Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 800 XX Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2026
Nr. 7
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 14 november 2025
De vaste commissie voor Asiel en Migratie, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 2 oktober 2025 voorgelegd aan de Ministers van Asiel en Migratie
en voor Asiel en Migratie. Bij brief van 12 november 2025 zijn ze door de Ministers
van Asiel en Migratie en voor Asiel en Migratie beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Vijlbrief
Adjunct-griffier van de commissie, Nouse
Vragen en antwoorden
Vraag (1):
Hoe verklaart u de kostendaling waarbij vanaf 2029 miljarden worden bespaard op de
asielketen ten opzichte van de asielinstroom die volgens de prognoses niet daalt?
Antwoord:
De inzet van het kabinet is gericht op het verlagen van de asielinstroom. Daartoe
zijn de Asielnoodmaatregelenwet en het Tweestatusstelsel ingediend. Het kabinet verwacht
dat deze maatregelen in combinatie met het Migratiepact op termijn zullen leiden tot
een lagere instroom, minder opvangbehoefte en daarmee een kostendaling binnen de asielketen.
De asielinstroom wordt jaarlijks geprognosticeerd met de Meerjaren Productie Prognose
(MPP). In de huidige prognoses is het effect van de instroomverlagende maatregelen
nog niet meegenomen. Daarom heeft het kabinet bij Voorjaarsnota 2025 de benodigde
middelen voor de asielketen – met uitzondering van de structurele verwerking IND –
bijgesteld op basis van de MPP tot en met 2026.
Bij voorjaarsnota 2026 zal opnieuw worden bezien hoe de asielinstroom zich verhoudt
tot de prognoses en welke middelen daarvoor nodig zijn.
Vraag (2):
Kunt u alle maatregelen binnen de asielprocedure opnoemen die ervoor moeten zorgen
dat het Nederlandse inwilligingspercentage zal dalen?
Antwoord:
Het kabinet stuurt niet op het inwilligingspercentage als zodanig binnen de asielprocedure.
Wel stuurt het kabinet erop dat de asielprocedure en asielbeoordeling in Nederland
niet onnodig aantrekkelijker is dan in andere EU-landen. Met het oog daarop heeft
in 2024 een aanpassing plaatsgevonden in de geloofwaardigheidsbeoordeling van het
asielrelaas en de weging van de geloofwaardig geachte feiten en omstandigheden. Ook
geldt er zoals uw Kamer bekend is een nieuwe inrichting van het asiellandenbeleid.
In de wetsvoorstellen Asielnoodmaatregelenwet en Invoering tweestatusstelsel worden
meerdere aanpassingen doorgevoerd waarmee Nederland verder teruggaat naar de EU-minimumstandaarden,
in het bijzonder waar het nareis betreft en de afschaffing van de asielvergunning
voor onbepaalde tijd. Ditzelfde uitgangspunt is leidend bij de invoering van het EU
Asiel- en migratiepact.
Vraag (3):
Kunt u een opsomming geven van alle wetsvoorstellen en maatregelen die op de plank
liggen om op te treden tegen overlastgevende en criminele asielzoekers?
Antwoord:
Het Rijk en de gemeenten hebben hun krachten gebundeld in een overkoepelende aanpak
die zowel landelijke als lokale maatregelen omvat, met als doel overlastgevend en
crimineel gedrag door asielzoekers te verminderen en aan te pakken. De landelijke
maatregelen zijn te onderscheiden in vier pijlers: snel beslissen in de asielprocedure,
maatwerk bieden in de opvang, lik-op-stuk beleid toepassen in de openbare ruimte en
inzetten op terugkeer. Tegelijkertijd blijft het van belang om de instroom te verminderen
en het asielsysteem te ontlasten. Zie voor de voortgang van deze maatregelen de brief
van 5 september 2025 (Kamerstukken 19 637, nr. 3469). Daarnaast zet het kabinet nu in op de asielnoodmaatregelenwet, met als onderdeel
daarvan het verruimen van de mogelijkheden tot ongewenst verklaring. Daarnaast zal
het EU Asiel- en migratiepact naar verwachting voor een beter beheer van migratie
gaan zorgen. Kern van het pact is het versterken van de Europese buitengrenzen door
het invoeren van een screening van vreemdelingen en een versnelde grensprocedure voor
asielzoekers die afkomstig zijn uit landen met weinig perspectief op verblijf, zodat
de vreemdeling die geen recht heeft op bescherming het grondgebied snel kan verlaten
om terug te keren naar land van herkomst. Op die manier draagt het Europese Asiel-
en Migratiepact ook bij aan het voorkomen van overlast en criminaliteit
Vraag (4):
Kunt u een prognose geven van het aantal locaties van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
(COA) in 2026 t/m 2029?
Antwoord:
Er zijn op dit moment 315 COA-locaties waarin ca. 78.000 personen worden opgevangen,
waarvan ca. 18.000 statushouders (peildatum 20 oktober 2025 – COA – Capaciteit en
bezetting | www.coa.nl). In de eerste maanden van 2025 is de eerste asielinstroom lager dan in voorgaande
prognoses (2024-II) is voorzien. In de meest recente MPP zijn de prognoses voor 2025
en 2026 naar beneden bijgesteld ten opzichte van die laatste prognose.
Het kabinet zet in op het beperken van de instroom als ook het stimuleren van de uitstroom
van statushouders uit de opvang. De prognoses uit de MPP 2025 zijn gebaseerd op de
op dit moment beschikbare informatie en onderliggende kaders. Op het moment van het
opstellen van de MPP 2025 werkt de keten aan de voorbereiding van de implementatie
van nieuwe wetgeving (EU Asielen migratiepact, de Asielnoodmaatregelenwet, de wet
Tweestatusstelsel en wet Terugkeer en vreemdelingenbewaring). Keteneffecten hiervan
zijn in deze MPP nog niet meegenomen, maar zullen mogelijk wel effect hebben binnen
het tijdsbestek waar de MPP betrekking op heeft. Om die reden is ondanks het verwachte
lager aantal eerste asielaanvragen de verwachting dat de COA-bezetting de komende
jaren verder toeneemt. Vanwege de hoge mate van onzekerheid in de MPP is ervoor gekozen
om de COA capaciteitsbehoefte enkel voor 2026 vast te stellen en voor 2027 de volgende
MPP af te wachten. De totale capaciteitsbehoefte stijgt naar 88.000 opvangplekken
op 1 januari 2027. Hoe dit zich vertaalt naar het aantal locaties dat het COA tussen
2026 en 2029 nodig heeft, is niet op voorhand te zeggen
Vraag (5):
Kunt u een overzicht geven van alle COA-locaties op dit moment?
Antwoord:
Via de website van het COA is de gevraagde informatie te vinden (https://www.coa.nl/nl/locatiezoeker). Deze informatie wordt wekelijks geactualiseerd. Gezien de snelheid waarmee de gevraagde
informatie kan wijzigen is het raadzaam de gepubliceerde informatie aan te houden.
Vraag (6):
Kunt u een overzicht geven van hoeveel mensen er per COA-locatie gehuisvest worden,
of dit mannen, vrouwen en/of kinderen zijn en wat daarvan de afkomst is?
Antwoord:
Via de website van het COA is alle gevraagde informatie te vinden. Zowel het aantal
COA-locaties (https://www.coa.nl/nl/locatiezoeker) alsook statistieken over de samenstelling van COA-bewoners (https://www.coa.nl/nl/lijst/personen-de-opvang-van-het-coa). Deze informatie wordt wekelijks geactualiseerd. Gezien de snelheid waarmee de gevraagde
informatie kan wijzigen is het raadzaam de gepubliceerde informatie aan te houden.
Vraag (7):
Wat is uw verwachting voor het aantal terugkeerders naar Syrië in 2026?
Antwoord:
Tot 1 oktober zijn in 2025 720 personen vrijwillig met ondersteuning van de Dienst
Terugkeer en Vertrek (DTenV) teruggekeerd naar Syrië. De bereidheid van Syriërs om
vrijwillig terug te keren wordt beïnvloed door verschillende factoren, waaronder de
veiligheidssituatie en de humanitaire omstandigheden in Syrië. Gedwongen terugkeer
naar Syrië vindt momenteel niet plaats. De cijfers over terugkeer worden maandelijks
gepubliceerd op de website van de DTenV.
De verwachte terugkeer in 2026 hangt samen met het landenbeleid, bijkomende beslissingen
op asielaanvragen en ontwikkelingen in de samenwerking met de Syrische autoriteiten.
Die optelsom aan factoren maakt het op dit moment niet goed mogelijk een verwachting
uit te spreken over het totaal aantal personen dat in 2026 terugkeert naar Syrië.
Vraag (8):
Op welke manier spant u zich in om Syriërs vrijwillig terug te laten keren?
Antwoord:
Reeds na de val van het regime van Assad meldden zich Syriërs bij de Dienst Terugkeer
en Vertrek (DTenV) voor ondersteuning bij terugkeer. Met de hulp van de DTenV zijn
tussen de val van Assad en 1 oktober 720 personen teruggekeerd naar Syrië. Naast het
bieden van praktische hulp door het boeken en financieren van vluchten en ondersteuning
bij het verkrijgen van vervangende reisdocumenten, biedt de DTenV ook herintegratieondersteuning.
Recentelijk, op 16 september jl., heeft de DTenV een charter georganiseerd waarmee
ruim 80 personen zijn teruggekeerd. Samen met Buitenlandse Zaken zet ik, met het oog
op gedwongen vertrek, in op het versterken van de diplomatieke betrekkingen met de
Syrische autoriteiten en het ondersteunen bij de capaciteitsopbouw van de migratieketen
in Syrië. Ook is er aandacht voor het verbeteren van de situatie in Syrië om duurzame
terugkeer te bevorderen. Daarnaast ben ik bezig met een pakket aan maatregelen om
de terugkeer naar Syrië te stimuleren, waaronder een verhoging van de herintegratieondersteuning
naar € 5.000. In mijn brief van 21 oktober jl. heb ik uw Kamer hierover geïnformeerd.
Vraag (9):
Hoeveel asielzoekers/statushouders zijn er in 2025 uitgezet nadat zij veroordeeld
zijn voor een strafbaar feit?
Antwoord:
Asielzoekers of statushouders kunnen pas uitgezet worden nadat de asielaanvraag is
afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken en er geen rechtmatig verblijf
meer is.
Vreemdelingen die zich niet rechtmatig in Nederland bevinden en in aanraking komen
met het strafrecht worden door de strafrechtketen overgedragen aan DTenV conform de
afspraken in de ketenprocesbeschrijving Vreemdelingen in de Strafrechtketen (VRIS).1
DTenV registreert niet of vreemdelingen een asielprocedure hebben doorlopen of eerder
een verblijfsvergunning hebben gehad.
Het uitgangspunt is vanzelfsprekend dat in al deze zaken wordt gewerkt aan terugkeer.
Waar mogelijk vertrekken zij aansluitend op hun straf uit Nederland. Uit de caseload
van DTenV zijn in 2025 tot en met september 650 vreemdelingen in de strafrechtketen
(VRIS-ers) aantoonbaar vertrokken, waarvan 600 gedwongen en 50 zelfstandig. 180 VRIS-ers
zijn met onbekende bestemming vertrokken.
Bron: DTenV (cijfers afgerond op tientallen)
Vraag (10):
Hoeveel asielzoekers/statushouders zijn er in 2025 uitgezet nadat zij terugkeerden
(voor bijvoorbeeld een vakantie) naar het land van herkomst?
Antwoord:
In 2025 tot en met september is van ca. 10 vreemdelingen de asielvergunning ingetrokken
omdat zij tijdelijk zijn teruggegaan naar het land van herkomst. Inmiddels hebben
ca. 5 personen Nederland verlaten. In alle gevallen betrof dit zelfstandig vertrek.
Er zijn geen cijfermatige gegevens beschikbaar over het aantal vreemdelingen dat nog
tijdens de asielprocedure tijdelijk is teruggegaan naar het land van herkomst en om
die reden Nederland al dan niet gedwongen heeft moeten verlaten. Tijdelijk verblijf
in het land van herkomst gedurende de asielprocedure kan wel een weigeringsgrond voor
asiel zijn, maar dit dient ingevolge jurisprudentie onderbouwd te worden en meegewogen
worden in de bredere beoordeling binnen de asielprocedure.
Vraag (11):
Hoeveel opvangplekken beheert het COA per 1 januari 2025 en per 1 juli 2025, uitgesplitst
naar reguliere plekken, noodopvang en amv-plekken?
Antwoord:
Het COA beheert per 1 januari 2025 69.630 plekken uitgesplitst naar:
Reguliere plekken 35.140
Noodopvang 29.790
Reguliere amv plekken 2.160
Noodopvang amv plekken 2.540
Het COA beheert per 1 juli 2025 72.390 plekken uitgesplitst naar:
Reguliere plekken 38.020
Noodopvang 29.700
Reguliere amv plekken 2.400
Noodopvang amv plekken 2.270
Bron: COA, afgerond op tientallen (peildatum: 14 oktober 2025)
Vraag (12):
Hoeveel middelen zijn er in 2025 geoormerkt voor de opvang en begeleiding van kinderen
in de asielopvang en hoe wordt dit besteed in reguliere opvanglocaties versus noodopvang?
Antwoord:
Het COA en Stichting Nidos delen de verantwoordelijkheid voor de opvang en begeleiding
van kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) in de asielopvang.
Kinderen in gezinnen en amv ouder dan 15 jaar verblijven bij het COA. Indien amv een
verblijfsvergunning krijgen dan stromen zij in principe door naar kleinschalige opvang
van Nidos. Is de asielaanvraag afgewezen of de procedure verlengd, dan verhuizen de
minderjarige asielzoekers naar een kleine woonvoorziening van het COA voor 14 tot
18 jongeren.
Er wordt voor het COA geen afzonderlijke oormerking gehanteerd voor de opvang en begeleiding
van kinderen. Binnen het kader van het COA wordt voorzien in de kosten voor de begeleiding
en opvang van kinderen.
Voor stichting Nidos is op de Rijksbegroting een bedrag beschikbaar van € 431,6mln.
Nidos heeft voor 2025 een begroting ingediend waarbij € 113,8mln wordt besteed aan
begeleidingskosten en € 313,2mln zal worden besteed aan de opvang. De werkelijke besteding
van deze middelen kan echter afwijken door bijvoorbeeld een hogere of lagere asielinstroom.
Vraag (13):
Hoeveel dwangsommen voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden er in
2025 uitgekeerd?
Antwoord:
De IND heeft t/m september 2025 ongeveer € 48,1 miljoen aan dwangsommen uitgekeerd.
Hoeveel de IND in de laatste drie maanden van 2025 nog aan dwangsommen zal uitkeren,
is mede afhankelijk van het aantal dwangsomzaken dat door de rechtbank afgehandeld
worden. Dat is op voorhand niet met zekerheid te zeggen.
Vraag (14):
Hoeveel asielvergunningen worden er in 2025 ingetrokken wegens reizen naar het land
van herkomst, uitgesplitst per nationaliteit?
Antwoord:
In 2025 zijn ca 10 asielvergunningen voor bepaald tijd ingetrokken omdat men is gereisd
naar het land van herkomst. Dit betreft ca 5 vreemdelingen met de Syrische nationaliteit
en daarnaast vreemdelingen met de Indonesische, Iraakse, Iraanse en Jemenitische nationaliteit.
Bron: IND, afgerond op vijftallen
Vraag (15):
Hoeveel aanvragen voor de Europese Blauwe Kaart en de nationale kennismigrantenregeling
worden in 2025 ingewilligd?
Antwoord:
Tot 1 oktober 2025 zijn er 460 verblijfsvergunningen verleend op grond van de Europese
blauwe kaart (Richtlijn (EU) 2021/1883) en 11.050 verblijfsvergunningen verleend op
grond van de nationale kennismigrantenregeling.
In 2024 zijn dit respectievelijk 450 en 16.670 verblijfsvergunningen geweest.
Deze cijfers zijn het totaal aantal ingewilligde verblijfsaanvragen, inclusief de
ingewilligde aanvragen wijziging beperking naar deze verblijfsdoelen.
Bron: IND, cijfers afgerond op tientallen.
Vraag (16):
Hoeveel aanvragen voor verblijfsvergunningen op grond van het Turks Associatieverdrag
zijn er in 2024 binnengekomen? Hoeveel aanvragen zijn er voor dit type verblijfsvergunning
tot 1 september 2025 binnengekomen?
Antwoord:
De IND kan systeemtechnisch niet afdoende betrouwbaar verbijzonderen bij hoeveel individuele
verblijfsaanvragen verblijfsrecht aan het Turks Associatierecht is ontleend of kon
worden ontleend. Er bestaat namelijk geen verblijfsdocument waarop specifiek staat
weergegeven dat verblijfsrecht aan het Turks Associatierecht wordt ontleend. Toetsing
aan het Turks Associatierecht vindt, indien daartoe in een individuele zaak aanleiding
bestaat, ambtshalve plaats als onderdeel van de inhoudelijke beoordeling van een verblijfsaanvraag
voor een van de verblijfsdoelen die de regelgeving kent.
Vraag (17):
Hoeveel aanvragen voor verblijfsvergunningen op grond van de Europa-route zijn er
in 2024 binnengekomen? Hoeveel aanvragen zijn er voor dit type verblijfsvergunning
tot 1 september 2025 binnengekomen?
Antwoord:
In 2024 zijn er 570 aanvragen voor een verblijfsvergunning op grond van de Europa-route
ontvangen. Tot 1 september 2025 zijn er 410 aanvragen voor dit type verblijfsvergunning
ontvangen.
Bron: IND, cijfers afgerond op tientallen.
Vraag (18):
Hoeveel verblijfsvergunningen «asiel voor bepaalde tijd» zijn in 2024 ingetrokken?
Antwoord:
In 2024 zijn in totaal 110 asielvergunningen voor bepaalde tijd ingetrokken.
Bron: IND, afgerond op tientallen
Vraag (19):
Hoeveel asielzoekers zijn tegen de intrekking van hun verblijfsvergunning in 2024
in beroep gegaan?
Antwoord:
Het aantal asielzoekers dat in beroep is gegaan tegen de intrekking van de verblijfsvergunning
kan niet worden ontleend aan de informatiesystemen van de Rechtspraak omdat deze informatie
niet op gestructureerde wijze wordt geregistreerd.
Vraag (20):
Hoeveel verblijfsvergunning regulier zijn in 2024 ingetrokken?
Antwoord:
In 2024 zijn in totaal 15.220 reguliere verblijfsvergunningen ingetrokken.
De IND kan een reguliere verblijfsvergunning om diverse redenen intrekken.1 Dit kan
onder andere zijn omdat iemand een beroep op de bijstand doet, iemand niet langer
voldoet aan de voorwaarden van een verblijfsvergunning of als iemand Nederland verlaat
voordat de verblijfsvergunning is verlopen.
Vanwege technische redenen is het niet mogelijk cijfers te genereren op basis van
welke gronden de verblijfsvergunningen regulier zijn ingetrokken.
Bron: IND. Cijfers afgerond op tientallen.
Vraag (21):
Hoe groot is de voorraad intrekkingszaken op 1 september 2025?
Antwoord:
De totale voorraad van zaken waarin een intrekkingsprocedure openstond op 1 september
2025 was 20.120.
Hierbij is een splitsing gemaakt tussen reguliere vergunningen (16.490), intrekking
EU (2.580), asielvergunningen (740), intrekking vergunning EU langdurig ingezetene
(180) of intrekking of annulering machtiging voor voorlopig verblijf (140).
Het overgrote deel van de voorraad bestaat uit de reguliere procedures. Een reguliere
verblijfsvergunning kan om diverse redenen worden ingetrokken.1 Het betreft een gebruikelijke
voorraad die afhankelijk is van het aantal personen die bijvoorbeeld de studie in
Nederland hebben afgerond, het aantal personen die een beroep op de bijstand doen
of het aantal personen die niet langer voldoen aan de voorwaarden van een verblijfsvergunning.
Hieronder vallen ook de zogenoemde administratieve intrekkingsprocedures. Dat zijn
bijvoorbeeld procedures van vreemdelingen die naar het buitenland zijn vertrokken
en zijn uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP).
Bron: IND, cijfers afgerond op tientallen. Door de afrondingen kan een ogenschijnlijk
verschil ontstaan tussen de eindtotalen en de optelsommen van de verschillende deelcijfers.
Vraag (22):
Hoeveel vreemdelingen zijn in 2024 in bezwaar gegaan tegen de intrekking van hun reguliere
verblijfsvergunning?
Antwoord:
In 2024 zijn 1.000 vreemdelingen in bezwaar gegaan tegen de intrekking van hun reguliere
verblijfsvergunning. Het aantal vreemdelingen dat in bezwaar is gegaan staat niet
per definitie gelijk aan het aantal bezwaarzaken. Een vreemdeling kan meerdere bezwaarzaken
hebben lopen en/of een bezwaarzaak kan meerdere vreemdelingen raken.
Bron; IND, cijfers afgerond op tientallen
Vraag (23):
Hoe groot was de voorraad intrekkingszaken van aanvragen op grond van het Turks Associatieverdrag
op 1 september 2025? Hou verhoudt zich dit tot 1 januari 2025 en 1 januari 2024?
Antwoord:
De IND kan systeemtechnisch niet afdoende betrouwbaar verbijzonderen bij hoeveel individuele
verblijfsaanvragen verblijfsrecht aan het Turks Associatierecht is ontleend of kon
worden ontleend. Om die reden kan ook niet worden achterhaald hoe groot de voorraad
intrekkingsprocedures van verblijfsvergunningen op grond van het Turks associatierecht.
Er bestaat namelijk geen verblijfsdocument waarop specifiek staat weergegeven dat
verblijfsrecht aan het Turks associatierecht wordt ontleend. Toetsing aan het Turks
associatierecht vindt, indien daartoe in een individuele zaak aanleiding bestaat,
ambtshalve plaats als onderdeel van de inhoudelijke beoordeling van een verblijfsaanvraag
voor een van de verblijfsdoelen die de regelgeving kent.
Vraag (24):
Hoe groot was de voorraad intrekkingszaken van aanvragen op grond van de Chavez-uitspraak
op 1 september 2025? Hoe verhoudt zich dit tot 1 januari 2025 en 1 januari 2024?
Antwoord:
De voorraad intrekkingsprocedures van aanvragen op grond van de Chavez-uitspraak op
1 september 2025 betreft 300.
De voorraad intrekkingsprocedures van aanvragen op grond van de Chavez-uitspraak op
1 januari 2025 betreft 310.
De voorraad intrekkingsprocedures van aanvragen op grond van de Chavez-uitspraak op
1 januari 2024 betreft 230.
Bron: IND, cijfers afgerond op tientallen.
Vraag (25):
Wat is de gemiddelde doorlooptijd tussen de afwijzing of intrekking van een verblijfsvergunning
asiel en het daadwerkelijke vertrek van de asielzoekers uit Nederland bij gedwongen
vertrek?
Antwoord:
Voor de ca 2.100 vreemdelingen die in 2025 (tot oktober) gedwongen vertrokken was
de gemiddelde doorlooptijd van de vertrekprocedure 118 dagen. In zowel 2023 als 2024
was dit 102 dagen en ging het om respectievelijk ca 2.370 en ca 2.760 vreemdelingen.
DTenV krijgt vreemdelingen in de regel overgedragen vóórdat de beroepsprocedure doorlopen
is. Die beroepsprocedure mag normaliter in Nederland afgewacht worden. De gegevens
zien op álle bij DTenV bekende vreemdelingen. Er kan namelijk geen onderscheid worden
gemaakt tussen vreemdelingen met of zonder asielprocedure/-verleden.
Voor de beantwoording van deze vraag is door middel van een analyse met behulp van
DTenV-gegevens gekeken naar de gemiddelde doorlooptijd van vertrekprocedures die zijn
geëindigd met gedwongen vertrek. Het moment van gedwongen vertrek is daarbij gekoppeld
aan wanneer de vreemdeling (voor het laatst) instroomde bij DTenV.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Vijlbrief, voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie -
Mede ondertekenaar
L.L. Nouse, adjunct-griffier
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.