Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over jaarverslag ERK over de EU-agentschappen 2018
2019D47624 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 22 november 2019 vragen en opmerkingen
aan de Minister van Financiën voorgelegd naar aanleiding van het jaarverslag van de
Europese Rekenkamer (ERK) te Luxemburg d.d. 15 oktober 2019 inzake de EU-agentschappen.
De voorzitter van de commissie, Anne Mulder
De adjunct-griffier van de commissie, Schukkink
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het jaarverslag
over de EU-agentschappen voor het begrotingsjaar 2018. De leden van de VVD-fractie
hebben daarover nog wel enkele vragen en/of opmerkingen. Zij willen allereerst graag
weten wat de Minister vindt van dit rapport van de Europese Rekenkamer.
De leden van de VVD-fractie constateren dat Europese Rekenkamer de rekeningen van
alle 41 EU-agentschappen goedkeurt, behalve die van het Europees Ondersteuningsbureau
voor asielzaken (EASO). Waarom wordt de beoordeling van de rekeningen van de EU-agentschappen
pas zo laat gepubliceerd?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Rekenkamer van mening is dat de
agentschappen hun financieel beheer moeten verbeteren. Zij zijn het daarmee eens.
Wat gaat de Minister doen om ervoor te zorgen dat het financieel beheer gaat verbeteren?
Welke acties gaat de Europese Commissie nemen om het financieel beheer te verbeteren?
Hoe wordt het belangrijkste probleem in het kader van het financieel beheer, de «openbare
aanbestedingen», verbeterd en aangepakt? Wat wordt gedaan met de aanbevelingen van
de Europese Rekenkamer voor het verbeteren van het financieel beheer van de EU-agentschappen?
De leden van de VVD-fractie lezen dat EASO, dat sinds 2015 hulp biedt aan Griekenland
en Italië in het kader van de migratiecrisis, geen goedkeurende verklaring heeft gekregen
van de Europese Rekenkamer. Zij vinden het zorgelijk dat een agentschap met zo’n belangrijke
taak het financieel beheer van zijn werkzaamheden onvoldoende uitvoert. Welke gevolgen
heeft dit voor de effectiviteit van de activiteiten van EASO? Wat wordt er gedaan
om het financieel beheer van EASO op korte termijn te verbeteren? Hoe kan het dat
de Europese Rekenkamer moet constateren dat de financiële controle en governance maar
langzaamaan verbetert?
De leden van de VVD-fractie vinden het belangrijk dat agentschappen hun werk efficiënt
en effectief uitvoeren. Hoe kan worden beoordeeld of dit het geval is?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Rekenkamer waarschuwt dat het besluit
van het Verenigd Koninkrijk om zich terug te trekken uit de EU mogelijk tot inkomstendalingen
zal leiden voor het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA), de Europese Bankautoriteit
(EBA) en de agentschappen die toezicht houden op verzekeringen en pensioenen (Eiopa)
en die actief zijn op het gebied van de effectenmarkten (ESMA). Wat zijn de gevolgen
voor deze instanties bij vertrek van het VK? Hoeveel zullen de inkomsten van deze
agentschappen dalen bij een vertrek van het VK? Welke risico’s zijn daaraan verbonden?
Hoe worden deze risico’s gemitigeerd? Hoe wordt de daling van de inkomsten opgevangen
(bijvoorbeeld door het verlagen van de uitgaven)?
De leden van de VVD-fractie lezen verder dat de controles door het Europees Grens-
en kustwachtagentschap (Frontex) van de financieringsovereenkomsten met samenwerkende
landen nog niet volledig doeltreffend zijn. Wat wordt er aan gedaan om dit probleem
op te lossen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het jaarverslag van de Europese
Rekenkamer over de EU-agentschappen over 2018. Zij begrijpen dat de rekeningen van
de EU-agentschappen zijn goedgekeurd, maar hebben wel een aantal vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben begrepen dat de rekeningen van 2018 van alle EU-agentschappen
een getrouw beeld geven van hun financiële situatie, verrichtingen en kasstromen in
overeenstemming met de boekhoudregels, behalve voor het Europese Ondersteuningsbureau
voor asielzaken (EASO). Een aantal aanbevelingen komt de leden van deze fractie als
verstandig over, bijvoorbeeld het gebruikmaken van gezamenlijke aanbestedingsprocedures.
Is dit vanuit Nederland te bevorderen? Verder ontstaan er inkomstendalingen door het
waarschijnlijke vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Wordt daar
in het kader van de Meerjarenramingen (MFK) rekening mee gehouden? De leden van de
CDA-fractie willen weten of werkzaamheden van genoemde agentschappen in het gedrang
komen. Voorts vragen zij of de Minister specifiek kan aangeven welke gevolgen een
dergelijke inkomstendaling zou hebben voor het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA).
De leden van de CDA-fractie zijn wel verbaasd over de problemen bij EASO, zoals onregelmatigheden
in aanbestedingsprocedures en vacante leidinggevende functies waardoor permanente
bedrijfscontinuïteitsrisico’s ontstaan. Wie is in eerste instantie verantwoordelijk
om orde op zaken te stellen? En ook hier hebben deze leden de vraag op welke wijze
het Nederlandse kabinet hierop invloed kan uitoefenen. En zo dat mogelijk is, is het
kabinet hiertoe bereid? Immers, in de ogen van de leden van de CDA-fractie is een
goed functionerende ondersteuning in asielzaken essentieel wanneer het gaat om bewaking
van buitengrenzen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GL
De leden van de fractie van GroenLinks hebben met interesse kennisgenomen van het
verslag van de Europese Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar
2018. Zij zijn positief gestemd over het gegeven dat de Europese Rekenkamer positief
oordeelt over het financieel beheer van het overgrote deel van alle 41 EU-agentschappen.
Tegelijkertijd hebben de leden van de fractie van GroenLinks notie genomen van de
signalen van de Europese Rekenkamer ten aanzien van het Europees Ondersteuningsbureau
voor asielzaken (EASO). Omdat zij dit zorgelijke signalen vinden, hebben zij hier
enkele vragen over.
De Europese Rekenkamer stelt dat de personeelssituatie bij de EASO bijzonder zorgwekkend
is, dat dit komt doordat lidstaten niet genoeg deskundigen ter beschikking stellen,
en dat dit tot een bedrijfscontinuïteitsrisico leidt op een kwetsbaar gebied dat essentieel
is met betrekking tot het doeltreffende beheer van migrantenstromingen naar Europa.
De leden van de fractie van GroenLinks vragen de Minister allereerst wat de appreciatie
is van deze vaststelling van de Europese Rekenkamer. Specifiek vragen zij de Minister
of hij zich zorgen maakt over de gevolgen die de operationele problemen bij het EASO
hebben voor de manier waarop migranten in Italië en Griekenland opgevangen kunnen
worden.
De leden van de fractie van GroenLinks vragen daarnaast of het kabinet op enig moment
voor de publicatie van het verslag van de Europese Rekenkamer kennis dan wel inzicht
had ten aanzien van de operationele problemen bij het EASO, of dit besproken is in
relevante EU-overleggen, en zo ja, wat de inzet en de stappen van het kabinet zijn
geweest ten aanzien van de vastgestelde problemen.
De leden van de fractie van GroenLinks vragen de Minister bovendien welke ruimte hij
voor de lidstaten ziet bij te dragen aan het verbeteren van de operationele effectiviteit
van het EASO, gegeven het feit dat de Europese Rekenkamer erop wijst dat lidstaten
niet genoeg deskundigen ter beschikking stellen aan het EASO. Daarbij vragen zij welke
stappen het kabinet concreet wil zetten om vanuit Nederland de operationele capaciteit
van het EASO te verbeteren.
Ten slotte vragen de leden van de fractie van GroenLinks hoe zij aankijken naar de
toekomstige rol van het EASO, in het kader van de organisatorische uitdagingen waar
het EASO voor staat en de gesprekken die gevoerd worden over het toekomstige organiseren
van migratiestromen die naar Europa toe komen. Wat vergt deze toekomstige rol van
het mandaat en de organisatorische capaciteit van het EASO?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP
De leden van de SP-fractie danken de Europese Rekenkamer voor de brief en het jaarverslag
over de EU-agentschappen in het begrotingsjaar 2018. De leden hebben dit met veel
interesse gelezen. De leden zien dat alleen het EASO een goedkeuring met beperking
heeft gekregen. De leden lezen dat de rest een goedkeuring zonder beperking heeft
gekregen. De leden zien dat de Europese Rekenkamer desalniettemin een aantal kritiekpunten
heeft voor specifieke agentschappen, maar ook in algemene zin voor de agentschappen
omtrent de tekortkomingen bij de openbare aanbestedingen.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister wat hij vindt van het risico op de genoemde
tekortkomingen betreffende het bedrijfscontinuiteitsrisico en de betalingen vanuit
de lidstaten voor het EASO. De leden vragen naar de mogelijke gevolgen hiervan voor
Nederland gezien de taken binnen de Europese Unie van het EASO.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister naar zijn oordeel over het tekortschieten
van de agentschappen bij maatregelen voor transparantie, de gelijke behandeling en
anti-discriminatie bij openbare aanbestedingen
De leden van de SP-fractie lezen de kritiek op een aantal agentschappen in het jaarverslag
van de Europese Rekenkamer. Wat betreft de kritiek op Frontex, ziet de Europese Rekenkamer
een duidelijke reden waarom het Frontex niet lukt om genoeg bewijslast te leveren
voor de declaraties van apparatuur. Waarom denkt de Minister dat dit Frontex niet
lukt en andere agentschappen wel?
De leden van de SP-fractie vragen in het verlengde hiervan of de Minister redenen
ziet waarom het European Chemicals Agency (ECHA) het pas «achteraf» voor elkaar heeft
gekregen om de vergoedingen te corrigeren, terwijl andere agentschappen hier minder
last van lijken te hebben.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister om een oordeel te vellen over de constatering
dat de kaderovereenkomsten die veel agentschappen maken niet altijd het wettelijk
kader hieromtrent volgen. De leden vragen of de Minister ook denkt dat dit samenhangt
met de kritiek dat agentschappen niet kritisch genoeg zijn op de uitzendbureaus die
worden uitgekozen om mee samen te werken. De leden vragen om de concrete negatieve
consequenties die de Minister ziet in de toename van de inhuur van het aantal externen
bij de agentschappen. De leden vragen in het verlengde hiervan wat de financiële gevolgen
zijn voor de huur van externen. De leden vragen de Minister of er achterhaald kan
worden wat de overheadkosten en de uitvoeringskosten zijn bij de agentschappen en
of deze kosten vergelijkbaar zijn bij de verschillende agentschappen en bij overheidsinstellingen.
Ten slotte vragen de leden van de SP-fractie of de Minister een inschatting kan maken
van de risico’s en de trends ten aanzien van de begroting van de agentschappen. Ziet
de Minister op dit moment bepaalde zaken die de laatste jaren negatief zijn ontwikkeld
ten aanzien van het functioneren van de agentschappen?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. (Anne) Mulder, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
M. Schukkink, adjunct-griffier