Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
35 474 Wijziging van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2020 (Derde incidentele suppletoire begroting inzake liquiditeitssteun 2e tranche voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten)
Nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van
artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel
strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:
de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties.
Vanwege de coronamaatregelen is op 21 april 2020 de eerste incidentele suppletoire
begroting 2020 naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2019/20, 35 443, nr. 1). Daarnaast is op 29 april 2020 de eerste suppletoire begroting 2020 naar de Tweede
Kamer verzonden (Kamerstukken II 2019/20, 35 450, nr. 1). Vervolgens is op 14 mei 2020 een tweede incidentele suppletoire begroting 2020
naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2019/20, 35 459, nr. 1). De behandeling van deze suppletoire begrotingen in de Staten-Generaal is nog niet
afgerond. De mutaties die in de kolom «mutaties suppletoire begrotingen» staan zijn
nog niet allen bekrachtigd.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet
heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze
derde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk
zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal,
zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld
conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze derde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf
geïnformeerd via de kamerbrieven «Besluitvorming rijksministerraad 15 mei betreffende
financiële ondersteuning Caribische landen in verband met Covid-19» (Kamerstukken
II 2019/20, 35 420, nr. 37) en «Resultaten Rijksministerraad 15 mei betreffende financiële ondersteuning Curaçao
en Sint Maarten in verband met Covid-19» (kenmerk: 2020-0000300590). Deze wet treedt
daarom in werking met terugwerkende kracht per de datum waarop het voorstel op basis
van adviezen van het C(A)ft over het verstrekken van de tweede tranche leningen aan
Aruba, Curaçao en Sint Maarten in de Rijksministerraad besproken is.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van
deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
1. Leeswijzer
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige
en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens
zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde
staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties
beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.
Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV 2020
Begrotingsartikel
Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)
Technische mutaties (ondergrens in € mln.)
1. Versterken rechtstaat
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.
Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.
Ontvangsten: 2 mln.
4. Bevorderen sociaaleconomische structuur
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.
Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.
Ontvangsten: 2 mln.
5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.
Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.
Ontvangsten: 2 mln.
8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.
Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.
Ontvangsten: 2 mln.
6. Apparaat
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.
Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.
Ontvangsten: 2 mln.
7. Nog onverdeeld
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.
Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.
Ontvangsten: 2 mln.
1. BES-fonds
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.
Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.
Ontvangsten: 2 mln.
2. Beleidsartikelen
2.2 Artikel 5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen
Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen
(3e incidentele suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen
Stand na suppletoire begrotingen (inclusief ISB's)1
Mutaties 3e ISB
Stand 3e ISB
Mutatie 2021
Mutatie 2022
Mutatie 2023
Mutatie 2024
Verplichtingen
0
169.7002
185.150
354.850
0
0
0
0
Uitgaven
28.516
198.216
185.150
383.366
0
0
0
0
waarvan juridisch verplicht
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
5.1 Schuldsanering Curaçao
28.516
28.516
0
28.516
0
0
0
0
Leningen
28.516
28.516
0
28.516
0
0
0
0
Schuldsanering
28.516
28.516
0
28.516
0
0
0
0
5.2 Leningen/ garantie Curaçao, Sint Maarten en Aruba
0
169.700
185.150
354.850
0
0
0
0
Leningen
0
169.700
185.150
354.850
0
0
0
0
Leningen aan Aruba
0
46.100
56.650
102.750
0
0
0
0
Lopende inschrijving Curaçao en Sint Maarten
0
123.600
128.500
252.100
0
0
0
0
Ontvangsten
38.516
38.516
0
38.516
0
0
0
0
X Noot
1
Bevat de mutaties van de 1e ISB (Kamerstukken II, 2109/20, 35 443, nr. 1), de 1e suppletoire begroting (Kamerstukken II, 2019/20, 35 450, nr. 1) en de 2e ISB (Kamerstukken II, 2019/20, 35 459, nr. 1)
X Noot
2
In de 2e ISB week het verplichtingenbedrag per abuis af.
Toelichting
De coronacrisis heeft ook impact op de landen Aruba, Sint Maarten en Curaçao binnen
het Koninkrijk. De landen hebben op grond van artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden een beroep gedaan op de solidariteit binnen het Koninkrijk. De Rijksministerraad
(RMR) heeft op basis van de adviezen van het College Aruba financieel toezicht (CAft)
en het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) besloten om op korte
termijn middelen ter beschikking te stellen. Aan het verstrekken van deze steun zijn
per land een aantal voorwaarden verbonden, welke toegelicht zijn in de kamerbrieven
«Besluitvorming rijksministerraad 15 mei betreffende financiële ondersteuning Caribische
landen in verband met Covid-19» (Kamerstukken II 2019/20, 35 420, nr. 37) en «Resultaten Rijksministerraad 15 mei betreffende financiële ondersteuning Curaçao
en Sint Maarten in verband met Covid-19» (kenmerk: 2020-0000300590).
5.2. Leningen/ garanties landen Curaçao, Sint Maarten en Aruba
Leningen
Leningen aan Aruba
Aruba ontvangt een lening van AWG 113,3 mln. (€ 56,65 mln.). Hiervan wordt AWG 63,9 mln.
(€ 31,95 mln.) per omgaande aan Aruba ter beschikking gesteld. De overige AWG 49,4 mln.(€ 24,7 mln.)
wordt beschikbaar gesteld wanneer Aruba een adequate invulling heeft gegeven aan het
eerdere verzoek van de rijksministerraad om te komen met een voorstel voor een eigen
bijdrage van 20% van werknemers aan de loonsubsidieregeling. De liquiditeitslening
heeft een looptijd van ongeveer twee jaar. De lening heeft een rentepercentage van
0%. Conform het advies van het CAft bestaat de mogelijkheid om over twee jaar de lening
te herfinancieren.
Lopende inschrijving Curaçao en Sint Maarten
Curaçao ontvangt een lening van ANG 204,0 mln. (€ 102,0 mln.). Hiervan wordt ANG 141,0 mln.
(€ 70,5 mln.) per omgaande aan Curaçao ter beschikking gesteld. De overige ANG 63,0 mln.
(€ 31,5 mln.) wordt beschikbaar gesteld wanneer Curaçao een adequate invulling heeft
gegeven aan een eigen bijdrage van werknemers binnen de loonsubsidieregeling.
Sint Maarten ontvangt een lening van ANG 53,0 mln. (€ 26,5 mln.). Aan Sint Maarten
wordt ANG 24,0 mln. (€ 12,0 mln.) per omgaande ter beschikking gesteld. De overige
ANG 29,0 mln (€ 14,5 mln.) inzake de loonsubsidieregeling wordt beschikbaar gesteld
nadat Sint Maarten een adequate invulling heeft gegeven aan de gevraagde eigen bijdrage
van werknemers.
Beide leningen hebben een looptijd van ongeveer twee jaar en een rentepercentage van
0%. Conform het advies van het Cft bestaat de mogelijkheid om over twee jaar de lening
te herfinancieren.
Ondertekenaars
K.H. Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.