Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 375 Wijziging van de Wet milieubeheer (implementatie richtlijn milieuaansprakelijkheid)
Nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 5 juli 2023
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Het verslag behandelt alleen die onderdelen waarover door de genoemde fracties inbreng
is geleverd.
Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende
zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel
van wet voldoende voorbereid.
Algemeen
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het Wijziging van de Wet milieubeheer
(implementatie richtlijn milieuaansprakelijkheid) (hierna: het wetsvoorstel) en hebben
daarover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Voor deze leden
is het essentieel dat personen die onder milieuschade lijden of dreigen te lijden
hun recht kunnen halen en het bevoegd gezag kunnen verzoeken om handhaving. Een verdere
verduidelijking op dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wmb) geeft personen een
sterkere positie ten opzichte van eventuele vervuilers. Deze leden hebben nog een
aantal vragen.
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Zij kunnen zich vinden in de explicitering dat onder «belanghebbenden» ook personen
vallen die milieuschade dreigen te lijden. Zij hebben nog een aantal vragen over andere
zaken, gerelateerd aan de Wmb.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het
wetsvoorstel.
Inleiding
De leden van de VVD-fractie lezen in de memorie van toelichting dat de richtlijn juridisch
volledig geïmplementeerd is, dat dat in de ogen van de Europese Commissie (EC) niet
onjuist is, maar wel nadere interpretatie behoeft. Welke andere mogelijkheden zijn
er om invulling te geven aan deze «nadere interpretatie», anders dan het aanpassen
van de wet, en waarom is daarvoor niet gekozen? Deze leden lezen dat in het arrest
van het Hof van 1 juni 2017 gesproken wordt over «het niet beschikken over een beoordelingsmarge».
Hoe verhoudt deze constatering zich tot het oordeel van de EC dat er nadere interpretatie
nodig is?
Achtergrond
De leden van de VVD-fractie lezen dat de EC op twee punten de conclusie trekt dat
de Nederlandse wet niet langer in volledige omzetting van de richtlijn voorziet. Is
de regering het met deze leden eens dat «niet langer in volledige omzetting voorzien»,
een ander oordeel is dan «behoeft nadere interpretatie»? Welk oordeel van de EC is
dan volgens de regering doorslaggevend bij de aanpassing van de wet?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de hoofdlijn van het wetsvoorstel is om natuurlijke
en rechtspersonen die milieuschade dreigen te gaan lijden in de gelegenheid te stellen
een verzoek tot het nemen van maatregelen aan het bevoegd gezag te doen. Kan de regering
aangeven om hoeveel verzoeken het gaat? Welke voorbeelden van zaken zijn er de afgelopen
jaren geweest waarbij natuurlijke of rechtspersonen een verzoek in wilden dienen dat
niet ontvankelijk bleek? Kan de regering aangeven welke verzoeken of situaties vallen
of kunnen vallen onder de noemer «dreigen milieuschade te gaan lijden»? Kan de regering
aangeven wat de consequenties zijn wanneer deze voorgenomen wijziging van de Wmb geen
doorgang zou vinden?
Hoofdlijnen van het voorstel
De leden van de VVD-fractie lezen dat de wijziging van artikel 17.15 eerste lid Wmb
ertoe leidt dat nu ook natuurlijke personen en rechtspersonen die milieuschade dreigen
te lijden onder het begrip belanghebbende vallen. Kan de regering aangeven hoe dit
zich verhoudt tot de uitspraak van de Raad van State uit mei 2021, waaruit bleek dat
niet-belanghebbenden in beroep kunnen gaan bij een omgevingsbesluit?
De leden van de D66-fractie vragen de regering wat deze wijziging van de Wet milieubeheer
concreet verandert aan de positie van personen die milieuschade lijden of dreigen
te lijden. Kan de Staat alsnog aansprakelijk gesteld worden door mensen die dankzij
het niet correct overnemen van de Europese wetgeving hun recht niet hebben kunnen
halen? Hoe gaat in de toekomst worden voorkomen dat Europese wetgeving niet adequaat
wordt omgezet in nationale wetgeving? Op welke manier is het voorzorgsbeginsel geborgd
in de huidige wet?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen of het klopt dat er in de Wet
milieubeheer niets staat over het voorzorgsprincipe. Indien dit klopt, waarom staat
hier niets over in? Is de regering in de veronderstelling dat het voorzorgsprincipe
momenteel goed in wet- en regelgeving is verankerd? Zo nee, wat gaat zij hier dan
aan doen? Zo ja, hoe reflecteert zij dan op de aanbeveling van de Onderzoeksraad voor
Veiligheid (OVV) uit diens rapport «Industrie en Omwonenden» om te borgen dat het
voorzorgsprincipe zwaarder gewogen wordt in het systeem van vergunnen van persistente
stoffen? Hoe gaat de regering uitvoering geven aan deze aanbeveling? Is de regering
het ermee eens dat nu de Wet milieubeheer toch wordt gewijzigd, dit hét moment is
om ook het voorzorgsprincipe in de Wet milieubeheer op te nemen? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, hoe gaat zij het voorzorgsprincipe in de Wet milieubeheer opnemen?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren daarnaast dat in de Wet
milieubeheer is opgenomen dat een programma moet worden opgesteld waarin maatregelen
worden opgenomen ter verbetering van de luchtkwaliteit.1 Deze leden gaan ervan uit dat met dit programma het Schone Lucht Akkoord (SLA) wordt
bedoeld, klopt dit? Zo nee, welk programma wordt er dan bedoeld? Is de regering van
plan om in de Wet milieubeheer de doelen uit het SLA wettelijk te verankeren? Momenteel
zijn de doelen namelijk vrijwillig en doen slechts 107 gemeenten en provincies mee
(van de 342 gemeenten en 12 provincies die we hebben). Is de regering het ermee eens
dat de luchtkwaliteit veel sneller zou verbeteren, als de doelen afdwingbaar zouden
zijn en alle gemeenten en provincies dus mee moeten doen? Zo nee, waarom niet? En
klopt het dat in de Wet milieubeheer momenteel de slappe Europese luchtkwaliteitsnormen
zijn opgenomen? Is de regering van plan om in de Wet milieubeheer de strengere normen
van de Wereldgezondheidsorganisatie voor luchtkwaliteit uit 2021 – waarmee de volksgezondheid
significant beter wordt beschermd – te verankeren? Zo nee, waarom niet?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering nader te specificeren wat
verstaan wordt onder het «dreigen te lijden van milieuschade.» Zij vragen de regering
op welke wijze natuurlijke of rechtspersonen aan kunnen tonen dat zij milieuschade
dreigen te ondervinden. Zij vragen op welke wijze dit onderbouwd moet worden, zodat
dit stand kan houden in een bezwaar- of beroepsprocedure. Deze leden vragen de regering
of hun vrees dat het onderbouwen van dreigende milieuschade dermate ingewikkeld is,
dat in de praktijk nauwelijks gebruik van dit artikel gemaakt zou kunnen worden, terecht
is en op welke wijze de regering dit kan voorkomen.
De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering voorbeelden te geven
van jurisprudentie uit Europese lidstaten waarbij de Europese richtlijn naar het oordeel
van de EC wel juist is geïmplementeerd, en waar succesvol een beroep is gedaan op
het dreigen van milieuschade om handelen om deze milieuschade te voorkomen bij het
bevoegd gezag af te dwingen. Zij vragen de regering daarop te reflecteren. Deze leden
vragen welke lering de Nederlandse regering uit de ervaringen van andere landen trekt.
De voorzitter van de vaste commissie, T. de Groot
Adjunct-griffier van de commissie, Koerselman
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.C. (Tjeerd) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
G.B. Koerselman, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.