Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag : Nota naar aanleiding van het verslag
35 272 Wijziging van de Uitvoeringswet verordening Europees burgerinitiatief in verband met de nieuwste verordening betreffende het Europees burgerinitiatief
Nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
Ontvangen 31 oktober 2019
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
1
2.
Schets van de belangrijkste wijzigingen in de nieuwe verordening ten opzichte van
de oude verordening
2
1. Inleiding
Met veel belangstelling heb ik kennisgenomen van het verslag van de bevindingen van
de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken bij de wijziging van de Uitvoeringswet
verordening Europees burgerinitiatief in verband met de nieuwste verordening betreffende
het Europees burgerinitiatief (hierna: EBI). Ik dank de leden van de fracties van
de VVD, D66, en SP voor hun vragen en opmerkingen. Bij de beantwoording van de vragen
is de indeling en volgorde van het verslag aangehouden.
De leden van de VVD-fractie verwijzen naar de zinsnede in de memorie van toelichting
bij het wetsvoorstel, waarin wordt gesteld dat de nieuwe verordening inhoudelijk geen
gevolgen heeft voor de Uitvoeringswet verordening EBI aangezien de nieuwe verordening
bepalingen bevat die reeds geïmplementeerd zijn. Los van de rechtstreeks doorwerking
vragen deze leden wat er wordt bedoeld met «reeds geïmplementeerd».
Een verordening is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten van de Europese Unie.
Om aan een verordening volledige werking te kunnen toekennen, is «implementatie» meestal
wel nodig, in die zin dat in nationale regelgeving bepalingen moeten worden opgenomen
over bijvoorbeeld de sanctionering, rechtsbescherming en aanwijzing van met de uitvoering
van de verordening belaste instanties. Voor zover de (oude) verordening over het Europees
burgerinitiatief dergelijke implementatie behoefde, zijn er in de Uitvoeringswet verordening
EBI en de onderliggende regelgeving reeds voorzieningen opgenomen voor bijvoorbeeld
de aanwijzing van de bevoegde instantie voor certificering van online verzamelsystemen
en voor verificatie en certificering van verzamelde steunbetuigingen. De nieuwe verordening
bevat geen voorstellen die gevolgen hebben voor de reeds getroffen uitvoeringsmaatregelen.
Evenmin vergt de verordening dat er nieuwe uitvoeringsmaatregelen worden getroffen.
De aanpassing van de Uitvoeringswet aan de nieuwe verordening betreft dan ook uitsluitend
wijzigingen van technische aard, zoals verwijzingen naar de nieuwe verordening.
Voor de leden van de fractie van de SP is het nut van een Europees burgerinitiatief
niet duidelijk. Zij vragen of de regering voorbeelden kan noemen van initiatieven
waardoor Europese regels zijn aangepast.
Tussen 2012 en heden heeft slechts één burgerinitiatief geresulteerd in een wetgevingsvoorstel
van de Europese Commissie, namelijk een voorstel van de Europese Commissie uit februari
2018 om de EU-Drinkwaterrichtlijn te herzien. Aanleiding hiervoor was het succesvolle
Europees burgerinitiatief «Right2Water». De tegenvallende ervaringen met het Europees
burgerinitiatief zijn mede aanleiding geweest om de oude verordening te vervangen.
De nieuwe verordening beoogt bepaalde drempels weg te nemen zodat het voor organisatoren
eenvoudiger wordt om een burgerinitiatief te laten registeren en om er voldoende steunbetuiging
voor te verzamelen. Daarnaast bevat de nieuwe verordening een aantal maatregelen die
de kans vergroten dat een succesvol Europees burgerinitiatief – waarvoor voldoende
steunbetuigingen zijn verzameld – leidt tot wetgevingsvoorstellen van de Europese
Commissie overeenkomstig haar bevoegdheden. Zo is de termijn waarop de Commissie in
een mededeling haar juridische en politieke conclusies over een succesvol initiatief
bekend maakt, ten opzichte van de oude verordening met drie maanden verlengd, zodat
er meer tijd is voor debat en reflectie voordat de Commissie haar wettelijke en politieke
conclusies presenteert. Deze maatregel moet ertoe leiden dat geldige initiatieven
door de Commissie naar behoren worden onderzocht en een passende respons krijgen,
in de verwachting dat dit zal bijdragen aan een betere invulling van een succesvol
burgerinitiatief. Bovendien moet de mededeling van de Commissie, als deze concrete
maatregelen bevat, ook gepaard gaan met een eveneens concreet tijdschema voor de uitvoering
van die maatregelen. Daarnaast wordt de betrokkenheid van het Europees Parlement als
rechtstreeks gekozen vertegenwoordiger van de EU-burgers groter. Zo wordt de openbare
hoorzitting over een succesvol Europees burgerinitiatief georganiseerd door het Europees
Parlement, stelt het Europees Parlement de Raad, andere instellingen en adviesorganen
van de Europese Unie, de nationale parlementen en het maatschappelijk middenveld in
de gelegenheid aan de hoorzitting deel te nemen, zorgt het Europees Parlement voor
een evenwichtige vertegenwoordiging van de betrokken publieke en private belangen
en beoordeelt het na de hoorzitting de politieke steun voor het initiatief. Tot slot
krijgt het Europees Parlement de bevoegdheid om de maatregelen die de Commissie heeft
genomen ten aanzien van met succes ingediende initiatieven, te beoordelen. Dit alles
moet zorgen voor meer en bredere aandacht voor succesvolle burgerinitiatieven.
2. Schets van de belangrijkste wijzigingen in de nieuwe verordening ten opzichte van
de oude verordening
Voor initiatieven die na 31 december 2022 geregistreerd worden, is het gebruik van
het centrale online verzamelsysteem verplicht. De leden van de VVD-fractie vragen
hoe dat zich verhoudt tot het individuele online verzamelsysteem en of dit laatste
systeem na de genoemde datum niet meer gebruikt mag worden. Zij wijzen hierbij op
de Wet digitale overheid die nog niet in werking is getreden en vragen wat dat betekent
voor de uitvoering van de nieuwe verordening.
Het initiële voorstel van de Europese Commissie stond toe dat een groep organisatoren
kon kiezen uit zowel een centraal online systeem als uit een individueel online systeem
voor het verzamelen van steunbetuigingen. Tot op heden is er in Nederland geen gebruik
gemaakt van de mogelijkheid om een online verzamelsysteem op te zetten en te exploiteren.
In de aanloop naar de vaststelling van de nieuwe verordening heeft de Nederlandse
regering aangegeven de voorkeur te geven aan het standaard gebruik van een centraal
online verzamelsysteem vanwege het eenvoudiger en efficiënter gebruik van dit instrument
voor het verzamelen van steunbetuigingen. Uiteindelijk is in de nieuwe verordening
gekozen voor het gebruik van een centraal online verzamelsysteem dat de Commissie
opzet, beheert en kosteloos ter beschikking stelt aan groepen organisatoren. Om de
overgang naar dit systeem te vergemakkelijken, moet een groep organisatoren de mogelijkheid
blijven hebben om haar eigen online systemen op te zetten en steunbetuigingen via
dit systeem te verzamelen voor initiatieven die overeenkomstig de nieuwe verordening
uiterlijk op 31 december 2022 zijn geregistreerd. Voor initiatieven die nadien zijn
geregistreerd, is het gebruik van een individueel online verzamelsysteem inderdaad
niet meer mogelijk.
De regering ziet geen problemen voor de uitvoering van de nieuwe verordening indien
de Wet digitale overheid nog niet in werking is getreden op het moment dat de nieuwe
verordening van toepassing is op 1 januari 2020. Op grond van de nieuwe verordening
moeten de lidstaten ervoor zorgen dat burgers initiatieven online kunnen steunen door
voor hun steunbetuigingen gebruik te maken van een aangemeld elektronisch identificatiemiddel
of door te tekenen met een elektronische handtekening in de zin van Verordening (EU)
nr. 910/2014. Verder moeten de lidstaten zorgen dat het in het kader van voorgenoemde
verordening en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1501 ontwikkelde eIDAS-knooppunt van
de Commissie wordt erkend.
Tekenen met een elektronische handtekening in de zin van Verordening (EU) nr. 910/2014
is reeds mogelijk op grond van artikel 2:16 van de Algemene wet bestuursrecht. De
verplichting inzake de erkenning van het eIDAS-knooppunt van de Europese Commissie
vloeit rechtstreeks voort uit de reeds van toepassing zijnde Verordening (EU) nr.
910/2014 en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1501. Nederland is aangesloten op het
eIDAS-knooppunt (zie: https://www.digitaleoverheid.nl/overzicht-van-alle-onderwerpen/identite…). De uitvoering van de nieuwe EBI-verordening zal dan ook niet afhankelijk zijn van
de inwerkingtreding van de Wet digitale overheid, op grond waarvan – naast de Europees
erkende inlogmiddelen – naar verwachting onder meer de inlogmiddelen DigiD en eHerkenning
zullen worden toegelaten.
De nieuwe verordening biedt de lidstaten de mogelijkheid om de minimumleeftijd voor
de ondersteuning van een Europees burgerinitiatief op 16 jaar te stellen. De leden
van de SP-fractie vragen of het kabinet verwacht dat de besluitvorming rondom het
verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd in Nederland voor 1 januari aanstaande is
afgerond. In het geval dat niet wordt gehaald, vragen deze leden of de regering dan
kan toezeggen dat dit ook niet gaat gelden voor Europese burgerinitiatieven.
De regering beziet de verlaging van de leeftijd voor de ondersteuning van een Europees
burgerinitiatief inderdaad in de context van de mogelijke verlaging van de kiesgerechtigde
leeftijd. Ik zal uw Kamer voor het einde van dit jaar informeren over de uitkomst
van de aangekondigde verkenning hierover in de kabinetsreactie op het eindrapport
van de staatscommissie-Remkes.
De nieuwe verordening verplicht de Commissie tot het uitvoeren van voorlichtings-
en communicatieactiviteiten over het instrument van het Europees burgerinitiatief.
De leden van de D66-fractie steunen dit en vragen zich af of de regering in Nederland
van plan is dit belangrijke democratisch instrument bij burgers onder de aandacht
te brengen en het gebruik daarvan te stimuleren. Voorts vragen zij welke ondersteuning
het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties biedt bij burgerinitiatieven.
Voor het breder bekendmaken van het instrument van het Europees burgerinitiatief is
inderdaad een belangrijke rol weggelegd voor de Europese Commissie. Dit doet de Europese
Commissie ook met activiteiten in de lidstaten zelf. Zo is de Commissie in april 2018
in Nederland geweest op het European Democracy Festival om daar het nieuwe Europese
Burgerinitiatief toe te lichten. Op het moment dat de nieuwe verordening van toepassing
wordt, zal het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties daar via haar
eigen sociale media ook aandacht voor vragen.
Het Nederlandse contactpunt dat organisatoren kosteloos kan voorzien van informatie
en bijstand, wordt in Nederland geplaatst bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties. Voor vragen en advies kunnen organisatoren zich wenden tot
postbus.Europeesburgerinitiatief@minbzk.nl. Op ieder informatieverzoek dat daar binnenkomt
zal snel via mail of telefoon persoonlijk contact worden gezocht, om zo goed mogelijk
advies te geven aan (potentiële) Nederlandse organisatoren van een Europees burgerinitiatief.
In verband met de evaluatie van de nieuwe verordening vernemen de leden van de D66-fractie
van de regering hoe het tijdpad van evaluatie en eventuele verdere aanpassing van
het instrument eruit ziet.
De werking van het Europees burgerinitiatief is na vijf jaar geëvalueerd. Dit resulteerde
uiteindelijk in de aanpassing en de vervanging van de oude verordening om technische,
juridische en praktische tekortkomingen in de uitvoering van het Europees burgerinitiatief
te verhelpen. De praktijk van de komende jaren zal moeten uitwijzen of de nieuwe verordening
heeft bijgedragen aan het realiseren van de beoogde doelstelling om het Europees burgerinitiatief
toegankelijker, minder omslachtig en gebruiksvriendelijker te maken alsook te zorgen
voor een optimale benutting van het burgerinitiatief als middel om debat en burgerparticipatie
op het niveau van de Europese Unie te bevorderen en de EU dichter bij de burger te
brengen.
De nieuwe verordening schrijft voor dat de Commissie in het kader van de toetsing
van de werking van het Europees burgerinitiatief uiterlijk op 1 januari 2024 en vervolgens
om de vier jaar een verslag over de uitvoering indient bij het Europees Parlement
en de Raad. De Nederlandse regering vindt het een goede ontwikkeling dat de werking
van het Europees burgerinitiatief duurzaam wordt getoetst en zal zich te zijner tijd
opnieuw inspannen ter ondersteuning van voorstellen die bijdragen aan de vergroting
van de democratische betrokkenheid van burgers bij Europese aangelegenheden.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren
Ondertekenaars
K.H. Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.