Verslag van een bijeenkomst : Verslag van de interparlementaire commissieconferentie on global gateway and the 4th conference on financing for development: ‘Advancing poverty eradication and energy access in developing countries’
36 180 Doen waar Nederland goed in is - Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Nr. 169
VERSLAG VAN EEN CONFERENTIE
Vastgesteld 30 juni 2025
Namens de commissie BHO van de Tweede Kamer heeft het lid Hirsch (GroenLinks-PvdA)
op 20 mei 2025 deelgenomen aan de interparlementaire commissieconferentie «Advancing poverty eradication and energy access in developing countries» in Brussel. De conferentie werd georganiseerd door de DEVE-commissie (commissie voor
Ontwikkelingssamenwerking) van het Europees Parlement. Hierbij wordt verslag uitgebracht
van dit werkbezoek.
Het doel van de bijeenkomst is om de financiering van ontwikkelingshulp te bespreken
in het licht van de huidige geopolitieke uitdagingen, ter voorbereiding op de vierde
internationale conferentie van de Verenigde Naties over ontwikkelingsfinanciering
(30 juni–3 juli 2025). De DEVE-commissie nodigt de leden van de nationale parlementen
uit om hun perspectieven en ervaringen te delen, om een waardevolle bijdrage te leveren
aan de discussie.
Opening
Camilla Brückner (directeur van het VN/UNDP; United Nations Development Programme) opent de bijeenkomst
en benoemt enkele aandachtspunten:
– De importheffingen die President Trump heeft aangekondigd vormen een enorm probleem
en hebben direct effect op de sociale en publieke diensten in ontwikkelingslanden.
– Bezuinigen op de ODA-uitgaven is niet gratis.
– De EU moet -ook uit eigen belang- actief betrokken blijven bij de rest van de wereld.
Sessie 1: Financing for Development amidst geopolitical challenges
De eerste spreker is Raphaël Daubet, lid van de Franse senaat. Hij geeft aan dat sprake is van 4.000 miljard dollar tekort
aan ontwikkelingsuitgaven, mede als gevolg van het terugtrekken van de VS. Daarom
is nu extra inzet van andere landen vereist en dat is lastig, gezien de algehele bezuinigingen
en extra defensie uitgaven van nationale overheden. De heer Daubet geeft aan dat de
focus op drie punten moet liggen:
1. De donorlanden moeten duidelijke doelen voorstaan (prioriteren);
2. Het mobiliseren van private fondsen;
3. Geopolitieke dimensie meewegen (gezamenlijk optreden als EU)
De heer Daubet geeft aan dat hij ervan overtuigd is dat de publieke opinie niet moet
worden overschat. Het is belangrijk om burgers gerust te stellen over de doeltreffendheid
van ontwikkelingshulp. De geopolitieke situatie is moeilijk, doelstellingen moeten
worden verduidelijkt en worden afgebakend.
De tweede spreker is San Bilal, directeur van ECDPM (European Centre for Development Policy Management). De heer
Bilal deelt tijdens zijn bijdrage een aantal ideeën:
– Neem SDGs als leidraad
– Maak 300 miljard euro vrij door een hefboomeffect (stimuleren private investeringen)
en leg relaties met andere beleidsvelden;
– Team Europe+ approach: probeer zo veel als mogelijk gezamenlijk en multilateraal te
bereiken;
– Betrek private actoren.
De derde spreker is Jakob Kopperud, waarnemend directeur bij de Wereldbank.
De heer Kopperud geeft aan dat de wereld van vandaag te maken heeft met crises, conflicten
en geopolitieke versnippering. De gelijktijdigheid van verschillende problemen en
schokken bedreigt wat de afgelopen decennia is bereikt. Extreme armoede neemt toe;
het is tijd om te handelen. Slimmere en meer effectieve samenwerking is nodig. Het
bieden van voldoende werkgelegenheid is van enorm groot belang voor ontwikkelingslanden
met een grote, jonge bevolking. Privaat kapitaal moet worden gemobiliseerd.
Na de panelleden, volgen interrupties door individuele parlementariërs.1
De eerste interruptie is door de afgevaardigde namens Zweden. Zweden hervormt nu de agenda rondom internationale ontwikkelingssamenwerking. Minder
projecten en efficiënter werken, maar nog steeds als één van de grootste donorlanden.
Zweden wilt voor echte impact zorgen. Europa moet een versnelling hoger schakelen
als het op internationale ontwikkelingssamenwerking aankomt. Voor Zweden is Oekraïne
momenteel de belangrijkste prioriteit.
De volgende interruptie is door de afgevaardigde namens Finland. Er wordt aangegeven dat ontwikkelingssamenwerking moet worden gezien als strategisch
onderdeel van het buitenlands-, veiligheid- en handelsbeleid om strategisch te zijn.
Handelsovereenkomsten moeten worden geïmplementeerd. De belangrijkste vraag is: hoe
kan de private sector worden betrokken?
De volgende interruptie is door Europarlementariër Bullman (S&D, DE). Ziet onvoldoende governance in global gateway plan. Hoe meten we de resultaten
die worden geboekt? Het gaat hier namelijk nog steeds over belastinggeld. We moeten
op de hoogte zijn van de resultaten. Voorstander van het concept «global gateway»,
maar de resultaten ervan moeten zijn gebaseerd op concrete uitwerking van doelstellingen
en niet op ideologieën.
De volgende interruptie is door de afgevaardigde namens Spanje. Spanje wil dat ontwikkelingsbeleid behoort tot nationaal beleid en dat dat ook een
belangrijk onderdeel is in het buitenlandbeleid. Daarnaast wil Spanje dat duurzaam
beleid centraal staat.
De volgende interruptie is door de afgevaardigde namens Oostenrijk. Er wordt aangegeven dat meer moet worden gekeken naar de noden en de doeleinden,
en niet per se naar ODE thresholds.
De volgende interruptie is door EP-lid Goerens (Renew, LU). Goerens geeft aan dat er veel is veranderd sinds de laatste global gateway
bijeenkomst. In Sevilla, tijdens de 4th International Conference on Financing for
Development (FfD4), heeft de EU een belangrijke voorbeeldrol te vervullen. Veel doelstellingen
zullen worden vastgehangen aan de EU omdat USAID is weggevallen. EU moet speerpunt
zijn voor nieuwe structuur van ontwikkelingssamenwerking in de wereld. Daarbij is
wel een groot financieel probleem. De EU kan het wegvallen van USAID niet vervangen,
maar de EU moet wel een centrale rol innemen door middel van het aantrekken van private
fondsen.
De volgende interruptie is door de afgevaardigde namens Nederland. Er wordt aangegeven dat er extra wordt ingezet op financiering en defensie. Betekent
dat dan automatisch dat we geld moeten halen uit het ODA-budget? Misschien moet het
defensie budget niet direct in verband worden gebracht met het ODA-budget. Immers,
defensie-experts benadrukken juist het belang van ODA voor het voorkomen van conflict
en het snelle herstel na conflict. Ook wordt aangegeven dat private bedrijven en financiële
instellingen reeds ruim aanwezig zijn in ontwikkelingslanden via internationale handelsketens.
Is het dan niet logischer om die activiteiten te verduurzamen in plaats van schaarse
ODA-middelen in te zetten om private activiteiten te versterken?
Sessie 2: The Road Ahead: Navigating the Future of Financing for Development
Abir Al-Sahlani, ondervoorzitter van de DEVE-commissie, opent de tweede sessie, mede namens het panel.
De eerste spreker is Charles Goerens, lid van het Europees parlement (Renew, LU). Hij geeft aan dat verantwoordelijkheid
moet worden getoond en dat oplossingen moeten worden geboden die er echt toe doen.
De politieke dialoog met verschillende partners moet worden verbeterd.
De tweede spreker, Maria José Romero (Policy and Advocacy Manager on Development Finance, EURODAD) noemt drie aandachtspunten:
– Ontwikkelingssamenwerking: de wereldwijde ontwikkelingshulp is met 7% verminderd t.o.v.
2023. Het ODA-budget moet dienen om armoede uit te roeien.
– Rol van ontwikkeling van private financiering wordt steeds groter en belangrijker.
– Schuldencrises: veel landen in het globale zuiden hebben een forse overheidsschuld
en zien daar geen uitweg voor.
De derde spreker is Peter Pontuch (Deputy Head of Unit of DG INTPA «Sustainable Finance», European Commission). De
EU zal met iedereen moeten samenwerken om maatregelen effectief uit te voeren. Samen
kan meer worden gedaan, de EU kan niet alleen optreden en kan duurzame financiering
niet alleen waarmaken. De EU vertegenwoordigt 5% van de wereldbevolking, 15% van het
BBP en 42% van officiële bijdragen aan ontwikkelingshulp. Dat laatste percentage zal
toenemen nu de VS geneigd is om diens bijdrage te verminderen. Een belangrijk punt
hier is country ownership. Landen moeten eigen verantwoordelijkheid nemen. Private financiering is iets wat
centraal moet worden gesteld. Het kan zorgen voor banen, transformatie etc.
Na de panelleden, volgen interrupties door individuele parlementariërs.2
Eerste interruptie is door de afgevaardigde namens Italië. Deelt de mening van de panelleden. Er moet duidelijk zijn wat de impact is van ontwikkelingshulp
op het vlak van politiek. Waarom wordt hulp geboden? Het gaat niet over aantallen,
maar over wat de politieke impact is.
Volgende interruptie is door de afgevaardigde namens Zweden. Geeft aan dat we leven in een snel veranderende wereld. Het internationale stelsel
staat onder grote druk. Vanuit Zweeds oogpunt is er meer directe dialoog nodig met
de ontvangende landen. We moeten hardere prioriteiten stellen, we moeten bepalen waar
onze prioriteiten liggen, waar onze steun de beste resultaten kan boeken. Maar we
moeten ook nieuwe samenwerkingen aanboren, met nieuwe instrumenten. We moeten meer
private financiering binnenhalen.
Volgende interruptie is door de afgevaardigde namens Finland. Als we kijken naar ontwikkelingssamenwerking en de global gateway moeten we opnieuw
de vraag stellen wat onze sterke punten zijn. We moeten ook rekening houden met hoe
anderen om ons heen naar Europa kijken. Hoe kunnen wij er als ontwikkelde wereld eraan
bijdragen om problemen in de wereld op te lossen? We moeten diepere diplomatiekere
relaties smeden en dan kunnen we het hebben over diepere ontwikkeling en diepere strategische
doelstellingen. Er werd al gepraat over de rol van financiering en de private sector
daarin. Als we niet op dezelfde golflengte zitten met die sector, hoe kunnen we dan
oplossingen aandragen?
Volgende interruptie is door de afgevaardigde namens Oostenrijk. We hebben het vaak over lokale middelen. Wat is het standpunt van de EU in het debat
in de VN over dat het wereldwijde belastingverdrag/kader ook in het globale zuiden
ten goede zou kunnen komen en dat ertoe zou kunnen leiden dat belastingen billijker
worden?
Volgende interruptie is door de afgevaardigde namens Nederland. Private bedrijven zijn al ruim aanwezig. Is de EU bereid om die activiteiten te verduurzamen?
Immers, daar zit onze grootste invloed op ontwikkeling. Hoe rijmt dat met het pleiten
voor deregulering? En welke rol spelen maatschappelijke organisaties en vakbonden
in de landen waar de EU gaat investeren vanuit F4D?
Terug naar het panel. Maria José Romero pleit voor concrete acties, er moet draagvlak
worden opgebouwd voor internationale samenwerking, acties die legitimiteit verhogen
voor ontwikkelingshulp. Er moet ook debat gevoerd worden over de rol van de EU en
hoe landen ter verantwoording worden geroepen.
Charles Goerens geeft aan dat de EU rekening moet houden met de financiële structuur
van ontwikkelingssamenwerking. Er moet effectiever worden uitgeleend en tegelijkertijd
geen garanties geven aan instanties die roekeloos uitlenen. We zullen een conflict
zien tussen veiligheid enerzijds en ontwikkeling anderzijds. We moeten op beide inzetten.
Op Europees niveau hebben we de mogelijkheid om problemen aan te pakken als geheel.
Daarom moet de verbinding worden gemaakt tussen het humanitaire aspect enerzijds,
en het defensie aspect anderzijds.
Peter Pontuch geeft in zijn afsluitende woorden aan dat alle thema’s van de financiering
aan bod moeten komen. In het geval van private financiering kunnen partijen bekijken
hoe dat geld wordt gestabiliseerd. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de betrokken partijen
aan zet zijn en hun rol nemen?
Afsluiting
Camilla Brückner dankt alle aanwezigen. Zij geeft aan dat het schrikbare tijden zijn
maar dat er ook kansen zijn en die moeten worden gegrepen. Zij geeft nog een aantal
zaken mee:
– Europa kan voortrekkersrol opnemen, allianties smeden. Er moet een blijk van vertrouwen
worden gegeven en dat zal uiteindelijk in Europa’s belang zijn.
– Met de huidige geopolitieke situatie moet ook rekening worden gehouden met het veiligheidsaspect.
Verminder de ontwikkelingssamenwerking niet, want dat zal uiteindelijk tegen ons werken.
– Digitale ontwikkelingen en AI wordt steeds belangrijker. De EU moet hierin een voortrekkersrol
nemen zodat er een systeem komt waarbij mensen centraal staan. Aan de EU wordt gevraagd
om samen met de VN te investeren in een dergelijk model en dat aan te moedigen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Daniëlle Hirsch, Tweede Kamerlid