Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het Jaarverslag 2024 Staatsbosbeheer (Kamerstuk 29659-161)
2025D47866 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur hebben
de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Staatssecretaris
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de brief Evaluatie 2024 Staatsbosbeheer
(Kamerstuk 29 659, nr. 161).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Podt
De griffier van de commissie,
Jansma
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de FvD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
II
Antwoor/Reactie van de Staatssecretaris
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Jaarverslag
2024 Staatsbosbeheer en hebben nog enkele vragen aan de Staatssecretaris van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
De leden van de PVV-fractie vragen de Staatssecretaris verder in te gaan op het feit
dat het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in het buitengebied het afgelopen
jaar verder is afgenomen. Welke oorzaken liggen hieraan ten grondslag en welke aanvullende
maatregelen worden er genomen om deze negatieve trend te keren?
De leden van de PVV-fractie vragen in aanvulling daarop aan de Staatssecretaris waarom
het alleen met de provincie Overijssel is gelukt om tot extra financiële middelen
voor boa’s te komen.
De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast of de Staatssecretaris van mening is
dat deze boa’s hun werk nu goed kunnen doen en of zij hiervoor adequaat zijn uitgerust
en zo nee, welke aanvullende maatregelen hij neemt om hier verandering in te brengen.
De leden van de PVV-fractie zien dat de omzet houtverkoop en biomassa in 2024 met
bijna vier miljoen euro is gestegen en vragen de Staatssecretaris dit te verklaren.
Worden er gezonde bomen gekapt om de opbrengst te vergroten en wordt er doelbewust
ingezet op het maken van meer omzet op deze manier, vragen deze leden ten slotte.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het Jaarverslag 2024 van Staatsbosbeheer.
Deze leden hebben hierover geen verdere vragen of opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben met veel interesse kennisgenomen van het Jaarverslag
2024 van Staatsbosbeheer «In beweging» en hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de JA21-fractie is opgevallen dat de verschillende doelen en ambities
en bijbehorende keuzes voor natuurbeheer strijdig kunnen zijn met elkaar. Ziet de
Staatssecretaris dit ook in de praktijk en in beleid terug en zo ja, op welke manieren?
Op welke manier worden die spanningen in beeld gebracht en waar wordt in dergelijke
gevallen bepaald welk doel prioriteit heeft om te voorkomen dat men tegelijkertijd
tegenstrijdig beheer uitvoert?
De leden van de JA21-fractie zien dat de basisfinanciering ontbreekt voor het aanstellen
van boa’s om toezicht te houden. Hoe ziet de Staatssecretaris deze constatering? Hoe
beoordeelt de Staatssecretaris de afname van het aantal boa’s sinds 2019? Hoeveel
geld ontvangt Staatsbosbeheer voor het uitvoeren van politietaken?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de Staatssecretaris in bredere zin de verhouding
ziet tussen de bekostiging en de taken van Staatsbosbeheer?
De leden van de JA21-fractie namen kennis van de constatering op pagina 45 van het
Jaarverslag waar staat dat recreatiegebieden om de stad onvoldoende zijn gefinancierd
en dat dit tot «achteruitgang van het groen om steden gaat leiden». Hoe zit de Staatssecretaris
dit?
De leden van de JA21-fractie vragen wat de huidige ambitie is ten aanzien van het
vernatten van veenweidegebied. Hoeveel hectare betreft dit en welke tijdslijn bestaat
daarvoor? Hoeveel ton CO2-uitstoot verwacht de Staatssecretaris daarmee te voorkomen en op welke manier is
die ambitie onderdeel van bestaande wettelijke doelstellingen?
De leden van de JA21-fractie namen kennis van de ambitie op pagina 9 waar staat dat
in 2024–2025 circa 1.100 hectare nieuw bos zal worden gerealiseerd. Welk deel daarvan
betreft spontane bosontwikkeling? Hoe wordt de keuze gemaakt tussen hetzij nieuwe
aanplant, hetzij spontane ontwikkeling?
De leden van de JA21-fractie zijn benieuwd naar het aantal hectare bos dat tot stand
is gekomen via spontane ontwikkeling. Hoeveel hectare wordt nu beheerd op basis van
dat principe?
De leden van de JA21-fractie vragen op welke manier wordt gebudgetteerd voor de beheerkosten
van nieuw aangelegde arealen natuur.
De leden van de JA21-fractie namen kennis van het feit dat de aanleg van nieuwe bossen
volgens het Jaarverslag stroef verloopt en vertraging oploopt door vergunningsprocedures.
Kan de Staatssecretaris aangeven wat dat veroorzaakt?
De leden van de JA21-fractie zien dat het Jaarverslag ingaat op erfpachtconstructies.
Voor hoeveel woningen heeft Staatsbosbeheer grond in erfpacht uitgegeven? Wordt daarbij
de erfpacht periodiek herzien op basis van de grondwaarde en hoe wordt die grondwaarde
opnieuw vastgesteld?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de beslissingen worden genomen om nieuwe gronden
aan te kopen. Op welke manier is het Ministerie van LVVN daarbij betrokken en op grond
van welke criteria wordt dat gedaan?
De leden van de JA21-fractie zien op pagina 130 dat Staatsbosbeheer in 2024 10,7 miljoen
euro omzet maakte door biomassa: een stijging van 3,4 miljoen vergeleken met 2023.
In hoeverre gaat dat om biomassa/hout dat ook een ecologische functie zou hebben indien
het in de natuur zou worden achtergelaten? Hoe wordt dat beoordeeld en hoe wordt voorkomen
dat financiële belangen gaan prevaleren boven ecologische?
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
De leden van de FVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Jaarverslag
2024 Staatsbosbeheer.
De leden van de FVD-fractie zouden op enkele uitgaven van Staatsbosbeheer graag een
specifieke toelichting ontvangen. Ten eerste willen deze leden graag weten welk bedrag
Staatsbosbeheer in het jaar 2024 heeft uitgegeven aan natuurherstel in het algemeen
en aan boskap in het bijzonder. Ten tweede willen deze leden graag weten welk bedrag
Staatsbosbeheer in datzelfde jaar heeft uitgegeven aan natuurbeheer in het algemeen
en aan selectief bosbeheer (dat als doel heeft om bos oud te laten worden) in het
bijzonder.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het Jaarverslag 2024 van Staatsbosbeheer
en de bijbehorende beslisnota van het Ministerie van LVVN. Deze leden hebben daar
flink wat opmerkingen op.
De leden van de BBB-fractie constateren opnieuw dat de structurele problemen bij Staatsbosbeheer
zowel financieel, organisatorisch en qua uitvoering onverminderd groot zijn. Het positieve
resultaat van 3,1 miljoen euro blijkt volledig te danken aan incidentele meevallers,
terwijl het onderliggende bedrijfsresultaat in 2024 negatief is (– 5,2 miljoen euro).
Deze leden vragen de Staatssecretaris waarom een organisatie met voornamelijk publieke
middelen en wettelijk afgebakende taken er niet in slaagt een structureel gezonde
exploitatie te realiseren.
De leden van de BBB-fractie constateren dat Staatsbosbeheer zelf schrijft dat er «geen
balans is tussen de kosten van de wettelijk opgedragen taken en de vergoedingen ervoor»
en dat wordt gewerkt aan een kostprijsmodel en een programma «Natuurlijk Verbeteren»
om pas vanaf 2027 uit te komen op een kostenneutrale jaarbegroting. Deze leden vragen
de Staatssecretaris of hij deze problematiek erkent en of hieruit niet simpelweg volgt
dat óf het takenpakket is opgeblazen, óf Staatsbosbeheer structureel inefficiënt werkt,
óf beide.
De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat Staatsbosbeheer streeft naar een sluitende
begroting in 2026 en een structureel kostendekkende bedrijfsvoering vanaf 2027. Deze
leden vragen om een nadere toelichting op het programma «Natuurlijk Verbeteren». Zij
vragen de Staatssecretaris welke harde verplichtingen hij Staatsbosbeheer heeft opgelegd,
of gaat opleggen, om dit ook daadwerkelijk te bereiken, welke tussenmijlpalen er zijn
voor 2025–2027 en welke consequenties volgen als die niet worden gehaald.
De leden van de BBB-fractie merken op dat Staatsbosbheer in 2024 voor 178,9 miljoen
euro aan Rijksbijdragen, provinciale subsidies en projectbijdragen ontvangt: namelijk
32,5 miljoen euro Rijksbijdrage (organisatiekosten, Boomfeestdag, scholing boa’s,
genenbank en zaadgaarden), 74,9 miljoen euro Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL)-subsidies
van provincies en 71,5 miljoen euro projectbijdragen. Daarnaast bestaat ruim een derde
van de opbrengsten uit «eigen inkomsten». Deze leden vragen de Staatssecretaris of
hij wil erkennen dat Staatsbosbeheer in hoge mate afhankelijk is van publieke middelen
en zich dus als een publieke dienstverlener hoort te verantwoorden, inclusief een
scherp toetsbare doel-middelenrelatie.
De leden van de BBB-fractie constateren dat Staatsbosbeheer niet de enige organisatie
is die actief is op het terrein van natuurbeheer in Nederland. In diverse provincies,
bijvoorbeeld Friesland, zijn meerdere terreinbeherende organisaties (TBO’s) actief,
zoals Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Natuurmonumenten en de Milieufederatie. Uit
een vergelijking van hun missie- en visiedocumenten blijkt dat hun maatschappelijke
doelstellingen voor een groot deel naadloos op elkaar aansluiten. Volgens deze leden
leidt dit ertoe dat er sprake is van een forse mate van overlap: in doelen, in het
beheer van gebieden en in de manier waarop publieke middelen worden besteed. Daarbij
merken deze leden op dat al deze organisaties beschikken over een eigen raad van toezicht,
directie, administratieve afdelingen. Vaak met bijbehorende overheadkosten en directiesalarissen.
Deze leden plaatsen vraagtekens bij de efficiëntie en effectiviteit van het in stand
houden van meerdere, vrijwel identieke organisatiestructuren die vergelijkbare maatschappelijke
doelstellingen nastreven en soms zelfs in hetzelfde geografische gebied actief zijn.
Zij vragen de Staatssecretaris daarom of het niet doelmatiger zou zijn om de verschillende
TBO’s, gedeeltelijk of geheel, samen te voegen, of op z’n minst te komen tot een sterkere
bundeling van organisatie- en overheadstructuren. Welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris
om in het kader van kostenbesparing, efficiëntie en betere inzet van publieke middelen
toe te werken naar meer integrale of gezamenlijke organisatievormen binnen het natuurbeheer?
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris te reflecteren op de verhouding
tussen het aantal fte’s aan kantoorpersoneel en het aantal fte’s dat daadwerkelijk
in de gebieden werkzaam is. Deze leden horen regelmatig signalen dat de uitvoeringscapaciteit
buiten onder druk staat, terwijl de organisatie bovengemiddeld zwaar lijkt te zijn
gevuld met ondersteunende en administratieve functies. Deze leden willen daarom inzicht
in hoe deze verhouding zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, welke afwegingen
hieraan ten grondslag liggen en in hoeverre deze balans volgens de Staatssecretaris
doelmatig is voor de kerntaken van de organisatie. Mocht blijken dat de verhouding
is scheefgegroeid, dan vernemen zij graag welke maatregelen worden overwogen om meer
capaciteit richting het veld te bewegen.
De leden van de BBB-fractie merken op dat het aantal groene boa’s niet toereikend
is voor toezicht en handhaving. Kan de Staatssecretaris per provincie aangeven hoeveel
groene boa’s Staatsbosbeheer tekort komt voor adequaat toezicht en handhaving? Is
alleen de benodigde financiën de oorzaak voor het tekort aan groene boa’s? Zo nee,
wat zijn de overige oorzaken met betrekking tot het tekort aan groene boa’s?
De leden van de BBB-fractie verzoeken de Staatssecretaris om een uitgebreid overzicht,
uitgesplitst per jaar over minimaal de afgelopen tien jaar, van alle publieke middelen
die Staatsbosbheer ontvangt, met ten minste de volgende rubrieken: rijksbijdrage (kernfinanciering)
LVVN; overige rijksprojectbijdragen (per regeling en per programma, inclusief Programma
Natuur, Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)/RLN, Natura 2000, Aanpak Grote
Wateren, Nationale Bossenstrategie, UNESCO-programma’s enzovoorts); provinciale bijdragen,
uitgesplitst naar SNL-beheersubsidie, SNL-toeslagen en eventuele aanvullende provinciale
programma’s; bijdragen van gemeenten, waterschappen en andere overheden; Europese
Unie (EU-gelden) (LIFE, Interreg, andere Europese programma’s) en; donaties en bijdragen
via Stichting Buitenfonds en andere private partners.
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris om per categorie middelen de
daarbij horende resultaatverplichtingen en indicatoren bij te voegen: welke concrete
prestaties (bijvoorbeeld hectares, kwaliteitsdoelen, soortendoelen, CO2-reductie, toegankelijkheid, veiligheid) zijn afgesproken, wat is gerealiseerd, welke
sancties gelden bij wanprestatie en hoe vaak afgelopen tien jaar daadwerkelijk middelen
zijn teruggevorderd of verlaagd.
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris in hoeverre de stelling klopt
dat Staatsbosbeheer hun eigen doelen controleert en hoe onafhankelijk op die controle
wordt gewaarborgd.
De leden van de BBB-fractie hebben vragen over de hoeveelheid onderzoeksprojecten
die Staatsbosbeheer jaarlijks laat uitvoeren. Deze leden verzoeken de Staatssecretaris
inzicht te geven in het aantal onderzoeken dat jaarlijks wordt gestart en welk totaalbedrag
hiermee is gemoeid. Tevens horen zij graag van alle onderzoeksprojecten samen welk
percentage van de aanbevelingen daadwerkelijk wordt geïmplementeerd in het beheer
en beleid van Staatsbosbeheer. Deze leden vragen of er een overzicht bestaat waarin
staat welke aanbevelingen uit onderzoeken zijn opgevolgd en welke niet. Indien een
dergelijk overzicht bestaat, ontvangen zij dat graag. Indien dit niet bestaat, vragen
zij waarom Staatsbosbeheer geen systematische evaluatie en opvolgingsadministratie
hanteert, terwijl onderzoeksgelden vaak uit publieke middelen worden bekostigd. Tot
slot vragen zij hoeveel onderzoeksrapporten jaarlijks slechts «ter kennisgeving worden
aangenomen» zonder dat daar concrete uitvoering of beleidswijziging uit voortvloeit
en wat volgens de Staatssecretaris de oorzaken zijn dat aanbevelingen in die gevallen
niet worden opgevolgd.
De leden van de BBB-fractie hebben op pagina 50 van het Jaarverslag met veel verontwaardiging
kennisgenomen van de betrokkenheid van Staatsbosbeheer bij de ontwikkeling van het
Golfpark Rotterdam op het DOP-NOAP-terrein. Hoewel recreatie en natuurbeleving belangrijke
functies zijn binnen het beheer van groene gebieden, plaatsen deze leden kritische
kanttekeningen bij de keuze om bijna zeventig hectare aan ruimte te besteden aan een
grootschalige golfbaan. Zeker in een tijd waarin natuurlijke habitats onder druk staan
en er grote opgaven liggen voor biodiversiteit, waterberging en stikstofreductie.
Zij vragen de Staatssecretaris hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot de kerntaken
van Staatsbosbeheer als terreinbeheerder van publieke natuurgebieden. Ook vernemen
zij graag welke publieke belangen precies worden gediend, welke natuurwaarden verloren
gaan of worden omgevormd en hoe dit project wordt gefinancierd. Verder vragen deze
leden hoe wordt voorkomen dat commerciële recreatieprojecten de prioriteit krijgen
boven natuurherstel en of alternatieven met een kleinere ruimtelijke voetafdruk zijn
overwogen.
De leden van de BBB-fractie constateren dat Staatsbosbeheer veel onomkeerbare aanpassingen
in gebieden heeft gedaan in het kader van natuurherstel. Deze leden vragen de Staatssecretaris
of er een integraal rapport bestaat waarin alle effecten hiervan zijn terug te vinden
en of er voorbeelden zijn van onomkeerbare aanpassingen waarvan achteraf bleek dat
dit niet heeft geresulteerd in het beoogde effect.
De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast hoe Staatsbosbeheer de balans bewaakt
tussen houtproductie en biodiversiteitsdoelen. In het Jaarverslag wordt melding gemaakt
van stijgende houtopbrengsten, wat voor deze leden de vraag oproept hoe wordt gewaarborgd
dat houtoogst niet ten koste gaat van de ecologische kwaliteit van bosgebieden. Zij
vernemen graag welke criteria, toetsingskaders en onafhankelijke controles hierbij
worden gebruikt.
De leden van de BBB-fractie constateren dat de SNL-subsidies door de provincies sinds
2021 slechts 84 procent van de standaard normkosten vergoeden. Deze leden vragen de
Staatssecretaris of deze norm is afgestemd met het Rijk en of de resterende 16 procent
structureel door extra Rijksgeld of door «eigen inkomsten» moet worden gedicht.
De leden van de BBB-fractie zien op pagina 100 een tabel staan met daarin de geconsolideerde
winst- en verliesrekening. Deze leden vragen waar de opbrengsten uit vergunningen
voor evenementen onder vallen. Zij horen graag van de Staatssecretaris hoeveel de
groei of krimp is van dat bedrag.
De leden van de BBB-fractie hebben het vermoeden dat het beheer van fiets-, mountainbike-
en ruiterroutes binnen de terreinen van Staatsbosbeheer niet is vastgelegd in een
meerjarenplan. Deze leden vragen de Staatssecretaris of dit vermoeden klopt. Vervolgens
vragen zij of deze ad-hocbenadering niet tot onduidelijkheid en frustratie leidt bij
gebruikers en bij andere overheden. Deze leden vragen de Staatssecretaris waarom,
indien dat het geval is, er geen meerjarenplan bestaat voor het beheer van deze routes
en hoe het kan dat ruiterpaden en mountainbikeroutes in de praktijk deels door gebruikers
zelf worden onderhouden. Zij verzoeken de Staatssecretaris te reflecteren op de vraag
of een structurele, meerjarige beheerplanning hier niet noodzakelijk is.
De leden van de BBB-fractie lezen op pagina 32 over het feit dat in 2024 ongeveer
1.000 schoolklassen minimaal één dag per schooljaar in de natuur hebben doorgebracht.
Deze leden zien dit als een waardevolle ontwikkeling, maar vinden de huidige schaal
nog beperkt. Zij vragen daarom of het mogelijk is om toe te werken naar een situatie
waarin alle basisscholen in Nederland minimaal twee tot drie dagen per schooljaar
in de natuur kunnen vertoeven. Zij vragen de Staatssecretaris welke middelen, capaciteit
en samenwerkingspartners hiervoor nodig zouden zijn, welke randvoorwaarden Staatsbosbeheer
hiervoor stelt en of het kabinet bereid is deze ambitie actief te ondersteunen. Bovendien
vernemen deze leden graag of er belemmeringen zijn (financieel, organisatorisch of
juridisch) en zo ja, welke stappen de Staatssecretaris bereid is te zetten om deze
weg te nemen.
De leden van de BBB-fractie merken op dat Staatsbosbeheer in 2024 29 klachten op basis
van de Algemene wet bestuursrecht heeft geregistreerd en twee klachten over aanbestedingen.
Daarnaast blijkt uit het Jaarverslag dat het aantal Wet open overheid (Woo)-verzoeken
stijgt en dat termijnen niet worden gehaald. Deze leden vragen een nadere uitsplitsing
van de klachten. Waar gingen zij inhoudelijk over, welke zijn gegrond verklaard en
welke structurele maatregelen zijn genomen.
De leden van de BBB-fractie vragen of de Staatssecretaris kan aangeven hoeveel klachten
en bezwaren in 2024 zijn ingediend tegen beslissingen of werken van Staatsbosbeheer
bij gemeenten, provincies, waterschappen, rechtbanken en de Raad van State (bijvoorbeeld
bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen, natuurvergunningen of waterbesluiten) voor
zover bekend bij het Rijk. Is de Staatssecretaris bereid om, samen met de andere overheden,
een beeld te geven van de totale klacht- en bezwaarlast rond Staatsbosbeheer?
De leden van de BBB-fractie zien dat Staatsbosbheer meldt circa 268.000 hectare in
beheer te hebben. Ook wordt jaarlijks nieuw bos aangelegd en grond aangekocht. In
2024 is 267 hectare verkocht (waarvan 264 hectare onder het addendum Vervreemding
objecten) en 821 hectare in eigendom verworven, wat een netto toename van 554 hectare
oplevert. Tegelijkertijd is er een opgave van circa 5.000 hectare nieuw bos, waarvan
ongeveer 1.100 hectare (geplant en spontaan) is gerealiseerd.
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris om een concreet overzicht over
de laatste tien jaar (bijvoorbeeld vanaf 2015) waarin per jaar wordt aangegeven: hoeveel
hectare grond door of via Staatsbosbeheer is omgezet van landbouw- of productiefunctie
naar natuur- of bosfunctie (in eigendom én beheer); hoeveel hiervan voormalige landbouwgrond
betrof (met agrarische bestemming of feitelijk agrarisch gebruik); hoeveel daarvan
onderdeel is van Natura 2000-opgaven, Programma Natuur, NPLG/RLN of andere rijks-
of provinciale programma’s, en; hoeveel hectare is verworven via ruilgrondconstructies (bijvoorbeeld NURG).
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris tevens om een raming van de
economische kosten van deze conversie van landbouwgrond naar natuur. Hierbij gaat
het om de volgende punten: welk geschat verlies aan jaarlijkse agrarische productie
(in euro en, waar mogelijk, in kilo’s/tonnen melk, vlees, granen, aardappelen, groente,
fruit etc.) hangt samen met de oppervlakte landbouwgrond die via Staatsbosbeheer is
omgezet; welke inkomsten uit pacht, erfpacht of andere agrarische gebruiksrechten
hierdoor zijn weggevallen, en; welke extra jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten
Staatsbosbeheer nu maakt op deze omgezette hectares, afgezet tegen de vroegere situatie.
De leden van de BBB-fractie willen specifiek weten of het ministerie ooit systematisch
heeft afgezet wat Nederland inlevert aan agrarische productie en strategische voedselzekerheid
door deze grondconversies ten opzichte van de milieuwinst die hiermee realiseerbaar
is. Is de Staatssecretaris bereid om voor het landbouwareaal dat,via Staasbosbeheer,
naar natuur is omgezet een integrale kosten-batenanalyse (inclusief milieulekkage
en extra import) aan de Kamer te sturen?
De leden van de BBB-fractie constateren dat het Jaarverslag uitgebreid spreekt over
«grote opgaven», zoals stikstof, klimaat, water, Natura 2000, Programma Natuur, Nationale
Bossenstrategie, vernatting van veengebieden, UNESCO-programma’s, groene metropool,
natuur-inclusieve landbouw, enzovoort. Deze leden verzoeken om een volledig overzicht
van alle opgaven waarin Staatsbosbeheer als uitvoerder een rol heeft, met per opgave
de omvang (hectares, projecten, looptijd), de financiering (Rijk, provincie, EU, overige),
de concrete resultaatsverplichtingen en de verwachte einddatum.
De leden van de BBB-fractie vragen nadrukkelijk naar de wettelijke grondslagen van
deze opgaven. Naast de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer en het Convenant wordt
door Staatsbosbeheer verwezen naar Europese kaders, natuurbeleid, klimaatakkoorden
en beleidsstrategieën. Deze leden vragen per opgave op welke wet of verdragsverplichting
(bijv. Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Waterwet/Kaderrichtlijn Water (KRW), Wet
natuurbescherming, klimaatwetgeving) de uitvoering berust en of de rol van Staatsbosbeheer
in die uitvoering ook daadwerkelijk in wet- en regelgeving is verankerd of slechts
uit «convenanten» en beleidskeuzes voortvloeit.
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris daarnaast, los van de twee
bovenstaande alinea’s, heel specifiek in te gaan op de opgaven en doelen als het gaat
om het realiseren van extra areaal bos. Deze leden horen namelijk geluiden uit de
provincies dat die opgaven (bijna) niet zijn te realiseren. Kan de Staatssecretaris
aangeven waaruit deze, misschien onhaalbare, opgave bestaat. Wie is er verantwoordelijk
voor de benodigde middelen? Klopt het dat de doelen eerder gesteld zijn dan dat er
middelen beschikbaar zijn gesteld? Aan welke knoppen zou de (Rijks)overheid nog kunnen
draaien om deze complexe realisatie te verzachten?
De leden van de BBB-fractie constateren dat Staatsbosbeheer in zijn beheer een hogere
norm hanteert dan vereist is binnen het SNL. Waar SNL toestaat dat de belangrijkste
boomsoort maximaal 80 procent van het aandeel beslaat, kiest Staatsbosbeheer ervoor
dit aandeel te beperken tot 60 procent waardoor een hogere mate van menging verplicht
wordt. Deze leden vragen waarom Staatsbosbeheer deze extra «kop» bovenop de wettelijke
en subsidieregelingsnormen hanteert. In het Jaarverslag wordt gesteld dat dit nodig
is in verband met klimaatverandering, maar deze leden merken op dat deze motivatie
niet is gebaseerd op vaststaande of meetbare criteria. Bovendien leidt deze hogere
eis tot extra kosten terwijl die middelen niet structureel beschikbaar zijn. Zij vragen
de Staatssecretaris om toe te lichten waarom deze zwaardere norm wordt toegepast,
welke wetenschappelijke onderbouwing hiervoor bestaat, wat de kostenimplicaties zijn
en of het kabinet bereid is te bezien of het wenselijk en doelmatig is dat Staatsbosbeheer
strengere eisen stelt dan de geldende SNL-normen voorschrijven.
De leden van de BBB-fractie zien op pagina 28 een kaart van Nederland met daarop de
Natura 2000-gebieden aangegeven. Deze leden constateren dat de gebieden in Zeeland
die binnendijks liggen ingekleurd zijn als Natura 2000-gebieden. Zij vragen de Staatssecretaris
sinds wanneer de gebieden binnendijks aangewezen zijn als Natura 2000-gebied in plaats
van alleen de gebieden buitendijks.
De leden van de BBB-fractie verwijzen naar eerder door BBB (mede) ingediende moties over kerntaken van TBO’s, herbezinning op de rol van Staatsbosbeheer
en het kritisch kijken naar subsidies en governance bij TBO’s. Deze leden verzoeken
de Staatssecretaris om per relevante motie aan te geven welke acties inmiddels zijn
ondernomen en welke onderdelen nog openstaan.
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris of hij bereid is een onafhankelijke
doelmatigheidsanalyse te laten uitvoeren waarin Staatsbosbeheer wordt vergeleken met
andere TBO’s én met private beheerders inclusief een benchmark van beheerkosten per
hectare en per beheertype.
De leden van de BBB-fractie constateren dat Staatsbosbeheer in zijn visie stelt dat
natuur, ecologie en economie niet scherp te scheiden zijn en dat men zoekt naar «combinaties
van functies» en «oplossingen waar het mes aan twee kanten snijdt». Tegelijkertijd
wordt in de praktijk landbouwgrond blijvend uit productie gehaald ten behoeve van
natuur, bos of hydrologische maatregelen. Deze leden vragen de Staatssecretaris of
hij erkent dat deze keuzes direct doorwerken in de voedselzekerheid, de positie van
boerenbedrijven en de grondprijzen, en hoe hij daar rekening mee houdt in zijn beleid.
De leden van de BBB-fractie vragen in hoeverre Staatsbosbeheer in zijn beheer rekening
houdt met natuurinclusieve landbouw als volwaardig alternatief voor volledige «ontlandbouwing».
In het Jaarverslag wordt gesproken over overeenkomsten natuur-inclusieve landbouw
en samenwerking met boeren. Deze leden verzoeken om een overzicht van het aantal hectares
waar Staatsbosbeheer samenwerkt met agrariërs in natuurinclusieve vormen, per jaar
over de afgelopen tien jaar. Ook vragen deze leden de Staatssecretaris hoe Staatsbosbeheer
het verdienmodel voor agrariërs meeneemt in de samenwerkingen met betrekking tot natuurinclusieve
landbouw.
De leden van de BBB-fractie merken op dat Staatsbosbeheer duurzame landbouw wil stimuleren
door pachtovereenkomsten af te sluiten met een looptijd van 12 jaar. Deze leden vragen
welke jaarlijkse kosten hier voor pachters precies aan zijn verbonden en hoe deze
zich verhouden tot reguliere pachtprijzen. Ook vragen zij of in dergelijke overeenkomsten
ruimte is om aanvullende afspraken te maken, bijvoorbeeld dat de pachter naast het
agrarisch gebruik ook landschapselementen zoals bossingels kan onderhouden. Deze leden
vragen voorts of het denkbaar is om pachtconstructies zo vorm te geven dat de pachtprijs
(gedeeltelijk) kan worden verlaagd of zelfs nihil kan zijn, wanneer daar structureel
en aantoonbaar natuur- en landschapsbeheer door de pachter tegenover staat. Zij verzoeken
de Staatssecretaris te reflecteren op de mogelijkheden en eventuele belemmeringen
om dergelijke «beheer tegen pacht»-constructies toe te passen.
De leden van de BBB-fractie wijzen op de negatieve trend in heischraal grasland en
constateren dat herstel mogelijk is door een combinatie van gerichter begrazingsbeheer
en een actiever maaibeleid gericht op hooien. Deze leden benadrukken dat begrazing
voor agrariërs pas aantrekkelijk wordt wanneer het grasland voldoende voedzaam is
en vrij is van ongewenste kruiden, zoals jacobskruiskruid en distels. Deze leden merken
op dat jacobskruiskruid effectief kan worden teruggedrongen door eens per twee jaar
vaste mest toe te passen. Dit verhoogt niet alleen de waarde van het gras voor de
agrariër, maar versterkt ook het bodemleven en verhoogt het organischestofgehalte
wat de sponswerking en het waterbergend vermogen van de bodem aanzienlijk kan verbeteren.
Zij vragen de Staatssecretaris of Staatsbosbeheer bereid is om dit type beheer waarbij
gerichte bemesting, beter begrazingsbeheer en het maaibeleid worden gecombineerd,
bespreekbaar te maken binnen haar beheer- en begrazingscontracten. Zij vernemen graag
welke ruimte er bestaat om dit maatwerk toe te passen, en of de Staatssecretaris mogelijkheden
ziet om deze aanpak breder te faciliteren wanneer dit zowel natuurkwaliteit als agrarische
benutting ten goede komt.
De leden van de BBB-fractie wijzen daarnaast op nog een ander voordeel met betrekking
tot begrazing van schapen. Dit kan helpen in het bestrijden van de reuzenberenklauw.
Wordt dit al consequent gedaan?
De leden van de BBB-fractie vragen hoe Staatsbosbeheer vraat door wilde zwijnen aan
jonge aanplant voorkomt in haar gebieden? Hoeveel schade hebben wilde zwijnen aangericht
door vraat aan jonge aanplant? Hoe voorkomt Staatsbosbeheer schade door wilde zwijnen
aan half verharde fietspaden?
De leden van de BBB-fractie wijzen op de groeiende overlast door ganzen, zowel voor
natuur als voor waterkwaliteit. Deze leden merken op dat grote hoeveelheden ganzenpoep
leiden tot een aanzienlijke aanvoer van stikstof en nutriënten in het oppervlaktewater.
Daarnaast veroorzaken ganzen schade aan jonge vegetatie, wat herstel en ontwikkeling
van natuur vertraagt. Deze leden vragen daarom welke maatregelen Staatsbosbeheer momenteel
inzet om de ganzenstand te beheersen. Zij vernemen graag welke instrumenten effectief
blijken, welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn en of er belemmeringen bestaan
(financieel, juridisch of praktisch) om de aanpak te intensiveren. Tevens vragen zij
of de Staatssecretaris bereid is te onderzoeken hoe een meer gebiedsgerichte en doelmatige
beheersstrategie kan worden ontwikkeld in samenwerking met provincies, terreinbeheerders
en agrariërs.
De leden van de BBB-fractie merken op dat in het Jaarverslag wordt aangegeven dat
2024 een extreem nat jaar was met aantoonbare gevolgen voor de natuurkwaliteit. Deze
leden vragen welke structurele maatregelen Staatsbosbeheer neemt op het gebied van
waterbeheer en bodemkwaliteit om toekomstige schade te beperken. Daarbij is voor deze
leden van belang in hoeverre agrariërs in de omgeving worden betrokken bij besluiten
over waterpeilen, aangezien deze direct impact hebben op landbouwgrond en bufferzones.
De leden van de BBB-fractie lezen dat er vanaf pagina 37 en verder wordt gesproken
over wandelen en recreatie, maar niet over andere sporten. Kan de Staatssecretaris
nader ingaan op hoe Staatsbosbeheer staat tegenover sporten in de natuur anders dan
wandelen? Hoe staat Staatsbosbeheer tegenover kleinschalige sportevenementen in de
natuur?
De leden van de BBB-fractie hebben vernomen dat in 2025 een ecotunnel is aangelegd
onder de Kloosterweg in Burgh-Haamstede in Zeeland. Deze leden hebben grote vraagtekens
over het effect van het aanleggen van deze eco tunnel. Klopt het dat de ecotunnel
nog steeds niet is geopend? Kan de Staatssecretaris verklaren waarom de ecotunnel
nog niet is geopend? Hoe wordt het effect van de ecotunnel gemeten zodra deze open
is? Wie is daar verantwoordelijk voor?
De leden van de BBB-fractie willen afrondend opmerken dat de inbreng van deze leden
erg lang is en zij zich daar bewust van zijn. Echter vinden deze leden dit onderwerp
van groot belang. Zij danken de Staatssecretaris alvast voor zijn antwoorden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van het Jaarverslag 2024 van Staatsbosbeheer
en hebben hier op dit moment geen vragen over.
II Antwoord/Reactie van de Staatssecretaris
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. Podt, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
R.P. Jansma, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.