Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 800 K Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2026
Nr. 9
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 19 januari 2026
De vaste commissie voor Defensie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel
van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met
de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 2 oktober 2025 voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van
Defensie. Bij brief van 12 november 2025 zijn ze door de Minister en de Staatssecretaris
van Defensie beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie, Manten
1.
In hoeverre houdt de begroting voor 2026 rekening met de lessen uit de oorlog in Oekraïne
wat betreft de benodigde voorraden munitie en het voortzettingsvermogen en hoe wordt
de verhoogde NAVO-norm voor munitievoorraden hierin concreet vertaald naar projecten
en budgetten binnen het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF)?
Defensie investeert in de aanvulling van de inzetvoorraden munitie via het programma
«Aanvulling inzetvoorraad munitie». Via dit programma worden komende jaren stapsgewijs
de munitievoorraden verhoogd. Ook wordt munitie verworven als onderdeel van andere
projecten, zoals «Verwerving Maritime Strike» en «Deep Strike Air». Defensie heeft
de behoefte voor de inzetvoorraden munitie voor de eerste hoofdtaak geactualiseerd
aan de hand van deze nieuwe NAVO-norm. Uw Kamer is via de vertrouwelijke bijlage (BS2025004569)
van het Defensie Projectenoverzicht (DPO) van 21 mei 2025 geïnformeerd over de aanvullende
investeringen als gevolg van de Voorjaarsnota 2024, de Defensienota 2024 en de aanvullende
bestellingen uit de Miljoenennota 2025. Met deze investeringen zet Defensie een volgende
stap in de versterking van de inzetvoorraden munitie benodigd voor de eerste hoofdtaak.
Defensie trekt lessen uit de oorlogsvoering in en militaire steun aan Oekraïne om
de juiste investeringen zo snel mogelijk te kunnen doen, zo ook voor munitie.
2.
Hoe wordt de effectiviteit van de € 1,15 miljard voor de opschaling van de Nederlandse
defensie-industrie gemeten, specifiek ten aanzien van het verminderen van strategische
afhankelijkheden en het versnellen van innovatie in de vijf prioritaire NLD-gebieden?
De effecten worden gemeten op basis van verplichtingen, realisatie en het type activiteit
dat eruit voortvloeit. Defensie heeft in 2025 met name voorstellen toegekend die evident
bijdragen aan de doelstellingen in de DSII. Voorbeelden hier van zijn de productielocatie
bij VDL en openstellen van financieringsinstrumenten voor de defensie-industrie. Via
de jaarlijkse update STRAIIK-D en de standaard rapportagecyclus, zoals via de Stand
van Defensie, zal over de voortgang en resultaten van de bestedingen worden gerapporteerd.
3.
Hoe interpreteert u de administratieve lasten voor ondernemers die deelnemen aan defensieprojecten
en welke concrete stappen worden er in 2026 gezet om deze lasten te verlagen en de
processen te versnellen, conform de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie
(D-SII)?
In de brief «Update verminderen administratieve lastendruk, versnellen inkoopproces»
van 30 juni 2025 is uw Kamer geïnformeerd over concrete stappen die Defensie in het
inkoopproces heeft gezet. Om verbeteringen in dit proces te kunnen realiseren, is
de Taskforce Inkoop opgericht. Defensie richt zich onder meer op het voorzien in proces,
waarbij het behoeftestellingsproces wordt versneld. Ook wordt bij aanschaf herkomst
zwaarder meegewogen, met als voorkeur Nederlands of Europees.
De administratieve lasten komen onder andere voort uit het volgen van Europese aanbestedingsprocedures
die tijd kosten. In lijn met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (DSII)
doet Defensie bijvoorbeeld meer en sneller een beroep op uitzonderingsbepalingen in
de aanbestedingswetgeving. Ook werkt Defensie, n.a.v. de Kamerbrief «Financieringsknelpunten
defensie-industrie, oplossingen en actielijnen» en het bijgevoegde IDEA rapport, aan
het oplossen van knelpunten op het gebied van financiering, waarvan enkele administratief
van aard zijn. Begin 2026 wordt u over de voortgang geïnformeerd middels de publicatie
van de STRAIIK-D 2026.
Naast het verminderen van de lastendruk, werkt Defensie ook aan betere begeleiding
voor bedrijven die werken met Defensie. Hiervoor is de opleiding «Zakendoen met Defensie»
in het leven geroepen en deze wordt nu regelmatig gegeven aan ondernemers veiligheidseisen
die Defensie stelt aan fysieke, informatie en cyberveiligheid van partnerbedrijven
leiden echter onvermijdelijk tot enige administratieve last. Defensie constateert
dat dit enige gewenning vereist, maar dat bedrijven begrip hebben voor de noodzaak
hiervan.
4.
Hoe beoordeelt u de oproep in de Defensienota 2024 om de defensie-industrie te versterken
in het licht van de wendbaarheid en snelheid van de Oekraïense defensie-industrie
en is de € 1,15 miljard die hiervoor is uitgetrokken voldoende om een vergelijkbare
agiliteit in Nederland te stimuleren?
De € 1,15 miljard die beschikbaar is gesteld voor innovatie- en industrieopschaling
dient als een belangrijke impuls om de Nederlandse defensie- en veiligheid gerelateerde
technologische en industriële basis (NLDTIB) te versterken. Naast deze extra middelen
verkent het Ministerie van Defensie ook mogelijkheden om andere beschikbare budgetten
in te zetten op zo’n manier dat dit de wendbaarheid en snelheid vergroot en dit ten
gunste komt van innovatie- en industrieopschaling, in het bijzonder in Nederland en
Europa. Uitgangspunt om herkomst mee te nemen in de overweging kan in sommige gevallen
ten koste gaan van snelheid, maar is noodzakelijk om de NLDTIB te laten groeien en
onze strategische afhankelijkheden van andere landen te verminderen. Daarnaast wordt
er, in lijn met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie, gewerkt aan de
versterking van de industriesamenwerking tussen Nederland en Oekraïne. Op deze manier
kunnen we leren van het innovatieve vermogen van de Oekraïense industrie, die lessen
van het front in een hoog tempo incorporeert. Zo neemt Nederland onder andere deel
aan het Build With Ukraine initiatief, wat de productie van Oekraïense defensiesystemen
door Nederlandse bedrijven mogelijk moet maken.
5.
Hoe ervaren ondernemers, met name start-ups en scale-ups, de toegankelijkheid van
programma’s zoals het Security Fund en de CODEMO-regeling en hoe meet Defensie de
effectiviteit van deze instrumenten in het daadwerkelijk opschalen van deze bedrijven?
Het Security Fund (SecFund) is officieel in april jl. gelanceerd. Secfund ondersteunt
start-ups, scale-ups en innovatieve MKB die bijdragen aan de innovatiebehoeften in
Defensie.
De eerste ervaringen van bedrijven met het Secfund zijn positief: de toegankelijkheid
biedt een vergelijkbare ervaring met private fondsen. De toegang van bedrijven tot
het SecFund wordt via verschillende kanalen sterk gefaciliteerd. Onder ander door
de samenwerking met de Regionale Ontwikkel Maatschappijen (ROMs) die het fonds beheren,
en via de sterke relatie met de MINDbases. Op deze manier is het SecFund laagdrempelig
en regionaal toegankelijk voor bedrijven. Het SecFund werkt daarnaast op dezelfde
wijze zoals alle (commerciële) fondsen: deelnemende bedrijven ervaren in principe
minimale extra administratieve lasten. Het enige verschil voor bedrijven is het vraagstuk
rondom industrieveiligheid; een aspect dat inherent verbonden is met actief zijn in
de defensiemarkt, en ter bescherming dient van het bedrijf. Hoewel het fonds pas 6
maanden live is, zijn er op dit moment al twee volledige trajecten van start gegaan.
De doelstelling van het SecFund is om de toegang tot risicokapitaal voor innovatieve
start-ups, scale-ups en innovatieve MKBers, gericht op het ontwikkelen van dual-use
technologieen, te verbeteren. Het SecFund maakt het bijgevolg voor start- en scale-ups
makkelijker om risicokapitaal te verkrijgen en hun innovaties op te schalen. Private
investeerders waren vaak terughoudend om te investeren in bedrijven die deels aan
Defensie leveren. Het SecFund werd opgericht om de financieringsknelpunten voor start-ups
en innovatieve MKBers te verminderen, marktfalen te doorbreken en op deze manier de
financieringskloof te dichten. Bedrijven die een investering ontvangen uit SecFund
krijgen tevens toegang tot de venture building programma’s van alle ROMs, waarin voorlichting
en advies wordt verstrekt gericht op het realiseren van de groeipotentie.
Om het succes van het fonds te volgen en te evalueren of bovenstaande doelstellingen
bereikt worden, monitort de fondsuitvoerde de groei van bedrijven waarin is geïnvesteerd
via periodieke rapportages en effectiviteit t.a.v. bovenstaande doelen. Op basis hiervan
zal het Ministerie van Defensie het SecFund instrument evalueren.
Defensie is in 2011 gestart met een eenmalig budget voor het CODEMO fonds. In de afgelopen
jaren is door bedrijven gebruik gemaakt van dit fonds, en is het budget bijna volledig
tot besteding gekomen. De functionaliteit van het CODEMO instrument is overgenomen
door andere instrumenten, waaronder het industrieversterkend budget van € 1,15 mld.
De ervaringen uit CODEMO worden ook meegenomen in de doorontwikkeling van dat instrument.
6.
Kunt u een overzicht geven van de financiële en industriële opbrengsten voor Nederland
die voortvloeien uit de genoemde internationale materieelsamenwerkingsprojecten, zoals
de gezamenlijke verwerving van de Leopard 2A8 en de vervanging van M-fregatten met
België?
Defensie houdt geen integraal overzicht bij van de financiële en industriële opbrengsten
van alle internationale materieelsamenwerkingsprojecten. Vanwege de grote diversiteit
aan samenwerkingsprojecten vergt het bepalen van de kosten en baten van de samenwerking
per project een andere schatting of berekening. Bepaalde baten zijn bovendien lastig
in geld uit te drukken en sommige financiële of industriële opbrengsten vloeien pas
op de langere termijn uit samenwerkingsprojecten voort, of zijn niet direct gerelateerd
aan het betreffende project. Over de bredere resultaten van het industrieel participatiebeleid
wordt uw Kamer tweejaarlijks geïnformeerd door EZ. Indien van toepassing rapporteert
Defensie bij sommige internationale materieelsamenwerkingsprojecten individueel over
de opbrengsten, zoals voorheen bij de Voortgangsrapportage F-35.
7.
Kunt u toelichten welke financiële en operationele consequenties verbonden zijn aan
de vertragingen in vastgoedprojecten door stikstof- en netcongestieproblematiek en
hoe de voorgestelde Wet op de Defensiegereedheid (Wodg) deze knelpunten in 2026 concreet
moet wegnemen?
a) Financiële consequenties: Projecten die nog niet zijn aanbesteed komen mogelijk stil te liggen om te wachten
op een vergunning (stikstof) of een aansluiting (netcongestie). Door de stijgende
bouwkosten worden de projecten door de vertraging ook duurder. Binnen de financiële
kaders betekent dat een verdringing in de bouwopgave en verliezen we het vermogen
om projecten te realiseren. Vertraging zorgt ervoor dat de totale doorlooptijd van
vastgoedprojecten langer wordt en dat projecten niet of gedeeltelijk tot uitvoering
komen. Normaliter kan het aanbestedings- en vergunningstraject parallel lopen, maar
door onzekerheid op het gebied van vergunningen is dit in mindere mate het geval.
Eventuele voorbereidingskosten gelden als financiële consequentie/verlies.
Reeds aanbestede projecten komen stil te vallen als er geen vergunning wordt verleend
(stikstof natuurvergunning) of als er geen of een vertraagde aansluiting op het stroomnet
komt. Op zijn beurt betekent bouwvertraging of opschorting, wat leidt tot een schadevergoeding
aan de aannemende partij of verlenging van de uitvoeringstermijn van het project.
Ook kan het zijn dat eventuele voorbereidingskosten opnieuw worden gemaakt wanneer
er wel een vergunning of aansluiting mogelijk is.
b) Operationele consequenties: door de vertraging of het stil komen te vallen van projecten kan het zijn dat operationele
eenheden langer moeten wachten op het realiseren van vastgoedprojecten of dat de gevraagde
vastgoedbehoefte helemaal niet wordt ingevuld wordt. Wat de consequentie is voor de
operationele gereedheid nu, en op de langere termijn, wordt op dit moment onderzocht.
c) WODG: Het wetsvoorstel van de Wet op de Defensiegereedheid (Wodg) maakt het mogelijk om
sommige bestaande complexe juridische procedures te vereenvoudigen of te versnellen.
Het gaat hier om het bieden van een oplossing voor activiteiten die op korte termijn
urgent en noodzakelijk zijn. In het wetsvoorstel worden de (ver-)bouwactiviteiten
aangemerkt die urgent en noodzakelijk zijn voor de gereedheid van Defensie en daarmee
voor de veiligheid van ons land. Als activiteiten, die in de wet worden opgenomen,
te maken hebben met een stikstofopgave, is het mogelijk de activiteiten toch doorgang
te laten vinden door middel van de zogenoemde ADC-toets. De effecten van de activiteiten
op de natuur zullen moeten worden gecompenseerd. Omdat de Wodg verschillende gereedstellingsactiviteiten
mogelijk maakt, zal de compensatie worden vormgegeven door middel van een generiek
compensatieprogramma.
8.
Welke concrete stappen worden er in 2026 gezet om de samenwerking met de Oekraïense
defensie-industrie, zoals benoemd in de beleidsagenda, vorm te geven en welke budgettaire
middelen zijn hiervoor gereserveerd binnen het DMF?
In lijn met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie zet het kabinet in op
het versterken van de industriële samenwerking met Oekraïne. Zo wordt er via het Nederlands
model direct geïnvesteerd in de Oekraïense defensie-industrie, onder met € 500 miljoen
in het Drone Line Initiative dat bijdraagt aan de productie van drones die Oekraïne
dringend nodig heeft aan de frontlinie. Ook is Defensie voornemens om samen met EZ
handelsmissies te blijven organiseren voor de defensie-industrie naar Oekraïne. Daarnaast
is momenteel het Build with Ukraine initiatief een prioriteit voor het kabinet. Door
coproductie van Oekraïense systemen door Nederlandse bedrijven te faciliteren, vergroten
we de gezamenlijke productiecapaciteit en dragen we bij aan kennisuitwisseling. Op
10 oktober jl. heeft de Minister van Defensie een MoU ondertekend met zijn Oekraïense
counterpart om deze samenwerking mogelijk te maken. Aan deze MoU zijn vooralsnog geen
financiële consequenties verbonden.
9.
Aangezien de begroting stelt dat het instrument overprogrammering in 2026 en 2027
wordt opgehoogd naar 40%, hoe verhoudt deze verhoging zich tot de structurele onderuitputting
die in voorgaande jaren is geconstateerd en welke concrete maatregelen worden genomen
om de realisatiekracht van Defensie te vergroten?
De heropbouw van Defensie is een enorme uitdaging, ondanks de sterk gestegen budgetten
voor Defensie. Defensie heeft te maken met obstakels als de krapte op de arbeidsmarkt,
het absorptievermogen van de defensie-industrie en de beperkte fysieke- en stikstofruimte
in Nederland. Defensie neemt verschillende maatregelen om de realisatiekracht te vergroten
en slaagt daar ook in. De defensie-uitgaven in 2024 zijn in absolute zin ten opzichte
van 2023 met ruim € 4,5 miljard gestegen naar € 20 miljard. Deze groei zal zich in
2025 voortzetten (het uitgavenbudget in 2025 bedraagt € 25,4 miljard). Een belangrijke
maatregel is het verhogen van de maximale overprogrammering in de kasjaren 2026, 2027
en mogelijk 2028. Met een hogere overprogrammering wil Defensie meer individuele investeringsprojecten
snel realiseren en heeft Defensie ook meer mogelijkheden om het toegewezen totaalbudget
in het DMF te realiseren.
Naast de hogere overprogrammering is onder andere versneld inkopen een belangrijke
succesfactor om de realisatie van het DMF te vergroten. De Kamerbrief «Update verminderen
administratieve lastendruk en versnellen inkoopproces» (Kamerstuk 36 600 X, nr. 84 van 1 juli 2025) geeft een update over een aantal initiatieven om het gehele voorzien-in
proces te versnellen, waaronder het zoeken van ruimte in de uitzonderingsbepalingen
van de Aanbestedingswet 2012 en de Aanbestedingswet op Defensie en Veiligheidsgebied
voor inkoopbehoeftes die verband houden met de gereedstelling voor hoofdtaak 1. Daarnaast
zet Defensie zowel nationaal als internationaal in op de opschaling van de defensie-industrie,
bijvoorbeeld door middel van het ophogen van het SecFund.
10.
Welke concrete voorbeelden kunt u geven van de besteding van de middelen die via de
Defensiebegroting aan het Ministerie van Economische Zaken zijn overgeheveld ter versterking
van de industrie en innovatie en wat zijn de eerste concrete resultaten hiervan?
Defensie heeft 100 miljoen overgeheveld voor het Secfund, dat op 1 april 2025 is gelanceerd.
Er zijn inmiddels twee voorstellen gefinancierd vanuit dat fonds. Verder heeft Defensie
€ 35 miljoen overgeheveld naar EZ om bestaande financieringsinstrumenten explicieter
open te stellen voor bedrijven in de defensie-industrie, specifiek gericht op het
stimuleren van innovatieve dual use startups en het inrichten van fondsen. Het betreft
de regelingen Thematische Tech Transfer en SEED Capital, en beide zullen uiterlijk
in 2026 worden geopend voor aanvragen.
Bovendien gaat Defensie € 20 miljoen naar EZ overhevelen, waarvan € 6,5 miljoen dit
jaar, om publiek-private R&D samenwerking op militaire en dual-use technologie te
stimuleren binnen het Missiegedreven Innovatiebeleid. De eerste calls hiervan zullen
naar verwachting ook al in 2025 worden geopend.
Ten slotte investeert Defensie € 30 miljoen in een AI-fabriek in Groningen en € 20 miljoen
in de bouw van een innovatieve proefproductielijn voor fotonische chips.
Defensie rapporteert jaarlijks via de STRAIIK-D en de standaard rapportage cyclus
over de resultaten van de bestedingen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier