Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
35 259 Uitvoering van de op 14 december 2017 te New York aanvaarde wijziging van artikel 8 van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (Trb. 2018, 74, met correcties in Trb. 2018, 200)
Nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING
ALGEMEEN DEEL
1. Inleiding
Dit wetsvoorstel strekt tot wijziging van de Wet internationale misdrijven (Wim) ter
uitvoering van de op 14 december 2017 te New York aanvaarde wijziging van artikel
8 van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof. Deze wijziging van
het Statuut behelst strafbaarstelling van de volgende handelingen als oorlogsmisdrijven:
– het gebruik van (micro)biologische of toxine wapens;
– het gebruik van wapens die beogen te verwonden door fragmenten die in het lichaam
niet door röntgenstraling kunnen worden ontdekt; en
– het gebruik van laserwapens die zijn ontworpen om als voornaamste of bijkomende gevechtsfunctie
blijvende blindheid te veroorzaken.
Tezamen met dit wetsvoorstel is een wetsvoorstel ingediend ter goedkeuring van de
voornoemde wijziging van het Statuut (Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van
de op 14 december 2017 te New York aanvaarde wijziging van artikel 8 van het Statuut
van Rome inzake het Internationaal Strafhof (Trb. 2018, 74, met correcties in Trb. 2018, 200)).
Het conceptwetsvoorstel is ter advisering aangeboden aan de Raad voor de rechtspraak
(Rvdr), de Nederlandse vereniging voor rechtspraak (NVvR), het College van procureurs-generaal
van het openbaar ministerie (OM), de Nationale Politie en de Nederlandse orde van
advocaten (NOvA)1. Op het advies van de Raad voor de rechtspraak ten aanzien van de financiële gevolgen
van het wetsvoorstel wordt nader ingegaan in paragraaf 3.
2. Uitbreiding strafbaarstelling oorlogsmisdrijven
Ter gelegenheid van de 16e bijeenkomst van de Staten die partij zijn bij het Statuut
van het Internationaal Strafhof (van 4 tot en met 14 december 2017 in New York) is
bij consensus een resolutie aangenomen die ertoe strekt dat artikel 8 van het Statuut
wordt gewijzigd (Resolutie van 14 december 2017, ICC-ASP/16/Res. 4).2 Artikel 8 van het Statuut bevat een definitie van oorlogsmisdrijven. De wijziging
voorziet erin dat in het tweede lid van artikel 8 handelingen worden toegevoegd die
betrekking hebben op het gebruik van:
– wapens die gebruik maken van microbiologische of andere biologische middelen, of gifstoffen,
ongeacht hun herkomst of de wijze van productie;
– wapens met als voornaamste gevolg het veroorzaken van verwondingen door fragmenten
die in het menselijk lichaam niet met röntgenstralen kunnen worden ontdekt;
– laserwapens die speciaal zodanig zijn ontworpen dat hun enige gevechtsfunctie of een
van hun gevechtsfuncties is het veroorzaken van blijvende blindheid bij onversterkt
gezichtsvermogen, dat wil zeggen aan het blote oog of het oog met een corrigerende
bril of lens.
De reden voor deze wijziging is het toenemende risico op gebruik van deze wapens in
hedendaagse conflictsituaties. Het verbod van de inzet van deze wapens is gebaseerd
op internationale instrumenten, zoals verdragen die door een groot aantal staten geratificeerd
zijn.3 De benoeming van het gebruik van deze wapens als oorlogsmisdrijf in het Statuut beoogt
de consistentie van het internationaal juridisch kader te vergroten en dit kader verder
te versterken door rechtsmacht te vestigen over deze misdrijven voor het Internationaal
Strafhof.
De wijziging van artikel 8 van het Statuut vergt wijziging van de artikelen 5 en 6
van de Wim. Deze artikelen van de Wim betreffen de strafbaarstelling van oorlogsmisdrijven
respectievelijk begaan tijdens een internationaal gewapend conflict en tijdens een
niet-internationaal gewapend conflict.
3. Financiële gevolgen
Van de in dit wetsvoorstel voorziene wijzigingen worden geen gevolgen voor de uitvoering
of financiële gevolgen verwacht die niet binnen de daarvoor toepasselijke kaders kunnen
worden opgevangen. Door de nieuwe strafbepalingen kunnen er in potentie weliswaar
meer zaken bijkomen, maar een inschatting hiervan is op voorhand niet te geven. Verwacht
wordt echter dat vervolging voor deze nieuwe feiten vaak onderdeel zullen zijn van
een strafzaak waarin tevens voor andere oorlogsmisdrijven of soortgelijke misdrijven
wordt vervolgd.
De Raad voor de rechtspraak heeft in zijn advies aangegeven dat, hoewel veel afhankelijk
is van de wijze waarop het openbaar ministerie in de praktijk toepassing zal geven
aan de wijziging, dit wetsvoorstel mogelijk extra zaken, langere behandeltijden en
daarmee werklastgevolgen voor de rechtspraak tot gevolg kunnen hebben. Er zal daarom
nauwgezet gevolgd moeten worden hoe de opsporing en vervolging van deze nieuwe feiten
zich zal ontwikkelen. Aan de hand daarvan kunnen eventuele gevolgen voor de werklast
van alle betrokken instanties (politie, openbaar ministerie en de rechtspraak) en
de financiële gevolgen in kaart worden gebracht. Eventuele budgettaire gevolgen worden
ingepast in de begroting van het beleidsverantwoordelijk departement, conform de regels
van het budgetdiscipline
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel I
Dit artikel voorziet in de wijzing van de artikelen 5 en 6 van de Wim. In beide artikelen
wordt het gebruik van de in het algemeen deel genoemde wapens toegevoegd, met als
gevolg dat dit gebruik strafbaar wordt gesteld als oorlogsmisdrijf en kan worden bestraft
met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie
of, in geval van een aantal strafverzwarende omstandigheden (zie artikel 5, zesde
lid, en 6, vierde lid van de Wim), levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten
hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie.
Artikel II
Voorzien is in inwerkingtreding met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F.B.J. Grapperhaus
De Minister van Buitenlandse Zaken,
S.A. Blok
De Minister van Defensie,
A.Th.B. Bijleveld-Schouten
Ondertekenaars
-
, -
, -
, -
Eerste ondertekenaar
F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
A.Th.B. Bijleveld-Schouten, minister van Defensie -
Mede ondertekenaar
S.A. Blok, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.