Voorstel van wet : Voorstel van wet
35 512 Regels over het verstrekken van subsidies door de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Rechtsbescherming en tot intrekking van de Wet Justitie-subsidies (Kaderwet overige JenV-subsidies)
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is de Wet Justitie-subsidies
te vervangen door een nieuwe regeling;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze Minister:
Onze Minister van Justitie en Veiligheid of Onze Minister voor Rechtsbescherming.
Artikel 2
1. Onze Minister kan subsidies verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid
inzake:
a. bescherming van minderjarigen en adoptie;
b. criminaliteitsbestrijding en -preventie;
c. migratie;
d. openbare orde en veiligheid;
e. rechtspleging en rechtshandhaving;
f. sanctietoepassing en nazorg;
g. slachtofferhulp;
h. terrorismebestrijding en -preventie.
2. Onze Minister kan voorts subsidies verstrekken voor activiteiten op het gebied van
de onderwerpen die genoemd zijn in de begrotingsstaat, onderdeel uitgaven en verplichtingen,
behorend bij de wet, houdende vaststelling van de begroting van uitgaven en ontvangsten
van het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor het desbetreffende jaar, of voor
een voorafgaand jaar voor zover daarin een beschikking tot subsidieverlening is gegeven.
Indien bij de aanvang van enig jaar bedoelde wet nog niet in werking is getreden,
wordt tot die inwerkingtreding het voorstel daartoe in aanmerking genomen.
Artikel 3
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister
kunnen de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt, nader worden bepaald
en kunnen nadere regels voor die verstrekking worden gesteld.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling als
bedoeld in het eerste lid wordt voorzien in de vaststelling van een subsidieplafond.
Geen subsidieplafond behoeft te worden vastgesteld indien Onze Minister van Financiën
zulks aan Onze Minister te kennen heeft gegeven.
Artikel 4
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister
kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de aanvraag van een subsidie, de daarbij over te leggen gegevens en bescheiden en
de besluitvorming daarover;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
d. de verplichtingen voor de subsidieontvanger;
e. de vaststelling van de subsidie;
f. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling;
g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;
h. de vergoeding die verschuldigd is bij vermogensvorming, bedoeld in artikel 4:41 van
de Algemene wet bestuursrecht;
i. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk,
bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht;
j. de openbaarmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten;
k. het geven van informatie aan derden over de gesubsidieerde activiteiten door de subsidieontvanger;
l. de maatregelen om misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidie te voorkomen.
2. In afwijking van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht
kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald in welke gevallen
de aanvraag van de subsidie uitsluitend langs elektronische weg kan geschieden.
Artikel 5
1. Voor zover subsidieverstrekking in strijd zou zijn met ingevolge een verdrag voor
de Staat geldende verplichtingen, kan Onze Minister:
a. de subsidie weigeren;
b. de subsidie lager vaststellen dan overeenkomstig de subsidieverlening; of
c. de subsidieverlening of subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger
wijzigen.
2. Bij de vaststelling, intrekking of wijziging kan worden bepaald dat over onverschuldigd
betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is.
3. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie
is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
4. De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
zijn niet van toepassing op de vaststelling, intrekking en wijziging, bedoeld in het
eerste lid.
Artikel 6
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast
de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing
in de Staatscourant.
3. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18
en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Aan subsidies op grond van deze wet is de verplichting verbonden dat de subsidieontvanger
aan een toezichthouder alle medewerking verleent die deze redelijkerwijs kan vorderen
bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
Artikel 7
Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de Regeling Halt 2013, de Regeling persoonsvolgend
budget voor inburgering in de opvang, de Regeling uitstapprogramma’s prostituees III,
Stimuleringsregeling Ruimte voor Contact, de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020,
de Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019, de Subsidieregeling voor
het Rode Kruis 2008 en de Tijdelijke regeling stimulering preventieve maatregelen
woning- en bedrijfsovervallen mede op artikel 3, eerste lid, van deze wet.
Artikel 8
De Wet Justitie-subsidies wordt ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing
blijft op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 9
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 10
Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet overige JenV-subsidies.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Justitie en Veiligheid,
De Minister voor Rechtsbescherming,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.