Brief regering : De toekomst van de sociale advocatuur en de stelselvernieuwing rechtsbijstand
31 753 Rechtsbijstand
Nr. 312 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 juni 2025
In deze brief informeer ik u over de toekomst van de sociale advocatuur en de voortgang
van de stelselvernieuwing rechtsbijstand. 2025 vormt het laatste jaar van het programma
stelselvernieuwing rechtsbijstand. Sinds de twaalfde voortgangsrapportage is wederom
goed werk verricht op het gebied van onder meer de laagdrempelige toegang tot juridische
hulpverlening en procedeergedrag van de overheid.1 Ook wordt er gewerkt aan het conceptwetsvoorstel tot aanpassing van de Wet op de
rechtsbijstand.
In mijn brief van 27 maart 2025 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de twee routes die
ik ten aanzien van de toekomst van de sociale advocatuur ga bewandelen: toekomstbestendigheid
en een redelijke vergoeding. Ik ben verheugd u te kunnen melden dat de vergoedingen
voor sociaal advocaten op onderdelen structureel worden verbeterd conform de aanbevelingen
van de commissie-Van der Meer II.2
Voor de toekomstbestendigheid op de (middel)lange termijn ben ik samen met Raad voor
Rechtsbijstand (RvR), Nederlandse orde van advocaten (NOvA) en de Vereniging sociaal
Advocatuur Nederland (VSAN) bezig met het ontwikkelen van een toekomstvisie. Daarin
wordt nagedacht over hoe een duurzame en toekomstbestendige sociale advocatuur er
uit zou kunnen zien. Daarnaast vraagt de urgentie van de problemen ten aanzien van
het aanbod van sociaal advocaten tevens om actie op de korte termijn, zowel voor de
randvoorwaardelijke redelijke vergoeding als voor de toekomstbestendigheid. Naast
dat ik vanaf 2026 wil voorzien in betere vergoedingen voor de sociale advocatuur,
werk ik samen met de RvR, NOvA en VSAN aan verschillende maatregelen voor de korte
termijn.
Hieronder informeer ik u in deel I over de toekomst van de sociale advocatuur: de
voortgang van het visietraject, de korte termijn maatregelen en de opvolging van de
aanbevelingen van de commissie-Van der Meer II. Daarnaast infomeer ik u in deel II
over de voortgang op relevante onderdelen van de stelselvernieuwing rechtsbijstand
en schets ik de contouren van het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wet op de rechtsbijstand.
Versterking sociale advocatuur
Lange termijn: Visietraject
Het visietraject is zoals eerder aangegeven met name bedoeld voor de (middel)lange(re)
termijn. In dit traject wordt nagedacht over fundamentele vraagstukken met betrekking
tot het toekomstbestendige aanbod van sociaal advocaten. Het doel is te komen tot
een visie over hoe de sociale advocatuur er over 5–10 jaar uit zou kunnen zien, zodat
deze duurzaam en toekomstbestendig is en blijft.
Aanvankelijk was het streven om het gehele visietraject aan het begin van de zomer
2025 af te ronden, waarbij ook de doelen en maatregelen geformuleerd zouden zijn om
mee aan de slag te gaan. Inmiddels blijkt hier meer tijd voor nodig te zijn. In deze
brief zal ik een stand van zaken geven en de pijlers schetsen waarop de visie zal
gaan rusten. Ik streef ernaar het visietraject in het derde kwartaal van 2025 af te
ronden.
De afgelopen maanden heb ik samen met de NOvA, RvR en VSAN (het kernteam) de onderzoeksfase
doorlopen. We hebben in kaart gebracht hoe de huidige situatie rondom de sociale advocatuur
eruit ziet en wat er inmiddels al in gang is gezet.3 Op basis van die inzichten zijn verschillende vernieuwende toekomstscenario’s gevormd.
Door meerdere scenario’s te verkennen wordt een breed perspectief op de toekomstmogelijkheden
voor de sociale advocatuur verkregen. Naar aanleiding daarvan heeft het kernteam vier
pijlers bepaald die ten grondslag zullen liggen aan de visie. Daarbij geldt dat advocaten
een redelijke vergoeding moeten ontvangen voor hun werk. Deze pijlers zullen in de
volgende bijeenkomsten nader worden uitgewerkt. Daarbij zal ook gekeken worden hoe
we van andere werkvelden kunnen leren en wat er door innovatieve partijen, van binnen
en buiten het werkveld, al is ontwikkeld. Hieronder wordt per pijler een korte toelichting
gegeven en een aantal mogelijke ideeën voor de toekomst genoemd.
• Alternatieve bedrijfsstructuren: Het verkennen en implementeren van innovatieve en nieuwe organisatievormen voor duurzaam
ondernemen wat het vak aantrekkelijk maakt voor nieuwe aanwas.
o Mogelijke ideeën:
– Advocaten werken in loondienst;
– Detachering stagiaires;
– Unit gesubsidieerde rechtsbijstand bij grote kantoren;
– Traineeship sociale advocatuur;
– Samenbrengen van een commerciële en toevoegingspraktijk in nieuwe kantoormodellen.
• Imago: Door actief te werken aan een positieve beeldvorming en de maatschappelijke waarde
van de sociale advocatuur te benadrukken, trekken we nieuw talent aan en vergroten
we de maatschappelijke relevantie voor dit cruciale beroep.
o Mogelijke ideeën:
– Inzet van ambassadeurs en boegbeelden;
– Media aandacht (TV-serie, campagne);
– Banenmarkt;
– Website «hoewordiksociaaladvocaat.nl»;
– Innovatieve kantoormodellen die inspirerend zijn voor studenten om voor dit beroep
binnen het stelsel te kiezen.
• Onderwijs: Door gerichte voorlichting en educatie op scholen en onderwijsinstellingen vergroten
we de bekendheid met de sociaal advocatuur en inspireren we de volgende generatie
om voor dit maatschappelijk belangrijke beroep te kiezen.
o Mogelijke ideeën:
– Permanente aandacht voor sociale advocatuur in curriculum rechtsgeleerdheid;
– Inzet sociale media;
– (verplichte) stage bij een rechtswinkel of een sociaal advocatenkantoor;
– Interne opleidingsinstituut binnen nieuwe kantoormodellen die aansluiten bij de reeds
ingestelde leerstoel en extended master sociale advocatuur.
– Meer aandacht voor familie- en jeugdrecht in de basisopleiding rechten.
• Doelmatige bedrijfsvoering: Het optimaliseren van de bedrijfsprocessen en -structuren stelt sociaal advocaten
in staat efficiënter te werken en zich volledig te richten op hun juridische bijstand,
wat de kwaliteit en toegankelijkheid ten goede komt.
o Mogelijke ideeën:
– Centrale inkoop ICT-systemen, kennisbanken en administratieve systemen: vast pakket
voor sociaal advocaten tegen schappelijke prijs;
– Een centrale facilitaire dienst voor sociaal advocaten;
– Faciliteren samenwerking 1e/2e lijn;
– Samenwerkingsverbanden gericht op doelmatige bedrijfsvoering;
– Aansluiten systemen rechtspraak en advocatuur;
– Gebruik van AI voor routinematige werkzaamheden.
Vervolg
Op 10 juli 2025 staat de volgende bijeenkomst met het kernteam gepland. In die bijeenkomst
zal vanuit verschillende organisaties worden meegedacht over de pijlers. Het doel
hiervan is om van deze organisaties te leren, inspiratie op te doen en dit te vertalen
naar de pijlers. De verder uitgewerkte pijlers zullen vervolgens aan het netwerk worden
voorgelegd. Het netwerk zal bestaan uit onder andere sociaal advocaten, studenten,
rechtsbijstandsverzekeraars, vertegenwoordigers uit de rechterlijke macht en wetenschappers.
Het uiteindelijke doel, in de laatste fase van het visietraject, is om te komen tot
een visie die gedragen wordt door alle partijen. Een toekomstbeeld waarin iedereen
zich herkent en waar men voor wil gaan staan en waarop concreet maatregelen kunnen
worden genomen voor de lange termijn.
Korte termijnplannen
Ondanks de maatregelen die de afgelopen jaren zijn ingezet om de sociale advocatuur
te versterken4 blijft het aanbod van sociaal advocaten dalen. Ik acht het daarom van belang om naast
het visietraject, gericht op de lange(re) termijn, maatregelen te nemen die op korte
termijn bijdragen aan de versterking van de sociale advocatuur. Deze maatregelen zijn
onder meer gericht op het oplossen van acute tekorten in de sociale advocatuur. Hierbij
zijn ook de ideeën betrokken die eerder dit jaar zijn voorgesteld door de VSAN.5
Voorschotregeling voor startende advocaten
Zoals aangegeven in mijn brief van 27 maart jongstleden hebben de RvR en NOvA het
knelpunt gesignaleerd van startende advocaten die nog geen toevoeging uitbetaald hebben
gekregen en daardoor liquiditeitsproblemen ervaren. De VSAN noemde dit knelpunt ook.
De maatregel om dit knelpunt aan te pakken is een voorschotregeling voor advocaat-stagiaires.
Na gesprekken met de NOvA, de RvR en de VSAN over deze maatregel heb ik de RvR gevraagd
de voorschotregeling in de vorm van een pilot c.q. tijdelijke versterkingsmaatregel
beleidsmatig uit te werken. De RvR is begonnen met deze uitwerking. Met een dergelijke
voorschotregeling kunnen advocaat-stagiaires starten met een voorfinanciering van
hun zaken.
Voorschotregeling advocaten in liquiditeitsproblemen
De RvR en de NOvA hebben ook als knelpunt gesignaleerd dat er advocaten zijn die een
tijdelijk liquiditeitsprobleem hebben dat buiten hun eigen invloedsfeer ligt, waardoor
zij de toevoeging niet kunnen declareren. Bijvoorbeeld wanneer er vertraging is in
de afhandeling door een bestuursorgaan of wanneer zaken door de IND of een gerecht
worden aangehouden. Gelet op het dalend aanbod aan sociaal advocaten is het van belang
voor de toegang tot het recht om de huidige advocaten te behouden voor het stelsel
van gesubsidieerde rechtsbijstand. Daarom ben ik van plan om artikel 36 van het Besluit
vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) te wijzigen zodat de RvR in bijzondere gevallen
in positieve zin kan afwijken van de voorschotregeling zoals deze in artikel 35 van
het Bvr is bepaald. Deze wijziging zal worden meegenomen in het AMvB-traject voor
de invoering van de aanbevelingen van commissie-Van der Meer II. Vooruitlopend op
deze wijziging, heb ik de RvR verzocht van artikel 35, tweede lid, van het Bvr af
te wijken om zo maatwerk te kunnen leveren aan advocaten die door externe factoren
in liquiditeitsproblemen verkeren.
Verlenging subsidieregeling beroepsopleiding sociaal advocaten
Zoals aangegeven in dezelfde hierboven genoemde brief heb ik, gelet op de positieve
bijdrage die de subsidieregeling levert aan de aanwas van sociaal advocaten, bekeken
of de subsidieregeling opnieuw voor een jaar kan worden vastgesteld. Het verheugt
mij te kunnen mededelen dat de financiële middelen voor de regeling gevonden zijn
waardoor de regeling met terugwerkende kracht tot 1 mei 2025 opnieuw zal worden vastgesteld.
Daarmee kunnen wederom voor 175 advocaat-stagiaires in de sociale advocatuur de kosten
van de beroepsopleiding advocatuur worden gedekt. Van de RvR heb ik begrepen dat het
subsidieplafond van de regeling 2024 wederom is bereikt en dat er inmiddels voor de
nieuwe regeling advocaat-stagiaires op de wachtlijst staan
Bijdrage gehele advocatuur
In diezelfde brief van 27 maart 2025 schreef ik ook dat de dijk tussen de commerciële
en de sociale advocatuur ongewenste neveneffecten heeft. Ik vind het van belang deze
dijk te doorbreken. Mijns inziens bestaat er een collectieve verantwoordelijkheid
van de gehele advocatuur om bij te dragen aan het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand
ofwel het ondersteunen van sociaal advocaten vanuit de overige advocatuur.
Er zijn verschillende signalen van dreigende tekorten van sociaal advocaten op bepaalde
rechtsgebieden of in bepaalde regio’s. Daarom ga ik de commerciële advocatuur vragen
om een concrete bijdrage te leveren aan de sociale advocatuur en deze tekorten op
te vangen bijvoorbeeld in het sociaal-zekerheidsrecht. Op korte termijn ga ik in gesprek
met RvR om te faciliteren dat de commerciële advocatuur zich kan inschrijven om zaken
op basis van een toevoeging te doen. Dit zal ook onderwerp van het gesprek zijn dat
ik op 9 juli 2025 met verschillende grote advocatenkantoren heb. Tijdens dit gesprek
zal ook onder meer gesproken worden over:
– Inrichten van een afdeling gesubsidieerde rechtsbijstand bij (grote) commerciële advocatenkantoren;
– In huis nemen sociaal advocaten en/of aanbieden van kantoorinrichting/huisvesting
aan sociaal advocaten;
– samenwerking tussen sociaal en commerciële advocatuur waarbij de advocaat-stagiaire
een sociaal advocaat als patroon heeft en een buitenpatroon bij een commercieel kantoor
die garant staat voor het financieel risico van de sociaal advocaat;
– Delen van innovaties, bibliotheken, IT-ondersteuning, kennis op bedrijfsmodellen met
sociaal advocaten.
Garantstelling voor stagiair-ondernemers
Een van de door de VSAN voorgestelde maatregelen is om een garantiefonds voor stagiair-ondernemers
op te zetten. Zoals aangegeven in mijn brief van 27 maart jongstleden zie ik op dit
punt mogelijk ook een rol voor de commerciële advocatuur. Ik zal dit punt actief opbrengen
tijdens het gesprek dat ik met verschillende grote advocatenkantoren heb op 9 juli
2025.
Begeleidingsvergoeding patroon
De VSAN stelt een vergoeding van 15.000 euro per stagiair per jaar voor om de opleidende
patroons tegemoet te komen in de investering die zij doen in de opleiding van de advocaat-stagiair.
Deze subsidie komt bovenop de al bestaande subsidieregeling beroepsopleiding. De voorgestelde
maatregel rust op de aanname dat dit tot 200 extra advocaat-stagiaires in het stelsel
leidt. Naar mijn inschatting zal het in de realiteit echter niet zo zijn. Dit omdat
via de subsidieregeling beroepsopleiding sociaal advocaten jaarlijks al 175 advocaat-stagiaires
het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand betreden. De patroonvergoeding zou hier
nog aanvullend voor zijn. Ik acht het niet aannemelijk dat er dan nog eens een zelfde
aantal advocaat-stagiaires bij zullen komen. Een dergelijke regeling zorgt er primair
voor dat de kosten voor de patroon minder zijn. Bovendien is dit wat mij betreft een
maatregel die niet direct op korte termijn effect sorteert – eerder op de middellange
termijn – gelet op de opleidingstijd die nodig is voordat een advocaat-stagiaire zelfstandig
zaken kan behandelen. Deze maatregel vergt nog nadere afweging en uitwerking. Ik verwacht
u eind dit jaar daarover nader te infomeren als onderdeel van een nadere brief over
de toekomstvisie.
Onderzoek ontwikkeling aanbod sociaal advocaten (in de regio)
Om gerichte maatregelen in te zetten tegen de daling van de sociale advocatuur en
het aanbod van sociaal advocaten in de regio is meer zicht nodig op de aard en ontwikkeling
van de daling. Het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand doet hier onderzoek
naar en neemt hierin onder meer de spreiding van sociaal advocaten over het land en
het aanbod per rechtsgebied mee. Tevens wordt de vraag naar sociaal advocaten afgezet
tegen het aanbod. De resultaten van dit onderzoek verwacht ik eind dit jaar. Hiermee
wordt ook uitvoering gegeven aan de motie van het Kamerlid Van Nispen (SP) van 15 april
2025 waarin hij de regering verzoekt de RvR opdracht te geven het aanbod aan sociale
advocatuur per regio en rechtsgebied te monitoren en de mogelijkheid te geven om bij
gesignaleerde tekorten in overleg met de NOvA de noodzakelijke maatregelen te treffen.6 Afhankelijk van de resultaten van het hiervoor genoemde onderzoek door het Kenniscentrum,
ga ik met de NOvA en RvR in overleg over de eventuele te nemen maatregelen, onder
voorbehoud van beschikbare financiële middelen.
Het Kenniscentrum is verder in 2024 gestart met doorlopend onderzoek naar de motieven
en drijfveren van advocaten en mediators om zich in of uit te schrijven voor het stelsel
van gesubsidieerde rechtsbijstand. Via dit entry-exit-onderzoek ontstaat meer inzicht
in de «push- en pullfactoren» voor advocaten om zich in of juist uit te schrijven
voor het stelsel. Dit kan verdere aanknopingspunten bieden om de duurzaamheid van
de sociale advocatuur en mediation te borgen. De resultaten zullen periodiek worden
gerapporteerd.
(Social) media campagne
De mooie kanten van het beroep van sociaal advocaat verdienen mijns inziens meer aandacht.
Om deze aandacht te genereren wordt op korte termijn een (social) media campagne gestart
met het doel (aankomende) advocaten te enthousiasmeren voor de sociale tak van het
beroep. De precieze invulling van deze campagne is nog in voorbereiding. Hierin zal
een belangrijke rol zijn weggelegd voor ambassadeurs voor de (sociale) advocatuur
en boegbeelden waarin bijvoorbeeld aankomende advocaten zich kunnen herkennen.
Een recent voorbeeld van positieve aandacht voor de sociale advocatuur in de media
is de foto-expositie «Sociaal advocatuur in beeld» van de RvR. Met 14 portretten van sociaal advocaten, gemaakt door Fotograaf des Vaderlands
Marwan Magroun, is in beeld gebracht wat de betekenis is van het werk van de sociale
advocatuur in het leven van mensen én als basis voor onze democratische rechtsstaat.7
Verminderen regeldruk
Rechtsbijstand van goede kwaliteit is van groot belang. Binnen dat kader wordt voortdurend
door de RvR en NOvA bekeken hoe de regeldruk zo laag mogelijk kan worden gehouden.
Hiermee wordt (niet limitatief) gedoeld op bijvoorbeeld de inschrijvingsvoorwaarden
van de RvR, het rechtsgebiedenregister van de NOvA en de wijze van declareren bij
de RvR.
Opvolging advies commissie-Van der Meer II en besteding middelen sociale advocatuur
Op 3 maart jongstleden heeft de commissie-Van der Meer II haar adviesrapport gepresenteerd
met daarin verschillende aanbevelingen ter verbetering van de sociale advocatuur.8 Hierover heb ik u in mijn brief 27 maart jongstleden op hoofdlijnen geïnformeerd.
Tijdens het commissiedebat gesubsidieerde rechtsbijstand van 1 april jongstleden heb
ik ook met uw Kamer over dit belangrijke onderwerp gesproken. Destijds was ik nog
in afwachting van de Voorjaarsnotabesluitvorming. Ik ben verheugd dat vanaf 1 januari
2027 er structureel 30 miljoen euro extra beschikbaar is voor de sociale advocatuur.
Daarmee ga ik een groot deel van de aanbevelingen van de commissie opvolgen. Gezien
de urgentie van de problematiek in de sociale advocatuur, is eerder actie vereist.
Daarom zal ik binnen het rechtsbijstandsbudget al voor het jaar 2026 middelen beschikbaar
stellen zodat de aanbevelingen van de commissie eerder opgevolgd kunnen worden.
In mijn brief van 27 maart jongstleden heb ik al een prioritering aangegeven voor
de opvolging van de aanbevelingen. Deze is als volgt. Allereerst ga ik de aanbevelingen
over het aanpassen van puntenaantallen en het verhogen van de toeslagen (inclusief
de opvolgingstoeslag) doorvoeren. Als tweede ga ik het basispunttarief verhogen. Ten
derde ga ik de aanbeveling over de reiskostenvergoeding voor mediators uitvoeren.
Ik verwacht dat de opvolging van deze aanbevelingen voor de korte termijn snel effect
zullen hebben. Met de opvolging van deze aanbevelingen zullen de vergoedingen aanzienlijk
worden verbeterd. Ook zijn deze aanbevelingen snel uitvoerbaar. De aanbeveling van
de commissie over de kantoortoeslag neem ik nu niet over. Hierover heb ik al in gesprek
met uw Kamer aangeven dat die aanbeveling ingewikkelder ligt en het mijns inziens
niet de enige oplossing is om de nieuwe aanwas te stimuleren. Tevens is het onduidelijk
wat de financiële consequenties zullen zijn van deze aanbeveling. Deze aanbeveling
gaat verder wat mij betreft te veel uit van een traditionele kantoorsituatie, terwijl
ik juist wil toewerken naar een toekomstgerichte organisatie van de sociale advocatuur.
Dit doe ik in het visietraject.
Hieronder voeg ik een overzicht van alle aanbevelingen van de commissie-Van der Meer
II die ik per 2026 ga opvolgen. Ook ga ik in op de uitvoering en de onderbouwing volgens
artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet.
Puntenaantallen en toeslagen (ruim € 22 miljoen)
– De puntentoekenning in standaardzaken wordt aangepast (aanbeveling 1);
– De toeslagen worden verhoogd met 35% (aanbeveling 2);
– De opvolgingstoeslag wordt verhoogd met 25% van het forfait van toepasselijke zaakcode
zodra dit voor de RvR technisch uitvoerbaar is (aanbeveling 3);
– De afhechtingstoeslag wordt verhoogd met 35% van 2,5 naar 3,5 punt (aanbeveling 19);
– De aanpassing van de staffel voor samenhangende zaken bij meerdere rechtzoekenden
(aanbeveling 4);
– Gelijkstelling tekening vaststellingsovereenkomst aan procedurevergoeding (aanbeveling
5);
– Gelijke behandeling advocaten van verdachten en slachtoffers bij bijwonen pro-formazitting
(aanbeveling 6).
Punttarief (€ 6,2 miljoen)
– Verhoging van het basispunttarief met € 1,46 exclusief btw. Dit bedrag zal worden
aangepast naar het prijspeil 2026 (aanbeveling 7).
Reiskostenvergoeding mediators (€ 100.000–€ 500.000)
– het opzetten van een algemeen geldende regeling voor de vergoeding van reistijd- en
kosten voor mediators die aansluit op de regeling voor advocaten (aanbeveling 17).
Uitvoering
Voor het aanpassen van de puntenaantallen, de toeslagen en het punttarief is een aanpassing
van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 vereist. Dit moet met een algemene
maatregel van bestuur (AMvB) gewijzigd worden. Voor het aanpassen van de reistijd-
en kostenregeling voor mediators moet het Besluit toevoeging mediation worden aangepast.
Ook dit besluit moet met een AMvB worden gewijzigd. De beide wijzigingen zullen worden
opgenomen in één AMvB.
Ik streef ernaar om de AMvB zo vroeg als mogelijk in 2026 in te voeren. Dit is echter
mede afhankelijk van de Tweede Kamer omdat de AMvB een voorhangprocedure bij de Tweede
Kamer kent. Omdat toevoegingen pas achteraf gedeclareerd worden, zullen de bovengenoemde
maatregelen in het eerste jaar niet direct bij inwerkingtreding tot de volledige uitgaven
leiden. Daarom zal in 2026 een lager bedrag (op jaarbasis) nodig zijn dan het structurele
niveau.
Onderbouwing beleidskeuzes uitgelegd volgens CW3.1
1. Doel
Het recht op rechtsbijstand is een van de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat.9 Om ervoor te zorgen dat iedereen toegang heeft tot het recht is het van belang om
te investeren in de gesubsidieerde rechtsbijstand. Sociaal advocaten zijn van essentieel
belang voor de meest kwetsbaren in onze samenleving. Een serieus punt van zorg is
dat het aanbod aan sociaal advocaten daalt door een hoge uitstroom en een te lage
instroom van nieuwe sociaal advocaten. Een van de oorzaken daarvan is de hoogte van
de vergoedingen. Zonder een investering hierin zal het stelsel van gesubsidieerde
rechtsbijstand onder druk blijven staan.
De commissie-Van der Meer II heeft in haar adviesrapport verschillende aanbevelingen
gepresenteerd ter verbetering van de sociale advocatuur, waaronder aanbevelingen gericht
op de verbetering van de vergoedingen. Deze betreffen:
• Aanpassen van de puntenaantallen, de toeslagen en het punttarief;
• Aanpassen van de reistijd- en kostenregeling voor mediators.
Het doel is het bewerkstelligen van een redelijke vergoeding voor sociaal advocaten
door de aanbevelingen van de commissie-Van der Meer II in te voeren, zodat de huidige
sociaal advocaten worden behouden voor het stelsel en nieuwe aanwas wordt gestimuleerd.
Het draagt daarmee bij aan de toegang tot het recht.
2. Beleidsinstrumenten
Wetgeving: het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en het Besluit toevoeging
mediation moeten door middel van een AMvB worden aangepast.
3. Financiële gevolgen
a. Financiële gevolgen voor het Rijk
De kosten bedragen vanaf 2027 ruim € 29 miljoen structureel en incidenteel een beperkter
bedrag voor 2026 afhankelijk van het inwerkingtreden van de AMvB.
b. Financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren
Rechtsbijstandsverleners in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand zullen er
in beginsel op vooruit gaan. Op een aantal rechtsgebieden zullen de puntenaantallen
worden verlaagd omdat uit het rapport van de commissie-Van der Meer II is gebleken
dat de gemiddelde tijdsbesteding lager is dan het aantal punten dat voor die zaken
staat. Omdat het basispunttarief en de toeslagen worden verhoogd is de verwachting
echter niet dat de invoering van de bovenstaande aanbevelingen voor rechtsbijstandsverleners
negatieve financiële gevolgen zal hebben.
4. Nagestreefde doeltreffendheid
Het uitgangspunt van het forfaitaire stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand is
dat een rechtsbijstandverlener gemiddeld genomen voor één uur werk één forfaitair
punt krijgt vergoed. Daarnaast zou een sociaal advocaat op basis van 1.200 gedeclareerde
punten een netto inkomen op het niveau van schaal 12, trede 10, CAO Rijk moeten kunnen
behalen. Uit het tijdsbestedingsonderzoek van Cebeon10 blijkt dat op verschillende rechtsgebieden de gemiddelde tijdsbesteding hoger ligt
dan het aantal punten dat nu voor de betreffende zaakcodes staat. Om te voldoen aan
het uitgangspunt van het stelsel, waarbij gemiddeld genomen een punt voor een uur
werk staat, is het nodig om de puntenaantallen aan te passen conform de aanbeveling
van de commissie. Naar analogie is ook het verhogen van de toeslagen met 35% nodig,
met inbegrip van de opvolgingstoeslag en de afhechtingstoeslag, en de aanpassing van
de staffel samenhangende zaken. Zodra het voor de RvR technisch uitvoerbaar is, zal
een opvolgingstoeslag van 25% van het forfait van de toepasselijke zaakcode toegekend
worden.
Met de opvolging van de aanbeveling over de gelijkstelling van de vergoeding bij tekening
van een vaststellingsovereenkomst aan die van de procedurevergoeding, wordt het gat
tussen de adviesvergoeding en de procedurevergoeding in met name het huur- en arbeidsrecht
gedicht. De werkzaamheden verbonden aan een schikking zijn vergelijkbaar met de werkzaamheden
verbonden aan een procedure. Met opvolging van deze aanbevelingen krijgen advocaten
een redelijke vergoeding voor beide typen werkzaamheden.
Verder krijgen slachtofferadvocaten op dit moment per extra bijgewoonde zitting in
een zaak een vergoeding van 2,5 punt. Deze zittingstoeslag geldt voor zowel inhoudelijke
als pro forma-zittingen. Voor advocaten van verdachten is een vergoeding voor het
bijwonen van een zitting waarin de zaak niet «inhoudelijk» wordt behandeld uitgesloten.
Het opvolgen van de aanbeveling van de commissie op dit punt zorgt ervoor dat slachtofferadvocaten
en advocaten die een verdachte bijstaan gelijk worden behandeld.
Uit het onderzoek van het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand blijkt
dat sociaal advocaten op dit moment met 1.200 punten geen netto inkomen op niveau
van schaal 12, trede 10, CAO Rijk kunnen behalen. Voor een individuele advocaat is
het daarom nodig om het punttarief met € 1,46 te verhogen (omgerekend naar prijspeil
2025 is dit € 1,55). Gelet op het algemeen geaccepteerde uitgangspunt omtrent het
inkomensniveau voor sociaal advocaten is een dergelijke verhoging van het punttarief
noodzakelijk. De verhoging van het punttarief heeft voor alle rechtsbijstandsverleners
in het stelsel een positief effect op de vergoedingen.
De commissie schrijft in haar onderzoek dat mediators in het stelsel van gesubsidieerde
rechtsbijstand in beginsel geen recht hebben op een reistijd- en kostenvergoeding,
behalve wanneer zij reizen naar iemand wiens vrijheid is ontnomen. Voor mediators
geldt echter dat zij bij piketdienst en mediation in strafzaken verplicht zijn om
naar het gerecht te reizen. Dat is vergelijkbaar met advocaten die naar een zitting
moeten reizen. Gelet op deze verplichte reisbeweging is een vergoeding van de reistijd-
en kosten dan ook gerechtvaardigd. Het aanpassen van de huidige reistijd- en kostenregeling
naar een regeling vergelijkbaar met die van advocaten zorgt bovendien voor een meer
uniforme behandeling van advocaten en mediators in het stelsel van gesubsidieerde
rechtsbijstand.
Met de opvolging van deze aanbevelingen worden de vergoedingen voor rechtsbijstandsverleners
in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand structureel verbeterd. Het zal daarmee
bijdragen aan het behoud van de huidige sociaal advocaten en het stimuleren van nieuwe
aanwas.
5. Nagestreefde doelmatigheid
Binnen het bestaande systeem van gesubsidieerde rechtsbijstand heeft de commissie-Van
der Meer II verschillende aanbevelingen gedaan om de vergoedingen voor de rechtsbijstandsverleners
binnen dit stelsel weer bij de tijd te brengen. De doorvoeringen van de bovengenoemde
aanbevelingen door middel van een AMvB zorgt voor een structurele verbetering van
onderdelen van de vergoedingen voor advocaten en mediators binnen het bestaande stelsel
van gesubsidieerde rechtsbijstand.
De investering zal een positieve invloed hebben op de brede welvaart in Nederland.
Het recht op rechtsbijstand is een van de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat.11 Zonder deze investering zal het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand onder druk
blijven staan. Het is van belang de huidige rechtsbijstandsverleners te behouden voor
het stelsel en nieuwe aanwas te stimuleren. Een redelijke vergoeding voor het geleverde
werk is daarvoor essentieel.
6. Evaluatie
Het Kenniscentrum gesubsidieerde rechtsbijstand houdt doorlopend gegevens bij over
de ontwikkeling in het aantal sociaal advocaten in de afgelopen vijf jaar. De gegevens
over sociaal advocaten zijn uitgesplitst naar leeftijd, locatie en de verschillende
rechtsgebieden.
Verder wordt in het vernieuwde stelsel van rechtsbijstand een systematiek ingevoerd
voor periodieke herijking van vergoedingen, zoals aanbevolen door de commissie- Van
der Meer I en toegezegd aan de Tweede Kamer bij brief van 31 maart 2022.12 Periodieke herijking zorgt ervoor dat de vergoedingen bij de tijd blijven, dat tussentijds
niet omvangrijke bedragen gereserveerd hoeven te worden en zorgt ervoor dat het stelsel
van rechtsbijstand aantrekkelijker wordt om als advocaat en/of mediator in te werken.
II. Stelselvernieuwing rechtsbijstand
A. Eerste lijn
De informatievoorziening, adviezen en ondersteuning van het Juridisch Loket (hJL),
maar ook de inzet van sociaal raadslieden en rechtswinkels, bieden voor veel mensen
met juridische vragen en problemen al een oplossing. De stelselvernieuwing rechtsbijstand
heeft in de afgelopen jaren ingezet op een sterke en brede eerste lijn, met focus
op laagdrempeligheid, het meer oplossen van problemen aan de voorkant en een goede
aansluiting op het sociaal domein. In de slotrapportage van het programma stelselvernieuwing
rechtsbijstand van eind dit jaar zal uitgebreider ingegaan worden op de resultaten
op dit gebied. In deze brief ga ik in op twee specifieke ontwikkelingen:
Kwartiermaker landelijk dekkend netwerk sociaal-juridische dienstverlening
Ik ben verheugd uw Kamer te kunnen melden dat mevrouw L.M.C. (Lilian) Marijnissen
met ingang van 18 augustus 2025 als kwartiermaker aan de slag gaat om voorstellen
uit te werken voor een landelijk dekkend netwerk sociaaljuridische dienstverlening.
Zij zal met prioriteit kijken naar de regio’s waar het sociaaljuridische aanbod naar
verwachting ontoereikend is. Onderdeel van de opdracht is ook om verbinding te leggen
met een aantal trajecten, zoals overheidsbrede loketten, laagdrempelige hulp bij geldzorgen
en de toegang tot het sociaal domein. Op die manier wil ik eraan bijdragen dat initiatieven
meer in samenhang worden gebracht. Ik verwacht dat de kwartiermaker haar eindrapport
eind 2026 zal presenteren.
Voorziening voor rechtshulp en antidiscriminatievoorziening voor Caribisch Nederland
In de twaalfde voortgangsrapportage rechtsbijstand van december jongstleden deelde
ik met uw Kamer mijn voornemen om samen met de Minister van BZK een stichting op te
richten die burgers in Caribisch Nederland gaat helpen bij juridische problemen en
problemen met gelijke behandeling. Ik kondigde daarbij tevens aan dat hiervoor de
nodige stappen moeten worden doorlopen.
Ik ben verheugd uw Kamer te kunnen melden dat die stappen inmiddels grotendeels zijn
doorlopen. Het voornemen hangt inmiddels, voorzien van de adviezen van Financiën en
de Algemene Rekenkamer, voor bij uw Kamer, alsmede bij de Eerste Kamer. Na ommekomst
van de voorhangtermijn zal de stichting worden opgericht op Bonaire. Om geen tijd
te verliezen worden momenteel de nodige voorbereidingen getroffen om een directeur-bestuurder,
alsmede leden van de Raad van Toezicht te werven voor de stichting. Mijn inspanningen
zijn erop gericht om zo spoedig mogelijk de deuren te kunnen openen voor burgers op
Bonaire, St. Eustatius en Saba.
Kosteloze rechtskundige bijstand
Eveneens in de meest recente voortgangsrapportage meldde ik uw Kamer dat er gekeken
wordt naar de inkomensgrens die geldt voor de kosteloze rechtskundige bijstand in
Caribisch Nederland. Die grens bepaalt of iemand in aanmerking komt voor gesubsidieerde
rechtsbijstand. In overleg met de RvR is het beleid ten aanzien van de inkomensnorm
in januari 2025 aangepast met dien verstande dat voor alle zaken onder de Wet op de
kosteloze rechtskundige bijstand het vigerende minimumloon als inkomensgrens geldt.
Deze wijziging is in afstemming met Rijksdienst Caribisch Nederland kenbaar gemaakt
via informatie op de website, alsmede door middel van radiospotjes in vier talen op
de eilanden. Deze maatregel is nodig om de regeling voor de korte termijn toegankelijk
te houden voor burgers. De komende tijd kijk ik samen met de RvR en de partners op
de eilanden ook naar de maatregelen die op de langere termijn nodig zijn.
B. Tweede lijn
Voorgenomen afschaffing maatregel kostenverhaal rechtsbijstand
In de negende voortgangsrapportage rechtsbijstand13 is uw Kamer geïnformeerd over de maatregel kostenverhaal rechtsbijstand draagkrachtige
veroordeelden. Dit is een bepaling in de Wet op de rechtsbijstand op grond waarvan
de RvR rechtsbijstandskosten kan terugvorderen van personen voor wie door de RvR een
raadsman is aangewezen en wier procedure is geëindigd in een onherroepelijke veroordeling.14 Toepassing van deze terugvorderingsbevoegdheid is mogelijk als blijkt dat de betreffende
veroordeelde, die op grond van artikel 39, 40 of 41 van het Wetboek van Strafvordering
een raadsman aangewezen heeft gekregen, ten tijde van die aanwijzing draagkrachtig
was. Uit de evaluatie van de maatregel blijkt onder meer dat de maatregel de beoogde
doelgroep – zware, ondermijnende criminele – niet raakt en dat de kosten van de maatregel
hoger zijn dan de opbrengsten.15
Naar aanleiding van deze evaluatie is bezien of de werking van de maatregel verbeterd
kon worden. Hiertoe zijn twee mogelijkheden onderzocht: het verbeteren van de uitvoeringspraktijk
en het overhevelen van de maatregel van het bestuursrecht naar het strafrecht. Beide
opties zijn niet mogelijk gebleken. Daarom is in de tiende voortgangsrapportage rechtsbijstand
het voornemen tot afschaffing van de maatregel aan uw Kamer medegedeeld.16 Onlangs heb ik de RvR geïnformeerd over het voornemen tot afschaffing van de maatregel.
Ik heb de RvR verzocht om, vooruitlopend op definitieve afschaffing van de maatregel
via wijziging van de Wrb, van zijn bevoegdheid gebruik maken de maatregel op te schorten.
Van belang is om te benadrukken dat het afschaffen van deze bestuursrechtelijke maatregel
ten aanzien van rechtsbijstand niets afdoet aan de inspanningen van het Ministerie
van Justitie en Veiligheid en de ketenpartners om vermogen dat op criminele wijze
is verkregen, te ontnemen in strafrechtelijke procedures. Hoewel in een eerder stadium
gebleken is dat bij het omvormen van de maatregel tot een strafrechtelijke maatregel
de uitvoeringskosten niet opwegen tegen de baten, vindt op dit moment nog een verkenning
plaats naar het mogelijk verhalen van rechtsbijstandskosten op ontnomen wederrechtelijk
verkregen vermogen. Uw Kamer wordt op de hoogte gehouden van de voortgang van deze
verkenning.
C. Burgergerichte Overheid
Het Actieplan Meer vertrouwen, minder onnodige procedures van het deelprogramma, dat als bijlage bij voortgangsbrief van 13 december 2024 aan
uw Kamer is gestuurd, is in 2024 en in de eerste helft 2025 uitgevoerd en geborgd.17 Het ontwikkelen van het Model Afwegingkader hoger beroep loopt door tot eind 2025.
Het Actieplan zet in op het terugdringen van onnodige procedures in het bestuursrecht
en het stimuleren van behoorlijk procedeergedrag.
Afronding stimuleren van de informele aanpak
Overheidsorganisaties geven aan behoefte te hebben aan ondersteuning bij toepassing
van de informele aanpak in het contact van de overheid met burgers. Daarom zijn er
binnen het deelprogramma Burgergerichte overheid praktische handvatten ontwikkeld,
die eraan bijdragen dat bezwaarprocedures zo ingericht worden dat burgers zich gehoord
voelen en dat de werkwijze meer oplossingsgericht wordt:
• Kennisbank informele aanpak: informatie over de informele aanpak, de implementatie
in de organisatie, antwoorden op praktische en juridische vragen, tips en best practises
zijn opgenomen in de Kennisbank informele aanpak. De kennisbank is begin 2025 gepubliceerd
op de website van Divosa, een kennisorganisatie voor het sociaal domein. Daarnaast
zal de kennisbank een plek krijgen op de website van Werk aan Uitvoering (WaU).
• Burger Bezwarenspel: een serious game is ontwikkeld voor overheidsjuristen bestuursrecht
in samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Dit spel daagt overheidsjuristen
uit om kritisch naar hun houding en werkwijze te kijken en op zoek te gaan naar een
oplossing voor problemen van burgers.
• Ontwerp/prototype van een digitaal oriëntatie- en bezwarentool: deze tool helpt burgers
een goed geïnformeerde keuze te maken bij hun reactie op een overheidsbesluit, zoals
contact opnemen voor meer uitleg of aanvullende stukken, bezwaar maken of een klacht
indienen. Het ontwerp is geborgd op de website van Justice42 en is onder de aandacht
gebracht van overheidsorganisaties.18
• Conferentie Burgergerichte overheid met als thema «de informele aanpak» is door het
deelprogramma Burgergerichte overheid op 3 februari 2025 georganiseerd voor overheidsjuristen,
leidinggevenden en bestuurders van overheidsorganisaties. Sinds het project Prettig
Contact met de Overheid (PCMO) 15 jaar geleden startte bij het Ministerie van BZK
is er veel ervaring opgedaan met de informele aanpak. Op deze drukbezochte dag kregen
gemeenten, uitvoeringsorganisaties en de wetenschap het podium om de rijke oogst aan
ervaringen en opgedane kennis te delen. Ook zijn de bovengenoemde initiatieven uit
het Actieplan gepresenteerd.
Stimuleren van behoorlijk procedeergedrag door de overheid
Als het informeel oplossen van een dreigend geschil niet mogelijk blijkt, dient de
overheid terughoudend te zijn met procederen en daar uiterst zorgvuldig mee om te
gaan. Een gerechtelijke procedure met de overheid kan immers veel impact hebben op
burgers. Om ervoor te zorgen dat overheden terughoudendheid betrachten bij het instellen
van hoger beroep en bij de afweging om hoger beroep in te stellen extra rekening houden
met de impact ervan op burgers, wordt momenteel gewerkt aan een afwegingskader voor
het instellen van hoger beroep in het bestuursrecht. Dit is conform het rapport van
het WODC Een afwegingskader voor procedeergedrag door overheden in het bestuursrecht? Kennistafels
behoorlijk procedeergedrag, dat begin 2025 is gepubliceerd. Dit rapport toont de behoefte aan van een instrumentarium
om het procedeergedrag van overheidsorganen in het bestuursrecht te helpen verbeteren.
De kabinetsreactie op het onderzoek wordt in de zomer 2025 als bijlage bij de brief
Staat als procespartij aan uw Kamer gestuurd.
Om tot een gedragen en inhoudelijk sterk afwegingskader te komen, wordt eind juni
2025 een expertsessie met deskundigen uit de overheidspraktijk, wetenschap en stakeholders
belegd. Tijdens deze expertsessie wordt naast de inhoud van het afwegingskader ook
gesproken over hoe bestuurlijk geborgd kan worden dat het afwegingskader daadwerkelijk
wordt gebruikt. Aan het eind van het jaar zal uw Kamer over de uitkomsten/voortgang
worden geïnformeerd.
D. Contouren wetsvoorstel aanpassing Wet op de rechtsbijstand
In mijn brief van 13 december 2024 over de aanpak versterking van de toegang tot het
recht deed ik de aankondiging uw Kamer rond de zomer van 2025 te informeren over de
contouren van het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb).19 Dit wetsvoorstel vormt het sluitstuk van het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand
(hierna: programma) dat eind van dit jaar afloopt. Daarbij zij opgemerkt dat voor
de uitvoering van de meeste maatregelen die voortvloeien uit het programma geen formele
wetgeving nodig is, zoals een versterkte regionale samenwerking en de maatregelen
ter versterking van de sociale advocatuur.
Voor een aantal maatregelen is aanpassing van de Wrb en/of de onderliggende besluiten
nodig, te weten a) de eigenstandige positionering en taken van hJL, b) de inning van
de eigen bijdrage door de RvR en c) de invulling van het begrip zelfredzaamheid.
Eigenstandige positionering van het Juridisch Loket
Bij de voortgangsbrief van 3 juli 2023 is uw Kamer geïnformeerd over het besluit om
hJL onafhankelijk van de RvR te positioneren in het vernieuwde stelsel van gesubsidieerde
rechtsbijstand.20 Zoals bij voortgangsbrief van 23 januari 2023 aan uw Kamer gemeld, adviseert AEF
om hJL op te nemen als een eigenstandige stichting met wettelijke taken en een directe
subsidierelatie met het Ministerie van Justitie en Veiligheid.21 Dit vergt aanpassing van de Wet op de rechtsbijstand.
De eigenstandige positie van hJL met helder omschreven taken in de wet, doet recht
aan de ontstane (uitvoerings)praktijk en onderstreept de rol van hJL als de landelijke
organisatie die belast is met de verlening van eerstelijnsrechthulp.
Inning eigen bijdrage door de Raad voor de Rechtsbijstand
Bij de voortgangsbrief van 6 juli 2022 is bevestigd dat de RvR in het vernieuwde stelsel
conform de aanbevelingen van de commissie-Wolfsen de eigen bijdrage zal gaan innen
die rechtzoekenden moeten betalen wanneer zij gebruik maken van rechtsbijstand en
mediation.22 Dit vergt aanpassing van de Wet op de rechtsbijstand en onderliggende besluiten.
In het vernieuwde stelsel zal de RvR de eigen bijdrage innen, in plaats van de aanbieders
van rechtsbijstand (advocaten en mediators).
Door de inning van de eigen bijdrage bij de overheid zelf te beleggen, ontstaat er
een gelijkwaardiger, meer sluitend systeem van inning, met de mogelijkheid tot het
treffen van betalingsregelingen voor rechtzoekenden die moeite hebben de eigen bijdrage
te betalen. Daarnaast wordt er de nodige beleidsruimte gecreëerd zodat ook opschorting
en kwijtschelding van betaling tot de mogelijkheden gaat horen. Tevens wordt gekeken
naar de relatie met de Participatiewet, waarbij de Wrb zodanig wordt uitgevoerd dat
deze ten aanzien van de bijzondere bijstand geldt als een toereikende en passende
voorliggende voorziening.
Invulling van het begrip zelfredzaamheid
De Wrb gaat ervan uit dat rechtzoekenden bepaalde problemen zelfstandig kunnen afhandelen,
zo nodig met hulp van anderen dan een advocaat. Wanneer daarvan sprake is, wordt een
aanvraag om gesubsidieerde rechtsbijstand afgewezen. Mede naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagaffaire
is de door de Wrb veronderstelde zelfredzaamheid in een ander daglicht komen te staan.
In de praktijk en uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het doenvermogen van
burgers sterk kan verschillen en bijvoorbeeld een levensgebeurtenis als een scheiding
of ontslag invloed kan hebben op de mate van zelfredzaamheid.23 Gebleken is dat de mate van zelfredzaamheid niet alleen verband houdt met de feitelijke
of juridische complexiteit van een probleem, maar ook met context- en persoonsgebonden
omstandigheden.
Voor hJL wordt de mogelijkheid gecreëerd om ook ondersteuning te bieden aan niet zelfredzame
mensen, bijvoorbeeld bij het opstellen van een brief aan of bij telefonisch contact
met een betrokken overheidsinstantie. En de RvR wordt beter in staat gesteld worden
om bij de beoordeling van toevoegingsaanvragen rekening te houden met een gebrek aan
zelfredzaamheid van de rechtzoekende. Dit vraagt om een heroverweging c.q. aanpassing
van de Wet op de rechtsbijstand en/of de onderliggende besluiten.
Hierbij wordt ook de aangehouden motie van de leden Lahlah (PVDA/GroenLinks) en Van
Kent (SP) betrokken waarin verzocht wordt om in kaart te brengen hoe de uitzondering
op betaalde rechtsbijstand bij zaken over het opeisen van schulden geschrapt kan worden.24
Naast bovengenoemde onderwerpen zullen ook een aantal kleinere onderwerpen, zoals
grondslagen voor gegevensverwerking, en aanpassingen van technische aard in dit wetstraject
worden meegenomen.
Vervolg
Op dit moment wordt er samen met de betrokken partijen gewerkt aan de totstandkoming
van het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wrb. Het streven is om het conceptwetsvoorstel
eind van dit jaar gereed te hebben, waarna deze verder in procedure zal worden gebracht.
In de komende voortgangsrapportage over de aanpak versterking toegang tot het recht,
die voor het kerstreces aan uw Kamer zal worden gezonden, informeer ik u over de stand
van zaken.
Slot
De sociale advocatuur is een onmisbare schakel in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.
Vanuit mijn rol en verantwoordelijkheid als Staatssecretaris Rechtsbescherming doe
ik het maximale om de sociale advocatuur te versterken en toekomstbestendiger te maken.
Daarbij roep ik ook de andere partijen in het stelsel op hun aandeel te nemen en mijn
inspanningen hierin kracht bij te zetten.
In deze brief heb ik uw Kamer geïnformeerd over de maatregelen die ik op de korte
en ook op de langere termijn voorzie voor een sterke sociale advocatuur, zodat rechtzoekenden
kunnen blijven rekenen op de rechtsbijstand die zij nodig hebben.
Tevens heb ik in deze brief de voortgang geschetst op de lopende maatregelen ten behoeve
van het vernieuwde stelsel van rechtsbijstand, alsmede de contouren van het wetvoorstel
tot aanpassing van de Wrb.
In de komende voortgangsbrief over de aanpak tot versterking van de toegang tot het
recht, die ik naar verwachting vóór het kerstreces aan uw Kamer zal zenden, informeer
ik u over de afronding van de stelselvernieuwing, die tot eind 2025 loopt.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, T.H.D. Struycken
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.H.D. Struycken, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid