister het meest recente overzicht te sturen
van de financiële en militaire steun van de afzonderlijke EU-landen aan Oekraïne.
Antwoord
Er is geen publiek deelbaar overzicht van de financiële of militaire steun van alle
afzonderlijke EU-lidstaten. Zo maken de meeste landen op veiligheidsgronden andere
afwegingen aangaande de transparantie van bijvoorbeeld de militaire steunverlening.
Ook verschilt de steun van aard (trainingen, materieel en financieel) evenals de mechanismes
zoals donaties aan fondsen of cofinancieringen.
Wel deelt het wetenschappelijke Kiel Institute een actueel overzicht1 op basis van openbaar beschikbare informatie wat een beeld geeft van wat de afzonderlijke
lidstaten doen.
Vraag 12
De leden van de PVV-fractie vragen tevens wat exact de inzet is van de Europese Commissie
ten aanzien van herstelleningen aan Oekraïne. In welk stadium bevindt dit initiatief
zich? Deze leden verzoeken de Minister uitgebreider in gaan op de positie die Nederland
voornemens is in te nemen dan de opmerking «Nederland zal daarom tijdens de RBZ Defensie
aangeven dat het van belang is dat zowel militaire als niet-militaire noden van Oekraïne
onderdeel zullen zijn van het voorstel van de Commissie.»
Antwoord
De Commissie heeft, in navolging van de ER van 23 oktober, op 17 november jl. in een
brief aan de lidstaten de verschillende financieringsopties voor militaire en financiële
steun aan Oekraïne gepresenteerd. Het initiatief voor herstelleningen betreft één
van deze opties. Hierover wordt op dit moment verder gesproken in Brussel. Er zijn
op het moment van schrijven nog geen concrete wetsvoorstellen met de EU-lidstaten
gedeeld. Tijdens de Ecofinraad van 12 december aanstaande en de Europese Raad van
18 december zal hier verder over worden gesproken. Nederland acht het van belang dat
op korte termijn besluitvorming plaatsvindt, dat risico’s en lasten door EU-lidstaten
gezamenlijk worden gedragen en G7-partners betrokken zijn, dat de steun aansluit op
de daadwerkelijke noden van Oekraïne en dat sprake is van gepaste conditionaliteiten,
onder andere ten aanzien van rechtsstatelijkheid en bestrijding van corruptie. De
Nederlandse voorkeur gaat uit naar de optie van herstelleningen op basis van de geïmmobiliseerde
Russische centralebanktegoeden. Echter sluit Nederland in dit stadium geen van de
geschetste opties of combinaties daarvan uit, ondanks dat aan de overige opties wel
verschillende nadelen kleven. Gezien de noodzaak van steun voor Oekraïne is het belangrijk
om tijdig tot een overeenkomst te komen.
Vraag 13
De leden van de PVV-fractie vragen wat het standpunt is van het kabinet ten aanzien
van de opties die door de Europese Commissie zijn uitgewerkt ten aanzien van financiële
steun aan Oekraïne. De leden vragen voorts wat de financiële gevolgen zijn van de
verschillende opties voor Nederland.
Antwoord
De Commissie heeft drie opties op hoofdlijnen gedeeld: 1) bilaterale bijdrages van
lidstaten; 2) EU-leningen zonder gebruik van de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden
en 3) herstelleningen op basis van de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden.
Hierover zal in verband van de Ecofinraad en de Europese Raad verder worden gesproken.
Nederland acht de herstelleningen op basis van de bevroren tegoeden de meest kansrijke
optie voor het adresseren van de Oekraïense noden, naast (doorlopende) bilaterale
militaire en niet-militaire steun. Hoewel herstelleningen o.b.v. bevroren tegoeden
de voorkeur heeft, sluit Nederland overige opties of gecombineerde inzet niet vooraf
uit. Alternatieve financieringsopties zijn minder wenselijk of haalbaar, bijvoorbeeld
omdat deze doorwerken in het saldo of schuld van EU-lidstaten, tot hogere EU-afdrachten
kunnen leiden of optellen bij de schuld van Oekraïne. Wel is ook voor de herstelleningen
een stevige juridische basis voor de voortdurende immobilisatie van de onderliggende
Russische centralebanktegoeden nodig, en is het belangrijk dat de zorgen van verschillende
lidstaten worden geadresseerd.
De precieze financiële gevolgen voor Nederland zullen pas duidelijk worden wanneer
de Commissie concrete wetsvoorstellen deelt. Uw Kamer zal hier langs gebruikelijke
procedures over worden geïnformeerd. De optie van herstelleningen heeft de voorkeur
van het kabinet, maar ook andere opties of eventuele gecombineerde inzet wordt in
dit stadium niet uitgesloten. In Ecofin-verband zal over de financieringsopties verder
worden gesproken.
Defensiegereedheid
Vraag 14
De leden van de PVV-fractie verzoeken de Minister een update te geven over de coördinerende
rol die Nederland op zich heeft genomen op het PCA drones en counterdrones en het
PCA militaire mobiliteit. Voorts vragen deze leden hoe het PCA militaire mobiliteit
zich verhoudt tot het EU Militaire Mobiliteitspakket. Ook vragen deze leden op welke
wijze de Kamer is betrokken bij de voortgang op de verschillende PCA’s.
Antwoord
Tijdens de Europese Raad van 19 maart jl. zijn negen Priority Capability Areas (PCA’s) vastgesteld. Voor ieder PCA nemen één of meerdere lidstaten een voortrekkersrol
op zich. Nederland vervult, samen met Kroatië en Letland, de voortrekkersrol voor
de PCA Drones en Counter-Drones. Op 15 oktober jl. heeft Nederland een eerste bijeenkomst
georganiseerd met alle lidstaten die interesse hebben om aan deze PCA deel te nemen.
Nederland hecht belang aan het ontwikkelen van PCA-consortia met open toeleveringsketens
en grensoverschrijdende industriële samenwerking. Hierin is een eerste richting voorgesteld
om te komen tot betere Europese samenwerking op innovatie, testen, productie, vraagbundeling
en aanschaf.
Voor de PCA Militaire Mobiliteit wordt voortgebouwd op het bestaande werk binnen de
PESCO-coalitie. Het eerste PCA afstemmingsoverleg tussen lead nations België, Duitsland en Nederland heeft plaatsgevonden.
De PCA militaire mobiliteit en het EU Militaire Mobiliteitspakket zijn twee aparte
trajecten. Wel kan het EU Militaire Mobiliteitspakket de acties op de PCA militaire
mobiliteit faciliteren o.a. door middel van harmonisering en versimpeling van regelgeving
binnen de EU.
De Kamer wordt regelmatig op de hoogte gehouden via reguliere updates in Kamerbrieven.
Vraag 15
De leden van de PVV-fractie vragen welke beleidsvoorstellen de routekaart bevat en
wat de positie van Nederland is. Deze leden vragen ook wanneer de besluitvorming wordt
verwacht.
Antwoord
Op 16 oktober jl. publiceerde de Commissie een Routekaart inzake defensiegereedheid
2030. Deze Routekaart vormt de implementatie-agenda van het Witboek Europese defensiegereedheid
2030. De Routekaart sluit aan bij de Nederlandse inzet op het gebied van EU veiligheid
en defensie en bevat geen nieuwe beleidsvoorstellen, ook niet op het gebied van financiering.
Vraag 16
De leden van de PVV-fractie vragen tevens hoe de vlaggenschipprojecten worden gefinancierd.
Antwoord
Het uitgangspunt voor de gezamenlijke ontwikkeling van militaire vermogens (capabilities) in EU-verband zijn de negen prioritaire capaciteitsgebieden (PCA’s). Voor iedere
PCA worden lidstaten aangewezen die een leidende rol nemen. De vier vlaggenschipprojecten
zijn voorgesteld door de Europese Commissie. Het is niet bekend hoe deze projecten
worden opgezet en gefinancierd. Nederland pleit ervoor dat de vlaggenschipprojecten
bijdragen aan de PCA’s.
Vraag 17
Wat is het standpunt van het kabinet ten aanzien van de opties die door de Europese
Commissie zijn uitgewerkt over de financiële steun aan Oekraïne? Wat zijn de financiële
gevolgen van de verschillende opties voor Nederland?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 13.
Vraag 18
De leden van de PVV-fractie vragen wanneer de Minister de besluitvorming op het Defensie
omnibus wetgevingstraject verwacht. Deze leden vragen tevens of de voorstellen op
het gebied van Defensiegereedheid maatregelen bevatten die direct of indirect inwerken
op de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten.
Antwoord
Het Defensie omnibus wetgevingspakket wordt naar verwachting op 19 januari plenair
in het Europees Parlementair (EP) behandeld. Na aanname van de geamendeerde voorstellen
door het EP zullen de triloogonderhandelingen tussen het EP en de Raad spoedig van
start gaan. Waarschijnlijk zal de Defensie omnibus dus in Q1 2026 aangenomen worden.
De voorstellen wijzigen de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten zoals
vastgelegd in de EU-Verdragen niet. Er zijn geen maatregelen voorgesteld die daarop
ingrijpen.
Militaire mobiliteit
Vraag 19
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan toezeggen dat er tijdens onderhavige
Raad nog geen onomkeerbare stappen zullen worden gezet op dit dossier.
Antwoord
Naar verwachting zal de Commissie slechts een korte toelichting geven over de publicatie
van het militaire mobiliteit pakket. Tijdens de RBZ-Defensie van 1 december zal derhalve
nog niet onderhandeld worden over het Militaire Mobiliteit pakket.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Defensie d.d. 1 december 2025 en hebben
nog enkele vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven de boodschap van het kabinet
dat het cruciaal is dat alle EU-lidstaten een substantiële bijdrage leveren aan de
ondersteuning van Oekraïne en daarmee ook de Europese veiligheid.
Vraag 20
Deze leden zijn dan ook benieuwd hoe het kabinet andere EU-lidstaten aanspoort om
die bijdrage ook daadwerkelijk op de korte termijn te leveren. Ook worden de leden
graag verwittigd van de initiatieven voor aanschaf van militair materieel voor Oekraïne
waarbij andere lidstaten kunnen aansluiten: om hoeveel en welke projecten gaat het.
Hoe kunnen andere lidstaten aansluiten en hoe groot is het animo?
Antwoord
Het kabinet roept bij alle relevante gelegenheden in EU-, NAVO- of Ukraine Defence Contact Group (UDCG)-verband op tot het verhogen van de bijdrage door individuele lidstaten. Daarnaast
pleit het kabinet ervoor dat EU-initiatieven op defensieterrein ook bijdragen aan
de versterking van Oekraïne, zoals het leningeninstrument «SAFE» en het Europees Defensie-Industrie
Programma (EDIP). Een van de meest concrete recente voorbeelden waar Nederland toe
oproept is het bijdragen aan het Prioritized Ukraine Requirements List (PURL)-initiatief, waar Nederland na het financieren van het eerste pakket andere
landen heeft opgeroepen ook bij te dragen. Veel NAVO-bondgenoten hebben dit sindsdien
ook gedaan. Ook roept Nederland partners op om aan te sluiten op enkele lopende contracten
die Nederland heeft afgesloten met de Oekraïense defensie-industrie, zoals bijvoorbeeld
het Drone Line Initiatief. Ook zal Nederland oproepen om samenwerkingsprojecten tussen
de Nederlandse en Oekraïense defensie-industrie voor gezamenlijke productie van materieel
voor Oekraïne te (co)financieren. Door gebruik te maken van bestaande raamwerken kan
worden voorkomen dat ieder land individueel deze nieuwe processen moet ontwikkelen
en productielijnen voor Oekraïne stil komen te vallen. Nederland kan het budget voor
andere landen implementeren.
Daarnaast zijn er veel andere initiatieven, waaronder het Tsjechische munitie-initiatief
en de verschillende Capability Coalitions met elk eigen financieringsstructuren, UCAP en het Air Defense Consortium. In de verschillende samenwerkingsverbanden worden landen binnen en buiten de EU
constant opgeroepen om hier aan bij te dragen. Zoals bekend kunnen landen op verschillende
manieren bijdragen, zoals Nederland dat ook doet: o.a. met personeel t.b.v. trainingen,
materiele- of financiële donaties.
Vraag 21
Daarnaast lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat Nederland een coördinerende
rol op zich heeft genomen op het PCA drones en counterdrones, alsmede het PCA militaire
mobiliteit. Op welke wijze is het kabinet voornemens om concreet invulling te geven
aan deze PCAs, en dan in het bijzonder het PCDA drones en counterdrones gezien de
recente drone-incidenten boven Nederland zelf.
Antwoord
Tijdens de Europese Raad van 19 maart jl. zijn negen Priority Capability Areas (PCA’s) vastgesteld. Voor ieder PCA nemen één of meerdere lidstaten een voortrekkersrol
op zich. Nederland vervult, samen met Kroatië en Letland, de voortrekkersrol voor
de PCA Drones en Counter-Drones. Op 15 oktober jl. heeft Nederland een eerste bijeenkomst
georganiseerd met alle lidstaten die interesse hebben om aan deze PCA deel te nemen.
Nederland pleit in het uitwerken van de PCA’s voor het belang van open toeleveringsketens
en grensoverschrijdende industriële samenwerking. Hierin is een eerste richting voorgesteld
om te komen tot betere Europese samenwerking op innovatie, testen, productie, vraagbundeling
en aanschaf. Momenteel wordt er gewerkt aan concrete gezamenlijke projecten.
Voor de PCA Militaire Mobiliteit wordt voortgebouwd op het bestaande werk binnen de
PESCO-coalitie. Het eerste PCA afstemmingsoverleg tussen lead nations België, Duitsland en Nederland heeft plaatsgevonden.
Voor Nederland is het vooral van belang dat er concrete gezamenlijke projecten voortvloeien
uit de PCA’s.
Vraag 22
Het kabinet schrijft dat de uitwerking van de vlaggenschipprojecten bij de lidstaten
ligt en dat deze vermoedelijk meegenomen zullen worden in de PCA-trajecten. Hoe is
het kabinet voornemens om, samen met Letland en Kroatië, invulling te geven aan bijvoorbeeld
het European Drone Defence Initiative, aangezien Nederland een coördinerende rol heeft
op dit vlak. Deze leden begrijpen uit eerdere uitspraken van de Minister dat hij al
ideeën heeft over het efficiënt verbeteren van de drone-verdediging in Europa en zien
dit graag geconcretiseerd.
Antwoord
Het uitgangspunt voor de gezamenlijke ontwikkeling van militaire vermogens (capabilities) in EU-verband zijn de negen prioritaire capaciteitsgebieden (PCA’s). Voor iedere
PCA worden lidstaten aangewezen die een leidende rol nemen. De vier vlaggenschipprojecten
zijn voorgesteld door de Europese Commissie. Het is nog niet bekend hoe deze projecten
worden opgezet. Nederland pleit ervoor dat de vlaggenschipprojecten bijdragen aan
de PCA’s.
Vraag 23
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met enige verbazing gelezen dat het
kabinet nauwe industriële samenwerking met de VS blijft bepleiten. Deze leden zijn
namelijk van mening dat Europa en Nederland zo snel mogelijk afhankelijkheden van
onder andere de VS moeten afbouwen, juist ook om daadwerkelijk een sterke en gelijkwaardige
Europese pilaar binnen de NAVO te bewerkstelligen. Heeft het kabinet een uitgewerkte
strategie om dergelijke afhankelijkheden af te bouwen? Zo ja, hoe rijmt het kabinet
deze oproep tot nauwe industriële samenwerking met de VS dan met dit streven?
Antwoord
Het NAVO-bondgenootschap is de hoeksteen voor onze collectieve verdediging. De VS
is daarbinnen onmisbaar. Het kabinet zet zich in voor een grotere Europese verantwoordelijkheid
op het gebied van Defensie en voor het afbouwen van afhankelijkheden. De extra investeringen
die beschikbaar zijn voor de Nederlandse Defensie Technologische en Industriële Basis
(NLDTIB) zullen ook moeten bijdragen aan versterkte Europese defensiesamenwerking,
onder andere via EU-defensieprogramma’s, waarbij interoperabiliteit binnen het NAVO-bondgenootschap
een belangrijk speerpunt blijft. In dat kader is het van belang dat we mogelijkheden
tot coproductie verkennen met industriespelers uit derde landen, waaronder de VS.
Op die manier kunnen we de NLDTIB versterken door kennisopbouw in productiecapaciteit
van Amerikaanse systemen lokaal te realiseren.
Vraag 24
Inzake het afbouwen van afhankelijkheden is de versterking van EDA een belangrijke
pilaar. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd welke concrete plannen
voor het versterken van het agentschap er zijn en Nederland, alsook andere lidstaten,
tegen deze plannen aankijken. Het kabinet schrijft dat het van belang is dat EDA haar
activiteiten prioriteert. Welke prioritering heeft het kabinet idealiter voor ogen,
zo vragen deze leden.
Antwoord
Nederland hecht belang aan de rol van EDA en onderschrijft de ambities van EDA. Daarbij
blijft het van belang dat EDA haar activiteiten prioriteert. Een belangrijk onderwerp
waar het EDA aan kan bijdragen in de toekomst is het ondersteunen van lidstaten in
het uitwerken van de PCA’s. Hiernaast ondersteunt Nederland de prioritering van het
EDA op opschaling onderzoek, technologie en innovatie; consolidering centrale rol
EDA op het gebied van gezamenlijke ontwikkeling van militaire vermogens; vraagbundeling
van aanschaf, opbouwen EDA voor Europese centrale rol, gebruiken partnerschappen zoals
betere synergie met NAVO.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
Raad Buitenlandse Zaken Defensie op 1 december 2025. Deze leden hebben hier enkele
vragen bij.
Vraag 25
De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet de haalbaarheid beoordeelt voor
Nederland van het door de EC voorgestelde streefcijfer van minimaal 40% gezamenlijke
defensie inkoop met andere lidstaten per eind 2027? Gaat dit streefpercentage alleen
om investeringen via het EDA, of betreft dit alle materieelaankoop van EU-landen?
Antwoord
De door de Commissie geopperde streefpercentages betreffen alle materieelaankopen
van EU-landen. Het kabinet onderschrijft het belang van meer gezamenlijke aankoop
en meer aankoop binnen de EDTIB. De streefpercentages genoemd in de mededeling zijn
ambitieus te noemen, maar het kabinet steunt de richting van de percentages. Tegelijkertijd
acht het kabinet een zekere mate van flexibiliteit bij de inkoop van materieel van
belang. Daarom vindt het kabinet het positief dat de percentages geen onderdeel zijn
van het wetgevende voorstel EDIP. Voor het streefpercentage voor inkoop binnen de
EDTIB heeft de Commissie geen jaartal genoemd.
Vraag 26
De leden van de CDA-fractie vragen verder hoe het kabinet de haalbaarheid beoordeelt
voor Nederland van het door de EC voorgestelde streefcijfer van minimaal 55% defensie
inkoop binnen Europese Defensie Technologische en Industriële Basis (EDTIB)? Voor
welk jaar geldt dit streefcijfer?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 25.
Vraag 27
Kan het kabinet bij het onderwerp «voortgangsrapport» verzoeken om een dashboard toe
te voegen dat een overzicht geeft van weg te nemen obstakels in EU regelgeving die
versterking van de EDTIB belemmeren?
Antwoord
Tijdens de Europese Raad van 18-19 oktober jl. is het voortgangsrapport opgenomen
in de conclusies. De verdere uitwerking moet nog plaatsvinden. Nederland zet er op
dit moment op in dat dit onderwerp in het rapport wordt meegenomen. Indien lidstaten
worden gevraagd input te leveren over de vormgeving, zal Nederland het voorstel voor
een dashboard inbrengen.
Vraag 28
Kan het kabinet, in lijn met de motie Boswijk (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2962), het diplomatieke voortouw in de EU nemen (naast de EC) om de financieel-juridisch
risico’s van het inzetten van de bevroren Russische tegoeden eerlijk te verdelen over
lidstaten? Zodat België deze risico’s niet alleen draagt en snelle besluitvorming
leidt tot de hoognodige financiële impuls aan de Oekraïense defensie?
Antwoord
Het kabinet is van mening dat risico’s en lasten door alle EU-lidstaten moeten worden
gedragen. Hierbij is van belang dat zorgen van individuele lidstaten worden geadresseerd.
Dit spreekt het kabinet in EU-verband en bilateraal uit. Hierbij worden ook mogelijkheden
voor Nederland om een constructieve rol te spelen in het besluitvormingsproces over
financieringsopties bezien.
Vraag 29
Heeft het kabinet de Nederlandse «hotspots» op het gebied van militaire mobiliteit
al opgenomen in de I&W project portfolio en reguliere processen (zoals het MIRT)?
Antwoord
Nederland heeft een vertrouwelijke indicatieve lijst met opgaven en projecten ingediend
voor het hotspot proces. Het is nog niet duidelijk welke Nederlandse opgaven en projecten
geselecteerd zijn binnen het Europese proces, en daarmee hoe deze selectie zich verhoudt
tot het MIRT. Waar mogelijk zullen militaire vereisten gekoppeld worden met civiele
infrastructuuropgaven, al zijn er aanvullende middelen nodig om dit mogelijk te maken.
In een recente Kamerbrief over infrastructuurinvesteringen is opgenomen dat de Ministeries
van Defensie en IenW bezien waar deze opgaven al een plek hebben of kunnen krijgen
in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Daar waar de
MIRT-systematiek niet passend is, zal gezamenlijk worden gekeken naar de mogelijkheden
voor tijdige ingebruikname van benodigde infrastructuur gelet op de noodzakelijke
versterking van de krijgsmacht (Kamerstuk 29 435, nr. 270, vergaderjaar 2024–2025, Tweede Kamer).
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
De laatste nieuwsberichten over het Oekraïne-conflict geven aanleiding om aan te nemen
dat Oekraïne, en daarmee de VS en de NAVO, aan de vooravond staan om de oorlog in
Oekraïne definitief te verliezen. De Verenigde Staten lijken deze realiteit eindelijk
onder ogen te zien en hebben een voorstel ontwikkeld dat een raamwerk en beginpunt
kan vormen voor serieuze vredesbesprekingen tussen Rusland en Oekraïne in plaats van
een tijdelijk staakt het vuren. Volgens de Russische president is dit voorstel een
geüpdatete versie van de voorstellen die voorafgaand aan de besprekingen in Anchorage
door de VS werden ingebracht, is het nog niet en detail besproken, maar kan het wel
een startpunt vormen. Uiteraard mits Oekraïne zich eraan conformeert.
Vraag 30
De leden van de FVD-fractie vragen of het kabinet de mening deelt dat een vredesakkoord
volgens de lijnen van het voorliggende 28-puntenplan een fundamentele heroverweging
zou rechtvaardigen van de thans in ontwikkeling zijnde Europese defensieplannen. Zo
nee, waarom niet?
Antwoord
De gesprekken aangaande het Genève-plan zijn nog volop in ontwikkeling. Het heeft
op dit moment geen zin om te speculeren over de implicaties voor de in ontwikkeling
zijnde Europese defensieplannen.
Vraag 31
Wat is de positie van het kabinet over de door de Europese Commissie voorgestelde
streefcijfers van 55% aanschaf in Europa en 40% gezamenlijke aanschaf? Is dit haalbaar
gezien de relatief beperkte productiecapaciteit in Europa in vergelijking met de Europese
bewapeningsambities? Hoe verhoudt dit zich tot toezeggingen gedaan door de EU-Commissie
aan de Amerikaanse President voor wat betreft toekomstige wapenaankopen, zo vragend
de leden van de FVD-fractie.
Antwoord
Het kabinet onderschrijft het belang van meer investeringen door de Commissie en lidstaten
in de EDTIB en steunt de richting van de voorgestelde streefpercentages genoemd in
de mededeling. Tegelijkertijd acht het kabinet een zeker mate van flexibiliteit bij
het aangaan van defensiesamenwerking van belang en steunt het daarom dat de percentages
geen onderdeel zijn van het wetgevende voorstel EDIP.
Vraag 32
Hoe beoordeelt het kabinet de door de Commissie voorgestelde tijdlijnen voor het realiseren
van de Prioritised Capability Areas? Verwacht het kabinet dat voor elke prioriteit
voldoende lidstaten zich aanmelden om de capaciteit voor 2030 te realiseren, zo vragen
de leden van de FVD-fractie.
Antwoord
Nederland werkt samen met de andere lidstaten aan de verdere opzet van de PCA’s. Het
is van belang dat NAVO-bondgenoten hun capaciteiten zo snel mogelijk gereedstellen
en dat de steun aan Oekraïne onverminderd wordt voortgezet. Binnen de PCA’s zet Nederland
erop in om waar mogelijk gezamenlijk met andere lidstaten projecten op te pakken.
Het is op dit moment nog te vroeg om te beoordelen of zich voor elke prioriteit voldoende
lidstaten zullen aanmelden om de capaciteiten voor 2030 te realiseren.
Vraag 33
Hoe beoordeelt het kabinet de door de Europese Commissie voorgestelde vlaggenschipprojecten?
Wat is de positie van andere lidstaten? Hoe moeten deze projecten worden gefinancierd?
Hoe verhouden de vlaggenschipprojecten zich tot de Prioritised Capability Areas?
Antwoord
Het uitgangspunt voor de gezamenlijke ontwikkeling van militaire vermogens (capabilities) in EU-verband zijn de negen prioritaire capaciteitsgebieden (PCA’s). Voor iedere
PCA bieden lidstaten zich aan om een leidende rol te nemen. De vier vlaggenschipprojecten
zijn voorgesteld door de Europese Commissie. Het is nog niet bekend hoe deze projecten
worden opgezet. Nederland pleit ervoor dat de vlaggenschipprojecten bijdragen aan
de PCA’s.
Vraag 34
De leden van de FVD-fractie vragen in hoeverre het kabinet verwacht dat EU-lidstaten
bereid zullen zijn om informatie te delen ten behoeve van het monitoringsrapport.
Welke mogelijkheden ziet het kabinet om deze bereidheid te verhogen?
Antwoord
Het kabinet vindt het positief dat de Commissie de voortgang van de initiatieven gaat
monitoren via het aangekondigde jaarlijkse monitoringsrapport voor defensiegereedheid.
Het is wenselijk dat hierover regulier wordt gerapporteerd aan de ER en aan de RBZ-Defensie.
Het is van belang dat bij het opstellen en evalueren van het monitoringsrapport zoveel
mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande monitoringsmechanismen en -processen.
Duplicatie dient te worden voorkomen. Bij bestaande monitoringsmechanismen is geen
blijk van een gebrekkige bereidheid van lidstaten om informatie aan te leveren.
Vraag 35
Is het 28-puntenplan met Nederland of Europa gedeeld? Wat is de positie van het kabinet
over het plan? Is het juist dat er meerdere versies van dit plan bestaan, zo vragen
de leden van de FVD-fractie.
Antwoord
Zie de beantwoording op vraag 1 en 5.
Vraag 36
Is het kabinet bekend met het artikel in de WSJ «Trump Peace Plan Demands Major Concessions From Ukraine» waarin een hoge Amerikaanse functionaris wordt aangehaald die verklaart dat een bepaling
in het 28-puntenplan over een financiële audit door Oekraïne zou zijn vervangen door
een bepaling over «full amnesty»? Hoe beoordeelt het kabinet dit?
Antwoord
Het kabinet is bekend met het artikel. Het kabinet gaat echter niet in op uitspraken
van anonieme bronnen in de media.
Vraag 37
De leden van de FVD-fractie vragen welke mogelijkheden het kabinet ziet voor betrokkenheid
van Europa bij de bespreking van het plan? Wat zijn de laatste ontwikkelingen met
betrekking tot het militaire plan van de coalition of the willing? Welke gevolgen
heeft het 28-puntenplan voor het militaire plan?
Antwoord
Zie antwoord op vragen 1 en 5 voor de Europese betrokkenheid. Nederland blijft nauw
betrokken bij het militaire planningsproces van de Coalition of the Willing. Tijdens de Coalitie-vergadering van 25 november jl. op regeringsniveau is afgesproken
een gezamenlijke task force op te richten tussen de VS en de Coalitie om het militaire plan te finaliseren. V.w.b.
inhoudelijke gevolgen voor het militaire plan geldt dat het op dit moment nog onduidelijk
is hoe een nieuw vredesplan eruit ziet. Het kabinet wil hier dan ook niet op vooruit
lopen.
Vraag 38
Hoe beoordeelt het kabinet de opties die zijn uitgewerkt door de Europese Commissie?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 13.
Vraag 39
Op welke wijze kunnen de risico’s van een reparatielening evenredig over EU-lidstaten
worden verdeeld? Wat betekent dit voor Nederland, zo vragen deze leden.
Antwoord
In de contouren die de Commissie voor het initiatief van herstelleningen schetst is
het nodig dat lidstaten garanties – op basis van de bni-sleutel – afgeven aan de Unie,
om te waarborgen dat de Unie de financiële instellingen van wie het de cashgelden
leent altijd kan terugbetalen. Op deze manier worden de risico’s voor de financiële
instellingen afgedekt. Volgens de Commissie zouden de garanties ook nadrukkelijk het
risico moeten afdekken dat voortvloeit uit bilaterale investeringsverdragen die gelinkt
zijn aan de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden, ook nadat de sancties
zijn opgeheven. Op deze manier worden eventuele restrisico’s dus ook afgedekt en evenredig
verdeeld onder EU-lidstaten. Voor Nederland betekent dit dat een bilaterale garantie
zal worden afgegeven ter hoogte van het Nederlandse bni-aandeel in het bni van de
EU. De absolute omvang van deze garantie is afhankelijk van de omvang van de herstelleningen.
Zoals in antwoord 13 uiteengezet is er een mogelijkheid dat de bilaterale garanties
op worden genomen in de headroom van het toekomstige Meerjarig Financieel Kader (MFK).
Ook zien enkele lidstaten een risico voor arbitrage en wensen zij risicodeling ten
aanzien van aansprakelijkheid en mogelijke hieraan gerelateerde kosten.
Vraag 40
Deelt het kabinet de bevindingen en aanbevelingen uit het OFL-rapport «Tijd om te handelen»?
Antwoord
In het adviesrapport concludeert het OFL vooral dat het spoorsysteem jarenlang is
ingericht op efficiëntie en stiptheid, maar onvoldoende is voorbereid op sabotage
en cyberaanvallen. Daarnaast concludeert het OFL dat een toename van het militair
transport zonder maatregelen gepaard gaat met grote gevolgen voor de economie en maatschappij.
Het kabinet heeft daarom de conclusies omarmt in de kamerbrief «Weerbaarheid en militaire
mobiliteit spoor» van 13 oktober jl. (Kamerstukken II 2025–2026 30 821, nr. 321). In deze brief is ook toegelicht hoe het kabinet met de uitwerking van de aanbevelingen
aan de slag gaat. Daarnaast zijn er aanbevelingen die gericht zijn op het beter in
beeld krijgen van knelpunten en verbeteren van de samenwerking. Zoals toegezegd in
de brief van 13 oktober jl. zal het kabinet begin 2026 met een voortgangsbrief komen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde Agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken Defensie (RBZ Defensie) van 1 december 2025 en hebben nog
de volgende vragen.
Vraag 41
De agenda van de RBZ Defensie bevat een bespreking over de militaire steun aan Oekraïne.
Nederland blijft Oekraïne actief en onverminderd steunen en benadrukt dat alle EU-lidstaten
een substantiële bijdrage moeten leveren voor de Europese veiligheid. Kan de Minister
uiteenzetten welke concrete stappen gezet worden om de opgedane kennis en innovaties
in de Oekraïense defensie-industrie, zoals de ontwikkeling van de Flamingo-raket,
te benutten bij de verdere ontwikkeling van de Europese defensiecapaciteiten, zoals
Nederland wenselijk acht en reeds doet via gezamenlijke productie van drones, zo vragen
de leden van de BBB-fractie.
Antwoord
Het versterken van de industriesamenwerking met Oekraïne, om de productiecapaciteit
te vergroten en van elkaar te leren, is een van de prioriteiten van dit demissionaire
kabinet. Om deze reden worden er handelsmissies georganiseerd en is de defensievertegenwoordiging
in Kyiv uitgebreid met innovatie- en materieelattaches. Zo leren we van de innovaties van de Oekraïense defensie-industrie. Immers:
de oorlog in Oekraïne laat zien hoe snel kortcyclische innovatie wordt vertaald naar
productie en ontwikkeling. Technologie en inzicht worden voortdurend aangepast op
basis van recente ervaringen aan het front, waarbij het realiseren van snelheid en
volume ook van groot belang zijn. Dit reflecteert in een aanpak waarin prototypes
snel worden getest, inzichten direct worden verwerkt en oplossingen voortdurend worden
verbeterd. Defensie heeft in de DSII en actieagenda STRAIIK aandacht voor zowel langdurige,
hoogtechnologische ontwikkeling alsook voor het testen en toepassen van lessons learned en korte ontwikkelcycli.
Daarnaast neemt Nederland deel aan het Build With Ukraine initiatief door coproductie van Oekraïens materieel door Nederlandse bedrijven mogelijk
te maken. Hiertoe is op 10 oktober jl. een Memorandum of Understanding gesloten. Daarnaast is er in september een Memorandum of Understanding getekend tussen TNO en het Oekraïense bedrijf Brave1 om de onderlinge samenwerking
specifiek op het gebied van innovatie met defensietoepassingen te faciliteren en heb
ik tijdens de laatste handelsmissie in oktober het Dutch Defence Cluster in Kiev geopend: een particulier initiatief van Nederlandse bedrijven met een vertegenwoordiging
in Kyiv, als vlaggenschip voor het verder uitbreiden van het netwerk met de Oekraïense
defensie-industrie. Door gezamenlijk op te trekken in o.a. de productie van drones,
zorgen we er voor dat we onze kennis en krachten bundelen voor de ontwikkeling van
de meest urgente defensiecapaciteiten.
Vraag 42
De Minister zal tijdens de RBZ Defensie aangeven dat Nederland concrete initiatieven
voor aanschaf van militair materieel voor Oekraïne zal benoemen waar andere lidstaten
bij aan kunnen sluiten. De leden van de BBB-fractie vragen welke concrete (regionale)
voordelen de Minister voor de Nederlandse maakindustrie en defensiesector in deze
initiatieven ziet.
Antwoord
Een groot deel van de militaire steun aan Oekraïne wordt commercieel verworven. De
defensie-industrie speelt daarom een cruciale rol in onze steunverlening. Nederland
zal tijdens de RBZ Defensie oproepen tot burden sharing. Dit kan onder andere door aan te sluiten bij de contracten die Defensie heeft bij
de Nederlandse defensie-industrie. Door gebruik te maken van bestaande raamwerken
kan worden voorkomen dat ieder land individueel deze nieuwe processen moet ontwikkelen
en productielijnen voor Oekraïne stil komen te vallen. Dit is tevens een belangrijke
impuls voor onze eigen productiezekerheid.
Vraag 43
Welke positie zal Nederland precies innemen met betrekking tot het verwachte initiatief
van de Europese Commissie voor herstelleningen, gerelateerd aan het inzetten van de
bevroren Russische tegoeden ten behoeve van Oekraïne? Hoe wordt gewaarborgd dat steun
aansluit bij de noden van Oekraïne en dat zowel militaire als niet-militaire noden
onderdeel zijn van het voorstel? Is het kabinet van mening dat de inzet van bevroren
Russische tegoeden op Europees niveau verenigbaar is met het BBB-standpunt dat er
geen nieuwe gezamenlijke Europese schulden, giften of Eurobonds mogen komen om uitgaven
voor bijvoorbeeld Defensie te financieren?
Antwoord
Het kabinet acht het positief dat de Commissie financieringsopties voor Oekraïne heeft
gedeeld en kijkt met open blik naar de contouren van het voorstel voor herstelleningen.
De herstelleningen lijken te kunnen voldoen aan de voorwaarden die het kabinet heeft
gesteld aan het mobiliseren van de geïmmobiliseerde tegoeden, en is daarmee de voorkeursoptie.
Het kabinet acht het hierbij van belang dat Oekraïne zo veel mogelijk vrijheid krijgt
om de middelen te besteden daar waar de noden het hoogst zijn. Dat betekent enerzijds
dat het noodzakelijk is dat voldoende en voorspelbare begrotingssteun aan Oekraïne
wordt verstrekt, met oog op de urgente noden van Oekraïne na 2025. Anderzijds is het
van belang dat bij militaire steun uit de herstelleningen de mogelijkheid voor Oekraïne
bestaat om materieel in te kopen dat aansluit op de Oekraïense behoeften. In dit kader
acht het kabinet strikte criteria die inkoop beperken tot de EU- en Oekraïense defensie-industrie
onwenselijk.
Het principe van leningen van de EU doorgeleend aan OEK is op zichzelf niet nieuw
(bijv. MFA+ in 2023). Bij een lening van de EU op basis van geïmmobiliseerde Russische
centralebanktegoeden is er geen sprake van gemeenschappelijke schulduitgifte, giften
of Eurobonds.
Vraag 44
Op de agenda staat de voortgang van de negen Priority Capability Areas (PCA’s) en
de implementatie van de Routekaart Defensiegereedheid 2030, inclusief de vier voorgestelde
vlaggenschipprojecten. Nederland is coördinerend land voor drones/counterdrones en
militaire mobiliteit. Hoe zal de Minister er zorg voor dragen dat de militaire behoeftestelling
vanuit de NAVO leidend blijft bij de verdere uitwerking van de vlaggenschipprojecten
en de PCA-trajecten en dat EU en NAVO nauw blijven samenwerken, zo vragen de leden
van de BBB-fractie.
Antwoord
De NAVO is de hoeksteen van onze collectieve verdediging. De NAVO stelt dreigingen
vast, SACEUR vertaalt die in plannen en stelt «Capability Targets» vast. De EU heeft een belangrijke rol te spelen d.m.v. coördinatie, financiering
en wetgeving om defensiegereedheid te versterken en de defensie industrie te stimuleren.
In EU-verband geldt: defensie is en blijft een competentie van de lidstaten.
NL brengt dit steevast onder de aandacht in de verschillende relevante EU- en NAVO-gremia.
Ook vanuit de rol als co-lead nation binnen de PCAs zorgt NL proactief voor goede aansluiting met de NAVO.
Vraag 45
Nederland hecht eraan dat EU-programma’s voor de defensie-industrie (zoals EDIP) voldoende
mogelijkheden bieden voor samenwerking met de industrie uit belangrijke partnerlanden
buiten de EU, met name NAVO-bondgenoten. Wat is de actuele stand van zaken met betrekking
tot het gevraagde akkoord over het verbeteren van de toegang voor industrieën uit
Canada en het Verenigd Koninkrijk tot het SAFE-programma?
Antwoord
De onderhandelingen tussen de Europese Commissie en zowel Canada als het Verenigd
Koninkrijk zijn nog gaande. Het kabinet kan op dit moment geen inzicht geven in de
inhoud van deze gesprekken, omdat dit het onderhandelingsproces nadelig zou kunnen
beïnvloeden.
Vraag 46
De Kamer wordt tijdens de RBZ Defensie geïnformeerd over het EU Militaire Mobiliteitspakket.
Dit pakket richt zich op de harmonisatie van administratieve lasten en gerichte aanpassingen
van bestaande wet- en regelgeving. Het pakket beoogt het vergemakkelijken van grensoverschrijdende
verplaatsing, onder andere door harmonisatie van administratieve zaken zoals douaneformulieren
en digitalisering. Vraag 47. Hoe waarborgt de Minister dat deze harmonisatie daadwerkelijk
leidt tot het wegnemen van bureaucratie en regeldruk voor de logistieke en transportsector?
Antwoord
De kabinetsinzet op het militaire mobiliteit pakket zal middels het BNC-fiche worden
vastgelegd. Om militair vervoer door civiele exploitanten te vereenvoudigen in lijn
met militair vervoer door strijdkrachten, stelt de Commissie voor om militair vervoer
vrij te stellen van bepaalde civiele regels, zoals rijverboden tijdens vakanties,
en om lidstaten de mogelijkheid te bieden om cabotageregels in bepaalde situaties
op te schorten.
Vraag 47
De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister in de discussie over militaire mobiliteit
de inzet zal meenemen om de strategische militaire mobiliteitsvoordelen van infrastructuurprojecten,
zoals de Nedersaksenlijn die de militaire inzetbaarheid vergroot, expliciet te laten
meetellen binnen onze NAVO-verplichtingen voor defensie-uitgaven aan infrastructuur.
Antwoord
Op de afgelopen NAVO-top in Den Haag hebben de bondgenoten zich aan de Hague Defence
Investment Plan gecommitteerd, bestaande uit 3,5% van het bbp voor defensie-uitgaven
ter invulling van de NAVO’s capaciteitsdoelstellingen en 1,5% voor bredere veiligheid-
en defensie gerelateerde uitgaven.
Bondgenoten zijn nu individueel aan zet voor de nationale kaders van «bredere veiligheid-
en defensie gerelateerde uitgaven» op basis van de NAVO-afspraken. Hierover moet uiteindelijk
besloten worden door het nieuwe kabinet. De bredere defensie- en veiligheid gerelateerde
uitgaven, als deel van de nieuwe NAVO-norm, moeten bijdragen aan de uitvoerbaarheid
van de NAVO-verdedigingsplannen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier