Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag : Nota naar aanleiding van het verslag
36 293 Wijziging van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet om een omissie in het overgangsrecht te herstellen
Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
Ontvangen 29 maart 2023
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het door de vaste commissie voor Infrastructuur
en Waterstaat uitgebrachte verslag over het wetsvoorstel van 23 maart 2023. In het
navolgende ga ik in op de vragen van het lid van de BBB-fractie.
Het lid van de BBB-fractie vroeg of eventuele negatieve bijeffecten voor de groepen
op wie dit wetsvoorstel het meest betrekking heeft inzichtelijk zijn. Indien deze
effecten er zijn, is gevraagd welke effecten er worden verwacht.
Het wetsvoorstel heeft geen negatieve bijeffecten. Dit wetsvoorstel betreft namelijk
een wijziging die beleidsneutraal is ten aanzien van huidig recht en leidt niet tot
een verzwaring van de uitvoeringslasten onder de Omgevingswet. Het betreft een wetstechnische
reparatie die juist nodig is om negatieve bijeffecten te voorkomen. Het wetsvoorstel
heeft als doel om artikel 88 Wet bodembescherming aan artikel 3.2a van de Aanvullingswet
toe te voegen. Het opnemen van artikel 88 Wet bodembescherming was al beoogd in de
Aanvullingswet, maar dit is per abuis niet gebeurd. Indien de omissie van artikel 88
Wet bodembescherming niet hersteld wordt, heeft dit tot gevolg dat de huidige bevoegdheden
in artikel 27 Wet bodembescherming onbedoeld verschuiven van de aangewezen bevoegdgezaggemeenten
naar de provincies. De provincies zouden dan na inwerkingtreding van de Omgevingswet
onbedoeld belast worden met extra werkzaamheden in zorgplichtsituaties.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen
Ondertekenaars
V.L.W.A. Heijnen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.