Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de Oprichting van de 100% beleidsdeelneming Bonaire Brandstof Terminals B.V. (o.a. Kamerstuk 35632-1)
2021D13622 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft een aantal vragen en opmerkingen
aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat voorgelegd over de brief van 9 november
2020 «Oprichting Bonaire Brandstof Terminals B.V» (Kamerstuk 35 632, nr. 1), de brief van 28 januari 2021 «Antwoorden op vragen commissie over oprichting van
de 100% beleidsdeelneming Bonaire Brandstof Terminals B.V.» (Kamerstuk 35 632, nr. 3), de brief van 22 maart 2021 «Nadere toelichting op antwoorden op vragen over de
brief van 9 november 2020 «Oprichting Bonaire Brandstof Terminals B.V.» (Kamerstuk
35 632, nr. 4), en de brief van 1 april 2021 «Op verzoek commissie om geen onomkeerbare stappen
te nemen in de oprichting van de beleidsdeelneming Bonaire Brandstof Terminals B.V.»
(documentnummer 2021Z05244).
De fungerend voorzitter van de commissie, Azarkan
De adjunct-griffier van de commissie, Yaqut
Inhoudsopgave
blz.
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
2
II
Antwoord / Reactie van de Minister
12
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het voornemen tot oprichting
van de beleidsdeelneming Bonaire Brandstof Terminals B.V. Deze leden lezen dat de
Minister het belang en de urgentie van de oprichting van deze deelneming sterk benadrukt
om de vitale voorzieningen op het eiland Bonaire in stand te houden. Zij lezen ook
dat, naast de oprichting van deze beleidsdeelneming, de Minister doorgaat met de verduurzaming
van de energievoorziening van Bonaire. Deze leden zijn van mening dat er geen risico
genomen mag worden met de veiligheid, de energievoorziening en de vitale infrastructuur
van Bonaire.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de stukken ten
behoeve van het schriftelijk overleg «Oprichting van de 100% beleidsdeelneming Bonaire
Brandstof Terminals B.V.». Deze leden willen benadrukken dat de energievoorziening
op de eilanden geborgd dient te zijn. Tegelijkertijd willen zij benadrukken dat het
noodzaak is dat de natuur wordt beschermd en de omslag richting een klimaatneutrale
samenleving wordt gestart. De leden zien de noodzaak van het oprichten van de Bonaire
Brandstof Terminals (BBT) maar hebben hier nog wel enkele vragen over.
Veiligheidsrisico’s
De leden van de D66-fractie vragen of nogmaals uiteengezet kan worden welke voordelen
het opzetten van de BBT heeft voor Bonaire en de energievoorziening. Welke veiligheidsrisico’s
worden met het opzetten van de BBT precies weggenomen en hoe verhoudt dit zich tot
de Nederlandse situatie waarbij brandstof wordt vervoerd over de weg?
Noodoplossing
De leden van de D66-fractie lezen dat momenteel een alternatieve noodoplossing wordt
voorbereid waarbij gebruik gemaakt zal worden van de bestaande pier bij de luchthaven
van Bonaire. Waarom is de situatie met noodoplossingen op de lange termijn «onwenselijk
vanuit veiligheidsoverwegingen»? Welke veiligheidsproblemen signaleert de Minister
hier? Waarom wordt de huidige situatie als noodsituatie beschouwd? Is het mogelijk
om de huidige tijdelijke milieuvergunning te verlengen? Zo nee, waarom niet?
Bonaire Brandstof Terminals B.V.
De leden van de D66-fractie vragen of aan het opzetten van de BBT een milieurapportage
ten grondslag ligt en of deze gedeeld kan worden met de Kamer? Wat staat er in de
oprichtingsakte van de BBT? Kan deze gedeeld worden met de Kamer? Is er voldoende
ruimte om de omschakeling te maken naar schone energievoorziening? Deze leden hebben
vernomen dat bij het opzetten van de BBT een nieuwe stijger aangelegd zal worden maar
dat hiervoor nog geen locatie bekend is. Klopt dat? Zo ja, welke milieu- en natuur
rapportages liggen ten grondslag aan het aanleggen van de toekomstige stijger? Zijn
er al specifieke locaties waaraan gedacht wordt? Wordt ook de oude locatie van het
bedrijf BOPEC in acht genomen bij deze besluitvorming?
De leden van de D66-fractie zijn van mening dat uiteindelijk de natuur erop vooruit
dient te gaan en dat achteruitgang van de natuur ontoelaatbaar is. Is de Minister
het met deze leden eens? Zo nee, waarom niet en welke schade acht de Minister toelaatbaar
en waarom? Zo ja, wat gaat de Minister doen om dit te waarborgen?
Op Bonaire zijn nog twee andere olie-inlaatstijgers, namelijk op Hato en het vliegveld,
welke ook gebruikt kunnen worden om olie op te slaan. Kan de Minister uitleggen wat
de specifieke reden is dat deze opslagplekken niet langer voldoen en dat een nieuwe
opslagplek gevonden moet worden? Kan er uiteen worden gezet wat de huidige staat is
van de opslagplaatsen? Is het thans niet mogelijk om de bestaande voorzieningen op
te kalefateren? Kan een milieueffectenrapportage gemaakt worden betreffende de locatiekeuze
voor de langere termijn?
Energievoorzieningen
De leden van de D66-fractie zijn van mening dat de omslag richting een energie-neutrale
en klimaatneutrale samenleving noodzakelijk is en daarnaast ook onderdeel is van het
huidige klimaatbeleid. Is de Minister dit met de leden eens? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, welke stappen gaat de Minister nemen om deze transitie in te zetten? Op welke
manier past het aanleggen van een nieuwe stijger en andere voorzieningen die worden
benoemd bij het opzetten van de BBT binnen deze transitie? Deze leden vragen de Minister
welke investeringen nodig zijn om het eiland energie-neutraal te maken? In welke staat
is de huidige energievoorziening? Welk aandeel van de huidige energievoorziening bestaat
uit hernieuwbare bronnen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie
De leden van de PvdA-fractie steunen het streven van het kabinet naar een betrouwbare
energievoorziening op Bonaire en zijn van mening dat dit op een voor het milieu zo
verantwoord mogelijke manier geborgd dient te worden. Deze leden achten het vreemd
dat de Nederlandse overheid investeert in meer fossiele infrastructuur in tijden van
een klimaatcrisis waarvoor Bonaire zelf bij uitstek kwetsbaar is. Ook achten deze
leden de huidige situatie met noodvergunningen en ondeugdelijke opslagtanks onwenselijk.
Ook Bonaire zal immers in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs de CO2-vervuiling moeten reduceren. Daarom hebben deze leden de volgende vragen aan de Minister.
Wat zijn de plannen om de CO2-uitstoot op Bonaire in lijn te brengen met het Klimaatakkoord van Parijs? Hoe passen
de plannen van de Minister om nieuwe opslagtanks te bouwen in deze plannen? Over wat
voor periode worden deze tanks afgeschreven, ofwel wordt er op deze manier niet een
fossiele «lock-in» gecreëerd? En in hoeverre wordt er bij de dimensionering van de
opslagtanks rekening gehouden met een snelle verduurzaming van de energievoorziening
op Bonaire? Heeft de Minister de optie verkend om zo snel mogelijk Bonaire van de
fossiele brandstoffen af te halen en duurzaam te maken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie betreuren het dat zij nog steeds niet alle antwoorden
hebben gekregen op alle vragen die zij hebben ingediend bij het schriftelijk overleg
van 3 december 2020.
De leden vinden het teleurstellend dat de Minister desalniettemin de druk opvoert
om toch over te gaan tot oprichting van de 100% beleidsdeelneming Bonaire Brandstof
Terminals B.V. (BBT). Zij zijn van mening dat het democratische proces op deze manier
verstoord wordt terwijl dat niet nodig is. De Minister van Economische Zaken en Klimaat
had de Kamer er namelijk ook over geïnformeerd dat hij goed functionerende noodvoorzieningen
met dieselleveringen heeft getroffen die er al geruime tijd voor zorgen dat het eiland
op veilige manier dagelijks wordt voorzien van voldoende energie. Zij zijn ook van
mening dat de oprichting van BBT een risicovol project is, midden in de klimaat- en
biodiversiteitscrisis, met een fossiele lock-in als gevolg. Het is logisch dat dat
vragen oproept.
De leden van de PvdD-fractie verzoeken de Minister om alsnog alle openstaande vragen
uit het schriftelijk overleg van 3 december 2020 te beantwoorden. Omdat de Minister
van Economische Zaken en Klimaat onder meer na aandringen van de Minister van Financiën,
heeft nagelaten de openstaande vragen te inventariseren, hebben de leden dit nu zelf
gedaan, ook al vinden zij het de taak van de Minister om alle vragen te beantwoorden.
De Minister kan de openstaande vragen hieronder vinden.
Naast dat de leden van de PvdD-fractie antwoorden op vragen missen, vinden zij de
kwaliteit van veel antwoorden bedroevend. Terwijl de leden doortastende vragen hebben
geformuleerd om een begrip te vormen van de situatie op Bonaire, zijn de antwoorden
op de vragen incompleet en ontwijkend, worden er vaak geen antwoord op de gestelde
vragen gegeven, ontbreken er stukken en andere onderbouwingen, en wordt er te vaak
verwezen naar geheime stukken, waardoor het moeilijk is om hier openlijk een goed
gesprek over te voeren. Over het algemeen roepen de antwoorden meer vragen op dan
ze beantwoorden.
Openstaande vragen van Kamerlid Van Raan (PvdD) m.b.t. Oprichting Bonaire Brandstof
Terminals B.V. (3 december 2020)
De leden van de PvdD-fractie krijgen graag meer inzicht in de problematiek rondom
de huidige brandstofopslag- en overslagvoorzieningen.
1. Klopt het dat het hier gaat om de problematiek met betrekking tot de brandstofopslag-
en overslagvoorzieningen van BOPEC? Zo ja, waarom is het BOPEC niet gelukt om de problematiek
zelfstandig op te lossen?
2. Welke private partijen, inclusief financiële instellingen, zijn er betrokken bij BOPEC
en waarom hebben zij het zo ver laten komen?
3. Wat is de rol van de autoriteiten, zowel de Bonairiaanse als de Europees-Nederlandse,
om private partijen aan hun verantwoordelijkheden te houden?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie komen zodoende bij de vraag hoe de Minister
de afweging heeft gemaakt tussen de verschillende alternatieven die uit doelmatig-
en doeltreffendheidsoverwegingen overwogen moeten worden, conform artikel 3.1 van
de Comptabiliteitswet.
4. Welke mogelijkheden heeft de Minister onderzocht en kunnen stukken hieromtrent met
de Kamer worden gedeeld?
5. Maakt het beëindigen van grootschalige op- en overslag daar onderdeel vanuit?
6. Welke alternatieven heeft de Minister overwogen om de energie- en drinkwatervoorziening
te garanderen?
7. Is hierbij rekening gehouden met de wereldwijde klimaatcrisis die om een wereldwijde
energietransitie vraagt en de klimaatdoelen waar de Minister zich aan gecommitteerd
heeft?
8. Waarom is door de Minister niet besloten om verder in te zetten op het verduurzamen
van de energievoorziening op Bonaire, terwijl hier perspectief voor is en er bovendien
nog een wereld te winnen valt? Wat waren de voors en tegens?
9. Met welke indicatoren is er precies rekening gehouden? Is hier ook rekening gehouden
met de brede welvaart van Bonairianen, inclusief die van volgende generaties?
De leden hebben ook op onderstaande vragen geen antwoord gekregen:
10. Waarom gelden de klimaatdoelen niet voor Caribisch Nederland, waaronder Bonaire? Is
de Minister van mening dat het net zo belangrijk is om de inwoners van Caribisch Nederland
te beschermen tegen klimaatverandering als om de inwoners van Nederland te beschermen?
11. Hoe kijkt de Minister in dit licht aan tegen zijn besluit om de fossiele industrie
met belastinggeld in stand te houden op het eiland?
12. Hoe is deze investering/staatsdeelneming te verenigen met de afspraken die de Nederlandse
regering heeft gemaakt met het ondertekenen van het klimaatakkoord van Parijs?
13. Welke afweging heeft het bestuurscollege gemaakt en hebben zij, gelet op de ambitie
van 100 procent duurzame energie, hierin duurzame alternatieven meegenomen? Zijn de
risico's dat deze investering, vanwege klimaatbeleid of toenemende competitie van
duurzame alternatieven, een «stranded asset» wordt in kaart gebracht? Zo ja, kan deze
analyse met de Kamer gedeeld worden?
14. Wanneer zal deze terminal weer gesloten moeten worden om te voldoen aan de klimaatafspraken
van Parijs?
15. Zijn de duurzame alternatieven voor deze opslag terminal in kaart gebracht, onder
andere investeringen in hernieuwbare energie, openbaar vervoer of elektrische voertuigen?
Zo ja, zou deze analyse beschikbaar gemaakt kunnen worden?
16. Is er als onderdeel van eerder genoemde analyse ook gekeken naar rapporten die concluderen
dat hernieuwbare energie nu in veel delen van de wereld de meest goedkope en aantrekkelijke
optie is voor het voorzien in energiebehoeften?
Op de onderstaande vragen is ook geen antwoord gekomen, omdat de Minister verwijst
naar de business case. De business case is alleen ter inzage gelegd voor Kamerleden,
terwijl de leden denken dat niet alle onderdelen van de business casevertrouwelijk
hoeven worden behandeld:
17. Wat is precies het effect van de fossiele beleidsdeelneming op de leveringszekerheid?
Hoeveel olie bereikt het eiland per jaar?
18. Hoeveel van deze olie blijft er per jaar op Bonaire voor eigen gebruik op het eiland?
Hoeveel van deze olie wordt er per jaar door getransporteerd naar andere eilanden
binnen het Koninkrijk voor eigen gebruik aldaar en hoeveel olie per jaar die opgeslagen
is geweest op Bonaire verlaat het Koninkrijk? Voor hoeveel olie bieden de opslagterminals
straks plaats op enig moment?
19. Wie zullen de toeleveranciers en afnemers zijn van de opslagterminals.
20. Ondanks het belang van Bonaire voor de olie-industrie en oliemultinationals is het
niet gelukt om nieuwe brandstofopslagterminals door particuliere investeerders te
financieren. Heeft dit ermee te maken dat het rendement te onzeker is?
21. Kan de Minister vertellen of dit ermee te maken kan hebben dat het door de jarenlange
opeenstapeling van problemen commercieel niet interessant meer is?
22. Hoe keken commerciële partijen tegen de business case aan? Waarom vonden zij deze
niet levensvatbaar en waarom gaan zij het risico niet aan?
23. Waarom vindt de Minister dat de businesscase wel levensvatbaar is? En waarom gaat
de Nederlandse overheid het risico wel aan? Voldoet de businesscase aan het deelnemingenbeleid?
Waarom wel of waarom niet? Denkt de Minister van Financiën er net zo over? Wat vindt
de Minister van Financiën van de oprichting van de fossiele beleidsdeelneming? Hoe
heeft de Minister van Financiën de businesscase beoordeeld?
24. Hoe lang is de Minister van plan om de beleidsdeelneming voort te laten bestaan, gezien
zijn bereidheid om de eigen bijdrage te verhogen?1
25. Valt de eventuele verhoging van het eigen vermogen via een aanvullende kapitaalinjectie
door EZK onder het budgetrecht van de Kamer?2
26. Wat zijn redenen om te stoppen en wat gebeurt er dan met de mensen op het eiland die
voor hun inkomen afhankelijk zijn geworden van de beleidsdeelneming?
27. De Minister schrijft dat de noodmaatregelen niet voldoende betrouwbaar zijn als oplossing
op de lange termijn en dat met het oprichten van de fossiele beleidsdeelneming wordt
voorkomen dat de energie- en brandstofvoorziening op Bonaire – ook op de lange termijn –
in gevaar komt. Over welke lange termijn heeft de Minister het precies?
28. Heeft de Minister bij het komen tot deze conclusie ook meegewogen dat olie niet de
toekomst is en dat de handel vroeg of laat definitief instort en dat fossiel, zeker
op de lange termijn, niet de oplossing is maar een probleem?
De leden van de PvdD-fractie zijn er niet van overtuigd dat BBT moet worden opgericht.
Deze leden zijn van mening dat een duurzaam toekomstperspectief voor Bonaire ontbreekt
en verwachten een grotere ambitie van het kabinet in de klimaatcrisis en energietransitie.
Zij hebben aanvullende vragen. Het valt hen op dat het veiligheidsargument gemakkelijk
gebruikt wordt, terwijl de gevaren niet worden toegelicht en de noodvoorziening met
dieselleveringen al langere tijd goed en veilig werkt volgens het kabinet.
29. Is de Minister het eens met de stelling dat de huidige tussenvoorziening met dieselleveringen
per definitie veilig is, omdat anders geen vergunning had mogen worden verleend hiervoor?
30. Waarom is het vanuit veiligheidsoogpunt en financieel oogpunt niet verantwoord om
de korte termijnsituatie en noodmaatregelen te laten voortduren?
31. Hebben zich in het afgelopen jaar, dat de huidige tussenoplossing in werking is, veiligheidsincidenten
voorgedaan en kan de Minister de formele meldingen/rapporten daarvan overleggen?
32. Heeft de Minister bij deze als onveilige situatie gekwalificeerde tussenoplossing
dan ook politiebegeleiding ingezet? Indien nee, waarom niet?
33. Zou dezelfde tussenoplossing in Nederland ook als een onveilige situatie gekwalificeerd
worden? Indien nee, waarom niet?
34. Waarom is het risico groot dat de elektriciteit langdurig stilvalt en de drinkwaterproductie
langdurig stil komt te liggen en geen wegverkeer meer mogelijk is, met alle maatschappelijke
ontwrichting van dien, terwijl de Minister ook zegt dat hij heeft gezorgd voor een
goed functionerende noodoplossing met dieselleveringen?
De leden van de PvdD-fractie hebben er ook sterke twijfels bij of de lange termijnoplossing
die het kabinet beoogt wenselijker is dan het voortzetten van de huidige noodvoorzieningen
met dagelijkse dieselleveringen.
35. Klopt het dat er in de tussenoplossing gebruik wordt gemaakt van Low Sulfar Diesel
(LSD)? Waarom moet voor een structurele oplossing worden overgestapt van LSD op Heavy
Fuel Oil (HFO), een van de meest vervuilende brandstoffen dat ook een lager energierendement
heeft?
36. Klopt het dat het tijdelijk gebruikte LSD duurder is dan het goedkopere HFO? Speelt
dit financiële aspect voor de Minister een rol in de wens om snel tot oprichting van
BBT over te gaan?
37. Klopt het dat in de huidige tussenoplossing per dag drie tankautoritjes van ongeveer
20 km worden gemaakt met diesel naar de elektriciteitscentrale? Kunt u een overzicht
geven van de kosten hiervan per week of per maand?
38. Op welke termijn is de investering van 10 miljoen euro voor nieuwe brandstoffaciliteiten
voor HFO financieel gezien voordeliger ten opzichte van deze tussenoplossing met diesel?
In welk jaartal is dit? Kan de Minister dit laten zien en in zijn berekeningen niet
alleen rekening houden met de hogere prijs van de diesel, maar ook met het lagere
energierendement van HFO ten opzichte van LSD?
39. Is het vanuit financieel oogpunt niet juist raadzaam om wat extra tijd te nemen en
de nieuwe situatie die is ontstaan bij BOPEC beter te bestuderen als een mogelijk
alternatief? Indien nee, waarom niet?
De leden van de PvdD-fractie zijn van mening dat het faillissement van BOPEC een belangrijke
niet te negeren nieuwe context vormt, die aanleiding geeft om opnieuw te bezien wat
de beste oplossing is voor Bonaires energieprobleem.
40. Is de Minister het ermee eens dat het faillissement van BOPEC niet genegeerd kan worden
in de besluitvorming over de energievoorziening op Bonaire?
De leden van de PvdD-fractie vinden dat, zolang Bonaire afhankelijk is van fossiele
brandstoffen, gebruik moet worden gemaakt van de bestaande faciliteiten op het BOPEC-terrein,
die waar nodig gerenoveerd moeten worden zodat ze voldoen aan de veiligheids- en milieuvoorschriften.
Immers, nieuwe infrastructuur aanleggen zonder de oude op te ruimen legt een groot
beslag op de natuur en de leefomgeving. Terwijl het kabinet zich inzet voor duurzamere
vormen van energieopwekking heeft het gebruik van de bestaande faciliteiten de minste
impact op natuur, milieu en klimaat.
41. Kan het zijn dat het renoveren van alleen het benodigde gedeelte van de voormalige
BOPEC-faciliteiten voor olietransport naar de elektriciteitscentrale een goedkoper
alternatief is? Indien ja, waarom wordt daar geen onderzoek naar gedaan? Indien nee,
hoe komt de Minister tot deze conclusie? Heeft de Minister hier onderzoek naar gedaan?
Kan hij dit onderzoek met de Kamer delen?
42. Is de Minister van mening dat het hergebruiken van een gedeelte van voormalig BOPEC
veel beter voor het milieu en het beschermde koraalrif zou zijn? Indien nee, waarom
niet?
43. Zijn er volgens de Minister aantoonbare redenen waarom hergebruik (na renovatie waar
dat nodig is) van de voormalige BOPEC-faciliteiten in de komende jaren niet mogelijk
zou zijn? Zijn hier stukken van die u met de Kamer kunt delen?
Daarnaast vragen de leden waarom de Minister de vergunningsverlening laat afhangen
van een deelneming die nog moet worden opgericht en waar de Kamer nog over geïnformeerd
moest worden en waar hij gezien de klimaat- en biodiversiteitscrisis veel kritiek
op had kunnen verwachten.
44. Waarom heeft de Minister ervoor gekozen om de vergunningverlening te laten afhangen
van het zicht op een structurele oplossing en dat die structurele oplossing het nog
op te richten Bonaire Brandstof Terminals is?
In zijn reactie op de Kamervragen van het lid Van Raan van de PvdD over de bouwprojecten
op Bonaire3 staat dat het Rijk verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en handhaving
als het gaat om milieu-, en maritieme thema’s bij de realisatie van grote brandstofopslagen
in Caribisch Nederland op grond van het Besluit grote inrichtingen Milieubeheer en
de Wet Maritiem Bes.
45. Waarom is het zo moeilijk om de vergunning voor de tijdelijke situatie voor olietransport
naar de elektriciteitscentrale te verlengen?
46. Klopt het dat de Minister van I&W de vergunningen verstrekt?
47. Kan de Minister uitleggen waarom deze vergunningen tot respectievelijk 17 juni en
13 augustus lopen en aan welke belangrijke gebeurtenissen/criteria/argumenten deze
specifieke data gekoppeld zijn?
48. Kan de Minister uitleggen welke onwenselijke situatie er zou ontstaan als deze vergunningen
verlengd zouden worden?4
Op vraag 33 uit de set Kamervragen over de bouwprojecten op Bonaire schrijft de Minister:
«Het OLB heeft de voorkeur uitgesproken voor een nieuwe doorstart van de terminal.»
49. Wat betekent dit precies?
50. Kan de Minister in de beantwoording van deze vraag aangeven of het zo kan zijn dat
er kan worden gekozen voor een doorstart van de terminal op het BOPEC-terrein, waardoor
straks een nieuwe terminal van BBT in gebruik wordt genomen en daarnaast ook de BOPEC-terminal
in gebruik wordt genomen? Zo nee, wat wordt hier dan mee bedoeld?
51. Indien ja, welke redenen zijn er dan nog dat BBT deze terminal dan niet in gebruik
kan nemen?
52. Wat verklaart dat er zo veel fossiele opslagcapaciteit nodig is op het kleine eiland
Bonaire?
Op de vragen van 3 december 2020 over hoeveel olie er op het eiland aankomt, daar
blijft, en wordt doorgevoerd heeft het kabinet gereageerd met een verwijzing naar
de businesscase, die alleen voor Kamerleden ter inzage ligt. De leden van de PvdD-fractie
zijn van mening dat deze feitelijke gegevens niet vertrouwelijk hoeven te worden behandeld
en willen graag alsnog een antwoord op deze vragen.
53. Kan de Minister aangeven hoeveel olie er de afgelopen tien jaar per jaar op het eiland
aankwam, bleef en werd doorgevoerd? Welk percentage van alle olie die aankwam op het
eiland per jaar was puur voor de energievoorziening van het eiland bestemd?
54. De Minister schreef dat BBT niet de doorvoer van olie moet regelen die niet bestemd
is voor energievoorziening voor Bonaire. Is hier nog een markt voor, en waar en door
wie zou de doorvoer dan verzorgd worden? Kan de Minister uitsluiten dat dit opgevangen
gaat worden elders binnen het Koninkrijk?
In antwoord 39 van de set Kamervragen over bouwprojecten op Bonaire geeft de Minister
aan dat de haalbaarheidsstudie naar Ocean Thermal Energy Conversion (OTEC) niet is
uitgevoerd omdat er geen draagvlak bleek te zijn bij het openbaar lichaam Bonaire.
Hij schrijft ook dat bestuur en energiebedrijven op Bonaire de voorkeur geven aan
verdere verduurzaming van zon en wind. Deze leden zijn van mening dat de urgentie
van de energietransitie te groot is om deze haalbaarheidsstudie niet te verrichten.
55. Waarom is er voor en technisch onderzoek eigenlijk draagvlak nodig?
56. Waarom woog voor de Minister het draagvlak op lokaal niveau zwaarder dan de urgentie
van de energietransitie en het publieke belang?
57. Is de Minister van mening dat draagvlak in dit geval niet het belangrijkste is?
De leden van de PvdD-fractie vinden het een goed idee als de Minister inzet op energieopwekking
uit zon en wind. Zij zien alleen een probleem met de opslag en toevoer voor de momenten
waarop de zon en wind er niet is.
58. Welke duurzame alternatieven zijn er nog meer?
59. Is de Minister bereid om alsnog de haalbaarheidsstudie naar OTEC te doen? Zo nee,
waarom niet? Zo ja, per wanneer?
Deze leden krijgen signalen vanuit verschillende hoeken dat er breder getwijfeld wordt,
ook op Bonaire, aan de noodzaak om nieuwe fossiele infrastructuur aan te leggen. De
Minister heeft ook geen groeipad gegeven om zo snel mogelijk naar een duurzame toekomst
voor Bonaire te bewegen.
60. Welke visie heeft het kabinet voor Bonaire als het gaat om duurzame energievoorziening
voor het eiland?
61. Is het aanleggen van nieuwe fossiele infrastructuur, binnen een groeipad naar een
duurzame toekomst voor Bonaire, echt de beste overbruggingsmaatregel?
62. De leden zijn juist bezorgd over de verstorende werking die BBT kan hebben in de energietransitie
van Bonaire. Is de Minister bereid om een second opinion op dit punt te vragen bij
een Europees-Nederlandse instantie, bijvoorbeeld het Planbureau voor de Leefomgeving
(PBL)? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PvdD-fractie maken zich ook zorgen over de impact van nieuwe fossiele
infrastructuur op natuur en milieu. Deze leden merken op dat de Minister van I&W samen
met de Ministers van LNV en BZK zeggen dat ze de bescherming van het koraal prioriteit
geven en hiertoe het Natuur-, en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020–2030 hebben
vastgesteld. Deze leden begrijpen daarom niet waarom de Ministers inzetten op het
oprichten van nieuwe fossiele infrastructuur die mogelijke het koraal aantast. Bovendien
blijkt uit beantwoording van de schriftelijke vragen over bouwprojecten op Bonaire
van de PvdD5 dat er wederom ontwijkend is geantwoord op veel vragen. Zij zien zich daarom genoodzaakt
om sommige vragen weer te stellen.
63. Hoe sluit het verkennen en bouwen van een nieuwe verladingspier (stookoliepier) en
een fossiele brandstof terminal aan op het Natuur-, en Milieubeleidsplan Caribisch
Nederland 2020–2030?
64. Beamen de Ministers dat er momenteel verkend wordt waar de permanente stookoliepier
gebouwd kan worden en dat hierbij ook gekeken wordt naar de locatie bij Karpata, welke
gelegen is in het Koning Willem Alexander Natuurreservaat? Zo ja, hoe strookt dit
met de ambitie van de Minister om bescherming van koraal prioriteit te geven?
65. Wat is de stand van zaken aangaande alle benodigde milieu- en omgevingsonderzoeken
met betrekking tot de locatie voor de stookoliepier?
66. Welke locaties worden/zijn onderzocht, wat zijn de resultaten en wat zijn de gevolgen
voor het koraal en de natuur, graag per locatie uitgesplitst?
67. Indien de onderzoeken nog niet voltooid zijn, wanneer zullen deze klaar zijn en kunnen
de resultaten met de Kamer gedeeld worden?
68. Beaamt de Minister dat de Raad voor Rechtshandhaving6 stelt dat «bouwprojecten langs de kust van Bonaire negatieve gevolgen kunnen hebben
voor het koraal in het Bonaire National Marine Park» dat tussen de Karpata en Hato
is gelegen?
69. Beaamt de Minister dat wanneer gekozen wordt om de permanente stookoliepier te bouwen
bij Karpata (in het Koning Willem Alexander Natuurreservaat) het koraal aangetast
kan worden?
70. Erkent de Minister dat bij mogelijke aantasting van het koraal een ontheffing en/of
een uitzondering aangevraagd zal moeten worden, aangezien het koraal niet achteruit
mag gaan?
71. Kan de Minister aangeven op basis van welke onderzoeken aangenomen is dat de bouw
van een stookoliepier en een brandstof terminal (graag per item reageren) geen risico
heeft op het kwetsbare koraal, op de vissen, haaien, schildpadden, roggen en zeezoogdieren
en op de natuur op land? Kan de Minister de reactie uitsplitsen naar risico’s voor
koraal, vissen, haaien, schildpadden, roggen en zeezoogdieren en de natuur op land?
72. Erkent de Minister dat het bouwen van een nieuwe stookoliepier, die het koraal kan
aantasten, lijnrecht staat tegen het beschermen van koraal en de doelstelling om koraalrifdegradatie
om te keren? Zo nee, waarom niet?
73. Beaamt de Minister dat het koraalrif rondom Bonaire zeer hard is achteruit gegaan
in de laatste 40 jaar en dat elke vorm van negatieve druk weggenomen moet worden?
Zo nee, waarom niet?
74. Beaamt de Minister dat er niet nog meer natuur en kwetsbaar koraal verloren mag gaan
en dat daarom de faciliteiten van het failliete BOPEC benut moeten worden in plaats
van het aanleggen van een nieuwe fossiele infrastructuur (stookoliepier)?
75. Onderschrijft de Minister dat het aanleggen van een stookoliepier in een gebied waar
het koraal vernietigd wordt, waarna het de komende 100 jaar niet terugkomt, niet wenselijk
is? Zo ja, ben is de Minister bereid om te voorkomen dat deze pier er komt? Zo nee,
waarom niet?
76. Uit welke concrete acties en met welk resultaat blijkt dat de Minister bescherming
van koraal prioriteit geeft?
77. Beaamt de Minister dat waar de meeste menselijke activiteiten plaatsvinden het rif
nauwelijks groeit of zelfs af kavelt?
78. Is de Minister het met de PvdD eens dat het niet bouwen van een nieuwe stookoliepier aantoont dat bescherming van koraal prioriteit
geniet?
79. Klopt het dat de faciliteit (laad- en losfaciliteit voor olie/stookoliepier/verladingspier)
nog in aanbouw is en naar verwachting in het voorjaar in gebruik genomen zal worden,
zoals wordt aangeven in antwoord op vraag 237 van de PvdD? Zo ja, hoe strookt het in aanbouw zijn van de faciliteit met het verkennen
van de locatie?
80. Wat is de staat van het aanbouw van de faciliteit?
81. Zijn alle benodigde vergunningen al verstrekt voor de aanbouw van de faciliteit?
82. Is er een milieueffectenrapportage gemaakt? Zo ja, kan de Minister de milieueffectenrapportage
zo snel mogelijk met de Kamer delen? Zo nee, waarom niet?
83. Kan de Minister aangeven op welk onderzoeken de milieueffectenrapportage is gebaseerd?
84. Klopt het dat er nog steeds grote kennislacunes bestaan, zoals Wageningen University
& Research (WUR) aangaf in 20188, over veel soorten, soortgroepen en/of habitats en dat aanvullend onderzoek voor
veel groepen noodzakelijk is?
85. Wat is de stand van zaken rondom de kennis aangaande koraalrif, vissen, haaien, roggen,
schildpadden en zeezoogdieren?
86. Wat zijn de grootste drukfactoren voor het koraalrif, vissen, haaien, roggen, schildpadden
en zeezoogdieren?
87. Hoe garandeert de Minister dat er geen olie in de zee lekt vanaf de stookoliepier
of brandstof terminal, welke negatieve gevolgen zal dat hebben voor het leven onder
water?
88. Wat is de stand van zaken met betrekking tot monitoring van natuur en milieu in Bonaire
op land en zee?
89. Hoe vaak wordt de stand van zaken gemonitord en door wie? Worden lokale natuurorganisaties
bij het monitoren betrokken? Zo ja, wie en hoe vaak?
90. Beaamt de Minister dat het aanleggen van een permanente pier voor stookolie, een fossiele
brandstof, tegenstrijdig is aan het behalen van de klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen
van de Nederlandse overheid?
91. Op basis van welk onderzoek vormt het verbranden van fossiele brandstoffen en de uitstoot
van CO2 geen rem om de verduurzamingsontwikkelingen?
De Minister van EZK schreef in zijn brief van 9 november 2020 over de oprichting van
BBT: «Ik vind het belangrijk dat de nieuwe beleidsdeelneming gezond en financieel
zelfredzaam is. De door KPMG doorgerekende businesscase laat zien dat dit mogelijk
is.»
92. Kan de Minister aangeven of de businesscase uitsluitend positief was?
93. Wat is de kans dat de beleidsdeelneming niet gezond en financieel zelfredzaam is/wordt?
94. Kan de Minister uitsluiten dat de beleidsdeelneming niet gezond en financieel zelfredzaam
is/wordt?
Het kabinet verwijst vaak naar de businesscase die vertrouwelijk is.
95. Is de Minister bereid om de businesscase alsnog openbaar te maken?
96. Zo niet, is de Minister dan bereid om opnieuw te bezien welke delen wel en niet openbaar
gemaakt kunnen worden en is hij bereid om deze delen mee te sturen met de beantwoording
van deze vragen?
De leden van de PvdD-fractie vinden dat er te weinig inzicht is in de besluitvorming
omtrent BBT.
97. Kan de Minister, gelet op het voornemen geformuleerd in de kabinetsreactie op de parlementaire
onderzoekscommissie kinderopvangtoeslag en vooruitlopend op 1 juli, de stukken van
alle ministeries met de Kamer delen die ten grondslag liggen aan het kabinetsbesluit
om BBT op te richten?
Tot slot hebben de leden van de PvdD-fractie vragen omtrent Curoil.
98. In het rapport «Kleinschaligheid vergt ondersteuning» van ADBTOPConsult9 staat «De elektriciteitsvoorziening op Bonaire is grotendeels (70%) afhankelijk van
het stoken van fossiele brandstof door Contour Global. De brandstof wordt geleverd
via Curoil en Overheids-NV Oil Trading Bonaire (OTB). Deze overheids-NV functioneerde
echter niet goed doordat voorwaarden in statuten niet werden nageleefd. Een probleem
daarbij is het gebrek aan geschikte bestuurlijke capaciteit.» Hoe kan de Minister
garanderen dat de bestuurlijke capaciteit nu wel aanwezig is en de statuten wel nageleefd
worden? Hoeveel van het beoogde BBT-personeel is afkomstig van OTB?
99. In hetzelfde rapport staat ook: «Door het geconstateerde onvoldoende functioneren
van OTB en de moeizame relatie met Curoil werden door de ILT gesignaleerde problemen
niet opgelost en dreigden rampen.» Waarom is het, hierop gelet, volgens u logisch
om juist CurOil een monopoliepositie te geven voor alle brandstoffen op Bonaire? Klopt
het dat OTB juist was opgezet om marktwerking te genereren? Wordt dat met BBT tenietgedaan?
Kan de Minister garanderen dat deze monopoliepositie niet gaat leiden tot te hoge
prijzen en inferieure kwaliteit als er geen alternatieven meer mogelijk zijn?
100. De CurOil olie die geleverd wordt aan Bonaire wordt op Curaçao op kwaliteit gecontroleerd
door de firma Bureau Telecommunicatie en Post (BTP). Wordt deze firma steekproefsgewijs
ook gecontroleerd? Kunt u dit aantonen?
II Antwoord / Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. Azarkan, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
S. Yaqut, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.