Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag : Nota naar aanleiding van het verslag
36 428 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 met betrekking tot de bijzondere regels voor ambtshalve verminderingen (Wet tijdelijke regeling herzien aangifte inkomstenbelasting)
Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
Ontvangen 18 oktober 2023
Inhoudsopgave
blz.
Inleiding
1
Werking de praktijk
1
Rechtsgevolgen en rechtsmiddelen
3
Inleiding
Het kabinet heeft met interesse kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de
leden van de fracties van de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de SP en het lid Omtzigt.
Werking in de praktijk
De leden van de fractie van het CDA vragen op welk moment een aangepaste aangifte
kan worden ingediend en wanneer dit nog mogelijk is als de aangifte al is ingediend.
Ook vragen deze leden voor welke belastingsoorten aangepaste aangiftebiljetten vaak
worden ingediend. Een belastingplichtige voor de inkomstenbelasting wordt in de regel
jaarlijks uitgenodigd tot het doen van aangifte inkomstenbelasting. Nadat de belastingplichtige
zijn aangifte heeft ingediend, legt de Belastingdienst uiterlijk drie jaar na afloop
van het belastingjaar de aanslag inkomstenbelasting op. De belastingplichtige kan
zowel vóór als na het opleggen van de aanslag een herziene aangifte indienen. Een
herziene aangifte kan zien op elke post (van box 1, 2 en 3) van de aangifte inkomstenbelasting.
De Belastingdienst behandelt een herziene aangifte die wordt ingediend vóór het opleggen
van de aanslag in beginsel als een aanvulling op de aangifte. De gegevens van de aanvulling
worden dan meegenomen bij het vaststellen van de belastingschuld en daarmee bij het
opleggen van de aanslag. Na het opleggen van de aanslag wordt een herziene aangifte
die strekt tot een verlaging van de belastingschuld, behandeld als een verzoek om
ambtshalve vermindering. De mogelijkheid om te verzoeken om ambtshalve vermindering
van de aanslag, bijvoorbeeld via een herzien aangiftebiljet, bestaat tot vijf jaar
na het einde van het belastingjaar. Een herziene aangifte die strekt tot een verhoging
van de belastingschuld, wordt behandeld als een verzoek om een navorderingsaanslag
op te leggen. Ook hiervoor geldt in het algemeen een termijn van vijf jaar na het
einde van het belastingjaar.
De leden van de fractie van het CDA vragen of er ook nadelen verbonden zijn aan de
voorgestelde maatregelen of een risico op nieuwe formalisering. Met de voorgestelde
maatregelen wordt beoogd om de huidige werkwijze van de Belastingdienst een deugdelijke
wettelijk grondslag te geven en de praktische rechtsbescherming van de belastingplichtige
te bevorderen. Naar de mening van het kabinet bestaat er met de voorgestelde maatregelen
geen risico op nieuwe formalisering en zijn daaraan ook geen nadelen verbonden. Dit
mede vanwege het feit dat tevens wordt voorgesteld om verzoeken om ambtshalve vermindering
die binnen de bezwaartermijn worden ingediend juridisch inhoudelijk gelijk te behandelen
als bezwaarschriften. Voorts dient in ogenschouw te worden genomen dat de huidige
werkwijze is bedoeld om omissies in de aangifte en de aanslag eenvoudig te laten herstellen.
Bij een geschil heeft de belastingplichtige vanzelfsprekend nog steeds het recht om
direct een (formeel) bezwaarschrift in te dienen tegen de aanslag.
De leden van de fractie van de VVD vragen hoeveel aangiften jaarlijks worden gewijzigd
(en nader gewijzigd) en hoeveel bezwaarprocedures volgen uit deze wijzigingen. Ook
vragen deze leden wat de ervaringen van burgers zijn die (relatief) kleine wijzigingen
doorvoeren waaruit eventueel grotere gevolgen naar voren komen. Het komt regelmatig
voor dat een belastingplichtige tot de ontdekking komt dat bijvoorbeeld een aftrekpost
niet is toegepast of een ander foutje in de aangifte is geslopen. Deze omissies worden
in praktijk vaak hersteld met een herzien aangiftebiljet. Dit beeld wordt ondersteund
door eerder vastgestelde cijfers1 van de Belastingdienst op het gebied van de inkomstenbelasting. Hieruit komt naar
voren dat in het eerste jaar na het belastingtijdvak honderdduizenden herziene aangiftebiljetten
(ook na de vastgestelde aanslag) worden ingediend, in het tweede jaar betreft dit
tienduizenden herziene aangiftebiljetten en in het derde jaar nog duizenden herziene
aangiftebiljetten. Van de mogelijkheid om een herzien aangiftebiljet in te dienen
wordt door de belastingplichtige en de Belastingdienst veelvuldig en zonder problemen
gebruik gemaakt. Omdat deze werkwijze ziet op omissies en niet op een geschil, wordt
het herziene aangiftebiljet in de regel door de Belastingdienst gevolgd. Het niet
volgen van het herziene aangiftebiljet en daarmee het ontstaan van een voor bezwaar
vatbare beschikking is daardoor beperkt. Er zijn geen ervaringen bekend waarbij burgers
(relatief) kleine wijzigingen doorvoeren waaruit eventueel grotere gevolgen naar voren
komen. Dit heeft wellicht te maken met het feit dat een herzien aangiftebiljet in
de regel ziet op een vermindering van de belastingschuld en daardoor in het voordeel
van de burger is.
De leden van de fractie van de VVD vragen hoe en wanneer geëvalueerd wordt of het
voorliggend voorstel tot mogelijke problemen heeft geleid bij het bezwaar maken van
burgers. Met de voorgestelde maatregelen wordt een deugdelijke wettelijke grondslag
voorgesteld voor de huidige praktische werkwijze van de Belastingdienst bij het herzien
van een aangifte inkomstenbelasting. Het betreft een werkwijze die reeds jaren wordt
toegepast en zorgt voor een laagdrempelige en eenvoudige manier om omissies in de
heffing te herstellen. Het is een manier waarvan door de belastingplichtige en de
Belastingdienst veelvuldig en zonder problemen gebruik wordt gemaakt. Het voorgaande
biedt voldoende basis voor de verwachting dat de voorgestelde maatregelen en dus de
bestaande huidige werkwijze ook in de toekomst goed zal functioneren. Om deze reden
is niet voorzien in een evaluatiebepaling. Verder worden de voorgestelde maatregelen
als tijdelijke regelingen beschouwd. Onder de noemer «direct aanpassen» wordt namelijk
onderzocht op welke wijze het formeelrechtelijke heffingssysteem gemoderniseerd en
vereenvoudigd kan worden. Hiervan zijn op Prinsjesdag2 enkele belangrijke contouren geschetst. Onder andere het eenvoudig herzien van de
aanslag en de mogelijkheid van bezwaar en beroep bij een geschil zijn belangrijke
pijlers bij «direct aanpassen».
Rechtsgevolgen en rechtsmiddelen
De leden van de fractie van het CDA vragen wat het gevolg is als het verzoek om ambtshalve
vermindering via de ingediende aangifte buiten de bezwaartermijn wordt ingediend.
Kort gezegd worden met de voorgestelde maatregelen geen wijzigingen aangebracht in
de regels die gelden voor de behandeling van een verzoek om ambtshalve vermindering.
De Belastingdienst vermindert de aanslag inkomstenbelasting zodra gebleken is dat
die naar een te hoog bedrag is vastgesteld. In het geval de aanslag reeds onherroepelijk
is geworden, zal de Belastingdienst dat verzoek behandelen met inachtneming van de
aanvullende regels die daarvoor gelden.3
Het lid Omtzigt vraagt of de voorgestelde maatregelen alleen gelden voor verminderingen
of dat de voorgestelde maatregelen ook gelden bij een herstel van een omissie dat
leidt tot een verhoging. De voorgestelde maatregelen zullen van toepassing zijn als
een belastingplichtige, nadat reeds een aanslag inkomstenbelasting is opgelegd, een
herzien (digitaal) aangiftebiljet indient dat strekt tot een verlaging van zijn eerder
vastgestelde belastingschuld voor de inkomstenbelasting. De belastingplichtige kan
een herstel van een omissie dat niet leidt tot een verlaging, maar juist tot een verhoging
van de eerder vastgestelde belastingschuld voor de inkomstenbelasting, ook doorgeven
via een herzien (digitaal) aangiftebiljet. Zoals eerder geantwoord, behandelt de Belastingdienst
dit als een verzoek om een navorderingsaanslag op te leggen. Een dergelijke aangifte
kan, afhankelijk van de inhoud van die aangifte en het moment van indiening, ook als
een vrijwillige verbetering in het kader van de inkeerregeling worden gezien.
Het lid Omtzigt vraagt in hoeverre rechtsmiddelen voor belastingplichtigen beperkt
of verruimd worden door de voorgestelde maatregelen en wat vanuit een perspectief
van rechtsbescherming de verschillen zijn tussen ambtshalve vermindering en (formeel)
bezwaar. Onder de huidige regels kwalificeert een herziene aangifte die wordt ingediend
nadat de aanslag inkomstenbelasting is opgelegd en strekt tot verlaging van de belastingschuld
strikt formeel als een bezwaarschrift. Volgens de huidige werkwijze van de Belastingdienst
wordt zo’n herziene aangifte echter reeds behandeld als een verzoek om ambtshalve
vermindering, tenzij de belastingplichtige verzoekt om een uitspraak op bezwaar. Het
verkrijgen van een uitspraak op bezwaar in dit geval is straks niet meer mogelijk.
Daarmee worden de rechtsmiddelen voor belastingplichtigen naar de mening van het kabinet
niet beperkt. Indien de inspecteur het verzoek om ambtshalve vermindering afwijst,
ontvangt de belastingplichtige namelijk een voor bezwaar vatbare beschikking, waartegen
alsnog alle rechtsmiddelen openstaan. Wel geldt dat in het geval de aanslag onherroepelijk
is geworden, het verzoek om ambtshalve vermindering zal worden behandeld met inachtneming
van de aanvullende regels die daarvoor gelden.4 Omwille van de praktische rechtsbescherming gelden deze aanvullende regels op grond
van de voorgestelde maatregelen straks niet wanneer een herzien aangiftebiljet binnen
de bezwaartermijn is ingediend. In dit geval wordt een herzien aangiftebiljet dus
juridisch inhoudelijk gelijk behandeld als een (formeel) bezwaarschrift. Het kabinet
erkent dat niet alle verschillen tussen bezwaar en ambtshalve vermindering worden
weggenomen. De bezwaarprocedure brengt voor de belastingplichtige bepaalde rechten
mee, bijvoorbeeld omtrent horen of inzage, die niet bestaan in het kader van ambtshalve
vermindering. Daarentegen kent de formele bezwaarprocedure ook bepaalde verplichtingen,
bijvoorbeeld over kwalificatievereisten en termijnen, die ambtshalve vermindering
niet kent. Al met al zijn de voorgestelde maatregelen volgens het kabinet een verbetering
voor de belastingplichtige.
De leden van de fractie van de VVD vragen of burgers in het online portal duidelijk
wordt gemaakt wat hun rechten zijn als zij hun (nieuwe) aangifte insturen. Op dit
moment is een rechtsmiddelenverwijzing opgenomen bij de aanslag, bij de verminderingsbeschikking
als niet geheel aan een verzoek tot ambtshalve vermindering tegemoet gekomen wordt
en bij een uitspraak op bezwaar. In het geval er een aanslag is opgelegd, worden burgers
op MijnBelastingdienst.nl (de internetsite waarmee een (herziene) aangifte inkomstenbelasting
kan worden ingediend) gewezen op hun rechtsmiddelen via een internetlink bij hun aanslag
inkomstenbelasting genaamd «niet met ons eens?». Na het drukken op de internetlink
wordt een zogenoemde bezwaarcheck gestart. Aan de hand van de voorgestelde maatregelen
wordt niet alleen de voorlichting over het kunnen aanwenden van rechtsmiddelen opnieuw
bekeken, maar wordt ook de praktische rechtsbescherming minimaal op hetzelfde niveau
gehouden en indien mogelijk verbeterd. Het doel is en blijft dat het voor burgers
helder is welke gevolgen zijn verbonden aan het indienen van een (aangepaste) aangifte
en het indienen van een bezwaar.
De Staatssecretaris van Financiën, M.L.A. van Rij
Indieners
M.L.A. van Rij, staatssecretaris van Financiën