Verslag van een wetgevingsoverleg : Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 26 januari 2026 over het begrotingsonderdeel Herstel Groningen
36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026
Nr. 89 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Vastgesteld 13 maart 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft op 26 januari 2026 overleg gevoerd
met de heer Van Marum, Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
over:
– het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (Kamerstuk 36 800 VII).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van Eijk
De griffier van de commissie, Honsbeek
Voorzitter: Van Eijk
Griffier: Van der Haas
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Armut, Beckerman, Bushoff, Clemminck,
Van Eijk, Den Hollander, Kops, Köse en Vermeer,
en de heer Van Marum, Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Aanvang 15.01 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag, allemaal. Welkom bij de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken. Aan
de orde is vandaag het wetgevingsoverleg over het begrotingsonderdeel Herstel Groningen.
Ik heet de bewindspersoon, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
de heer Van Marum, van harte welkom.
Ook welkom aan de leden. U heeft aangegeven hoeveel spreektijd u ongeveer denkt te
gaan gebruiken. Ik wil u vriendelijk verzoeken in ieder geval te proberen om u zich
daaraan te houden. Het is wetgeving, dus ik zal geen beperking stellen aan het aantal
interrupties. Probeer ze wel kort en bondig en in maximaal drie instanties te doen.
Ik zou u zelfs willen aanmoedigen om de interrupties te bewaren voor de termijn van
de bewindspersoon. Ik denk dat u daar als Kamer het meeste aan heeft.
We gaan van start. We houden de volgorde aan waarin we zitten. De heer Vermeer heeft
aangegeven uiterlijk om 16.45 uur de vergadering te moeten verlaten. Mocht blijken
dat zijn inbreng daardoor in het gedrang komt, dan proberen we op het einde even iets
te schuiven. We zorgen er dus in ieder geval voor dat iedereen zijn inbreng kan leveren.
We gaan gewoon starten en kijken hoe snel het verloopt. Ik geef het woord aan de heer
Bushoff voor zijn termijn.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Gisteren rond deze tijd zat ik in de Euroborg. Ik kan nu gewoon
ophouden! Nee, grapje. Het was er verschrikkelijk koud, maar goed gekleed en vol goede
moed ging ik daarnaartoe. Ik had het idee: met die drie punten komt het wel goed.
Nou, dat kwam niet goed. Ik kan het de aankomende coalitie natuurlijk niet aanrekenen
dat FC niet drie punten heeft binnengehaald, maar, zeg ik erbij, ik zou de aankomende
coalitiepartijen eigenlijk wel op het hart willen drukken: hoewel jullie er niet voor
kunnen zorgen dat Groningen wint, kunnen jullie er wel voor zorgen dat Groningers
en de gedupeerden van de gaswinning de komende periode niet gaan verliezen. Er zijn
nog heel veel mensen, duizenden, die wachten op versterking of schadeherstel, er wordt
nog gas gewonnen uit de kleine gasvelden en de ongelijkheid groeit. In dat licht hebben
jullie de kans om nu ook echt doorbraken te realiseren. Verspil die kans niet.
Er is ook wel wat urgentie bij geboden. Ik wil dat vandaag graag illustreren aan de
hand van enkele voorbeelden. Ik wil vandaag graag vier onderwerpen aanstippen. Het
eerste wat ik wil benoemen, is dat de tijd van wachten niet gratis is. In het vorige
debat haalde ik zelf al het voorbeeld aan van een ouder echtpaar dat eigen geld heeft
moeten inleggen voor de sloop van hun woning. Na een jarenlange strijd kregen zij
een deel daarvan terug, maar eigenlijk was het te laat. Collega Beckerman gaf het
voorbeeld van een 95-jarige man die nog twee jaar langer moest wachten op duidelijkheid.
Dat zijn schrijnende voorbeelden, die niet op zichzelf staan. Zo interviewde Dagblad
van het Noorden zes jaar geleden al gedupeerden van de gaswinning in de serie Ik wacht.
Nu blijkt dat zes jaar later 70% van de mensen die nog steeds in dezelfde woning zitten,
nog steeds wacht. De gemiddelde wachttijd is negen jaar. Dat geeft maar eens aan hoe
urgent het is om die doorbraken echt te realiseren en hoe groot de verantwoordelijkheid
van een nieuwe coalitie is.
Voorzitter. Laat ik daar alvast één voorstel aan toevoegen. Op dit moment zijn zeker
honderden zaken van mensen echt compleet vastgelopen. Het gaat om heel lang lopende
zaken die heel moeilijk zijn. Juist voor deze mensen is het, denk ik, nodig dat er
zo snel mogelijk perspectief komt en dat zij geholpen worden. Daarvoor is er een herstelagenda
opgesteld. Dat is, denk ik, een goede zaak. Die agenda zou ervoor moeten zorgen dat
de verschillende partijen, IMG, NCG en gemeentes, bij elkaar aan tafel gaan zitten
om de langstlopende zaken ook echt op te lossen. Maar ik krijg het idee, ook als ik
kijk naar de beantwoording van de Staatssecretaris van vragen hierover uit eerdere
debatten, dat dat nog niet helemaal zo loopt als je zou willen. Dat komt mede doordat
het eigenlijk ontbreekt aan iemand die de verantwoordelijkheid heeft en die iedereen
die daar aan tafel zit bij elkaar kan zetten en zegt: we gaan niet eerder deze kamer
uit dan dat het geregeld is voor de langstlopende zaken waar we het vandaag over hebben.
Ik vraag de Staatssecretaris dan ook of hij het beeld dat ik schets herkent en of
hij de urgentie voelt dat daar iemand voor aangesteld moet worden die die doorbraken
kan forceren.
Voorzitter. Dan over ongelijkheid. We lazen volgens mij vandaag in het dagblad over
mensen in Appingedam. Toevallig – nou, eigenlijk is dat niet toevallig – ging het
over de straat waar ik recentelijk zelf ook nog ben geweest. Mensen moeten via via
horen dat hun buren complete nieuwbouw krijgen. Zijzelf horen via via dat er niks
gebeurt aan hun woning. Althans, ze weten eigenlijk niet precies wat er gebeurt aan
hun woning. Dit voorbeeld staat niet op zichzelf, want er zijn tal van dit soort voorbeelden,
bijvoorbeeld in Appingedam, in Ten Boer of in Loppersum. Het is natuurlijk schrijnend
dat mensen via via moeten horen wat er wel of niet aan hun huis gebeurt, maar daarnaast
is het ergste natuurlijk dat die ongelijkheid zorgt voor scheuren in gemeenschappen.
Mensen kijken op een andere manier naar elkaar. Mensen hebben moeite om hierover te
spreken met hun buren, omdat ze zien hoe ongelijk ze behandeld worden. Die schrijnende
ongelijkheid moeten we tegengaan. Precies daarom was er het rapport-Van Geel, dat
zei: elke Groninger heeft recht op een veilig, schadevrij en verduurzaamd huis. Dat
moet het uitgangspunt zijn. Ik zou de nieuwe coalitie dan ook op het hart willen drukken:
doe die ereschuld aan Groningen recht, los die in door gehoor te geven aan de aanbevelingen
van de commissie-Van Geel en neem dat rapport over.
Voorzitter. Dan een tweede punt als het gaat om ongelijkheid, maatregel 29 uit Nij
Begun. Dat punt is al heel vaak hier voorbijgekomen, ook in de afgelopen debatten.
Samen met mijn collega, mevrouw Beckerman, heb ik ervoor gewaarschuwd dat de manier
waarop die maatregel nu is ingericht, ertoe kan leiden dat er nieuwe ongelijkheid
ontstaat en ook dat die manier te bureaucratisch zou zijn. We lezen vandaag ook weer
dat doordat er veel regels zijn rondom bijvoorbeeld zo'n verduurzamingsplan, de kans
levensgroot is dat er ellenlange wachttijden ontstaan voor mensen voordat zij in aanmerking
komen voor daadwerkelijke verduurzaming, omdat ze moeten wachten op zo'n verduurzamingsplan.
Dat kan niet de bedoeling zijn. Ik wil van de Staatssecretaris weten wat hij gaat
doen en welke interventie hij gaat plegen om te voorkomen dat deze ellenlange wachttijden
ook daadwerkelijk gaan ontstaan. Welke veranderingen is hij bereid om door te voeren?
Voorzitter. Dan over duurzaam herstel. Dat is nog zo'n maatregel waarvan ik denk dat
we met z'n allen hoopten en dachten: «Eindelijk. Eindelijk gaat het er komen. Dit
kan echt een verschil maken.» Natuurlijk hebben we het er al vaker over gehad dat
dat in beginsel nog niet liep. Een paar dagen geleden kregen we een brief met aanpassingen
van deze regeling. De vraag die bij mij bleef hangen over wat mij opviel, was de volgende.
Het drempelbedrag wordt verhoogd naar € 500.000. Dat is op zichzelf een goede zaak.
Want inderdaad, wat bleek nou uit de pilot die was gedaan? Dat het bedrag dat nodig
was om die woningen duurzaam te herstellen heel vaak hoger was dan het initiële gekozen
drempelbedrag van € 125.000. Maar, zo lezen we, het gebied waarop deze maatregel van
toepassing is wordt eigenlijk kleiner. Dan is de vraag die bij mij blijft hangen:
blijft het budget gelijk, ja of nee? Was dat het uitgangspunt, ja of nee?
Voorzitter, dan het derde punt waar ik bij stil zou willen staan. Dat gaat over vrijwilligers
en het verenigingsleven. Persoonlijk denk ik dat het verenigingsleven iets is om te
koesteren. Als we het hebben over leefbaarheid, juist in een regio als Groningen,
dan spelen verenigingen daarin een cruciale rol. Denk aan de voetbalvereniging, het
dorpshuis en noem maar op. We kunnen niet zonder ze als het over leefbaarheid gaat.
Nou is het probleem dat veel van deze verenigingen moeite hebben met het vinden van
vrijwilligers. Vrijwilligers geven logischerwijs vaak aan dat ze het er nu even niet
bij kunnen hebben vanwege alle ellende die ze door de gaswinning aan hun hoofd hebben.
Ik denk dat we dat probleem niet geheel kunnen wegnemen, maar we kunnen er wel alles
aan doen om de ellende van deze mensen te verminderen en zo snel mogelijk te zorgen
voor die veilige, schadevrije en duurzame huizen. Wat we ook nog zouden kunnen doen,
is deze mensen wellicht een klein stukje ontzorgen. We zouden hen met een vrijwilligersvergoeding
kunnen helpen zodat ze ietsjes meer tijd kunnen vrijmaken van hun werk om in het verenigingsleven
te steken. Het zou toch eeuwig zonde zijn als ook nog het verenigingsleven in Groningen
de dupe is van de gaswinningsellende? Daarom heb ik ook met enkele collega's een voorstel
ingediend om voor de vrijwilligers enige financiële ruimte en meer tijd te creëren,
zodat ze zich in het verenigingsleven kunnen storten.
Voorzitter, tot slot. Ik kan er niet omheen: aan de ene kant wordt er nog gas gewonnen
uit de kleine gasvelden – ik roep de nieuwe coalitie nogmaals op om geen nieuwe vergunningen
te verlenen en de gaswinning zo snel mogelijk af te bouwen – en aan de andere kant
is Shell nota bene weer een nieuwe arbitragezaak begonnen tegen de Nederlandse Staat.
Hoe is het mogelijk, vraag je je af. Shell vindt namelijk nog steeds dat het nog meer
geld van de Nederlandse Staat moet krijgen. Het is toch werkelijk ongelofelijk dat
ze vanuit elke holding die ze hebben, of het nu in Londen of in Brussel is, alles
proberen om de Nederlandse Staat een poot uit te draaien? Ik vind dat werkelijk waar
schaamteloos. Ik persisteer dan ook in mijn oproep om álles te doen om Shell en Exxon
te bestrijden, met elk middel dat we hebben, zodat ze alle rekeningen voor Groningers
voldoen. We moeten geen genoegen nemen met het feit dat ze ons telkens een poot proberen
uit te draaien.
Volgens mij ben ik ruim door mijn aangegeven spreektijd heen, voorzitter, dus hier
laat ik het bij.
De voorzitter:
Dat klopt. De heer Bushoff deed zijn inbreng namens de fractie van GroenLinks-PvdA.
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Beckerman, die haar inbreng doet
namens de fractie van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Normaal begin ik natuurlijk met een inleiding, maar nu begin ik met een
gekke vraag. Zou u even met deze dobbelsteen willen gooien? Ik kreeg dit weekend van
een gedupeerde Groninger het Versterkingsspel opgestuurd. Het spel laat meedogenloos
zien hoe kafkaësk de versterking nog steeds verloopt. Het doel is om op het laatste
vakje te komen, want dan start eindelijk je versterking. Maar kun je daar eigenlijk
ooit komen, is de vraag. Tussendoor trek je namelijk kaarten zoals deze: «U krijgt
een nieuwe bewonersbegeleider. U moet alles opnieuw vertellen. Ga terug naar start.»
«De planning van de versterking is uitgesteld. Ga vier vakjes terug.» «Aan u wordt
meegedeeld dat afwijking van beleid alleen mogelijk is binnen vastgestelde uitzonderingscriteria.
Ga twee vakjes achteruit.» «O! Er is een aardbeving. U meldt schade bij het IMG. Dat
is een ander traject. Ga terug naar start.» «Aan u wordt meegedeeld dat precedentwerking
is uitgesloten binnen dit beleid. Ga twee vakjes terug.» «O! De versterkingsaanpak
is gewijzigd. Ga weer terug naar start.» Bent u er al zat van? Nou, de bewoners ook.
Klinken de kaarten onbegrijpelijk? Dat is beleid, beleid dat we hier vandaag moeten
veranderen. Dit spel zal voor heel veel gedupeerden klinken als de realiteit vanwege
de bureaucratische waanzin, de bizarre ongelijkheid.
Dit spel komt van de bewoners van de Schipsloot in Loppersum. Misschien was de Staatssecretaris
er net als ik bij – ik denk het eigenlijk wel – in 2015 in de kerk van Loppersum.
Toen werd de start van de versterkingsoperatie aangekondigd. Loppersum zou als allereerste
aan de beurt zijn. En nu is het ruim tien jaar later en wachten de bewoners nog steeds.
Ze komen nu met de hele straat in actie. Terwijl zij in onzekerheid zitten, krijgen
de bewoners in de straat achter hen uit hetzelfde cluster wél duidelijkheid. Daar
krijgen veel bewoners nu sloop-nieuwbouw. Deze bewoners krijgen dat niet. Ze staan
al jaren stil. De realiteit is kafkaësk. De NCG, die belooft naast mensen te staan,
organiseert nadat bewoners aan de bel trekken een bewonersavond. Mooi, zou je denken,
maar er komt niet één NCG-medewerker opdagen. Bewoners worden weggezet als moeilijk
of emotioneel, terwijl volstrekt onduidelijk is wat dit beleid nou legitimeert en
waar het op gebaseerd is. Drie vragen zijn hier voor ons cruciaal.
Een. Erkent de Staatssecretaris dat er, in plaats van de ongelijkheid aan te pakken,
nog steeds heel veel ongelijkheid wordt gecreëerd? Vindt hij deze situatie, met zulke
ongelijkheid binnen een cluster, uitlegbaar? En kan hij heel precies aangeven of er
een vastgesteld kader is dat door de NCG wordt gehanteerd, waarop dit beleid is gebaseerd?
Twee. Na de parlementaire enquête is er een nieuwe werkwijze beloofd door de NCG,
een werkwijze naast de mensen. Toch zien veel bewoners dat niet terug en zien ze nog
het aloude wantrouwen. Wat gaat de Staatssecretaris doen?
Drie. Dit is de belangrijkste vraag. Gaan we eindelijk de adviezen van de commissie-Van
Geel echt uitvoeren? Zij onderzochten hoe we ongelijkheid konden aanpakken en kwamen
met een hele goede oplossing, maar dit kabinet weigert daarvoor voldoende financiering
vrij te maken. Zo blijven situaties zoals aan de Schipsloot ontstaan. Dit is daarmee
ook een vraag aan de formerende partijen, met name aan D66 en het CDA. Zij steunden
onze voorstellen om de adviezen van de commissie-Van Geel uit te voeren de afgelopen
jaren wél, maar blijken nu na de verkiezingen terughoudender.
Voorzitter. Al jarenlang delen wij de voorbeelden van schrijnende ongelijkheid en
van juist de zwaarst gedupeerden, die nog altijd vastlopen. De ene straat krijgt wel
een werkende aanpak, de tweede een beetje en de derde niet. Ik heb nog een pijnlijk
voorbeeld uit de wijk Robbeplaat in Delfzijl. Daar woonden ooit 800 gezinnen, nu zijn
er ongeveer 70 gezinnen over. Er is leegstand, het is een rotzooi en een spookbuurt
waarin je je niet veilig voelt en waar het woongenot je is vergaan, schrijft een van
de gedupeerden. Al zeven jaar wachten zij in een onveilige woning. Zij zitten in die
batch 1588. Er werd geloot voor nieuwe woningen, maar niet iedereen had geluk. Er
is geen concreet plan voor sloop-nieuwbouw voor hen. Nu zitten ze vast in een onveilig
huis in een onveilige buurt. En nu? Deze mensen zeggen dat ze gesloopt zijn en zo
niet verder kunnen. Ik denk daar ook over na. Kun je je voorstellen dat om jou heen
ineens je halve buurt, of meer dan dat, verhuist, wordt gesloopt en leegstaat, maar
jij nog steeds niet weet waar je aan toe bent?
De volgende vragen zijn voor ons cruciaal. Een. De Staatssecretaris zegt dat de zwaar
gedupeerden nu met prioriteit geholpen worden. De heer Bushoff had het daar ook al
over. Kunnen alle zwaar gedupeerden daarop vertrouwen? Welk recht kunnen zij ontlenen
aan die woorden? Twee. Deze gedupeerden zitten specifiek in batch 1588. Waar kunnen
zij terecht wanneer ze vastlopen? Kunnen zij ook naar de Commissie Bijzondere Situaties?
Hoeveel macht heeft deze commissie dan?
Voorzitter. Dan wil ik het hebben over onze jongeren. We spreken steeds vaker Groningse
jongeren die een groot deel van hun jeugd in een wisselwoning zaten, in een stacaravan
in de tuin woonden of eindeloos moesten wachten in een onveilig huis. Nu ze uit huis
gaan, komen ze eigenlijk weer in diezelfde ellende terecht. Ze komen bijvoorbeeld
in een zwaar beschadigd of onveilig huis en moeten opnieuw dat hele traject in. Of
ze zien dat er huizen te huur zijn, maar dat die bijna dubbel zo duur zijn als huurhuizen
in de stad Groningen. Waarom? Dat is zo omdat de verhuurder ze ook kan verhuren als
wisselwoning. Echt, eengezinswoningen in Appingedam worden nu voor € 2.600 per maand
verhuurd. Deze jongeren raken dubbel gedupeerd door een dubbele wooncrisis. Daarom
doen wij een voorstel voor Nij Begunwoningen voor jongeren door leegstand aan te pakken
en door te bouwen aan kleinschalige projecten die aan alle veiligheidseisen voldoen.
De volgende vragen zijn daarbij cruciaal.
Een. Vorig jaar was er een JongerenTop. Daar zeiden de jongeren zelf dat de wooncrisis
een van de grootste problemen is voor hen. Gek genoeg is dit niet opgenomen in de
economische of sociale agenda's die daarna zijn gepresenteerd. Hoe kan dat? Wil de
Staatssecretaris dat alsnog rechtzetten en plannen maken met jongeren voor Nij Begunwoningen?
Twee. We zien dat er in het bevingsgebied torenhoge huren worden gevraagd, omdat woningen
ook verhuurd kunnen worden als wisselwoning. Zo komen woningzoekenden er niet tussen.
Wat wil de Staatssecretaris doen om dit aan te pakken?
Voorzitter. Er staan nog heel veel oude schulden aan Groningen open. Tegelijkertijd
zien we dat er nieuwe problemen worden gecreëerd, juist omdat we nog steeds vastzitten
in een zeer bureaucratische manier van werken. Daarom heb ik nog een aantal vragen.
Een. Vorig jaar bleef ruim 400 miljoen bedoeld voor gedupeerde Groningers op de plank
liggen. Tegelijkertijd zagen we dat mensen van 95 jaar oud twee jaar lang moesten
wachten op een rapport. Alleen een rapport! Daarna wacht nog de aanpak zelf. We zien
nu dat de Staatssecretaris de duurzaamherstelregeling alweer inperkt. Veel funderingsschade
zal niet meer vergoed worden. Waarom deze keuze?
Twee. Wat gaat de Staatssecretaris doen om de problemen rondom daadwerkelijk herstel
aan te pakken? Dat moest immers het paradepaardje van Nij Begun worden.
Drie. Van steeds meer gedupeerden krijgen we klachten over de bureaucratie rondom
de verduurzamingssubsidie. Een aangenomen motie van Julian Bushoff en mijzelf wordt
nauwelijks uitgevoerd. Wat gaat de Staatssecretaris doen om de bureaucratie te beperken?
Voorzitter, tot slot. We krijgen een nieuw kabinet, maar de oude schuld aan Groningen
staat nog steeds open. De oude wonden zijn nog steeds open. De vraag is niet zo moeilijk:
vinden we het acceptabel dat mensen van 95 jaar twee jaar lang moeten wachten op een
rapport? Vinden we het acceptabel dat straten in Loppersum, die al tien jaar lang
wachten op versterking, nog steeds vastlopen in ongelijkheid? Vinden we het acceptabel
dat er weer een eindeloze bureaucratie is opgetuigd rondom verduurzaming, waardoor
geld niet bij gedupeerden terechtkomt? Vinden we het acceptabel dat jongeren geen
nij begun kunnen hebben in een heel en veilig huis, na een jeugd waarin ze in de steek
zijn gelaten door de overheid? Vinden we het acceptabel dat er na alle ellende nog
steeds uit zeventien velden gas wordt gewonnen en dit kabinet zelfs nieuwe vergunningen
heeft gegeven? Nog steeds zitten we vast in een systeem met een half miljard aan uitvoeringskosten
per jaar, een systeem waarin vorig jaar 420 miljoen euro, bedoeld voor gedupeerden,
niet bij hen terechtkwam en een systeem waarin een enorme aardbevingsindustrie is
opgetuigd, maar waarin mensen nog steeds te vaak het nakijken hebben.
We debatteren vandaag voor de laatste keer met dit kabinet over de begroting, maar
we debatteren toch vooral met de partijen die nu onderhandelen over een nieuw kabinet.
Het kan wél, zou ik tegen D66 en het CDA willen zeggen. We weten al lang hoe het anders
kan en moet. We kunnen de ongelijkheid aanpakken. We kunnen de zwaarst gedupeerden
met prioriteit helpen. De aanpak van Van Geel ligt al twee jaar klaar. Als de nieuwe
regeringspartijen daar echt werk van willen maken, dan is nu het moment om geld vrij
te maken, omdat we nu de begroting bespreken. Nait soezen. Groningen heeft al te veel
tijd verloren aan Den Haag.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Kops, die zijn inbreng zal leveren namens
de fractie van de PVV.
De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Dit debat voeren we elk jaar. Dat is op zich natuurlijk heel
logisch, want het betreft de begroting. Toen ik dit debat aan het voorbereiden was,
dacht ik: wat is er vorig jaar bij de begrotingsbehandeling eigenlijk allemaal gezegd?
Wat hebben we toen met elkaar besproken? «Vertraging op vertraging. Dit gaat niet
goed. Dat gaat niet goed.» Eigenlijk had ik hele stukken tekst van vorig jaar vandaag
opnieuw kunnen uitspreken, gewoon precies hetzelfde. Dat is natuurlijk veelzeggend,
want er zijn zo veel gedupeerden die nog steeds eindeloos wachten en wachten, al jarenlang.
Al jarenlang, sinds de parlementaire enquête, worden er continu grote woorden gesproken
over het inlossen van de ereschuld, maar heel veel gedupeerden merken daar nog bar
weinig van. Een citaat van een gedupeerde in het Dagblad van het Noorden: «Er komt
geen einde aan. Wat je ook doet, je krijgt er geen grip op. Was de opdracht maar:
loop naar de Zuidpool en weer terug. Dan weet je tenminste waar het begin is, en waar
het einde.» Oftewel: er is schrijnende machteloosheid. Uitgerekend vandaag verscheen
er in datzelfde Dagblad van het Noorden een pijnlijk bericht: «Aalf uit Appingedam
krijgt geen nieuwbouwwoning, zijn buurman wel.» Lang verhaal kort: de heer Wicherts
en zijn dochter komen niet in aanmerking voor een nieuwbouwwoning, maar de achterburen
wel, terwijl het gaat om vergelijkbare woningen.
Voorzitter. We hebben het al vaker besproken. Wat is dit voor gekkigheid? Hoe kan
dit? We lezen in hetzelfde artikel dat de Nationaal Coördinator voor de betreffende
achterburen een uitzondering zou hebben gemaakt om de behandeling van de hele buurt
zogezegd gelijk te trekken. Klopt dat? Van gelijke behandeling is hier namelijk niet
bepaald sprake. Vind je het gek dat de Nationaal Coördinator zo weinig vertrouwen
geniet, met een rapportcijfer van 4,7? Oftewel: die is keihard gezakt. De heer Wicherts
zegt: «Ook hier wordt niet gecommuniceerd waarom wij niet sloop en nieuwbouw aangeboden
krijgen. Er wordt met twee maten gemeten. Als je daarover vragen stelt, krijg je een
lulantwoord.» Dit is toch niet uit te leggen? Bovendien is het geen unicum, want in
Loppersum en Ten Boer hebben we dezelfde ellende gezien. Kortom, wat nu? Hoe gaat
de Staatssecretaris dit oplossen? En dan te beseffen dat de heer Wicherts ook nog
zegt: «Ik hoef niet per se een nieuw huis. Ik wil gewoon serieus genomen worden.»
Kun je nagaan. Het gaat de gedupeerde hier dus in de eerste plaats om een beetje erkenning
en fatsoenlijke communicatie, uitleg. Dat mag toch zeker niet te veel gevraagd zijn?
Graag een reactie.
Voorzitter. Ik zei het al: feitelijk behandelen we in dit debat de begroting. Wat
gaat er dan allemaal gebeuren? Hoeveel geld gaat waarnaartoe? Dat is het idee van
een begroting. Op Prinsjesdag verscheen er bij de begroting een kort persberichtje
op rijksoverheid.nl. Je zou zeggen dat alle belangrijke ontwikkelingen en maatregelen
waar de Staatssecretaris het meest trots op is, in zo'n persbericht flink worden uitgemeten,
maar nee. Wat lezen we? 60 miljoen voor de sociale agenda, 50 miljoen voor economische
investeringen en ook nog 60 miljoen euro voor een mogelijke AI-fabriek. Ik heb geen
idee. Ik vraag mij echt serieus af hoe zo'n bericht op een gemiddelde gedupeerde overkomt.
Beter gezegd: wat heeft iemand die al jarenlang wacht op schadeafhandeling of versterking,
iemand die jarenlang moet knokken om te krijgen waar hij gewoon recht op heeft of
iemand die erkenning of gelijke behandeling wil en noem het allemaal maar op, aan
60 miljoen euro voor een eventuele AI-fabriek? Ik heb geen idee, maar ik denk: helemaal
niets. Waar blijven in zo'n ronkend persbericht bijvoorbeeld de maatregelen of een
plan om de versterking te versnellen, om maar even iets cruciaals te noemen?
Voorzitter. En dan te bedenken dat er ook heel veel stille gedupeerden zijn, mensen
die recht hebben op een schadevergoeding, maar daar tot dusverre geen aanvraag voor
hebben gedaan. Daarbij gaat het maar liefst om 200.000 mensen. Kun je nagaan: de omvang
van de hele schade-ellende is dus nog vele malen groter. Kunnen we concluderen dat
het hier gaat om mensen die er simpelweg niet meer in geloven, die gewoon de moed
hebben opgegeven? Zo ja, dan gaan verhalen in het Dagblad van het Noorden zoals het
verhaal van de heer Wicherts daar natuurlijk niet bepaald bij helpen. Integendeel.
Ik heb begrepen dat het IMG de stille gedupeerden nu om privacyredenen niet actief
mag benaderen, maar die bevoegdheid met de nieuwe Groningenwet wel gaat krijgen en
die mensen dit jaar toch alvast gaat aansporen om schadevergoeding aan te vragen.
Klopt dat? Als het IMG dat nu toch al gaat doen, waarom is daar dan niet veel eerder
mee begonnen? Het IMG gaat deze stille gedupeerden dus benaderen, terwijl instanties
zoals het IMG en alle bureaucratische rompslomp van dien voor hen misschien wel dé
reden is geweest om juist geen schadevergoeding aan te vragen. Hoe ziet de Staatssecretaris
dat dan in praktische zin voor zich?
Voorzitter. In datzelfde wetsvoorstel wordt vastgelegd dat het IMG schades tot € 60.000
kan herstellen zonder onderzoek te doen naar de oorzaak. Omdat daar niet veel van
terecht is gekomen, hebben we daar in december al een debat over gevoerd. Toen, in
december, waren nog maar enkele honderden gedupeerden geholpen. Er waren dus wederom
veel beloftes en goede intenties, maar een belabberde uitvoering. De Staatssecretaris
beloofde toen beterschap. Hoe staat het er nu mee? Is die achterstand vandaag de dag
weggewerkt? Ik mag toch hopen van wel.
Voorzitter, dan tot slot. Ik ben door mijn tijd heen, zie ik. Een jaar geleden meldde
de Nationaal Coördinator dat de versterkingsoperatie toch niet in 2028 voltooid zal
zijn, maar wel ergens tussen 2030 en 2032. Dat is en blijft natuurlijk bizar. Er was
toen een tekort aan projectleiders en bewonersbegeleiders. Hoe knullig eigenlijk.
Hoe is dat nu? Een heel stom tekort aan mankracht. Is dat inmiddels allemaal opgelost?
Wat gaat de Staatssecretaris doen om die achterstand alsnog in te lopen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Den Hollander, die haar inbreng zal
houden namens de fractie van de VVD.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u, voorzitter. Afgelopen zaterdag was ik op een bijeenkomst van inwoners uit
de regio Groningen, Friesland en Drenthe. Toen heb ik ook gesproken met een aantal
mensen uit het aardbevingsgebied. Wederom hoorde ik verhalen van mensen die al jarenlang
wachten, in onzekerheid zitten, zich niet gehoord voelen en gefrustreerd zijn over
de lopende hersteloperatie of het schadeherstel. Zes weken geleden stonden we in de
plenaire zaal en voerden we een debat over het herstel in Groningen. Ik heb toen aangegeven
dat we wat de VVD betreft niet méér regelingen of organisaties moeten optuigen, maar
het bestaande beleid efficiënter en beter in moeten zetten. Er zijn nog steeds veel
mensen die onvoldoende geholpen worden. Het beeld is dat het te langzaam gaat, maar
we zoeken naar hoe we dat kunnen verbeteren. De VVD vindt dat er versneld moet worden,
maar ook dat dit niet ten koste mag gaan van kwaliteit. Hiervoor hebben wij in het
plenaire debat in december jongsteleden een tweetal moties ingediend, die door de
Kamer zijn aangenomen. De vraag die nu op tafel ligt, is: hoe gaan we verantwoord
versnellen?
De VVD krijgt vanuit de regio signalen dat verbetering vooral mogelijk is door de
lokale uitvoering meer mandaat te geven. De samenwerking tussen instanties en gemeenten
verloopt traag vanwege bureaucratie. Daarom vraag ik de Staatssecretaris hoe hij aankijkt
tegen het wegnemen van bureaucratische besluitvorming en het meer lokaal mandaat geven
voor beslissingen over het schadeherstel en de versterkingsoperatie. Wat kan hij doen
om lokaal bestuur meer zeggenschap en beslissingsbevoegdheid te geven?
Voorzitter. Vandaag zou ik verder graag aandacht willen vragen voor onverklaarbare
verschillen. Er zijn er eigenlijk ook al een aantal genoemd door mijn voorgangers,
maar ook ik heb het bericht gezien van afgelopen woensdag dat een bewoner van Schipsloot
in Loppersum heeft ingesproken in de gemeenteraad. De achterburen krijgen een nieuwbouwhuis
via de methode sloop-nieuwbouw. Beide straten zitten in cluster 1 en werden eerder
altijd gelijktijdig geïnformeerd. Ze zouden beide gelijk aangepakt worden. Sinds september
vorig jaar blijkt echter dat er ineens verschil gemaakt wordt binnen het cluster – onverklaarbaar
verschil. Lange tijd bleef het stil vanuit de NCG, totdat er ineens een verklaring
kwam dat versterking voor Schipsloot goedkoper zou zijn dan sloop-nieuwbouw. Maar
volgens deze bewoner zijn er nog helemaal geen berekeningen, dus hoe kan de NCG deze
conclusie dan trekken? Vanmorgen was in de krant te lezen dat hetzelfde speelt in
Appingedam, en ik vermoed op nog veel meer plekken. Kan de Staatssecretaris uitleggen
op welke wijze deze onverklaarbare verschillen tot stand komen en of er ook gewerkt
wordt aan een houdbare oplossing om die verschillen weg te nemen?
Nog zo'n onverklaarbaar verschil is te vinden in het taxeren van schade. Als een aannemer
uitkomt op een schadebedrag van € 38.000, de NCG in eerste instantie op € 1.900 en
later op € 19.000, hoe kan een inwoner dan vertrouwen op deze taxaties? Zou het niet
beter zijn als taxaties worden uitgevoerd door een onafhankelijke partij, en niet
door een partij die ook het herstel moet uitvoeren en betalen? Hoe kijkt de Staatssecretaris
daartegen aan?
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
De VVD noemt een aantal onverklaarbare verschillen op. Ik denk inderdaad dat die eigenlijk
niet uit te leggen zijn. Ik ben vooral benieuwd of de VVD vindt dat we ook moeten
voorkomen dat dit soort onverklaarbare verschillen ontstaan.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik denk dat we in zijn algemeenheid dingen die onverklaarbaar zijn, moeten proberen
te verklaren. Anders kan je het niet uitleggen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
In dit antwoord zat eigenlijk heel veel van wat er, volgens mij, precies fout gaat:
een uitleg zoeken bij iets wat eigenlijk onuitlegbaar is, om vervolgens dat maar aan
de inwoners te gaan vertellen. Ik vroeg naar het waardeoordeel van de VVD. Vindt de
VVD dat je die ongelijkheid in Groningen moet voorkomen, ja of nee?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
In de basis, zo hebben wij zes weken geleden ook in het debat gezegd, denken wij dat
het rapport-Van Geel, dat aanstuurt op het voorkomen van onverklaarbare verschillen,
gesteund moet worden. Alleen, de continue vraag om meer geld, die vanuit de kant van
Bushoff en Beckerman afgelopen zaterdag ook weer als opiniestuk in het Dagblad van
het Noorden te lezen was, kunnen wij niet steunen. Tegelijkertijd wordt namelijk door
henzelf geconstateerd dat er afgelopen jaar weer 421 miljoen is blijven liggen. De
Staatssecretaris heeft eerder heel duidelijk aangegeven: ik heb nu niet meer geld
nodig; ik heb uitvoeringscapaciteit nodig, en daar ontbreekt het aan. Ik denk dus
dat we vooral daarop moeten inzetten.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dat schept mijn verbazing. Er is een hele commissie geweest, op voorstel van het kabinet,
om te kijken hoe we die onverklaarbare verschillen kunnen verkleinen. Die commissie
heeft daar een uitvoerige analyse van gemaakt en heldere aanbevelingen voor gedaan,
en dan walst de VVD daar gewoon als een olifant in een porseleinkast dwars doorheen
door te zeggen: wij hebben daar maling aan. Dát is eigenlijk wat u zegt. U neemt de
conclusies van de commissie-Van Geel niet over. Het is in principe uw goed recht om
te zeggen dat u dat niet wilt, maar het is ook een heel harde klap in het gezicht
van de Groningers. Het roept ook een beetje de vraag op waarom we dan zo'n commissie
instellen, die met een uitvoerige analyse en heldere aanbevelingen komt.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik hoorde geen vraag in deze stellingname van de heer Bushoff, en ik herken me ook
niet in zijn conclusie.
De voorzitter:
Dan heeft mevrouw Beckerman nog een vraag of interruptie op dit punt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga daar even op door. Wij doen deze debatten al heel lang. Daar kan mevrouw Den
Hollander niet zo veel aan doen, want zij is nieuw in deze commissie. We hebben eindeloos
voorbeelden aangedragen van ongelijkheid. Je ziet dan vaak het volgende; dat is een
truc die veel voorkomt in Den Haag. Als je iets maar lang genoeg zegt, wordt er uiteindelijk
een onderzoek toegezegd. Dat is misschien niet per se verkeerd, maar het is ook een
tactiek, want dan moeten we een tijdlang wachten op de uitkomsten en als die uitkomsten
er zijn, moeten we wachten op een uitvoeringstoets. Die zijn in dit geval allemaal
gedaan. We hebben de commissie-Van Geel gehad. Daar hebben we op gewacht. We hebben
de uitkomsten. Daar kwam iets allercharmantst uit. Nu blijft het al jarenlang op de
plank liggen en gaan we al jarenlang door en noemen we weer in elk debat alle verhalen
die dan weer in het dagblad of de mailbox verschijnen, of die we horen van mensen
die we spreken. Mevrouw Den Hollander zegt: wat Bushoff en Beckerman willen, wil ik
niet. Maar hoe wil mevrouw Den Hollander het dan oplossen?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Wat wij continu horen van GroenLinks-PvdA en de SP is de roep om meer geld. Ze willen
alsmaar en alleen maar meer geld, voor alles. Volgens mij willen wij allemaal dat
onverklaarbare verschillen worden opgelost en dat mensen die recht hebben op schadeherstel
dat ook krijgen. We hebben ook meermaals gevraagd om dat te versnellen, zonder de
kwaliteitsvraag daarin te verliezen. Er wordt continu gevraagd om meer geld, maar
de Staatssecretaris geeft aan: we hebben op dit moment geen geldvraag; we hebben uitvoeringsproblemen.
Dan helpt meer geld niet. Groningen is niet geholpen met meer geld als het geld dat
gewoon beschikbaar is, niet eens wordt uitgegeven.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Mag ik een punt van orde maken, voorzitter? Er worden mij woorden in de mond gelegd,
namelijk dat ik alleen maar zou vragen om meer geld. Dat is helemaal niet wat ik vraag.
Ik vraag om de conclusies van de commissie-Van Geel ... Ik vraag om de uitkomst te
garanderen dat elke Groninger recht heeft op een schadevrij, veilig en duurzaam huis.
Ik vraag om die conclusies te omarmen en om daarvoor te doen wat nodig is. Dat is
wat we vragen. Althans, dat is wat ik vraag.
De voorzitter:
Dat was niet helemaal een punt van orde, maar u heeft uw punt gemaakt. Mevrouw Beckerman,
heeft u nog een vraag op dit punt?
Mevrouw Beckerman (SP):
Dit wordt mijn tweede interruptie, als het mag. Ik zou bijna willen zeggen: je hebt
wel heel weinig begrepen van dit dossier als je denkt dat Bushoff en Beckerman alleen
maar vragen om meer geld. Wij vragen om een aanpak die werkt voor gedupeerden. Sterker
nog, misschien vragen wij weleens een keer om minder geld. De uitvoeringskosten voor
dit jaar en volgend jaar bedragen een half miljard per jaar. Dat is een complete aardbevingsindustrie.
Ik zou bijna dat spel willen spelen. Dan zie je wat dat voor mensen betekent. Een
overheid die beloofd heeft «ik sta vanaf nu naast je en ik ga je niet meer wantrouwen»
komt toch weer met allerlei regels en beperkingen. Ik vraag mevrouw Den Hollander
om iets serieuzer te kijken naar de oplossing die wij, ook al voor Van Geel, al heel
lang aandragen, zowel bij het toeslagenschandaal als hier, namelijk: neem bewoners
serieus en ga met hen een plan maken voor hun huis, hun buurt en hun toekomst. Dat
zou misschien wel heel veel geld kunnen schelen en ervoor kunnen zorgen dat het geld
terechtkomt waar het hoort: bij de Groningers zelf. Graag een reactie.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Er worden mij dingen verweten waar ik mij absoluut niet in herken. Er wordt tegelijkertijd
meermaals om meer geld gevraagd. Dat is zes weken geleden gedaan. Er ligt een amendement
voor van Bushoff. Er ligt een amendement voor van Beckerman. Wij horen continu in
de reactie van de Staatssecretaris: het probleem zit in de uitvoeringscapaciteit.
Tegelijkertijd delen wij de oproep die mevrouw Beckerman en de heer Bushoff doen dat
het beter en sneller moet. Dat zeggen wij ook in ieder debat. Ik begrijp niet zo heel
goed waarom zij proberen om die verschillen enorm uit te vergroten, want die zijn
er volgens mij niet op inhoud. Wij roepen ook continu dat het sneller en beter moet,
en dat het niet moet gaan zitten in overhead, maar dat het moet zitten in uitvoering.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. In Noord-Drenthe is de afwikkeling van schade anders dan in Groningen.
De schade in onder andere Ekehaar is gerelateerd aan bevingen in het veld in Eleveld,
en dus niet die in het grote Groningenveld. De afhandeling van de schademeldingen
in deze omgeving verloopt via de Commissie Mijnbouwschade. Een ander veld, een andere
regeling. Hierbij is opvallend dat er tot nu toe circa € 80.000 is uitgekeerd voor
schadeherstel. De interne en externe onderzoekskosten behorende bij dit uitgekeerde
bedrag, zijn ruim € 443.000. Een buitenproportionele verhouding. De burgemeester van
Aa en Hunze reageert hierop met de quote: «Voor dat geld had je alle schade in Ekehaar
kunnen vergoeden». Volgens mij kom ik daarmee ook tegemoet aan wat mevrouw Beckerman
net zei, namelijk dat we ons in deze commissie over hetzelfde druk maken. De Commissie
Mijnbouwschade heeft nu zelf in een rapport dat op 22 januari is uitgekomen, geconstateerd
dat ook hier de schadeafwikkeling anders moet. Hoe kijkt de Staatssecretaris naar
deze situatie? Verdienen mensen met aardbevingsschade buiten Groningen niet ook een
milde, menselijke en makkelijke afhandeling van hun problemen?
Voorzitter. Omdat Rusland in Oekraïne het energienetwerk bombardeert, zitten mensen
daar letterlijk in de kou. Oekraïense energiebedrijven, zoals Naftogaz, hebben Nederland
gevraagd om overtollige onderdelen van de Groningse gaswinning te leveren voor het
herstel van de verwoeste infrastructuur. Nederland heeft onderdelen beschikbaar nu
de gaskraan in Groningen dicht is. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bevestigt
dat er inmiddels gesprekken lopen met Shell en de NAM. Kan de Staatssecretaris aangeven
wat de voortgang van deze hulpvraag is?
Voorzitter. Ik wil tot slot nog stilstaan bij Nij Begun. De Nij Begungelden kennen
een sociale en economische agenda. De sociale agenda is gestart en laat zien dat het
veel tijd gaat kosten om het geld daadwerkelijk goed te besteden. De eerste resultaten
worden echter geboekt en die laten mooie projecten zien, waarbij vooral de jeugd in
Groningen en Noord-Drenthe meer kansen krijgt op een goed toekomstperspectief. Over
de economische agenda is te lezen dat er tot nog toe is ingezet op het vinden van
de juiste governance. Iedereen, de provincie, de gemeenten en de NOM, wil zich buigen
over een juiste besteding van deze gelden. De VVD wil vooral graag weten op welke
wijze de economische agenda voor Groningen en Noord-Drenthe als hefboom wordt ingezet.
Hoe maken we de regio weerbaarder door het bestaande ondernemerschap aan te jagen?
Het gaat dan niet om het plakken van pleisters. Het moet gaan om het duurzaam innoveren
van een regio die in de toekomst vooroploopt met start-ups en scale-ups, met innovatie
en spin-offs, en die hierdoor echt een meerwaarde creëert. Vanuit de slogan «Noord-Nederland,
waar het gras groener is» worden in deze regio over tien tot twintig jaar de mooiste
projecten uitgevoerd en bedrijven gevestigd, voor een economisch sterke regio met
goede werkgelegenheid en veel kansen voor jongeren. De ambities zijn er en het geld
is er; nu nog de uitvoering.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Bushoff heeft nog een interruptie.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik zat hier toch even over na te denken. Ik hoorde het punt over de schadeafhandeling
in Ekehaar. De Commissie Mijnbouwschade heeft inderdaad gezegd: je zou een aantal
aanpassingen in de schadeafhandeling moeten doorvoeren. Ik kan me daar wel iets bij
voorstellen. Begrijp ik het goed dat de VVD zich ook wat kan voorstellen bij de punten
die de Commissie Mijnbouwschade maakt?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
De situatie in Ekehaar is een andere situatie dan die in Groningen, maar ik vond het
wel zinvol om die hier te benoemen, omdat er ook op die locatie gekke verschillen
ontstaan. De VVD maakt zich zorgen over de onverklaarbare en bizarre uitvoeringskosten
die hiermee gepaard gaan. Het is bijna een factor zes als je kijkt naar het schadebedrag
dat wordt uitgekeerd en de bureaukosten die daarachter zitten. Dat is doodzonde. Hoe
kan het dat dat op deze locatie opnieuw gebeurt, terwijl er in Groningen al jarenlang
gewerkt wordt om die verhouding bij te stellen? We krijgen hier nu opnieuw deze bizarre
verhouding. Daar maken we ons zorgen over.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Clemminck voor zijn inbreng namens JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. De visie van JA21 op het Groningengasveld is volgens mij helder.
Allereerst willen we de herstel- en versterkingsoperatie afronden. Als tweede willen
we de ondergrond stabiliseren, bijvoorbeeld door het toedienen van stikstof. Als derde
willen we afspraken maken over toekomstig boren, waarbij de baten worden geïnvesteerd
in de regio zelf. Over dat derde punt zijn we het niet allemaal eens. Dat is helaas
onverstandig voor Nederland. Gelet op de geopolitieke situatie is het in het belang
van Nederland om strategische autonomie te hebben ten aanzien van energie. Dat is
ook onze verantwoordelijkheid als Nederland in Europa. Ten tweede noem ik de idiote
energieprijzen in Nederland voor de Nederlandse bedrijven en de mislukte energietransitie
van de afgelopen decennia, die ons welzijn en welvaart kost. Punt drie is de milieubelasting
en duurzaamheid. We importeren nu ons gas en dat is absoluut niet duurzaam en milieuvriendelijk.
Over het tweede punt, het stabiliseren van de grond, hoop ik straks wat meer te kunnen
zeggen. Ik wil eerst terugkomen op het eerste punt: de herstel- en versterkingsoperatie.
Volgens mij is er in deze Kamer geen verschil van mening over het doel, namelijk dat
alle schade van alle gebouwen hersteld moet worden en dat alle gebouwen in het gebied
die dat nodig hebben, versterkt dienen te worden. Dit is een van de laatste debatten
van deze Staatssecretaris over Groningen. Ik dank hem uiteraard voor zijn inzet. Ik
zou hem willen uitdagen om wellicht met iets meer bestuurlijke afstand, die langzaam
groeiende is, te reflecteren op zijn portefeuille in de afgelopen tijd. Denk bijvoorbeeld
aan de vaak goed bedoelde moties die bij dit soort debatten zijn aangenomen door deze
Kamer. Volgens mij streven we allemaal naar een doelmatig, efficiënt en volledig herstel
in Groningen, maar zorgen sommige aangenomen moties juist voor vertraging en moeilijkheden
in de uitvoering. Ik ben benieuwd of de Staatssecretaris daarop kan reflecteren.
Voorzitter. Ik zei al dat er in deze Kamer geen verschil van mening is over het doel
van de herstel- en versterkingsoperatie, maar ik hoop dat er ook geen verschil van
mening over is dat wij de miljarden euro's aan belastinggeld doelmatig en rechtmatig
moeten uitgeven in Groningen. Ik vind dat we het hierover moeten kunnen hebben. Het
gaat immers om veel geld. Neem de uitvoeringsuitgaven van IMG in 2025. Die zijn geraamd
op ongeveer 336 miljoen, tegenover iets meer dan een miljard aan uitgekeerde schadevergoedingen.
Dat betekent dat van elke euro uitgekeerde schadevergoeding, die uiteraard bij de
juiste persoon terecht moet komen, 32 cent aan kosten voor de uitvoering zitten. Hetzelfde
geldt voor de NCG: 200 miljoen euro aan geraamde uitvoeringskosten, ten opzichte van
ongeveer 890 miljoen euro aan uitgekeerde schadevergoedingen. Van mij mag die verhouding
echt wat anders liggen. Wat zien we in 2026? De uitvoeringskosten voor zowel het IMG
als voor de NCG stijgen ten opzichte van de uitgekeerde schadevergoedingen. Kan de
Staatssecretaris deze relatieve stijging in de uitvoeringskosten verklaren? Op welke
wijze is hij voornemens om waar mogelijk bij te sturen?
Voorzitter. Milder, menselijker en makkelijker: dat zijn zeker de drie m's in dit
debat, maar die zijn wel gericht op het herstellen van de schade van de gaswinning
en de versterking van gebouwen die dat nodig hebben. De overheden, uitvoeringsorganisaties,
schade-experts en aannemers hebben daar hun handen vol aan. We zijn in Nederland goed
in het stapelen van ambities tot het ons verlamd in de uitvoering, ook in dit dossier.
Ambities die voorbijgaan aan alles wat redelijk en realistisch is, gaan juist ten
koste van de uitvoering. Neem maatregel 28 en 29, ten aanzien van de verduurzaming.
Inwoners binnen het versterkingsgebied kunnen tot maximaal € 40.000 ontvangen voor
de verduurzaming van hun woning. De regeling komt boven op landelijke regelingen en
geldt niet alleen voor inwoners uit het gebied maar in de hele provincie Groningen
en in Noord-Drenthe.
Ik heb daarover een aantal vragen aan de Staatssecretaris. Is de Staatssecretaris
van mening dat ieder beschikbaar potje nu doelmatig en doeltreffend wordt ingezet?
Vindt de Staatssecretaris het in verhouding staan dat Groningers in dit gebied € 40.000
meer subsidie ontvangen dan de rest van Nederland? Creëren we juist niet onaanvaardbare
en onuitlegbare verschillen? Kan de Staatssecretaris bevestigen dat deze voortdurend
stapelende ambities vertragend werken voor de afronding van het herstel in de versterkingsoperatie?
Hoeveel tijd moeten Groningers wachten op een versterkt gebouw door deze extra ambities?
Voorzitter. Het is niet te vermijden dat bij een dergelijke uitvoering misbruik op
de loer ligt, namelijk misbruik van ons belastinggeld. De NCG geeft toe dat de regelingen
dermate laagdrempelig zijn dat misbruik uitgelokt kan worden. Ik had het al over de
drie mantra's met de m: milder, makkelijker en menselijker. Naar de mening van JA21
hoort daar geen vierde m bij, namelijk die van misbruik. Dat de regeling fraudegevoelig
is, bewees de aanhouding van vijf Groningers afgelopen november die ervan verdacht
worden zo'n 300 besluiten van het IMG te hebben vervalst voor ongeveer 1 miljoen euro.
Ik heb een aantal vragen aan de Staatssecretaris over misbruik en fraude. Wat is de
aanpak tegen fraude bij onder andere het IMG en de NCG? Zijn de maatregelen beoordeeld
op frauderisico's en kan de Staatssecretaris de Kamer periodiek informeren over de
fraudeaanpak en de fraudecijfers?
Ik wil het ook nog hebben over stabilisatie van de bodem. Herstel betekent voor JA21
namelijk ook dat we elke kans aangrijpen om de bodem te stabiliseren als dat kan.
We moeten iedere optie openhouden om dat te doen. Ik weet dat veel partijen anders
aankijken tegen het al dan niet hervatten van de gaswinning. Dat hebben we uiteraard
te respecteren. Ook al denken we daar anders over, ik vind het onbegrijpelijk dat
wij serieuze opties voor bodemstabilisatie al bij voorbaat uitsluiten. Ik kreeg daar
enige dagen geleden tijdens mijn werkbezoek in Groningen veel vragen over en ik hoorde
veel onbegrip. Onlangs hebben we de Staatssecretaris gewezen op het rapport van de
onafhankelijke wetenschap, zoals TNO, over het stabiliseren door stikstofinjectie.
De logica is simpel. We halen iets uit de bodem. Dat maakt bodem instabiel. Vervolgens
zijn er aardbevingen en grondverzakkingen. Maar als je er iets uit haalt, kun je er
ook iets terug in stoppen om het te stabiliseren. Niks doen betekent dat inwoners
uit de regio nog decennialang risico lopen op aardbevingen. Dat hebben we onlangs
in Zeerijp gezien. De reactie van de Staatssecretaris was: «De Groningers zijn geen
proefkonijnen.» Dat is natuurlijk zo. Ik ben het daarmee eens, maar blijkbaar zijn
ze voor deze Staatssecretaris wel sitting ducks. De boodschap is: wen maar aan de
aardbevingen en zit het maar uit.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Köse.
De heer Köse (D66):
Ik ben benieuwd hoe de heer Clemminck aankijkt tegen het volgende. TNO heeft inderdaad
een rapport uitgebracht waarin staat dat dat een mogelijke oplossing is voor stabilisatie.
Dat is theoretisch een mogelijkheid. Tegelijkertijd zeggen in ieder geval het IMG
en volgens mij ook de NCG: we willen eigenlijk niet experimenteren daar, want we weten
niet hoe dat in de praktijk gaat uitpakken, omdat het eigenlijk nog niet eerder is
voorgekomen. De vraag is dus eigenlijk: bent u wel bereid om te gaan experimenteren
in Groningen, niet wetende of die stabilisatie daadwerkelijk gaat plaatsvinden? Straks
wordt de grond nog instabieler. Dat zouden allemaal opties kunnen zijn. Is dat een
risico dat JA21 wil nemen, vraag ik via de voorzitter.
De heer Clemminck (JA21):
Het risico dat mijn collega van D66 in ieder geval neemt, is dat de Groningers nog
decennialang in onzekerheid zitten en een kans, een risico houden op aardbevingen.
Mijn stelling is: als wetenschappers aangeven dat hier een mogelijkheid bestaat, laten
we die dan in ieder geval onderzoeken. Waarom zouden we als Kamer een mogelijkheid
die door de wetenschap wordt aangedragen, niet eens een stapje verder willen brengen
door het verder te onderzoeken? Daarna komen we wel bij de risico's en de voordelen,
maar dan hebben we een ander debat. Waarom wil D66 die eerste stap nou niet eens zetten,
is mijn vraag.
De voorzitter:
De heer Köse heeft een vervolgvraag.
De heer Köse (D66):
Ik denk dat het onderzoeken al is gebeurd. Nu is de vraag of we dat experiment aan
willen gaan of niet. U haalt zelf het rapport van TNO aan. Of u zegt eigenlijk: het
is iets dat nog niet eens is onderzocht, maar ik denk dat het werkt. Ik denk dus dat
het onderzocht is en dat het nu de vraag is of we willen gaan experimenteren of niet.
Ik kreeg een verwijt, want wij hebben gezegd: we sluiten het gasveld, want dan weten
we in ieder geval dat de grootste oorzaak gestild is. We zijn er nog niet, maar het
lijkt me niet verstandig om nog verder te gaan experimenteren. Ik stel dus toch nogmaals
de vraag of u nu zegt dat er nog een onderzoek moet komen of dat u wilt gaan experimenteren.
Denkt u dat er een onderzoek kan komen dat honderd procent zeker is?
De voorzitter:
Graag via de voorzitter spreken. De heer Clemminck.
De heer Clemminck (JA21):
Ik concludeer toch nog een keer dat D66 blijkbaar niet elke kans wil aangrijpen om
te kijken of we de aardbevingen in de toekomst kunnen verminderen en voorkomen. Het
gaat er niet om wat ik vind. Het gaat er in dit geval om wat de wetenschappers van
bijvoorbeeld TNO, maar er zijn er meer, zeggen, namelijk: er zijn mogelijkheden om
de ondergrond in Groningen te stabiliseren. Mijn oproep is om daar serieus naar te
gaan kijken. Dan kunnen we wellicht iets gaan betekenen voor de Groningers, in plaats
van dat zij de boodschap krijgen dat ze maar moeten afwachten tot het voorbij is.
De voorzitter:
U kunt verder met ... Nee, ik zie toch nog een interruptie van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb nog wel een vraag aan de heer Clemminck. Hoe kijkt hij terug op de manier waarop
JA21 gepraat heeft over het mogelijk openen van gasputten en zo? Toen daar heel veel
kritiek op kwam, begonnen ze een beetje in te binden; toen was het «eerst onderzoeken»
en zo. Maar in de CPB-doorrekeningen ging het gewoon om keihard euro's inboeken om
gas te winnen. Dan ga je het niet onderzoeken; dan ga je het gewoon doen. Hoe kijkt
de heer Clemminck daarop terug? We moeten alles onderzoeken. Dat ben ik helemaal met
hem eens. Als er nieuwe technieken zijn, dan moeten we die onderzoeken. Maar beseft
de heer Clemminck ook dat het gigantische onrust bij alle gedupeerden veroorzaakt
heeft dat JA21 op deze manier een knuppel in het hoenderhok gooit die voor de rest
van Nederland misschien aantrekkelijk lijkt, maar juist de kwetsbare groepen zo treft?
De heer Clemminck (JA21):
Er zitten veel elementen in de vraag van de heer Vermeer, dus ik probeer ze even af
te pellen. Het allereerste is positief, want ik hoor de heer Vermeer zeggen dat hij
met mij blijkbaar een vervolgonderzoek wil naar stikstofinjectie om te kijken of die
de grond kan stabiliseren. Dat is in ieder geval de winst van vandaag. Die steun hebben
we binnen; dat is mooi. Dat is één. Ten tweede is de boodschap van JA21 eigenlijk
altijd helder geweest: versterken en herstellen, en als dat is afgerond in gesprek
gaan met de omgeving om te kijken of we in de toekomst op een verantwoordelijke manier
kunnen gaan boren, waarbij de baten dan ook worden teruggeïnvesteerd in Groningen
zelf. Dat is het verhaal dat wij altijd hebben gehouden. Dat is het verhaal waarmee
we de campagne hebben ingezet en het verhaal waarmee we veel zetels hebben gewonnen.
Het is ook het verhaal dat ik afgelopen vrijdag in gesprekken met inwoners van Groningen
heb teruggehoord. Zij kunnen zich best voorstellen dat we op een ander moment in een
fase terechtkomen waarin we wel weer een rationeel gesprek met elkaar kunnen hebben
over de toekomst van het boren in Groningen.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Clemminck erkende dat er meerdere vragen in mijn interruptie zaten, maar hij
had blijkbaar niet heel veel zin om ze allemaal te beantwoorden. Dan maak ik het iets
concreter. Hoe komt dit over op de getroffenen? Op mij komt dit namelijk over alsof
je tegen een patiënt die na een ernstig ongeluk op de intensive care ligt, begint
te praten over zijn eerste werkdag en wat er dan allemaal moet gebeuren. Hoe reflecteert
de heer Clemminck daarop?
De heer Clemminck (JA21):
In mijn gesprekken, bijvoorbeeld die van afgelopen vrijdag, heb ik toch wel gezien
dat de mensen in Groningen vrij nuchter naar dit dossier kijken. Natuurlijk willen
ze dat eerst alle schade hersteld wordt en dat alle gebouwen die dat nodig hebben,
versterkt worden. Natuurlijk mag dat sneller, beter en met minder bureaucratie. Maar
ik heb ook gemerkt dat zij nuchter kijken naar de toekomst en helemaal niet schrikken
van een normaal, rationeel politiek gesprek over de toekomst van gaswinning in het
Groningenveld. Ik kan overigens ook wijzen op allerlei opiniepeilingen, zowel in heel
Nederland als in Groningen, waaruit blijkt dat er forse meerderheden voor zijn en
dat genoeg mensen zeggen: we kunnen hier in de toekomst wel degelijk een rationeel
debat over voeren. Nou, laten we eerst alle energie en focus richten op een goed herstel
en versterking in Groningen. Tegelijkertijd ben ik blij, zeg ik nogmaals, met de steun
van de heer Vermeer om te kijken hoe we bijvoorbeeld met stikstofinjectie de grond
kunnen stabiliseren. Als dat is afgerond, komen we bij die andere vraag terecht.
De voorzitter:
De heer Vermeer, afrondend op dit punt.
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb toch nog één vraag. Als ik het goed begrijp, zegt de heer Clemminck eigenlijk:
eerst moet alle schade hersteld worden, en het feit dat wij in onze doorrekening voor
deze kabinetsperiode al extra inkomsten uit het Groningenveld ingeboekt hebben, was
of een fout, in het meest gunstige geval, of er is ons een rad voor ogen gedraaid.
Klopt dat?
De heer Clemminck (JA21):
JA21 is altijd helder geweest over de volgorde der dingen. Dat is eerst herstellen
en versterken en tegelijkertijd kijken wat je kan doen om de grond te stabiliseren,
en daarna kijken op welke verantwoordelijke manier je weer kunt boren in Groningen,
inclusief afspraken om een deel van de baten terug te investeren in Groningen.
De voorzitter:
U gaat verder met uw betoog, of was u aan het einde van uw inbreng gekomen? Nog een
klein stukje. Gaat uw gang.
De heer Clemminck (JA21):
Ik zit bijna op het einde, voorzitter. Dank u wel. Ik had het over de sitting ducks
van de Staatssecretaris en ik was bij mijn vraag terechtgekomen. Waarom is deze Staatssecretaris
niet bereid om elke kans aan te pakken die door wetenschappers wordt ingebracht en
alles te doen om de grond te stabiliseren en daarmee Groningen sterker te krijgen?
Ik ben benieuwd naar het antwoord van de Staatssecretaris.
Ik doe ook een beroep op mijn collega's in deze commissie – ik ben blij met de steun
van de heer Vermeer – om ons breder te laten informeren over de kansen rondom bodemstabilisatie.
Ik hoop bij de eerstvolgende procedurevergadering veel steun te krijgen voor het organiseren
van bijvoorbeeld een technische briefing daarover.
Voorzitter. Tot slot heb ik aan de Staatssecretaris de vraag of er meer gezegd kan
worden over de uitvoering van mijn motie, die ik samen met mevrouw Den Hollander heb
ingediend. Wij vroegen hoe de informatievoorziening, de begeleiding en de toegang
tot ondersteuning en compensatiemogelijkheden voor ondernemers in het aardbevingsgebied
verbeterd kunnen worden en om te bezien of dit onderdeel kan worden van de Staat van
Groningen en Noord-Drenthe.
Voorzitter, dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Köse voor zijn inbreng namens D66.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. De hersteloperatie Groningen draait om één simpele waarheid:
de Groningers hadden altijd gelijk. Zij voelen de bevingen, zien de scheuren en leven
al jaren met stress en onzekerheid, terwijl de overheid twijfelde, relativeerde en
bijstuurde. Die erkenning is geen slogan, maar zou het uitgangspunt moeten zijn van
alles wat we doen, ook van deze begroting. Precies daar wringt het. Wat we nu doen,
voelt namelijk te vaak als pleister op pleister plakken: steeds weer een nieuwe regeling,
een verruiming hier en een uitzondering daar. Het is goedbedoeld, maar het resultaat
is een lappendeken die onduidelijkheid vergroot in plaats van verkleint. De kernvraag
voor 2026 moet zijn: brengen we eindelijk rust, duidelijkheid en perspectief voor
de Groningers?
Bij D66 kijken we daarom langs drie lijnen. Eén: is schadeherstel eenvoudig, voorspelbaar
en menselijk? Twee: krijgen bewoners eindelijk duidelijkheid en een echt eindpunt
in de versterking? En ten slotte: ondersteunt ons financiële en juridische beleid
die duidelijkheid of ondergraaft het die juist?
Voorzitter. Jarenlang hebben Groningers te maken gehad met een systeem dat wantrouwen
organiseerde. Wat we daarna hebben gedaan, is het steeds verder bijstellen en repareren
van dat systeem. Dat heeft geholpen, maar het heeft ook geleid tot verschillende routes,
verschillende normen en verschillende uitkomsten. De een krijgt te maken met strenge
normering, de ander met verruiming. Ik hoorde de voorbeelden zojuist nog van de collega's.
Op het ene moment kan nieuwbouw wel, op het andere moment in dezelfde straat ineens
niet meer. Nog steeds zien we dat bewoners opnieuw bewijs moeten aanleveren, vastlopen
in ramingen en begrotingsdiscussies en maanden wachten op besluiten. Dat is funest
voor duidelijkheid. Onduidelijkheid is precies dat wat mensen al te lang hebben moeten
verdragen. De keuze om bij herstel tot € 60.000 niet meer naar causaliteit te kijken,
is een goede stap, maar de vraag is waarom dit zo lang heeft moeten duren. We hebben
een systeem nodig waarbij bewoners vooraf weten waar ze aan toe zijn en niet pas na
jaren procederen. Daarom mijn vraag: hoe wordt met de Tijdelijke wet Groningen geborgd
dat bewoners daadwerkelijk minder administratieve lasten, kortere doorlooptijden en
meer duidelijkheid ervaren? Kan de Staatssecretaris aangeven welke verbeteringen bewoners
in de praktijk binnen het eerste jaar na inwerkingtreding van deze wet merkbaar gaan
ervaren? Ik realiseer me dat een deel van deze vragen aan de nog te behandelen wetgeving
raakt. Tegelijkertijd zijn de keuzes die we daar maken, onlosmakelijk verbonden met
deze begroting.
Voorzitter. Ook in deze versterkingsopgave zien we dit patroon. De planning schuift
opnieuw op. Volledige afronding vindt pas plaats tussen 2030 en 2032. Voor bewoners
voelt dat niet als realisme, maar als opnieuw uitstel zonder eindpunt. Zonder duidelijke
horizon is er geen rust. Wat betekent deze vertraging concreet voor mensen die al
jaren wachten? Wie draagt er verantwoordelijkheid als doelen opnieuw niet gehaald
worden? Is de Staatssecretaris bereid om 2030 als harde deadline vast te leggen?
Daarnaast geldt ook hier dat duidelijkheid niet alleen in cijfers, maar ook in beleving
zit. Bewoners horen dat de beoordeling acht tot twaalf maanden duurt, maar tellen
terecht de jaren daarvoor mee. Is de Staatssecretaris bereid om voortaan de volledige
doorlooptijd, van eerste melding tot definitieve duidelijkheid, transparant te maken?
Hoe wordt de communicatie verbeterd? Gebrekkige afstemming tussen ingenieurs, NCG,
IMG en bewoners leidt namelijk niet alleen tot frustratie, maar tot het verlies van
vertrouwen en sociale spanningen in buurten.
Voorzitter. Tot slot de juridische kant. De hersteloperatie in Groningen laat pijnlijk
zien hoe het systeem van arbitrage en de strategie van de NAM en haar aandeelhouders,
Shell en ExxonMobil, het uitgangspunt ondermijnen dat Groningen koste wat kost gecompenseerd
moet worden. Terwijl bewoners jarenlang moesten vechten voor erkenning, kiezen deze
bedrijven ervoor om hun financiële risico's via besloten arbitrage af te wentelen
op de Nederlandse Staat en dus de belastingbetaler. Shell heeft zeer recent nog zelfs
opnieuw een arbitragezaak aangespannen, boven op de vele lopende procedures. Er is
geen openbaarheid, nauwelijks precedentwerking en geen vanzelfsprekende afweging van
het publieke belang.
Voor D66 is het principieel. Hoe kan het dat bedrijven met miljardenwinsten toegang
hebben tot een besloten achterkamer, deels met zelfgekozen arbiters, terwijl Groningers
jarenlang hun gelijk in het volle daglicht moesten bevechten? Deelt de Staatssecretaris
de zorgen dat deze arbitrages bij bewoners het gevoel van onrecht en onzekerheid versterken
doordat de procedures ondoorzichtig zijn en dat dit hun vertrouwen in het proces verder
onder druk zet? Welke financiële risico's loopt de Staat in de verschillende bezwaar-
en arbitrageprocedures, uitgesplitst naar scenario's, dus dat we winnen, dat we verliezen
of dat we een deel moeten betalen? Hoe zijn deze risico's verwerkt in de meerjarige
begrotingsramingen?
Voorzitter, afrondend. Groningen heeft geen behoefte aan nog meer complexiteit. Groningen
heeft behoefte aan duidelijkheid, voorspelbaarheid en rust, zoals ik net zei. Eén
helder uitgangspunt, één uitlegbaar systeem en een overheid die niet steeds bijstuurt,
maar eindelijk koers houdt, koste wat kost: dat is de kern van het D66-verhaal en
dat moet ook de kern zijn van deze begroting.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft twee interrupties. Ik ben even aan het twijfelen over wie eerst
was. Dat maakt niet uit, hoor ik. De heer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik ben eigenlijk benieuwd hoe D66 kijkt naar dit Groningendossier in het licht van
bijvoorbeeld de aanstaande coalitie. Voelt D66 zich vrij om hierin een eigen moreel
kompas te volgen en de uitgangspunten die net geformuleerd worden, aan te houden?
Dat is mijn eerste vraag.
De heer Köse (D66):
Ik denk dat het morele kompas de reden is dat velen van ons de politiek zijn ingegaan.
De lijn van D66 is al heel lang duidelijk. We hebben daar al heel veel op gedaan en
dat zullen we ook blijven doen. Onze inzet is dus duidelijk. Wat er uit het akkoord
gaat komen – want daar doelt u natuurlijk op – moeten we gaan afwachten.
De voorzitter:
De heer Bushoff voor een vervolgvraag.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Wat er uit een akkoord komt, moeten we gaan afwachten. Maar het is veel waarschijnlijker
dat er nog heel veel zaken gaan voorkomen die niet in een akkoord staan beschreven
maar waarbij we wel in debatten zien wat er nodig is en waarbij je verschillende keuzes
kan maken. Dan is de vraag: kunt u uw eigen morele kompas volgen of moet u bijvoorbeeld
de VVD volgen in die aanstaande coalitie? Dat is de vrij fundamentele vraag die ik
stel, want dat maakt nogal veel uit voor de Groningers. De Groningers hebben, denk
ik, heel veel verwachtingen gekregen van D66 en ontlenen ook veel hoop aan enkele
woorden die net werden uitgesproken door D66.
De heer Köse (D66):
Ik zeg de woorden inderdaad zoals ik ze zeg. Fijn om te horen dat u zich daarin kan
vinden. We zijn de grootste partij geworden in Nederland, omdat dit verhaal heel veel
mensen aanspreekt. Ik kan dus ook niks anders zeggen dan dat we dat verhaal zo veel
mogelijk naar voren willen brengen, net zoals u doorbraken wil realiseren. Het is
een interessante tijd met een minderheidskabinet, dus ook uw partij gaat daarbij kunnen
helpen. Ik hoop u daarin te vinden. We kunnen het samen; laat ik het zo zeggen.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dan geef ik ook alvast ter overweging mee dat de hoop die hiermee misschien wel gekweekt
wordt bij Groningers ook een hele dure verplichting met zich meebrengt richting D66.
Dat is de verplichting om de hoop op die enkele doorbraken die nodig zijn niet te
beschamen voor Groningers, omdat dat al zo vaak is gebeurd in de afgelopen jaren.
Dat is misschien wel het allerergste wat Groningers is overkomen, namelijk dat er
vaak, misschien wel te vaak, valse hoop werd gewekt. In dat licht vraag ik me ook
af hoe u aankijkt tegen «koste wat kost» en tegen bijvoorbeeld de uitvoering van Van
Geel.
De heer Köse (D66):
Allereerst, valse hoop moeten we natuurlijk zien te voorkomen. We zitten hier natuurlijk
allemaal redelijk op één lijn op dit onderwerp. Ik denk dus dat het einddoel duidelijk
is. We gaan zeker met elkaar van mening verschillen over hoe we daar komen. U stelt
een vraag over geld. Ik kan daar niet heel veel over vertellen gezien deze formatie;
dat zult u begrijpen. Dat wordt meegenomen in de onderhandelingen. Ik kan mijn collega
van de VVD wel volgen. Wij zijn natuurlijk niet per se tegen meer geld. In Van Geel
staan heel veel goede dingen die wij zullen onderschrijven en waar wij ons hard voor
willen maken. Maar ik denk niet dat smijten met geld het nu per se gaat oplossen.
Er is bijna 421 miljoen euro op de plank blijven liggen. Er zijn echt wel wat uitvoeringsproblemen,
zoals iedereen ook heeft aangehaald, die we moeten oplossen. Collega Beckerman gaf
ook aan dat het misschien wel met minder geld kan, dus over geld kan ik nu niet veel
zeggen. Ik denk dat we vooral een aantal onderliggende problemen moeten oplossen en
duidelijkheid moeten creëren. Dan kunnen we vandaaruit kijken welke financiële middelen
er nodig zijn en hoe we verdergaan.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik vond het heel goed dat de heer Köse zei dat er een lappendeken is ontstaan waarin
we vaak pleister op pleister plakken en dat we het systeem aan het bijstellen en repareren
zijn. Ik vond dat goed. Wij zeggen dit al bijna tien jaar. Ook na Nij Begun zijn er
heel veel fundamentele problemen die in dit systeem zitten, blijven bestaan, bijvoorbeeld
alleen al dat schade en versterking twee compleet aparte instituten zijn. Ik wil een
zin aanhalen uit de aanbiedingsbrief van Van Geel. Hij zei: «Een fundamenteel andere
manier van kijken naar de problematiek van verschillen is noodzakelijk om voor bewoners
in het aardbevingsgebied een aanvaardbare situatie te bereiken die als redelijk wordt
gezien.» Ik vond dat toen een heel mooie zin. Als ik dan nu naar bijvoorbeeld Schipsloot
kijk, dan denk ik dat er niet aan die zin wordt voldaan. Is de heer Köse dat met mij
eens en hoe zou hij dat nu willen oplossen?
De heer Köse (D66):
Zou u nog eens kunnen duiden waar u precies op doelt in dit geval? Wat is de kern
van het probleem dat u bedoelt op te lossen? Dan kan ik daar wat uitgebreider op antwoorden.
De voorzitter:
Meneer Köse, graag via de voorzitter. Mevrouw Beckerman mag haar vraag verduidelijken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is dan echt een verduidelijking. In dit geval gaat het om een straat. In 2005,
toen de versterking begon, werd vanaf een podium gezegd dat Loppersum als eerste aan
de beurt zou zijn. Het is inmiddels 2026 en zij horen eigenlijk niks meer. Maar ze
horen wel dat in de straat achter hen heel veel bewoners sloop-nieuwbouw krijgen.
Ik heb geprobeerd om met het Versterkingsspel dat zij hebben gemaakt, duidelijk te
maken tegen welke letterlijke antwoorden zij aanlopen. Wat zou de heer Köse in dit
geval willen doen? Het gaat me niet alleen om deze straat, want het staat symbool
voor iets groters. Nadat mensen hun verhaal lazen in het dagblad, trokken ook andere
bewoners aan de bel en die zeiden: dit lijkt heel erg op mijn straat.
De heer Köse (D66):
Ik denk dat dit precies raakt aan de kern van mijn verhaal. We zien hier eigenlijk,
zoals mevrouw Beckerman ook aangaf, dat er pleister op pleister wordt geplakt en dat
de één een verruiming krijgt en de ander niet. Mensen voelen zich ongelijk behandeld.
Ik ben in Groningen geweest en ik heb gesproken met vele partijen: onafhankelijke
partijen, de NAM en noem maar op. Ik heb alles gezien en een oordeel kunnen vormen.
Eigenlijk zegt vrijwel iedereen, wie je het ook vraagt, dat dit de kern is van het
probleem: er is geld en welwillendheid bij iedereen, maar we hebben er een rotzooitje
van gemaakt. Er is geen duidelijkheid. Er is geen rust momenteel. Dit is een mooi
voorbeeld, waaruit blijkt dat mensen ongelijk behandeld worden. Het probleem is dat
het kwaad al geschied is. We kunnen het alleen nog maar gaan herstellen en ook dat
gaat nog problemen opleveren. Ik hoop dat wij met de nieuwe wet rust en duidelijkheid
kunnen brengen. Daar heb ik de Staatssecretaris ook vragen over gesteld. We moeten
niet meer pleister op pleister plakken, maar er eindelijk eens verband om doen en
vooruit kunnen op de lange adem.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, tot slot op dit punt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik wilde nog twee keer, voorzitter. Dat is heel mooi. De heer Köse sprak net over
de wet Groningen die eraan komt. Ik hoop dat die snel komt. De keuzes die we maken,
zijn onlosmakelijk verbonden aan deze begroting. Als je de woningen waarover ik het
net had in 2005 had aangepakt, dan waren we denk ik een stuk goedkoper uit geweest
en waren deze mensen ook een stuk beter af geweest. Het is die gekmakende bureaucratie
die deze mensen de vernieling in helpt. Maar om terug te komen op de woorden van de
heer Köse: moeten we nu niet klip-en-klaar in de begroting vastleggen, omdat die wet
zo verbonden is aan deze begroting, dat we die oplossing die voor ons geschetst is
door Van Geel volledig gaan uitvoeren?
De heer Köse (D66):
Ik kan het eerste deel volledig onderschrijven. Ik heb daarover gezegd wat ik daarover
gezegd heb. We willen die stappen daarop zetten. Mevrouw Beckerman zal begrijpen dat
ik nu, gezien de onderhandelingen, niet kan toezeggen om dat in deze begroting en
voor de komende periode te doen. Daar moeten we echt op inzetten op een ander podium.
De voorzitter:
Ten slotte, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het is natuurlijk gek dat je wel eerst tegen de Staatssecretaris zegt dat de keuzes
in de begroting onlosmakelijk samenhangen met die wet die we in de toekomst gaan behandelen,
maar dat je toch liever even wacht als het je als partij gevraagd wordt.
Dan heb ik toch nog een andere vraag voor de heer Köse. Ook na de verkiezingen heeft
u onze motie gesteund om de hervatte gaswinning bij Warffum alsnog te stoppen. Staat
de heer Köse nog steeds achter die keuze en zullen we die gaswinning daar alsnog weer
stilleggen?
De heer Köse (D66):
We wachten niet. We zijn bezig, alleen nu in de trant van onderhandelingen. Ik kan
daar dus niet veel over zeggen. Dat geldt eigenlijk ook voor die kleine velden. De
lijn is duidelijk. Die motie is inderdaad gesteund, dus ik denk dat het vrij duidelijk
is waar D66 staat. Daar blijven we staan. We maken ons daar nu ook hard voor, maar
het is niet anders dan hoe het nu is. Daar zetten we nu op in op een ander podium.
De voorzitter:
De heer Bushoff, op dit punt.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Op zich snap ik een paar van de antwoorden van D66 wel. Toch hoor ik ook heel duidelijk
de inzet van D66 op twee zulke fundamentele punten, zoals de gaswinning uit de kleine
velden en die verschillen die niet uit te leggen zijn. D66 zegt dat die inzet helder
is en dat ze die eigenlijk niet willen veranderen. Dan kan het toch niet zo zijn,
zeg ik in de richting van D66, dat de uitkomst straks is dat u als een blad van een
boom bent omgekeerd? Dat kan dan voor D66 toch geen acceptabele uitkomst zijn?
De heer Köse (D66):
De heer Bushoff weet hoe het hier werkt. Als ik mijn hele verkiezingsprogramma kon
uitvoeren, dan had ik dat gedaan. Dat is helaas niet hoe het hier werkt. De kiezer
bepaalt daarin. We zullen daar dus ook andere meningen in moeten meenemen, ook die
van onze partners. We gaan ons daar hard voor maken. Ik kan het blijven roepen, maar
ik wil het net zo graag als de heer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dan gaan we het zien. Ik kan het me niet anders voorstellen dan dat er op deze twee
fundamentele punten een goede uitkomst uit zou moeten komen. Anders lijkt het me namelijk
dat je toch wel heel veel water bij de wijn hebt moeten doen. Dat kan ik me bijna
niet voorstellen.
Ik vroeg mij nog eventjes af hoe D66 kijkt naar vrijwilligers in het aardbevingsgebied.
Zij zeggen dat ze eigenlijk geen ruimte en tijd hebben om zich bezig te houden met
het verenigingsleven. Hoe kijkt D66 ertegen aan om hen juist wat meer tijd en ruimte
te geven?
De heer Köse (D66):
Ik ben in Groningen geweest. Ik heb daar met mensen gesproken. Dit is niet een van
de dingen dat als eerste naar boven kwam drijven. Ik ben heel erg geïnteresseerd in
hoe zich dat precies tot elkaar verhoudt. Ik zou daar eens naar moeten kijken. Als
daar echt onlosmakelijk zaken met elkaar verbonden zijn, dan ben ik echt bereid om
daar constructief in mee te denken. Het is nu niet als probleem nummer één in Groningen
bij mij opgekomen.
De voorzitter:
Mevrouw Den Hollander op dit punt.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik had het net misschien aan de heer Bushoff moeten vragen, maar ik dacht dat we de
interrupties zouden bewaren tot het eind. Dat heb ik misschien verkeerd begrepen.
Daarom vraag ik nu aan de heer Köse of hij met de VVD deelt dat de sociale agenda
van Nij Begun misschien ook een bijdrage zou kunnen leveren aan het geld wat de heer
Bushoff voor het verenigingsleven vraagt.
De heer Köse (D66):
Dat is een inkoppertje; dank daarvoor. Ja, dat kan ik volledig onderschrijven. Ik
denk dat het een uitgelezen kans is om hier misschien naar te kijken.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik kan mij best voorstellen dat er eerst andere zaken dan bijvoorbeeld de vrijwilligers
en het verenigingsleven omhoogkwamen in de gesprekken die de heer Köse heeft gevoerd.
Tegelijkertijd is dit wel degelijk een punt dat ook naar voren is gekomen. Als de
heer Köse straks nog eventjes het amendement leest, kan hij een aantal voorbeelden
daarvan zien. Mijn vraag gaat over het volgende. Er blijft elders geld op de begroting
over, wat ook of onder andere bestemd was voor Groningen. Zou het dan niet heel mooi
zijn om het overblijvende geld in te zetten voor zoiets belangrijks als het ondersteunen
van het verenigingsleven in het Noorden, juist in Groningen, waar vrijwilligers zeggen
dat ze daarvoor te weinig tijd en energie hebben door de gasellende? Op die manier
kun je ze iets meer ruimte geven. Ik kan me bijna niet voorstellen dat D66 een heel
klein bedrag van het geld dat overblijft op de begroting, niet wil gebruiken om de
Groningers en het verenigingsleven te ondersteunen.
De heer Köse (D66):
Ik denk dat het interessant is om te kijken of dat kan via de sociale agenda, zoals
ik al aangaf. Het is een feit dat er een immens grote onderuitputting op deze begroting
is, relatief en absoluut. Ik denk zeker dat dit kansen biedt, maar in de eerste plaats
moet het geld daarnaartoe gaan waar het voor begroot is. Laten we dat principe aanhouden.
Laten we in die zin bekijken of we iets kunnen regelen via de sociale agenda.
De voorzitter:
Meneer Köse, was u aan het einde van uw inbreng gekomen? Ja, u had ’m afgerond. Heel
goed. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Armut. Zij spreekt namens de fractie van
het CDA.
Mevrouw Armut (CDA):
Dank, voorzitter. Vandaag spreken we over de begroting voor het herstel van Groningen
en Noord-Drenthe. Voor mijn fractie draait dit dossier om drie kernpunten: de veiligheid
van inwoners, de voorspelbaarheid van de uitvoering en het herstel van vertrouwen.
In de afgelopen jaren is het beleid vaak gewijzigd. Er zijn verbeteringen doorgevoerd,
maar veel inwoners ervaren nog steeds lange doorlooptijden en onzekerheid. Het is
aan ons om te bewaken dat de uitvoering daadwerkelijk milder, menselijker en makkelijker
wordt. Deze begroting raakt de dagelijkse praktijk van gedupeerde Groningers. Het
is onze verantwoordelijkheid dat middelen leiden tot stabiliteit, veiligheid en vertrouwen.
Voorzitter. Ik zal ingaan op drie punten: de actualiteit, de uitvoering en Nij Begun,
te beginnen met de actualiteit. Sinds de sluiting van het Groningenveld is de situatie
veranderd, maar niet tot rust gekomen. Afgelopen november werden Groningers opnieuw
geconfronteerd met een zware aardbeving, met grote impact op huishoudens en gezinnen.
Boven op jarenlange onzekerheid is dit een fysieke en mentale dreun. Wij horen graag
van de Staatssecretaris wat er inmiddels bekend is. Welke impact hebben recente schademeldingen
op de versterkingsoperatie en de prioritering daarin? Is het voor inwoners duidelijk
genoeg waar zij terechtkunnen met vragen en zorgen? Is psychosociale ondersteuning
voldoende toegankelijk voor volwassenen en jongeren die daar behoefte aan hebben?
Daarnaast wordt er gewerkt aan een nadere analyse van de Zeerijpbeving, opgesteld
door de NAM en beoordeeld door het SodM. Wanneer verwacht de Staatssecretaris dat
deze rapportage met de Kamer gedeeld kan worden?
Voorzitter. Dan de uitvoering. Veel inwoners zitten al jaren in schade- en versterkingstrajecten
en hebben behoefte aan duidelijkheid over de planning, de doorlooptijd en de veiligheid
van hun woning. Heeft de Staatssecretaris zicht op de belangrijkste knelpunten in
de uitvoering, zoals capaciteit, schaarste in de aannemersmarkt en vergunningverlening?
Welke concrete stappen zet hij om vertraging te voorkomen? De regeling voor daadwerkelijk
herstel is opnieuw opgestart na een pauze, toen bleek dat door verloop van tijd een
groot deel van de schadeopnames inmiddels verouderd was. De doorlooptijd van aanvraag
tot uitvoering bij daadwerkelijk herstel blijft een belangrijke zorg. Kan de Staatssecretaris
iets zeggen over het aantal aanvragen voor daadwerkelijk herstel die inmiddels daadwerkelijk
hebben geleid tot uitgevoerde herstelmaatregelen? Hoe verloopt de behandeling en uitvoering
van deze aanvragen in de praktijk? Wat is op dit moment de gemiddelde tijd tussen
het moment waarop bewoners een voorstel voor daadwerkelijk herstel ontvangen en de
daadwerkelijke uitvoering van de herstelwerkzaamheden?
Voorzitter. De regeling duurzaam herstel is inmiddels de pilotfase voorbij en komt
in een nieuwe uitvoeringsfase, waarin versimpeling, versnelling en duidelijkheid voor
bewoners centraal zouden moeten staan. Welke concrete maatregelen verwacht de Staatssecretaris
op korte termijn te kunnen nemen om te versnellen? Wanneer krijgen bewoners meerjarige,
heldere zekerheid over de vormgeving en voorwaarden van deze regeling, zodat zij weten
waar ze aan toe zijn? Een terugkerend signaal bij veel organisaties is dat inwoners
met veel organisaties en regelingen te maken hebben. Dat maakt het traject belastend.
De inzet op één aanspreekpunt is daarom belangrijk. Hoe zijn de ervaringen in gemeenten
waar dit al is ingevoerd? Wordt deze werkwijze structureel geborgd? Hoe wordt gestuurd
op de continuïteit van contactpersonen, zodat bewoners niet elke keer opnieuw hun
verhaal hoeven te doen? Ziet de Staatssecretaris verder mogelijkheden om procedures
te vereenvoudigen?
Ik neem even een slok water, voorzitter, want ik heb ontzettend veel last van mijn
keel.
De voorzitter:
We kunnen ook een interruptie organiseren! Nee, hoor. Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Armut (CDA):
Afgelopen week verschenen in de regionale media opnieuw voorbeelden van moeilijk uitlegbare
verschillen in de versterkingsoperatie. In Loppersum en Appingedam zien bewoners dat
binnen hetzelfde huizenblok of dezelfde buurt de ene straat sloop en nieuwbouw krijgt
aangeboden, terwijl de andere dat niet krijgt, zonder heldere uitleg waarom. Besluiten
komen laat, soms via via. Onderbouwingen zijn niet inzichtelijk. Wat overblijft, is
een gevoel van willekeur, terwijl juist was afgesproken dat woningen binnen een cluster
of buurt gezamenlijk zouden worden aangepakt. Dat zorgt voor boosheid, onzekerheid
en een groeiend gebrek aan vertrouwen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dan ook
hoe het kan dat dit soort moeilijk te begrijpen verschillen nog steeds ontstaan binnen
één buurt. Welke concrete stappen zet hij om deze ongelijkheid te voorkomen en bewoners
in ieder geval vanaf het allereerste moment actief mee te nemen in de afwegingen en
kosten die aan dit soort besluiten ten grondslag liggen?
Voorzitter, dan Nij Begun. Herstel gaat niet alleen over schade en versterking, maar
ook over toekomstperspectief. Met Nij Begun wordt bijgedragen aan economische en sociale
ontwikkeling en een versterking van de brede welvaart. Voor het CDA is het essentieel
dat deze agenda zichtbaar is in het dagelijks leven, in buurthuizen, onderwijs, innovatie
en ruimte voor ondernemerschap. Het succes hangt samen met de betrokkenheid van inwoners,
gemeenten en provincie. In de meest recente voortgangsbrief benadrukt de Staatssecretaris
dat de maatregelen uit Nij Begun moeten leiden tot een verruimde en makkelijkere schadeafhandeling
voor bewoners. Dat willen we uiteindelijk natuurlijk allemaal. Kan de Staatssecretaris
duidelijk maken waaruit in de praktijk nu concreet blijkt dat de schadeafhandeling
voor bewoners daadwerkelijk eenvoudiger is geworden? In hoeverre wordt die verbetering
ook zo ervaren door de bewoners zelf?
Voorzitter. Uiteindelijk wordt het vertrouwen in Groningen niet bepaald door besprekingen,
nieuwe regelingen en beleidsnota's. Het vertrouwen kunnen we alleen herstellen door
te doen wat we hebben beloofd, door zorgvuldigheid toe te passen en te allen tijde
te handelen met de menselijke maat. Helaas hebben we nog een lange weg te gaan en
is er de afgelopen jaren iets gebroken bij Groningers die van instantie naar instantie
zijn gestuurd, die uit hun eigen woning moesten vertrekken of die jarenlang niks hebben
gehoord en in het duister hebben getast wat betreft hun veiligheid. De komende jaren
kunnen wij stap voor stap werken aan het herstellen van dat vertrouwen.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mevrouw Armut kent eigenlijk dezelfde gekkigheid als ikzelf en de heer Bushoff. Wij
blijven namelijk in Groningen ... O, ik vind het heel sneu dat u moet hoesten, mevrouw
Armut. Het is toch een beetje gek, hè? Wij blijven als een soort idioten in Groningen
wonen, terwijl we hier in Den Haag werken. Dat komt omdat wij allemaal heel trots
zijn op Groningen. Tenminste, dat denk ik; ik kijk even naar Julian, die gisteren
bij de FC was; dus die misschien iets minder. Laten we dus met z'n tweeën praten.
Op de dag van de beving in Riep, in Zeerijp, was ik daar met Julian Bushoff. Wij spraken
een jongere die allerlei problemen had, maar hij zei: ik ben zó trots op Groningen.
Daarom heb ik net een voorstel gedaan voor deze jongere, want heel veel jongeren willen
in Groningen blijven. Dat is echter heel moeizaam als er geen woningen zijn, als de
woningen die er zijn nog steeds kapot of zelfs onveilig zijn, of als die woningen
veel te duur zijn omdat verhuurders ze bijvoorbeeld ook kunnen verhuren als wisselwoning.
Daarom was mijn voorstel: ga nou met jongeren bouwen aan kleinschalige projecten.
Wacht, ik word te enthousiast; dan ga ik te lang door. Mijn vraag aan de mede-Groninger
die ook zo gek is om heen en weer te reizen naar haar baan in Den Haag, is eigenlijk
heel simpel: wat vindt mevrouw Armut van dat voorstel?
Mevrouw Armut (CDA):
Ik kan me natuurlijk honderd procent aansluiten bij de trots op Groningen die mevrouw
Beckerman uitspreekt. Gisteren zat ik niet bij de FC, om obvious redenen. Niet vanwege
de score hoor, maar vanwege mijn fitheid.
De Nij Begunwoningen. Ik snap natuurlijk helemaal dat mensen in Groningen willen blijven
wonen. Dat dat heel moeilijk is, geldt, denk ik, voor iedereen. Dat is zo in heel
Nederland. Het eerlijke verhaal is dus wel dat ik niet weet of wij specifiek voor
Groningen opeens een ander verhaal kunnen beloven. Ik wil het voorstel van mevrouw
Beckerman bekijken, maar ik wil daar wel gewoon meteen eerlijk over zijn. Ik kan mij
voorstellen dat wat mevrouw Beckerman voorstelt, geld kost. Ik ga ernaar kijken, maar
het lijkt mij een lastige.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mevrouw Armut heeft natuurlijk gelijk. Die wooncrisis moeten we in heel Nederland
oplossen. Daar hebben we een andere commissie en een ander debat voor. Maar dit is
eigenlijk een dubbele wooncrisis, omdat deze jongeren niet alleen geconfronteerd werden
met die wooncrisis van heel Nederland, maar ook nog eens met die van onveilige, kapotte
huizen. Het is een situatie waarin zij dubbel gedupeerd zijn. Heel veel van deze jongeren
hebben hier hun hele jeugd in gezeten, en dan komt dit weer. Natuurlijk heeft mevrouw
Armut gelijk dat het geld kost. Tegelijkertijd hebben we ook geld vrijgemaakt voor
een Nij Begun, een nieuw begin. Als je niet zorgt voor voldoende woningen, wat is
dat dan voor nieuw begin?
Mijn voorstel is nog niet eens om daar meteen miljarden tegenaan te gooien, maar ga
nou eens met jongeren aan de slag. Groningen heeft ooit zo'n project gehad, het 1.000-woningenplan.
Dat is nog steeds te zien aan de drie vierkantjes boven de deuren van echt nog steeds
herkenbare woningen in Groningen. We hebben gezegd dat we met jongeren gaan spreken,
dat er een JongerenTop is en dat we luisteren naar jongeren. Dan zeggen ze dat woningen
een van de grootste problemen vormen, en dan doen we er vervolgens onvoldoende mee.
Is het niet heel logisch, met alle woorden van ereschuld in gedachten, om hier samen
met jongeren mee aan de slag te gaan?
Mevrouw Armut (CDA):
Ja, maar het eerlijke verhaal is wel als volgt. Natuurlijk moeten we die ereschuld
inlossen. Ik heb er net in mijn bijdrage uitgebreid bij stilgestaan; dat hebben alle
collega's hier gedaan. Ik denk wel dat we terughoudend moeten zijn in het bedenken
van nieuwe ideeën. We moeten ook eerlijk zijn in hoe uitvoerbaar en realistisch dat
is. Ik zou het plan moeten bekijken, maar ik wil er wel eerlijk over zijn dat ik me
afvraag of wij dat kunnen waarmaken, specifiek alleen in Groningen voor Groningse
jongeren. Zoals ik al zei, hebben we een woningtekort in heel Nederland. Het is helemaal
waar dat de situatie in Groningen voor heel veel mensen veel schrijnender is. Nou
ja, goed, ik zal niet het begin van mijn antwoord herhalen.
De voorzitter:
De heer Clemminck heeft een interruptie.
De heer Clemminck (JA21):
Ik heb een vraag aan mevrouw Armut. Zij begon met drie pijlers die voor het CDA belangrijk
zijn in dit dossier. Een van de pijlers die mevrouw Armut noemde, was veiligheid.
Wat vindt het CDA, wat vindt mevrouw Armut, van het idee om een vervolgonderzoek te
doen naar aanleiding van het TNO-rapport, waarin staat dat we bijvoorbeeld door het
toedienen van stikstofinjecties in de grond mogelijkheden hebben om de grond te stabiliseren?
Mevrouw Armut (CDA):
Naast veiligheid heb ik ook vertrouwen genoemd als pijler. Ik vind het lastige aan
de plannen die JA21 keer op keer presenteert dat die echt ook het vertrouwen van Groningers
aantasten. Groningers zijn geen proefkonijnen. Zomaar opperen dat we aan een experiment
moeten gaan beginnen, vind ik echt niet niks. We hebben gezegd dat gaswinning in het
Groningerveld niet meer veilig kan, en dat we dat dus ook niet meer doen. Ik kan me
wat dat betreft aansluiten bij de kritische noot die ook de heer Vermeer daar al bij
plaatste: de manier waarop JA21 zegt dat dit zou kunnen, komt gewoon niet helemaal
zuiver over. Ze presenteerden in doorrekeningen de situatie eigenlijk al zo dat het
al klaar zou zijn: «het herstel is klaar; we kunnen gewoon weer door met boren, en
die opbrengsten rekenen we al mee». Ik vind dit niet de manier om met de provincie
om te gaan die al zo hard getroffen is. We zitten hier sowieso omdat de provincie
zo hard getroffen is, omdat zo veel Groningers gedupeerd zijn. Alstublieft, wees daar
voorzichtig mee.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Clemminck.
De heer Clemminck (JA21):
Dank voor het antwoord. Ik wil even terugkomen op het verwijt van mevrouw Armut. We
hebben altijd gezegd: eerst herstel en versterking, en op het moment dat dat klaar
is, gaan we kijken hoe we weer veilig en verantwoord kunnen boren, ook in het Groningerveld,
waarbij een deel van de inkomsten weer geïnvesteerd gaat worden in de regio. Daar
was een planning voor en op basis van die planning zijn doorrekeningen gemaakt, maar
dat is mijn punt niet. De volgorde is de volgorde, altijd, ongeacht de tijdlijn. Hoe
eerder we de operatie afgerond hebben, hoe beter, natuurlijk.
Ik ben toch wel een beetje teleurgesteld in de opmerking van de collega van het CDA.
Zij zegt: vertrouwen is heel belangrijk. Maar de boodschap – en hoeveel vertrouwen
geeft die boodschap van het CDA eigenlijk? – tegen de Groningers is: u gaat nog decennialang
last hebben van aardbevingen, en ik ben niet eens bereid om een vervolgonderzoek te
doen naar de technische mogelijkheden die wetenschappers geven. Ik vind dat echt onbegrijpelijk.
Ik zou tegen mijn collega, mevrouw Armut, willen zeggen: als je echt vertrouwen wil
winnen in Groningen, dan moet je ook kijken naar dit soort mogelijkheden.
De voorzitter:
Heeft mevrouw Armut nog een aanvulling hierop?
Mevrouw Armut (CDA):
Dit gaat niet om een simpele kosten-batenanalyse. Dit gaat gewoon om het dagelijks
leven van mensen. Dat is waarom wij hier zitten. Dat is waarom we deze bespreking
hebben. De lasten die je hiermee krijgt en die er ook al zijn, wegen niet op tegen
welke baten dan ook. Doe het gewoon niet.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik wil de keel van mevrouw Armut eigenlijk sparen, maar als het mag, heb ik toch een
korte vraag. Ik durfde het bijna niet te doen, maar ik stel toch een korte vraag over
het verenigingsleven. Ik weet dat het CDA dat ook altijd een warm hart toedraagt.
Wij horen dat juist het verenigingsleven in het aardbevingsgebied onder druk staat.
Mensen geven aan: «Naast mijn werk moet ik ook bezig zijn met versterking of schadeherstel
van mijn woning. Dan kan ik er geen vrijwilligerswerk bij hebben.» Ik heb samen met
mevrouw Beckerman en mevrouw Bikker een amendement ingediend. Ik kan me voorstellen
dat u dat eerst nog goed moet bestuderen, maar ik ben wel benieuwd wat uw grondhouding
is ten opzichte van het geven van een steuntje in de rug aan die vrijwilligers en
van het in de benen houden van het verenigingsleven in ons aardbevingsgebied. Dan
heb ik het over een klein bedrag dat overblijft op de begroting.
Mevrouw Armut (CDA):
Misschien komen we er nu achter dat het beter gaat als mijn keel warmdraait. Als de
heer Bushoff over het verenigingsleven begint, dan heeft ie het CDA natuurlijk. Wij
kunnen echt zien dat het heel moeilijk is; dat is overal zo. Het is heel moeilijk
om vrijwilligers te vinden, terwijl die toch heel veel van onze clubs draaiende houden.
Ik zou het moeten zien. Daarbij is de vraag volgens mij ook wat de beste manier is
om dat steuntje in de rug te geven. Zou dat bijvoorbeeld kunnen gebeuren via de sociale
agenda die we al hebben? Ik zal er dus naar kijken, maar ik sluit me wel aan bij mijn
voorganger. Ik sluit me ook aan bij mevrouw Den Hollander, die aangaf dat dit misschien
gewoon al binnen de sociale agenda past.
De voorzitter:
Graag een hele korte vervolgvraag.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
We kunnen altijd kijken of het ergens bij past. Tegelijkertijd zijn de doelen van
de sociale agenda al vastgesteld en is er op basis daarvan een programma gemaakt,
met bijbehorend budget. Dit vraagt eigenlijk om iets extra's, net iets anders dan
datgene wat in die sociale agenda is verwoord. Het gaat ook om een heel klein bedrag.
Ik hoop dat het CDA met die kennis naar dit amendement zou willen kijken.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Armut instemmend knikken.
Dan geef ik ten slotte het woord aan de heer Vermeer, die zijn eigen deadline heeft
gecreëerd van 16.45 uur. Ik geef hem graag het woord.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik was gisteren ook niet bij de FC. Volgens mij is dat trouwens
de enige club die een eigen boerenbox heeft, een speciale vipbox voor bedrijven uit
de agrarische sector. Ik heb het genot gehad om daar een keer te gast te mogen zijn.
Als ze meekijken: ik kom echt wel een keertje langs; dat lijkt me echt leuk! Maar
ja, Fortuna had wat meer fortuin, of betere voetballers; dat laat ik in het midden.
Voorzitter. Het herstel van Groningen is nu op een punt beland waarop het niet langer
gaat om nieuwe plannen, maar om het oplossen van bekende knelpunten in de uitvoering.
Een belangrijk uitgangspunt is en blijft dat bewoners sneller duidelijkheid moeten
krijgen over de veiligheid van hun woning. Daar is nu een norm voor afgesproken, maar
in de praktijk blijkt die norm alleen haalbaar als een dossier eenvoudig is, er voldoende
capaciteit beschikbaar is en er geen samenloop is met andere trajecten. Juist dat
laatste is in Groningen vaak niet het geval.
BBB constateert dat woningen met gecombineerde schade, funderingsproblemen of een
samenloop met problemen rond versterking, structureel buiten de standaardroute vallen,
niet omdat die zeldzaam zijn, maar omdat het systeem daar niet goed op is ingericht.
Juist deze huishoudens wachten het langst. De keuze waar we nu voor staan, is dus
heel concreet: blijven we deze situaties als uitzondering behandelen, of richten we
de uitvoering zo in dat dit het uitgangspunt wordt?
Voor BBB is dat laatste noodzakelijk. Er is de afgelopen periode al veel neergezet
voor een komend kabinet om de uitvoering nog beter te maken. Mevrouw Beckerman toonde
met het voorbeeld van dat spel terecht aan dat we niet weer te veel spelregels moeten
veranderen, omdat iedereen dan weer terug bij af is. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.
We hebben dus aan de ene kant baat bij stabiliteit, maar moeten wel zorgen dat de
uitvoering continu wordt verbeterd op punten waar dat mogelijk is zonder het hele
beleid te hoeven veranderen. Dat verdienen Groningers en Noord-Drenten, en dat is
een schuld die wij moeten inlossen. Er zijn grote stappen gemaakt, goede stappen,
maar het kan nog altijd beter. Nogmaals, onze Kamer heeft met alle goede intenties
de neiging om constant moties en amendementen in te dienen zodra er iets niet goed
gaat of niet goed dreigt te gaan. Maar iedere motie die wordt ingediend en aangenomen,
doet weer iets met capaciteit en mogelijkheden van uitvoeringsorganisaties. De Nationale
ombudsman heeft er ook al eens een heel rapport over gemaakt dat onze reflex niet
meteen moet zijn om direct te proberen alles op te lossen, maar af en toe iets meer
achterover te leunen en te kijken hoe zaken zich ontwikkelen. Dat is moeilijk voor
ons als volksvertegenwoordigers, want we willen altijd direct resultaat zien en laten
zien.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb dit de afgelopen jaren best vaak gehoord; ik kijk niet per se in uw richting.
In de afgelopen acht jaar dat ik nu dit dossier doe in de Kamer, en ook bij het toeslagenschandaal,
hebben wij heel vaak gezegd: ga nou met bewoners één plan maken en voorkom dat je
vastzit aan heel veel verschillende organisaties. In Groningen gaat het om schade
en versterken. Inmiddels zit er bijna een derde poot tussen, namelijk de funderingsproblematiek;
dat heet nu duurzaam herstel. Ik hoor de BBB nu zeggen: hé, wacht eens even, elke
keer dat er samenloop ontstaat, ontstaan er problemen. Dit was nou precies het punt
dat wij al acht jaar lang maken, namelijk over die hele juridische werkelijkheid.
Dat er een schadepoot en een versterkingspoot zijn, heeft te maken met de discussie
over de aansprakelijkheid van de NAM. Wanneer dat allemaal samenkomt, ontstaan er
problemen. Erkent de BBB dat dit nu juist het probleem is, omdat het fundamenteel
zo is ingericht: twee verschillende instituten met duurzaam herstel daar nu weer tussenin?
De heer Vermeer (BBB):
Ja, dat erken ik. Volgens mij is dit een diepgeworteld probleem dat we in allerlei
geledingen zien. We zien het zelfs bij jeugdzorg en bij allerlei hulp in gemeentes
voor mensen die dat nodig hebben, namelijk dat niet de burger en de problemen die
opgelost moeten worden centraal staan, maar dat er geredeneerd wordt vanuit instellingen,
instituten en de manier waarop we de zaken geregeld hebben. Bij jeugdzorg en gezinszorg
proberen we dan een gezinsregisseur en al dat soort dingen te regelen om eigenlijk
het probleem op te lossen dat er aan de achterkant allerlei loketten zitten, die vaak
inderdaad om juridische redenen gesplitst zijn. Maar die burger heeft daar natuurlijk
geen enkele boodschap aan, want die wil gewoon dat het opgelost wordt. Iets wat mij
bij het werk in de Kamer eigenlijk tegenvalt, zijn de verschillende «silo's» van ministeries.
Die hebben ieder hun eigen begrotingen en belangen, waardoor de burger, waarvoor gewerkt
moet worden, niet meer centraal staat. Want één ding moet duidelijk zijn: de overheid
is er voor de burger en niet andersom.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman voor een vervolgvraag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is een heel terecht antwoord. We halen nu al acht jaar het punt aan dat er twee
kolossen zijn ontstaan. Die worden steeds groter. Samen kosten ze 0,5 miljard aan
uitvoering per jaar. Dat is alleen maar geld voor uitvoeringskosten. Elke keer als
we dat zeiden, begon er iemand – ik kijk echt niet naar u – te gillen «geen systeemverandering,
want dan wordt het allemaal een drama», alsof we dat voorstelden. We zeiden: begin
nou bij dat fundamentele punt, namelijk dat er met zo'n heel systeem niet één aanpak
is. Je constateert dus dat het in het fundament van de aanpak nog steeds fout zit
door die verschillende instituten. En nee, ik pleit hier niet voor een systeemverandering,
maar wel voor een fundamenteel andere kijk zoals Van Geel ook zei. Erkent de BBB dat
het dan gek is om nu te zeggen dat je dan af en toe achterover moet leunen? Erkent
de BBB dat dan juist die fundamentele kijk, die fundamenteel andere kijk, nog steeds
ontbreekt? Een voorbeeld is die situatie aan de Schipsloot.
De heer Vermeer (BBB):
Mevrouw Beckerman schetst precies de catch-22-situatie waarin we zitten. Je wilt namelijk
én geen systeemverandering én het systeem veranderen. Het systeem dat we nu hebben,
is er al. Dat is in de loop der jaren ontstaan. Dat is waar de Nationale ombudsman
terecht op wees. Hij zei: die verschillende systemen zijn ontstaan omdat er te snel
gereageerd is, in plaats van goed inventariseren wat er allemaal nodig was voor de
burger en wat de beste oplossing zou zijn. Er werden al dingen opgestart. Op een gegeven
moment lopen die naast elkaar en langs elkaar. Dan moet je, net als bij het toeslagen-
en belastingsysteem, een keer op het punt komen dat je niet in elk coalitieakkoord
schrijft dat je het gaat aanpassen, terwijl het nooit gebeurt. In de komende periode,
op vrijdag, zullen we zien of er iets in staat over Groningen. Ik zou wel een systeemverandering
willen, maar ik realiseer me ook dat uw spelvariant eraan gaat komen en dan zijn we
weer terug bij af. Dat wil ik absoluut voorkomen. Liever doorwerken met gebrekkig
gereedschap dan al het gereedschap weggooien en niet weten wat ervoor terugkomt.
De voorzitter:
Tot slot op dit punt, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dit systeem is niet ontstaan doordat politici te snel reageerden op problemen. Dit
systeem is eigenlijk een uitvloeisel van de aansprakelijkheidsdiscussie van de NAM.
Zo is het opgebouwd. Schade werd cosmetisch verholpen waar het onveilig was, maar
er werd niet naar de funderingen gekeken. Daar zijn we later – dat is nog steeds een
pilot – wel naar gaan kijken. Dat is er tussenin komen hangen. Dit is niet een systeem
van mensen die het juiste wilden doen; dit systeem begon bij die aansprakelijkheid.
Dat is nooit aangepakt.
Maar dit is geen catch-22-situatie meer. We hebben een rapport besteld. We hebben
een rapport gekregen met een aanpak die wel werkt, namelijk de aanpak-Van Geel, met
een fundamenteel andere blik. Die wordt soms verengd in deze Kamer tot een verduurzamingsaanpak.
Dat is het niet. Van Geel pleit echt voor een fundamenteel andere blik. Die zou nou
juist heel goed kunnen werken voor Schipsloot. Erkent de BBB dat we daar direct mee
aan de slag moeten? Laat dit dan maar je testcase zijn, al die bewoners die zich nu
melden, ook met die ongelijkheidssituatie, waarbij je het wel goed zou kunnen doen.
We hoeven dit wiel niet uit te vinden. Het is er al; het rijdt alleen niet.
De heer Vermeer (BBB):
Ik persoonlijk ben niet tegen experimenten in bepaalde projecten om het op een andere
manier aan te pakken, maar daar creëren we weer nieuwe verschillen mee. Ik vind dat
wel lastig in dit geval. Ik ben het ook niet met mevrouw Beckerman eens dat dit alleen
ontstaan is door juridische verschillen. Juridische verschillen over aansprakelijkheid
zijn nou eenmaal een gegeven. Het gaat om het volgende. Ook hier hebben de politiek,
de ministeries, de op dat moment verantwoordelijken, ervoor gekozen om dat niet in
één loket allemaal samen te voegen en te zorgen dat de burger daar geen last van had.
Ik ben het dus niet met mevrouw Beckerman eens dat we de juridische werkelijkheid
moeten volgen. Volgens mij moeten we de werkelijkheid van inwoners volgen en daar
de methodiek op aanpassen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Niet alles kan, wou ik ook zeggen. Iedere goede intentie kan ergens anders betekenen
dat mankracht ingeleverd moet worden. Dat geldt ook voor een nieuwe aanpak of een
nieuwe methode. Op papier kunnen die alles oplossen, maar in de praktijk zullen die
betekenen dat die overgangssituatie volop voor vertraging zorgt. Maar ook BBB ziet
nog verbeterpunten, mevrouw Beckerman. Zo is bij schadeafhandeling ingezet op vereenvoudiging,
onder andere door het loslaten van de casualiteitsdiscussie tot een bepaald bedrag.
Dat werkt in de praktijk goed bij enkelvoudige schade, maar zodra er sprake is van
funderingsschade, herhaalschade of eerdere herstelpogingen, vallen bewoners al snel
terug in langdurige trajecten. Zie het ganzenbord dat eerder is laten zien. BBB wil
dat juist deze dossiers prioriteit krijgen, niet pas als alles is vastgelopen, maar
aan de voorkant. We hopen dan ook dat dit absolute prioriteit blijft hebben en dat
de Staatssecretaris ervoor zorgt dat dat in zijn erfenis zit.
Voorzitter. Dan de termijnen. Voor BBB is compensatie bij overschrijding geen ...
De voorzitter:
Een ogenblikje, meneer Vermeer. U heeft een interruptie van de heer Clemminck.
De heer Clemminck (JA21):
Ik spoel even een paar seconden terug in uw betoog, meneer Vermeer. U had het erover
dat nieuwe maatregelen of initiatieven uitvoeringskracht kosten en dat dat weleens
ten koste kan gaan van de snelheid, van hoe snel we de zaken weer op orde krijgen.
Betekent dat ook dat u op die manier kijkt naar nieuwe verduurzamingsmaatregelen?
Ik vroeg dit ook al aan de Staatssecretaris. We kregen dit bericht al eerder vanuit
de NCG. De nieuwe ambities voor verduurzaming gaan zorgen voor vertraging bij het
versterken van woningen. Ik ben benieuwd of de heer Vermeer het verband ziet tussen
die nieuwe ambities en het vertragen en het ten koste gaan van de uitvoeringskracht.
De heer Vermeer (BBB):
Zoals ik betoog, is iedere aanpassing een risico. Het is aan de uitvoerders om te
bepalen of dat een acceptabel risico is. Ik vind verduurzaming essentieel, want met
name in die gebieden is extreem veel energiearmoede. Dat blijkt ook uit alle kaartjes
en uit de Kamervragen die ik hierover gesteld heb en die net beantwoord zijn. We kunnen
de huizen wel opknappen, maar we moeten echt een grote slag maken. Wij hebben altijd
gezegd dat de energietransitie belangrijk is, maar het is nog veel belangrijker dat
er minder energie verbruikt wordt. Wat ons betreft kunnen deze duurzaamheidsacties
daarbij helpen. Dan hebben we ook minder discussies over gaswinning.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Dan de termijnen. Voor de BBB is compensatie bij overschrijding geen eindpunt,
maar een signaal dat de uitvoering tekortschiet. Een vergoeding achteraf helpt de
bewoner nauwelijks als het traject daarna gewoon in hetzelfde tempo doorgaat. Wat
de BBB betreft moet een overschrijding van de termijnen automatisch leiden tot een
vereenvoudiging van het vervolgproces. Als iets in een goedwerkende ICT-organisatie
vaak voorkomt als incident, dan definieer je het als een probleem en ga je het oplossen
aan de oorzaakkant in plaats van alleen maar pleisters te plakken. Denk aan minder
beoordelingsstappen, een versnelde besluitvorming of directe opschaling binnen de
organisatie. Welke concrete consequenties verbindt de Staatssecretaris aan structurele
termijnoverschrijdingen in de uitvoering?
Ook ondernemers lopen tegen vergelijkbare problemen aan. Kleine ondernemers en zelfstandigen
hebben vaak te maken met dezelfde panden, dezelfde schade en dezelfde onzekerheid,
maar ook met extra financiële druk. Ondersteuning is beschikbaar, maar in de praktijk
is de toegang complex en versnipperd. De BBB wil dat ondernemers niet apart hoeven
te bewijzen dat hun situatie bijzonder is, maar dat wordt erkend dat schade, versterking
en bedrijfscontinuïteit samenkomen. Hoe wordt voorkomen dat ondernemers opnieuw tussen
regelingen in vallen en daardoor opnieuw vertraging oplopen, zo vraag ik de Staatssecretaris.
Voorzitter. Veiligheid blijft uiteraard leidend, maar voortschrijdend inzicht mag
geen vrijbrief zijn voor herhaalde beoordelingen zonder einde. De BBB hoort te vaak
dat bewoners opnieuw worden beoordeeld, zonder dat dit leidt tot een snellere uitvoering.
Waar liggen hier de grenzen? Hoe wordt geborgd dat eenmaal gegeven zekerheid ook daadwerkelijk
zekerheid blijft?
Voorzitter, tot slot. Monitoring en voortgang zijn belangrijk. Voor de BBB is niet
alleen het aantal afgeronde dossiers leidend, maar ook de voorspelbaarheid voor bewoners
en de rust die we ze moeten bieden. De BBB hoopt dat deze begroting ook afdwingt dat
de uitvoering eenvoudiger, sneller en betrouwbaarder wordt. Er werd eerder al gerefereerd
aan de relatief hoge uitvoeringskosten, die tijdelijk even wat lager waren doordat
er snel heel veel bedragen afgetikt konden worden. Dat helpt, maar we zijn er nog
lang niet. De uitvoering sneller en betrouwbaarder maken is geen gunst, maar een verplichting
richting de Groningers en Noord-Drenthe.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een vraag van de heer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, een korte vraag. Ik heb een amendement ingediend, waar Bushoff, Beckerman en Bikker
onder staan. Oftewel: BBB. Ik vroeg me af of ik de heer Vermeer er ook bij kan schrijven.
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb bijna 40 jaar zeker twintig uur per week vrijwilligerswerk gedaan. Ik waardeer
de hulp van en de aandacht voor vrijwilligerswerk bij verenigingen, maar ik weet niet
of dat de oplossing is. De vrijwilligersvergoeding kent een maximumbedrag van € 220
per maand, voor maximaal tien maanden per jaar. Voor dit bedrag zou je ruim 100.000
mensen het hele jaar lang een vrijwilligersvergoeding kunnen geven, als je het daar
volledig voor zou gebruiken. Maar dat is weer incidenteel geld, dat structureel niks
gaat oplossen. Er zijn mensen die nu een vrijwilligersvergoeding krijgen, maar het
kan dan zo zijn dat ze straks stoppen als het geld er niet meer is. Dat is nog erger
dan dat ze misschien nu een uurtje minder inzetten. Ik erken dus het probleem, maar
ik twijfel heel erg of dit tot een oplossing leidt en niet een nieuw probleem creëert.
Daar zitten dus mijn zorgen.
De voorzitter:
De heer Bushoff heeft een vervolgvraag.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Op zich kan ik tot op zekere hoogte wel in het betoog van de heer Vermeer komen. Het
gaat natuurlijk niet de gouden oplossing zijn die alle problemen oplost. Het belangrijkste
is natuurlijk dat de versterking en schadeafhandeling in Groningen goed gaan en dat
mensen daarmee weer de rust krijgen om zich op het verenigingsleven te storten. Wel
kan het een klein beetje helpen om mensen in de tussentijd iets te ontzorgen of om
verenigingen in staat te stellen wat meer vrijwilligers aan te trekken. Ik zou de
heer Vermeer willen vragen om met die blik ernaar te kijken. Het is misschien niet
dé oplossing, maar het kan in ieder geval bijdragen aan het in stand houden van het
verenigingsleven, dat de heer Vermeer en BBB zo'n warm hart toedragen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik moet toch kijken naar de manier waarop het hier verwoord is. Ik moet kijken naar
het bedrag, dat eenmalig is. Zoals gezegd zit ik daarmee. Ik zie meer in het in de
sociale agenda verwerken van directe steun aan verenigingen, maar volgens mij is de
sociale agenda al met alle betrokkenen samengesteld. Dat het daar niet in zit, heeft
ook een reden. Dit zijn politiek gezien altijd vervelende amendementen. Je kunt er
namelijk eigenlijk niet tegen zijn, maar de vraag is of het het geschetste probleem
oplost. Daar moeten we eerlijk over zijn richting mensen.
De voorzitter:
Dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Er zijn
best wel wat vragen gesteld. We gaan de aankomende schorsing ook benutten om een hapje
te eten. De Staatssecretaris zal in zijn eerste termijn de amendementen appreciëren.
Ik schors de vergadering tot 17.50 uur.
De vergadering wordt van 16.50 uur tot 17.50 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Welkom bij de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken.
Aan de orde is het wetgevingsoverleg Begrotingsonderdeel Herstel Groningen. We zijn
aangekomen bij de eerste termijn van de zijde van het kabinet en ik geef het woord
aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Van
Marum.
Staatssecretaris Van Marum:
Dank u wel, voorzitter. Dank voor het woord en ook dank aan de leden van de Kamer,
vooral voor hun betrokkenheid. De samenwerking met u vind ik erg belangrijk. Het is
goed om hier weer te zijn. Ik wil een klein momentje stilstaan bij een grote fan van
mij die zit te kijken, voor de laatste keer; mijn moeder is opgenomen in een hospice,
vandaar.
Ook al is het kabinet demissionair, het werk voor Groningen en Noord-Drenthe stopt
niet. We hebben de afgelopen jaren wel heel veel stappen gezet, maar er is nog veel
werk te doen. Ik heb de afgelopen periode ook steeds gezegd dat we geen grote koerswijzigingen
nodig hebben, maar vooral rust en stabiliteit. Met het PEGA-wetsvoorstel dat nu in
uw Kamer voorligt zetten we een belangrijke stap in die richting.
De begroting voor 2026 laat zien dat we doorpakken, want dat is wat Groningers en
Noord-Drenten verdienen. Alle financiële middelen die nodig zijn voor schadeherstel,
versterking, verduurzaming en toekomstperspectief in 2026 blijven beschikbaar. Dat
staat met deze begroting ook zwart-op-wit. Hiermee doen we ook recht aan wat we in
Nij Begun hebben afgesproken: een generatielange betrokkenheid en genoeg geld voor
de afhandeling van schade en versterking van de huizen voor zolang het nodig is én
koste wat het kost.
Voorzitter. Ik blijf me ook als demissionair Staatssecretaris, samen met de regio,
onverminderd inzetten voor veiligheid, schadeherstel en vertrouwen. Ik doe dat graag
samen met u, want ik geloof dat we samen meer bereiken. Dan ga ik nu over tot de beantwoording
van uw vragen. Ik heb ze ingedeeld in de blokjes versterken, verduurzaming, schadeherstel,
perspectief sociale en economische agenda, financiën, procedures, arbitrages en algemeen.
Dan heb ik ook nog ...
De voorzitter:
Het ging heel erg snel. Misschien kunt u het herhalen?
Staatssecretaris Van Marum:
Versterken, verduurzamen, schadeherstel, perspectief sociale en economische agenda,
financiën, procedures, arbitrages en algemeen. Verder heb ik de appreciatie van de
amendementen.
Ik begin met versterken. In het afgelopen debat van 11 december heb ik benadrukt hoe
belangrijk koersvastheid en stabiliteit is in de versterking. Wel blijf ik verbeteringen
doorvoeren. Die moeten wel merkbaar zijn voor de bewoners. Met deze verbeteringen
geef ik ook gehoor aan de signalen die ik meermaals van bewoners heb gehoord tijdens
bijeenkomsten. Ik vind het namelijk belangrijk dat zij gehoord worden. Ook ik vind
de situatie die mevrouw Beckerman schetste van het echtpaar van 95 dat al twee jaar
wacht, niet acceptabel. Dat soort situaties wil ik snel oplossen. Daarom zet ik met
de NCG dit jaar onder meer in op de volgende uitkomsten. Hiermee ga ik onder andere
in op de vraag van mevrouw Beckerman wat ik ga doen om het vertrouwen te herstellen.
Ten eerste wil ik verbeteringen in het primaire proces, zoals het vroegtijdig informeren
van bewoners over ontwikkelingen in het bieden van een oplossingsrichting voor complexe
en langlopende versterkingen en het aanscherpen van de geleverde kwaliteit, bijvoorbeeld
door kwaliteitscontroles te organiseren in iedere fase van de versterking. Het onderzoek
van het ACVG naar de kwaliteit van de beoordelingsrapporten is een belangrijke mijlpaal
om de bewoners op grotere schaal zekerheid te kunnen bieden. Daarnaast zorgt de NCG
ervoor dat het loket nazorg goed is ingericht, zodat versterkingen gedegen met bewoners
worden afgehecht.
Ten tweede wil ik dat meer bewoners tevreden zijn over de dienstverlening van de NCG.
Daarvoor wordt bijvoorbeeld de geboden ondersteuning aangescherpt, is er aandacht
voor de begrijpelijkheid van brieven en krijgen bewoners meer inzicht in het proces
en de planning van hun versterking. De NCG werkt bovendien aan structurele verslaglegging
van de afspraken met bewoners. Vooral dat laatste vind ik ontzettend belangrijk. Zoals
ik ook eerder hier in het debat heb gehoord, verdwijnen de afspraken soms als er weer
een nieuwe bewonersbegeleider komt. Ik wil gewoon dat er van elk gesprek een verslag
in het dossier komt. Ik verwacht dat een oplossingsrichting voor complexe en langlopende
versterking ook zal bijdragen aan de tevredenheid van bewoners over de dienstverlening
van de NCG.
Dan over verschillen in Van Geel. Ik wil stilstaan bij alle vragen over het advies
van de commissie-Van Geel. Zoals reeds diverse keren in uw Kamer is aangegeven, neemt
het kabinet de kern van het advies van de commissie-Van Geel over en voert het dit
uit, binnen de grenzen van wat uitvoerbaar en redelijk is. Dat wil zeggen: alle huizen
veilig, schadevrij en verduurzaamd. Uit de uitvoeringsanalyse van NCG en IMG blijkt
echter dat een aantal elementen uit het advies niet uitvoerbaar is, bijvoorbeeld als
het gaat om alle afgewezen schademeldingen uit het verleden opnieuw te laten beoordelen.
Daarbij zou ook het uitvoeren van het advies weer leiden tot nieuwe verschillen. Ook
een volledige deur-tot-deuraanpak acht het kabinet niet uitvoerbaar. In overleg met
de regio is gekomen tot een alternatieve benadering, zoals opgenomen in de Agenda
voor Herstel. Ten slotte is het actief op zoek gaan naar de huizen die buiten de versterkingsscope
vallen alleen maar ... Deze zin klopt even helemaal niet; die ga ik even opnieuw bekijken.
Ten slotte is het actief op zoek gaan naar huizen die buiten de versterkingsscope
vallen, waar mogelijk veiligheidsrisico's lopen, niet uitvoerbaar. «Maar» moest «waar»
zijn.
Voor al deze elementen heeft het kabinet voor een alternatieve werkwijze gekozen.
Met de isolatieaanpak biedt het kabinet een aanpak die een onderscheid maakt tussen
bewoners in het zwaarst getroffen deel van het gebied, dus de kern van het gebied,
en de bewoners daarbuiten. Hiermee heeft iedereen in het gehele gebied nog steeds
de mogelijkheid tot het verduurzamen van een woning. Er is echter wel een verschil
in vergoeding voor de bewoners in de kern en die in het gebied erbuiten. Dat leidt
inderdaad tot verschillen, maar die acht het kabinet rechtvaardig, ook gelet op de
veel grotere effecten van de aardbevingen die de bewoners in de kern ervaren.
Het volledig overnemen van Van Geel leidt ook niet tot een andere aanpak in de kern
van het gebied, zoals mevrouw Beckerman zei met betrekking tot de Schipsloot, maar
zorgt voor een hogere vergoeding voor de verduurzaming in bijvoorbeeld de stad Groningen
en de gebieden die ten westen daarvan liggen. Daarmee zijn de mensen in de kern van
het gebied niet geholpen. Voor een volledige vergoeding van de verduurzaming voor
iedereen in Groningen en Noord-Drenthe is een extra budget van circa 1,8 miljard nodig.
Momenteel zijn hiervoor nog geen middelen gereserveerd.
Verschillen Schipsloot. Verschillende Kamerleden vroegen naar de verschillen daar.
Allereerst wil ik benadrukken dat het niet de bedoeling is dat bewoners via via horen
over de aanpak van onaanvaardbare verschillen in de buurt. Bewoners mogen inderdaad
verwachten dat ze daarin worden meegenomen. Als dat niet gebeurd is, dan moet dat
alsnog goed gebeuren. Om de besluitvorming bij onaanvaardbare verschillen in goede
banen te leiden, is er een routekaart opgesteld. Die moet worden doorlopen. De routekaart
geeft de gemeente en de NCG houvast. Die gaat bijvoorbeeld over het in beeld brengen
van de effecten op de omliggende straten en over het zorgen voor een goede communicatie
met de bewoners.
Bij de aanpak van onaanvaardbare verschillen in de Middenstraat hebben de gemeente
Eemsdelta en de NCG specifiek gekeken naar de situatie in de betreffende straat. Ondanks
dat beide straten tot hetzelfde bouwcluster behoren, is er daarbij sprake van een
duidelijk verschil met de situatie in de Schipsloot. Bij de Middenstraat heeft de
gekozen oplossing echter tot vragen geleid bij de bewoners in de omliggende straten.
De NCG en de gemeente zijn momenteel met betreffende bewoners in gesprek om naar de
ontstane situatie te kijken.
Dan kom ik bij de vragen.
De voorzitter:
Zullen we heel even de antwoorden op de vragen afwachten, mevrouw Beckerman? Misschien
wordt uw vraag alsnog beantwoord. De Staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Marum:
Eerst een vraag van de fractie van GroenLinks-PvdA. Er zijn honderden voorbeelden
van vastgelopen dossiers; herkent u het beeld dat er één persoon zou moeten worden
aangesteld die doorbraken kan forceren bij deze vastgelopen zaken? Het is belangrijk
dat die complexe langlopende casuïstiek snel opgelost wordt. Ik heb zelf met NCG en
IMG over het proces gesproken. Ik heb daar vertrouwen in. NCG verwacht bijvoorbeeld
in het eerste kwartaal van dit jaar een besluit te nemen over de oplossingsrichtingen
voor adressen uit de eerste analyse van de meest complexe en langlopende casussen
en is daarover met bewoners in gesprek. In het tweede kwartaal worden de analysen
van de overige lopende casuïstiekadressen bekeken. Bij het IMG is er inmiddels ook
een team opgericht. Zij verwachten dat zij ook de meeste casussen in 2026 kunnen oplossen.
Die meervoudige casussen komen op tafel en daarbij zitten alle betrokkenen aan tafel.
Op dit moment krijg ik terug dat die mensen hun verantwoordelijkheid pakken en dat
zij deze zaken goed afhandelen. Ik kies er daarom voor om op dit moment nog geen aanjager
aan te stellen, maar ik houd wel een vinger aan de pols. Mocht dat in de toekomst
nodig zijn, dan kunnen we in overleg met de regio en de uitvoeringsorganisaties alsnog
iemand probleemverantwoordelijk maken die met dwingende bevoegdheden aan die tafel
zit, maar die kunnen we eventueel ook uit een eigen organisatie halen. Daar hoeven
we geen apart instituut voor op te tuigen.
Dan had ik een vraag van mevrouw Den Hollander van de VVD: hoe gaan we verantwoord
versnellen; hoe ga ik meer mandaat geven op lokaal niveau of aan het lokaal bestuur
om de versnelling te realiseren? Het belangrijkste is dat de bewoner duidelijkheid
heeft over zijn versterkingstraject, dat er een gedegen proces wordt doorlopen en
dat hierover goed wordt gecommuniceerd. Over het verwachte verloop van de versterking
heb ik doorlopend contact met de NCG. Met de actualisatie van de diepteanalyse informeer
ik uw Kamer jaarlijks over het verloop. NCG en IMG hebben reeds een ruim mandaat om
gezamenlijk tot goede oplossingen te komen. Meer mandaat is daar wat mij betreft niet
nodig. Uitgangspunt is wel dat we uitgaan van de huidige verantwoordelijkheden. Vanuit
ieders eigen taak, rol, mandaat en bevoegdheid zoekt de lokale stuurgroep naar goede
oplossingen. De berichten die ik daarvan terugkrijg, zijn dat dat goed loopt. We hebben
al jarenlang gevraagd om dat in gezamenlijkheid op te pakken. Hier wordt nu gezamenlijk
met alle partijen aan tafel gezeten en worden de casussen op een goede manier doorlopen.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik moest daarnet wachten. Toen werd ik verwezen naar het einde van het blokje.
De voorzitter:
Omdat specifiek haar vraag nu beantwoord wordt. In het blokje, begrijp ik, is er een
vrij algemene inleiding die over het specifieke onderwerp gaat. Daarna gaat de Staatssecretaris
over tot het beantwoorden van specifieke vragen van leden. Vandaar dat ik in de veronderstelling
was dat de vraag van mevrouw Beckerman wellicht nog ergens op de stapel ligt. Daarom
heb ik het zo gedaan.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Deze vraag ging specifiek over de bureaucratie en het mandaat. Wij horen van bewoners
in Groningen dat zij een goed gesprek hebben met een instantie, afhankelijk van wat
hun vraag is, maar dat daar dan geen beslissingen genomen worden omdat het weer hogerop
gezocht moet worden. Het duurt dan heel lang en soms komt er alsnog een nee, terwijl
iedereen aan de keukentafel het met elkaar eens leek te zijn dat het een goede oplossing
was. Daarom was mijn vraag heel specifiek hoe het kan dat de mensen die daar die gesprekken
voeren geen mandaat hebben om die beslissing te nemen.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik herken wat u zegt. Ik heb hier korte tijd geleden over gesproken met de organisaties.
Ik heb gevraagd hoe het kan dat aan tafel afspraken gemaakt worden die vervolgens
binnen de organisatie weer teruggeduwd worden. Daar gaat het dan eventueel over. Soms
heeft dat gewoon met juridische kwesties te maken, bijvoorbeeld omdat er een onuitvoerbaarheid
in zit. Ik heb wel mijn organisaties op het hart gedrukt dat het eigenlijk niet zo
kan zijn dat er aan de tafel afspraken gemaakt worden die binnen de organisatie teruggedrukt
worden. Er wordt nu bekeken of we dat kunnen voorkomen.
De voorzitter:
Mevrouw Den Hollander voor een vervolgvraag.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Aanvullend. Als iets juridisch niet kan of op basis van uitvoerbaarheid niet mogelijk
is, dan vraag ik mij af of de mensen die aan de keukentafel zitten wel de juiste expertise
hebben. Je mag toch verwachten dat de mensen die aan de keukentafel zitten weten waar
ze het over hebben, dat ze de gevolgen moeten kunnen overzien en dat ze niet teruggefloten
hoeven te worden door iemand hoger in de organisatie. Of is dat een gekke veronderstelling?
Staatssecretaris Van Marum:
Nee, dat is geen gekke veronderstelling. Dat was dus ook de reden dat ik er zelf ook
vragen over gesteld heb.
De heer Köse had nog een vraag: «Wat betekent deze vertraging concreet voor de mensen
die al jaren wachten? Wie draagt de verantwoordelijkheid als de doelen opnieuw niet
worden gehaald? Is de Staatssecretaris bereid 2030 als harde deadline vast te leggen?».
Er is geen sprake van vertraging in de versterking en de NCG haalt zijn doelen voor
2025. Ik heb ook aan het begin van mijn spreektijd aangegeven dat ik stuur op meer
balans tussen snelheid en kwaliteit. De diepteanalyse uit september ’24 heeft laten
zien dat de versterking niet is gebaat bij een harde deadline. Dat zet de geleverde
kwaliteit aan de bewoners onnodig onder druk. Daarom stuur ik met alle betrokken partijen
op een bandbreedte voor het verloop van de versterking. Met de jaarlijkse actualisatie
van de diepteanalyse informeer ik uw Kamer over het verwachte verloop. Bij mijn aantreden
liep ik ertegenaan dat er eigenlijk continu onrealistische doelen gesteld werden.
Ik weet dat snelheid een belangrijke factor is, maar continu terug moeten komen op
afspraken die gemaakt zijn, is dat ook. Ik heb ervoor gekozen om mijn organisatie
te vragen een realistische raming te maken van wanneer ze denken klaar te kunnen zijn.
Zoals het nu erop lijkt, lopen ze deze op een goede manier na.
De heer Köse (D66):
Ik heb een vraag aan de Staatssecretaris. We hebben met z'n allen aangegeven – de
Staatssecretaris deed dat ook in zijn betoog – dat we duidelijkheid willen voor de
Groningers. Duidelijkheid is denk ik ook het hebben van een eindpunt, een verwachting,
een ambitie. Dat zal af en toe bijgesteld moeten worden. Maar het is nu best wel breed.
Kunnen we dat niet, vraag ik via de voorzitter, concreter maken door te zeggen dat
het ergens tussen 2030 en 2032 is? Dat zijn drie jaren waar het dan in kan vallen.
Als we zeggen dat het doel 2032 of 2030 is, wat is dan het meest realistisch? Is het
niet mogelijk om dat iets meer te concretiseren?
Staatssecretaris Van Marum:
Ik ben daar juist duidelijk over geweest door te zeggen dat ik een bandbreedte van
ongeveer 2030 tot 2032 realistisch acht. Waarom dan ook die laatste twee jaar? Er
zitten gewoon een aantal versterkingen in die ontzettend complex zijn. We komen met
schadeherstel af en toe ook nog weleens zaken tegen waarbij je zegt: o, dit hadden
we niet gezien in de berekening. Dat zijn dan ook net de zaken die aan het eind nog
kunnen komen. Ik denk dat we de grootste hoeveelheid van de versterking gewoon binnen
de aanvankelijk gestelde tijd kunnen oplossen. Maar aan het eind zitten er gewoon
nog een aantal zaken in die complex zijn, waardoor ik die bandbreedte aangehouden
heb.
Is de Staatssecretaris bereid voortaan de volledige doorlooptijd van eerste melding
tot definitieve duidelijkheid transparant te maken? Ja. Ik spreek met NCG af dat zij
in bestaande rapportages ook inzicht bieden in de doorlooptijden.
Dan had ik een vraag van mevrouw Armut van het CDA, namelijk of ik zicht heb op de
belangrijkste knelpunten in de uitvoering en welke concrete stappen ik daarin zet.
Ja, ik heb zicht op de belangrijkste risico's in de versterkingsopgave. Via de jaarlijkse
diepteanalyse stuur ik samen met alle betrokken partijen ook op die risico's. Uw Kamer
wordt daarover jaarlijks geïnformeerd. De capaciteit van de aannemers of ingenieursbureaus
is momenteel geen knelpunt. De NCG ondervangt deze risico's door goed contact met
marktpartijen in het organiseren van een bouwtop.
Dan had ik nog een vraag van mevrouw Den Hollander van de VVD: «Hoe staat het met
het tekort aan project- en bewonersbegeleiders? Wat gaat de Staatssecretaris doen
om deze achterstand alsnog in te lopen?». In antwoord op de vraag van het lid Köse
heb ik aangegeven dat er geen sprake is van vertraging in de versterking. Er is momenteel
ook geen sprake van een tekort aan bewonersbegeleiders.
Kamerlid Köse heeft mij gevraagd hoe de communicatie richting de bewoners wordt verbeterd.
Aan het begin van mijn spreektijd heb ik deze vraag al beantwoord. Ik wil dat de bewoners
tevreden zijn over de dienstverlening van de NCG. Daarvoor wordt bijvoorbeeld de geboden
ondersteuning aangescherpt, is er aandacht voor de begrijpelijkheid van de brieven,
krijgen bewoners meer inzicht in het proces en in de planning van hun versterking
en werkt de NCG aan structurele verslaglegging over de afspraken met de bewoners.
Ik verwacht dat een oplossingsrichting voor complexe en langlopende versterkingen
ook zal bijdragen aan de tevredenheid van de bewoners over de dienstverlening van
de NCG. Ik wil daarbij opmerken dat met name de heel lang lopende zaken de grote onvrede
over de NCG veroorzaken. De nieuwere zaken die opgepakt worden, lopen over het algemeen
redelijk door; dat gaat wel goed. Juist omdat een aantal mensen in heel veel verschillende
trajecten hebben gezeten, zijn ze ontzettend ontevreden. Dat snap ik ook, maar we
werken er wel aan om dat tot een einde te brengen.
De heer Vermeer van de BBB vroeg waar de grenzen liggen bij het steeds opnieuw beoordelen
en hoe de geboden zekerheid wordt geborgd. Een bewoner ontvangt in principe één beoordeling
van de veiligheid van zijn of haar gebouw. Wanneer een bewoner wil vasthouden aan
het besluit of en hoe de woning versterkt moet worden, blijft dit zo. Bewoners kunnen
op deze zekerheid vertrouwen. Er is een aantal mogelijkheden voor bewoners om een
nieuwe beoordeling te krijgen, namelijk als de bewoner die daar recht op heeft zelf
vraagt om een herbeoordeling op basis van de nieuwste inzichten en als de bewoner
het bezwaar- en beroepsproces heeft doorlopen en toch nog een second opinion wil.
Daarnaast onderzoekt het ACVG de kwaliteit van de beoordelingsrapporten en als daaruit
blijkt dat er fouten zijn gemaakt in het veiligheidsoordeel, dan worden die gecorrigeerd.
Mevrouw Beckerman vroeg: hoe nu verder voor de bewoners van de Robbeplaat in Delfzijl?
Kunnen deze bewoners uit batch 1588 terecht bij de Commissie Bijzondere Situaties?
Met zorgen kunnen deze bewoners terecht bij hun gemeente. Als zij hier niet uitkomen,
kunnen ze aankloppen bij de Commissie Bijzondere Situaties. Batch 1588 valt onder
de regie van de gemeente. Ik heb met de betreffende gemeente afspraken gemaakt, zodat
iedereen een veilige woning kan krijgen. De woningen worden op andere locaties in
Delfzijl teruggebouwd. Helaas kan dat niet allemaal tegelijk ontwikkeld worden. De
bewoners uit batch 1588 hebben bij deze projecten ook voorrang. Helaas komt het voor
dat deze bewoners meerdere keren worden uitgeloot. Dat is erg vervelend omdat ze dan
nog langer in onzekerheid zitten. De gemeente Eemsdelta heeft hier aandacht voor bij
de uitvoering. Ik zal bij de gemeente extra onder de aandacht brengen dat er voor
deze bewoners snel perspectief moet komen.
Dan een andere vraag van de SP: «We zien in het bevingsgebied torenhoge huren omdat
veel huurwoningen door particulieren worden verhuurd als wisselwoningen. Wat gaat
de Staatssecretaris doen om dat aan te pakken?». Als ik de vraag goed begrijp, betoogt
u dat de reguliere huren in geval van particuliere huur hoger zijn dan u wenselijk
acht omdat het aanbod afneemt doordat veel woningen als wisselwoningen worden aangeboden.
Dit is voor mij een nieuw signaal. Ik kan mij er wel iets bij voorstellen, want het
zou een logisch gevolg van vraag en aanbod kunnen zijn. Op dit moment kan ik daarover
niks concreets zeggen, maar in een volgend debat zal ik hierop terugkomen. Voor nu
geldt: als een huurder van mening is dat hij een hogere huur betaalt dan volgens het
puntenstelsel van het Ministerie van VRO mag, dan kan deze huurder altijd naar de
Huurcommissie stappen, die de huur dan zal verlagen naar het toegestane niveau.
De BBB vroeg: «Woningen met gecombineerde schade, funderingsproblemen of samenloop
met versterking vallen structureel buiten de standaardroute. Het systeem is daarop
niet goed ingericht. Blijven we deze situatie als uitzondering behandelen of richten
we de uitvoering zo in dat dit het uitgangspunt wordt?». De combinatie schade en versterken
wordt niet als uitzondering behandeld. Bewoners met een combinatie van versterking
en schadeherstel hebben ook recht op een gecoördineerde aanpak waar mogelijk. Dat
is ook wettelijk vastgelegd. Met duurzaam herstel kunnen funderingsproblemen worden
aangepakt als dat nodig is om toekomstige mijnbouwschade te voorkomen.
Mevrouw Armut van het CDA vroeg naar bewoners die met meerdere organisaties te maken
hebben en hoe dat in het startgebied zit. Ik ben samen met de provincie Groningen,
de versterkingsgemeenten, de NCG en het IMG aan de slag met een Agenda voor Herstel.
Ik heb uw Kamer hierover op 19 november geïnformeerd. We gaan meer als één overheid
samenwerken. Daarbij zetten we de bewoners centraal. Op dit moment zijn we kleinschalig
bezig om dit toe te passen in een paar startgebieden. De eerste evaluatie daarvan
verwacht ik dit kwartaal met uw Kamer te kunnen delen.
Het CDA vroeg ook nog of ik verdere mogelijkheden zie om de procedures te vereenvoudigen
als het gaat om de eenloketgedachte van de herstelagenda. Als een vereenvoudiging
van dit proces mogelijk is, kan dit geagendeerd worden in de lokale stuurgroepen.
Dat heeft mijn steun. Dat betekent dat we dit ook laag in de organisatie te horen
krijgen. Ik ga alleen geen grote systeemwijzigingen doorvoeren, want ik heb geleerd
dat dit echt tot grote vertragingen kan leiden.
De voorzitter:
Bent u aan het einde gekomen van het blokje versterking?
Staatssecretaris Van Marum:
Ja.
De voorzitter:
Oké.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nog even over Schipsloot. Ik heb dat voorbeeld gebruikt omdat het ook symbool staat
voor andere situaties. Nadat dit stuk in het dagblad verscheen, hebben zich meteen
weer mensen gemeld. Vandaag verscheen er weer een nieuw stuk. Het gaat hierbij over
één cluster, over twee straten achter elkaar. Kan de Staatssecretaris heel precies
aangeven wat nou maakt dat die aanpak zo verschillend is? Dat hoor ik graag heel precies.
Staatssecretaris Van Marum:
Dat zou ik op casusniveau moeten nakijken. Er zijn een aantal componenten genoemd.
Eén. Die communicatie heeft op verschillende manieren en via via plaatsgevonden. Dat
vind ik echt schadelijk. Dat moet gewoon op één manier en eenduidig gebeuren. Twee.
Er moet een uitleg komen wat betreft de vraag waarom er bij het ene deel wel sloop
en nieuwbouw zit, maar bij het andere deel niet. Daar moet gewoon een goede verklaring
bij zitten. Ik hecht er wel aan te benoemen dat het uitgangspunt is dat iedereen in
een veilig, schadevrij en verduurzaamd huis terechtkomt. Een veilig, schadevrij en
verduurzaamd huis betekent niet altijd sloop en nieuwbouw. Er is natuurlijk altijd
een afweging: je kijkt of een woning veilig gemaakt kan worden of niet. Daar hoort
natuurlijk ook altijd een kostenoverweging bij: is sloop en nieuwbouw goedkoper dan
iets veilig maken? Als dat zo is, dan wordt dat het. Als je het veilig kunt maken,
dan wordt dat het. In een aantal gevallen hebben we gekeken hoe we met die knelpuntenpotten
iets extra's kunnen doen om teleurstelling te mitigeren voor de bewoners die geen
sloop en nieuwbouw krijgen en misschien teleurgesteld zijn. Dat hebben we in Ten Boer-West
ook gedaan.
De voorzitter:
Er is een vervolgvraag van mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het is heel goed dat de Staatssecretaris zegt dat communicatie niet via via moet plaatsvinden;
dat is helder. Maar ik wil eigenlijk heel precies weten hoe dit kan. De Staatssecretaris
weet dit namelijk ook. Ik denk dat hij er, net als ik, misschien ook wel bij was in
die kerk in Loppersum tien jaar geleden. Tien jaar later komen we op dit punt: twee
straten, één cluster. Die straten hebben altijd samen opgetrokken. Op het moment dat
die ene straat die mooie aanpak heeft gekregen, zegt die andere straat: en wij dan?
Die mensen zeggen niet dat ze per se iets willen hebben, maar zij zeggen wel: hallo,
het is 2026; wat gebeurt hier? Er was een bewonersavond waarbij er niemand van de
NCG kwam opdagen. Hoe kan dat? Misschien moet de Staatssecretaris dit op een andere
manier nagaan, maar kan hij heel precies aangeven hoe het kan dat je binnen zo'n cluster
ineens zulke grote verschillen krijgt? Als je dat overal zo zou doen, dan eindig je
met een enorm gescheurde samenleving.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik ga een toezegging aan u doen. Deze casussen, de genoemde zaken, zijn voor mij aanleiding
om nader door te vragen en vervolgens even in een brief kenbaar te maken wat hier
gebeurd is en wat daarvoor de achterliggende motivatie is. Ik denk dat dit het verstandigste
is, want dan zeg ik hier geen dingen die onjuist zijn.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik wil wel graag om een termijn vragen. Ik heb ook een toezegging gekregen over de
hoogte van de huren. Ik zou graag willen vragen of die ook meegenomen kan worden op
schrift. Daar hoor ik dan ook graag een termijn bij, want dat hoort wel bij een toezegging.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik vraag dat even na en kom erop terug in de tweede termijn.
De voorzitter:
Prima, dan pakken we dit op in de tweede termijn. De heer Bushoff heeft een vraag
over het blokje versterking.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb toch nog heel eventjes een vraag bij dit blokje. Een tijdje terug – volgens
mij was het tijdens een debat afgelopen zomer – benoemde de Staatssecretaris zelf
inderdaad ook dat met name bij die hele complexe en langlopende zaken de gemeente,
IMG, NCG en het Rijk aan tafel zitten. De Staatssecretaris stelde toen dat iedereen
daarin eigenlijk een verantwoordelijkheid heeft, maar dat daardoor niemand zich echt
probleemeigenaar voelt. Als dat het geval is, zou het goed zijn om die zaken los te
trekken. Nu hoorde ik de Staatssecretaris eigenlijk zeggen dat hij dit nog steeds
vindt, maar dat hij er vertrouwen in heeft dat het met de huidige werkwijze goed gaat.
Mijn vraag is wat er in de tussentijd veranderd is en wanneer de Staatssecretaris
zegt dat hij toch over gaat tot zo'n aanjager of probleemeigenaar. Dat zou ik de Staatssecretaris
willen vragen.
Staatssecretaris Van Marum:
U heeft de vorige keer inderdaad goed geluisterd. We hebben dat ook nog een keer bilateraal
besproken. Het blijkt dat de routekaart waarmee ze werken eigenlijk voldoende houvast
geeft om het proces gewoon op deze manier tot een goed einde te brengen. Ik blijf
dat wel nauwlettend volgen. Ik blijf het namelijk een risico vinden dat we soms niet
verder komen, omdat iedereen op z'n eigen eilandje, in zijn eigen rol en verantwoordelijkheid,
blijft zitten. Ik heb goed contact met die tafels daar en ik krijg op dit moment de
indruk dat ze dat wel goed oppakken met elkaar. Ik vind het dan eigenlijk niet nodig
om daar nog weer een structuur boven te zetten. Ik zou u als Kamer ook willen vragen
om bij een volgend bewindspersoon nog weer eens te informeren naar hoe het gaat. Mocht
het nodig zijn, dan kan er uit de eigen organisaties wel iemand op gezet worden die
de regiefunctie pakt, maar op dit moment is dat niet nodig, omdat het gewoon goed
lijkt te functioneren.
De voorzitter:
Een korte vervolgvraag van de heer Bushoff op dit punt.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Precies op dit punt inderdaad. We blijven natuurlijk de vinger aan de pols houden.
Het zou goed zijn als de Staatssecretaris dat ook doet; ik neem aan dat hij dat ook
doet. Volgens mij zou het inderdaad iemand uit de eigen organisatie kunnen zijn die
wel die bevoegdheid krijgt. Dus mocht dat nodig zijn, is het dan inderdaad mogelijk
om met weinig problemen en moeite iemand uit de eigen organisatie daar die rol geven?
Staatssecretaris Van Marum:
Ja.
De voorzitter:
Mevrouw Den Hollander op het punt versterking.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik haak aan op de toezegging die is gedaan aan mevrouw Beckerman. Ik heb de raadsvergadering
van vorige week waarin dit besproken werd teruggeluisterd en ik heb ook de reactie
van de wethouder gehoord. Die verbaasde mij wel, want ook de gemeente werd veel te
laat betrokken bij dit hele probleem. Een aantal woningen was op norm verklaard en
krijgt nu toch sloop-nieuwbouw. Het is toch ook weer onverklaarbaar dat er met woningen
die nog helemaal geen beoordeling hebben, niks gebeurt, en dat woningen die al op
norm zijn alsnog sloop-nieuwbouw krijgen. Ze liggen in dezelfde straat. Dus als u
daar nou toch in gaat duiken, zou u dan die punten ook nog kunnen meenemen? Sorry.
Zou de Staatssecretaris dat mee willen nemen, vraag ik via de voorzitter. Hoe loopt
de communicatie met de gemeente? Hoe kan het dat de gemeente daar veel te laat en
veel te beperkt in betrokken wordt? Hoe zit het dan met woningen die al op norm zijn
verklaard en dan toch nog weer sloop-nieuwbouw krijgen?
Staatssecretaris Van Marum:
Dat komt mee in de beantwoording.
De voorzitter:
Dat komt mee in de brief die is toegezegd. Dan gaan we naar het blokje verduurzaming.
Staatssecretaris Van Marum:
De heer Clemminck vroeg: kan de Staatssecretaris bevestigen dat deze verduurzamingsambities
vertragend werken op de afronding van de herstel- en versterkingsoperaties. De NCG
heeft een proef uitgevoerd voor het combineren van de versterkings- en isolatiewerkzaamheden.
Hiermee is onder andere onderzocht wat de effecten zouden zijn op de planning en de
voortgang van de versterking als de NCG die combinatie breder zou aanbieden. Uit het
rapport hierover dat ik in januari vorig jaar met de Kamer heb gedeeld, blijkt dat
het meenemen van isolatie bij de lichte versterkingen over het algemeen zorgt voor
een hogere bewonerstevredenheid en dat het een beperkte vertraging oplevert van de
versterkingsoperatie. Daarom is in overleg met regio, NCG, SodM en maatschappelijke
organisaties besloten dat isolatie voortaan, indien gewenst, mee wordt genomen bij
lichte versterkingen. In feite is het dus een tegemoetkoming aan de wensen van de
bewoners. Ze hoeven het niet te doen, maar ze kunnen het wel doen.
De heer Clemminck (JA21):
Dank voor dit antwoord. We komen natuurlijk langzaam in een fase waarin de casussen
steeds complexer worden. Heeft de NCG een goed beeld van wat het betekent voor de
doorlooptijd van de meer complexe zaken als je ook nog verduurzaamt?
Staatssecretaris Van Marum:
Daarop is het niet van invloed, want bij complexe zaken wordt heel vaak een heel groot
gedeelte van de woning blootgelegd. Dan kun je er ook beter bij. Met name bij lichte
versterkingen treedt een vertraging op, dus niet bij de grotere versterkingen.
Dan de vraag van de heer Bushoff en mevrouw Beckerman: hoe gaat de Staatssecretaris
ervoor zorgen dat de verduurzamingsplannen niet leiden tot ellenlange wachttijden
en hoe voorkomt hij bureaucratie rondom de verduurzamingsregeling? Ik vind het belangrijk
dat de isolatieaanpak toegankelijk is voor alle bewoners van Groningen en Noord-Drenthe.
Daarom wil ik die onnodige bureaucratische rompslomp dus ook voorkomen. In het isolatieplan,
dat gratis is, staat hoe de woning nu geïsoleerd is en welke maatregelen genomen kunnen
worden om de isolatiestandaard te bereiken. Het plan besteedt bovendien aandacht aan
ventilatie, om bijvoorbeeld schimmel in de woningen te voorkomen. We hebben in de
afgelopen periode gezien wat schimmelwoningen aan ellende opleveren, dus alleen een
woning isoleren zonder daar een ventilatieplan bij te hebben, is gewoon niet verstandig.
Naar aanleiding van de motie-Beckerman/Bushoff heb ik bij de bewoners en maatschappelijke
organisaties getoetst of zij dit als onnodig bureaucratisch ervaren. Dat was niet
het geval. Daarnaast kunnen bewoners al een isolatiemaatregel tot € 10.000 nemen zonder
isolatieplan. Een bewoner die weet wat hij wil doen, hoeft dus ook niet zo lang te
wachten. Een aantal uitvoerende bedrijven voor isolatie heeft aangegeven in zwaar
weer te zitten. Ik vind dat zorgelijk. Daarom ben ik ook met het Ministerie van VRO
en de provincie in actie gekomen. Als reactie hierop is er ook een maatregelenpakket
opgesteld. De maatregelen hierin moeten tot een versnelling van de uitvoering van
de isolatiewerkzaamheden leiden. Zo krijgen isolatieadviseurs een bijscholing in de
praktijk, zodat het plan ook direct volledig is. Ook activeren we inwoners om isolatiemaatregelen
onder € 10.000 te nemen. Wij hebben dus ook echt fysiek gesproken met een aantal ondernemers
die hierdoor in zwaar weer kwamen. We hebben heel gericht hun problemen gehoord. Dat
hebben we op een heel constructieve wijze gedaan, met burgemeester Van der Tuuk, die
de trekker van dit probleem en deze aanpak is, en met wat mensen van VRO die hieraan
ook hebben meegewerkt. We hebben daar ook heel goeie feedback op gehad. We zijn daar
dus echt goed mee aan de slag.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Begrijp ik het goed dat nu een aantal verbetermaatregelen getroffen wordt om waar
nodig de problemen op te lossen die zich eventueel voordeden bij het uitvoeren van
de isolatieaanpak? Ik hoor die verbetermaatregelen nu voor het eerst, of ligt dat
aan mij?
Staatssecretaris Van Marum:
Als u mijn LinkedIn-profiel had bijgehouden, had u kunnen zien dat ik in gesprek geweest
ben met deze mensen. We zijn as we speak bezig om daar zaken voor op te lossen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dat had ik nog niet gecheckt!
Staatssecretaris Van Marum:
Dan had de heer Clemminck de vraag: is de Staatssecretaris van mening dat ieder beschikbaar
potje voor maatregel 28 en 29 doelmatig en doeltreffend wordt ingezet, en is de Staatssecretaris
van mening dat dit in verhouding staat tot de rest van Nederland? Daar antwoord ik
op: ja, dat is het geval. De gedachte van maatregel 29 voor isolatie en ventilatie
uit Nij Begun is dat woningeigenaren in Groningen en Noord-Drenthe ongeveer het dubbele
ontvangen ten opzichte van de rest van Nederland, voor het inlossen van de ereschuld.
Ik geef prioriteit en voorrang aan de zwaarst getroffen en meest kwetsbare inwoners.
Daarom krijgen zij 100% subsidie voor de noodzakelijke isolatiemaatregelen tot aan
de standaard voor woningisolatie. Voor de overige bewoners, buiten het versterkingsgebied,
houden we een subsidie van 50% aan. Daarmee zorgen we ervoor dat deze maatregel ook
uitlegbaar blijft aan bewoners die net buiten het gebied voor deze regeling vallen.
De middelen voor deze maatregelen worden doelmatig en doeltreffend ingezet, zoals
ik ook toelicht in Kamerbrieven, volgens de Comptabiliteitswet. Ik wil ook nog weer
even het volgende benadrukken. Wij hebben met Nij Begun erkend dat de inwoners van
Groningen en Noord-Drenthe jarenlang tekort zijn gedaan. Dat zij jarenlang in huizen
met scheuren zaten die niet geïsoleerd waren, met enorm hoge stookkosten, zie je ook
in de kaartjes over energiearmoede terug. Dat het ook door ons is veroorzaakt, is
precies de reden waarom wij hier net even een beetje meer doen dan in de rest van
Nederland.
Dan ga ik naar het blokje schadeherstel. Zoals ik in mijn inleiding al zei, hebben
we de afgelopen jaren veel stappen gezet. Vrijwel alle maatregelen uit Nij Begun die
zien op afhandeling van de schades zijn inmiddels geïmplementeerd of worden dit jaar
geïmplementeerd. De implementatie van alle maatregelen heeft écht veel gevraagd van
het IMG. Tegelijkertijd zorgt de organisatie ervoor dat gemiddeld meer dan 2.000 aanvragen
per week op een zorgvuldige manier worden afgehandeld. Eerder zei ik ook al dat er
nog veel werk te doen is. Daarom ben ik ook van mening en daarom blijf ik ook van
mening dat stabiliteit en rust nu belangrijk zijn om de voortgang erin te houden.
Ik heb daarbij een vraag gekregen van mevrouw Beckerman en de heer Kops van de SP
en de PVV. De leden Beckerman en Kops hebben vragen gesteld over de voortgang van
daadwerkelijk herstel en over wat de Staatssecretaris nu gaat doen om de problemen
rondom daadwerkelijk herstel op te lossen. Het IMG is na de zomer van 2024 gestart
met daadwerkelijk herstel. Helaas bleek dat er afgelopen zomer bij deze regeling vertraging
is opgetreden. Dit kwam doordat bij de lopende aanvragen een aanvullende schadeopname
nodig bleek. Dit komt omdat een deel van de dossiers in 2023 is gepauzeerd, in afwachting
van de regeling daadwerkelijk herstel. Door het tijdsverloop kunnen er nieuwe schades
bij zijn gekomen. Deze nieuwe schades moeten ook meegenomen worden, want anders kan
dit nadelig zijn voor de bewoners en dat is onwenselijk. Het IMG heeft inmiddels de
werkwijze aangepast. Op dit moment worden bij de lopende aanvragen de nieuwe schadeopnames
gepland en uitgevoerd. Dat gaat om ongeveer 200 per week. Het IMG verwacht halverwege
2026 bij alle lopende aanvragen de schadeopname afgerond te hebben, zodat met het
herstel kan worden begonnen. Parallel neemt het IMG nieuwe aanvragen voor daadwerkelijk
herstel uiteraard ook in behandeling.
Mevrouw Armut vroeg mij wat de voortgang bij daadwerkelijk herstel is. Ook vroeg ze:
wanneer kunnen bewoners die een voorstel voor daadwerkelijk herstel hebben ontvangen
ook daadwerkelijk aan de slag met het herstel? Inmiddels hebben circa 800 bewoners
definitief gekozen voor daadwerkelijk herstel. Het IMG verwacht halverwege dit jaar
het gros van de bewoners die hebben gekozen voor daadwerkelijk herstel een voorstel
te kunnen doen. Bewoners die een voorstel van het IMG hebben ontvangen, kunnen na
het tekenen voor akkoord hun aannemer aan het werk zetten.
De heer Bushoff vroeg naar de aanpassing van het toepassingsgebied duurzaam herstel.
Is dat om budgettaire redenen gebeurd? Het antwoord daarop is volmondig nee. Ik vind
het ook heel belangrijk om dat idee direct uit de wereld te helpen. Het IMG heeft
op basis van inhoudelijke overwegingen zelfstandig besloten om duurzaam herstel gericht
in te zetten voor het kerngebied. Juist om te voorkomen dat inhoudelijke en budgettaire
discussies door elkaar heen gaan lopen, hebben we deze twee verantwoordelijkheden
natuurlijk heel bewust van elkaar gescheiden in de schadeafhandeling. Budgettaire
overwegingen speelden bij dit besluit geen rol. De overwegingen van IMG bij deze aanpassing
kan ik ook goed volgen, zoals ik ook in mijn brief heb toegelicht.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, gaat het om het vorige punt of om dit punt? Om het vorige punt.
Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Even heel precies: zegt de Staatssecretaris nu dat er met daadwerkelijk herstel nog
geen huis daadwerkelijk hersteld is? Ik hoor namelijk de zin dat er nu 800 mensen
definitief voor hebben gekozen en dat halverwege het jaar de helft ongeveer een aanbod
gedaan is. Maar kan ik daaruit concluderen dat de teller eigenlijk nog op nul staat
qua daadwerkelijk herstelde woningen?
Staatssecretaris Van Marum:
Dat moeten we even navragen. Daar komen we in tweede termijn op terug. Maar in elk
geval is wel zeker dat de aanvragen nu gedaan zijn, dat die verwerkt worden en dat
mensen daar een besluit over krijgen. Als ze dat ondertekenen, kan ermee begonnen
worden. Ik weet niet in hoeveel gevallen dat zo is, maar dat ga ik even navragen.
Mensen kunnen de aannemer er zelf mee aan het werk zetten. Ik zal daar in tweede termijn
even op terugkomen.
De voorzitter:
Heel goed. In tweede termijn komt de Staatssecretaris terug op het herstel en op daadwerkelijk
herstel.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag over het andere herstel, duurzaam herstel, namelijk over het budget
dat daarmee gepaard gaat. Bijvoorbeeld in de pilot bleek dat de kosten voor duurzaam
herstel altijd vele malen hoger waren en het drempelbedrag is nu ook verhoogd. Is
de verwachting dat de totale kosten dan ook zullen toenemen, ja of nee? Kan de Staatssecretaris
daar iets over zeggen?
Staatssecretaris Van Marum:
Volgens mij kom ik daar bij de volgende vraag op. Mevrouw Beckerman vroeg naar de
aanpassingen bij duurzaam herstel en hoe die zich verhouden tot de grote onderbesteding
van afgelopen jaar. Over de onderbesteding heb ik in het vorige debat al aangegeven
dat hier praktische redenen voor zijn. In antwoord op het tweede deel van uw vraag
geef ik nogmaals aan dat niet het geld maar de inhoud leidend is geweest bij deze
afweging. Het IMG heeft op basis van inhoudelijke overwegingen besloten om zich te
focussen op het kerngebied. Ik vind dat uitlegbaar, omdat het een wens is om juist
voor deze gebieden meer mogelijkheden te creëren. Daarbij heeft de beschikbaarheid
van het budget geen rol gespeeld.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Oké, maar dan heb ik nog wel de volgende vraag. Met de verhoging van het drempelbedrag
van € 125.000 naar € 500.000, of überhaupt het bedrag waarvoor zij in aanmerking komen,
zou je verwachten dat misschien ook de totale kosten zouden kunnen toenemen. Is die
verwachting er? Of is die verwachting er niet en blijft het budget gelijk?
Staatssecretaris Van Marum:
Wij denken dat we er hiermee uitkomen; dat is de terugkoppeling die ik gekregen heb.
Om dit soort zaken goed te kunnen doen, moet je voldoende budget hebben. Heel veel
van die zaken blijven ruimschoots binnen het budget. Hiermee hebben we wel de grotere
en complexere zaken ondervangen.
Dan vroeg mevrouw Armut mij welke concrete maatregelen worden genomen om de uitvoering
van duurzaam herstel te versnellen en wanneer de bewoners meerjarige zekerheid krijgen
over de voorwaarden van de regeling. De eerste maatregel die daaraan moet bijdragen,
is de nieuwe werkwijze, waar ik uw Kamer vorige week over heb geïnformeerd. Doordat
we eerst een lager maximumbedrag hadden, moesten we steeds per geval naar een discretionair
besluit. Dat was niet echt handig. Met de verhoging van het maximumbedrag is dat niet
meer nodig. Zo komt er meer ruimte voor de echte oplossingen en kan er ook meer snelheid
gemaakt worden. Dit draagt dus ook bij aan de helderheid voor de bewoners over de
kaders waarbinnen duurzaam herstel plaatsvindt. De komende tijd blijft IMG samen met
NCG waar nodig verder werken aan het waar mogelijk versnellen van de uitvoering en
het verbeteren van de duidelijkheid voor de bewoners. Daarbij worden ook de regionale
overheden betrokken.
Mevrouw Armut stelde ook nog de vraag of ik duidelijk kan maken dat de schadeafhandeling
ook echt eenvoudiger is geworden en dat de bewoners dat ook echt ervaren. Het IMG
heeft in 2024 met een verhoogde vaste eenmalige schadevergoeding en de aanvullende
vaste schadevergoeding twee eenvoudige, door de bewoners hooggewaardeerde regelingen
ingevoerd. Daarnaast heeft het IMG daadwerkelijk herstel ingevoerd. Bewoners kunnen
gedurende vijf jaar schade laten herstellen, waardoor een bewoner vijf jaar lang ontzorgd
kan worden voor het herstellen van de woning. In de Staat van Groningen en Noord-Drenthe
zal worden gerapporteerd over hoe de bewoners de nieuwe schadeafhandeling ervaren.
Ook het IMG rapporteert halfjaarlijks met de monitor Bouwen aan herstel, over de waardering
van de verschillende regelingen.
Mevrouw Armut vroeg mij nog naar de impact van de recente schademeldingen door de
beving bij Zeerijp. Die impact was flink en de schrik was groot, maar gelukkig ziet
het IMG dat de toename van de schademeldingen als gevolg van de beving van Zeerijp
niet leidt tot een langere wachttijd voor de bewoners.
De heer Kops vroeg mij nog naar de stille gedupeerden in de schadeafhandeling. Waarom
hebben zoveel mensen zich nog niet gemeld en waarom heeft het IMG dit nog niet eerder
gedaan? Het is heel moeilijk om te weten waarom individuele bewoners die vermoedelijk
wel schade hebben, dat niet melden. Dit kan veel verschillende soorten redenen hebben.
Ik weet zelf uit eigen ervaring dat er bewoners zijn die zoveel ellende hebben gehad
in het voortraject dat ze zeggen: ik doe het niet meer. Er zijn ook mensen die zeggen:
ik wil niemand in mijn huis hebben. Soms heeft dat ook te maken met sociale problematiek
en schamen zij zich om mensen in huis te hebben. Er is een heel palet aan factoren
waarom mensen geen schademeldingen gedaan hebben. Maar er zat ook een andere reden
achter, namelijk dat het IMG niet bevoegd was om dit te doen. Dat had met privacyregelingen
te maken. Om deze bewoners nu te bereiken maakt het IMG binnen z'n bevoegdheid al
gebruik van algemene communicatiemiddelen als advertenties, nieuwsberichten en brochures.
Het voorliggende wetsvoorstel stelt het IMG daarnaast ook nog in staat om gericht
bewoners te benaderen die nog geen schadeaanvraag hebben gedaan en hen te wijzen op
de mogelijkheid om alsnog zo'n aanvraag in te dienen. Wij weten van bepaalde buurten
of bepaalde plekken dat mensen die daar wonen, eigenlijk gewoon schade gehad moeten
hebben. Als daarvan nog steeds geen melding is binnengekomen, kan het IMG deze mensen
nu ook benaderen. Deze bepaling zal met terugwerkende kracht ingaan vanaf 1 april
jongstleden, zodat het IMG alvast zijn systeem hierop kan inrichten. Ook zal het IMG
starten met een pilot vooruitlopend op dit wetsvoorstel.
Dan heb ik nog een vraag van de heer Vermeer van de BBB, namelijk welke consequenties
ik verbind aan de structurele termijnoverschrijding in de uitvoering. Ik ben het met
de heer Vermeer eens dat compensatie voor het overschrijden van termijnen een bewoner
niet helpt bij het versnellen van het proces. Die vergoeding is een erkenning voor
het lange wachten. Het IMG verwacht dat de meeste aanvragers met een langlopend dossier
in 2026 een oplossing geboden kan worden. Daarnaast heeft het IMG concrete stappen
gezet om de aanvragers in de toekomst vlotter te helpen. Zo wordt in 2026 de vaste
herhaalvergoeding ingevoerd om het proces van herhaalmeldingen te versoepelen en te
versnellen. Verder biedt daadwerkelijk herstel de mogelijkheid om gedurende een periode
van vijf jaar nieuwe schades of verergering mee te nemen.
Een groot deel van de schadeaanvragen wordt afgehandeld binnen de wettelijke termijn
die daarvoor staat. Dat wil ik ook gezegd hebben. Zeker bij meer complexe en omvangrijke
schade kan het gewoon meer tijd vergen om met de bewoner te zoeken naar een goede
oplossing. Dat wil dus niet zeggen dat het proces stilstaat, wil ik daarbij gezegd
hebben. Sommige oplossingen zijn best wel ingrijpend en daarom kan het ook zijn dat
de gesprekken daarover wat langer duren. Binnen de organisatie wordt wel gekeken naar
de reden van een termijnoverschrijding. Als je een termijn overschrijdt, dan moet
je wel kunnen uitleggen waarom dat gebeurt.
Het versnellen van het proces mag dus niet ten koste gaan van de zorgvuldigheid en
de afstemming met de bewoner. De bewoner kan bijvoorbeeld vragen om meer tijd om het
schaderapport te beoordelen of om een eigen deskundige in te schakelen. In de versterkingsoperatie
stuur ik op meer balans tussen de snelheid en de kwaliteit. Met de actualisatie van
de diepteanalyse informeer ik uw Kamer ook jaarlijks over de maatregelen die ik heb
getroffen om de risico's weg te nemen die van invloed zijn op het verloop van de versterking.
Deze maatregelen tref ik samen met alle andere betrokken partijen. Ze zullen ook bijdragen
aan het beter naleven van de planning.
Dan heeft JA21 nog aangegeven dat ze de uitvoeringskosten te hoog vinden en gevraagd
op welke wijze ik hierop wil sturen. In juni 2025 heb ik uw Kamer geïnformeerd over
de uitvoeringskosten van het IMG en hoe het IMG hierop stuurt. De ontwikkeling van
de uitvoeringskosten is voor een groot deel afhankelijk van de keuze die de aanvragers
maken. De forfaitaire schadevergoeding VES kende namelijk aanzienlijk lagere uitvoeringskosten
dan bijvoorbeeld een maatwerkprocedure of daadwerkelijk herstel. Bij die laatste twee
moet daadwerkelijk ook gerekend worden; er moeten kostenberekeningen gemaakt worden
en soms moeten er ook constructieberekeningen gemaakt worden.
Ik wil benadrukken dat het terugdringen van uitvoeringskosten geen doel op zich is,
bij het IMG niet en ook niet bij de NCG, maar ik vind het wel belangrijk dat een bewoner
met een schade ook gewoon milder, menselijker en makkelijker geholpen wordt. Ik ben
zelf altijd een beetje voorzichtig met het in de mond nemen van dat woord, omdat er
nog heel veel mensen zijn die dat niet zo ervaren. Maar ik vind wel dat dit de doelstelling
moet zijn en daarvoor geldt: koste wat het kost, want de behoefte van de mensen is
hierin leidend. Daarom is het ook belangrijk dat de bewoners een keuzemogelijkheid
hebben en goed geïnformeerd een keuze kunnen maken voor herstel van de schadeafhandeling.
Een voorbeeld daarvan is de persoonlijke benadering en begeleiding van de aanvragers
bij daadwerkelijk herstel of met de bewonersbegeleiders van de NCG. De uitvoeringskosten
gaan dan ook nooit ten koste van waar de bewoners recht op hebben. Ik kijk er binnen
de organisaties wel naar of hele dikke rapporten af en toe korter kunnen. Maar dat
heeft ook juridische consequenties. Wij leggen een deel van onze kosten weer terug
bij de NAM, die die moet betalen. Er moet een juridische grondslag achter liggen om
die schade te kunnen verantwoorden. Ik ben aan het bekijken of ik met een lightversie
nog iets kan doen, maar dan moet het IMG gewoon eerst zelf bekijken of het juridisch
dicht kan.
Mevrouw Den Hollander heeft mij gevraagd of er geen afhankelijke partij is die schade
aan woningen taxeert. Daarop kan ik zeggen dat alle schadeopnames worden uitgevoerd
door een onafhankelijke deskundige. Deze beoordeelt de schade en begroot de kosten
voor het herstellen van de schade.
Mevrouw Den Hollander vroeg mij ook naar de situatie in Ekehaar en de bewoners buiten
Groningen. Verdienen zij ook een mildere, menselijkere en makkelijkere schadeafhandeling?
Het kabinet vindt het belangrijk dat alle mijnbouwschade zorgvuldig en menselijk wordt
afgehandeld. Vanwege de ernst van de situatie in Groningen vindt het kabinet het ook
gerechtvaardigd dat de aanpak daar anders is. De afhandeling van mijnbouwschade in
Ekehaar en alle voorwaarden daarvoor vallen onder de verantwoordelijkheid van de Commissie
Mijnbouwschade, en daarmee onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Klimaat
en Groene Groei.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
De Staatssecretaris zegt dat de Commissie Mijnbouwschade eigenlijk onder de verantwoordelijkheid
van de Minister valt. Mijn vraag ging specifiek over de onderzoekskosten en uitvoeringskosten.
De Staatssecretaris zei net dat het geen doel op zich is om die kosten omlaag te brengen,
maar gaat de Staatssecretaris ook niet over de verhouding van één staat tot vijf ten
nadele van uitgekeerde schade? Moeten we dat ook bij de Minister neerleggen?
Staatssecretaris Van Marum:
Ja, dat moet u inderdaad ook bij de Minister neerleggen. Kijk, het verschil in schadeafhandeling
zit in het volgende. Als je het bewijsvermoeden toepast, wordt er een rapport gemaakt
en wordt er naar een aantal factoren gekeken. Als daaraan voldaan is, wordt die schade
geacht mijnbouwschade te zijn. Buiten die gebieden geldt: wie stelt, moet bewijzen.
Dat betekent dat heel veel autonome oorzaken aangewezen worden als oorzaak voor de
ontstane schade. Maar die schaderapporten moeten wel gemaakt worden. Eigenlijk heb
je dus hetzelfde soort schaderapporten als in het IMG-werkgebied. Alleen, bij het
IMG-gebied wordt een veel groter deel van die schades uitgekeerd. Daarbuiten gebeurt
dat niet, omdat de toepassing van het bewijsvermoeden daar niet geldt.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ergens snapte ik ook wel de oproep van de Commissie Mijnbouwschade. Die zei namelijk:
als je een scheur in je muur hebt, vinden we dat alle bijkomende kosten om die goed
te herstellen, vergoed moeten worden. Dat geldt conform de uitleg van de Staatssecretaris
wel in het effectgebied van het Groningenveld, maar niet in het effectgebied van bijvoorbeeld
Ekehaar. Ik snap best wel dat mensen zeggen: het zou toch redelijk zijn als dat wel
zo is? Kan de Staatssecretaris de commissie daar in ieder geval tot op zekere hoogte
in volgen?
Staatssecretaris Van Marum:
Ik ga op het beleidsterrein van mijn collega van KGG geen nadere uitspraken doen.
Het enige wat ik heb gedaan, is verklaren waar het verschil zit. Je moet eenzelfde
rapportage maken, maar het verschil is duidelijk dat je in het ene gebied als commissie
meer kunt toekennen, omdat de bandbreedte groter is, dan in het andere gebied. Dat
verklaart het verschil. De reden waarom dit op deze manier ingericht is, is in het
verleden besloten. Het is eventueel aan de Kamer om daar verandering in te brengen.
Maar dit is hoe wij nu werken. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister
van KGG.
De voorzitter:
Dit was het blokje schadeherstel. De heer Bushoff heeft daar nog een vraag over.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja. Ik zat toch nog even na te denken over en te kauwen op de beantwoording van de
Staatssecretaris rondom duurzaam herstel. Op het moment dat je per individueel geval
een hoger budget nodig hebt, is het natuurlijk wel zo dat je minder adressen kunt
behandelen van het gelijk gebleven totale budget. Het effectgebied is dus ook verkleind.
Stel dat misschien toch blijkt dat ook adressen buiten dat kerngebied ervoor in aanmerking
zouden moeten komen en dat dit uiteindelijk een overschrijding van het totaalbudget
zou opleveren. Voelt de Staatssecretaris daar dan uiteindelijk voor?
Staatssecretaris Van Marum:
Wij hebben hier goed naar gekeken. Uit de pilot bleek dat het maximumbedrag dat we
eraan gesteld hadden ertoe leidde dat in een groot aantal gevallen de discretionaire
bevoegdheid ingeroepen moest worden om verder te komen. Dat duurt een eeuwigheid,
want dan moet je een traject in. Met het verhogen van dat budget kon het gewoon afgehandeld
worden. Dat betekent niet dat al die budgetten volledig opgaan, maar wel dat je voldoende
ruimte in de budgetten hebt om snel te kunnen werken. Mocht het buiten de gebieden
een keer voorkomen dat er wat aan de hand is, dan is een discretionaire bevoegdheid
nog steeds mogelijk. Wij hebben echter gezegd dat wij dit gaan inzetten in het kerngebied.
Dat is ook de plek waar de meeste herhaalschades voorkomen. Op die manier kunnen we
volgens mij hele goede dingen doen. Ik zie niet in, zeg ik nog een keer, dat budget
een probleem is.
De voorzitter:
Ten slotte de heer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, op dit punt. Ik hoor de Staatssecretaris zeggen dat voor het kerngebied eigenlijk
die andere werkwijze geldt die nu is vastgesteld en dat daarbuiten de mogelijkheid
blijft bestaan voor de discretionaire bevoegdheid, mocht daartoe aanleiding zijn.
Klopt dat, vraag ik ter bevestiging aan de Staatssecretaris. Ik vraag ook om de garantie
dat dit mogelijk blijft, gegeven het budget dat beschikbaar is.
Staatssecretaris Van Marum:
Ja. Het is niet zo dat we in het buitengebied ineens allerlei dingen gaan doen. Dat
is niet de bedoeling, maar als het IMG daartoe aanleiding ziet, dan is die mogelijkheid
er. Dat is iets waarin het IMG zelf een afweging kan maken.
De voorzitter:
We gaan naar het blokje perspectief en sociale en economische agenda.
Staatssecretaris Van Marum:
Het inlossen van de ereschuld is belangrijk. Dat doet het kabinet door een generatie
lang, 30 jaar lang, te investeren in een toekomstperspectief voor Groningen en Noord-Drenthe
via de sociale en economische agenda, met als doel dat Groningen en Drenthe weer een
plek worden waar mensen fijn kunnen wonen, werken, opgroeien en gezond oud kunnen
worden. Een plek waar mensen trots voelen in plaats van geconfronteerd worden met
mentale problemen. De agenda's zijn bedoeld als plus op het bestaande beleid, ze zijn
niet bedoeld ter vervanging van reguliere investeringen in grootschalige infrastructuur,
openbaar vervoer of woningbouw. Ik wil dat nog een keer onderstrepen. We zien heel
vaak pogingen om ook nog andere zaken uit die budgetten te financieren, maar daar
zijn ze gewoon niet voor bedoeld. Daarover hebben we harde afspraken gemaakt met de
regio en daar ben ik ook scherp op. De agenda's zijn opgesteld met beide provincies
en de gemeenten, met input van mkb-ondernemers, het georganiseerde bedrijfsleven,
onderwijs- en kennisinstellingen, jongeren, andere bewoners en tal van experts.
De colleges van de gemeenten en de provincies en de ministerraad hebben deze agenda's
vastgesteld met zienswijzen van raden en staten. De met de regio gemaakt afspraken
over de inhoud en de governance van beide agenda's vind ik belangrijk. Ik ben dan
ook blij dat de wet die de generatielange zorgplicht regelt nu ook voorligt in uw
Kamer. Hiermee wordt Groningen de wettelijke zekerheid geboden die nodig is om het
beloofde sociale en economische perspectief te kunnen bieden.
Qua inhoud zijn de eerste maatregelen van start. Op scholen is bijvoorbeeld geld beschikbaar
voor extra culturele, sportieve en muzikale activiteiten. Daarnaast zijn er 50 scholen
extra aangesloten bij het Jeugdeducatiefonds. Het fonds ondersteunt scholen waar leerlingen
opgroeien in armoede. Met de Route Rubicon krijgen jongeren die zijn uitgevallen in
het reguliere onderwijs een kans om een mbo 2-diploma te halen.
Mevrouw Den Hollander geeft precies aan waar de economische agenda voor bedoeld is,
namelijk het verdienvermogen in de regio vergroten, ondernemerschap en innovatie bevorderen
en talent en kennis in de regio benutten. De economische agenda is een ontwikkelmotor
– zonder het werk van bedrijven, kennisinstellingen en overheden over te nemen, maar
door te zorgen voor de juiste samenwerking tussen deze partijen. De economische agenda
kan fungeren als een hefboom door samen met andere regionale en nationale partijen,
zowel publiek als privaat, te investeren in projecten. Daarbij spreek ik zelf altijd
van ecosystemen. Die ecosystemen moeten op elkaar aansluiten. Ik promoot altijd ...
Ik spreek met meerdere provincies, ook met de grensregio's. Dan zeg ik: zorg ervoor
dat je niet in hetzelfde vaarwater zit, maar focus op waar je wat gaat ontwikkelen
en laat dat interprovinciaal op elkaar aansluiten, zodat je een economische infrastructuur
met ecosystemen krijgt.
De AI-fabriek, waar de heer Kops naar vroeg, is daar wel een mooi voorbeeld van. De
investeringen in een AI-fabriek in Groningen bevestigen de kracht en het toekomstpotentieel
van de regionale economie. Deze investeringen komen uit Nij Begun en daarnaast van
verschillende ministeries en vanuit Brussel. De AI-fabriek heeft tot doel om die nieuwe
samenwerking mogelijk te maken en de regio aantrekkelijker te maken voor nieuwe private
partijen. Dat leidt ook tot meer economische groei, talent en banen in de regio. We
bouwen met die AI-fabriek niet alleen aan technologie, maar ook aan oplossingen die
het dagelijks leven van iedereen verbeteren, van snellere diagnoses in de zorg tot
slimmere landbouw en betere publieke dienstverlening. Ik moet zeggen dat ik bij een
aantal werkbezoeken die ik gehad heb en bij een aantal gesprekken die ik gevoerd heb,
gehoord heb dat er ook al heel veel private partijen zijn die aan hebben gegeven dat
ze graag gebruik willen maken van die faciliteiten. Ik heb er dus echt wel een heel
goed gevoel over dat die economische agenda op dit punt wel een mooie impuls heeft
gekregen.
Tot slot. Hoewel we al aan de slag zijn met de agenda's, wordt er tegelijkertijd gewerkt
aan een toekomstbestendige uitvoeringsstructuur van de beide agenda's, zodat ook over
30 jaar jongere ondernemers en andere inwoners hier de vruchten van kunnen plukken.
Daarbij stelde mevrouw Beckerman de vraag: kan de Staatssecretaris met jongeren plannen
maken voor Nij Begunwoningen? Ik spreek regelmatig met jongeren uit de regio, waarbij
ik hoor dat ze zich zorgen maken over de toekomstige woonsituatie. Ik heb hier geen
snelle oplossing voor. We dragen met een sociale agenda en een economische agenda
bij aan een regio waar het fijn leven, wonen en werken is. Daarom investeren we 30 jaar
lang in de toekomstige generaties. Daarnaast werkt het kabinet samen met Groningen
aan de woningbouwopgave met onder meer de Nota Ruimte, het Ruimtelijk Arrangement
en de woondeals.
Mevrouw Beckerman (SP):
De Staatssecretaris zegt: ik herken dit uit gesprekken met jongeren. De Staatssecretaris
zal ook weten dat dit heftige gesprekken zijn. Het gaat om jongeren die hun halve
middelbareschooltijd in zo'n stacaravan woonden. Die denken: nu ben ik ervanaf; nu
ga ik uit huis. Dan komen ze weer in zo'n kapot huis terecht. De heer Bushoff en ik
vragen helemaal niet om dit morgen op te lossen. Wij weten ook wel dat dat niet kan.
Wel vragen we: als je de jongeren een «nij begun» belooft en als je zegt dat je serieus
gaat luisteren naar die zorgen, ga dan ook met hen zo'n plan maken. Want de oplossingen
die er nu liggen, zijn niet genoeg voor deze jongeren die trots zijn op hun provincie,
ook niet met die regiodeals. Ik kan me niet voorstellen dat de Staatssecretaris daar
niet aan zou willen bijdragen.
Staatssecretaris Van Marum:
Deze Staatssecretaris is natuurlijk zelf Groninger. Die ziet wat daar gebeurt en heeft
ook wel de zorgen, maar die heeft ook de begrenzing van waar de sociale en economische
agenda voor bedoeld zijn. Daar hebben we afspraken over gemaakt en dit valt daar niet
onder. De ministerraad en de regionale overheden hebben wel gezamenlijk vastgesteld
dat de middelen van de sociale en economische agenda dus niet bedoeld zijn voor woningen
en voor de infrastructuur zelf. Ik wil en kan daar niet op terugkomen, omdat dit ten
koste zou gaan van de middelen van die agenda's.
Met het BO MIRT is op 7 januari het Ruimtelijk Arrangement ondertekend. Daarin hebben
we afspraken gemaakt om samen te werken op het gebied van woningbouw. De afspraak
luidt: «Het Rijk en de provincie Groningen geven gezamenlijk invulling aan de huidige
en toekomstige woningbouwopgave en -ambities richting 2050, welke samengaan met de
andere ruimtelijke belangen die in de provincie spelen, zoals Nij Begun en het Masterplan
Regiocentra.» In de woondeals heeft het kabinet met de provincie en de gemeente concreet
afspraken gemaakt over de aantallen woningen en over betaalbaar bouwen in de periode
tot en met 2030. Het gaat hierbij om in totaal ruim 28.000 woningen, waarvan een deel
in het aardbevingsgebied gerealiseerd wordt. Ook heeft het kabinet in de woondeals
met de regio afspraken gemaakt over het betaalbaar bouwen van twee derde van de totale
woningbouwopgave.
Mevrouw Beckerman (SP):
Niemand heeft gezegd dat het betaald moest worden uit Nij Begun. Het punt is alleen
dat als je zegt «we willen een nieuw begin» en deze jongeren zeggen «hé, mooi, wij
willen hier blijven; wij zijn trots op deze provincie, maar we gaan dan niet nadat
onze hele jeugd al in ellende gestort is door de overheid, weer die ellende in» het
dan toch een heel logisch verzoek is om met deze jongeren in gesprek te gaan om plannen
te maken over die woningbouwopgave? Sterker nog, de Staatssecretaris geeft als antwoord:
hé, maar we hebben ook al plannen. Het was een belofte van het kabinet dat jongeren
een stem zouden krijgen. Ze hebben een stem gekregen met een JongerenTop. Ze hebben
daar gezegd wat ze belangrijk vinden. Maar nu zeggen we: o ja, nou ja, jammer, maar
dat valt niet in beide agenda's. Het is dan toch juist logisch om te zeggen: we gaan
met deze jongeren een plan maken en bekijken waar we binnen plannen kunnen schuiven?
Als daarvoor nog iets extra's nodig is, zou je daarmee hier terug kunnen komen.
Staatssecretaris Van Marum:
Wat ik in mijn beantwoording heel duidelijk heb gezegd, is dat de afspraak luidt:
het Rijk en de provincie Groningen geven gezamenlijk invulling aan de huidige en toekomstige
woningbouwopgave en ambities richting 2050. Dat laten we samengaan met andere ruimtelijke
belangen die in de provincie spelen, zoals Nij Begun en het Masterplan Regiocentra.
Ik denk dus dat hier wel degelijk een opening in zit.
De voorzitter:
Ten slotte.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar dan snap ik de eerste afwijzing niet. Ons verzoek is dan eigenlijk ... De Staatssecretaris
zegt dat er best een opening in zit en dat hij al met plannen bezig is. Ga dan met
jongeren in gesprek over waar hun behoeftes precies zitten. Ik heb dit debat ook gevoerd
met de Minister van Wonen, die begon over het Suikerunieterrein. Fantastisch, vast
hartstikke leuk, maar heel veel van deze jongeren willen bijvoorbeeld in Appingedam
wonen. Voor hen is het geen oplossing en is het onbetaalbaar. Luister dus ook naar
die inwoners en voeg dat bij wat de Staatssecretaris al als antwoord had.
Staatssecretaris Van Marum:
Wat ik gezegd heb ... Ik heb zelf ook meerdere keren met jongeren gesproken. Dat weet
u ook van mij. Ik heb hen hoog zitten. Ik denk dat we in deze deal moeten blijven
drukken op het belang dat die jongeren zelf ook aangeven. Dat ligt op meerdere niveaus.
Het ligt op gemeentelijk niveau, op provinciaal niveau en op dit niveau. Ik denk dat
we de samenwerking met de jongeren daarvoor goed moeten blijven zoeken.
Dan vroeg mevrouw Armut van het CDA of duidelijk genoeg is waar bewoners met vragen
en zorgen terechtkunnen, en of de psychosociale ondersteuning voldoende toegankelijk
is voor volwassenen en jongeren die er behoefte aan hebben. Ik vind het belangrijk
dat bewoners met vragen en zorgen terechtkunnen. Daarvoor kunnen ze onder anderen
terecht bij aardbevingscoaches. Er zijn ook speciaal coaches voor jongeren beschikbaar.
De gemeenten in Groningen organiseren dit laagdrempelig in het programma Sociaal en
Gezond. De aardbevingscoaches gaan ook in de dorpen en wijken naar de bewoners toe.
De gemeenten ontvangen voor dit programma 55,8 miljoen euro. Ik heb tot nu toe geen
signalen dat dit onduidelijk of ontoegankelijk is.
De vraag van de heer Kops over de AI-fabriek heb ik al beantwoord in mijn kerntekst.
Ik ben ook al ingegaan op de economische agenda en de regionale economie. Dan wil
ik nu naar het blokje financiën, procedures en arbitrage. Een vraag van JA21 ging
over de uitvoering van de aangenomen motie over informatievoorziening en begeleiding
voor ondernemers in het aardbevingsgebied, en of dit onderwerp onderdeel kan worden
van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Ook BBB heeft een vraag gesteld over
de ondersteuning van ondernemers. Ik heb ervoor gezorgd dat het meegenomen gaat worden
in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe 2026. Het is doorgegeven aan de onderzoekers
die de Staat van Groningen en Noord-Drenthe opleveren. Voor ondernemers is het niet
altijd makkelijk om de juiste weg of het juiste loket te vinden. Ik richt mij daarom
op het efficiënter inrichten van procedures en het toegankelijker maken van de regelingen
met de NCG, IMG en provincie. Daarnaast krijgen de ondernemers van NCG en IMG begeleiders
die specifieke kennis hebben van de regelingen en regels voor ondernemers. De provincie
heeft mkb-consulenten in dienst om deze ondernemers bij te staan. Ook kunnen gedupeerde
ondernemers € 10.000 subsidie aanvragen voor bijvoorbeeld juridische en bedrijfskundige
ondersteuning via de deskundigenregeling bij de provincie. Daarnaast kunnen kleine
ondernemers met schade voor versterking een subsidieaanvraag indienen via de investeringsregeling
van het mkb-programma. We doen dit om ondernemers meer toekomstperspectief te kunnen
bieden. Ten slotte zal de economische agenda ook nieuwe mogelijkheden voor ondernemers
bieden.
JA21 vroeg naar de mogelijkheden van een stikstofinjectie. JA21 stelde dat Groningers
geen proefkonijnen, maar sitting ducks zijn. Een sitting duck in een veilig, versterkt
en verduurzaamd huis is volgens mij veiliger dan een proefkonijn in een wrakkig hokje.
Dat wil ik toch maar even gemarkeerd hebben. Dit stoort mij ernstig, want als je stikstof
zou injecteren of in zou brengen in een onrustig veld dat in een ver verleden veel
te snel leeggetrokken is, dan zou dat ervoor zorgen dat je wéér instabiliteit in dat
veld brengt. Je zorgt er dan voor dat er meer onrust in dat veld komt en dat er dus
meer aardbevingen komen. U kunt wel nee schudden, meneer Clemminck, maar het is zo.
Dit zou voor nieuwe, kleine velden een mogelijkheid kunnen zijn, maar voor het grote
Groninger veld, waar zo gigantisch veel uitgehaald is, zorgt dit alleen maar voor
meer onrust in het veld, meer aardbevingen en meer ellende voor de bewoners.
De gegeven situatie is dat wij jarenlang hebben gewonnen uit dit veld. Op een bepaald
moment is de keuze gemaakt om versneld te gaan winnen, tegen de adviezen van het Staatstoezicht
op de Mijnen in. Dit heeft ertoe geleid dat wij heel veel zware bevingen hebben gekregen.
Het heeft er ook toe geleid dat het Staatstoezicht op de Mijnen heeft gezegd dat winning
uit het Groninger veld niet meer veilig kan. Dat betekent dat we met elkaar de beslissing
hebben genomen om niet meer te winnen uit het Groninger veld. Ik hoor nog heel regelmatig
de wens om eerst het schadeherstel en de versterking even voor elkaar te krijgen en
vervolgens maar weer door te gaan met winnen, met het idee dat dit dan mogelijk veilig
zou kunnen gebeuren. Dat is hypothetisch. Je zou Groningers blootstellen aan een experiment.
Ik denk dat Groningers lang genoeg blootgesteld zijn geweest aan experimenten. Onderzoek
is prima, maar dit idee gaat niet werken. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt overigens
bij de ...
De voorzitter:
De heer Clemminck heeft een vraag naar aanleiding van dit antwoord.
De heer Clemminck (JA21):
Leuk hoor, deze sneer van de Staatssecretaris, maar dit was een onjuiste weergave
van onze inbreng. De Staatssecretaris suggereerde in het begin van zijn antwoord dat
wij al zouden willen beginnen met boren op het moment dat de herstel- en versterkingsoperatie
nog niet afgerond is. Dat is niet het geval; dat heb ik een paar keer duidelijk aangegeven.
Je moet eerst die operatie afronden en dan naar het andere kijken. Dat is één. Twee.
Ik blijf het bijzonder vinden dat de Staatssecretaris blijkbaar een ander oordeel
heeft dan de wetenschap. Ik zou niet weten waar dat op gebaseerd is. Ik verwijs naar
een zeer recent rapport van TNO. Daarin wordt duidelijk aangegeven dat er in het Groninger
veld – daar ging het onderzoek namelijk over – wel degelijk mogelijkheden zijn om
de ondergrond stabiel te krijgen. Ik vraag u niet om dat morgen te doen. Ik vraag
u ook niet om een experiment te beginnen zonder de juiste kennis van zaken. Ik vraag
de Staatssecretaris of hij bereid is om in ieder geval een vervolgonderzoek naar deze
methode te doen.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik zal nog even doorgaan op het antwoord dat ik net gaf. De verantwoordelijkheid hiervoor
ligt bij de Minister van KGG, Minister Hermans. Zij heeft de Kamer afgelopen juli
geïnformeerd over het besluit van het kabinet. Dat besluit luidt als volgt: «Het Groninger
veld is gesloten. De verwachting is dat het aantal aardbevingen de komende jaren verder
zal afnemen. Het kabinet vindt het niet verstandig om te experimenteren met het Groninger
veld en zet daarom niet in op verder onderzoek naar stikstofinjectie in het Groninger
veld.» Is dat voldoende?
De voorzitter:
Nu gaat u uitlokken! Dat zou ik niet doen. Vervolgt u uw beantwoording.
Staatssecretaris Van Marum:
«Wat doet het IMG en de NCG aan het bestrijden van fraude en kan de Kamer periodiek
worden geïnformeerd over de fraudecijfers?». Dat is een vraag van JA21. Meneer Clemminck
vraagt om lagere uitvoeringskosten én meer controles op fraude. Het kan niet allebei.
Allerlei extra controles en drempels leiden juist tot hogere uitvoeringskosten, langere
wachttijden en meer wantrouwen. Dat willen we niet. Mensen die het systeem misbruiken
worden opgespoord en gestraft. Het IMG is hier ook alert op en rapporteert hierover
in zijn jaarverslag. Bij de NCG is het risico op fraude sowieso beperkt, omdat versterking
vooral in natura plaatsvindt. Zonder hier inhoudelijk verder op in te gaan, zeg ik:
wij hebben een heel goed controlesysteem en daar rollen af en toe ook grote vissen
uit.
De heer Clemminck (JA21):
Weer geinig bedacht, hoor, van de Staatssecretaris, die twee totaal verschillende
zaken aan elkaar koppelt. Maar oké, als hij daar plezier aan heeft ...
Voorzitter. Ik vraag als volksvertegenwoordiger of wij door de Staatssecretaris ingelicht
kunnen worden over de aanpak van fraude bij diverse instanties, waaronder het IMG,
de NCG of het SNN. Ik vraag ook of de cijfers gedeeld kunnen worden. Volgens mij zijn
dat heel normale vragen om als volksvertegenwoordiger te stellen. Ik vind het toch
wel een beetje opmerkelijk dat de Staatssecretaris het zo makkelijk van zich afschuift.
Ik wil daar overigens ook nog even aan toevoegen dat het IMG alleen in het jaarverslag
van 2024 is ingegaan op de fraudecijfers en daarvoor niet, en dat er in de recente
jaarverslagen van de NCG niks over terug te vinden is. Nogmaals, ik stel als volksvertegenwoordiger
volgens mij een heel normale vraag. Ik vind dit te makkelijk gaan. Ik zou graag toch
een ander antwoord, of in ieder geval bezinning bij de Staatssecretaris willen.
Staatssecretaris Van Marum:
Het was geenszins mijn bedoeling om u hier te schofferen. Dat wil ik direct eventjes
gezegd hebben. Als u graag een overzicht wil van wat er aan fraude is opgespoord binnen
het IMG, kan ik u die cijfers wel doen toekomen. Over de methode waarmee wij dat doen
ga ik verder niks zeggen.
De voorzitter:
Kunt u daar een termijn bij geven?
Staatssecretaris Van Marum:
Het lijkt mij verstandig als dat gewoon in de jaarverslagen opgenomen wordt.
D66 vroeg hoe met de wijziging van de Tijdelijke wet Groningen wordt geborgd dat bewoners
daadwerkelijk minder administratieve lasten en kortere doorlooptijden ervaren. Op
korte termijn ontvangt uw Kamer de beantwoording van de schriftelijk gestelde vragen
over dit wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel beoogt verschillende verbeteringen door te
voeren. Bij wet- en regelgeving wordt zo veel mogelijk geprobeerd om de bewoners te
ontlasten. Het aanvragen van vergoedingen wordt bijvoorbeeld zo simpel mogelijk gemaakt.
In dit wetsvoorstel wordt de regeling daadwerkelijk herstel wettelijk verankerd. Met
deze regeling kunnen bewoners schade tot € 60.000 laten herstellen zonder onderzoek
te doen naar de schadeoorzaak. Los van dit wetsvoorstel kunnen de bewoners vanaf het
tweede kwartaal kiezen voor een vaste vergoeding bij herhaalschade, zodat ook herhaalschades
eenvoudig worden afgehandeld. De NCG helpt bewoners bij hun aanvraag voor isolatie
in het kader van maatregel 29. Zo worden bewoners zo veel mogelijk ontzorgd.
D66 vroeg ook: kan de Staatssecretaris aangeven welke verbeteringen bewoners in de
praktijk binnen het eerste jaar na inwerkingtreding van deze wet merkbaar gaan ervaren?
Ten eerste krijgen de bewoners met de invoering van de maatregel daadwerkelijk herstel
duidelijkheid dat alle schades tot € 60.000 zonder onderzoek naar de schadeoorzaak
hersteld kunnen worden. Dit voorkomt bezwaar- en beroepsprocedures. Ten tweede legt
het wetsvoorstel de koste-wat-kostbepaling voor de schadeafhandeling en de versterking
vast. Dit geeft de bewoners duidelijkheid over dat de kosten voor de schadeafhandeling
en de versterking te allen tijde worden vergoed. Ten derde legt het wetsvoorstel de
zorgplichten voor de bevordering van verduurzaming en brede welvaart vast. Dit biedt
de bewoners maximale duidelijkheid over dat de beloften voor het inlossen van de ereschuld
worden nagekomen.
D66 vroeg ook nog hoe het kan dat bedrijven met miljardenwinsten toegang hebben tot
een besloten achterkamer, terwijl Groningers jarenlang hun gelijk in het volle daglicht
moesten bevechten. In het Akkoord op Hoofdlijnen, in de tijdelijke betalingsovereenkomst,
is afgesproken dat geschillen tussen partijen worden beslecht bij het Nederlands Arbitrage
Instituut. Hier is voor gekozen omdat dit in het verleden ook zo is afgesproken in
het Gasgebouw. Wat wij ook mogen vinden van de positie die de NAM, Shell en ExxonMobil
innemen, het staat de partijen vrij om meningsverschillen voor te leggen aan, in dit
geval, het scheidsgerecht. Ik wil nogmaals benadrukken dat de Staat in de procedures
alle juridische middelen inzet die nodig worden geacht om zich te verdedigen in deze
procedures.
De heer Köse (D66):
Via u, voorzitter, heb ik de vraag aan de Staatssecretaris hoe hij reflecteert op
deze afspraken en op het gegeven dat dit via het scheidsgerecht gaat. Vind hij dit,
erop terugkijkend, iets wat ons in de vinger gebeten heeft of zeggen we: «Dit had
niet voorkomen kunnen worden»?
Staatssecretaris Van Marum:
Bij de inwerkingtreding van het Gasgebouw zijn deze afspraken gemaakt, om het op deze
manier doorgang te laten vinden. Dit is de manier om de geschillen voor te leggen.
Ik denk zelf dat het op zich niet zo verschrikkelijk veel uitmaakt of je het in een
rechtszaak doet of via arbitrage. In principe worden alle zaken die je voor de rechter
dan wel voor het scheidsgerecht brengt op dezelfde manier bekeken. Ik vind wel dat
het natuurlijk heel triest is dat een grote maatschappij die hier jarenlang de vruchten
van geplukt heeft, zo veel zaken aanspant. Dat is een stukje dat wij eigenlijk gewoon
teleurstellend vinden, om het zo maar zacht uit te drukken. In principe heb je gewoon
meerdere mogelijkheden om geschillen te beslechten en dit is er een van. Deze afspraak
is gemaakt en hier hebben we mee van doen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Köse.
De heer Köse (D66):
Ik stelde de vraag omdat de Staatssecretaris blijkbaar niet deelt wat wij als D66
vinden, namelijk dat er wel degelijk een verschil is tussen de reguliere rechtsgang
en een arbitrage, wat nu gebeurt. Dat is mede omdat we zien dat Shell – wanneer was
het – nog net voor de kerst nog een zaak is begonnen, en vanwege de risico's die wij
daarin zien. Mocht men deze zaak winnen – daar zult u nog op komen, want ik heb ook
gevraagd naar de financiële effecten – dan heeft dat echt wel degelijk effect. Fijn
dat de Staatssecretaris aangeeft dat wat deze bedrijven doen, eigenlijk niet kan.
Toch even terugkomend op die arbitrage: wij zien wel een verschil. Aan de ene kant
is er geen precedentwerking. Men kan bijna zaken blijven aanspannen. We zien dat nu
met Shell gebeuren. Als het via de rechter gegaan zou zijn, dan zouden we in een hele
andere situatie zitten, waarbij ook het publieke belang gewogen werd, die openbaar
was en waar Groningers gewoon bij mee konden kijken. Als de Staatssecretaris daarop
terugkijkt, hoe reflecteert hij daar dan op?
Staatssecretaris Van Marum:
Ik vind het altijd wat lastig om antwoord te geven op als-danvragen. Ik zou iedere
volksvertegenwoordiger, iedere partij gewoon aanraden om, als er ooit weer een overeenkomst
aangegaan wordt, gewoon goed af te wegen welke geschilvorm je daarbij kiest en voor
welke rechtsvorm je daarbij kiest. Ik heb er in mijn situatie gewoon mee te maken
dat dit afgesproken is, dat dit de manier is hoe we het afhandelen. Wij zetten gewoon
alle juridische middelen in om ons daar maximaal in te verdedigen.
Dan vraagt u of ik de zorg deel dat deze arbitrage bij bewoners het gevoel van onrecht
of onzekerheid versterkt en dat dit hun vertrouwen in het proces verder onder druk
zet. Laat ik vooropstellen dat ik die bewoners begrijp. Ik blijf echter ook herhalen
dat de uitkomsten van die procedures geen effect hebben op de inwoners van Groningen
en Noord-Drenthe. In 2018 is met de NAM overeengekomen dat de NAM volledig uit de
schadeafhandeling en versterking zou worden gehaald. De afhandeling van schade en
de versterking van gebouwen gaat daarom onafhankelijk van deze procedures gewoon door.
Daarvoor geldt: koste wat het kost.
Dan had ik nog de vraag welke financiële risico's de Staat loopt in de verschillende
procedures, uitgesplitst naar scenario's. En hoe zijn deze risico's verwerkt in de
meerjarige begrotingsramingen? In de begrotingsramingen van het Rijk wordt uitgegaan
van 100% ontvangsten van de NAM voor de kosten die via heffingen doorbelast worden.
De rechter of arbiter beslist uiteindelijk of de facturen en de heffingen terecht
bij de NAM in rekening zijn gebracht. Op uitspraken en uiteindelijke totaalvonnissen
in alle juridische procedures kan ik niet vooruitlopen. Gelet op de rechtspositie
van de Staat kan ik ook niet ingaan op de scenario's, maar ik ben altijd bereid om
uw Kamer vertrouwelijk te informeren in een technische briefing.
Dan vroeg JA21: kan de Staatssecretaris reflecteren op de vertraging die soms wordt
veroorzaakt door ...
De voorzitter:
Sorry, er is een interruptie van de heer Köse op het vorige punt.
De heer Köse (D66):
Er is vrij recent nog een tussenvonnis geweest in een van de arbitragezaken, ik meen
die van Exxon. Dat was in het voordeel van de Staat. Maar daar werd wel geschetst,
en daar dreigt het probleem van de nieuwe zaak die Shell heeft aangespannen, dat dit
wel degelijk een groot effect gaat hebben op onze begroting. De Staatssecretaris wil
daar niet op vooruitlopen. Maar mochten wij heffingen terug moeten betalen die we
nu hebben neergelegd bij de NAM, dan zou dat een grote impact hebben. Hoe verhoudt
dat zich met het koste-wat-kostprincipe? Mocht die rekening bij de overheid komen,
kunnen we dan nog borgen – zo ja, hoe wordt dat geborgd? – dat we dat «koste wat kost»
vasthouden als de NAM in een keer alle vergoedingen krijgt?
Staatssecretaris Van Marum:
Volgens mij heeft de overheid beloofd «koste wat het kost», dus ik neem aan dat de
overheid dit blijft doen. We hebben ook gezegd dat we maximaal zullen claimen bij
de veroorzakende partijen, dus dat blijven we ook doen.
Dan heb ik nog de vraag gekregen van JA21 of ik kan reflecteren op de vertraging die
soms veroorzaakt wordt door aangenomen moties of andere goedbedoelde suggesties vanuit
de Kamer. De heer Clemminck stelt terecht dat ideeën of voorstellen die verbeteringen
lijken soms vooral tot vertraging en onduidelijkheid leiden. De heer Vermeer zei hier
in zijn inbreng ook een aantal verstandige zaken over. Ik geloof zelf dat Groningen
en de Groningers gebaat zijn bij stabiliteit, rust en duidelijkheid. Dat is voor mij
als bestuurder soms ook best lastig. Je wil het liefst nú iets veranderen, terwijl
je ook weet dat elke verandering tijd kost en tot verschillen kan leiden. In Groningen
hebben we daar helaas ervaring mee. Ik ben ervan overtuigd dat gerichte verbeteringen
beter werken dan grote veranderingen. Daarom geloof ik ook in de Agenda voor Herstel,
omdat hiermee alle betrokken partijen samen kijken naar wat er nodig is voor specifieke
gevallen zonder nieuwe regels of systemen.
Ik wil hier wel een persoonlijke noot bij maken. Ik weet dat een aantal mensen hier
een aantal jaren zich ontzettend hebben ingezet voor de Groningers. Dat hebben ze
ook heel vaak gedaan met moties en amendementen, met alle goede bedoelingen. Dat heeft
ook heel veel goeds opgeleverd; dat wil ik ook gezegd hebben. Maar de veelheid aan
moties heeft af en toe ook voor vertragingen gezorgd. Nu we alles geïmplementeerd
hebben wat we beloofd hebben vanuit Nij Begun, denk ik dat de werkorganisaties erbij
gebaat zijn om geen grote, ingrijpende nieuwe zaken meer te doen, maar dat we nu moeten
kijken naar de continuering van de verbetering van de werkprocessen. Als we dat met
elkaar goed in de gaten blijven houden, dan denk ik dat dat ten dienste is van Groningen
en de Groningers.
Mevrouw Armut vroeg: wanneer verwacht de Staatssecretaris dat de nadere analyse van
de beving bij Zeerijp met de Kamer gedeeld kan worden? KGG heeft op 16 december 2025
een reactie van SodM ontvangen op deze analyse van de aardbeving in Zeerijp. KGG stuurt
zeer binnenkort de brief naar de Kamer met zijn reactie op een nadere duiding van
SodM, naar verwachting eind deze week of begin volgende week.
Dan had ik nog de volgende vraag. «Oekraïense bedrijven hebben Nederland gevraagd
om overtollige onderdelen van de Groninger gaswinning te leveren voor het herstellen
van hun verwoeste infrastructuur. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe de voortgang
van deze hulpvraag is?». Op 9 januari zijn hier Kamervragen over gesteld door onder
meer de PVV en D66 aan de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van KGG.
De beantwoording volgt; «volgt snel» staat hier zelfs. Verder verwijs ik naar mijn
collega, de Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Ik heb
hier verder nog geen nader antwoord op, dus dat komt nog.
Dan kom ik bij mijn laatste blokje: amendementen. Een appreciatie van het amendement
van het lid Beckerman over een fonds Gelijkheid voor Groningen en uitvoering van het
advies van Van Geel: dat amendement moet ik ontraden. Ik wil ook even stilstaan bij
dit amendement. Zoals aangegeven, heeft het kabinet de kern van het advies van de
commissie-Van Geel overgenomen. Het voert dit uit binnen de grenzen van wat uitvoerbaar
en redelijk is. Het kabinet acht het amendement dan ook niet noodzakelijk voor het
uitvoeren van dit advies. Het kabinet kan zich ook niet vinden in de genoemde dekking
voor dit amendement. Deze middelen zijn namelijk nodig voor de kabinetsdoelen op het
gebied van kernenergie. Zonder deze reservering ziet het kabinet een risico dat de
beperkte groep technologieleveranciers hun pijlen op iets anders richten, waardoor
de ambities op dit vlak niet waargemaakt kunnen worden. Bovendien is in het perceel
Kernenergie van het Klimaatfonds in 2026 op dit moment geen 1,8 miljard beschikbaar.
Het zwaarste punt van de investeringen in kernenergie vallen in de latere jaren, waardoor
er pas na 2030 dergelijke bedragen zijn gebudgetteerd.
Tot slot is dit amendement begrotingstechnisch onuitvoerbaar. Het is onduidelijk hoe
1,8 miljard beschikbaar kan worden gemaakt in 2026 en hoe dit vervolgens over meerdere
jaren wordt verdeeld. Bovendien vereist een begrotingsfonds een instellingswet, wat
wel anderhalf jaar kan duren, waarmee ik het ondoelmatig acht.
De voorzitter:
Het amendement van het lid Beckerman op stuk nr. 15 is ontraden.
Staatssecretaris Van Marum:
Dan het amendement van de heer Bushoff over het overhevelen van middelen van de begroting
van VWS naar BZK voor de versterking van de vrijwilligersinzet. Dat amendement moet
ik helaas ook ontraden. Ik vind het wel een sympathiek idee om vrijwilligers extra
te ondersteunen, maar naar ik van VWS begrijp, is het geld niet vrij. VWS is ten aanzien
van die middelen ook een verplichting aangegaan, of dit gaat ten koste van de subsidie
voor zorginstellingen in Groningen die versterkt moeten worden. Hoewel hiervoor in
de sociale agenda geen middelen beschikbaar zijn, ben ik wel bereid in gesprek te
gaan met de kwartiermaker over hoe hij de vrijwilligers kan helpen.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 120, van het lid Bushoff, is ontraden. De heer Bushoff
voor een korte vraag.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Op bladzijde 79 van de VWS-begroting, zeg ik uit mijn hoofd, staat dat deze middelen
vrij te besteden zijn. We zitten nog maar drie weken in 2026 en de VWS-begroting is
nog niet vastgesteld. Als die middelen dan toch alweer uitgegeven zouden zijn, vind
ik dat best bijzonder. Maar goed, daar ga ik me dan nog even op beraden. Wellicht
kunnen we daar nog over spreken, want als er wel sympathie voor het idee is maar het
zou zitten op dit ene puntje, dat dus niet goed staat in de VWS-begroting, kunnen
we er misschien nog wel uitkomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Wil de Staatssecretaris hier nog op reageren?
Staatssecretaris Van Marum:
Ja hoor. Ik begrijp van mijn collega dat er geen ruimte is om deze middelen in te
zetten voor een vrijwilligersregeling. Die 0,1% vrij te besteden middelen gaat over
artikel 3 van de VWS-begroting. Dat is voor subsidies voor langdurige zorg en maatschappelijke
ondersteuning. Over deze middelen zijn al verschillende afspraken gemaakt of er is
al een besteding voor gevonden. Feitelijk is er dus geen geld over.
De voorzitter:
U bent aan het einde gekomen van uw termijn. Ik stel voor dat we direct doorgaan met ...
We schorsen voor een enkel ogenblik, totdat de heer Bushoff zijn moties ergens heeft
opgehaald.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik hervat de vergadering. We zijn aangekomen bij de tweede termijn van de Kamer. Ik
geef de heer Bushoff het woord.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter, voor de tweede termijn. Ook dank aan de Staatssecretaris voor
de beantwoording, ook gegeven de ingewikkelde omstandigheden waar hij denk ik in persoonlijke
zin mee te maken heeft, zoals hij aan het begin van het debat zei. Ook middels deze
weg: heel veel sterkte.
Nog kort een paar dingen in deze tweede termijn. Eén. Ik denk dat duidelijk is geworden
dat er vanuit Groningen best veel wordt verwacht van de aanstaande coalitie. Die verwachtingen
zijn denk ik terecht hooggespannen, ook gezien de woorden en de opstelling van de
partijen waar het om gaat. Ik hoop dat die verwachtingen ook echt waargemaakt kunnen
worden. Want als we de afgelopen jaren één ding hebben geleerd, is het wel dat de
hoop dat Den Haag luistert et cetera – er is echt nog wel wat te doen – geen verloren
hoop mag zijn. Bij dezen de aanmoediging van de coalitiepartijen, voor zover dat nodig
is, om recht te doen aan Groningen en de verwachtingen die daar leven ook waar te
maken.
Twee. Een belangrijk punt in het debat van vandaag vond ik zelf het lostrekken van
de zaken die het langst lopen. De Staatssecretaris had het al over de verschillende
partijen die daarbij betrokken zijn. Soms is niet duidelijk wie dan uiteindelijk verantwoordelijk
is. Hij zei dat het nu beter lijkt te gaan en dat ze in ieder geval gezamenlijk de
verantwoordelijkheid voelen. Op dit moment is het niet nodig om een aanjager aan te
stellen, maar mocht dat toch nodig zijn, dan is de Staatssecretaris daartoe bereid.
Hij houdt de vinger aan de pols, begreep ik. De Staatssecretaris deed ook de oproep
aan de Kamer om dat te doen. Dat neem ik ter harte en daarom dien ik nu geen motie
hierover in. Ik heb de Staatssecretaris namelijk goed gehoord en zal zelf ook de vinger
aan de pols houden.
Ik heb nog wel aantal andere moties, voorzitter, die ik bij dezen ga indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de subsidieaanvragen en dus de verduurzaming vanuit maatregel 29
moeizaam op gang lijken te komen;
overwegende dat er ellenlange wachtrijen kunnen ontstaan door de bureaucratie en het
verplicht moeten opstellen van uitgebreide isolatieplannen;
verzoekt de regering waar nodig de bureaucratie te verminderen door de regels rondom
de isolatieplannen te vereenvoudigen en te verbeteren, dan wel zo nodig in overleg
met de betrokkenen maatregelen te nemen om een goede uitvoering van maatregel 29 te
borgen, en de Kamer hierover te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Beckerman.
Zij krijgt nr. 21 (36 800 VII).
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het niet heel toelichting behoeft, maar het gaat er dus om dat die belangrijke
maatregel 29, waar ook de Staatssecretaris aan refereerde, goed tot uitvoering komt.
Ik heb even snel gekeken op LinkedIn. Ik kon het niet helemaal terugvinden, maar ik
hoop dat we op dezelfde lijn zitten; ik denk het wel, ik ga ervan uit.
Dan mijn tweede motie, voorzitter. Die gaat over Van Geel.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de hoofdconclusie van de parlementaire enquête gaswinning was dat
de belangen van Groningers structureel zijn genegeerd en dat de Staat heeft beloofd
zich «koste wat kost en zolang als nodig» te committeren aan het inlossen van de ereschuld
aan Groningen en Noord-Drenthe;
overwegende dat er in de hersteloperatie Groningen onuitlegbare verschillen zijn en
er ongelijkheid ontstaat tussen gedupeerden en dat op verzoek van het toenmalige kabinet
de commissie-Van Geel onderzoek heeft gedaan naar het oplossen van deze schrijnende
ongelijkheid en hierover aanbevelingen heeft gedaan;
spreekt uit dat alle gedupeerden recht hebben op een gelijkwaardige uitkomst, namelijk
een veilig, schadevrij en verduurzaamd huis zoals de commissie-Van Geel adviseert,
en verzoekt de regering hieraan invulling te geven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff, Beckerman en Bikker.
Zij krijgt nr. 22 (36 800 VII).
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
«De regering»: er is altijd een regering, dus het verzoek is gericht aan deze regering,
maar ik kan me zomaar voorstellen dat het een nieuwe regering betreft. Dat gaan we
dan van de nieuwe regering horen. Omdat ook mijn collega Bikker zich hiervoor meermaals
hard heeft gemaakt, wilde zij haar naam er ook graag onder hebben. Ik weet dat ze
heel graag aanwezig was geweest bij dit debat, maar je kunt met een kleine fractie
en een volle agenda niet op twee plekken tegelijkertijd zijn. Dat geldt voor meer
leden, maar goed, vanwege haar grote betrokkenheid staat haar naam eronder. Ik denk
dat het netjes is om dat nog even te melden.
Dan tot slot de laatste motie, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bewoners rondom «kleine gasvelden», zoals bij Ekehaar, ook schade
ondervinden, maar te maken hebben met een onrechtvaardige schadeafhandeling, en dat
er meer geld naar externe bureaus gaat dan naar schadeherstel zelf;
overwegende dat de Commissie Mijnbouwschade de uitspraak heeft gedaan dat de schadevergoedingen
voor gedupeerden van mijnbouwschade buiten het «effectgebied van het Groningenveld»
ontoereikend zijn en meer gelijkgetrokken moeten worden;
verzoekt de regering om alle schade en bijkomende herstelwerkzaamheden rondom kleine
gasvelden redelijkerwijs te vergoeden en de schaderegeling te verbeteren tot minimaal
de aanbevelingen van de Commissie Mijnbouwschade,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Beckerman.
Zij krijgt nr. 23 (36 800 VII).
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de indiening van drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er nog steeds grote ongelijkheid is in Groningen en juist zwaar gedupeerden
vastlopen;
constaterende dat dit in strijd is met de beloftes gedaan in Nij Begun;
verzoekt de regering situaties zoals die aan de Schipsloot in Loppersum en vergelijkbare
zaken met prioriteit en naar tevredenheid van de bewoners op te lossen in lijn met
de aanpak voorgesteld door Van Geel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.
Zij krijgt nr. 24 (36 800 VII).
Mevrouw Beckerman (SP):
De tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat jongeren in Groningen naast door de landelijke wooncrisis ook worden
geraakt doordat veel woningen in de regio (nog altijd) beschadigd en/of onveilig zijn;
constaterende dat deze jongeren niet opnieuw gedupeerd mogen raken wanneer zij het
ouderlijk huis verlaten;
verzoekt de regering om in samenwerking met jongeren en de regio een concreet programma
op te stellen voor het realiseren van veilige en betaalbare woningen voor Groningse
jongeren door zowel nieuwbouw als herbestemming van leegstaande panden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.
Zij krijgt nr. 25 (36 800 VII).
Mevrouw Beckerman (SP):
De laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er jarenlang strijd is geleverd voor duurzaam herstel, waaronder het
repareren van kapotte funderingen;
constaterende dat het kabinet de regeling voor duurzaam herstel nu al wil versoberen
door grote groepen gedupeerden vooraf uit te sluiten;
verzoekt de regering geen onomkeerbare stappen te zetten ten aanzien van welke gedupeerden
gebruik kunnen maken van deze regeling en (de eventuele) aanpassing van de regeling
voor duurzaam herstel over te laten aan een nieuw kabinet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.
Zij krijgt nr. 26 (36 800 VII).
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Ik ga geen lange beschouwing meer geven, maar ik denk dat dit de laatste
begroting is met deze Staatssecretaris. Ik wil hem dus hartelijk danken en ook heel
veel sterkte wensen met wat hij net vertelde aan het begin van zijn termijn.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Kops.
De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording. Terugkomend
op de stille gedupeerden: mij is nog niet helemaal helder wat daar nu eigenlijk gebeurt.
Uit de woorden van de Staatssecretaris maak ik op dat het allemaal moeilijk is in
verband met privacy, waardoor die gedupeerden niet benaderd kunnen of mogen worden.
In de media lezen we wel, ook naar aanleiding van wat de directeur van het IMG heeft
gezegd, dat die stille gedupeerden in het aardbevingsgebied vanaf dit jaar wel degelijk
worden aangespoord om alsnog schadevergoedingen aan te vragen. Wat gebeurt daar nu
eigenlijk?
Dan alvast een motie. Ik hoor in de tweede termijn wel wat de Staatssecretaris daarvan
vindt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat alle «stille gedupeerden» in 2026 actief
worden benaderd, opdat zij krijgen waarop zij recht hebben,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.
Zij krijgt nr. 27 (36 800 VII).
De heer Kops (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u, voorzitter. Vandaag geen moties van de kant van de VVD. Wel dank voor de beantwoording
van de vragen. We wachten de brief met nadere informatie over de situatie in Loppersum
af. We zullen vragen over Ekehaar, waar het Ministerie van KGG over gaat, daar neerleggen.
Ook namens ons sterkte met uw grootste fan.
De voorzitter:
De heer Clemminck.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ik heb daar ook waardering
voor, in het bijzonder gezien de situatie van de Staatssecretaris.
Voorzitter. Het standpunt van JA21 verschilt niet zozeer op het punt van herstel en
versterking van het standpunt van andere fracties, maar juist op het punt van de toekomst.
Desalniettemin constateer ik ook dat het standpunt dat ik namens JA21 inneem, hier
misschien op de steun van een minderheid mag rekenen, maar in het land niet; dat laten
diverse opiniepeilingen ook zien. In 2025 wilde 25% van de Groningers zelf dat er
weer naar gas geboord kan worden, mits de compensatieregeling goed is vormgegeven.
Slechts 33% van de Groningers zelf vond in 2025 dat de sluiting van de gaskranen bij
wet een goed idee is. 64% van de Nederlanders wil eigenlijk doorgaan met de gaswinning,
mits onder de juiste omstandigheden. Er bestaan ook meerderheden bij collega-partijen
die voor dit standpunt van JA21 zijn: bij de BBB is een meerderheid van de kiezers
voor, bij de VVD en de PVV ook. Zelfs bij D66 zag ik dat ons standpunt bijna aan een
meerderheid zat. Dat standpunt van JA21 is dus helemaal zo gek nog niet. Dat wil ik
toch even aangeven, ook richting de Staatssecretaris.
Ik had een aantal moties voorbereid. Een daarvan ga ik niet indienen. Die ging over
fraude, maar daar is een toezegging op gedaan. Ik check nog even voor de zekerheid
dat het wat die cijfers betreft niet alleen ging over de NCG, maar ook over het IMG
en het SNN.
Voorzitter. Dan heb ik nog twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat inwoners binnen het versterkingsgebied tot maximaal € 40.000 kunnen
ontvangen voor de verduurzaming van hun woning, boven op alle landelijke duurzaamheidssubsidies;
constaterende dat de toegevoegde duurzaamheidsambities vertragend werken en ten koste
gaan van de uitvoeringskracht voor herstel en versterking;
overwegende dat de beperkte middelen gericht moeten zijn op het versterken en herstellen
van woningen en gebouwen en dus doelmatig en doeltreffend moeten worden ingezet;
verzoekt het kabinet met een voorstel te komen om deze aanvullende duurzaamheidssubsidies
af te bouwen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 28 (36 800 VII).
Dit leidt tot een interruptie van de heer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb heel nauwkeurig geluisterd naar de motie. Als je het zo formuleert dat er beperkt
middelen beschikbaar zijn ook voor de versterking en schadeafhandeling, dan stap je
dus af van het principe «koste wat het kost», wat na de parlementaire enquête toch
een belofte was in Nij Begun. Stapt JA21 inderdaad van dat principe af?
De heer Clemminck (JA21):
Nee, de motie gaat over beperkte uitvoeringskracht en euro's, want euro's kun je maar
één keer uitgeven, en wij willen die eerder aan de versterking uitgeven dan aan andere
zaken. Hoe eerder we de gelden daarvoor kunnen gebruiken, hoe eerder we deze operatie
ook kunnen afronden.
De voorzitter:
Ten slotte.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik kan ook met deze uitleg niet anders dan concluderen dat wat JA21 wil, haaks staat
op de belofte die is gedaan, namelijk dat de versterking en de schade sowieso, koste
wat het kost, zou worden uitgevoerd, zolang als het duurt. Dan zou het niet moeten
uitmaken dat je een euro maar één keer kunt uitgeven. Nee, «koste wat het kost, voor
zolang als het duurt», dát was de belofte en deze motie staat daar dan toch echt haaks
op.
De heer Clemminck (JA21):
Nee, dat is een onjuiste interpretatie van de motie. Ik hoor dat de heer Bushoff mij
gaat helpen met een ander dictum; dat is prima.
Voorzitter, mijn tweede en laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de ondergrond in Groningen en Noord-Drenthe nog decennia instabiel
is en dat de vermindering van seismische risico's voor inwoners topprioriteit moet
zijn;
constaterende dat diverse wetenschappers en instituties aangeven dat bijvoorbeeld
stikstofinjectie kansrijk is om bij te dragen aan stabilisatie van de bodem door drukherstel
in de Groningse velden;
van mening dat kabinet en Kamer de verantwoordelijkheid hebben om alle opties om toekomstige
bevingen te beperken of te voorkomen te onderzoeken en te overwegen;
verzoekt de regering vervolgonderzoek te doen naar de mogelijkheden en randvoorwaarden
voor het stabiliseren van de Groningse ondergrond, bijvoorbeeld via stikstofinjectie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 29 (36 800 VII).
De heer Clemminck (JA21):
Tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Köse.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het is vooral goed om te horen dat iedereen eigenlijk wel
wat voelt voor rustig aan, duidelijkheid en stabiliteit. Veel dank ook aan de Staatssecretaris
dat hij er weer bij was. Ik ga me eraan houden: we willen niet te veel moties, dus
ik zal er vandaag ook geen indienen voor die rust.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Köse.
Mevrouw Armut heeft geen tweede termijn.
Negen moties en nog een enkele vraag. Ik maak er twintig minuten van voor de schorsing.
De vergadering wordt van 19.46 uur tot 20.05 uur geschorst.
De voorzitter:
Welkom terug. We zijn aangekomen bij de tweede termijn namens het kabinet. Ik geef
de Staatssecretaris het woord voor de beantwoording van nog een enkele vraag, denk
ik, en het appreciëren van de moties. Bij de moties wil ik het aantal interrupties
beperken, dus de indiener van de motie geef ik de gelegenheid om eventueel nog een
vraag of een opmerking te plaatsen en daar wil ik het graag ook bij laten.
Staatssecretaris Van Marum:
Allereerst wil ik iedereen bedanken voor de warme woorden. Die worden zeer gewaardeerd.
Ik heb een aantal mensen wat langer meegemaakt en er zitten ook wat nieuwe mensen
bij, maar ik wil iedereen ook bedanken voor de constructieve wijze waarop u zich inzet
voor Groningen en de Groningers. Dat wordt zeer gewaardeerd.
Mevrouw Beckerman had een vraag over schade. Zij vroeg of er al daadwerkelijk woningen
zijn hersteld volgens de regeling daadwerkelijk herstel. Vanaf half januari zijn bij
circa honderd adressen de herstelwerkzaamheden afgerond. Daarbij is het van belang
dat als mensen kiezen voor herstel met een eigen aannemer, ze dan vijf jaar de tijd
hebben om de woning te herstellen. Er zijn 800 definitieve keuzes gemaakt door de
bewoners. Bij 580 daarvan zijn er overeenkomsten gesloten tussen het IMG en een bewoner.
Daarnaast is het herstel al bij ongeveer honderd adressen afgerond.
Dan zou ik nog terugkomen op situaties zoals aan de Schipsloot; dat is op verzoek
van mevrouw Beckerman en ook naar aanleiding van de opmerking van het lid Den Hollander
dat de gemeente niet op de hoogte zou zijn. Daarnaast vroeg mevrouw Beckerman of ik
op de toezegging rond huren kon terugkomen. De gemeente is volgens mijn informatie
wél meegenomen. Het is ook belangrijk dat we dit samen doen, maar ik zal in een brief
uiteenzetten hoe deze situatie eruitziet. Deze brief stuur ik voor 15 april naar uw
Kamer. Dan kom ik ook terug op een toezegging die ik heb gedaan rondom de huurprijzen.
Dan ga ik nu over naar de appreciaties van de moties. De motie op stuk nr. 21, over
het verminderen van bureaucratie door de regels rondom isolatieplannen te vereenvoudigen
en te verbeteren, kan ik oordeel Kamer geven. Isolatieplannen zijn voor de mensen
nodig om te weten welke maatregelen nodig zijn om de isolatiestandaard te bereiken.
We zien nu dat de eerste plannen zijn opgesteld, maar dat er nog een vereenvoudigingsslag
te maken is. Dit traject is reeds samen met VRO en de provincie en in nauw overleg
met de adviseurs, de bewoners en de uitvoerende bedrijven opgestart.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 21 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 22, kort gezegd de motie over de commissie-Van Geel, moet ik
ontraden. Ik heb daarvan in dit debat, en ook eerder, uitvoerig besproken wat wel
en niet kan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 22 is ontraden.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 23 geef ik oordeel ontijdig. Ik verzoek u dit op te nemen met
mijn collega, de Minister van KGG, als verantwoordelijk bewindspersoon.
De voorzitter:
Ik kijk heel even of de indiener overweegt deze motie aan te houden. Zo niet, dan
krijgt zij het oordeel ...
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, misschien. Ik vroeg me af of de Minister van KGG dan eventueel ook een appreciatie
kan geven. Als daar wat meer tijd voor nodig is, kan ik de motie ook even aanhouden
en na die appreciatie in stemming brengen, maar wellicht kan dat verzoek doorgeleid
worden. Dat is volgens mij niet heel ongebruikelijk.
De voorzitter:
Dit is een helder verzoek van de heer Bushoff. Ik concludeer daarmee ook dat hij de
motie zal aanhouden, met het verzoek aan de Minister van KGG om de motie op een later
moment nog te appreciëren. De motie kan dan ook op een later moment in stemming worden
gebracht.
Op verzoek van de heer Bushoff stel ik voor zijn motie (36 800 VII, nr. 23) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik zal ’m in elk geval doorgeleiden.
Dan de motie op stuk nr. 24, over de aanpak van ongelijkheid, geef ik oordeel Kamer,
met dien verstande dat ik de bewoners niet altijd tevreden kan stellen en ik soms
nee moet verkopen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 24 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 25 geef ik ook oordeel Kamer. De toelichting is dat ik met jongeren
in gesprek kan gaan over hun wensen op de woningmarkt. Daarbij heb ik de kanttekening
dat ik voor de uitvoering van deze plannen geen geld op mijn begroting heb. Dit mag
niet ten koste gaan van de sociale en economische agenda, en misschien zijn er wel
andere mogelijkheden die we bespreekbaar kunnen maken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 25: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 26 over duurzaam herstel moet ik ontraden. Het is een eigenstandige
bevoegdheid van het IMG als zbo. Ik kan mij daar goed in vinden, zoals ik ook in mijn
Kamerbrieven heb aangegeven. De beleidsregel is per 1 januari in werking getreden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 26: ontraden.
Staatssecretaris Van Marum:
Dan de motie op stuk nr. 27 ...
De voorzitter:
Eerst mevrouw Beckerman over de motie op stuk nr. 26.
Mevrouw Beckerman (SP):
Allereerst dank voor het oordeel Kamer voor de moties op stukken nrs. 24 en 25, want
ik weet dat er bewoners mee zitten te kijken, ook als het gaat over Schipsloot. Dan
is het toch lastig om te horen dat er pas later een brief komt, dus het is heel fijn
dat deze motie oordeel Kamer heeft gekregen.
Het oordeel over de motie op stuk nr. 26 zit mij wel dwars. Dat komt doordat de Staatssecretaris
ook weet dat bewoners jarenlang hebben gestreden, alhoewel ze nu wel een toekenning
hebben gekregen. Na al die strijd bleek de fundering daadwerkelijk kapot te zijn door
de invloed van mijnbouwschade. Ik vind de inperking van het gebied geen recht doen
aan al die onderzoeken waaruit gekomen is dat er daadwerkelijk iets aan de hand was.
De Staatssecretaris weet volgens mij ook dat dit soms op gekke plekken, bijvoorbeeld
bij een gasopslag, kan zijn gebeurd. Ik vind het dus iets te makkelijk om te zeggen:
het is een zbo. We hebben er een uitgebreid debat over gehad. De Staatssecretaris
heeft ook gewoon een aanwijsbevoegdheid. Volgens mij gaat het dus echt te snel om
dit zo makkelijk aan te passen, na al die strijd over kapotte funderingen.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik bestrijd dit, omdat wij de mogelijkheid hebben ... We hebben het gebied aangewezen
waar dit toepasbaar is. Dat is in het kerngebied. Er is een discretionaire bevoegdheid
om daarvan af te kunnen wijken, maar we hebben wel gemeend om dit echt in de kern
van het gebied toe te moeten passen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 26: ontraden.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 27 kan ik oordeel Kamer geven met de volgende lezing. De motie
verzoekt stille gedupeerden te helpen. Het IMG krijgt de bevoegdheid om de stille
gedupeerden te benaderen. Dit zal met terugwerkende kracht kunnen, maar 2026 zal niet
volledig haalbaar zijn. Het IMG zal de komende jaren de uitvoeringscapaciteit hier
gericht op inzetten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 27: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 28: ontraden. Ik ontraad deze motie om twee redenen. Op het moment
dat ik de regeling voor verduurzaming afbouw, kom ik terug op een belofte die ik aan
de bewoners heb gedaan. Dat wil ik niet. Daarnaast zal het afbouwen van deze subsidie
alleen maar leiden tot discussie met bewoners die vinden dat ze hier recht op hebben.
Daar gaat de versterking zeker niet sneller van.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 28: ontraden.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 29 over stabilisatie van de ondergrond met stikstof: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 29: ontraden.
Staatssecretaris Van Marum:
Daarmee ben ik aan het einde van mijn bijdrage gekomen. Ik heb met heel veel plezier
in deze commissie gezeten. Ik heb het ook ontzettend leuk gevonden. Zoals het er nu
naar uitziet, was het waarschijnlijk de laatste keer in deze vorm. Ik wens u allemaal
veel succes en sterkte. Ik hoop dat u zich blijft inzetten voor het belang van Groningen
en de Groningers.
De voorzitter:
Dank aan de Staatssecretaris. We gaan stemmen over de moties op dinsdag 3 februari.
We gaan stemmen over de amendementen en de begroting op 10 maart.
Ik heb nog twee toezeggingen genoteerd.
– De Staatssecretaris informeert de Kamer voor 15 april, naar aanleiding van de casus
«Schipsloot en Middenstraat in Loppersum», hoe verschillen binnen één cluster zijn
ontstaan en hoe de communicatie met de gemeente verloopt. Dat was een toezegging aan
het lid Beckerman.
– De Staatssecretaris informeert de Kamer voor 15 april over mogelijk hoge huren voor
wisselwoningen. Dat is ook een toezegging aan het lid Beckerman.
Ook vanaf deze plek heel veel sterkte aan de Staatssecretaris voor de aankomende periode.
Fijn dat u vanavond in ieder geval bij ons kon zijn. Ik dank de leden voor het goede
debat en wens iedereen een fijne avond. Ik sluit hiermee de vergadering.
Sluiting 20.16 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
G.C. Honsbeek, griffier
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Voor |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| PVV | 19 | Voor |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Tegen |
| Groep Markuszower | 7 | Voor |
| BBB | 3 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Tegen |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Voor |
| Volt | 1 | Voor |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.