Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
35 901 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2021 (Derde incidentele suppletoire begroting)
Nr. 4 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 14 oktober 2021
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 22 september 2021 voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties. Bij brief van 14 oktober 2021 zijn ze door de Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Martin Bosma
De griffier van de commissie, De Vos
Vraag 1:
Wat is de status met betrekking tot het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen?
Antwoord:
Op 21 februari is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) aangenomen door uw
Kamer en op 14 mei 2019 heeft ook de Eerste Kamer met het wetsvoorstel ingestemd.
Eind 2020 heb ik met de VNG overeenstemming bereikt over de verdere uitwerking van
het stelsel in het ontwerpbesluit kwaliteitsborging. Dit ontwerpbesluit, door uw Kamer
voor kennisgeving aangenomen, is op dit moment nog in voorhang bij de Eerste Kamer.
Na afronding daarvan zal het ontwerpbesluit ter advisering aan de Raad van State worden
voorgelegd en wordt de ontwerpregeling ter consultatie gepubliceerd.
In voorbereiding op de inwerkingtreding heb ik een implementatieregisseur aangesteld
die, samen met alle bij de Wkb betrokken partijen, werkt aan de invoering van het
nieuwe stelsel. Hiertoe is onder andere een groot aantal proefprojecten gestart waarbij
betrokken partijen werken volgens de nieuwe regels.
Inwerkingtreding van de Wkb is, tegelijk met de Omgevingswet, voorzien per 1 juli
2022.
Vraag 2:
Op welke wijze wordt gecontroleerd of de middelen ter compensatie voor de borging
van de lokale en regionale culturele infrastructuur doelmatig worden ingezet?
Antwoord:
De middelen worden via een specifieke uitkering beschikbaar gesteld aan de provincies.
Over de besteding van deze middelen dienen de provincies zich op hoofdlijnen te verantwoorden
richting het Rijk via de SISA-systematiek (Single Information Single Audit).
De doelmatigheid van de besteding is onderdeel van het lokale democratische proces.
Daarover leggen gedeputeerde staten verantwoording af aan de provinciale staten. Hierbij
wordt gewerkt binnen de kaders die de specifieke uitkering stelt.
Vraag 3:
Voor welke regelingen binnen energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit wordt
de 89 mln. euro extra uitgaven gebruikt?
Antwoord:
Van de € 89 mln. wordt € 85 mln. gebruikt voor het ophogen, opnieuw openstellen en
uitvoeren van de Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen (SUViS). Hiervan is € 84 mln.
beschikbaar voor de SUViS regeling. Scholen kunnen via gemeenten een subsidie aanvragen.
Voor de uitvoering van de SUViS regeling door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
(RVO) wordt € 1 mln. ingezet. Voor de inhoud van de regeling verwijzen wij naar de
publicatie in de Staatscourant nr. 39783 (2021).
Deze uitgaven zijn niet gericht op individuele huishoudens.
De resterende € 4 mln. wordt ingezet voor de start van een kennis- en innovatieprogramma
gericht op stikstofreductie in de bouw. € 2,5 mln. daarvan gaat via een rijksbijdrage
op basis van de TNO-wet en het kaderbesluit nationale EZK- en LNV subsidies naar het
ontwikkelen van emissiearme bouwconcepten met lichtere bouwmaterialen en meer industriële
off-site productie (pre-fab). € 1,5 mln. gaat via een subsidie aan het Bouwwerk Informatie
Management (BIM)-loket naar het maken van een digitaal afsprakenstelsel gericht op
stikstofreductie in de bouw.
Vraag 4:
Hoeveel CO2 wordt er in totaal bespaard met deze extra 89 mln. euro uitgave binnen energietransitie
gebouwde omgeving en bouwkwaliteit?
Antwoord:
Deze vraag is niet kwantitatief te beantwoorden. Het gaat om ventilatiemaatregelen
en het ontwikkelen van emissiearme producten.
In de SUViS regeling is wel als randvoorwaarde meegenomen dat aanvragers een energieregistratie-
en bewakingssysteem met rapportagefunctie per dag, week en jaar aanbrengen. Hiermee
krijgen scholen beter inzicht in het werkelijk energieverbruik van gebouwen.
Vraag 5:
Hoeveel huishoudens en voor hoeveel euro worden er in totaal bereikt met deze extra
89 mln. euro uitgave binnen energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit?
Antwoord:
Zie antwoord bij vraag 3.
Vraag 6:
Kunt u nader ingaan op welke wijze de digitalisering in de bouw middels het kennis-
en innovatieprogramma wordt gestimuleerd?
Antwoord:
In het kennis- en innovatieprogramma zal worden gewerkt aan een digitaal afsprakenstelsel
gericht op stikstofreductie in de bouw. Dit moet een set van uniforme afspraken zijn
dat zorgt voor veilige, betrouwbare en gecontroleerde toegang tot data over het bouwproces,
die nu veelal versnipperd en afgeschermd in de sector beschikbaar is. Met uniforme
afspraken kunnen alle ketenpartners in de ontwerp-, bouw- en technieksector digitale
informatie delen over het werkproces op de bouwplaats en de bouwlogistiek, en over
de bouwmaterialen, -machines en voertuigen die daarbij worden ingezet. De verbeterde
informatievoorziening stelt de sector in staat om onderlinge – digitale – samenwerking
te verbeteren, en efficiënter en met minder stikstofuitstoot te werken. Het afsprakenstelsel
is een gezamenlijk proces tussen overheid, opdrachtgevers en de sector.
Vraag 7:
Komen de extra middelen voor ventilatie in scholen ook ten goede aan gemeenten en
scholen die voor deze problematiek al eerder oplossingen hebben bedacht na het eerste
schrijven van de Minister aan gemeenten en scholen? Er zijn gemeenten die een deel
van de bijdragen betaald hebben omdat ze vonden dat ventilatie in scholen prioriteit
heeft. Kunnen die scholen met terugwerkende kracht aanspraak maken op budget?
Antwoord:
In de gewijzigde SUViS regeling (Staatscourant nr. 39783, 2021) is als randvoorwaarde opgenomen dat de bouwactiviteiten gestart moeten zijn tussen
1 oktober 2020 en 31 augustus 2022. Op uiterlijk 31 augustus 2024 moeten de bouwactiviteiten
zijn afgerond. Projecten die in deze periode al zijn uitgevoerd of in uitvoering zijn
komen ook in aanmerking, mits zij ook aan de overige voorwaarden van de regeling voldoen.
Dus in die gevallen kan met terugwerkende kracht aanspraak gemaakt worden op het budget.
Vraag 8:
Kunt u nader aangeven hoe de beschikbaar gestelde 85 mln. euro in 2021 tot uitputting
komt?
Antwoord:
Zie antwoord bij vraag 3.
Vraag 9:
Voor hoeveel scholen wordt met dit bedrag naar verwachting de ventilatie verbeterd?
Antwoord:
Na de eerste aanvraagperiode kunnen ruim 600 onderwijsinstellingen aan de slag met
het verbeteren van het binnenklimaat van hun schoolgebouwen. Naar verwachting kunnen
na het openstellen van de tweede aanvraagronde net zoveel instellingen worden geholpen
als in de eerste tranche.
Vraag 10:
Kunt u nader duiden op welke wijze TNO innovatie en prefab bouw gaat stimuleren, en
met welke beoogde uitkomst?
Antwoord:
TNO coördineert de uitvoering van het kennis- innovatieprogramma gericht op het ontwikkelen
van emissiearme bouwconcepten met lichtere bouwmaterialen en meer industriële off-site
productie (pre-fab). Meer toepassing van lichtere bouwmaterialen zoals hout en een
pre-fab bouwproces moet leiden tot minder voertuigkilometers van en naar de bouwplaats
en minder stikstofemissies op de bouwplaats zelf. Vanuit deze doelstelling vormt TNO
consortia van kennisinstellingen en bedrijven, waarbinnen emissiearme bouwconcepten
worden doorontwikkeld en gevalideerd in de praktijk, en het maken van afspraken over
standaardisatie worden ondersteund. De ontwikkelde kennis en innovaties moeten bedrijven
meer zekerheid geven om verdergaand te investeren in emissiearm bouwen, en opdrachtgevers
om deze emissiearme concepten uit te vragen.
Ondertekenaars
-
, -
Eerste ondertekenaar
Martin Bosma, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
A.C.W. de Vos, griffier
Bijlagen
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
Fracties | Zetels | Voor/Tegen | Niet deelgenomen |
---|---|---|---|
VVD | 34 | Voor | |
D66 | 24 | Voor | |
PVV | 17 | Voor | |
CDA | 14 | Voor | |
PvdA | 9 | Voor | |
SP | 9 | Voor | |
GroenLinks | 8 | Voor | |
PvdD | 6 | Voor | |
ChristenUnie | 5 | Voor | |
FVD | 5 | Tegen | |
DENK | 3 | Voor | |
Groep Van Haga | 3 | Voor | |
JA21 | 3 | Voor | |
SGP | 3 | Voor | |
Volt | 3 | Voor | |
BBB | 1 | Voor | |
BIJ1 | 1 | Tegen | |
Fractie Den Haan | 1 | Voor | |
Omtzigt | 1 | Niet deelgenomen |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.