Voorstel van wet : Voorstel van wet
35 072 Aanpassing van wetten betreffende geldelijke voorzieningen van leden en gewezen leden van de Staten-Generaal en van hun nabestaanden in verband met invoering van de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter invoering van de Wet normalisering
rechtspositie ambtenaren wenselijk is wetten aan te passen die de geldelijke voorzieningen
van leden en gewezen leden van de Staten-Generaal en van hun nabestaanden regelen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 53, derde lid, komt te luiden:
3. Indien voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam
zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve
arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt de berekeningsgrondslag,
eventueel verhoogd ingevolge het tweede lid, voor de toepassing van het eerste lid
met ingang van het tijdstip van ingang van die loonswijziging door Onze Minister overeenkomstig
de wijziging aangepast.
B
In artikel 74a, tweede lid, wordt «werkzaam in de sector Rijk» vervangen door «die
krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties».
C
In artikel 105, eerste lid, wordt «bezoldigingswijziging» vervangen door «loonswijziging»
en wordt «die werkzaam is geweest in de sector Rijk» vervangen door «die werkzaam
is geweest bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties».
ARTIKEL II
De Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «voor het burgerlijk rijkspersoneel» vervangen door «dat
in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen voor de ambtenaren die krachtens
een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties».
2. In het tweede lid wordt «Indien de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel
wordt gewijzigd en wordt bepaald dat» vervangen door «Indien voor de ambtenaren die
krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een
wijziging van het loon is overeengekomen en daarbij is bepaald dat».
B
In artikel 2a, eerste lid, wordt «Indien aan het burgerlijk rijkspersoneel een eenmalige
uitkering wordt toegekend en wordt bepaald» vervangen door «Indien voor de ambtenaren,
bedoeld in het tweede lid, in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen
dat zij een eenmalige uitkering ontvangen en daarbij is bepaald dat».
C
In artikel 2b, eerste zin, wordt «overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor
het burgerlijk rijkspersoneel zijn vastgesteld» vervangen door «op de voet van hetgeen
daaromtrent voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat
werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in
een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen».
D
In artikel 7, derde lid, wordt «die geldt voor het burgerlijk rijkspersoneel» vervangen
door «die in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen voor de ambtenaren
die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties».
E
In artikel 8, tweede lid, wordt «de som van de voor dienstreizen van het burgerlijk
rijkspersoneel vastgestelde bedragen» telkens vervangen door «de som van de voor dienstreizen
van ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij
het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst
overeengekomen bedragen».
ARTIKEL III
De Wet vergoedingen leden Eerste Kamer wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 5 wordt «overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor het burgerlijk
rijkspersoneel zijn vastgesteld» vervangen door «op de voet van hetgeen daaromtrent
voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn
bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve
arbeidsovereenkomst is overeengekomen».
B
In artikel 6, eerste lid, wordt «Indien aan het burgerlijk rijkspersoneel een eenmalige
uitkering wordt toegekend en wordt bepaald, dat» vervangen door «Indien voor de ambtenaren
die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst
een eenmalige uitkering is overeengekomen en daarbij is bepaald dat».
C
In artikel 12, eerste lid, wordt «overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor
het burgerlijk rijkspersoneel zijn vastgesteld» vervangen door «op de voet van hetgeen
daaromtrent voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat
werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in
een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen» en wordt «het voor het burgerlijk
rijkspersoneel geldende percentage» vervangen door «het voor die ambtenaren in een
collectieve arbeidsovereenkomst overeengekomen percentage».
D
In artikel 17, tweede lid, wordt «die geldt voor het burgerlijk rijkspersoneel voor
dienstreizen» vervangen door «die voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst
met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
voor dienstreizen in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen».
E
In artikel 18, derde lid, wordt «voor het burgerlijk rijkspersoneel vastgestelde»
vervangen door «voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat
werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in
een collectieve arbeidsovereenkomst overeengekomen».
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet normalisering
rechtspositie ambtenaren in werking treedt.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| VVD | 33 | Voor |
| PVV | 20 | Voor |
| CDA | 19 | Voor |
| D66 | 19 | Voor |
| GroenLinks | 14 | Voor |
| SP | 14 | Voor |
| PvdA | 9 | Voor |
| ChristenUnie | 5 | Voor |
| PvdD | 5 | Voor |
| 50PLUS | 4 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Voor |
| FVD | 2 | Voor |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.