Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 820 XII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)
Nr. 3
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 8 oktober 2025
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm
van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 22 september 2025 voorgelegd aan de Minister en de Staatssecretaris
van Infrastructuur en Waterstaat. Bij brief van 26 september 2025 zijn ze door de
Minister en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, P. de Groot
De griffier van de commissie, Schukkink
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Welke natuurorganisaties of ngo’s ontvangen geld via deze begroting, en om welke bedragen
gaat het en waarvoor is het bedoeld?
Antwoord vraag 1
In de begroting 2025 wordt bij budgettaire tabellen en in de subsidieoverzichten toegelicht
aan welke organisatie IenW direct een bijdrage beschikbaar stelt in 2025. De bedragen
variëren per jaar, per project en per subsidieregeling en zijn bijvoorbeeld bestemd
voor de monitoring van natuur en milieu, uitvoering van specifieke pilots en projecten
of kennisontwikkeling, voorlichting en educatie over klimaatadaptatie en biodiversiteit.
Daarnaast ontvangen binnen de begroting van Hoofdstuk XII, indien het van toegevoegde
waarde is voor het realiseren van de beleidsdoelstellingen, verschillende organisaties
en NGO’s financiële middelen via projectfinanciering.
Het gaat hierbij onder andere om bijdragen op het terrein van natuurbeheer, waterkwaliteit,
circulaire economie en internationale samenwerking. In de centrale administratie wordt
hier geen overzicht van bijgehouden.
Vraag 2
Wordt er geld besteed aan het programma Natuurherstel Noordzee? Zo ja, hoeveel geld
gaat er naar dit programma per jaar?
Antwoord vraag 2
Het Programma Natuurversterking Noordzee is opgezet met middelen vanuit het klimaatfonds
van (eenmalig) ca. 149 mln. Daarnaast is er (jaarlijks) 5 mln. vanuit EZ beschikbaar
om ecologische ruimte te creëren zodat de windenergie-op-zee ambitie uitvoerbaar blijft.
De uitvoering is belegd bij de Staatssecretaris van LVVN. De Minister van IenW is
betrokken bij het programma maar levert geen financiële bijdrage.
Vraag 3
Wordt er in de begroting geld uitgetrokken voor oesterherstelprojecten? Zo ja, hoeveel
geld gaat er naar dit programma per jaar?
Antwoord vraag 3
Het Ministerie van IenW levert geen bijdrage aan oesterherstelprojecten. Wel wordt
er in het kader van het Programma Natuurversterking Noordzee gewerkt aan oesterherstel.
Vraag 4
Hoeveel geld gaat er in totaal naar natuurherstel in water (Noordzee, rivieren, grote
wateren) en hoeveel daarvan is een nationale kop bovenop de Europese verplichting?
Antwoord vraag 4
Het Ministerie van IenW besteedt geen middelen aan specifiek voor natuurherstel in
water. Wel besteedt IenW middelen aan het opstellen van de Natura 2000-beheerplannen
en de maatregelen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Kaderrichtlijn
Marine Strategie (KRM). Dit zijn Europese verplichtingen. Dit betreft echter alleen
beheer van natuur of maatregelen die kunnen dragen aan een betere natuur, niet specifiek
voor natuurherstel.
Gezamenlijk met de Staatssecretaris van LVVN neemt de Minister van IenW maatregelen
in het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Middelen voor PAGW
staan grotendeels bij IenW op de begroting. Deze maatregelen volgen niet direct uit
een Europese richtlijn maar dragen bij aan het doelbereik van richtlijnen zoals de
KRW, Vogel- en Habitatrichtlijn en Natuurherstelverordening.
Vraag 5
Kunt u aangeven wat het totale bedrag aan verplichtingen, uitgaven en ontvangsten
is in de vastgestelde begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
voor 2025?
Antwoord vraag 5
Voor de beleidsbegroting HXII is de laatste vastgestelde begroting de eerste suppletoire
begroting 2025 met een totaalbedrag aan verplichtingen van 13.794.317.000, uitgaven
van 14.180.808.000, en ontvangsten van 111.266.000 euro.
In de voorliggende suppletoire begroting september 2025 is het totale bedrag gewijzigd
naar verplichtingen van 14.079.373.000, uitgaven van 14.182.158.000, en ontvangsten
van 177.122.000 euro, zoals opgenomen in het voorstel van wet.
Vraag 6
Wat is het bedrag aan uitgaven dat in de september-suppletoire begroting 2025 is toegevoegd
aan artikel 16 Openbaar vervoer en spoor?
Antwoord vraag 6
Met de Suppletoire Begroting September is in totaal 88.912.000 euro toegevoegd aan
Artikel 16 spoor. Onderdeel van dit bedrag is de desaldering van € 50 miljoen die
niet tot betaling komt. Zie de toelichting bij vraag 7 en 8.
Vraag 7
Kunt u toelichten hoe de mutatie bij artikel 16 Openbaar vervoer en spoor zich verhoudt
tot de vergoeding van 50 miljoen euro aan NS voor het op orde houden van de dienstregeling
tijdens de coronapandemie?
Vraag 8
Kunt u uiteenzetten hoe de vergoeding van 50 miljoen euro aan NS zich verhoudt tot
de eerdere beschikbaarheidsvergoedingen voor het openbaar vervoer?
Antwoord vragen 7 en 8
Er zijn enkele openstaande financiële verplichtingen tussen IenW en NS uit de vorige
concessieperiode afgewikkeld, waaronder de door IenW gestelde spoorstaafschade op
de HSL-infrastructuur tot en met 2024 en een aanvraag van NS in de zomer van 2021
voor een vergoeding in aanvulling op de BVOV 2021 voor het op orde houden van de dienstregeling
tijdens de coronapandemie. IenW en NS stellen de vergoeding voor de door IenW gestelde
spoorstaafschade op de HSL-infrastructuur tot en met 2024 vast op een bedrag van € 50
miljoen. IenW en NS stellen de door NS aangevraagde vergoeding in aanvulling op de
BVOV 2021 voor het op orde houden van de dienstregeling tijdens de coronapandemie
vast op hetzelfde bedrag. De verrekening zal zonder betaling plaatsvinden vanwege
de gelijke omvang van de verplichtingen. De vastlegging in de begroting vindt plaats
via een desaldering van € 50 miljoen, d.w.z. via een gelijktijdige ophoging met € 50
miljoen van zowel de ontvangsten als de uitgaven en dus zonder invloed op het begrotingssaldo.
Vraag 9
Hoeveel bedragen de verplichtingen en uitgaven bij artikel 26 Bijdrage investeringsfondsen
na verwerking van de mutaties in de september-suppletoire?
Antwoord vraag 9
Na verwerking van de mutaties in de suppletoire begroting september 2025 bedraagt
het verplichtingenbudget 10.589.431.000 en het uitgavenbudget 10.589.431.000 euro,
zoals opgenomen in het voorstel van wet.
Vraag 10
Kunt u toelichten welk saldo aan baten en lasten is begroot voor Rijkswaterstaat in
de september-suppletoire begroting 2025?
Antwoord vraag 10
Het begrote saldo aan baten en lasten voor Rijkswaterstaat is – 57.367.000 in de suppletoire
begroting september 2025, zoals opgenomen in het voorstel van wet en in de agentschapsparagraaf
RWS in de memorie van toelichting.
Vraag 11
Hoeveel bedraagt de loon- en prijsbijstelling die is overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds
en Deltafonds in 2025?
Antwoord vraag 11
De loon- en prijsbijstelling die is overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds en Deltafonds
in 2025 bedraagt voor het Mobiliteitsfonds € 38,8 miljoen loonbijstelling en € 123,8
miljoen prijsbijstelling. Voor het Deltafonds bedraagt het € 11,3 miljoen loonbijstelling
en € 19,2 miljoen prijsbijstelling.
Vraag 12
Voor welke projecten binnen artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid zijn in 2025 verplichtingen
doorgeschoven naar latere jaren en wat is de omvang van deze schuiven?
Antwoord vraag 12
Het verplichtingenbudget wordt met € 27,1 miljoen verlaagd. Dit wordt verklaard door
de toegelichte uitgavenmutaties bij de verschillende artikelonderdelen:
14.01 Netwerk (– € 11,1 miljoen): dit wordt veroorzaakt door vertragingen in het opdrachtenbudget
van Voertuigen en Digitale Infrastructuur (VDI) door de val van het Kabinet (– € 2,7
miljoen) en het opdrachtenbudget binnen netwerk o.a. door ontvangen prijsbijstelling
wordt deels ingezet voor de dekking van de HXII-opgave Voorjaar 2025 van IenW (– € 4,1 miljoen),
overboekingen naar artikel 16 OVS (– € 1,6 miljoen) en artikel 24 ILT (– € 2,2 miljoen)
en de implementatie van CER/NIS2 (– € 1,2 miljoen), voorbereiding op en uitvoering
van sectorale CSIRT-taken (– € 1,0 miljoen) en een herschikking in opdrachten bij
VDI (€ 1,7 miljoen).
14.02 Verkeersveilighied (– € 0,6 miljoen): dit betreft voornamelijk de toedeling
van de loonbijstelling bij subsidies van Wegen en Verkeersveiligheid binnen artikel
14 (– € 0,5 miljoen).
14.03 Duurzame Mobiliteit (– € 16,5 miljoen): dit betreft voornamelijk de verlaging
van het opdrachten budget bij de Klimaatfonds: Laadinfra Bouw (– € 14,9 miljoen) waardoor
€ 13,6 miljoen wordt overgeboekt naar het MF, waar Rijkswaterstaat het inzet ten behoeve
van laadinfrastructuur en baterijsystemen op de bouwplaats, onderzoekskosten en capaciteit
bij RWS GPO en de overheveling van middelen naar RWS is over de jaren heen verdeeld.
Er wordt € 1,3 miljoen van 2025 naar latere jaren verschoven, zodat na overheveling
aansluit bij de verwachte uitgaven.
Vraag 13
Hoeveel bedragen de geraamde ontvangsten van de HSL-concessie in 2025 na bijstelling,
en hoeveel wordt doorgeschoven naar 2026?
Antwoord vraag 13
Bij de suppletoire begroting september is de stand € 243,7 miljoen in 2025 en er is
€ 152,7 miljoen doorgeschoven naar 2026. Het opgehoogde budget in 2026 wordt zichtbaar
gemaakt in de ontwerpbegroting 2026.
Vraag 14
Wat is de reden dat de ontvangsten van de HSL-concessie in 2025 121,7 miljoen euro
lager zijn geraamd, en waarom worden de resterende ontvangsten doorgeschoven naar
2026?
Antwoord vraag 14
De ontvangsten met betrekking tot de HSL-concessie vallen lager uit dan begroot, omdat
een kasschuif uit het verleden ervoor gezorgd heeft dat er in 2025 een onevenredige
ophoging heeft plaatsgevonden. Het niet gerealiseerde bedrag schuift nu door naar
2026. In 2026 is IenW voornemens een nieuw Besluit HSL-heffing in te stellen. Dan
wordt de gehele reeks opnieuw bezien.
Vraag 15
Kunt u inzicht geven in de verdeling van de 96,5 miljoen euro extra uitgaven voor
het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) binnen artikel 17 Megaprojecten verkeer
en vervoer?
Antwoord vraag 15
Het budget over de jaren van het programma is meer in evenwicht gebracht met de planning
van de projecten. Ten opzichte van de vorige stand (bij de Voorjaarsnota) is er aan
de projecten voor de financiële uitgaven niets gewijzigd.
Vraag 16
Kunt u daarbij toelichten waarop de verhoging van 86,5 miljoen euro aan uitgaven voor
het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer betrekking heeft?
Antwoord vraag 16
Het budget over de jaren van het programma is meer in evenwicht gebracht met de planning
van de projecten. Ten opzichte van de vorige stand (VJN) is er aan de projecten in
het programma als totaal niets gewijzigd in 2025.
Vraag 17
Wat is de achtergrond van de verplichtingenschuif voor mobiliteitspakketten van – 169,1
miljoen euro?
Antwoord vraag 17
De schuif is nodig om de verplichtingen voor de SPUKS in het juiste ritme te krijgen,
daar waar deze in 2025 niet aan gegaan kunnen worden. Het betreft de SPUKS Westflank
Groningen, HOV4 en Lijn Pampus.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
M. Schukkink, griffier