Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 858 Wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) voor het jaar 2025 (Incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones)
Nr. 4
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 17 december 2025
De vaste commissie voor Defensie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel
van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met
de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 24 november 2025 voorgelegd aan de Minister en de Staatssecretaris
van Defensie. Bij brief van 25 november 2025 zijn ze door de Minister en de Staatssecretaris
van Defensie beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie, Manten
Inleiding
Hierbij ontvangt u de antwoorden op de Feitelijke vragen aangaande de Incidentele
Suppletoire Begroting (ISB) van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) voor het
jaar 2025 (Kamerstuk 36 858) en een nota van wijziging van de ontwerpbegroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds
(K) voor het jaar 2026 (Kamerstuk 36 600 K, nr. 5).
Verschillende vragen die u stelt kunnen nu nog niet in het openbaar beantwoord worden.
Uw Kamer wordt aanvullend geïnformeerd zodra en indien mogelijk (en waar noodzakelijk
vertrouwelijk).
Vragen en antwoorden
1. Kan per artikel aangegeven worden wat de (verwachte) onderbesteding is voor het
jaar 2025?
Defensie stuurt op het zo volledig mogelijk uitputten van de begroting. Echter, vanwege
afhankelijkheid van externe factoren, laten de uitgaven op investeringen zich moeilijk
voorspellen. Dat was ook een van de redenen voor de oprichting van het Defensiematerieelfonds
(DMF); een meer schokbestendige begroting waarbij een voordelig eindsaldo in enig
jaar ten gunste komt van de begroting in het jaar daarop (ongelimiteerde eindejaarsmarge).
Dat neemt niet weg dat we doorlopend aandacht hebben voor het realiseren van de begroting
en dat we daarbij streven naar volledige realisatie conform de 2e suppletoire begroting. Waar projecten vertragen proberen we andere projecten te versnellen,
daar is de nu voorliggende ISB het bewijs van. Of volledige realisatie van de begroting
ook daadwerkelijk lukt is op dit moment echter nog niet met zekerheid te zeggen. Het
antwoord op vraag 12 gaat verder in op specifieke projecten.
2. Kunt u nader toelichten op welke wijze de directe aanschaf van IRIS-radars en gerelateerde
voertuigen en verbindingen cruciaal is om landgebonden eenheden en personeel op kritieke
locaties te beveiligen tegen de toenemende drone dreiging, zoals gesteld in relatie
tot de urgentie van deze dreiging?
3. Wat zijn de directe consequenties voor de operationele inzetgereedheid van de Counter-UAS
(drone interventieteams) als de aanschaf van IRIS-radars niet tijdig plaatsvindt en
er een vertraging ontstaat tot minimaal medio 2026, met als gevolg dat de optie op
de radars verloopt en de huidige beschikbare radars worden uitgeleverd aan andere
partijen?
Antwoord 2 & 3:
De radars en gerelateerde artikelen zijn cruciaal voor de tijdige detectie van kleine
drones boven eigen grondgebied en bij kritieke locaties in het bijzonder. Defensie
heeft de radars nodig voor het versterken van de capaciteit tegen deze drones en om
de toenemende activiteiten te pareren. Deze capaciteit is essentieel om snel een beeld
op te bouwen van een mogelijke specifieke dreiging, zodat op zorgvuldige wijze een
passende inzet van middelen kan worden bepaald.
4. Hoe essentieel is de capaciteit van het project Skyranger (Combat C-UAS), gericht
op het effectief bestrijden van UAS (tot 600 kg) en luchtdoelen op zeer korte afstand
(tot 5 km), voor het garanderen van de veiligheid van onze landgebonden eenheden tegen
de toenemende drone dreiging in kwantiteit en kwaliteit?
De Combat C-UAS capaciteit is randvoorwaardelijk voor de bescherming van de zware
en middelzware infanteriebrigades. De manoeuvrebataljons van deze brigades worden
beschermd door mobiele luchtverdedigingseenheden. De Combat C-UAS eenheden moeten
hun taak kunnen vervullen in de frontlinie, waarvoor zij over hoogmobiele gepantserde
voertuigen beschikken. Deze Combat C-UAS capaciteit kan in de frontlinie mobiel, flexibel
en snel optreden terwijl ook zelfstandige inzet mogelijk blijft
5. Op welke wijze beïnvloedt de urgente behoefte aan aanvullende C-UAS middelen voor
de bestrijding van drones direct de inzet in het National Defence Plan (NATO Force
model, Hoofdtaak 1)?
Er is inderdaad een grote behoefte aan C-UAS capaciteit die zich constant ontwikkelt,
onder andere in Oekraïne. Wij volgen deze ontwikkelingen en identificeren lessons learned, die wij systematisch integreren in onze opleidings- en trainingsprogramma’s. De
extra investeringen van dit kabinet in Defensie worden ook aan UAS en C-UAS besteed,
waaronder structureel 125 miljoen euro middels de Voorjaarsnota 2025. Hierdoor neemt
de geoefendheid en de effectiviteit van onze dronebestrijding toe. Deze effectiviteit
komt ten gunste van het National Defence Plan, maar ook internationaal aan het NATO
Force Model. Vanwege veiligheids- en classificatieredenen kunnen wij geen nadere details
over de concrete invulling van deze plannen verstrekken.
6. Welke specifieke financiële mutaties op de begroting voor het jaar 2025 zijn noodzakelijk
om contracten voor de bestrijding van drones in 2025 aan te gaan, gezien de budgettaire
bijstellingen van € 57,0 miljoen op artikel 1 en € 74,1 miljoen op artikel 3?
Het geheel van deze mutaties is noodzakelijk om contracten voor de bestrijding van
drones in 2025 aan te gaan.
7. Welke lessen zijn getrokken uit de drone-incidenten van dit weekend en waarom konden
de drones ondanks bestaande maatregelen meerdere malen ongehinderd het luchtruim boven
militaire bases binnendringen?
Defensie heeft gereageerd toen de drones werden waargenomen, waardoor geen sprake
was van ongehinderde vliegbewegingen boven militaire locaties. Nader onderzoek en
evaluatie is nog gaande. Om operationele en veiligheidsredenen doet Defensie hierover
in het openbaar geen verdere uitspraken.
8. Zijn de dronebestrijdingscapaciteiten die nu versneld worden aangeschaft ook bedoeld
om in te zetten tegen kleine en middelkleine drones?
Deze middelen zijn ook bedoeld voor inzet tegen kleine en middelkleine drones.
9. Welk type drones waren betrokken bij de incidenten van afgelopen week?
Het huidige beeld is dat het gaat om verschillende typen drones. Nader onderzoek en
evaluatie is nog gaande. Om operationele en veiligheidsredenen doet Defensie hierover
in het openbaar geen verdere uitspraken.
10. Tegen welk type drones en andere luchtdoelen is de Skyranger 30 hoofdzakelijk
ontworpen om ingezet te worden?
Zoals in de A/D-brief «Verwerving Combat Counter-UAS (Kamerstuk 27 830, nr. 458) van 29 januari 2025 is aangegeven, richt het project «Verwerving Combat Counter-UAS»
zich op de bestrijding van een breed scala aan UAS. Deze capaciteit vergroot zo de
mogelijkheid om eenheden, gebieden en vitale (militaire) infrastructuur zoals vliegbases
en havens op een kosteneffectieve manier te beschermen tegen (zwermen) kleine UAS,
loitering munitions en laagvliegende helikopters en vliegtuigen.
11. Zijn de aan te schaffen capaciteiten bedoeld voor de permanente verdediging van
kritieke infrastructuur in Nederland of primair voor inzetbare eenheden aan de oostflank?
De radars en additionele statische combat C-UAS systemen zijn bedoeld voor de bescherming van het nationale grondgebied en
kritieke infrastructuur in het bijzonder.
12. Welke investeringen zijn vertraagd en waarom?
Het naar voren halen van de uitgaven voor de versnelde aanschaf van dronebestrijdingsmiddelen
met de ISB wordt gedekt doordat de uitgaven op enkele projecten binnen het DMF naar
een ander kasritme zijn verschoven. Onderstaand treft u welke projecten dit betreft:
• In het project «Vervanging Maritiem Surface-to-surface missile» wordt een deellevering
later ontvangen waardoor betalingen zijn verschoven.
• In het project «Verwerving Softkill Torpedo Defensiesysteem» is als gevolg van een
langere verwervingsvoorbereiding een betaling verschoven.
• In het project «Vervanging Medium Utility Helicopter» (Aanschaf H225M Caracal) is
na het sluiten van een aantal contracten meer duidelijkheid ontstaan over het lever-
en betaalschema.
• Daarnaast loopt in het project «Vervanging M-fregatten (ASWF)» door de technische
complexiteit van het ontwerp de ontwerpfase langer door.
• In het project «Modernisering Tactische Indoor Simulator» geldt dat het ontwerp voor
de simulator enkele maanden later wordt opgeleverd dan voorzien, waardoor de betaling
naar 2026 verschuift.
• Bij het programma «Aanvulling Inzetvoorraad Munitie» is door afronding van een deelproject
budget vrijgekomen.
Uw Kamer is met het Defensie Projectenoverzicht in het voorjaar geïnformeerd over
de voortgang van projecten. Nieuwe ontwikkelingen worden in het DPO van 2026 opgenomen
waar u volgend jaar over wordt geïnformeerd.
De projecten waarvan het budget is verlaagd omdat deze uitgaven niet meer worden verwacht
in 2025, zijn met de nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2026 gecompenseerd.
13. Worden de drone-interventieteams uitsluitend ingezet ter bescherming van kritieke
locaties op eigen grondgebied?
De drone interventieteams kunnen zowel binnen als buiten het eigen grondgebied worden
ingezet, zoals recentelijk in Denemarken. Verzoeken om bijstand worden per geval gewogen.
14. Zijn de drones op beeld vastgelegd? Zo nee, waarom niet?
Om operationele en veiligheidsredenen doet Defensie hierover geen uitspraken.
15. Welke concrete incidenten of waarnemingen vormen de basis voor de constatering
dat er sprake is van een «toenemende inzet» van ongeïdentificeerde class-I en class-II
drones boven Nederlands grondgebied en kritieke locaties?
Het aantal meldingen van drones neemt toe en de recente waarnemingen passen binnen
een bredere Europese en internationale trend.
16. Op welke wijze is de urgentie van de dreiging beoordeeld en door welke instanties?
Ter plekke heeft Defensiepersoneel maatregelen getroffen en daarbij kinetische en
non-kinetische middelen ingezet. Daarbij zijn ook de Politie en KMar nauw betrokken.
Nader onderzoek en evaluatie is nog gaande. Om operationele en veiligheidsredenen
doet Defensie hierover in het openbaar geen verdere uitspraken.
17. Sinds wanneer is Defensie op de hoogte van deze versnelde dreigingsontwikkeling?
Deze trend is zichtbaar sinds de toegenomen drone-incenten in andere Europese landen.
Breder is de dreiging die drones met zich kunnen meebrengen uiteraard ook al langere
tijd waarneembaar in Oekraïne en andere conflictgebieden.
18. Van welke producenten zijn de «gerelateerde voertuigen en verbindingen» afkomstig?
Defensie schaft de voertuigen commercial-off-the-shelf (COTS) aan, maar kan niet ingaan op de leverancier van de verbindingen.
19. Afgelopen weekend zijn er drie keer drones boven Nederlandse luchthavens gesignaleerd,
is er een verband met recente dronemeldingen in het buitenland
Vooralsnog is er geen direct verband vastgesteld. Nader onderzoek en evaluatie is
nog gaande. Wel passen de recente waarnemingen binnen een bredere Europese en internationale
trend.
20. Zijn er in Nederland drones onderschept? Zo nee, waarom niet?
Eerder zijn in Nederland rondom de NAVO-top verschillende drones uit de lucht gehaald.
De afgelopen dagen kan niet met zekerheid worden vastgesteld of drones zijn onderschept,
maar er zijn nog geen drones teruggevonden. Nader onderzoek en evaluatie is nog gaande.
Om operationele en veiligheidsredenen doet Defensie hierover nog geen verdere uitspraken.
21. Welke partijen ontvangen de IRIS-radars indien Nederland niet tijdig bestelt?
Het is niet aan Defensie om hierover te communiceren.
22. Waarom leidt het niet meenemen van de additionele Skyrangers tot minimaal zes
maanden vertraging en tot het volledig heropenen van contractonderhandelingen?
Zoals aangegeven in de ISB is met de leverancier, Rheinmetall Air Defence (RAD), reeds
onderhandeld over de totale scope van het Combat C-UAS project, inclusief het deel
dat bij Voorjaarsnota (VJN) beschikbaar is gesteld. Deze contractondertekening voor
de verwerving moet uiterlijk 11 december plaatsvinden, omdat het onderhandelingsresultaat
anders vervalt.
23. Worden met de aanduiding «kritieke locaties» doelen in het buitenland bedoeld
en zo ja, betreft dit dan alleen NAVO-gebied?
Om operationele en veiligheidsredenen doet Defensie hierover geen uitspraken.
24. Zijn de uitgewerkte maatregelen die voortvloeien uit de investeringen uit de Voorjaarsnota
primair gericht op de bescherming van het eigen grondgebied en het NAVO-gebied?
Ja, dit is in lijn met Defensienota 2024. Met deze investeringen wordt niet alleen
voldaan aan de NAVO-norm van 2% van het bbp, maar dragen we vooral concreet bij aan
de veiligheid van Nederland en de geloofwaardigheid van de NAVO als afschrikkings-
en verdedigingsalliantie.
25. In de nota van wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds
2026, schrijft de Minister dat Defensie gebruik maakt van de bestaande ruimte binnen
de overprogrammering om tijdig te kunnen investeren in gevechtskracht, innovatie en
randvoorwaarden op artikel 3 (Land materieel), en dat daarvoor de overprogrammering
in artikel 1 Defensiebreed materieel naar beneden wordt bijgesteld (€ 751,7 miljoen).
Kunt u deze bijstelling nader toelichten?
Met de NvW heeft Defensie de middelen van het voorjaarsnotapakket 2025, die tot nadere
uitwerking van de maatregelen «geparkeerd» stonden op artikel 8 van het DMF, overgeheveld
naar de juiste artikelen en in het juiste kasritme gezet. In het kader van de noodzaak
van een versnelde gereedheid, is met het Ministerie van Financiën afgesproken dat
in 2026 en 2027 de overprogrammering tijdelijk 40% mag bedragen. Door deze ruimte
in de overprogrammering in 2026 te benutten kan Defensie een deel van de projecten
uit het voorjaarsnotapakket in 2026 al starten, waar deze aanvankelijk gepland stonden
voor 2027 en verder. Deze hogere overprogrammering maakt het dus mogelijk om nieuwe
investeringen, die bijdragen aan een versnelde gereedheid, eerder te realiseren. De
verwerking hiervan in de NvW vindt voor het gehele pakket plaats op artikel 1 Defensiebreed
materieel. Dat vertaalt zich in een negatieve bijstelling van de overprogrammering
op dat artikel (de negatieve bijstelling op art 1 komt overeen met het verhogen van
de overprogrammering op artikel 3).
26. Waarom wordt € 57 miljoen specifiek vanuit artikel 2 (Maritiem Materieel) overgeheveld
naar artikel 1?
Zie het antwoord op vraag 12.
27. Welke specifieke maritieme projecten lopen hierdoor vertraging op en wat is de
omvang van die vertraging per project?
Zie het antwoord op vraag 12.
28. Hoe is bepaald dat de herschikking van € 98,4 miljoen uit maritieme projecten
geen negatieve operationele gevolgen heeft, met het oog op toenemende aanwezigheid
van Rusland in onze wateren?
Het betreft hier een financiële herschikking die geen gevolgen heeft voor de levering
of operationele planning. Dit betekent dat de betaling niet dit kalenderjaar plaats
zal vinden maar volgend jaar.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Bijlagen
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| PVV | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Voor |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Voor |
| BBB | 4 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Volt | 1 | Voor |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.