Nota van wijziging (initiatiefvoorstel) : Tweede nota van wijziging
36 125 Voorstel van wet van het lid Sneller tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie in verband met het laten vervallen van de bijzondere aanwijzingsbevoegdheid van de Minister met betrekking tot de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie (Wet verval bijzondere aanwijzingsbevoegdheid openbaar ministerie)
Nr. 13
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 21 november 2025
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
Artikel I, onderdeel C, komt te luiden:
C
Artikel 129 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De inlichtingen zien niet
op een concreet geval, tenzij:
a. uit enig wettelijk voorschrift anders voortvloeit;
b. de inlichtingen betrekking hebben op de opsporing of vervolging van een strafbaar
feit ter zake waarvan:
1°. door de officier van justitie een beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging
is genomen; of
2°. een onherroepelijk geworden strafbeschikking is uitgevaardigd; of
c. de inlichtingen betrekking hebben op een zaak ten aanzien waarvan een in kracht van
gewijsde gegane rechterlijke einduitspraak is gedaan.
2. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. Het eerste lid laat onverlet dat het College Onze Minister alle inlichtingen kan
verstrekken die het College geraden acht.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Het derde lid laat onverlet dat de leden van het openbaar ministerie het College
alle inlichtingen kunnen verstrekken die zij geraden achten.
Toelichting
Het met deze tweede nota van wijziging nieuw voorgestelde tweede lid van artikel 129
van de Wet op de rechterlijke organisatie stelt buiten twijfel dat de – ingevolge
het wetsvoorstel in artikel 129, eerste lid, geclausuleerde – verplichting tot het
verschaffen van informatie door het College van procureurs-generaal aan de Minister
onverlet laat dat het College daarnaast steeds de bevoegdheid heeft aan de Minister
alle informatie te verschaffen die het College wenselijk acht. Dit kan dus ook informatie
betreffen over concrete lopende zaken, die ingevolge het voorgestelde artikel 129,
eerste lid, buiten de reikwijdte van de informatieverplichting valt. Net zoals geldt
voor de informatie die valt onder de verplichting in artikel 129, eerste lid, geldt
voor de in artikel 129, tweede lid, bedoelde informatie dat deze door het College
kan worden verstrekt uit eigen beweging of op verzoek van de Minister.
Om a contrario redeneringen binnen artikel 129 te voorkomen, is in het nieuw voorgestelde
vierde lid vastgelegd dat de bevoegdheid ook geldt voor informatie door leden van
het openbaar ministerie aan het College, waarvoor in het huidige tweede lid (te vernummeren
tot derde lid) van artikel 129 een verplichting is geregeld.
Sneller
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Joost Sneller, Tweede Kamerlid