Voorstel van wet : Voorstel van wet
35 056 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 teneinde te voorzien in een wettelijke basis voor de staandehouding, overbrenging en ophouding met het oog op inbewaringstelling van Dublinclaimanten en vreemdelingen aan wie tijdens een verblijfsprocedure rechtmatig verblijf wordt toegekend
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een basis in de wet op
te nemen voor de staandehouding, overbrenging en ophouding met het oog op inbewaringstelling
van Dublinclaimanten en vreemdelingen aan wie tijdens de verblijfsprocedure rechtmatig
verblijf wordt toegekend;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Vreemdelingenwet 2000 wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 50 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 50a
1. De ambtenaren belast met de grensbewaking en de ambtenaren belast met het toezicht
op vreemdelingen, zijn bevoegd een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld
in artikel 8, aanhef en onder f tot en met h en m staande te houden, over te brengen
naar een plaats bestemd voor verhoor en aldaar op te houden, indien dit nodig is voor
de voorbereiding van een besluit omtrent inbewaringstelling van de vreemdeling op
grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, 59a of 59b. De ophouding duurt
ten hoogste zes uren, met dien verstande dat de tijd tussen middernacht en negen uur
voormiddags niet wordt meegerekend.
2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd de opgehouden persoon aan diens
kleding of lichaam te onderzoeken, alsmede zaken van deze persoon te doorzoeken.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven omtrent de toepassing
van de voorgaande leden van dit artikel.
B
In artikel 77, tweede lid, wordt «50, tweede, derde en vierde lid» vervangen door
«50, tweede, derde en vierde lid, en tegen de ophouding op grond van artikel 50a,
eerste lid».
C
In artikel 93, eerste lid, wordt na «de ophouding en de verlenging van de ophouding
bedoeld in artikel 50, tweede, derde en vierde lid,» ingevoegd «de ophouding bedoeld
in artikel 50a, eerste lid,».
ARTIKEL II
1. Indien het bij koninklijke boodschap van 30 september 2015 ingediende voorstel van
wet houdende regels met betrekking tot de terugkeer van vreemdelingen en vreemdelingenbewaring
(Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, 34 309) tot wet is of wordt verheven en artikel 99, onderdelen M, N en O van die wet eerder
in werking treden of zijn getreden dan artikel I onderdeel A van deze wet, wordt in
artikel I onderdeel A van deze wet «artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, 59a
of 59b» vervangen door «artikel 59a, 59b of 59c» en wordt «De ophouding duurt ten
hoogste zes uren» vervangen door «De ophouding duurt ten hoogste negen uren».
2. Indien het bij koninklijke boodschap van 30 september 2015 ingediende voorstel van
wet houdende regels met betrekking tot de terugkeer van vreemdelingen en vreemdelingenbewaring
(Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, 34 309) tot wet is of wordt verheven en artikel 99, onderdelen M, N en O van die wet later
in werking treden dan artikel I onderdeel A van deze wet, wordt aan artikel 99 van
die wet een onderdeel toegevoegd luidende
Da
In artikel 50a, eerste lid, wordt «artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, 59a
of 59b» vervangen door «artikel 59a, 59b of 59c» en wordt «De ophouding duurt ten
hoogste zes uren» vervangen door «De ophouding duurt ten hoogste negen uren».
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.