Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Geannoteerde agenda formele EU Gezondheidsraad d.d. 2 december 2025 (Kamerstuk 21501-31-804)
2025D46870 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over de brief van 11 november 2025 inzake de Geannoteerde agenda
formele EU Gezondheidsraad d.d. 2 december 2025 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 804), de brief van 10 september 2025 inzake het Verslag van een schriftelijk overleg
over o.a. de EU-Gezondheidsraad van 20 juni 2025 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 798), de brief van 12 september 2025 inzake Fiche: EU-strategie borgen beschikbaarheid
medische tegenmaatregelen ter versterking crisisparaatheid en gezondheidsbeveiliging
(Kamerstuk 22 112, nr. 4161), de brief van 29 augustus 2025 inzake Fiche: Omnibus VI – vereenvoudiging eisen
en procedures chemische producten (Kamerstuk 22 112, nr. 4115), de brief van 11 november 2025 inzake Onderhandelingen Verordening Kritieke Geneesmiddelen
(Critical Medicines Act) (Kamerstuk 36 365, nr. 7) en de brief van 13 november 2025 inzake Verslag informele EU Gezondheidsraad 16 september
2025 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 805).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Meijerink
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Forum voor Democratie-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de formele EU-Gezondheidsraad en hebben hierover enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de D66-fractie vragen hoe de Nederlandse vertegenwoordiging zich ervoor
inzet dat strategische onafhankelijkheid in de Europese medicijnproductie voldoende
prioriteit krijgt binnen de herziening van de Europese geneesmiddelenwetgeving, en
op welke wijze wordt geborgd dat deze inzet goed aansluit op het voorstel voor de
Verordening Kritieke Geneesmiddelen (CMA). Zij verzoeken het kabinet toe te lichten
hoe deze samenhang concreet wordt geborgd via de Nederlandse inzet in de Raad.
Met betrekking tot het pandemieverdrag en het PABS-systeem vragen de leden van de
D66-fractie hoe de ambities rondom internationale paraatheid zich verhouden tot het
reduceren van nationale middelen voor pandemische paraatheid. Daarbij vragen deze
leden ook of het kabinet, in het licht van de internationale onderhandelingen, voornemens
is om de Nederlandse laboratorium- en surveillancecapaciteit verder te versterken.
Ten aanzien van de terugkoppeling van de 11e sessie van de WHO Framework Convention on Tobacco Control, vragen de leden van de
D66-fractie of het kabinet kan verantwoorden dat Nederland op dit moment nationaal
voldoende doet om de ambitie waar te maken die het in EU-verband uitdraagt, met het
oog op de inzet richting een rookvrije generatie en de discussies over maatregelen
binnen COP11.
Daarnaast vragen deze leden, in het kader van het door Nederland in te brengen standpunt
over een EU-strategie voor klimaat en gezondheid, met welk mandaat de Nederlandse
vertegenwoordiging deze discussie in de Raad voert. Zij verzoeken het kabinet ook
te verduidelijken of Nederland daarbij expliciet inzet op een verdere verhoging van
de Europese ambitie op het terrein van klimaat en gezondheid.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben in aanloop naar de Formele EU-Gezondheidsraad d.d. 2 december
2025 nog enkele vragen en opmerkingen. De leden benaderen de strategie vanuit het
belang van nationale soevereiniteit, budgettaire autonomie en nationale regie over
gezondheidscrises.
Allereerst hebben deze leden vragen en opmerkingen aangaande het Fiche: «EU-strategie
borgen beschikbaarheid medische tegenmaatregelen ter versterking crisisparaatheid
en gezondheidsbeveiligingen».
De strategie bevat vergaande EU-initiatieven zoals een EU-breed gezondheidsinlichtingenplatform,
een EU-lijst van medische tegenmaatregelen, gezamenlijke aanbestedingen, noodvoorraden
onder EU-regie en uitbreiding van civiel-militaire samenwerking. Hoe waarborgt het
kabinet dat gezondheidszorg en crisisrespons primair nationale bevoegdheden blijven
en dat deze strategie niet leidt tot sluipende bevoegdheidsuitbreiding naar de EU?
Kan het kabinet toelichten welke onderdelen van de strategie mogelijk wél in de richting
van gedeelde of exclusieve EU-bevoegdheid bewegen? Hoe gaat de civiel-militaire samenwerking
er voor Nederland exact uitzien? Welke verplichtingen betreft dit voor Nederland?
Graag een uitgebreide toelichting hierop, aangaande materieel, infrastructuur en personeel.
Het fiche erkent dat financiering na 2026 onduidelijk is en dat veel acties afhankelijk
zijn van toekomstige MFK-besluiten. Kan het kabinet bevestigen dat deze strategie
beleidsmatig al richting geeft, terwijl financiële verplichtingen pas zichtbaar worden
in het nieuwe MFK? Is Nederland bereid om geen nieuwe verplichtingen te accepteren
totdat financiering, uitvoerbaarheid en impact volledig inzichtelijk zijn?
De strategie breidt gezamenlijke EU-inkoop en crisisaanbestedingen verder uit. Hoe
voorkomt het kabinet verlies van nationale flexibiliteit bij urgente medische inkopen,
gezien de eerdere ervaringen met trage en bureaucratische EU-processen tijdens COVID-19?
Kan het kabinet garanderen dat Nederland te allen tijde zelfstandig medische middelen
kan inkopen, ook wanneer een EU-noodmechanisme is geactiveerd?
Het fiche waarschuwt voor risico’s van EU-voorraden voor nationale beschikbaarheid,
vooral bij dual-use producten zoals antibiotica, PBM en diagnostiek. Hoe wordt voorkomen
dat EU-noodvoorraden leiden tot marktdruk of tekorten in de nationale zorgketens?
Is Nederland bereid voor EU-verplichtingen te gaan liggen indien deze nationale voorraden
of zorglogistiek schaden?
De strategie omvat een nieuwe EU-IT-structuur voor gezondheidsinlichtingen, toeleveringsketens
en vroegdetectie. Welke data is Nederland verplicht aan te leveren, en heeft Nederland
zeggenschap over uitbreiding van dataverzameling? Hoe voorkomt het kabinet dat EU-sturing
op «gezondheidsinformatie» of «desinformatiebestrijding» leidt tot inmenging in nationale
communicatie en publieke debat?
Ook hebben de leden van de PVV-fractie nog enkele vragen en opmerkingen over het onderhandelingsmandaat
voor de Verordening Kritieke Geneesmiddelen. Genoemde leden vragen zich af welke geneesmiddelen
volgens de Minister onder de definitie van «geneesmiddelen van gemeenschappelijk belang»
vallen? Hoe beoordeelt de Minister de afbakening van deze categorie in het Commissievoorstel
en in het onderhandelingsmandaat van de Raad? Hoe beoordeelt de Minister de aanbestedingscriteria
van de Europese Commissie zoals leveringszekerheid en geografische spreiding? Is er
zicht op hoe dit er in de praktijk gaat uitzien? Graag nadere uitleg. Is het kabinet
bereid om de prijs minder zwaar te laten meewegen, zoals voorgesteld door de Commissie?
Indien ja, hoe weegt de Minister dit tegen het nationale beleid met sluisgeneesmiddelen?
Hoe staat de Minister tegenover het voorstel om deelname aan nooddistributie van kritieke
geneesmiddelen vrijwillig te maken? Wat gaat de inzet van Nederland worden ten aanzien
van nooddistributie? Hoe beoordeelt de Minister het voorstel van EP-rapporteur Sokol
voor een bindend coördinatiemechanisme voor tekorten? Kan de Minister genoemde leden
inzicht geven wie verantwoordelijk is voor de financiering van nooddistributie van
kritieke geneesmiddelen? Wat gaan de financiële gevolgen voor Nederland zijn van bovengenoemde
voorstellen?
Ten aanzien van de maatregelen voor tabaksontmoediging, lezen de leden van de PVV-fractie
dat de Commissie voorstelt dat 15% van de tabaksaccijns rechtstreeks wordt afgedragen
aan de Europese begroting. Dit zou jaarlijks 11 tot 14 miljard euro opleveren. Erkent
het kabinet dat dit een stap richting eigenstandige EU-belastingen is? Op welke manier
denkt het kabinet dat het Nederlandse parlement nog het budgetrecht kan blijven uitoefenen
wanneer de EU zelfstandig belastinginkomsten kan genereren, terwijl het Europees Parlement
geen directe democratische legitimiteit heeft voor dergelijke belastingen? Erkent
het kabinet dat dit voorstel feitelijk betekent dat de EU zich een deel van de nationale
belastinggrondslag toe-eigent? Hoeveel bedraagt dit voor Nederland? Wat is de Nederlandse
inzet bij de onderhandelingen over het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging?
Hoe verhoudt zich dit tot de Europese inzet? Hoe beoordeelt de Minister de noodzaak
tot herziening van de Tabaksproductenrichtlijn en Tabaksreclamerichtlijn?
De Kamer is op 11 november jl. op de hoogte gesteld van de voorlopige punten van de
formele EU Gezondheidsraad van 02 december 2025. De leden van de PVV-fractie vinden
dit rijkelijk laat gezien de datum van inbreng van dit verslag. Zeker gezien er op
het moment van schrijven nog geen achterliggende stukken beschikbaar zijn. Is de Minister
bereid om in de Europese raad bespreekbaar te maken de lidstaten eerder en completer
te informeren over de agendapunten van de Gezondheidsraden? De leden zien de beantwoording
graag voor donderdag 20 november 2025 tegemoet en vragen het kabinet expliciet in
te gaan op de gevolgen voor soevereiniteit, democratische controle en nationale crisisbeheersing.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Geannoteerde
Agenda van de Formele EU-Gezondheidsraad d.d. 2 december 2025. Zij hebben daarover
nog een enkele vraag.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de prioritering van strategische projecten niet
ten koste mag gaan van of op gespannen voet mag komen te staan met de wettelijke taken
en bevoegdheden van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Kan de Minister toelichten
op welke manier hij dit terechte uitgangspunt wil waarborgen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
voorliggende stukken over de EU-Gezondheidsraad van 2 december aanstaande. Zij hebben
hier nog enkele vragen en opmerkingen over.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het een positieve zaak dat het Deense
voorzitterschap vaart heeft gezet op de Verordening Kritieke Geneesmiddelen (CMA)
en de ambitie heeft om eind 2025 tot een compromis in de Raad te komen. Het is wat
de betreffende leden betreft namelijk van groot belang dat Europa voor medicijnen
minder afhankelijk wordt van afzonderlijke leveranciers en derde landen, zeker gezien
de oorzaak van de tekorten volgens de Europese Commissie voor de helft te maken hebben
met tekorten in Europa aan geschikte werkzame stoffen (API’s). Urgentie is dan ook
op zijn plaats. Deelt de Minister deze opvatting en verwacht de Minister dat de Deense
ambitie nog realistisch is en behaald kan worden? Wanneer wordt de Critical Medicines
Coordination Group (CMCG) opgericht en welke rol zal Nederland daarin innemen?
Daarnaast hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog enkele vragen over de
bereikte vorderingen op de informele EU-Gezondheidsraad in Kopenhagen van 16 september jl. De betreffende leden vroegen in aanloop naar
de Raad, waar Anti-Microbiële Resistentie (AMR) op de agenda stond, welke lessen de
Minister overneemt van Denemarken om verantwoord om te gaan met het gebruik van antimicrobiële
middelen. De Minister gaf in de beantwoording aan dat we kunnen leren van de Deense
ervaringen met de inzet van nieuwe inkoopsamenwerkingen, in hun geval met Noorwegen
en IJsland, om samen antibiotica in te kopen. Daardoor kan er wellicht nog gerichter
worden voorgeschreven, wat bijdraagt aan het voorkomen van resistentie. Heeft de Minister
deze gesprekken met Denemarken gevoerd? Wat waren hier de uitkomsten van en welke
stappen kunnen in Nederland gezet worden om best practices van Denemarken over te
nemen? En wat doet Nederland concreet om de doelstelling te behalen om het antibioticumgebruik
met 3% terug te dringen in 2030 ten opzichte van 2019?
Ook hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog enkele vragen over de inzet
in Europees verband op het gebied van klimaat en gezondheid. De leden achten het van
groot belang dat Nederland zich inzet om hier een breed gedragen strategie op te ontwikkelen,
zeker aangezien er momenteel gebrek is aan een EU-strategie op dit vlak. Zoals de
Minister zelf aangeeft is een toegewijde en gecoördineerde EU-inzet op klimaat en
gezondheid noodzakelijk voor een weerbaar, competitief en invloedrijk Europa, zeker
aangezien gezondheid een van de vijf sectoren is die het meeste risico lopen door
klimaatverandering. Kan de Minister nader ingaan op de inzet van Nederland op dit
onderwerp? Wat is de verwachte steun op het diversenpunt dat Nederland zal inbrengen
om steun te genereren onder EU-lidstaten voor een verzoek aan de Commissie om een
Europese strategie te ontwikkelen? Hoe kan het dat de oproep van Nederland van november
2023 op dit punt tot op heden nog geen vervolg heeft gekregen? Kan de Minister toezeggen
dat hij zich tot het uiterste zal inzetten om dit vervolg wel af te dwingen, gezien
de mogelijk grote implicaties als Europa hier geen leiderschap in neemt?
Tot slot lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat de Minister op de Gezondheidsraad
de terugkoppeling ontvangt van de Commissie van de 11e sessie van de Conferentie van Partijen (COP) van de FCTC, het WHO-kaderverdrag inzake
tabaksontmoediging. Hoe zijn deze onderhandelingen verlopen? Hoe staat het met de
herziening van de verschillende Tabaksrichtlijnen, met name in het licht van het verminderen
van de toegankelijkheid van nieuwe tabaks- en nicotineproducten, zoals vapes, voor
jongeren? Het baart de leden zorgen dat Nederland zich weliswaar inzet om een rookvrije
generatie in 2040 te bereiken, maar dat de lidstaten binnen de EU verdeeld zijn over
de gezamenlijke inzet. Kan de Minister nader toelichten op welke manier Nederland
zich inzet om een meer gezamenlijke inzet te bevorderen en meer overeenstemming te
bereiken tussen de lidstaten? Op welke manier wordt daarnaast inzet gepleegd op strengere
regels voor vapes, met name de vele smaakjes waardoor jongeren sneller verslaafd raken?
Deelt de Minister de opvatting dat een Europees smaakjesverbod een effectieve maatregel
is om het aantal vapes met smaakjes (in Nederland) terug te dringen en zo ja, welke
inzet is hij bereid daarop te doen bij andere lidstaten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Forum voor Democratie-fractie
De leden van de Forum voor Democratie-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de formele EU-Gezondheidsraad van 2 december 2025 en hebben hier nog enkele
vragen over en opmerkingen bij.
De onderhandelingen over het pandemieverdrag zijn afgerond. Is al bekend wanneer dit
verdrag in werking zal treden? Het pandemieverdrag zal, lezen deze leden, via een
uitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsprocedure worden voorgelegd aan de Staten-Generaal.
Betekent dit ook dat het pandemieverdrag, voor Nederland, pas in werking zal treden
nadat de Staten-Generaal ermee heeft ingestemd? Of zal dit pandemieverdrag, net zoals
destijds het EU-associatieverdrag met Oekraïne, na afronding «voorlopig», dus nog
voordat de Staten-Generaal het geratificeerd heeft, alvast worden toegepast? Tot slot,
hoe staat het met de uitvoering van de brief van het lid Van Houwelingen van 21 juni
2023 (Kamerstuk 23 908-(R1519), nr. 163) waarin leden van de Tweede Kamer verzoeken om de op 28 mei 2022 door de WHO aangenomen
wijzigingen van de Internationale Gezondheidsregeling voor uitdrukkelijke goedkeuring
aan de Kamer voor te leggen? Wanneer zal, naar verwachting, het hiervoor noodzakelijke
wetsvoorstel door de regering naar de Kamer worden gestuurd?
In de geannoteerde agenda wordt gesproken over een «EU strategie op klimaat en gezondheid»
en een «EU agenda op klimaat en gezondheid». Is het kabinet van mening dat klimaatverandering
een bedreiging is voor de volksgezondheid? Zo ja, waarom? Is het kabinet bijvoorbeeld
bekend met dit artikel in The Lancet waaruit blijkt dat er in Europese steden bijna
tien keer meer inwoners sterven door kou dan door hitte (The Lancet, 2 juli 2024,
«Excess mortality attributed to heat and cold: a health impact assessment study in
854 cities in Europe»)? Zou dit niet logischerwijs betekenen dat een mogelijke stijging
van de gemiddelde temperatuur een «klimaatsverandering» zou zijn die per saldo gunstig
uitpakt voor de volksgezondheid?
Is de Minister ermee bekend dat zijn ambtsvoorganger in een debat heeft erkend dat
artsen die van mening zijn dat er geen verband is tussen klimaatverandering en (meer)
gezondheidsproblemen en daar, als onderdeel van het publieke debat, uiting aan geven
(en die zijn er weten de leden van de Forum voor Democratie-fractie), vervolgens kunnen
worden vervolgd (op basis van de KNMG-gedragscode) door de Gezondheidsinspectie? Vindt
de Minister het wenselijk dat artsen die, op basis van hun expertise, een ander gezichtspunt
etaleren over de relatie tussen klimaatverandering en volksgezondheid dan de KNMG,
hiervoor vervolgd kunnen worden door de Gezondheidsinspectie (zoals door Minister
Agema gesteld tijdens het tweeminutendebat Goed bestuur en toezicht in de zorg (+IGJ
en Zorgfraude) op 21 mei 2025)? Indien de Minister dit een probleem vindt, wat gaat
hij hier dan aan doen? Indien de Minister dit net zoals zijn ambtsvoorganger geen
probleem vindt, hoe kan hij er dan zo zeker van zijn dat er een relatie is tussen
klimaatverandering en gezondheidsproblemen als artsen, als deskundigen, als experts
die daar anders over denken de mond worden gesnoerd door de Gezondheidsinspectie?
Dan is er immers toch niet langer een «wetenschappelijke consensus»1 maar met een door de staat opgelegde en met boetes en straf afgedwongen «geconstrueerde
consensus», een «consensus» die dus niets meer met wetenschap of waarheid te maken
heeft? Of ziet de Minister dit wellicht anders?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de stukken met betrekking tot
de formele EU-Gezondheidsraad d.d. 2 december 2025. De leden hebben geen vragen aan
de Minister.
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
S.F.F. Meijer, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.