Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde Agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 1 december 2025 (Kamerstuk 21501-31-806)
2025D47686 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid bestond bij enkele fracties
de behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid over de op 17 november 2025 ontvangen Geannoteerde Agenda
Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 1 december 2025 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 806).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Burg
Adjunct-griffier van de commissie,
Van den Broek
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
II Antwoord/Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken
ten behoeve van de vergadering van de Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid
op 1 december 2025 aanstaande en het BNC-fiche ten aanzien van het Europees Sociaal
Fonds. Met name over dat laatste hebben deze leden nog vragen.
De leden van de D66-fractie merken op dat in de vormgeving van het Europees Sociaal
Fonds (ESF) binnen het voorstel voor Nationale en Regionale Partnerschap Plannen (NRPP)
nadrukkelijk aandacht gevraagd wordt voor het partnerschapsprincipe. Deze leden wijzen
op voldoende afstemming en samenwerking bij het uitwerken van deze plannen met lokale
en provinciale medeoverheden. Zij voeren een groot deel van de taken op sociaal gebied
uit, vooral na de decentralisatie van veel taken in het sociaal domein. Hun noden
om mensen effectief te kunnen helpen zijn daarom van groot belang om de middelen effectief
te besteden, zo stellen deze leden. Hoe verhoudt de betrokkenheid van medeoverheden
bij het opstellen van de NRPP zich tot hun betrokkenheid bij het opstellen van het
herstel- en veerkrachtplan (HVP)? Is de Minister voornemens om deze betrokkenheid
te versterken en zo ja, op welke wijze?
De leden van de D66-fractie constateren dat uitgaven voor onderwijs volledig meetellen
bij het bepalen van de 14% van de NRPP-uitgaven die verplicht besteed dient te worden
aan sociale doelstellingen. Deze leden stellen dat onderwijs de motor is voor gelijke
kansen in de samenleving en daarom van groot belang in het verwezenlijken van sociale
doelstellingen. Welk deel van de huidige uitgaven van het ESF gaat op dit moment naar
onderwijsgerelateerde uitgaven? Is de Minister voornemens te onderzoeken in hoeverre
meer ESF-middelen besteed kunnen worden aan onderwijsplannen die gericht zijn op het
bevorderen van kansengelijkheid?
De leden van de D66-fractie zien dat het kabinet nog steeds als doelstelling heeft
om dakloosheid te beëindigen in 2030, maar dat we nog niet op koers liggen dat doel
te halen. Is de Minister het met voornoemde leden eens dat dak- en thuislozen een
zeer kwetsbare doelgroep zijn die nog meer ondersteuning kunnen gebruiken? Is de Minister
bereid met medeoverheden een plan op te stellen hoe ESF-middelen kunnen bijdragen
aan het verwezenlijken van het doel dat in 2030 iedereen een dak boven zijn of haar
hoofd heeft?
De leden van de D66-fractie merken op dat sinds de start van de huidige ESF-looptijd
de personeelstekorten fors zijn toegenomen, met name in specifieke sectoren zoals
de zorg, het onderwijs en techniek. Op welke manier is de Minister voornemens om dit
gegeven te verwerken in het nationale NRPP die voor Nederland opgesteld zal worden?
En op welke manier is de Minister voornemens om te zorgen dat dit gegeven ook meegewogen
zal worden in de beoordeling van NRPP van andere landen? Is de Minister het met deze
leden eens dat het van belang is voor het concurrentievermogen van Europa als geheel
dat alle landen zorgen voor strategisch arbeidsmarktbeleid voor essentiële sectoren,
in lijn met het rapport-Draghi? Op welke manier zal de Minister dit over het voetlicht
brengen in discussies over deze verordening?
De leden van de D66-fractie constateren dat landspecifieke aanbevelingen een prominente
rol zullen krijgen in het beoordelen van de NRPP. Een belangrijke recente landspecifieke
aanbeveling voor Nederland is om bij- en omscholingsmogelijkheden voor iedereen te
versterken via gericht en op maat gesneden arbeidsmarktbeleid. Op welke manier is
de Minister voornemens tegemoet te komen aan deze aanbeveling in het algemeen en specifiek
in het nationale NRPP. Wil de Minister in overweging nemen om bijvoorbeeld een persoonlijk
leerbudget op te stellen, dat iedereen kan aanboren om tijdens het leven bij en om
te scholen?
De leden van de D66-fractie verwelkomen maatregelen die vanuit Europa worden genomen
om te zorgen voor meer betaalbare woningen via het EU Affordable Housing Plan, zoals
het herzien van staatssteunregels voor betaalbare, energiezuinige sociale huisvesting.
Wat zijn de precieze verwachtingen van de Minister over het plan dat verwacht wordt
voor het einde van het jaar gepresenteerd te worden? Graag vernemen voornoemde leden
op welke manier en op welke termijn de Minister actie zal ondernemen om nieuwe regels
toe te passen in de Nederlandse praktijk.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben met veel interesse kennisgenomen van de agenda
van de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 1 december. Deze leden hebben hierover
een aantal vragen aan de Minister.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of zij de mening deelt dat de aanstaande
Europese Unie (EU) Talent Pool in de praktijk een «EU-Tinder voor arbeidsmigranten»
zal worden, waarmee uitzendbureaus en malafide intermediairs uit andere lidstaten
nog makkelijker goedkope arbeidskrachten uit derde landen naar Nederland kunnen halen.
De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Minister kan verantwoorden dat de Europese
Commissie voornemens is de nationale regels rond detachering verder te harmoniseren
of zelfs af te schaffen, terwijl dit volgens deze leden grote risico’s oplevert voor
arbeidsuitbuiting, sociale dumping en oneerlijke concurrentie voor Nederlandse werknemers.
De leden van de PVV-fractie vragen waarom de Minister accepteert dat de EU zich steeds
verder bemoeit met de Nederlandse woningmarkt, terwijl huisvesting volgens deze leden
primair een nationale aangelegenheid is en moet blijven.
Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie of de Minister kan garanderen dat eventuele
EU-wijzigingen in de staatssteunregels niet zullen leiden tot Europese inmenging in
de Nederlandse woningmarkt of tot druk vanuit Brussel om meer middenhuur met overheidssteun
te realiseren.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Kwartaalrapportage: herziening Coördinatieverordening Sociale Zekerheid (883/2004)
De leden van de VVD-fractie constateren dat de onderhandelingen over de herziening
van Verordening 883/2004 al lange tijd voortduren en dat Nederland herhaaldelijk zorgen
heeft geuit over de voorgestelde verruiming van exportmogelijkheden in het werkloosheidshoofdstuk.
Deze leden vragen hoe ver het kabinet bereid is te gaan om dit dossier tegen te houden
indien de uiteindelijke uitkomst van de onderhandelingen niet in lijn blijkt te zijn
met de Nederlandse inzet en belangen. Kan het kabinet uiteenzetten welke scenario’s
zij daarbij voor ogen heeft en welke instrumenten Nederland nog kan inzetten?
Algemene oriëntatie Verordening aanpassing van het Europees Globaliseringsfonds (COM(2025)140)
De leden van de VVD-fractie verzoeken het kabinet toe te lichten hoe vaak Nederland
in de afgelopen jaren gebruik heeft gemaakt van het Europees Globaliseringsfonds (EGF).
Acht het kabinet het fonds succesvol in de Nederlandse context? Zijn er elementen
van het instrument die volgens het kabinet verbeterd kunnen worden? Zo ja, welke?
Algemene oriëntatie wijziging Richtlijn ten behoeve van grenswaarden voor gevaarlijke
stoffen (COM(2025) 418)
De leden van de VVD-fractie vinden het belangrijk dat alle werknemers gezond en veilig
kunnen werken. Tegelijkertijd willen deze leden dat regelgeving over gevaarlijke stoffen
werkbaar blijft voor bedrijven, waaronder het midden- en kleinbedrijf (mkb). Zij vragen
daarom op welke wijze het kabinet het bedrijfsleven, inclusief het mkb, heeft geconsulteerd
bij de bepaling van het Nederlandse standpunt. Wat was de aard van de ontvangen input
en hoe is deze betrokken bij de uiteindelijke inzet?
Voortgangsrapportage EU-Richtlijnvoorstel Gelijke behandeling buiten arbeid (COM(2008)
426)
De leden van de VVD-fractie constateren dat dit dossier al geruime tijd geblokkeerd
is door het ontbreken van unanimiteit. Deze leden vragen welke lidstaten op dit moment
aangeven niet te kunnen instemmen met het voorstel en welke argumenten zij daarvoor
aandragen. Is er zicht op een mogelijk compromis? Zo ja, hoe zou een dergelijk compromis
eruit kunnen zien? Ten slotte vragen deze leden welke meerwaarde deze richtlijn concreet
zou hebben voor Nederland, gelet op het feit dat discriminatie hier al verboden is
en nationale wetten voorzien in de beoogde bescherming.
Beleidsdebat leveren op vereenvoudiging, implementatie en handhaving op het gebied
van sociaal – en werkgelegenheidsbeleid.
De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van vermindering van regeldruk
en uitvoerbare regelgeving. Deze leden vragen daarom welke Europese regels op het
terrein van sociale zaken en werkgelegenheid volgens het kabinet in aanmerking komen
voor vereenvoudiging of mogelijk schrappen. Wordt hier actief op ingezet in Brussel?
Is de Europese Commissie voornemens om binnen deze portefeuille eveneens aandacht
te besteden aan het terugdringen van administratieve lasten en regeldruk? Tot slot
vragen deze leden hoe het kabinet samenwerkt met andere lidstaten om dit onderwerp
op de Europese agenda te zetten.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat het kabinet zorgen heeft geuit
over het risico op oneigenlijke detachering van derdelanders. Kan het kabinet uiteenzetten
welke maatregelen het bij voorkeur getroffen ziet om te waarborgen dat dergelijke
oneigenlijke detachering wordt voorkomen? Daarnaast vragen deze leden ook aan het
kabinet te bevestigen dat als deze waarborgen in het uiteindelijke voorstel onvoldoende
zijn geregeld, Nederland zich zal onthouden van steun en dus niet vóór het voorstel
zal stemmen,
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet aangeeft dat ook buiten
de onderhandelingen over de EU-talentenpool het tegengaan van oneigenlijke detachering
een belangrijke prioriteit voor Nederland is. Kan de Minister aangeven op welke manier
zij dit doen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen, gelet op het aflopen van het huidig
Meerjarig Financieel Kader (MFK) en het van start gaan van de onderhandelingen over
het nieuwe MFK, waarin het Globaliseringsfonds niet is meegenomen, hoe het kabinet
reflecteert op het risico dat de mogelijkheid tot voortzetting van dit fonds in het
nieuwe MFK komt te vervallen. Kan het kabinet aangeven hoe hiermee rekening wordt
gehouden in de Nederlandse positie richting de onderhandelingen over het volgend MFK?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het klopt dat Nederland met de bestaande
nationale grenswaarden meer bescherming aan werknemers biedt door scherpere geformuleerde
grenswaarden dan de voorgestelde nieuwe Europese grenswaarden.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het kabinet kan toezeggen dat het,
waar Nederlandse normen scherper zijn dan de nieuwe Europese minimumwaarden, niet
voornemens is om de nationale beschermingsniveaus te verlagen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet zegt de ambitie va de
Europese Commissie te steunen om de regeldruk te verminderen maar zonder het beschermingsniveau
van werkenden te ondermijnen. Tegelijkertijd wordt er wel gesproken over het afschaffen
en verzwakken van bijvoorbeeld de Anti-wegkijkwet en de doelstellingen van het Europees
Sociaal Fonds+, wat allemaal wel raakt aan de arbeids- en socialezekerheidsrechten
van werkenden. Hoe kijkt het kabinet hiernaar? Kan het kabinet toezeggen niet met
implementatie van vereenvoudiging in te stemmen tot er voldoende waarborg is van de
arbeids- en socialezekerheidsrechten van werkenden? Zo ja, wat verstaat dit kabinet
onder voldoende waarborg? Zo nee, waarom niet?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het kabinet bereid is om op impact
assessments door de Europese Commissie aan te dringen die inzage geven in de potentiële
gevolgen voor werknemers en de samenleving van de verschillende Omnibus dereguleringspakketten.
Als de Europese Commissie weigert om impact assessments te maken, op welke wijze gaat
het kabinet de Kamer dan zelf informeren over de impact die deze dereguleringspakketten
op werknemersbescherming en op ons arbeidsmarktbeleid in Nederland gaat hebben?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe het kabinet kijkt naar de mogelijkheden
om het Europees semester uit te breiden, bijvoorbeeld met data over ongelijkheid in
bezit en rijkdom. Hoe kijkt het kabinet naar de mogelijkheden om het Europees semester
uit te breiden, bijvoorbeeld met data om te analyseren hoe het gaat met de beginselen
van de Europese Pijler van Sociale rechten?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het kabinet kan toelichten hoe de
planning voor de implementatie er nu uitziet, met het oog op de uitspraak van het
Hof van vorige week met betrekking op de Europese richtlijn minimumloon waarmee elke
twijfel over de rechtsgrond is weggenomen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat vakbonden aangeven dat niet
alle in Nederland bestaande uitzonderingen op ons reguliere minimumloon voldoen aan
alle vereisten die de richtlijn aan uitzonderingen stelt (non-discriminatie en evenredigheid,
waaronder een legitiem doel omvattend), waardoor Nederland het risico loopt om deze
EU-wet onjuist te implementeren. Is de Minister bereid om naar deze punten te kijken
met sociale partners, in het kader van de implementatie? Kan het kabinet daarnaast
toelichten of zij voornemens is bij de verdere uitwerking van het implementatie en
actieplan aan te sluiten bij het in de richtlijn opgenomen voorstel voor criteria,
waaronder de veelgenoemde richtlijn van 60% van het mediane loon?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de erkenning van mbo-diploma’s,
zeker in de grensregio’s, een knelpunt blijft terwijl daar juist arbeidsmarkttekorten
bestaan. Hoe kijkt het kabinet aan tegen deze aanhoudende problemen rond wederzijdse
erkenning, en welke stappen zet het kabinet om de mobiliteit van vakmensen daadwerkelijk
te verbeteren?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat bij de behandeling van het agendapunt
«Aanname opinie van het Werkgelegenheidscomité over het verbeteren van de reikwijdte
en relevantie van datacollectie rond sociale dialoog op EU en nationaal niveau», het
kabinet aangeeft in te zetten op het beperkt houden van administratieve lasten. Kan
het kabinet aangeven wat daarmee bedoeld wordt? En wat dit concreet betekent op het
moment dat het kabinet zich ook tegelijkertijd inzet voor het verbeteren en versterken
van datacollectie?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat er een investeringstekort
van 800 miljard euro is om het woningtekort op te lossen in Europa. Hoe kijkt het
kabinet naar de mogelijkheid om de Europese Investeringsbank meer competenties te
geven om hier een rol in te spelen, door publiek en private investeringen aan te trekken?
En wat zouden volgens het kabinet criteria moeten zijn om ervoor te zorgen dat private
investeerders worden aangetrokken die niet enkel torenhoge winst willen maken?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat het Europees Sociaal Fonds
bijdraagt aan het behalen van de sociale 2030-doelen uit de Europese Pijler van Sociale
Rechten. Hoe kijkt het kabinet naar de rol van dit fonds in het realiseren van deze
doelen, en beschouwt het kabinet het wenselijk dat deze 2030-doelen ook in het nieuwe
MFK verankerd blijven met de nodige financiële middelen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de jaarlijkse voortgangsrapportage
dat het Europese sociale acquis positief uitwerkt voor werkenden, de samenleving en
een gelijk speelveld. Onderschrijft de Minister deze conclusie, en zal zij dit standpunt
inbrengen tijdens de EPSCO-Raad?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe het kabinet de mogelijkheden beoordeelt
waarop de EIB kan bijdragen aan een huizenmarkt waar sociale huisvesting, coöperaties
en limited profitmodellen een rol spelen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda en hebben daarbij enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie merken op dat veel gemeenten en arbeidsmarktregio’s gebruik
maken van financiering vanuit het Europees Sociaal Fonds om mensen met een kwetsbare
arbeidsmarktpositie aan het werk te helpen en te houden (door middel van arbeidsmarktinfrastructuurinstrumenten).
Deze leden lezen in het bijbehorende BNC-fiche dat de uitkomst van de onderhandelingen
over het ESF 2028–2034 gevolgen kan hebben de uitvoering en financiering van toekomstige
projecten. Deze leden vragen of de regering zich in gaat zetten om ervoor te zorgen
dat ook in de toekomst arbeidsmarktregio’s en gemeenten kunnen putten uit financiering
uit het ESF. Indien nee, kan de regering aangeven waarom dit geen onderdeel is van
de inzet van de Nederlandse regering.
De leden van de CDA-fractie hebben vernomen in de technische briefing van 20 november
2025 dat de NRPP-plannen samen met medeoverheden en andere betrokkenen worden opgesteld.
Deze leden vragen op welke wijze dit georganiseerd wordt.
De leden van de CDA-fractie maken zich zorgen over de veranderde verantwoordingssystematiek
onder het ESF. De transitie van financiering gebaseerd op daadwerkelijk gemaakte kosten
naar resultaatfinanciering. Dit betekent dat bijvoorbeeld gemeenten aan de lat staan
voor co-financiering en bij toekenning men niet verzekerd is van daadwerkelijk middelen
uit het fonds, omdat men daarvoor afhankelijk is van het al dan niet behalen van de
doelen. Deze leden vragen of er overwogen wordt een landelijk vangnet op te richten
om dit risico te ondervangen. Is dit de daadwerkelijke intentie van de regering en,
indien ja, wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?
De leden van de CDA-fractie hebben enkele vragen ten aanzien van het herzieningsvoorstel
van de Europese Commissie over de coördinatie van Sociale Zekerheidssystemen. Deze
leden vragen waar de regering verwacht dat een mogelijk compromis op uit zou kunnen
komen en wat de gevolgen daarvan zijn voor Nederland. Hiernaast vragen deze leden
ook hoe de regering aankijkt tegen het idee om het voorstel te splitsen in twee delen,
ook wel 4+2 genoemd. Waarbij de twee hoofdstukken waar herhaaldelijk geen overeenkomst
over gevonden kon worden, te weten de export van WW naar een ander land en prior notification
van werkgever aan lidstaat van tewerkstelling bij detachering, zouden worden losgekoppeld
van de overige vier hoofdstukken, teneinde in ieder geval de overige vier hoofdstukken
aangenomen te krijgen.
De leden van de CDA-fractie vragen naar de status van het voorstel van de Europese
Commissie om het mandaat van de Europese Arbeidsauthoriteit (ELA) te herzien. Deze
leden vragen ook wat de inzet van het kabinet is voor deze herziening.
II Antwoord/Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. van der Burg, voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede ondertekenaar
E.E. van den Broek, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.