Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 784 Verlenging en wijziging van Titel X van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering (Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering)
Nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 26 september 2025
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het
voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen
zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet
genoegzaam voorbereid.
INHOUDSOPGAVE
1.
Inleiding
2
2.
Stand van zaken van het wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering
2
3.
De evaluatie van de vijf onderdelen uit de Innovatiewet Strafvordering
2
3.1
Opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging en
als wettig bewijsmiddel
2
3.2
Mediation na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting
3
4.
Verlenging en mogelijke aanpassing van de vijf onderdelen uit de Innovatiewet
3
4.1
Opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging en
als wettig bewijsmiddel
3
4.2
Mediation na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting
3
5.
Ontvangen adviezen
4
5.1
Opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging en
als wettig bewijsmiddel
4
1. Inleiding
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het voorliggend wetsvoorstel Verlenging en wijziging van Titel X van het Vierde Boek
van het Wetboek van Strafvordering (Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering) (hierna:
het wetsvoorstel). Deze leden kunnen de verlenging van de vijf pilots in de Innovatiewet
Strafvordering (hierna: de Innovatiewet) steunen. Zij hebben wel enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Deze leden hebben de Innovatiewet gesteund en vinden het belangrijk dat de strafrechtketen
de ruimte wordt geboden om te blijven innoveren. Zij onderschrijven de noodzaak voor
een wettelijke grondslag totdat het nieuwe Wetboek van Strafvordering in werking treedt.
Zij steunen in dat kader het wetsvoorstel en stellen nog een paar vragen.
De leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel
en de bijbehorende stukken. Deze leden vinden het van belang dat de nieuwe procedures
die met de Innovatiewet in het huidige Wetboek van Strafvordering zijn opgenomen,
kunnen worden voortgezet. Met deze procedures is twee jaar geëxperimenteerd, waardoor
een goede beoordeling kan worden gemaakt over welke procedures succesvol bleken en
waarvoor verlenging noodzakelijk is, zodat tot de inwerkingtreding van het nieuwe
Wetboek van Strafvordering van deze procedures gebruik kan worden gemaakt. Deze leden
hebben over het wetsvoorstel nog een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Deze leden zien op dit moment geen aanleiding tot het stellen van vragen over het
wetsvoorstel.
De leden van de SP-fractie hebben het wetsvoorstel met interesse gelezen. Deze leden
hebben hier nog een aantal vragen over.
2. Stand van zaken van het wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering
De leden van de VVD-fractie constateren dat de regering sinds maart 2024 vasthoudt
aan de datum van 1 april 2029 voor de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van
Strafvordering. Gelet op het omvangrijke wetgevingsprogramma en het implementatietraject
dat daarop volgt, achten deze leden deze datum niet langer realistisch. Kan de regering
reflecteren op de haalbaarheid van de datum van 1 april 2029 en daarbij ook ingaan
op wat de gevolgen zijn van de hack van het Openbaar Ministerie voor de noodzakelijke
ICT-wijzigingen die nog moeten plaatsvinden voorafgaand aan de inwerkingtreding van
het nieuwe Wetboek van Strafvordering?
3. De evaluatie van de vijf onderdelen uit de Innovatiewet Strafvordering
3.1 Opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging
en als wettig bewijsmiddel
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de pilots voor audiovisuele registratie
(hierna: AVR) wisselende resultaten hebben opgeleverd. Deze leden hebben de indruk
dat een van de subpilots AVR, waarbij meer beelden van de gebeurtenissen waarvoor
de verdachte terechtstaat op zitting worden vertoond, in enige mate positief is ontvangen
door de Rechtspraak, maar andere onderdelen van de subpilots AVR minder. Deze leden
begrijpen dat de subpilots AVR leidden tot een hogere werklast voor met name de Rechtspraak
en ook het Openbaar Ministerie. Er wordt in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel
echter weinig gesproken over de werklastverlaging van de politie die naar verwachting
zou worden bereikt met de pilots. Kan de regering daar iets over zeggen?
De leden van de VVD-fractie zouden graag bevestigd zien dat er met spoed wordt gewerkt
aan de inzet van nieuwe technologische en digitale technieken, zodat in de strafrechtketen
met behulp van artificiële intelligentie en speech-to-text-software verder kan worden
geëxperimenteerd. Welke stappen zet de regering en kan de regering een concreet tijdpad
aangeven en beschrijven wat nodig is om een aanvullende pilot AVR succesvol te laten
verlopen?
3.2 Mediation na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting
De leden van de SP-fractie zien dat tussen de geconsulteerde partijen de meningen
uiteenlopen over het voornemen van de regering om in het wetsvoorstel de voorwaarden
betreffende de eindezaakverklaring af te schaffen. Aan de ene kant vinden onder andere
het Centraal Justitieel Incassobureau en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak
dit een positieve ontwikkeling. Aan de andere kant geeft Slachtofferhulp Nederland
aan dat dit mogelijk de positie van slachtoffers kan benadelen. Slachtofferhulp Nederland
vraagt wat de afschaffing zegt over de afspraken die worden gemaakt en hoe juridisch
houdbaar deze zijn. Kan de regering hierop reflecteren? Wat wordt er bijvoorbeeld
verstaan onder een positieve uitkomst? Hoe worden gemaakte afspraken na deze voorgestelde
afschaffing dan wel nagekomen?
4. Verlenging en mogelijke aanpassing van de vijf onderdelen uit de Innovatiewet
4.1 Opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging
en als wettig bewijsmiddel
De leden van de NSC-fractie hebben enkele vragen over het verlengen van de subpilots
AVR camerabeelden en AVR verdachtenverhoor. De regering baseert deze verlenging op
een speculatie; het is denkbaar dat er een nieuwe pilot wordt opgezet, maar concrete
plannen zijn er (nog) niet. Deze leden willen de regering vragen waarom de wettelijke
mogelijkheid tot het opstarten van een nieuwe pilot met dit wetsvoorstel moet worden
gerealiseerd. Zij vragen de regering of het niet logischer is om deze bepaling te
laten vervallen en dan in de toekomst met een nieuwe wetswijziging te komen die specifiek
ziet op de pilot die zal worden uitgevoerd. Deze leden merken hierbij op dat in dat
geval ook bekend is welke technologie voorhanden is, waardoor een betere, op de praktijk
toegesneden, bepaling tot stand kan worden gebracht.
4.2 Mediation na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het voornemen is om de inzet van
mediation in de fase van berechting ook op te nemen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering.
Deze leden lezen ook dat dit gebeurt door middel van de tweede aanvullingswet, waarbij
ook de in het evaluatierapport gesignaleerde aandachtspunten worden betrokken. Dit
kan betekenen dat de regeling over mediation in het nieuwe Wetboek zal worden aangevuld
of gewijzigd. Nu is er bij de behandeling van de eerste vaststellingswet voor het
nieuwe Wetboek van Strafvordering al een amendement aangenomen van de leden Mutluer
en Van Nispen (Kamerstuk 36 327, nr. 51) dat ziet op de toepassing van mediation en andere herstelrechtvoorzieningen. Op
welke wijze kan de door middel van het amendement ingebrachte toevoeging door de tweede
aanvullingswet nog worden gewijzigd? Is het correct dat de aanvullingswetten bedoeld
zijn voor technische wijzigingen? Deelt de regering de mening dat, aangezien een ruime
meerderheid van de Kamer dat amendement heeft aangenomen, dat voorrang heeft boven
andere eventuele wijzigingen via een aanvullingswet?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de mogelijkheid die de rechter heeft
om voorwaarden te verbinden aan de verklaring dat de zaak is geëindigd, in het vervolg
van de pilot mediaton geschrapt gaat worden, omdat dat problemen oplevert voor de
uitvoering. Wat wel blijft, is dat als de verdachte de afspraken voor herstel die
in het kader van de mediation zijn gemaakt, niet naleeft, hij opnieuw in rechte kan
worden betrokken. Deze leden vragen op welke wijze deze verdachte in dat geval bij
gebrek aan voorwaarden alsnog aan die afspraken gehouden kan worden. En hoe en door
wie moet daar een aanzet toe worden gemaakt? Begrijpt de regering de bezwaren van
Slachtofferhulp Nederland dat het slachtoffer degene zou moeten zijn om de verdachte
alsnog aan de gemaakte afspraken te houden? Zo ja, waarom en hoe moet dat anders?
Zo nee, waarom niet? Hoe gaat het slachtoffer dat het belastend vindt om zelf een
melding te doen, hierbij ondersteund of ontlast worden?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie kunnen instemmen met een meer uitgebreide
toepassing van de mogelijkheden van mediation door de regeling ook in hoger beroep
en in alle arrondissementen mogelijk te maken. Op welke termijn wordt de nu nog geldende
regionale beperking in het Besluit innovatie strafvordering geschrapt?
De leden van de SP-fractie constateren dat er nog een aantal zorgen is over de manier
waarop mediation na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting is meegenomen,
zoals aangedragen door geconsulteerde partijen, met name door de Raad voor de rechtspraak
(hierna: de Rvdr). De Rvdr heeft sterk de indruk dat mediation nu alleen in bepaalde
arrondissementen kan worden doorgezet, namelijk enkel in de arrondissementen waar
de pilots hebben plaatsgevonden. De Rvdr heeft de indruk dat dit nu niet breder kan
worden ingezet. Waarom is er niet voor gekozen deze pilots ook breder in te zetten?
Klopt het dat deze pilots doorgaans een succes waren en is dit dan ook niet een reden
voor een inzet op bredere schaal? Daarnaast zien deze leden dat de Rvdr een oproep
doet om ook de eindezaakverklaringen te kunnen gebruiken in het hoger beroep en dat
dit ook in de schakelbepaling moet worden overgenomen. Is de regering hiertoe bereid?
Zo nee, waarom niet?
5. Ontvangen adviezen
5.1 Opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging
en als wettig bewijsmiddel
De leden van de SP-fractie zien dat meerdere partijen kritiek hebben op het gebruik
van AVR als zelfstandig bewijsmiddel. Ook zien deze leden dat er wetenschappelijk
bewijs voor wordt aangehaald dat het niet goed functioneert als zelfstandig bewijsmiddel
en dat ook de waarneming van de rechter nodig is voor in de basis een goede afweging.
Waarom wordt ervoor gekozen om artikel 567 van het Wetboek van Strafvordering te handhaven
met deze kennis? Heeft de regering ook overwogen dit artikel af te schaffen? Zo nee,
waarom niet?
De leden van de SP-fractie willen ten slotte nog aandacht vragen voor de zorgen van
Slachtofferhulp Nederland over AVR. Slachtofferhulp Nederland geeft aan dat in de
artikelen 560 en 562 van het Wetboek van Strafvordering is opgenomen dat opnames gemaakt
kunnen worden tijdens het opsporingsonderzoek en tijdens het onderzoek ter terechtzitting.
Slachtofferhulp Nederland maakt zich zorgen over de privacy van slachtoffers, mede
omdat de opname aan de processtukken wordt toegevoegd. Kan de regering uitleggen hoe
het zit met de opnames en de vraag of deze mogelijk in de openbaarheid kunnen verschijnen?
Slachtofferhulp Nederland acht het van groot belang dat slachtoffers worden geïnformeerd
over het feit dat er opnames worden gemaakt en over hun privacygerelateerde rechten.
Is dit wat de regering betreft voldoende geborgd in deze wetgeving?
De voorzitter van de commissie, Pool
Adjunct-griffier van de commissie, Paauwe
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J. Pool, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
B.A. Paauwe, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.