Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 20 november 205 (Kamerstuk 21501-02-3267) en het Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 20 oktober 2025 (Kamerstuk 21501-02-3265)
2025D46145 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties
de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 20 november
205 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3267) en het Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 20 oktober 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3265).
De voorzitter van de commissie,
Klaver
De adjunct-griffier van de commissie,
A.B. Coco Martin
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
II Antwoord / Reactie van de Minister
III Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
van de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) van 20 november 2025. Zij hebben hierbij nog
enkele vragen en opmerkingen.
Soedan
De leden van de GroenLinks-PvdA fractie volgen met grote zorgen de ontwikkelingen
rondom de stad El Fasher in Soedan. Bovengenoemde leden vernemen graag welke concrete
acties de Raad Buitenlandse Zaken op 20 oktober heeft overwogen, en welke acties het
kabinet met urgentie bepleit. Aangezien de situatie sinds 20 oktober 2025 in rap tempo
is verslechterd, vragen deze leden ook of het kabinet voor meer stringente maatregelen
zal pleiten bij deze vergadering om grootschalige schendingen van het oorlogsrecht
te bestrijden. Zo ja, welke additionele acties overweegt het kabinet te bepleiten?
Zo nee, waarom acht het kabinet de huidige situatie in El Fasher niet dringend genoeg
om tot additionele acties over te gaan?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het kabinet bereid is om net als
de Verenigde Staten (VS) bij de Verenigde Naties (VN) de Verenigde Arabische Emiraten
(VAE) op te roepen om vluchtgegevens, vrachtlijsten en eindgebruikerscertificaten,
gerelateerd aan verkeer tussen de VAE enerzijds en Soedan en Tsjaad anderzijds, openbaar
te maken. Is het kabinet bereid om transparantie van alle EU-lidstaten te eisen omtrent
de uitvoer en doorvoer van militair materieel naar de VAE? Op welke manier heeft het
kabinet de volledige medewerking van de VAE geëist in de uitvoering van VN Veiligheidsraadresolutie
1591? Wat is de positie van het kabinet ten aanzien van de onderhandelingen tussen
de EU en de VAE over een nieuw handelsakkoord? Welke implicaties heeft de rol van
de VAE in het conflict in Soedan in deze onderhandelingen?
Verder vragen de leden van de Groen-Links-PvdA-fractie of het kabinet de mogelijkheid
ziet om te pleiten voor het gezamenlijk optrekken van de EU en de Afrikaanse Unie
(AU) bij het ondernemen van humanitaire actie. Wat kan er al worden besproken aan
de zijlijnen van de Zevende EU-AU top op 24 en 25 november 2025? Is het kabinet bereid
een dergelijke samenwerking aan te gaan op voet van gelijkwaardigheid, zonder proportionele
wederkerigheid van de AU te verwachten, conform de Afrikastrategie van het Ministerie
van Buitenlandse Zaken en in lijn met de adviezen van het Adviesraad Internationale
Vraagstukken (AIV)-rapport over Nederland en Europa’s toekomstige relatie met het
mondiale Zuiden?
De oorlog in Oekraïne
Ook volgen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nauwgezet de ontwikkelingen rondom
de Russische agressieoorlog in Oekraïne. Over de onderwerpen aan de orde bij de aankomende
RBZ hebben deze leden een aantal vragen. Ten eerste, welke rol kan Nederland met zijn
expertises spelen in het adresseren van de urgente noden in de Oekraïense energie-infrastructuur?
De leden van de Groen-Links-PvdA-fractie lezen dat de geannoteerde agenda spreekt
over een spoedig twintigste sanctiepakket. Graag vernemen deze leden wat voor additionele
sancties het kabinet voor ogen ziet. Verder vragen deze leden het kabinet op welk
termijn het twintigste sanctiepakket zou kunnen worden aangenomen en geïmplementeerd.
De leden van de Groen-Links-PvdA-fractie vragen het kabinet wat de gevolgen zijn voor
de militaire steun aan Oekraïne wanneer de nieuwe regering van Tsjechië het munitie-initiatief
zou staken. Kan Nederland in dat scenario samen met gelijkgestemde landen de rol van
Tsjechië overnemen?
De leden van de Groen-Links-PvdA-fractie ontvangen tevens graag een update over de
staat van het aanpakken van de Russische schaduwvloot, wat de verschillende handelingsopties
zijn die op tafel liggen, en hoe het kabinet denkt dat een eventuele bijdrage van
Nederland aan de uitvoering van deze handelingsopties eruit zou zien.
De leden van de Groen-Links-PvdA-fractie lezen in de kabinetsreactie op het schriftelijk
overleg voor de Raad Buitenlandse Zaken van 20 oktober 2025 dat het kabinet geen aantoonbaar
verband ziet tussen de aanzienlijke verhoging van handelsvolumes tussen Nederland
en Kirgizië en mogelijke sanctie-omzeiling. Echter, het kabinet sprak dit verband
niet op dergelijke manier tegen in het antwoord op schriftelijke vragen van de leden
Piri en Van der Lee van 19 september jl.1 Tevens schrijft het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de beslisnota bij de antwoorden
op bovengenoemde Kamervragen: «De toegenomen handelsvolumes naar Kirgizië zijn zeker
zorgwekkend en een deel van die toename kan zeer waarschijnlijk worden toegeschreven
aan omzeiling».2 Zodoende vragen deze leden het kabinet nogmaals of het kabinet een aantoonbaar verband
ziet tussen de toegenomen handelsvolumes tussen Nederland en Kirgizië en sanctie-omzeiling.
Ook vragen deze leden of Nederland actie heeft ondernomen om de handel met Kirgizië
onder de loep te nemen om sanctie-omzeiling op te sporen en tegen te gaan.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Oekraïne
De leden van de VVD-fractie spreken hun steun uit voor het standpunt van het kabinet
om Oekraïne politiek, militair en moreel te blijven steunen in haar strijd tegen de
Russische agressieoorlog. Daarnaast verwelkomen deze leden het recent aangenomen negentiende
sanctiepakket en hopen zij dat de Europese Unie vaart maakt met het twintigste sanctiepakket.
In dat kader vragen deze leden in hoeverre de Minister steun ziet om voor het twintigste
sanctiepakket meer omvattende maatregelen te nemen tegen de Russische schaduwvloot.
Welke mogelijkheden ziet de Minister daarnaast voor het verder sanctioneren van de
Russische olie- en gassector?
Daarnaast zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd of de Minister draagvlak binnen
de Raad ziet voor het verstrekken van meer offensieve wapens aan Oekraïne. Het Verenigd
Koninkrijk heeft recent aangekondigd meer Storm Shadow raketten te sturen naar Oekraïne.
Kan de Minister zich met Europese partners, met name met Duitsland en Frankrijk, inzetten
om meer Europese offensieve wapens naar Oekraïne te sturen? Tegelijkertijd zijn deze
leden bezorgd over de nieuwe euro-sceptische Tsjechische regering. Welke gevolgen
heeft het mogelijk terugtrekken van de Tsjechische regering uit het munitie-initiatief
voor de militaire steun aan Oekraïne? Hoe kan het wegvallen van de Tsjechen opgevangen
worden door andere deelnemende partners?
Israël
De leden van de VVD-fractie ondersteunen het standpunt van het kabinet dat het fragiele
bestand tussen Israël en Hamas moet worden omgezet naar een duurzame oplossing voor
vrede. De Minister is recent in Israël op werkbezoek geweest waarbij is gesproken
over Nederlandse inzet in het ondersteunen van humanitaire hulp aan de Gazaanse bevolking.
In welke mate ziet de Minister dat andere Europese landen ook bijdragen aan dit soort
programma’s? Wordt de Nederlandse inzet gecoördineerd met Europese partners om effectief
een Europese inzet te creëren? Wat is de stand van zaken binnen de Raad in het verder
sanctioneren van Hamas? In welke vorm kan de Europese Unie het beste bijdragen aan
het Trump-plan voor duurzame vrede in de regio?
De leden van de VVD-fractie hebben daarnaast kennisgenomen van het bezoek van de Minister
aan de Westelijke Jordaanoever. Op welke manier gaat de Minister zich in Europese
verband inzetten om gewelddadige kolonisten verder te sanctioneren? Deelt de Minister
de mening van de leden van de VVD-fractie dat het geweld op de Westelijke Jordaanoever
een duurzame vrede in de weg zit?
Soedan
De leden van de VVD-fractie maken zich ernstig zorgen over de situatie in Soedan en
hebben hier al eens eerder aandacht voor gevraagd. Welke mogelijkheden ziet de Minister
om in Europees verband humanitaire steun te verlenen aan met name de zwaarst getroffenen?
Vaak zijn juist deze mensen moeilijk bereikbaar voor humanitaire hulp. Hoe is de Minister
van plan zich in Europees verband in te zetten om het recente geweld in El-Fasher,
dat door berichtgeving is gekwalificeerd als massamoorden, te veroordelen? Ziet de
Minister de mogelijkheid om in Europees verband de landen die de Rapid Support Forces
(RSF)-rebellen militair steunen aan te spreken om hun steun te staken naar aanleiding
van de massamoorden in El-Fasher? Hoe kan de Europese Unie landen onder druk zetten
die de strijdende partijen militair blijven ondersteunen? Welke mogelijkheden ziet
de Minister om tijdens de aanstaande EU-AU conferentie zich in te zetten om Afrikaanse
partners op te roepen om meer politieke middelen in te zetten voor een staakt-het-vuren
in Soedan?
EU-AU conferentie
De leden van de VVD-fractie verwelkomen de inzet van het kabinet bij de EU-AU Top
als het gaat om het bevorderen van een effectievere migratiesamenwerking. Hoe is de
Minister van plan zich in te zetten om op Europees niveau migratiedeals aan te jagen
met Afrikaanse partners? Welke rol ziet hij weggelegd voor Nederland in het aanjagen
van meer effectievere samenwerking met Sahel-landen nu zij Europa steeds meer de rug
toe keren? Deze leden maken zich zorgen om het feit dat China en Rusland steeds meer
voet aan de grond krijgen in de Sahel. Op welke wijze moet Europa volgens de Minister
haar inzet wijzigen om ervoor te zorgen dat we niet ingehaald worden door China en
Rusland? Met name op het gebied van kritieke grondstoffen blijven Afrikaanse partnerschappen
van groot belang. Welke inzet zal het kabinet hebben tijdens de EU-AU Top om meer
samenwerking te bewerkstelligen op het gebied van kritieke grondstoffen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Russische agressie tegen Oekraïne
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de oproep
van Hoge Vertegenwoordiger Kallas om de Russische schaduwvloot aan te pakken. Deze
leden constateren dat Nederland op dit moment nog niet actief optreedt tegen de Russische
schaduwvloot, ondanks het feit dat alle andere kuststaten dat wel al doen. In het
verslag staat dat het kabinet «actief zal onderzoeken op welke manieren Nederland
intensief kan blijven bijdragen aan de initiatieven op schaduwvloot». Deze leden vragen
de Minister wanneer dit onderzoek verwacht wordt en welke concrete stappen er op korte
termijn worden gezet om bij te dragen aan de Europese aanpak van de schaduwvloot,
conform de motie-Paternotte c.s. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2311).
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het negentiende sanctiepakket,
waarin onder meer een verbod op de import van Russisch vloeibaar gas (LNG) vanaf 2027
is opgenomen. Deze leden vragen de Minister hoe wordt gewaarborgd dat Russisch gas
niet via derde landen alsnog op de Europese markt terechtkomt, bijvoorbeeld door her-etikettering
of menging met andere gasstromen.
De leden van de D66-fractie maken zich grote zorgen over de anti-Oekraïnecampagne
vanuit Hongarije, die inmiddels ook lijkt over te waaien naar Slowakije en Tsjechië.
Met name de veranderende houding van Tsjechië ten aanzien van de oorlog in Oekraïne
baart deze leden zorgen.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister hoe de EU en Nederland reageren op
deze ontwikkeling en wat wordt gedaan om de eenheid binnen de EU ten aanzien van Oekraïne
en de daarbij horende materiele en financiële steun te behouden.
Midden-Oosten
De leden van de D66-fractie lezen in het verslag van de Raad Algemene Zaken en Raad
Buitenlandse Zaken (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3265) dat het kabinet naar aanleiding van de motie-Van Campen/ Boswijk (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3196) en de motie-Paternotte (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3236) werkt aan handelspolitieke maatregelen ten aanzien van goederen afkomstig uit de
illegale nederzettingen. Deze leden danken de Minister daarvoor, maar vragen of de
Minister kan schetsen welke concrete maatregelen genomen worden, of Nederlandse bedrijven
hier al van op te hoogte zijn en worden ondersteund in het afbouwen van hun economische
activiteiten.
De leden van de D66-fractie zijn positief over het voornemen van het kabinet om, zowel
bilateraal als via de EU en andere multilaterale kanalen, bij te dragen aan de uitvoering
van het vredesplan voor Gaza. Deze leden onderstrepen het belang van het succes van
dit plan voor de stabiliteit in de regio en voor het verbeteren van de humanitaire
situatie in Gaza. Tegelijkertijd vinden deze leden dat blijvende vrede alleen mogelijk
is wanneer wordt gewerkt aan een duurzame tweestatenoplossing, waarin Israëli’s en
Palestijnen in veiligheid en waardigheid naast elkaar kunnen leven.
De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet kan bevestigen dat zij deze visie
deelt en dat de inzet van Nederland binnen de EU er ook op gericht is de tweestaten
oplossing levend te houden. Tevens vragen deze leden of het kabinet al meer kan zeggen
over de erkenning van Palestina: op welke termijn en onder welke voorwaarden acht
het kabinet dit mogelijk, mede in het licht van de lopende Europese discussies hierover?
Soedan
De leden van de D66-fractie zijn diep geschokt door de gruwelijke berichten over het
grootschalige geweld tegen burgers in en rond El Fasher en de verslechterende humanitaire
situatie in Soedan. Deze leden spreken hun steun uit voor de inzet van het kabinet
om binnen de EU aandacht te vragen voor deze crisis en voor de oproep tot een wapenstilstand
en onbelemmerde humanitaire toegang.
De leden van de D66-fractie maken zich echter ernstige zorgen over de mogelijke rol
van externe actoren, in het bijzonder de VAE, bij de doorvoer van wapens naar de RSF,
zoals recent naar voren kwam uit VN-documenten.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister toe te lichten of Nederland, zelf ofwel
via de EU, de VAE hierop heeft aangesproken of voornemens is dat te doen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 20 november 2025.
De leden van de BBB-fractie lezen dat er een militair plan is uitgewerkt voor een
multinationale troepenmacht, zoals dit enkele maanden geleden ook besproken is in
de Kamer. De coalitie van welwillende landen hebben dit plan uitgewerkt aan de hand
van vier componenten. Nederland heeft vermeld op een later stadium een substantiële
bijdrage te willen leveren aan de vier operatielijnen. Deze leden vragen wanneer dit
«latere stadium» aanbreekt. Ook vragen deze leden of er nog verdere ontwikkelingen
zijn met betrekking tot het militair plan van de «coalition of the willing» en de
Nederlandse bijdrage daaraan sinds de update in de Kamerbrief van 10 september 2025
(Kamerstuk 36 045, nr. 215)?
Ook hebben de leden van de BBB-fractie nog een vraag over het Internationaal Monetair
Fonds (IMF). Het IMF dreigt zijn steun terug te trekken aan het herstel van Oekraïne,
indien de EU geen akkoord bereikt. De kosten voor herstel en wederopbouw van Oekraïne
worden geschat op 524 miljard dollar. Indien er wel een akkoord komt, vragen deze
leden hoeveel van de herstelkosten de EU op zich neemt en hoeveel van deze kosten
bij Nederland uitkomen.
Als laatste hebben de leden van de BBB-fractie nog een aantal vragen over de humanitaire
situatie in Gaza. De EU lijkt ondanks haar intentie om bij te dragen aan herstel van
Gaza, niet in staat te zijn een volwaardige rol te krijgen in het zogenaamde «Board
of Peace». De leden van de BBB-fractie vragen of Nederland een rol voor de EU of individuele
EU-lidstaten ziet in de Board of Peace. Is er al meer bekend over concrete manieren
waarop Nederland wil bijdragen aan het laten slagen van het vredesplan?
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 20 november 2025.
De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat diverse hulporganisaties geen noodhulp
kunnen bieden in Gaza, doordat ze hiervoor geen toestemming krijgen van de Israëlische
regering. Welke afspraken zijn er nu gemaakt naar aanleiding van het staakt-het-vuren?
Wat is de inzet van de Minister, zowel bilateraal als in EU-verband, om deze afspraken
te handhaven? Wat kan er gedaan worden, zodat deze organisaties noodhulp kunnen bieden
aan de Palestijnen in Gaza en de Westbank? Is de Minister bereid deze inzet te vergroten?
Erkent de Minister tevens dat de verplichting die de Israëlische regering aan ngo’s
oplegt om gevoelige persoonsgegevens van medewerkers te delen, in strijd is met wetgeving
zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)? Zo ja, welk advies geeft
het kabinet nu aan Nederlandse ngo’s aangezien de vereisten een inbreuk van Europese
en Nederlandse wetgeving vragen? Is de Minister bereid om de oproep van de Autoriteit
Persoonsgegevens (AP) te ondersteunen door als Nederlands kabinet formeel protest
aan te tekenen tegen de registratieplicht? Zo nee, waarom niet?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke status de EU-Israël afspraken kennen
nu er inmiddels een staakt-het-vuren is. Is er nog steeds sprake van een formele schending
van artikel 2 van het associatieverdrag? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, is hiermee
het onderzoek naar het associatieverdrag formeel afgerond?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister of hij erkent dat het gedeeltelijk
inhouden van belastinginkomsten door de Israëlische regering, bedoeld voor de Palestijnse
Autoriteit, in strijd is met de Oslo-Akkoorden en negatieve gevolgen heeft voor het
functioneren van de gezondheidszorg, onderwijs en humanitaire hulp in Palestijnse
gebieden. Is de Minister bereid om zich in EU-verband er actief voor in te zetten
dat de Israëlische regering verantwoordelijk wordt gehouden voor de verplichtingen
onder de Oslo-Akkoorden en internationale verdragen en de ingehouden belastinggelden
onmiddellijk vrijgeeft? Zo nee, waarom niet?
De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen op de verschrikkelijke burgeroorlog in
Soedan en vinden het terecht dat er tijdens de Raad aandacht is voor deze grootste
humanitaire ramp ter wereld. In eerdere beantwoording op Kamervragen stelde de Minister
dat Nederland zich inspant voor meer internationale aandacht en diplomatieke oplossingen
voor de crisis in Soedan.3 De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister of hij uiteen kan zetten
waaruit concreet blijkt dat Nederland en de EU diplomatieke druk hebben gezet op staten,
zoals de VAE, om strijdende partijen onmiddellijk tot een staakt-het-vuren te bewegen.
Welke acties ziet het kabinet in de toekomst voor zich? Aan welke gezamenlijke EU-inzet
denkt het kabinet bijvoorbeeld?
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat uit de Raadsconclusies van 20 oktober
2025 blijkt dat de EU bereid is het «engagement met alle partijen» te verhogen teneinde
onder meer een staakt-het-vuren te bereiken. Waaraan moet worden gedacht bij verhoogd
engagement met de RSF?
Aanhangsel van de Handelingen 2025/2026
De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen erop dat Nederland sterke handelsrelaties
onderhoudt met de VAE. Acht de Minister het risico aanwezig dat, gezien de omvang
van de handel met de VAE, Nederlandse bedrijven indirect bijdragen aan de financiering
van het conflict in Soedan? Zo nee, waarom niet? Deze leden vragen of de Minister
voornemens is om het bedrijfsadvies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
(RVO) dat oproept tot investeringen in de VAE, aan te scherpen en het risico om indirect
bij te dragen aan de financiering van het conflict onder de aandacht te brengen bij
Nederlandse bedrijven. Zo nee, waarom niet?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister uiteen te zetten hoe de huidige
inzet rondom voedselzekerheid in Soedan eruitziet. Is de Minister bereid om het budget
op te schalen, gezien de recente ontwikkelingen en toename van honger in het land?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen, gezien Nederland mede-initiator is van
de VN fact finding mission, wanneer ze een nieuw rapport kunnen verwachten, in relatie
tot eerdere en huidige ontwikkelingen. Is de Minister bereid zich in te zetten voor
een nieuw rapport van de fact finding mission, in relatie tot eerdere en huidige ontwikkelingen?
Welke aanvullende stappen is Nederland bereid te nemen om de effectiviteit van de
fact finding mission te versterken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de Raad van Buitenlandse Zaken op 20 november 2025. Hierover hebben zij
nog enkele vragen en opmerkingen.
Dreigende genocide in Soedan
De leden van de PvdD-fractie maken zich grote zorgen over de etnische zuivering in
Soedan, waar volgens de Verenigde Naties en mensenrechtenorganisaties sprake is van
een dreigende genocide.4 In Darfur worden burgers op grote schaal vermoord, verkracht en uitgehongerd. De
stad Al-Fasher is omsingeld en afgesneden van hulp, terwijl ziekenhuizen worden aangevallen
en humanitaire konvooien geen doorgang vinden. De RSF, voortgekomen uit de Janjaweed-milities,
worden in verband gebracht met misdaden tegen de menselijkheid en etnische zuivering.
De leden van de PvdD-fractie benadrukken dat Nederland als partij bij het Genocideverdrag
een juridische en morele plicht heeft om actief maatregelen te nemen om genocide te
voorkomen.
Rol van de Verenigde Arabische Emiraten
De leden van de PvdD-fractie constateren dat de VAE de RSF voorzien van wapens, huurlingen
en financiële middelen, onder meer in ruil voor goud.5
6
7 Wapens worden onder meer door Europese landen, waaronder Nederland, en de Verenigde
Staten aan de VAE geleverd. Daarmee is er een groot risico dat deze landen indirect
het wapenembargo op Soedan schenden en indirect bijdragen aan oorlogsmisdaden en mogelijke
genocide. Deze leden vinden het onacceptabel dat Nederland en de Europese Unie handels-
en wapenrelaties onderhouden met een staat die deze misdrijven financiert en faciliteert.
De leden van de PvdD-fractie vragen het kabinet welke concrete diplomatieke druk zij
uitoefent op de VAE om de steun aan de RSF te beëindigen, en of het kabinet bereid
is drukmiddelen in te zetten, zoals opschorting van handelsgesprekken en het intrekken
van wapenexportvergunningen.
Wapenhandel en sancties
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat meerdere onafhankelijke onderzoeken aantonen
dat de VAE sinds 2023 militaire goederen, voertuigen en munitie leveren aan de RSF,
ondanks bestaande VN-resoluties en embargo’s. Volgens RTL Nieuws worden ook vanuit
Europese landen, waaronder Nederland, militaire goederen geëxporteerd naar de VAE,
terwijl onduidelijk blijft of deze leveringen worden gebruikt in het conflict in Soedan.8
De leden van de PvdD-fractie vragen of het kabinet bereid is de wapenexportvergunningen
naar de VAE te schorsen, zolang niet onafhankelijk is vastgesteld dat deze goederen
niet in Soedan eindigen. Daarnaast vragen deze leden of Nederland binnen de EU zal
pleiten voor gerichte sancties tegen entiteiten of individuen die de RSF direct of
indirect ondersteunen, en voor een Europees verbod op de import van goud uit de VAE
zolang er een reëel risico bestaat dat dit goud afkomstig is uit door de RSF gecontroleerde
mijnen.
Vrijhandelsverdrag met de VAE
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat de Europese Unie sinds april 2025 onderhandelt
over een vrijhandelsverdrag met de VAE.9 Deze leden verzoeken het kabinet zich binnen de EU uit te spreken voor het opschorten
van de onderhandelingen over het vrijhandelsverdrag met de VAE totdat hun betrokkenheid
bij oorlogsmisdaden is beëindigd.
Verantwoordelijkheid en preventie
De leden van de PvdD-fractie benadrukken dat Nederland, als partij bij het Genocideverdrag,
een juridische én morele plicht heeft om actief maatregelen te nemen om genocide in
Soedan te voorkomen door bij te dragen aan waarheidsvinding en humanitaire hulp en
zich aan te sluiten bij het verzoek van Human Rights Watch voor een speciale zitting
van de VN-Mensenrechtenraad over de situatie in Darfur? 10
Khartoum-proces
De leden van de PvdD-fractie merken op dat Nederland deelneemt aan het zogenoemde
Khartoum-proces, een EU-initiatief gericht op samenwerking over migratie en grensbeheer
in de Hoorn van Afrika. Hoewel dit proces officieel bedoeld is om irreguliere migratie
te bestrijden en mensenhandel tegen te gaan, wijzen onderzoekers en maatschappelijke
organisaties erop dat het in de praktijk heeft geleid tot samenwerking met regimes
die zich schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen.11
12
De leden van de PvdD-fractie vragen of er tijdens de onderhandelingen over het Khartoum-proces
binnen de Europese Unie inzicht bestond in de rol van de RSF, destijds opererend onder
de National Intelligence and Security Services (NISS), bij de uitvoering van grensbewaking
en anti-smokkeloperaties in Darfur. Deze leden vragen ook of de Minister kan bevestigen
dat de RSF sinds de start van het Khartoum-proces in 2014 daadwerkelijk betrokken
was bij grensbewaking aan de Soedanese grenzen en of Europese middelen via officiële
Soedanese kanalen in die periode mogelijk indirect hebben bijgedragen aan de versterking
van deze militie.
De leden van de PvdD-fractie hebben zorgen dat deze samenwerking de positie van Soedanese
veiligheidstroepen, waaronder de NISS en de RSF, heeft versterkt en daarmee heeft
bijgedragen aan onderdrukking van burgers en het terugdringen van vluchtelingen in
Darfur. Deze leden vragen het kabinet hoe is gewaarborgd dat Nederlandse deelname
aan het Khartoum-proces niet bijdraagt aan het versterken van veiligheidstroepen die
verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen.
Trump-deal Gaza
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van het voorgestelde Gaza-plan dat
door president Trump en premier Netanyahu is gepresenteerd als «vredesakkoord». Deze
leden constateren dat het plan niet spreekt van Palestijnse zeggenschap over hun eigen
toekomst en de fundamentele rechten van het Palestijnse volk negeert. Gaza zou volgens
dit plan worden bestuurd door een overgangsraad van internationale toezichthouders,
onder voortdurende Israëlische controle over grenzen, lucht, zee en bufferzones. Deze
aanpak creëert ruimte voor een herhaling van het oude patroon: Israël kan tijdelijk
militair terugschalen, internationale druk afwenden, en daarna opnieuw optreden zonder
structurele verandering.
De leden van de PvdD-fractie merken op dat dit geen vredesproces is, maar een neokoloniaal
dictaat dat de bestaande overheersing bestendigt. Het plan bevat geen waarborgen voor
zelfbeschikking, verantwoording voor de gepleegde oorlogsmisdaden zoals genocide of
daadwerkelijke beëindiging van de bezetting. Deze leden wijzen erop dat dit in strijd
is met het internationaal recht en met het Palestijnse recht op soevereiniteit.
De leden van de PvdD-fractie vragen welke mogelijkheden het kabinet ziet om druk op
Israël uit te oefenen voor een rechtvaardige vrede, in plaats van steun uit te spreken
voor een akkoord dat bezetting structureel voortzet.
Medeplichtigheid Nederland en genocide in Gaza
De leden van de PvdD-fractie constateren met diepe zorg dat de situatie in Gaza verder
is verslechterd. Israël heeft het staakt-het-vuren meerdere malen verbroken met bombardementen
op dichtbevolkte woonwijken, waarbij volgens recente berichten meer dan negentig burgers
zijn gedood. Tegelijkertijd weigert Israël noodhulp van internationale hulporganisaties
toe te laten vanwege hun vermeende «anti-Israëlische standpunten». 13 Hierdoor wordt Palestijnse burgers, onder wie duizenden kinderen, bewust de toegang
tot voedsel, medische zorg en humanitaire hulp ontzegd.
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat VN-rapporteur Francesca Albanese heeft
vastgesteld dat ook Nederland en andere EU-lidstaten medeverantwoordelijk zijn voor
de voortzetting van deze misdaden, onder meer door wapenhandel, militaire samenwerking
en diplomatieke bescherming van Israël. Nederland blijft bovendien indirect steun
verlenen via het EU-associatieverdrag dat Israël handelsvoordelen biedt.14
De leden van de PvdD-fractie vinden dat het kabinet zich actief moet distantiëren
van dit beleid en zich moet terugtrekken uit het EU-associatieverdrag, zolang Israël
zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden en ernstige schendingen van het humanitair
oorlogsrecht. Deze leden vragen de Minister of hij daartoe bereid is en welke stappen
het kabinet onderneemt om te voorkomen dat Nederlandse goederen, technologie of diplomatieke
steun bijdragen aan deze misdrijven. Deze leden vragen of het kabinet bereid is een
volledig wapen- en handelsverbod met Israël in te stellen.
Illegale nederzettingen en systematische ontneming van Palestijns grondgebied
De leden van de PvdD-fractie maken zich ernstig zorgen over de voortdurende uitbreiding
van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem.15 Deze nederzettingen zijn volgens internationaal recht illegaal en leiden tot systematische
verdrijving, landonteigening en geweld tegen Palestijnse burgers. Palestijnse dorpen
leven dagelijks in angst dat Israëlische bulldozers hun huizen zullen slopen om plaats
te maken voor nieuwe nederzettingen.16
De leden van de PvdD-fractie vinden het onaanvaardbaar dat de Europese Unie en Nederland
blijven handelen met Israël onder het EU-associatieverdrag, dat in de praktijk economische
voordelen biedt aan een staat die structureel het internationaal recht schendt en
genocide heeft gepleegd. Deze leden pleiten daarom voor de beëindiging van dit associatieverdrag
en voor gerichte sancties tegen bedrijven die betrokken zijn bij de uitbreiding of
exploitatie van nederzettingen.
De leden van de PvdD-fractie zien dat de Minister werkt aan een nationaal verbod op
handel met illegale nederzettingen. Uit onderzoek van onder meer Human Rights Watch
blijkt echter dat Israëlische regelgeving en praktijk nauwelijks onderscheid maken
tussen bedrijven die actief zijn binnen Israël en die opereren in de nederzettingen
op de Westelijke Jordaanoever.17 Omdat Israëlische bedrijven zowel binnen Israël als in de bezette gebieden actief
zijn, heeft een uitsluitend gerichte boycot op handel met illegale nederzettingen
in de praktijk weinig effect. Deze leden vragen of het kabinet bereid is om in deze
context over te gaan tot een volledig handelsverbod met Israël, uitgezonderd humanitaire
goederen.
II Antwoord/ Reactie van de Minister
III Volledige agenda
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A.B. Coco Martin, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.