Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
35 988 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2021 (Veertiende incidentele suppletoire begroting)
Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING
A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van
artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel
strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in:
de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport;
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet
heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze
veertiende incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het
Rijk zijn, en niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal,
zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld
conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf
geïnformeerd via de Stand van zakenbrief Covid-19van 3 november 2021 (Kamerstukken II, 2020/21, 25 295, nr. 1468), de Maatregelenbrief COVID-19van 12 november 2021 (Kamerstukken II, 2021/22, 25 295, nr. 1519), de Maatregelenbrief COVID-19 van 26 november 2021 met kenmerk 3289172-1020780-PDC19,
Kamerbrief versnellen boostervaccinatie van 12 november 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 25 295, nr. 1518) en de brief Plan van aanpak «boosteroffensief» van 3 december 2021 met kenmerk 1021464-PDC19.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze
memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge
B Artikelgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen
1. Leeswijzer
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige-
en technische mutaties toegelicht worden vanaf € 2,5 miljoen of wanneer deze politiek
relevant zijn.
Een substantieel deel van de verplichtingen met betrekking tot 2022 zijn geboekt in
deze veertiende incidentele suppletoire begroting 2021, omdat deze verplichtingen
in 2021 worden aangegaan.
2. Beleid
2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
Tabel 1 Belangrijkste mutaties 14e incidentele suppletoire begroting 2021 (bedragen
x € 1 mln.)
Maatregel
Bedrag 2021
Bedrag 2022
Bedrag 2023
Bedrag 2024
Bedrag 2025
A. Begrotingsgefinancierd
1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen
2) GGD'en en veiligheidsregio's
100,0
3) IC-capaciteit
4) Ondersteuning sportsector
5) Ondersteuning zorgpersoneel
6) Onderzoek inzake COVID-19
7) Testcapaciteit
8) Vaccin ontwikkeling, implementatie en medicatie
9) Zorgbonus
10) Omscholen personeel voor arbeidsmarkt zorg
11) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland
12) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)
– 2
13) Garanties
Totaal A
98
0,0
0,0
0,0
0,0
B. Premiegefinancierd
14) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)
0,0
15) Overige maatregelen (plafond Zorg)
Totaal B
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Totaal A+B=C
98,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Tabel 2 Totaal COVID-19 gerelateerde uitgaven- en ontvangsten (bedragen x € 1 mln.)
Maatregel
Bedrag 20211
Bedrag 20222
Bedrag 2023
Bedrag 2024
Bedrag 2025
A. Begrotingsgefinancierd
1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen
3
54
28
2) GGD'en en veiligheidsregio's
2.922
1.093
3) IC-capaciteit
191
162
4) Ondersteuning sportsector
306
78
5) Ondersteuning zorgpersoneel
22
6) Onderzoek inzake COVID-19
15
124
32
6
2
7) Testcapaciteit
3.524
1.349
8) Vaccin ontwikkeling, implementatie en medicatie
1.754
957
378
9) Zorgbonus
928
19
1
10) Omscholen personeel voor arbeidsmarkt zorg
96
11) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland
91
34
12) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)
507
102
6
4
13) Garanties
388
Totaal A
10.748
3.973
444
10
2
B. Premiegefinancierd
14) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)
162
15) Overige maatregelen (plafond Zorg)
100
44
Totaal B
262
44
0
0
0
Totaal A+B=C
11.010
4.016
444
10
2
X Noot
1
1 ISB1 Kamerstukken II 2020/21, 35 678, nr. 1, ISB2 Kamerstukken II 2020/21, 35 684, nr. 1, ISB3 Kamerstukken II 2020/21, 35 703, nr. 1, ISB4 Kamerstukken II 2020/21, 35 763, nr. 1, ISB6 Kamerstukken II 2020/21, 35 815, nr. 1, ISB7 Kamerstukken II 2020/21, 35 841, nr. 1, ISB8 Kamerstukken II 2020/21, 35 854, nr. 1, ISB9 Kamerstukken II 2020/21, 35 884, nr. 1, ISB 10 Kamerstukken II 2020/21, 35 895, nr. 1, ISB11 Kamerstukken II 2020/21, 35 906, nr. 1, ISB12 Kamerstukken 2020/21, 35 944, nr. 1, ISB13 Kamerstukken 2021/22, 35 970, nr. 1.
X Noot
2
2 Stand tot en met stand ISB12 Kamerstukken 2020/21, 35 944, nr. 1 aangevuld met NvW 1 Kamerstukken 2021/22, 35 925 XVI, nr. 10 en NvW 2 Kamerstukken 2021/22, 39 925 XVI, nr. 106.
Bovenstaand overzicht geeft het totaal van alle COVID-19 gerelateerde uitgaven en
ontvangsten op de VWS-begroting weer, zoals verwerkt in de relevante begrotingsstukken.
Het betreft de corona gerelateerde mutaties zoals opgenomen in de eerste, tweede,
derde, vierde, zesde3, zevende, achtste, negende, tiende, elfde, twaalfde, dertiende en veertiende incidentele
suppletoire begroting 2021. Er is voor gekozen om een uitsplitsing te maken in begrotingsgefinancierde
uitgaven en premiegefinancierde uitgaven en een totaaltelling.
Garanties
Tabel 3 Overzicht verstrekte garanties t.b.v. COVID-19 maatregelen (bedragen x € 1.000)
Artikel
Omschrijving
Uitstaande garanties 2020
Verleend/vervallen 2021
Uitstaande garanties 2021
Vervalt per datum1
Totaal plafond
Totaalstand risico voorziening
Artikel 1. Volksgezondheid
Garantstelling analysecapaciteit (COVID-19)
0
188.300
188.300
31 maart 2022
151.600
–
Totaal
0
188.300
188.300
151.600
–
X Noot
1
Kan indien nodig verlengd worden.
De garantstelling analysecapaciteit is verlengd van 31 december 2021 naar 31 maart
2022. De garantstelling analysecapaciteit is met de verlenging verhoogd met € 23,2 miljoen,
van € 165,1 miljoen naar € 188,3 miljoen.
In de bijlage van deze veertiende incidentele suppletoire begroting is het toetsingskader
van bovenstaande garantie opgenomen.
3. Beleidsartikelen
3.1 Artikel 1 Volksgezondheid
Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB's
Mutaties 14e ISB
Stand 14e ISB
Mutatie 2022
Mutatie 2023
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Verplichtingen
11.897.452
411.745
12.309.197
0
0
0
0
0
Uitgaven
10.030.102
102.719
10.132.821
0
0
0
0
0
waarvan juridisch verplicht (percentage)
1. Gezondheidsbeleid
581.145
0
581.145
0
0
0
0
0
Subsidies
25.213
0
25.213
0
0
0
0
0
(Lokaal) gezondheidsbeleid
24.839
0
24.839
0
0
0
0
0
Overige
374
0
374
0
0
0
0
0
Opdrachten
3.422
0
3.422
0
0
0
0
0
(Lokaal) gezondheidsbeleid
3.422
0
3.422
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
136.459
0
136.459
0
0
0
0
0
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
107.435
0
107.435
0
0
0
0
0
RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed
28.540
0
28.540
0
0
0
0
0
Overige
484
0
484
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
408.571
0
408.571
0
0
0
0
0
ZonMw: programmering
408.571
0
408.571
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
7.480
0
7.480
0
0
0
0
0
Aanpak Gezondheidsachterstanden
7.480
0
7.480
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
2. Ziektepreventie
9.295.140
102.719
9.397.859
0
0
0
0
0
Subsidies
818.432
0
818.432
0
0
0
0
0
Ziektepreventie
590.934
0
590.934
0
0
0
0
0
Bevolkingsonderzoeken
150.274
0
150.274
0
0
0
0
0
Vaccinaties
77.224
0
77.224
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Opdrachten
5.905.062
1.669
5.906.731
0
0
0
0
0
Ziektepreventie
5.905.062
1.669
5.906.731
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdrage aan agentschappen
508.118
1.050
509.168
0
0
0
0
0
RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra
325.992
1.050
327.042
0
0
0
0
0
RIVM: Bevolkingsonderzoeken
42.993
0
42.993
0
0
0
0
0
RIVM: Vaccinaties
139.120
0
139.120
0
0
0
0
0
Overige
13
0
13
0
0
0
0
0
Bijdrage aan medeoverheden
1.676.444
100.000
1.776.444
0
0
0
0
0
Overige
1.676.444
100.000
1.776.444
0
0
0
0
0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Garanties
380.488
0
380.488
0
0
0
0
0
Overige
380.488
0
380.488
0
0
0
0
0
3. Gezondheidsbevordering
132.144
0
132.144
0
0
0
0
0
Subsidies
107.900
0
107.900
0
0
0
0
0
Preventie van schadelijk middelengebruik
18.866
0
18.866
0
0
0
0
0
Gezonde leefstijl en gezond gewicht
24.342
0
24.342
0
0
0
0
0
Letselpreventie
4.760
0
4.760
0
0
0
0
0
Bevordering van seksuele gezondheid
59.029
0
59.029
0
0
0
0
0
Overige
903
0
903
0
0
0
0
0
Opdrachten
7.864
0
7.864
0
0
0
0
0
Gezondheidsbevordering
7.864
0
7.864
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
1.494
0
1.494
0
0
0
0
0
Overige
1.494
0
1.494
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
137
0
137
0
0
0
0
0
Overige
137
0
137
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
14.749
0
14.749
0
0
0
0
0
Heroïnebehandeling op medisch voorschrift
14.749
0
14.749
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
4. Ethiek
31.019
0
31.019
0
0
0
0
0
Subsidies
28.135
0
28.135
0
0
0
0
0
Abortusklinieken
17.878
0
17.878
0
0
0
0
0
Medische Ethiek
10.257
0
10.257
0
0
0
0
0
Opdrachten
364
0
364
0
0
0
0
0
Medische Ethiek
364
0
364
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
2.520
0
2.520
0
0
0
0
0
CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek
2.520
0
2.520
0
0
0
0
0
Ontvangsten
50.729
0
50.729
0
0
0
0
0
Overige
50.729
0
50.729
0
0
0
0
0
Uitgaven
2. Ziektepreventie
Subsidies
Onderzoeken vaccinimplementatie
Voor diverse onderzoeken wordt € 1,35 miljoen beschikbaar gesteld in 2022. Dit betreft
onder andere een onderzoek naar trombose na vaccinatie. De verplichtingen worden aangegaan
in 2021 en daartoe is de verplichtingenruimte op genomen in deze veertiende incidentele
suppletoire begroting 2021.
Inzet ziekenhuizen voor booster
De ziekenhuizen spelen een belangrijke rol door zorgpersoneel te prikken. In de versnelling
van de boostercampagne kan het nodig zijn de ziekenhuizen te vragen ook burgers te
prikken zodat er meer mensen in dezelfde tijd een boostervaccin kunnen krijgen. Voor
deze mogelijkheid wordt € 10 miljoen verplichtingenruimte gereserveerd voor 2021.
Opdrachten
Ziektepreventie
Brede inzet coronatoegangsbewijzen
Voor het afnemen van testen in het kader van coronatoegangsbewijzen (Ctb) wordt in
2021 een verplichtingenruimte van € 110 miljoen gereserveerd. De Ctb's worden alleen
ingezet op basis van de epidemiologische situatie. De beschikbaarheid van de middelen
op de VWS-begroting betekent niet automatisch dat het Ctb-beleid wordt voortgezet.
Er is een groep mensen die zich niet kan laten testen en vaccineren. Het amendement
Bikker op de Wet Ctb heeft ertoe geleid dat we deze groep ook in staat stellen een
QR code te genereren. Hiertoe wordt er een apart orgaan opgezet dat deze groep gaat
beoordelen waarvoor de verwachtte kosten € 4 miljoen zijn. Daarnaast wordt ervoor
gezorgd dat ook gevaccineerde reizigers zonder DCC aangesloten worden op het CTB systeem
(€ 5,6 miljoen). Hiervoor wordt voor 2021 € 0,4 miljoen en voor 2022 € 9,6 miljoen
beschikbaar gesteld.
Vaccinimplementatie
In verband met het zetten van de derde prik wordt het reeds bestaande budget opgehoogd
met € 78,8 miljoen voor 2022. In 2021 worden hiervoor al verplichtingen aangegaan.
Om onrechtmatigheden te voorkomen is daarom voor 2021 alvast verplichtingenruimte
opgenomen voor een bedrag van € 70,8 miljoen. Het betreft onder andere kosten voor
het zetten van prikken bij instellingen in de GGZ, het uitnodigen van groepen voor
de boosterprik, de registratie van prikken en verwachte additionele uitgaven bij de
GGD-GHOR.
Ondersteuning testbeleid
Voor diverse onderzoeken wordt € 2 miljoen beschikbaar gesteld. Dit betreft onder
andere onderzoeken naar zelftesten, serologie en serologische sneltesten. Voor deze
onderzoeken worden in 2021 de verplichtingen aangegaan en daartoe is in 2021 verplichtingenruimte
opgenomen.
Verlengen XL teststraten
Voor het behouden van drie XL teststraten en twee L teststraten in spoor 1, is voor
de eerste zes maanden van 2022 een budget van € 10,2 miljoen benodigd. In 2021 worden
hiervoor de verplichtingen aangegaan en is daartoe de verplichtingenruimte van € 10,2 miljoen
gereserveerd.
Zelftesten
Voor de uitbreiding van het zelftestbeleid, in onder andere het onderwijs maar bijvoorbeeld
ook het beschikbaar stellen aan sociale minima, worden er extra zelftesten aangekocht.
Er was al reeds budget beschikbaar, en daarom is een ophoging nodig voor het testbeleid
budget van € 44,3 miljoen in 2022. In 2021 worden hiervoor de verplichtingen aangegaan
en is daartoe de verplichtingenruimte van € 44,3 miljoen gereserveerd.
Vaccinatie 5–11 jarigen
Indien de Gezondheidsraad positief adviseert om alle 5–11 jarigen te vaccineren zijn
er uitvoeringskosten. Hiervoor wordt € 39 miljoen in 2022 beschikbaar gesteld. In
verband met het aangaan van verplichtingen hiervoor in 2021 is voor dat bedrag in
2021 de verplichtingenruimte opgenomen.
Inzet RIVM voor booster
Het RIVM heeft een belangrijke rol in de coördinatie van de boosterprik, bijvoorbeeld
voor het registratiesysteem, het uitnodigen van groepen en het beantwoorden van vragen.
Door de opschaling van de boosterprik kan het nodig zijn om het RIVM aanvullende taken
te geven. Hiervoor wordt een bedrag van € 5 miljoen verplichtingenruimte beschikbaar
gesteld in 2021. De kasuitgaven worden gereserveerd op de begroting 2022.
Bijdrage aan agentschappen
Antilichamen en coronapillen
Bij de dertiende incidentele suppletoire begroting is kasbudget verschoven van 2021
naar 2022. De verplichtingruimte is toen blijven staan op 2021. Het resterende bedrag
aan verplichtingen is nodig om verplichtingen aan te kunnen gaan voor de aanschaf
van antilichaambehandelingen en coronapillen in 2022 en resulteert in een verplichtingenschuif
van € 6,3 miljoen.
Bijdragen aan medeoverheden
Vergoeding meerkosten GGD'en
De meerkostenafspraak GGD’en vergoedt de extra kosten die voortvloeien uit het directe
bevel dat gegeven is onder de Wet Publieke Gezondheid. De meerkosten worden tot het
einde van 2021 bijgesteld met € 100 miljoen. Dit is het gevolg van een bijgestelde
raming van de vaccinatie-, test- en traceerkosten en van de intensivering die de GGD’en
moeten inzetten voor de boosterprik die door hen gezet zullen worden.
3.2 Artikel 2 Curatieve Zorg
Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB's
Mutaties 14e ISB
Stand 14e ISB
Mutatie 2022
Mutatie 2023
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Verplichtingen
3.837.840
– 1.050
3.836.790
0
0
0
0
0
Uitgaven
3.611.329
– 1.050
3.610.279
0
0
0
0
0
waarvan juridisch verplicht (percentage)
1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg
606.497
– 1.050
605.447
0
0
0
0
0
Subsidies
201.045
0
201.045
0
0
0
0
0
Medisch specialistische zorg
79.046
0
79.046
0
0
0
0
0
Curatieve ggz
26.266
0
26.266
0
0
0
0
0
Eerste lijnszorg
4.486
0
4.486
0
0
0
0
0
Lichaamsmateriaal
23.729
0
23.729
0
0
0
0
0
Medische producten
67.518
0
67.518
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Opdrachten
328.291
– 1.050
327.241
0
0
0
0
0
Medisch specialistische zorg
1.779
0
1.779
0
0
0
0
0
Curatieve ggz
2.033
0
2.033
0
0
0
0
0
Eerste lijnszorg
18.035
0
18.035
0
0
0
0
0
Lichaamsmateriaal
2.547
0
2.547
0
0
0
0
0
Medische producten
303.897
– 1.050
302.847
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
69.861
0
69.861
0
0
0
0
0
aCBG
3.484
0
3.484
0
0
0
0
0
aCBG
2.521
0
2.521
0
0
0
0
0
CIBG
60.856
0
60.856
0
0
0
0
0
Overige
3.000
0
3.000
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Garanties
7.300
0
7.300
0
0
0
0
0
Overige
7.300
0
7.300
0
0
0
0
0
3. Ondersteuning van het zorgstelsel
3.004.832
0
3.004.832
0
0
0
0
0
Subsidies
108.310
0
108.310
0
0
0
0
0
Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen
1.259
0
1.259
0
0
0
0
0
Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden
44.545
0
44.545
0
0
0
0
0
Regeling veelbelovende zorg
7.051
0
7.051
0
0
0
0
0
Medisch-specialistische zorg
31.289
0
31.289
0
0
0
0
0
Curatieve ggz
13.673
0
13.673
0
0
0
0
0
Eerste lijnszorg
10.482
0
10.482
0
0
0
0
0
Overige
11
0
11
0
0
0
0
0
Bekostiging
2.843.559
0
2.843.559
0
0
0
0
0
Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-
2.796.504
0
2.796.504
0
0
0
0
0
Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen
47.055
0
47.055
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Inkomensoverdrachten
23.658
0
23.658
0
0
0
0
0
Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel
23.532
0
23.532
0
0
0
0
0
Overige
126
0
126
0
0
0
0
0
Opdrachten
15.121
0
15.121
0
0
0
0
0
Risicoverevening
1.945
0
1.945
0
0
0
0
0
Uitvoering zorgverzekeringstelsel
2.880
0
2.880
0
0
0
0
0
Medisch-specialistische zorg
6.880
0
6.880
0
0
0
0
0
Curatieve ggz
817
0
817
0
0
0
0
0
Eerste lijnszorg
671
0
671
0
0
0
0
0
Overige
1.928
0
1.928
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
7.803
0
7.803
0
0
0
0
0
CJIB: Onverzekerden en wanbetalers
7.803
0
7.803
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
6.381
0
6.381
0
0
0
0
0
SVB: Onverzekerden
5.438
0
5.438
0
0
0
0
0
Overige
943
0
943
0
0
0
0
0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken
0
0
0
0
0
0
0
0
JenV: Bijdrage C2000
0
0
0
0
0
0
0
0
Ontvangsten
402.249
0
402.249
0
0
0
0
0
Overige
402.249
0
402.249
0
0
0
0
0
Uitgaven
1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg
Opdrachten
Medische producten
Obsolete geneesmiddelen
Het RIVM heeft enkele partijen obsolete geneesmiddelen, die onder de garantieregeling
met de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers vielen, aangekocht. Bij de
elfde incidentele suppletoire begroting is hiervoor € 1 miljoen toegevoegd aan artikel 2.
De betaling aan het RIVM loopt echter via artikel 1 en daarom worden de middelen overgeboekt.
3.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB's
Mutaties 14e ISB
Stand 14e ISB
Mutatie 2022
Mutatie 2023
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Verplichtingen
2.004.376
– 3.401
2.000.975
0
0
0
0
0
Uitgaven
2.242.785
– 3.401
2.239.384
0
0
0
0
0
waarvan juridisch verplicht (percentage)
1. Positie cliënt en transparantie van zorg
78.241
0
78.241
0
0
0
0
0
Subsidies
34.998
0
34.998
0
0
0
0
0
Patiënten- en gehandicaptenorganisaties
16.485
0
16.485
0
0
0
0
0
Transparantie van zorg
18.363
0
18.363
0
0
0
0
0
Overige
150
0
150
0
0
0
0
0
Opdrachten
36.550
0
36.550
0
0
0
0
0
Ondersteuning cliëntorganisaties
4.171
0
4.171
0
0
0
0
0
Transparantie van zorg
949
0
949
0
0
0
0
0
Overige
31.430
0
31.430
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
6.693
0
6.693
0
0
0
0
0
CIBG
6.693
0
6.693
0
0
0
0
0
2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
1.530.125
0
1.530.125
0
0
0
0
0
Subsidies
1.506.631
0
1.506.631
0
0
0
0
0
Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
1.506.631
0
1.506.631
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Opdrachten
8.685
0
8.685
0
0
0
0
0
Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
8.685
0
8.685
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
14.809
0
14.809
0
0
0
0
0
CIBG
14.809
0
14.809
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
0
0
0
0
0
0
0
0
ZiNL
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
3. Informatiebeleid
119.755
– 3.401
116.354
0
0
0
0
0
Subsidies
33.734
– 2.147
31.587
0
0
0
0
0
Informatiebeleid
22.889
– 2.147
20.742
0
0
0
0
Maatschappelijke diensttijd
1.000
0
1.000
Overige
9.845
0
9.845
0
0
0
0
0
Opdrachten
55.094
– 1.254
53.840
0
0
0
0
0
Informatiebeleid
48.214
– 1.254
48.214
0
0
0
0
0
Overige
6.880
0
6.880
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
30.927
0
30.927
0
0
0
0
0
Informatiebeleid
30.927
0
30.927
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
4. Inrichting Zorgstelsel
279.703
0
279.703
0
0
0
0
0
Subsidies
738
0
738
0
0
0
0
0
Programma's Zorgstelsel
738
0
738
0
0
0
0
0
Opdrachten
1.538
0
1.538
0
0
0
0
0
Programma's Zorgstelsel
1.053
0
1.053
0
0
0
0
0
Overige
485
0
485
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
277.427
0
277.427
0
0
0
0
0
CAK
129.320
0
129.320
0
0
0
0
0
NZa
65.820
0
65.820
0
0
0
0
0
Zorginstituut Nederland
80.387
0
80.387
0
0
0
0
0
CSZ
1.900
0
1.900
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken
0
0
0
0
0
0
0
0
EZK: ACM
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland
234.961
0
234.961
0
0
0
0
0
Subsidies
3.625
0
3.625
0
0
0
0
0
Zorg en Welzijn
3.625
0
3.625
0
0
0
0
0
Bekostiging
225.982
0
225.982
0
0
0
0
0
Zorg en Welzijn
225.982
0
225.982
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
5.354
0
5.354
0
0
0
0
0
Overige
5.354
0
5.354
0
0
0
0
0
Ontvangsten
19.630
0
19.630
0
0
0
0
0
Wanbetalers en onverzekerden
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
19.630
0
19.630
0
0
0
0
0
Uitgaven
3. Informatiebeleid
Subsidies
OLVG Corona-app Luscii
In 2021 is € 2,2 miljoen beschikbaar gesteld voor ontwikkelkosten van de OLVG Corona-app
Luscii. De betaling wordt echter pas in 2022 voorzien wat resulteert in een schuif
van € 2,2 miljoen naar 2022.
4. Niet-beleidsartikelen
4.1 Artikel 10 Apparaatsuitgaven
Tabel 7 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB's
Mutaties 14e ISB
Stand 14e ISB
Mutatie 2022
Mutatie 2023
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Verplichtingen
587.075
– 253
586.822
0
0
0
0
0
Uitgaven
541.725
– 253
541.472
0
0
0
0
0
Personele uitgaven
439.302
– 253
439.049
0
0
0
0
0
waarvan eigen personeel
309.595
0
309.595
0
0
0
0
0
waarvan inhuur externen
126.247
– 253
125.994
0
0
0
0
0
waarvan overige personele uitgaven
3.460
0
3.460
0
0
0
0
0
Materiële uitgaven
102.423
0
102.423
0
0
0
0
0
waarvan ICT
11.904
0
11.904
0
0
0
0
0
waarvan bijdrage aan SSO's
56.038
0
56.038
0
0
0
0
0
waarvan overige materiële uitgaven
34.481
0
34.481
0
0
0
0
0
Ontvangsten
13.738
0
13.738
0
0
0
0
0
Overige
13.738
0
13.738
0
0
0
0
0
Apparaatsuitgaven kerndepartement
Personele uitgaven kerndepartement
Externe inhuur
Coronadashboard
Dit betreft een meevaller van € 0,2 miljoen op de post externe inhuur.
Bijlage Garantieregeling toetsingskaders
Verlenging garantstelling analysecapaciteit (ten behoeve van het testbeleid COVID-19)
De Staat is eind 2020 en begin 2021 overeenkomsten aangegaan met leveranciers om in
de analysecapaciteit «polymerase chain reaction tests» (hierna: PCR) te voorzien.
Het betreft overeenkomsten die ervoor zorgen dat GGD’en de afgenomen testmonsters
kunnen sturen naar een door de Staat (in deze het Ministerie van VWS) gecontracteerd
laboratorium en waarbij, wanneer dit níet gebeurt, het Ministerie van VWS garant staat
om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Een garantstelling in de overeenkomsten
is nodig om – altijd – voldoende analysecapaciteit voor laboratoria te garanderen
voor Nederland om testen te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en
controleerstrategie van COVID-19 van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee
garant voor het risico dat gemaakte (beschikbaarheids)kosten niet kunnen worden terugverdiend
als de afname tegenvalt, waarbij een minimumafname van het aantal PCR tests wordt
gegarandeerd. Het toetsingskader is eerder vastgesteld voor een garantie met een looptijd
tot 15 juli 2021 (2 april 2021 Kenmerk 25 292, nr. 1098) en verlengd tot 22 september 2021 (9 juli 2021 Kenmerk 35 884, nr. 2) en verlengd tot en met 31 december 2021 (8 september 2021 Kenmerk 35 906, nr. 2). Dit toetsingskader verlengt deze periode tot en met 31 maart 2022.
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels
2018- 2021) vindt besluitvorming plaats over een nieuwe risicoregeling (garantie,
lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling, aan
de hand van het «Toetsingskader Risicoregelingen». Als onderdeel van de noodmaatregelen
voor de beheersing van COVID-19 geeft VWS garanties af om de aankoop van analysecapaciteit
gerelateerd aan de diagnostiek van COVID-19 te borgen.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Sinds de COVID-19 uitbraak worden wereldwijd grote aantallen COVID-19- testen uitgevoerd.
Het is van groot belang dat er voldoende getest kan worden om verspreiding van het
virus te controleren en om mensen in Nederland te beschermen tegen besmetting. Hiervoor
is analysecapaciteit van laboratoria nodig. Het risico bestond bij het afsluiten van
de contracten dat de beschikbaarheid van specifiek voor de diagnostiek van COVID-19
benodigde analysecapaciteit niet voorhanden was. Om dit te voorkomen werden door de
Staat afspraken gemaakt over de beschikbaarheid van analysecapaciteit ten behoeve
van COVID-19-diagnostiek in Nederland. Om voldoende analysecapaciteit beschikbaar
te houden voor Nederland, is het noodzakelijk geweest om een aantal financiële risico’s
van marktpartijen af te dekken. Met laboratoria is daarom afgesproken dat zij een
zeker volume aan analysecapaciteit voor Nederland reserveren en dat het Ministerie
van VWS een minimale afname garandeert. Het Ministerie van VWS heeft daarom garantieovereenkomsten
afgesloten met laboratoria teneinde een minimumvolume aan analysecapaciteit te garanderen.
Het Ministerie van VWS is nu voornemens deze garanties te verlengen tot en met 31 maart
2022 om voldoende analysecapaciteit te kunnen garanderen.
Verlenging van de garantieperiode is noodzakelijk om zeker te zijn dat er in de overbruggingsperiode
tot aan de definitieve gunning van de aanbesteding voor NAAT testen, voldoende testcapaciteit
beschikbaar blijft. Eerder is het toetsingskader verlengd tot 21 dagen na de geplande
gunning van de aanbesteding. Er is namelijk een transitieperiode van 21 dagen om de
bestaande teststromen te verleggen. De procedure van de aanbesteding is helaas vertraagd,
vanwege juridische procedures. Het is nog niet duidelijk wanneer de definitieve gunning
van de aanbesteding zal plaatsvinden. Vandaar dat het toetsingskader, voor de zekerheid,
tot en met 31 maart 2022 wordt verlengd. De huidige contracten, inclusief de garanties,
vervallen 21 dagen na gunning van de aanbesteding.
De garanties hebben tot nu toe goed gewerkt om de testcapaciteit te garanderen omdat
laboratoria vanwege de garanties altijd voldoende analysecapaciteit beschikbaar kunnen
stellen. De contracten en garanties zijn wel bijgesteld sinds 1 januari 2021 en opnieuw
per 1 april 2021. Zo zijn de tarieven per test naar beneden bijgesteld. En de oorspronkelijke
garanties zijn afgesproken op 30% van de maximale analysecapaciteit.Dit is al teruggebracht
naar 0–10% bij verlenging per 1 april. Voor de verlenging vanaf 31 december 2021 tot
en met 31 maart 2022 blijft de garantie van max 10% van de maximale capaciteit van
kracht.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem
op te lossen?
Het handhaven van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid
om COVID-19 te bestrijden. Testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo
houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd
worden als er brandhaarden ontstaan. De laboratoriumcapaciteit van voor de COVID-19
pandemie, was niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine
overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen,
niet tot voldoende extra capaciteit. Daarom is gekozen om contracten aan te gaan met
hoogvolume laboratoria. Met deze laboratoria zijn garanties afgesproken zodat altijd
voldoende materiaal, apparatuur en personeel beschikbaar is om de benodigde analysecapaciteit
te leveren.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risico’s die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of
b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd
ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve
beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19- crisis en daardoor
voortdurend wijzigende omstandigheden is het niet mogelijk om een stabiele vraagvoorspelling
te doen. De leveranciers en de laboratoria kunnen dit risico niet dragen en ook niet
verzekeren op de markt tegen aanvaardbare risicopremies. Het afgeven en verlengen
van garanties door VWS is derhalve vereist.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risico’s vanuit
andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid risico’s van andere
risicoregelingen binnen de begroting te compenseren.
Risico’s en risicobeheersing
5. Wat zijn de risico’s van de regeling voor het Rijk? a. Wat is het totaalrisico
van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
Begin 2021 zijn met laboratoria overeenkomsten afgesloten tot 15 juli 2021 ten behoeve
van gereserveerde laboratoriumcapaciteit voor de diagnostische testen (analysecapaciteit).
Binnen deze overeenkomsten worden garantstellingen afgesproken ter compensatie van
deze gereserveerde laboratoriumcapaciteit.
Het plafondbedrag van het toetsingskader tot 22 september 2021 was € 165,1 miljoen.
Het plafondbedrag wordt met deze verlenging opgehoogd tot € 188,3 miljoen. De mutatie
van € 23,2 miljoen ten opzichte van het vorige plafond is gelegen in het verschil
van de optelsom van de uitbetaalde garanties plus de nog uitstaande maximale garanties
in de aankomende periode. Dit nieuwe plafondbedrag wordt als volgt opgebouwd:
• De reeds gerealiseerde garantie uitbetalingen in de periode 1 januari 2021 tot en
met 15 november 2021 is maximaal € 88,3 miljoen.
• Voor de periode 15 november tot en met 31 december 2021 geldt een maximale garantie
waarde van € 34,3 miljoen.
• Voor de periode 1 januari tot en met 31 maart 2022 geldt een maximale garantie van
€ 65,7 miljoen.
Voor de periode 15 november 2021 tot en met 31 maart 2022 is nog niet bekend hoeveel
garanties er gerealiseerd zullen worden. Daarom is voor deze periode het maximale
bedrag aan garanties opgenomen in dit toetsingskader. Dat is € 100 miljoen, namelijk
10% van de contractwaarde in deze periode. Gezien de huidige hoge testaantallen is
de verwachting dat de realisatie van de garantie uitbetaling lager uitvalt.
De daadwerkelijke realisatie van de betaalde garanties tot en met 15 november 2021
is lager uitgevallen dan verwacht werd in de vorige versie van het toetsingskader,
waardoor de stijging van de maximale nog te verwachten garantsteling deels gecompenseerd
wordt.
De garanties vervallen 21 dagen na de definitieve gunning van de aanbesteding NAAT.
De overeenkomsten lopen door tot 21 dagen na definitieve gunning van de aanbesteding.
Hiermee verzekert het Rijk zich van een continue analysecapaciteit van 120.700 testen
per dag. Vanwege onzekerheid over de aanbestedingsprocedure wordt het toetsingskader
verlengd tot en met 31 maart 2022 zodat het toetsingskader bij eventuele vertragingen
blijft gelden en niet opnieuw moet worden vastgesteld.
b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie
wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement. VWS regelt met de garantie dat
voldoende analysecapaciteit beschikbaar is voor Nederland.
c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid,
impact, blootstellingduur en beheersingsmaatregel?
Voor de verlenging van het toetsingskader, wordt het plafondbedrag vastgesteld op
€ 188,3 miljoen. Dit is het totale bedrag dat aan garanties is vastgesteld voor de
periode 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2022. Na de garantieperiode wordt duidelijk
in hoeverre het Rijk garant heeft moeten staan voor de risico’s die zich tot en met
31 maart 2022 voordoen. De exacte mate waarin is vooralsnog niet goed voorzienbaar.
De testvraag ontwikkelt zich grillig, mede onder invloed van maatregelen. Door deze
grilligheid kan ook het risico niet worden genomen dat bij een plotseling toenemende
testvraag er onvoldoende analysecapaciteit ontstaat. Dit betekent tegelijkertijd dat
wanneer de testvraag achterblijft, het risico op uitbetalen van de garanties zich
voordoet. Het financiële risico ziet dan enkel op de afgesproken hoeveelheid tests
met de laboratoria.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om
het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister
voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risico’s, ook als de regeling op afstand
van het Rijk wordt uitgevoerd?
Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risico’s
te mitigeren:
• De contracten zijn afgesloten door Dienst Testen, die tevens de opdracht heeft om
de teststromen landelijk te coördineren, waarbij ze ook zo veel als mogelijk rekening
houden met de aangegane garanties.
• De garantieovereenkomsten worden afgesloten door het Ministerie van VWS met de betreffende
laboratorium, waardoor het ministerie zicht houdt op het aantal afgesloten overeenkomsten,
de daarmee gepaard gaande risico’s en analysecapaciteit waarvoor garanties worden
afgegeven.
• De regeling kent een totaalplafond (€ 188,3 miljoen) en wordt, behoudens een aanvullend
besluit door de Minister van VWS, niet verlengd zoals hierboven toegelicht.
• De laboratoria factureren op maandbasis en daarin vermelden zij het aantal geanalyseerde
tests en het eventuele beroep op de garantiebepaling. De facturen worden gecontroleerd
op basis van CoronIT waardoor een vergelijking plaatsvindt tussen de geregistreerde
testen door de GGD en de gefactureerde testen door een labs.
7. Bij complexe risico’s: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van
het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie
is gevraagd. Echter is deze opdracht wel belegd bij een Dienst die als opdracht heeft
een duurzaam testlandschap te realiseren.
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker?
Is deze premie kostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt
het door het vakdepartement specifiek ingezet?
VWS vraagt geen premie, omdat de kosten uit collectieve middelen worden betaald. Dit
is conform de wens van de Kamer. Voor de budgettaire ruimte die VWS voor de analysecapaciteit
inzet, wordt verwezen naar vraag 5c.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
Er is geen risicovoorziening ingesteld gezien de aard van de garantieregeling.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
De regeling ten behoeve van de analysecapaciteit is naar verwachting nodig tot en
met 31 maart 2022.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
Er zijn geen operationele kosten bovenop de huidige operationele kosten van VWS.
12. Hoe wordt de regeling geëvalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe
wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in
de COVID-19-crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de acute crisis. De
rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie
opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie mogelijk
te maken.
Ondertekenaars
H.M. de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.