Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag : Nota naar aanleiding van het verslag
35 203 Wijziging van de Muntwet 2002 in verband met de aanbesteding van het produceren van munten en het afschaffen van beleggingsmunten
Nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
Ontvangen 12 juli 2019
Inleiding
Ik ben de vaste commissie voor Financiën erkentelijk voor de aandacht die zij aan
het onderhavige wetsvoorstel heeft geschonken en voor de door haar daarover gestelde
vragen. Deze vragen worden beantwoord in de volgorde van het door de commissie uitgebrachte
verslag.
Algemeen deel
De leden van de SP-fractie lezen in de toelichting inzake de wijziging Muntwet 2002
dat het nu financieel en praktisch gezien logisch is om deze wijzigingen door te voeren.
Deze leden zijn zich echter ook bewust van het feit dat dit het resultaat is van politieke
keuzes die in het verleden zijn gemaakt. De leden van de SP-fractie zien dat het pad
sterk is bepaald door het privatiseringsbeleid dat tot de dag van vandaag is gevoerd.
De leden betreuren in algemene zin de vele privatiseringen van overheidstaken van
publiek belang en waarschuwen voor de negatieve effecten daarvan die in vele sectoren
waarneembaar zijn.
In hoeverre gaan maatschappelijk verantwoord ondernemen, goed personeelsbeleid en
gelijke beloning voor gelijk werk een rol spelen in de aanbestedingsprocedure, vragen
de leden van de SP-fractie. Kan de regering een toelichting geven op de aanbestedingsprocedure?
Aan welke voorwaarden dient een partij te voldoen om de aanbesteding te kunnen winnen?
De leden van de SP-fractie vragen de regering daarnaast hoe wordt toegezien op het
proces van de vervaardiging van verschillende munten die worden geslagen. Verandert
er iets in dit opzicht? Wie ziet er toe op de kwaliteit en veiligheid bij Koninklijke
Nederlandse Munt (KNM), die nu deze de munten slaat? En wie ziet er straks op toe
wanneer de productie van munten is aanbesteed?
De Nederlandsche Bank (DNB), die de verantwoordelijkheid heeft gekregen voor het aanbesteden
van de productie van de euromunten, legt in het algemeen en dus ook bij de aanbesteding
van bankbiljetten en munten de nadruk op het begrip duurzaamheid en ethisch handelen.
In de aanbestedingsvoorwaarden wordt onder andere expliciet verwezen naar de tien
principes van het United Nations Global Compact en EU-wetgeving op het terrein van
metaalimport uit politiek instabiele regio’s. Daarnaast dienen de inschrijvers op
de aanbesteding aan te geven welk beleid men heeft of gaat ontwikkelen op het gebied
van (i) het uitfaseren van het gebruik van gevaarlijke metalen die voorkomen op de
REACH lijst, (ii) het analyseren en beperken van risico’s op het terrein van mogelijke
aantastingen van mensenrechten bij de productie van munten en (iii) het gebruik van
hernieuwbare energie. In de aanbestedingsvoorwaarden zijn tevens elementen opgenomen
ten aanzien van de kwaliteitseisen aan de te leveren munten. Het gaat daarbij om de
bestaande technische eisen die in Europees verband gelden. Nieuw is dat voordat begonnen
mag worden met de massaproductie de producent tevens een aantal munten ter controle
aan DNB dient te zenden. Daarnaast heeft DNB het recht om op locatie bij producent
inspecties uit te voeren.
1. Inleiding
2. Wijzigingen
2.1 Aanpassing van de gehanteerde begrippen
De leden van de VVD-fractie lezen dat de begrippen «euromunten» en «bijzondere munten»
worden vervangen. Kan de regering aangeven wanneer deze begrippen gewijzigd zijn in
de Europese verordeningen en of het alleen deze begrippen zijn die in de Europese
verordeningen worden gebruikt?
Op 24 juni 2014 is de verordening over de denominaties en technische specificaties
van voor circulatie bestemde euromuntstukken Verordening (EG) nr. 975/98 van de Raad
van 3 mei 1998 vervangen door de verordening (EU) nr. 729/2014 van de Raad van 24 juni
2014. In deze nieuwe verordening zijn de verschillende definities voor «circulatiemunten»,
«gewone circulatiemunten» en «herdenkingsmunten» geïntroduceerd. De voorgaande verordening
(EG) nr. 975/98 voorzag niet in een begrippenkader voor verschillende munten. Deze
wetswijziging van de Muntwet is de eerste sinds de inwerkingtreding van de huidige
verordening. Derhalve wordt nu van de gelegenheid gebruik gemaakt om het Nederlandse
begrippenkader op het Europese begrippenkader aan te sluiten.
2.2 Uitgangspunt bij deze wijziging van de Muntwet 2002
«Uitgangspunt is een onverstoord verloop van het betalingsverkeer», zo lezen de leden
van de VVD-fractie in de memorie van toelichting. Deze leden willen het belang van
contant geld benadrukken. Dit moet te allen tijde gewaarborgd blijven. Kan de regering
dit bevestigen?
Zoals de Minister van Financiën heeft aangegeven in zijn brief van 7 december 2018
over de rol, gebruik en acceptatie van contant geld in Nederland, hecht het kabinet
grote waarde aan het functioneren van contant geld als betaalmiddel in de samenleving.1 De toegang tot contant geld dient op orde te zijn en in evenwicht te zijn met de
maatschappelijke vraag. De ontwikkelingen in het functioneren van contant geld en
de maatschappelijke reacties hierop worden periodiek gemonitord door de Minister,
in samenspraak met DNB en het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB). De Minister
van Financiën onderschrijft de aanbevelingen van het MOB om het functioneren van contante
betaalmiddelen aan de markt over te laten, maar bij te sturen wanneer de goede werking
ervan in het geding zou kunnen komen. Zo wordt voorkomen dat ongemerkt een point of
no return wordt gepasseerd.
Kan de regering toelichten hoe het aanbestedingsproces eruit komt te zien? Hoe lang
is de aanbestedingstermijn en heeft de regering garanties dat de aanbesteding zonder
problemen gaat verlopen? De leden van de VVD-fractie vragen voorts of mogelijke problemen
bij de aanbesteding gevolgen kunnen hebben voor de datum van inwerkingtreding of voor
de wetswijziging zelf.
De aanbesteding verloopt in twee fases. De eerste fase, waarin producenten hun interesse
om in te inschrijven kunnen aangeven, is inmiddels voltooid. De tweede fase begint
eind juni. De potentieel geïnteresseerden geven in deze fase aan voor welke prijs
zij de opdrachten willen doen. Naar verwachting kan in het najaar het contract met
de winnende partij worden ondertekend. Het aanbestedingsproces zal geen invloed hebben
op de inwerkingtreding van de wetswijziging. Artikel 2 van de Muntwet 2002 voorziet
al in de bevoegdheid voor de Staat om de productie aan te besteden. De in dit voorstel
opgenomen wijzigingen die met oog op de aanbesteding zijn gedaan zien op de mogelijkheid
om de beeldenaars van de munten los te koppelen van het huidige munthuis, KNM.
2.3 Beleggingsmunten
De leden van de VVD-fractie vragen waarom er geen beleggingsmunten zijn uitgegeven.
Kwam dit door het gebrek aan vraag, de kwaliteit van de munten of door andere oorzaken?
Zo indien er andere oorzaken zijn, welke zijn dat?
Bij de invoering van belegginsmunten schreef de regering dat er onder munthandelaren
vraag was naar beleggingsmunten2. Desondanks is er geen enkele beleggingsmunt geslagen. De leden van de D66-fractie
vragen wat hiervan de oorzaak is en wat de achterblijvende vraag naar deze munten
verklaart.
Gebleken is dat het uitgeven van beleggingsmunten door de staat geen toegevoegde waarde
heeft gehad ten opzichte van de bestaande markt voor beleggingsobjecten in edelmetaal,
zoals bullion coins en metaalbaren. Ook speelt mee dat de vraag naar beleggingsmunten
destijds wellicht te hoog is ingeschat vanwege het feit dat er in Nederland reeds
dukaten worden uitgegeven.
2.4 Munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel (dukaten)
2.5 Verwijzingen naar KNM
Heeft DNB voldoende capaciteit om het aanbestedingsproces van munten vanaf 2020 in
goede banen te leiden, vragen de leden van de VVD-fractie.
De voorbereidingsfase van de aanbesteding is reeds afgerond. Van capaciteitsgebrek
is gedurende deze periode geen sprake geweest. Dit najaar zal de tweede fase worden
afgerond.
3. Financiële gevolgen en administratieve lasten
4. Consultatie
De leden van de VVD-fractie vragen of het wetsvoorstel gevolgen heeft voor samenstelling
van de Muntadviescommissie.
In de internetconsultatie werd opgemerkt dat de samenstelling van de muntadviescommissie
gewijzigd zou moeten worden gezien de privatisering van de KNM. De leden van de D66-fractie
vragen of de regering van plan is om de samenstelling van de muntadviescommissie te
wijzigen en zo ja, wie hierin zitting zal nemen.
In voorbereiding op de aanbesteding is in maart 2019 het Besluit Muntadviescommissie
2019 vastgesteld.3 Om de onafhankelijkheid van de muntadviescommissie te bewaren is de samenstelling
van de commissie gewijzigd. Het lid dat namens KNM zitting nam in de commissie is
vervangen door een vertegenwoordiger van DNB. Voor het overige is de samenstelling
van de commissie ongewijzigd gebleven. De commissie wordt voorgezeten door het hoofd
van de afdeling Institutioneel Beleid en Integriteit van het Ministerie van Financiën.
De vijf overige leden van de commissie bestaan in ieder geval, naast de vertegenwoordiger
van DNB, uit een numismaat en een beeldend kunstenaar. Voor de periode van 1 maart
2019 tot en met 31 december 2021 zijn, naast de voorzitter, benoemd:
a. de heer mr. M. Bloemendal (numismaat);
b. de heer drs. E.O.G.J. van Haeften (vertegenwoordiger van De Nederlandsche Bank);
c. de heer S. Michiels (beeldend kunstenaar);
d. mevrouw drs. E.M.W.A. van Odijk (voormalig directeur Rijksakademie van beeldende kunsten
te Amsterdam);
e. de heer A. Pott (beeldend kunstenaar).
De Staatssecretaris van Financiën,
M. Snel
Indieners
M. Snel, staatssecretaris van Financiën