Stenogram : Situatie in Gaza
2 Situatie in Gaza
Vergaderjaar 2024-2025
Vergaderingnummer 107
Te raadplegen sinds
2025-09-29Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2024-2025, 107
Situatie in Gaza
Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Situatie in Gaza (CD d.d. 07/08).
De voorzitter:
We zitten even met een probleem, namelijk: we zouden om 16.00 uur vandaag gaan vergaderen voor deel twee van het tweeminutendebat van gisteren, dat we hebben afgebroken — dat weet u. 16.00 uur werd 17.00 uur en 17.00 uur werd 18.00 uur en 18.00 uur werd 19.00 uur. Maar er is nog niets. De leden van de ministerraad zijn naar buiten gekomen en zijn weer de Trêveszaal ingegaan. Wij hebben uiteraard contact met de ministerraad, maar er is geen enkel zicht op een moment dat er iets uit komt, wat dat ook moge zijn. De vraag is de volgende. Die vraag stel ik graag aan u, dus ik las bij dezen een ordedebat in: wat gaan we doen? We kunnen zeggen: nou ja, oké, we breken het nu af en we gaan volgende week verder als er iets is. We kunnen ook wachten. En we kunnen ook zeggen "nou ja, weet je wat, het is nu 19.00 uur; om 20.00 uur komen we weer eens bij elkaar" of wat dan ook. Of zegt u: we gaan door tot het bittere eind, tot het licht wordt? Ik hoor het graag van u. Het woord is aan de heer De Roon.
De heer De Roon (PVV):
Ik heb mijn campingbedje meegebracht, dus laten we maar gewoon wachten.
De heer Van der Burg (VVD):
Wat mij betreft, voorzitter, opent u elke zoveel tijd de vergadering om te kijken of we kunnen beginnen en wachten we tot de minister hier verschijnt én hij ons een brief heeft gestuurd. Mijn agenda is tot maandag leeg, dus ik heb alle tijd.
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Het debat is nu al drie keer uitgesteld. Vandaag hebben de VN de derde hongersnood van deze eeuw vastgesteld. We moeten zo snel mogelijk het debat met het kabinet hebben. Ik snap niet waarom ze er nog niet uit zijn. Laten we over een halfuur hier weer kijken of de minister verschenen is.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wat hier allemaal plaatsvindt, is natuurlijk wel een blamage. Het debat móét vanavond plaatsvinden én er moet gestemd worden wat ons betreft.
De heer Dassen (Volt):
Het is beschamend dat het kabinet er nog niet uit is om te bepalen of ze willen zorgen dat er een genocide gestopt wordt, dus laten we elk uur kijken of ze er wel uit zijn.
De heer Boswijk (CDA):
Voorzitter. Het is inderdaad een beetje gênant dat we hier elke keer staan te wachten. Wat mij betreft halen we over een uur het net weer op.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Ik vind het echt stuitend hoe we hier als Tweede Kamer gepiepeld worden door dit kabinet. Het debat is een aantal keren uitgesteld. En dan nu gewoon niet komen opdagen. De Kamer vraagt al heel erg lang om een inhoudelijk debat over de situatie in Gaza, maar ze komen niet met informatie. Ik vind gewoon dat we elk halfuur moeten kijken of het kabinet beschikbaar is. Ze moeten hier gewoon komen om verantwoording af te leggen. Het is echt onacceptabel wat hier gebeurt.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Op zichzelf is het goed nieuws dat het kabinet er niet uit komt om sancties op te leggen jegens Israël. Voor het overige: ja, de Kamer kan niet een tijdstip afdwingen waarop de ministerraad besloten moet hebben. Ik vraag me toch oprecht af of het dan niet beter is om direct na het weekend door te gaan.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, het tegenovergestelde van de SGP. Er is een hongersnood gaande, een etnische zuivering en een genocide. En al uren, úren is ons kabinet aan het overleggen of ze überhaupt maatregelen gaan nemen. Dat is beschamend. Ik zal hier blijven, samen met de andere collega's. Dit gesprek gaan we vandaag voeren. Ook wat mij betreft komen we hier elk halfuur bijeen om te kijken of we kunnen starten.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Als je niet weet wat je moet doen om een genocide te stoppen, moet je aftreden. Dit kabinet piepelt het internationaal recht, piepelt de Kamer. Ieder halfuur hier bij elkaar komen om te kijken of ze er al uit zijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik vind het teleurstellend dat er nog niks ligt vanuit het kabinet en ook dat de Kamer al uren aan het wachten is. Ik kan me voorstellen dat we over een uur bij elkaar komen en dat we dan ook duidelijkheid hebben van het kabinet wanneer ze in ieder geval verwachten te komen met iets. Maar laten we hopen dat ze hier dan gewoon gearriveerd zijn en dat we het debat kunnen voeren.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Voorzitter. Ik wacht het graag af, maar ik heb net als iedereen hier veel werk te doen. Ik stel dus voor dat we bij mekaar komen als is aangegeven dat het kabinet eruit is en niet dat we hier om het halfuur voor de show bij mekaar komen.
Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Ik hoor dat er brede steun is om vanavond nog bij elkaar te komen. Ik denk dat we onszelf niet te paniekerig moeten neerzetten, dus niet elk halfuur. Laten we rustig wachten of er witte rook is vanuit het kabinet.
De heer Vermeer (BBB):
Ieder uur even kijken of we verder kunnen.
De voorzitter:
Prima. Ik schors tot 20.00 uur. Dan komen we weer bij elkaar.
De voorzitter:
Ik heropen. Het nieuws is tot ons gekomen dat minister Veldkamp is afgetreden. Dat is een nieuwe situatie. Er is wel contact geweest met de minister-president. Die heeft toegezegd hiernaartoe te komen voor het afleggen van een verklaring. Dat lijkt me logisch. Over een tijdstip weet ik niets. Dat is niet duidelijk, dus dat kan even duren. Het zou ook snel kunnen zijn, maar dat weten we niet.
Dan hebben we nog het debat dat gisteren is afgebroken en dat vervolgd moet worden, inclusief appreciaties van de moties. Dat is de situatie tot op heden.
De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. In het kader van een regeling zou mijn verzoek zijn dat we, nu de minister-president toch komt om een verklaring af te leggen — hij zal ook namens de ministerraad de appreciatie van de moties moeten geven — dan ook een debat voeren over wat er is gebeurd: het aftreden van de minister en de nieuwe, ontstane situatie, en wat dit betekent voor het buitenlands beleid.
De voorzitter:
Dat is een ordevoorstel. Ik kijk even hoe de andere leden daarover denken. In principe moet daar een meerderheid voor zijn.
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. De afgetreden minister heeft aangegeven te zijn afgetreden omdat hij geen steun voelt in het kabinet voor maatregelen. Ik denk dat daar tekst en uitleg bij horen. Ik doe dus het voorstel voor een apart debat, direct na de verklaring van de minister-president. Dat lijkt mij verstandig.
De heer Boswijk (CDA):
Voorzitter. Als een minister van Buitenlandse Zaken aftreedt op een scharnierpunt van de geschiedenis, waarbij er zo veel speelt in het buitenland, is het denk ik wel van belang dat we daarover een debat voeren, dus steun.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Het lijkt me heel belangrijk dat we hier zo snel mogelijk het debat over voeren, want ik ben wel benieuwd hoe het mogelijk is dat een minister die sancties wil tegen een land dat op dit moment een genocide uitvoert, zijn biezen moet pakken.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het is echt stuitend om te zien dat een kabinet het, in het licht van een genocide die plaatsvindt — tienduizenden Palestijnen worden uitgemoord — niet eens kan worden over maatregelen om een genocide te voorkomen. Ik wil hier zo snel mogelijk een debat over, met de minister-president. Wat mij betreft staat voorop dat we het vanavond moeten hebben over de sancties die we tegen Israël moeten instellen en dat we dus ook moeten stemmen over de moties die al ingediend zijn.
De heer Dijk (SP):
Voorzitter. Het is ongekend, want het gebeurt nu weer. Er vindt een genocide plaats. Mensen hebben dagen achter elkaar zitten afwachten welke maatregelen het kabinet gaat nemen en welke sancties er komen vanuit de Kamer en nu gebeurt het weer. We gaan over tot procedures over ministers die opstappen, omdat er geen beslissing wordt genomen. De Kamer moet haar rug recht houden. We moeten het debat gaan voeren over de sancties en de maatregelen. Wie er van het kabinet de moties komt appreciëren, maakt eigenlijk niet uit. Het zou passend zijn als het de minister-president zou zijn op dit moment. Daarna wil ik het met alle liefde echt nog wel een keer gaan hebben over het gedoe en het gesteggel in het kabinet, maar eerst — eerst! — moet het gaan over maatregelen en sancties tegen deze genocide. Dat moet eerst.
De voorzitter:
Ja. Dus u steunt het voorstel.
De heer Dijk (SP):
Nee, ik steun het voorstel niet. Het moet eerst gaan over het debat dat we aan het voeren waren met elkaar. Daarna, eventueel een andere keer, kan het gaan over het gesteggel van het kabinet. Laat ze dat maar lekker met elkaar oplossen. Maar eerst moet de Kamer gaan debatteren en gaan stemmen over de sancties die voorgesteld zijn door de Kamer en over de maatregelen die de Kamer wil. En dán kunnen andere partijen dat misschien nog wel een keer met elkaar gaan doen, maar eerst zitten mensen te wachten om te horen welke maatregelen er worden genomen en of er enige vooruitgang kan komen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Verdeeldheid hier, en nu zichtbaar in het kabinet, brengt vrede en hulp in Gaza geen stap dichterbij. Dat is diep te betreuren. Op dit moment heeft Nederland geen minister van Buitenlandse Zaken, alleen een vervanger. Het lijkt mij logisch dat de minister-president eerst met een verklaring komt, met een brief, waarin ook staat hoe de ontstane situatie wordt ingevuld. Dat zal, neem ik aan, op zeer korte termijn gebeuren. Het is krachteloos om nu een debat te voeren zonder te weten hoe het kabinet de situatie invult. Ik kan me voorstellen dat we, zodra minister-president Schoof de Kamer heeft geïnformeerd, dat debat alsnog wél gaan voeren.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Voor zover we nu kunnen zien, heeft de minister van Buitenlandse Zaken eindelijk geprobeerd een klein beetje beweging te creëren en kreeg hij daarvoor onvoldoende steun van de VVD-ministers. De minister-president zal daar verantwoordelijkheid voor moeten nemen en zal daar verantwoording over moeten afleggen hier. Hij zal moeten komen uitleggen hoe het kabinet de moties beoordeelt, want vanavond moeten er maatregelen worden ingesteld om deze genocide te stoppen. Als deze minister-president dat niet kan, dan zal ook hij moeten aftreden.
De heer De Roon (PVV):
Wat de PVV betreft kunnen we het tweeminutendebat nu gewoon afronden zonder minister, namelijk door over te gaan tot het stemmen over de ingediende moties. Dan is dat verhaal afgelopen. Dan kunnen we daarna nog een verklaring van de minister-president aanhoren. Het debat waar de heer Timmermans voor pleit is alleen maar bedoeld om Israël te bashen. Dat willen wij dus niet. Daar voelen we niks voor.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Voorzitter. Het hele demissionaire kabinet is momenteel een aangeschotenwildpark. Het lijkt me goed dat iemand uit het kabinet — ik kan me voorstellen dat dat de premier is — uitleg geeft over de ontstane situatie. Wat mij betreft besluiten we daarna wat het meest passende en geschikte moment is om er als Kamer nader over te debatteren.
De voorzitter:
Dat is geen steun, neem ik aan. Mevrouw Van Vroonhoven.
Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Voorzitter. Ja, we hebben heel veel met elkaar te bespreken. Dat zie ik ook. Laten we beginnen met wat er net gebeurd is. Ik denk dat het het meest ordentelijk is om nu, binnen een kwartier of een halfuur, een brief aan de minister-president te vragen over wat er is gebeurd en waar we staan. Vervolgens moeten we dat tweeminutendebat als een dolle afmaken. Ik zou best het voorstel van de heer De Roon willen steunen om er in ieder geval voor te zorgen dat we dat nu netjes afwerken en erover gaan stemmen.
De voorzitter:
U wilt het dus wel vandaag afmaken?
Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Dat maakt me helemaal niks uit. Wat mij betreft mag het.
De voorzitter:
U moet wel iets zeggen.
Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Ja, het tweeminutendebat kunnen we vandaag afmaken.
De voorzitter:
Maar dat is dus geen steun voor het voorstel van de heer Timmermans.
Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Nee. Eerst een brief van de minister-president.
De voorzitter:
Oké. De heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Graag dat tweeminutendebat gewoon afmaken en die stemmingen uitvoeren. Laten we daarna naar de ontstane situatie kijken. Geen steun dus voor het voorstel van de heer Timmermans.
De heer Van der Burg (VVD):
Voorzitter. Ik denk dat net door de SGP een goed voorstel is gedaan. Laten we nu eerst van de minister-president horen hoe of wat en daarna de afweging maken hoe verder te gaan.
De voorzitter:
Dat is weer een nieuwe variant. Er is nergens een duidelijke meerderheid voor, stel ik vast. Er zijn tal van voorstellen. Ik stel voor dat wij gewoon gaan wachten op de minister-president, wanneer hij ook moge komen. Ik stel vast dat er nergens een meerderheid voor is. It is what it is. De heer Paternotte.
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Er is vandaag officieel hongersnood vastgesteld. Die oorlog gaat door. Kunnen we in ieder geval met elkaar vaststellen dat het tweeminutendebat vanavond wel wordt afgemaakt, dat we wel vanavond gaan stemmen? Ik heb te weinig Kamerleden gehoord die zeggen: we gaan vanavond niet stemmen. Kunnen we vanavond dus dat tweeminutendebat in ieder geval afmaken en stemmen?
De voorzitter:
Dat is weer een nieuw voorstel. Mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Wat mij betreft informeren we even bij de minister-president — dat kunt u doen — wanneer hij verwacht hier te verschijnen of een brief naar de Kamer te sturen. Dan hebben we die helderheid en doen we de dingen in die volgorde.
De voorzitter:
Dat weten we niet. We hebben tien minuten geleden contact gehad met het kantoor van de minister-president en men weet dat niet. Men is nog aan het vergaderen. De heer Timmermans.
De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Er is vandaag heel lang in de ministerraad gesproken over de ingediende moties. De ministerraad is kennelijk tot conclusies daarover gekomen. Het is natuurlijk onbestaanbaar dat hier over die moties wordt gestemd zonder dat er een appreciatie wordt gegeven door de voorzitter van de ministerraad en zonder dat men aangeeft waarom men gekomen is tot besluiten om die moties wel of niet te steunen. Het minste wat er moet gebeuren is dat de minister-president hier verantwoording komt afleggen over wat er in de ministerraad is besloten over die ingediende moties, als we daar vanavond nog over willen stemmen. Vervolgens is er een in mijn ogen redelijk unieke situatie ontstaan waarin er geen minister van Buitenlandse Zaken is en er wel zeer urgente internationale kwesties spelen. Ik kan me niet voorstellen dat de Kamer daarover geen duidelijkheid wil hebben op heel korte termijn, vanavond. Als de minister-president dan toch hier is, kunnen we misschien beide zaken in één keer ophelderen met hem.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Volgens mij is er een meerderheid om in ieder geval het tweeminutendebat af te maken. Ik begrijp dat NSC daar voorstander van is. GroenLinks-PvdA is daar voorstander van. De VVD is daar voorstander van. De PVV is daar voorstander van. Volgens mij is er een meerderheid voor om in ieder geval dat met elkaar af te maken en daar vanavond ook over te stemmen.
De voorzitter:
Ja, één seconde. Ik kijk even naar de heer Timmermans. Moet ik zijn woorden begrijpen als een bekrachtiging van de gedachte om het tweeminutendebat af te maken?
De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Ik heb daar geen enkel bezwaar tegen. Sterker nog, het lijkt me verstandig.
De voorzitter:
U bent daar voorstander van.
De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Maar dan niet op een manier die het kabinet ontslaat van de verplichting om hier uitleg te komen geven over zijn positie en een appreciatie van de moties te geven. Dat is een voorstel van de PVV waar ik echt niet in mee kan gaan, want dan ontsnapt het kabinet en weet de Kamer totaal niet wat daarover vandaag in de ministerraad is beslist en wat de argumentatie ervan is.
De voorzitter:
Ik stel vast dat er een meerderheid is om het tweeminutendebat voort te zetten. Dan gaan wij bellen met het kabinet om te horen wanneer er een verklaring komt en met wie we dat debat kunnen voeren.
De heer Van der Burg (VVD):
Voorzitter, op dat punt toch even een vraag.
De voorzitter:
De heer Van der Burg.
De heer Van der Burg (VVD):
Excuus. Op dat punt toch even een vraag aan u als voorzitter, want als wij straks met een tweeminutendebat bezig zijn, hoe verhoudt dat zich dan tot de verklaring die de minister-president wil afgeven? Welke volgorde wilt u hanteren? Ik denk niet dat we het ene debat moeten onderbreken voor de verklaring en de discussie over het andere debat.
De voorzitter:
Daar gaan we even naar kijken, want er is nu geen minister van Buitenlandse Zaken.
De heer Van der Burg (VVD):
Die is er altijd.
De voorzitter:
Ja, maar wie is dat dan? Dat weten we nu niet. De moties moeten toch geapprecieerd worden. Wij gaan bellen en ons verstaan met de minister-president om te horen op welke termijn we hier iemand kunnen treffen. Het zou zo kunnen zijn dat we eerst gaan luisteren naar de minister-president en dan het tweeminutendebat doen. Dat lijkt me het meest logische.
Ik schors tot 21.00 uur, maar kijk ook naar uw mailbox, want misschien is er eerder witte rook.
De voorzitter:
Ik heropen. Ik heb zojuist — ik leg echt de telefoon net neer — gesproken met de minister-president. Hij was even onbereikbaar, omdat hij ook met de koning moest praten. Hij heeft mij verteld, wat we inmiddels allemaal weten, dat ook de NSC-ministers zijn afgetreden. Ik heb gevraagd wanneer de minister-president verwacht hier te zijn voor zijn verklaring. Dat zal rond de klok van 22.00 uur, 22.15 uur zijn. Dan gaan we het doen zoals we het hebben besloten. We gaan eerst luisteren naar de minister-president. Dan gaan we het debat voortzetten. De fungerend minister van Buitenlandse Zaken is de heer Brekelmans en hij zal hier zijn om dat debat voort te zetten. Dat is hoe we het straks gaan doen. De heer Paternotte wellicht?
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter, misschien een vraag aan u. De minister-president zit hier vijf minuten wandelen vandaan. Wat maakt dat hij vijf kwartier nodig heeft voordat hij naar de Kamer kan komen om toelichting te geven op de tweede val van zijn kabinet?
De voorzitter:
Omdat hij nog een aantal gesprekken moet voeren met vicepremiers. Hij heeft dus een uurtje nodig. En ja, het zijn er maar twee, maar daar moet hij toch even mee praten. En hij wil dat statement voorbereiden. Meneer Boswijk.
De heer Boswijk (CDA):
Wij wachten al twee weken, dus een uurtje kan er wat ons betreft nog wel bij. Laten we dat dus maar doen.
De voorzitter:
Ik zie u iets na de klok van 22.00 uur, lijkt mij. De heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Ik heb er wel moeite mee dat we nu weer een uur en een kwartier moeten gaan wachten. Prachtig dat u zo sympathiek richting de premier bent, maar het parlement is hier de hele avond aan het wachten. Ik verwacht dat de minister-president nu naar de Kamer komt om gewoon tekst en uitleg te geven en te zeggen wat hij van plan is om te doen.
De voorzitter:
Ik heb zojuist met hem gesproken. Het is een nogal ongewone situatie. Hij heeft met veel mensen contact. Het was moeilijk om hem aan de telefoon te krijgen, omdat hij overleg aan het plegen was. Het zal iets na de klok van 22.00 uur worden.
De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Met die tijd heb ik niet zo veel problemen, maar wel met het feit dat het kabinet Brekelmans zal afvaardigen om het standpunt van het kabinet over de moties uit te leggen. Ik vind dat de minister-president dat zelf moet doen. We zitten in een ongekende situatie. De Kamer was gisteren heel duidelijk over wat er in Gaza-Stad plaatsvindt en dat Nederland daarin echt moet optreden. Ik vind dat de minister-president uitleg moet geven waarom zijn kabinet niet in staat is tot die besluiten te komen. Dat kun je niet aan een van zijn ministers overlaten, die bovendien niet eens portefeuillehouder is.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, dat vind ik ook. De minister-president moet hier verantwoording komen afleggen over deze situatie in zijn ministerraad. Het kabinet moet zich houden aan het internationaal recht en hij is de eerste die dat moet doen.
De voorzitter:
Ook hier geldt het eeuwige mantra dat het kabinet over zijn eigen afvaardiging gaat. Dit is wat ik hem heb voorgelegd en waarmee hij heeft ingestemd.
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Het lijkt me wel goed dat iedereen zich even uitspreekt zodat het kabinet weet wie de Kamer wenst te zien.
De voorzitter:
Ja, dat mag. Die vrijheid heeft u. Als u dat allemaal even wil doen, een voor een, kan dat.
De heer Paternotte (D66):
Zeker.
De voorzitter:
Bij dezen. Gaat uw gang. Het woord is aan u.
De heer Paternotte (D66):
Als het kabinet over moties in de Kamer heeft beraadslaagd en daarom voor de tweede maal is gevallen, lijkt het mij goed dat de voorzitter van de ministerraad zich over die moties uitlaat.
De voorzitter:
Uw standpunt is duidelijk. De heer Van der Burg.
De heer Van der Burg (VVD):
Voorzitter. Als het gaat om die verklaring, is die verklaring de verklaring van de minister-president, zoals u eerder heeft aangekondigd. Daar kunnen we prima op wachten. Als het gaat om het tweeminutendebat heeft de heer Timmermans volgens mij niet helemaal gelijk. Er is altijd een minister van Buitenlandse Zaken. Daar hebben we een vervangingsregeling voor. Daar kunnen we gewoon mee door, maar dan later.
De voorzitter:
En de vervangingsregeling behelst dat de heer Brekelmans zijn vervanger is.
De heer Van der Burg (VVD):
En het kabinet gaat over zijn eigen vertegenwoordiging, voorzitter.
De heer Dijk (SP):
Voorzitter. Ik kom toch wel weer even terug op wat ik een uur geleden ook zei. Het moet vandaag gaan over de maatregelen en de sancties. Het moet daarbij ook gaan over waar dit kabinet dan mee gaat komen. In de vorige termijn hebben we ook al gevraagd om een brief waarin staat welke sancties en welke maatregelen het kabinet gaat nemen. Als de premier anderhalf uur nodig heeft om wat gesprekken te voeren over "hoe nu verder", wat de afgelopen weken ook had gekund, verwachten wij die brief eigenlijk ook voor het debat. Dan kunnen we beter een debat voeren over de maatregelen en sancties die nodig zijn en die het kabinet bereid is om te nemen, en waar de Kamer dan iets van kan vinden.
Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Ik verwacht dat de minister-president zelf komt. Ik zou het een schoffering van de Kamer vinden als dat niet zo zou zijn.
De voorzitter:
Hij komt.
Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Wat dat betreft ben ik het helemaal eens met de heer Dijk. Het gaat erom dat we vandaag over de moties kunnen stemmen. Ik heb helemaal geen appreciaties nodig van dit kabinet. We kunnen wat mij betreft gewoon stemmen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik vind het belangrijkste dat de minister-president nu een verklaring geeft over de ontstane situatie. U had het over 22.00 uur of 22.15 uur. Ik zou ten minste doorgeven dat wij de minister-president hier verwachten om 22.00 uur. Niet straks weer uitstel. Dan wordt het een klein beetje te gek.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het is echt een ongekende puinhoop waar we naar kijken. Het is een klap in het gezicht van al die mensen in Gaza, die lijden onder de genocide gepleegd door Israël. De minister-president moet hier zo snel mogelijk komen.
De voorzitter:
Ja, helder.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik vind niet dat we nog moeten wachten. Hij moet verantwoording afleggen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Er is hier een kabinetscrisis. Het kabinet kruimelt onder onze handen vandaan. Dat maakt het land onbestuurbaar. Dan is het hoog tijd dat de minister-president daar zelf een toelichting op komt geven. Laten we helder zijn: als met dit kabinet moties worden aangenomen, is dat helaas sowieso niet superkrachtig meer in internationaal verband. Dat is een trieste constatering, maar wel een feitelijke constatering. De Kamer is het hoogste orgaan in dit land. Ik neem aan dat u de minister-president gewoon uitnodigt om hier om 22.00 uur te zijn. Dan zullen we horen hoe hij naar de ontstane situatie kijkt.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Wij lopen niet weg, dus wij blijven hier voor het tweeminutendebat. Wie het kabinet afvaardigt, zien we dan wel. Afwikkelen, want anders blijft alles door elkaar heen lopen, en daarna of daarvoor, dat mag ook, de toelichting van de minister-president.
De voorzitter:
Ik zal het gevoelen van de Kamer doorgeven. Dan zie ik u om 22.00 uur.