Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen over de wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2018 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota) (Kamerstuk 35095-VI)
2018D58615 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen voorgelegd
aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de wijziging van de begrotingsstaten
van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2018 (wijziging samenhangende
met de Najaarsnota) (Kamerstuk 35 095 VI).
De voorzitter van de commissie, Van Meenen
De griffier van de commissie, Hessing-Puts
Nr.
Vraag
1
Hoe worden de middelen voor de detectie van criminele geldstromen en wapenhandel via
het darkweb verdeeld, zoals omschreven in de Verticale Toelichting Najaarsnota 2018
bij de uitgaven van het ministerie Justitie en Veiligheid? Wat gebeurt er met dat
geld?
2
Welke verschillen in samenstelling van het personeelsbestand spelen een rol bij de
verdeling van middelen over de eenheden en hoe sluit dit aan op de benodigde eenmalige
impuls voor lokale capaciteitsvraagstukken?
3
Wat wordt bedoeld met de zin: «De bijzondere baten (E 78,2 miljoen euro) hebben betrekking
op de meeropbrengsten uit verhuur en winsten van voormalige Dienst Justitiële Inrichtingen-panden
(DJI-panden) (Motie-Van der Steur c.s., Kamerstuk 24 587, nr. 542).»?
4
Hoe verklaart u het verschil van 2 miljoen euro tussen hetgeen van de aanvullende
post B5 politie is gehaald (54 miljoen euro) en het bedrag dat voor B5 politie van
de aanvullende post op artikel 31 van de begroting van het Ministerie van Justitie
en Veiligheid terecht is gekomen (52 miljoen euro)?
5
Kunt u uiteenzetten (in lijn met het bestedingsplan) hoe de resterende middelen van
de aanvullende post voor B5 politie die bij Najaarsnota aan de begroting van het Ministerie
van Justitie en Veiligheid zijn toegevoegd doelmatig en doeltreffend zullen worden
besteed, terwijl bijvoorbeeld nog onduidelijk is hoe deze middelen op lokaal niveau
zullen worden besteed?
6
Waarop is de verhoogde raming gebaseerd? Hoe kan het dat die ten tijde van de begroting
niet voorzien was?
7
Waarom moet aandacht worden besteed aan de verbetering van de registratie van de opbrengsten
bij het openbaar ministerie (OM) en de Belastingdienst? Wat schortte hieraan?
8
Hoe verklaart u de langere verblijfsduur in forensische instellingen van de Dienst
Justitiële Inrichtingen (DJI)?
9
Hoe verklaart u het lagere aantal toevoegingen bij de rechtsbijstand dan begroot?
Is sprake van een dalende trend?
10
In hoeverre heeft u in de departementale begroting voor 2019 rekening gehouden met
het afnemende aantal toevoegingen bij de rechtsbijstand?
11
Wat is de oorzaak van het tekort van ruim 10 miljoen euro dat verwacht wordt op het
ICT-budget van het openbaar ministerie (OM)?
12
Welke gevolgen heeft het tekort van ruim 10 miljoen euro dat verwacht wordt op het
ICT-budget van het OM voor de opsporing en vervolging?
13
Wat zijn de gevolgen voor het werk van het OM als het gaat om het tekort van ruim
10 miljoen euro? Hoe wordt dit probleem opgelost?
14
In hoeverre verwacht u dat het OM in staat is het tekort op haar ICT-budget voor 2018
te beheersen? Wat doet u om daar zekerheid over te krijgen?
15
Welke gevolgen heeft het tekort op het ICT-budget van het OM voor de departementale
begroting voor 2019?
16
Welke gevolgen heeft de kasschuif op afpakken voor de realisatie van de verwachte
doelen voor afpakken en de afpakopbrengsten in de periode 2018–2022?
17
In hoeverre bestaat de 30 miljoen euro die vanuit de aanvullende post van de Rijksbegroting
wordt bijgeschreven op de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid
voor de aanpak van het afpakken van crimineel vermogen uit Regeerakkoordmiddelen voor
veiligheid, dan wel uit andere middelen?
18
Waaraan wordt de 30 miljoen euro die vanuit de aanvullende post van de Rijksbegroting
wordt bijgeschreven op de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid
voor de aanpak van het afpakken van crimineel vermogen in 2018 precies besteed en
door wie?
19
Klopt het dat er sinds de Miljoenennota van 2017 sprake is van tegenvallers bij «afpakken,
boeten en transacties Justitie en Veiligheid», de schikking met ING buiten beschouwing
gelaten?
20
Kunt u toelichten waarom de ramingen van «afpakken, boeten en transacties Justitie
en Veiligheid» sinds 2017 structureel lijken tegen te vallen?
21
Hoe verklaart u de tegenvallende «kleine afpakopbrengsten»? Heeft dit gevolgen voor
de verwachte afpakopbrengsten in de komende jaren?
22
Kunt u een overzicht geven van de verwachte en gerealiseerde afpakopbrengsten over
de jaren 2014 tot en met 2019? Hoe verklaart u dat de realisatie steeds achter blijft
bij de verwachting?
23
Wat is het effect van de voorgenomen verlaging van lage griffierechten op de te verwachten
zaakstroom bij de gerechten?
24
Kunt u een uitleg geven bij de cijferreeks achter CCV: 695; 705; 0; – 705; 0?
25
Hoeveel eigen vermogen heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) nu nog? Geldt
dat als reserve?
26
Hoeveel eigen vermogen heeft het Centraal Orgaan opvang en Asielzoekers (COA) nu nog?
Geldt dat als reserve?
27
Hoe hoog zijn de kosten voor het opnieuw zoeken naar extra locaties voor het COA?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.H. van Meenen, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.