Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 740 XVII Jaarverslag en slotwet Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 2024
Nr. 7
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 18 juni 2025
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm
van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 28 mei 2025 voorgelegd aan de Minister voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingshulp. Bij brief van 10 juni 2025 zijn ze door de Minister van Buitenlandse
Zaken beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, A. de Vries
De griffier van de commissie, Meijers
1
Zijn er programma’s die in 2024 niet of slechts gedeeltelijk tot uitvoering zijn gekomen
vanwege onderschrijdingen? Welke doelstellingen zijn daardoor mogelijk niet behaald?
Antwoord
De begroting van BHO kende geen onderuitputting in 2024, zoals beschreven op pagina
29 van het BHO Jaarverslag. De inzet van middelen kan gedurende het jaar verschuiven
als gevolg van beleidskeuzes, technische redenen of externe factoren. Daarover is
de Kamer in de desbetreffende begrotingswet geïnformeerd. Een samenvatting van deze
verklaringen vindt u terug in het Jaarverslag per beleidsartikel onder onderdeel «E.
Toelichting op de instrumenten».
2
Is het mogelijk een overzicht te geven van welke subsidies per artikelonderdeel niet
zijn besteed en of deze alsnog zijn ingezet voor andere (sub)doelen?
Antwoord
Als gedurende het jaar blijkt dat er voor een subsidie minder middelen nodig zijn
dan er voor dat jaar geraamd zijn, worden deze middelen bij de gebruikelijke begrotingsmomenten
ergens anders ingezet. Een verschuiving van middelen wordt aldaar toegelicht.
3
Wordt bij toekomstige slotwetten voorzien in een verbeterd format waarin een directe
koppeling wordt gemaakt tussen mutaties en beleidsdoelen, in lijn met het verantwoord
begroten?
Antwoord
Deze Slotwet is opgesteld conform de actuele Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV). Voor
de aanpassing van het format voor de begrotingsstukken verwijs ik u naar de Minister
van Financiën. Medio dit jaar wordt een brief naar de Kamer gestuurd over Toekomstbestendig
begroten en verantwoorden, zoals aangekondigd in de Agenda voor toekomstbestendig
begroten en verantwoorden van de Minister van Financiën (Kamerstuknr. 33 670-18).
4
Wat is de reden voor de forse bijstelling van de verplichtingen bij artikel 5 (Multilaterale
samenwerking en overige inzet) met een mutatie van +€ 1,1 miljard?
Antwoord
Het vorige kabinet heeft in april 2024 besloten om de garantie aan de African Development
Bank (AfDB) te verhogen met EUR 915 miljoen, de Kamer is hierover geïnformeerd middels
Kamerstuk II, 2023/24, 29 237, nr. 204.
Verder is gedurende 2024 het verplichtingenbudget op artikel 5 met circa EUR 150 miljoen
opgehoogd voor steun aan Oekraïne via onder andere Internationale Financiële Instellingen,
uitgewerkt middels bijdragen aan de Wereldbank en de EBRD. Deze mutaties zijn ook
nader toegelicht in de nota van wijziging op de begroting 2024 en de Eerste suppletoire
begroting 2024.
5
Waarom is er in de slotwet geen expliciete toelichting opgenomen bij de teruglopende
ontvangsten binnen artikel 5, ondanks een wijziging van –€ 62 miljoen?
Antwoord
De ontvangsten vielen bij de Slotwet EUR 9,3 miljoen lager uit en zijn uitgekomen
op EUR 46,5 miljoen in 2024. Dit komt zoals toegelicht in de Slotwet doordat er onder
andere minder ontvangsten vanuit de NIO werden gerealiseerd.
De neerwaartse mutatie van EUR 62 miljoen die wordt benoemd, ziet op de mutaties op
de uitgaven op artikel 5 zoals toegelicht bij de Suppletoire begroting september (Kamerstuk
36 625 XVII, nr. 2). Toen is het budget op artikel 5 gedaald als gevolg van een aantal overhevelingen
naar andere begrotingsartikelen binnen de BHO-begroting in het kader van Oekraïne.
6
Waarom zijn de geplande uitgaven binnen de Ukraine Partnership Facility 2 (onder artikel
1) niet gerealiseerd, en wat gebeurt er met deze middelen?
Antwoord
De geplande uitgaven voor de Ukraine Partnership Facility 2 zijn in 2024 niet gerealiseerd
doordat het beoordelingsproces van de aanvragen langer duurde dan verwacht. Er zijn
inmiddels 10 projectvoorstellen goedgekeurd voor een bedrag van EUR 24,5 miljoen.
Een deel van de middelen voor UPF2 wordt uitgegeven in 2025. Het resterende budget
wordt uitgegeven in 2026 en verder.
7
Kan worden uitgesplitst welke posten binnen de overschrijding bij de ILO/kinderarbeid
(artikelonderdeel 1.1) verantwoordelijk zijn voor het verschil ten opzichte van de
suppletoire begroting?
Antwoord
Op artikelonderdeel 1.1. is één post verantwoordelijk voor het verschil ten opzichte
van de suppletoire begroting. Dit betreft een overschrijding van de initieel geplande
kasraming voor 2024 van het ILO programma Accelerating action for the elimination of child labour in supply chains in Africa (ACCEL Africa).
8
Zijn er binnen de slotwet voor 2024 mutaties geweest in de stortingen of onttrekkingen
aan de begrotingsreserves voor het Dutch Good Growth Fund (DGGF) en het Dutch Trade
and Investment Fund (DTIF)? Indien ja, om welke bedragen gaat het?
Antwoord
Voor het Dutch Good Growth Fund (DGGF) is per saldo in 2024 voor EUR 108,2 miljoen aan garanties en/of wisselfinancieringen
verstrekt. In 2024 is de begrotingsreserve per saldo met EUR 5,3 miljoen toegenomen.
Dit saldo bestaat uit een storting van ontvangen premies en aflossingen van wisselfinancieringen
ad EUR 9,6 miljoen en een onttrekking van EUR 4,3 miljoen. De begrotingsreserve komt
daarmee per 31 december 2024 op EUR 48,9 miljoen.
Voor het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) is per saldo in 2024 voor EUR 10,5 miljoen aan garanties en/of wisselfinancieringen
verstrekt. In 2024 is de begrotingsreserve per saldo met EUR 10,1 miljoen toegenomen.
Dit saldo bestaat uit een storting van ontvangen premies en aflossingen van wisselfinancieringen
ad EUR 12,2 miljoen en een onttrekking van EUR 2,1 miljoen. De stand van de begrotingsreserve
komt per 31 december 2024 op EUR 29,99 miljoen.
9
Welke beleidsmatige keuzes liggen ten grondslag aan de onderbesteding binnen artikel
1 (Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen) met € 47,5 miljoen
minder verplichtingen?
Antwoord
Het hoofdlijnenakkoord heeft grote gevolgen gehad voor het BHO budget. In afwachting
van de definitieve beleidsmatige keuzes gold daarom in 2024 uiterste terughoudendheid
in het aangaan van nieuwe verplichtingen.
10
Heeft de overschrijding van het budget van artikel 3 (Sociale vooruitgang) geleid
tot structurele aanpassingen voor 2025 of latere jaren?
Antwoord
De overschrijding in 2024 heeft niet geleid tot structurele aanpassingen voor 2025
of latere jaren. De betalingen hebben in december 2024 plaatsgevonden om ruimte te
creëren in 2025 voor de lopende verplichtingen en nieuw beleid.
11
In hoeverre zijn de mutaties binnen artikel 4 (Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling)
het gevolg van geopolitieke ontwikkelingen, en zijn deze als incidenteel of structureel
ingeboekt?
Antwoord
De mutaties die in 2024 in de suppletoire begrotingen op artikel 4 zijn doorgevoerd
en de toegelichte afwijking in de decemberbrief betreffen met name het artikelonderdeel
Humanitaire Hulp en houden verband met extra inzet in crises. In de betreffende begrotingen
en brief zijn de crises in Soedan, Gaza en Oekraïne vermeld. Deze inzet is in 2024
incidenteel ingeboekt.
Voor de inzet van Humanitaire Hulp ontvangt de Kamer aan het begin van ieder jaar
een specifieke planningsbrief.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. (Aukje) de Vries, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp -
Mede ondertekenaar
E.A.M. Meijers, griffier