Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 293 Wijziging van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet om een omissie in het overgangsrecht te herstellen
ARTIKEL I
ARTIKEL II
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat een omissie in het
overgangsrecht van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet wordt hersteld;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
In artikel 3.2a van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet wordt de zinsnede «De artikelen 13,
27 en 95 van de Wet bodembescherming» vervangen door de zinsnede «De artikelen 13,
27, 88 en 95 van de Wet bodembescherming».
ARTIKEL II
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.