Lijst van vragen : Lijst van vragen over de opzet en vraagstelling beleidsdoorlichting artikel 5 Koninkrijksrelaties (Kamerstuk 30985-59)
2022D49372 LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de Opzet en vraagstelling beleidsdoorlichting artikel 5 Koninkrijksrelaties (Kamerstuk
30 985, nr. 59).
De voorzitter van de commissie, Paul
De griffier van de commissie, Meijers
Nr
Vraag
1
In hoeverre kunnen de resultaten van de in 2022 te verschijnen doorlichting van artikel 8
expliciet worden betrokken bij de totstandkoming van de beleidsdoorlichting van artikel 5?
2
Kunnen de resultaten van de in 2022 te verschijnen doorlichting van artikel 8 expliciet
worden betrokken bij de te benutten bronnen die gebruikt worden bij de totstandkoming
van de beleidsdoorlichting van artikel 5?
3
Kunt u in de opzet van de beleidsdoorlichting aangeven of en in hoeverre de doelstelling
van beleidsartikel 5 is bereikt, voordat deze beleidsdoelstelling in 2020 is gewijzigd?
Zo nee, waarom niet?
4
In hoeverre is aan de destijds geldende voorwaarden, waaronder in het bijzonder de
afspraken inzake de schuldsanering van 10-10-2010, voldaan?
5
Kan de tijdsafbakening van de beleidsdoorlichting tot zover mogelijk na 2021 worden
opgerekt, gelet op de relevatie voor nog lopende beleidsdiscussies, zoals de Rijkswet
Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO) en de herfinanciering van
de liquiditeitsleningen? Zo nee, waarom niet?
6
Op welke manier krijgt de verschillende herkomst van de leningen een plaats in de
opzet van de beleidsdoorlichting, in het bijzonder voor wat betreft de mogelijke gevolgtrekkingen
daaruit?
7
Maakt een herformulering van het beleidsdoel van artikel 5 onderdeel uit van de evaluatie,
nu het ernaar uitziet dat, wat de toegang tot de lopende inschrijving betreft, Aruba
permanent in een vergelijkbare positie komt als Curaçao en Sint Maarten? Zo nee, waarom
niet?
8
Zijn er overigens redenen voor heroverweging van het beleidsdoel, gelet op de koppeling
van de liquiditeitsleningen aan de uitvoering van de landspakketten? Zo ja, welke
zijn dat?
9
De beleidsdoorlichting focust zich op de periode 2016–2021 (ex post). Kan in de beleidsdoorlichting
worden aangegeven in hoeverre Aruba van de mogelijkheid gebruik wil maken om via lopende
inschrijvingen via Nederland geld te lenen om de staatsschuld te financieren wanneer
de Rijkswet Aruba financieel toezicht (RAft) is aangenomen (ex ante)?
10
Is overwogen om, bijvoorbeeld à la de pilot Lerend evalueren, een ex durante evaluatie
door te voeren, teneinde optimaal te kunnen profiteren van de opgedane inzichten ten
behoeve van de uitvoering van de meerjarig doorlopende landspakketten en de lopende
onderhandelingen over herfinanciering van de in 2023 aflopende liquiditeitsleningen?
Zo nee, waarom niet?
11
Is het mogelijk de voorgestelde ex post evaluatie alsnog om te vormen tot een ex durante
evaluatie en zo ja, bent u daartoe bereid?
12
Kan in de beleidsdoorlichting worden aangegeven welke overwegingen er in het geval
van Aruba zijn geweest bij het aangaan van leningen om de staatsschuld te financieren
en welk deel hiervan bestaat uit leningen op de nationale kapitaalmarkt en welk deel
hiervan bestaat uit leningen op de internationale kapitaalmarkt? Kan daarnaast worden
aangegeven of de rentepercentages die hierbij horen marktconform zijn en wanneer dit
niet het geval is, waarom ervoor is gekozen om te lenen tegen een hoger rentepercentage?
13
Kan de periode van de beleidsdoorlichting tot zo recent mogelijk worden doorgetrokken,
teneinde daarmee ok de relevante ontwikkelingen in de begrotingen van 2022 en 2023
en daarna mee te nemen, waaronder in het bijzonder het te verwachter verloop van aflossingen?
Zo nee, waarom niet?
14
Welk bedrag aan aflossingen heeft Nederland ontvangen in de periode 2010 tot april
2020 (aanvang coronaperiode) en hoe verhoudt dit bedrag zich tot het verloop (oploop)
van de staatsschuld van met name Curaçao en Sint Maarten in die jaren?
15
Is een goed inzicht in de overheidsfinanciën van Aruba, Curaçao en Sint Maarten wel
mogelijk, indien slechts begrotingen en jaarverslagen uit de periode 2016–2021 worden
betrokken in de beleidsdoorlichting? Zo nee, waarom niet?
16
In hoeverre wordt in de beleidsdoorlichting de afwijkende positie van Aruba betrokken
ten opzichte van de andere twee landen als het gaat om toegang tot de lopende inschrijving?
17
In hoeverre is aan de destijds geldende voorwaarden, waaronder in het bijzonder de
afspraken inzake de schuldsanering van 10-10-2010, voldaan?
18
In hoeverre krijgt de vraag of gestreefd moet worden naar een meer solide verankering
van het aangaan van staatsschulden door Aruba, Curaçao en Sint Maarten in het Koninkrijksverband
een plaats in de centrale onderzoeksvraag: «In hoeverre zijn de beleidsinstrumenten
van artikel 5 voor het ondersteunen van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën
doelmatig en doeltreffend?»
19
Houdt de voorgenomen evaluatie rekening met de situatie per eiland, gelet op de unieke
kenmerken van elk land, c.q. zal mede worden onderzocht of juist, om ingewikkelde
regelingen te voorkomen, wordt ingezet op harmonisatie van het leningenpakket van
de onderscheiden Landen, in het bijzonder enerzijds Aruba en anderzijds Curaçao en
Sint Maarten?
20
Wat waren onder beleidsartikel 5 de uitgaven en ontvangsten van Aruba, Curaçao, en
Sint – Maarten in de periode 2010–2015?
21
Hebben andere landen met bijzondere staatkundige verhoudingen tot hun voormalige koloniën
soort gelijke financiële leningen? Zo ja, hoe worden die vorm gegeven?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
E.A.M. Meijers, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.