Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
35 210 XIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 28 juni 2019
De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm
van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 11 juni 2019 voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en
Klimaat. Bij brief van 27 juni 2019 zijn ze door de Minister van Economische Zaken
en Klimaat beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, Diks
De griffier van de commissie, Nava
1
Waarom staat er niets over de versterkingsaanpak in Groningen in de voorjaarsnota?
Zijn hier geen uitvoeringskosten van?
Antwoord
Ten aanzien van versterken betaalt NAM alles wat nodig is om een gebouw aan de wettelijke
veiligheidsnorm te laten voldoen. Dit is afgesproken in het Akkoord op Hoofdlijnen
(AoH) met Shell en ExxonMobil en geformaliseerd in een overeenkomst met de NAM.
In 2019 lopen de financiële betaalstromen voor de versterking nog via het CVW en de
NAM. Wel is al besloten om nu de aansturing van de versterkingsoperatie geheel publiek
te maken en de rol van NAM te beperken.
Vanaf 1 januari 2020 gaat de versterking ook financieel via de rijksbegroting lopen
en worden bij VJN 2020 ramingen opgenomen voor de kosten voor de versterking en de
kosten voor de uitvoeringsorganisatie. Beide kostenposten blijven betaald worden door
de NAM en worden op declaratiebasis aan de NAM doorbelast. Zodra de wetgeving voor
versterken inwerking is getreden, betaalt NAM niet langer op basis van overeenkomsten,
maar leg ik NAM een wettelijke heffing op.
2
Kan de regering toelichten of het toevoegen van 20,3 miljoen euro budget om de tekorten
op de uitvoeringskosten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) te dekken
structureel is? Zo nee, bestaat het risico dat de RVO de komende jaren weer tekorten
op zal lopen?
Antwoord
Van de € 20,3 mln die is toegevoegd aan het budget voor de uitvoeringskosten voor
de RVO, is € 9,7 mln structureel. Aangezien de opdracht aan de RVO voor de komende
jaren nog niet is vastgesteld, is het nog niet mogelijk om een uitspraak te doen over
mogelijke toekomstige gewenste aanvullingen van budgetten voor opdrachten aan de RVO.
In het algemeen is voor opdrachten aan de RVO die een structureel karakter hebben,
structureel budget beschikbaar op de bijdrage aan de RVO. Voor aanvullende opdrachten,
die nieuw zijn of niet structureel van aard, wordt gedurende het begrotingsjaar aanvullend
budget beschikbaar gesteld. Er is derhalve geen sprake van een «tekort», maar wel
van extra budget op grond van aanvullende opdrachten.
3
Kan een toelichting worden gegeven waarom de post «regeldruk» is afgenomen met 167.000
euro?
Antwoord
De middelen zijn ingezet voor het regeldrukbeleid via een opdracht aan DICTU voor
beheer en doorontwikkeling van het Regeldruksysteem. De middelen voor het regeldrukbeleid
komen dus uit de bijdrage aan DICTU.
4
Kan een toelichting worden gegeven waarom de post «Kamer van Koophandel» is toegenomen
met 476.000 euro?
Antwoord
De toename van € 476.000 betreft de vergoeding namens het CBS voor het gebruik van
het handelsregister en een bijdrage (conform de afspraken rondom inputfinanciering)
vanuit J&V voor gebruik van handelsregistergegevens in zowel 2018 als in 2019.
5
Indien de verhoging van de post «Kamer van Koophandel» verklaard kan worden door toegenomen
personeelskosten, kan een uiteenzetting worden gegeven naar het aantal projecten en
daarbij gepaard gaande fte?
Antwoord
Er is hier geen verband met extra loonkosten bij de Kamer van Koophandel, maar sprake
van vergoedingen voor gebruik van het handelsregister, die via de begroting van EZK
lopen.
6
Kan een toelichting worden gegeven waarom de post «externe inhuur» van de Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland is toegenomen? Kan daarbij worden aangegeven met welke
projecten de verhoging verband houdt en daarmee gepaard gaande fte?
Antwoord
De toename van de post «externe inhuur» wordt voornamelijk veroorzaakt door de «flexibele
schil», waarmee ingespeeld kan worden op fluctuaties in het gevarieerde opdrachtenpakket
dat RVO.nl uitvoert en opdrachten waarvoor gespecialiseerde kennis nodig is. Zo is
bijvoorbeeld bij de 1e suppletoire begroting de opdracht van de Tijdelijke Commissie
Mijnbouwschade Groningen voor de schadeafhandeling met € 53,0 mln gestegen, wat voor
een belangrijk deel met externe krachten is ingevuld.
7
Wat is de reden van de toename van de post «bijdrage aan SSO» van de RVO?
Antwoord
De bijdrage aan Shared Service Organisaties (SSO’s) omvat o.a. de bijdragen aan DICTU
en het RVB en bestaat voornamelijk uit directe materiële kosten welke verband houden
met de uitvoering van opdrachten. Als gevolg van een groter opdrachtenpakket ten tijde
van de 1e suppletoire begroting is met name de bijdrage aan DICTU als onderdeel van
de post «bijdrage aan SSO’s» gestegen.
8
Op welke manier worden de kosten voor schadeafhandeling en versterking verhaald op
de NAM? Hoe wordt dit in begrotingen weergegeven?
Antwoord
De kosten voor schadevergoedingen en uitvoeringskosten worden sinds 19 maart 2018
op declaratiebasis per 3 maanden achteraf doorbelast aan de NAM. Hiervoor zijn in
de begroting ramingen opgenomen. Deze ramingen voor schade zijn omgeven met de nodige
onzekerheden omdat de verwachting is dat de aangekondigde stuwmeerregeling invloed
zal hebben op de uitvoeringskosten. Daarnaast is de inzet dat de TCMG en vanaf 1 januari
2020 het Instituut Mijnbouwschade Groningen ook andere vormen van schade gaat afhandelen.
Hier geldt ook dat zodra de wetgeving voor schade inwerking is getreden, de NAM niet
langer betaalt op basis van overeenkomsten, maar op basis van een wettelijke heffing.
Versterking heb ik toegelicht in de beantwoording van vraag 1.
9
Om welke opdrachten, in het licht van de verhoging van het budget voor Agentschap
Telecom met 4,1 miljoen euro, waarvan 2,7 miljoen euro is bestemd voor de verhoging
van de jaarlijkse opdrachten aan het agentschap, gaat het hier?
Antwoord
De verhoging van het budget betreft geen aanvullende opdracht. Om kostendekkend te
kunnen opereren zijn de tarieven van Agentschap Telecom (AT) gestegen, met als gevolg
dat het budget voor AT is verhoogd.
10
Waarom zijn niet alle middelen van het meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen
benut? Kan de regering dit uitsplitsen per onderdeel? Welke verbeteringen zijn aangebracht
om onderbenutting in de toekomst te voorkomen?
Antwoord
De niet-benutte middelen waarover de vraag wordt gesteld zijn als volgt:
Onderdeel
Onderbenutting 2018 (x mln €)
Regeling Verduurzaming
16,3
Fonds achterstallig onderhoud
3,8
Onderzoeksbudget
4,9
Werkbudget NCG
3,2
De regeling Verduurzaming financiert de waardevermeerderingsregeling waarbij bij een
schade van € 1.000 of meer een subsidie beschikbaar is tot maximaal € 4.000 ten behoeve
van het verduurzamen van de woning. Deze regeling is gekoppeld aan de schademeldingen.
Vanaf 31 maart 2017 tot 19 maart 2018 heeft de schadeafhandeling stilgelegen vanwege
het opstellen van een nieuw schadeprotocol. Op 19 maart 2018 heeft de TCMG de schadeafhandeling
overgenomen. Vanaf die datum is de afhandeling weer op gang gekomen. Vanaf december
2018 is de schadeafhandeling versneld door de inhuur van grotere aantallen schade-experts.
Vanwege dit vertraagde proces van schadeafhandeling zijn er in 2017 en 2018 nauwelijks
aanvragen gedaan voor de waardevermeerderingsregeling. Hierdoor liepen de uitgaven
sterk achter.
Tijdens het bestuurlijk overleg van 5 juni jl. zijn de onorthodoxe maatregelen afgesproken
om het stuwmeer aan schademeldingen weg te werken (Kamerstuk 33 529, nr. 644). De verwachting is dat daarmee ook de onderuitputting op deze aan schade gekoppelde
waardevermeerderingsregeling wordt weggewerkt. Ook zijn er versnellingsmaatregelen
afgesproken om meer tempo te kunnen maken in de versterkingsoperatie. Daarmee zullen
de uitgaven voor verduurzaming bij versterken toenemen.
Het Fonds achterstallig onderhoud maakt onderdeel uit van het instrumentarium woningmarkt
en bevat de middelen die beschikbaar zijn voor de operationele kosten van het Woonbedrijf.
Het Woonbedrijf is pas in 2019 statutair opgericht. Er zijn daarom in 2018 minder
uitgaven gedaan. Vanwege de oprichting van het Woonbedrijf begin 2019 wordt het budget
dit jaar naar verwachting wel benut.
Er is minder onderzoeksbudget uitgegeven dan geraamd. De onderbenutting van het onderzoeksbudget
kan deels verklaard worden uit in 2018 aangegane verplichtingen die pas dit jaar tot
uitbetaling leiden. Daarnaast zijn bepaalde onderzoeken nog niet van de grond gekomen.
De verwachting is eveneens dat de in 2018 opgezette kennisplatforms dit jaar tot meer
uitgaven gaan leiden.
Het werkbudget NCG hield voornamelijk middelen over vanwege een incidentele bijdrage
van de NAM à € 10 mln. Onder andere vanwege deze incidentele bijdrage kon aanvullend
budget beschikbaar worden gesteld voor personeel en materiaal bij de NCG (deze mogelijkheid
wordt genoemd in de begroting). In 2018 is hiervan gebruik gemaakt door € 6,7 mln
van het werkbudget hiervoor in te zetten. In 2019 wordt begonnen met de omvorming
van de NCG naar de nieuwe uitvoeringsorganisatie voor de versterkingsoperatie. Vanwege
voorgenoemde mogelijkheid tot aanvullend budget voor personeel en materieel in combinatie
met de reguliere uitgaven van het werkbudget (bijvoorbeeld bijdragen aan maatschappelijke
organisaties en validatiekosten voor versterkingsprogramma etc.) is de verwachting
dat in 2019 het hele werkbudget zal worden aangewend.
11
Kan de regering aangeven hoe de hoger dan verwachte ETS opbrengsten worden besteed?
Worden opbrengsten van de veiling van ETS-rechten in Nederland voor een deel besteed
aan verduurzaming zoals beschreven staat in de ETS-richtlijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het Nederlandse begrotingsbeleid kent een strikte scheiding tussen inkomsten en uitgaven.
Als gevolg hiervan leiden meevallende inkomsten, bijvoorbeeld door een hogere ETS-prijs,
niet tot hogere uitgaven. De hoger dan verwachte ETS opbrengsten worden dus niet aan
een specifiek doel besteed.
12
Waarom zijn er zulke verschillen tussen de inschatting van het gebruik van de SDE+-regeling
en het daadwerkelijke gebruik? Hoe gaat de regering dit in de toekomst verbeteren?
Antwoord
Aan het begin van iedere kabinetsperiode worden de ODE inkomstenreeks en de SDE+ uitgavenreeks,
geraamd op basis van de op dat moment beschikbare informatie, vastgesteld. Deze worden
tussentijds niet gewijzigd, om een consistent beleid te kunnen voeren en meevallers
in de SDE+-uitgaven te kunnen behouden voor de energietransitie. De daadwerkelijke
uitgaven voor de SDE+-regeling zijn afhankelijk van veel factoren die allemaal fluctueren
zoals de energieprijs, basisbedragen, energieproductie en de geplande ingebruikname
van installaties. Door het gebruik van een meerjarige raming en veel fluctuerende
factoren zullen de uitgaven in de praktijk altijd afwijken van de raming. Om deze
reden bestaat de begrotingsreserve, hierdoor kan in het geval van lagere uitgaven
het geld behouden blijven voor toekomstige duurzame energieproductie.
13
Hoe heeft de regering bepaald dat met de begrotingsreserve van 500 miljoen euro het
doel dat voortkomt uit het Urgendavonnis wordt gehaald? Hoe zeker is de regering dat
het doel wordt gehaald?
Antwoord
Bij de instelling van de begrotingsreserve bij de Najaarsnota 2018 was duidelijk dat
het kabinet de CO2-reductie op de korte termijn wilde versnellen, maar was niet duidelijk welke maatregelen
het zou treffen en wat de kosten hiervan zouden zijn. Omdat de aard en timing van
de aanvullende maatregelen onzeker waren is gekozen voor een begrotingsreserve, en
als gevolg daarvan was ook niet duidelijk hoe snel en hoeveel CO2-reductie hiermee kan worden bewerkstelligd.
Over de voorgenomen besteding van de begrotingsreserve en de CO2-reductie die hiermee wordt bewerkstelligd, zal u op een later moment worden geïnformeerd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
L.I. Diks, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat -
Mede ondertekenaar
D.S. Nava, griffier