Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 februari 2026, over (groot project) Pallas
33 626 Pallas-reactorproject
Nr. 42
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 20 maart 2026
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 11 februari 2026
overleg gevoerd met de heer Bruijn, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
over:
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 29 juli 2024 inzake
PALLAS-project: positief staatssteunbesluit Europese Commissie (Kamerstuk 33 626, nr. 25);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 14 oktober 2024
inzake PALLAS-project: aanbieding eerste voortgangsrapportage nieuwbouwprogramma (Kamerstuk
33 626, nr. 26);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 maart 2025
inzake reactie op verzoek commissie over toezending zogenoemde «baseline 8» van het
PALLAS-project (Kamerstuk 33 626, nr. 28);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 maart 2025
inzake beantwoording vragen commissie over groot project PALLAS (Kamerstuk 33 626, nr. 29);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 12 mei 2025 inzake
PALLAS-project: aanbieding tweede voortgangsrapportage nieuwbouwprogramma (Kamerstuk
33 626, nr. 30);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 juni 2025 inzake
reactie op verzoek commissie over besluit ten aanzien van de start van de uitvoeringsfase
van de PALLAS-reactor (Kamerstuk 33 626, nr. 31);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 1 juli 2025 inzake
PALLAS-nieuwbouwprogramma (Kamerstuk 33 626, nr. 32);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 10 september 2025
inzake reactie op verzoek commissie over de uitgangspuntennotitie voor het groot project
PALLAS (Kamerstuk 33 626, nr. 33);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 22 september 2025
inzake onderzoeksvoorstel groot project PALLAS (Kamerstuk 33 626, nr. 34);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 30 oktober 2025
inzake tweede basisrapportage PALLAS-nieuwbouwprogramma (Kamerstuk 33 626, nr. 35);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 21 januari 2026
inzake «Accountantsrapport bij de basisrapportage PALLAS-nieuwbouwprogramma» van de
Auditdienst Rijk (Kamerstuk 33 626, nr. 36);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 2 februari 2026
inzake antwoorden op vragen commissie over fiche: [MFK] Verordening instrument voor
samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en ontmanteling (Kamerstuk 22 112, nr. 4203) (Kamerstuk 22 112, nr. 4249);
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 7 november 2025 inzake fiche:
[MFK] Verordening instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid
en ontmanteling (Kamerstuk 22 112, nr. 4203).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de commissie, Mohandis
De griffier van de commissie, Esmeijer
Voorzitter: Mohandis
Griffier: Sjerp
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Bevers, Bushoff, Ten Hove, Krul, Maeijer,
Mohandis en Vervuurt,
en de heer Bruijn, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Aanvang 14.00 uur.
De voorzitter:
Ik open de vergadering. Ik heet u allen van harte welkom bij het commissiedebat (groot
project) PALLAS. Aan de zijde van de Kamer zijn er vier sprekers: de heer Krul van
het CDA, mevrouw Ten Hove van Groep Markuszower, de heer Bevers van de VVD-fractie
en de heer Vervuurt van D66. Ook Minister Bruijn van harte welkom hier in het debat.
Ik geef zo het woord aan de eerste spreker van de zijde van de Kamer. U weet hoeveel
minuten u ongeveer heeft. U heeft maximaal drie interrupties in de eerste termijn.
Meneer Krul, aan u het woord.
De heer Krul (CDA):
Laat ik de Minister allereerst een cadeautje doen door deze hele belangrijke vraag
te stellen waar ik hoop dat hij heel uitgebreid op reflecteert. Wat is nou een medische
isotoop? Hoe komen die tot stand? Welke rol speelt bijvoorbeeld een cyclotron daarin?
Ik ben benieuwd of de Minister daar in het begin even bij stil kan staan en ons even
meeneemt in wat het nou is.
Voorzitter. We spreken vandaag over het groot project PALLAS. Voor het CDA staat het
buiten kijf: PALLAS is niet zomaar een bouwproject, maar het is publieke infrastructuur.
Het gaat om zekerheid van medische isotopen voor honderdduizenden patiënten per jaar,
in Nederland en ver daarbuiten. Elke dag worden er 30.000 behandelingen wereldwijd
ingezet vanuit de reactor in Petten. Heel bijzonder. Het gaat om onze strategische
autonomie op nationaal en Europees niveau met enkel zustermaatschappijen of zusterreactoren
in Tsjechië en België. Voor ons is PALLAS niet enkel een kostenpost; het raakt aan
zorgzekerheid en autonomie. Maar het vraagt ook om maximale zorgvuldigheid, want het
gaat om veel publiek geld en de risico’s zijn groot. We spreken hier over een investering
met een levensduur van 60 jaar.
Dat je positief bent over deze investering, betekent niet dat je niet de verantwoordelijkheid
neemt om het project beheersbaar, transparant en toekomstbestendig te houden. Wie
de stukken goed leest, ziet een gemengd beeld. We zien vooruitgang. Vergunningen zijn
rond. Het staatssteunbesluit was positief. De rolverdeling tussen NRG PALLAS en de
Staat is verder uitgewerkt. Maar aan de andere kant is de boodschap van het Auditdienst
Rijk helder. De financiële beheersing staat onder druk. De bandbreedtes zijn groot
en de onzekerheden aanzienlijk. Dat vraagt om sterke sturing van het kabinet.
Daarom hebben wij een paar vragen aan de Minister, allereerst over kosten en risico’s.
De ADR constateert ... Nee, deze vraag ga ik overslaan, want ik denk dat mijn collega
deze ook gaat stellen.
Ik wil het nog iets meer hebben over de strategische positionering. De reactor voor
isotopen is een onderdeel van de hele campus, maar er is meer. Het levert unieke kennis
en ervaringen op het gebied van vergunningsverlening, aanbesteding en nucleaire nieuwbouw.
Hoe wordt deze kennis benut en geborgd voor de bredere nucleaire ambities van Nederland,
ondanks het feit dat er een Argentijnse bouwer actief is? Is er structureel overleg
met de Ministeries van KGG en EZ om bijvoorbeeld ook de maatschappelijke meerwaarde
van PALLAS maximaal in te zetten?
Ik wil stilstaan bij nog twee kleine aanpalende onderwerpen. Ten eerste de ontmanteling
van de High Flux Reactor. In Nederland moeten we de komende jaren meerdere nucleaire
installaties ontmantelen en ik wil weten of het kabinet ook de borging van de kennis
hierop kan garanderen. Hoe zorgen we ervoor dat het in Nederlandse handen blijft en
we niet afhankelijk worden van andere landen?
Ten tweede de ontwikkeling van nucleaire geneesmiddelen. PALLAS kan een grotere rol
spelen in de productieketen van radiofarmaca. Ze noemen dat zelf «opschuiven in de
waardeketen». Hoe ziet de Minister de versnelling van de toelating en toegankelijkheid
van nucleaire medicijnen? Is het huidige geneesmiddelenbeleid voldoende toegerust
om de kansen van een eigen producent van medische isotopen volledig te benutten?
Mijn uitsmijter zou zijn: onderschat ook niet de meerwaarde van PALLAS voor de regio.
Voor de Noordkop is het meer dan een reactor. Het is een anker van hoogwaardige werkgelegenheid,
kennisontwikkeling en de regionale economische kracht. Ik heb maar drie minuten en
ik wil hiermee eindigen.
Ik wil de Minister bedanken voor zijn inzet en toewijding en de wijze waarop hij deze
toch mooie rol vervuld heeft. Het was wat mij betreft een waar genoegen om de degens
te mogen kruisen met iemand die het bestuurlijk goed op een rijtje had, maar die ook
de kennis van een arts met zich meenam op deze post. Ik wil hem daar heel erg voor
bedanken.
Tot zover.
De voorzitter:
Voordat ik het woord geef aan mevrouw Ten Hove het volgende. U zei in uw inbreng:
dat deel doet de heer Bushoff. Toen zag ik de heer Bushoff even kijken. Als u nog
wat toe wilt voegen dan mag dat nog, meneer Krul.
De heer Krul (CDA):
Neeneenee ...
De voorzitter:
O, oké.
De heer Krul (CDA):
Ik wilde de heer Bushoff niet noemen, maar ik bedoelde dat er ook andere vragen door
collega’s gesteld zouden worden.
De voorzitter:
Nee, maar als u ... Ik weet dat u rapporteur was op dit onderwerp.
De heer Krul (CDA):
Zeker.
De voorzitter:
Als er dingen zijn die genoemd moeten worden en dat in het belang is van de hele commissie,
dan wil ik daar wat extra ruimte voor geven.
De heer Krul (CDA):
Dat vind ik ontzettend vriendelijk. Laat ik maar gewoon heel eerlijk bekennen dat
terwijl ik hier ging zitten, ik pas doorhad dat de spreektijd drie minuten was in
plaats van vier. Daardoor besefte ik terwijl ik aan het praten was: hé, ik moet een
blaadje weg gaan schuiven. Maar om het niet nog rommeliger te maken, laat ik het hierbij.
De voorzitter:
Helemaal duidelijk, ook opgehelderd. Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Ten
Hove.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank u wel. Groep Markuszower staat positief tegenover de bouw van de
PALLAS-reactor, omdat hiermee de voorzieningszekerheid van de medische isotopen voor
patiënten in Nederland en Europa gewaarborgd wordt. Het is goed dat Nederland zijn
strategische positie op de wereldmarkt voor isotopen borgt en onze onafhankelijkheid
hiermee vergroot. Dagelijks zijn wereldwijd gemiddeld 30.000 patiënten afhankelijk
van medische isotopen van NRG PALLAS, en nog maar kortgeleden was ik er daar een van.
Veel innovatieve medicijnen op basis van medische isotopen komen in Nederland voor
het eerst beschikbaar voor patiënten. Daar mogen we dan ook best trots op zijn.
Groep Markuszower is wel benieuwd naar de actuele planning, de kostenraming en de
risico-inschatting van het PALLAS-project. Zijn er kosten gemoeid met de latere oplevering
en, zo ja, hoeveel? En wie staat hiervoor aan de lat?
Losstaand van het PALLAS-project staat vandaag op de agenda ook een nieuw Commissievoorstel
van de Europese Unie over samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en ontmanteling.
Het belangrijkste punt is dat de Europese Commissie en het Joint Research Centre,
het JRC, de verantwoordelijkheid voor de ontmanteling van kerncentrales over wil dragen
aan de lidstaten, waaronder Nederland. De Europese Commissie is nu immers eigenaar
van de verouderde HFR in Petten en is daarbij financieel en organisatorisch verantwoordelijk
voor de ontmanteling van deze HFR. In het schriftelijk overleg dat we recent hebben
gehad, heb ik vragen gesteld over het onderzoek voor het management of change in het
kader van deze ontmanteling. Naar mijn mening zijn die nog niet voldoende beantwoord.
Is er inzicht in het management of change en, zo ja, kan de Kamer dat krijgen?
Worden de ontmantelingskosten alsnog doorberekend aan de lidstaten wanneer er geen
overdracht plaats zal vinden? Om hoeveel geld gaat dit precies?
Het kabinet vindt dat Nederland in het Meerjarig Financieel Kader te veel bijdraagt
in vergelijking tot andere lidstaten. De inzet van het kabinet was, volgens de beantwoording
in het schriftelijk overleg, dat dit moest worden aangepast. Is dit inmiddels al gebeurd?
Groep Markuszower is blij dat het kabinet vasthoudt aan het standpunt om de verantwoordelijkheid
voor de ontmanteling van de HFR niet over te laten nemen door de lidstaten. Wij zullen
er bij het nieuwe kabinet dan ook op aandringen dit standpunt vast te blijven houden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Bevers van de VVD.
De heer Bevers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Met de bouw van de PALLAS-reactor voorzien we Nederland en
Europa van medische isotopen die nodig zijn om onze patiënten blijvend kwalitatieve
en betaalbare zorg te bieden. Daarbij zorgt deze reactor ervoor dat Nederland zijn
strategische positie op de wereldmarkt van isotopen behoudt. Hierdoor behouden we
dan ook onze onafhankelijkheid ten opzichte van zoals dat soms zo mooi heet niet-Europese
statelijke actoren, om te voorkomen dat ik allerlei landen noem, en de farmaceutische
sector. Het is belangrijk dat de bouw wordt voortgezet, maar we moeten altijd kritisch
kijken naar projecten die een aanzienlijk bedrag kosten en naar de eventuele meerkosten.
Voorzitter. Het is alweer enige tijd geleden dat we in Nederland een kerncentrale
hebben gebouwd. Het gevolg daarvan is dat bepaalde procedures en besluitvormingsprocessen
langer duren dan verwacht, omdat alle betrokken partijen niet kunnen putten uit een
jarenlange ervaring. Dat is begrijpelijk. Misschien kan de Minister nog kort toelichten
hoe dat specifieke aspect tijd zich verhoudt tot de huidige verwachte meerkosten.
Verder wil ik graag weten hoe intensief onze samenwerking is met de andere EU-landen
die wel ervaring hebben met het bouwen van reactoren. Ik vraag me af hoe we die kennis
ook optimaal kunnen benutten. Daarnaast vroeg ik me ook nog af hoe we de opgedane
kennis kunnen gebruiken in de ambitie die Nederland heeft voor de verdere bouw van
kerncentrales. We hebben gisteren een vrij uitgebreide rapportage daarover gekregen
waar een hele hoop antwoorden in staan. Misschien kan de Minister daar nog iets over
zeggen.
Voorzitter. Dan heb ik nog een vraag over de geopolitieke en economische situatie
waardoor de prijzen stijgen van grondstoffen en materialen. Ik zou graag van de Minister
horen hoe wij in de gaten houden hoe die eventuele stijging, die er helaas nu eenmaal
is, zich verhoudt tot de markt. Kortom, betalen we als overheid niet een hogere prijs?
Daar hebben we slechte ervaringen mee.
Ten slotte zou ik graag van de Minister horen hoe hij de aanbevelingen van de Auditdienst
Rijk in het Accountantsrapport bij de basisrapportage PALLAS-nieuwbouwprogramma –
tja, zo heet dat stuk – verder gaat implementeren.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Vervuurt, D66.
De heer Vervuurt (D66):
Dank u wel, voorzitter. Nederland is al decennialang een cruciale speler in de nucleaire
geneeskunde. De huidige HFR-reactor in Petten produceert medische isotopen voor de
Europese markt en de wereldmarkt. Daarmee kunnen we onder andere borst- en darmkanker
diagnosticeren, maar ook ziektes als prostaatkanker behandelen. Om deze positie in
de toekomst als Nederland vast te kunnen houden, moet de verouderde HFR-reactor vervangen
worden door de nieuwe PALLAS-reactor. Zo kunnen we in de toekomst deze isotopen in
onze eigen achtertuin blijven produceren; de heer Krul zei het al. De D66-fractie
ziet het PALLAS-project dan ook als een project van groot maatschappelijk en strategisch
belang.
Maar PALLAS is niet alleen technisch complex, ook financieel en bestuurlijk is het
een groot publiek project met aanzienlijke budgettaire risico’s. Juist bij grote infrastructurele
en technologisch complexe projecten zien we dat de risico’s op vertraging en kostenstijgingen
aanzienlijk zijn. Kan de Minister reflecteren op de vraag of het Ministerie van VWS
over voldoende capaciteit en specialistische expertise beschikt om een project van
deze omvang en financiële complexiteit aan te sturen en te monitoren? We vragen ons
af of het niet beter zou zijn om de verantwoordelijkheid voor de projectvoering gezamenlijk
neer te leggen bij de Ministeries van VWS en bijvoorbeeld Financiën. Hoe kijkt de
Minister daartegen aan? Hoe reageert de Minister op de bevindingen in de accountantsrapportage,
waar de heer Bevers ook al naar verwees? Welke aanbevelingen uit die rapportage neemt
hij over? Welke neemt hij niet over? En waarom?
Voorzitter. Dan de financiële houdbaarheid van het project. De Europese Commissie
heeft de Nederlandse staatssteun goedgekeurd onder duidelijke voorwaarden, waaronder
het principe van de full cost recovery. Dat betekent dat medische isotopen uiteindelijk
niet onder kostprijs verkocht mogen worden. D66 vindt dat een belangrijk uitgangspunt,
juist om marktverstoring te voorkomen en om de publieke investering op de lange termijn
houdbaar te maken en te houden. Tegelijkertijd roept het wel vragen op. Kan de Minister
toelichten in hoeverre het realistisch is en blijft dat PALLAS daadwerkelijk financieel
rendabel kan opereren onder de voorwaarde van full cost recovery? Hoe wordt het in
de praktijk gemonitord? Welke risico’s ziet de Minister hierbij, mede in het licht
van technologische ontwikkelingen en toenemende internationale concurrentie op het
gebied van isotopenproductie?
Voorzitter. Tot slot wil D66 ingaan op de strategische inbedding van PALLAS. PALLAS
kan alleen renderen als de maatschappelijke en economische omstandigheden het toestaan.
Kan de Minister van VWS aangeven hoe hij in die hoedanigheid kijkt naar de Roadmap
Nucleaire Geneesmiddelenontwikkeling van de Nederlandse Vereniging voor Nucleaire
Geneeskunde en de aangekondigde onderzoeksagenda van NUCMED-NL? Hoe beoogt het kabinet
het volledige ecosysteem te versterken in Nederland én in de EU? Dit alles zodat de
investering in PALLAS niet op zichzelf staat en Nederlandse patiënten sneller toegang
krijgen tot innovatieve nucleaire kankerbehandelingen, vandaag, maar ook morgen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Veel dank. De volgende spreker is de heer Bushoff, GroenLinks-PvdA.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik moet zeggen dat ik niet verwacht dat na afloop van dit
debat de voorpagina’s van de kranten vol staan met verslaggeving van dit debat, tenzij
ik misschien stel dat GroenLinks-PvdA voor de bouw van een kernreactor is. Wellicht!
Maar dit verdient wel enige nuance. We zijn natuurlijk voorstander van de bouw van
het PALLAS-project omdat het gaat over medische isotopen en radioactieve stoffen die
worden gebruikt voor de diagnose van ziekten en voor de behandeling van verschillende
aandoeningen. Mijn collega zei het al: je kunt daarbij denken aan schildklierkanker,
longkanker en prostaatkanker. Daar wordt het allemaal voor gebruikt.
Ik vind het de moeite waard om te vermelden dat de huidige reactor in Petten nu al
een heel belangrijke rol speelt in het verstrekken van deze medische isotopen. Per
dag worden daar wereldwijd zo’n 30.000 mensen mee behandeld, las ik. Van die 30.000
mensen wordt 60% tot 70% in Europa voorzien door de huidige reactor in Petten en wereldwijd
gaat het om 30%. Dat is toch best een aanzienlijk deel. Dat is iets om trots op te
zijn. Het is dan ook logisch dat we die positie willen vasthouden met de bouw van
een nieuwe reactor. Dank trouwens aan de heer Krul en straks ook aan de heer Vervuurt
om namens de commissie rapporteur te zijn over dit groot project, want dat is het,
zeker in financiële omvang.
Voorzitter. Ik heb nog enkele vragen. Er wordt geconstateerd dat er een aantal risico’s
op vertraging zijn. Zo wordt er gezegd dat de planning van het gedetailleerde design
al onder druk staat. Ook wordt gezegd dat de integratie van het ontwerp best wat vertraging
zou kunnen oplopen en dat er mogelijk juridische procedures zullen zijn. Kortom, er
is wel sprake van risico’s op vertraging. Gelet op het feit dat het ingebruiknamejaar
nu al waarschijnlijk 2030 zal zijn en de huidige levensduur van de reactor in Petten
in principe op 2030 stond, al zal het wel een wat rekbaar begrip zijn, is mijn vraag:
is er een kritiek punt? Wanneer zou de vertraging te veel zijn, gelet op de levensduur
van de huidige reactor? Dat punt zal er ergens zijn, maar moeten we ons daar zorgen
over maken, ja of nee? Ik ben wel benieuwd of de Minister daar iets over kan toelichten.
Ik ben ook wel benieuwd – volgens mij hebben andere leden daar ook naar gevraagd –
wat een eventuele vertraging doet met de kosten, specifiek in het licht van de aanbeveling
van het accountantsrapport om een algemene opslag op de post «onvoorzien» te nemen
om eventuele financiële risico’s en overschrijdingen beter te kunnen opvangen. Ik
vroeg mij ook af hoe die aanbeveling zich verhoudt – hoe wordt daar invulling aan
gegeven? – tot het tekort van 30 miljoen dat er nu al is, waar bij de voorjaarsbesluitvorming
een oplossing voor gevonden moet worden. Is daar al enig zicht op?
Tot slot de ontmanteling van de oude reactor. Ik heb gelezen dat de Europese Commissie
graag ziet dat Nederland daarvoor verantwoordelijk wordt, maar dat de Nederlandse
regering zegt: wij vinden dat u daarvoor verantwoordelijk bent. Gelet op de uitspraak
van de Europese Commissie dat ze daar de mensen niet voor hebben, vraag ik mij af
wat dat betekent voor de ontmanteling van die reactor.
Tot zover. Rest mij alleen nog te zeggen dat ik de samenwerking met deze Minister
heel erg heb gewaardeerd in de afgelopen tijd en dat ik het erg fijn vond dat hij
op deze post zat. Dank daarvoor. Verder kan ik me aansluiten bij de dankwoorden van
de heer Krul daarvoor.
De voorzitter:
Mooie woorden. De volgende spreker is mevrouw Maeijer van de PVV-fractie.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u, voorzitter, en ook dank aan de rapporteurs. PALLAS is geen gewoon dossier.
Het gaat om de nieuwe reactor in Petten, die de oude HFR moet vervangen. Zonder die
isotopen – het is hier al vaker gezegd – vallen kankerbehandelingen en hartonderzoeken
stil. Dat is zorgcontinuïteit; dat is zorgzekerheid. Punt.
Tegelijkertijd is dit ook een uniek en complex megaproject van meer dan 2 miljard
euro, met de nodige risico’s. Daarom moet het kabinet hier grip op houden en de Kamer
ook. De Kamer ontving in oktober vorig jaar de tweede basisrapportage, met de stand
van zaken tot en met 30 juni 2025. In tabel 10, op pagina 28 van die rapportage, staat
de actuele top tien van risico’s. Kan de Minister per risico aangeven wat nu de stand
van zaken is? Risico 2 is bijvoorbeeld nieuw. Dat gaat over de integratie, waar de
heer Bushoff het over had. Graag wat extra aandacht daarvoor. Idem dito voor risico
9, waar te lezen valt dat de vergunning nog niet onherroepelijk is. Wat is nou de
stand van zaken op dit moment?
Voorzitter. De basisrapportage is van vorig jaar oktober. Zijn er nog andere risicovolle
ontwikkelingen waarvan de Kamer nu op de hoogte zou moeten zijn? Op een aantal punten
lijken er risico’s op vertraging te zijn, zoals bij personeel en bij de afronding
van het ontwerp. Hoe kijkt de Minister daartegen aan? Zijn er nog andere zaken die
tot vertraging kunnen leiden? Hoe verhoudt dat zich – de heer Bushoff vroeg dat ook
al – tot de levensduur van de huidige reactor?
Voorzitter. De Staat der Nederlanden, bij monde van de Minister van VWS, is 100% aandeelhouder
van de onderneming PALLAS. Daarnaast is de Minister ook beleidsmaker en gaat het om
de leveringszekerheid van medische isotopen voor patiënten. De kosten zijn stijgende.
Verwacht de Minister een verdere toename? Er is nog een budgetspanning van zo’n 30 miljoen,
geloof ik. Heeft de Minister al zicht op een oplossing daarvoor?
Voorzitter. Kennis van en ervaring met een project als dit liggen niet voor het oprapen.
Contractsturing, budgetbewaking: het lijkt me geen dagelijkse kost, ook niet op het
ministerie. Hoe zorgt de Minister ervoor dat die sturing gewaarborgd blijft? Wat is
daarin de rol van bijvoorbeeld het Ministerie van Financiën? Zou die rol nog steviger
kunnen zijn? Graag een reflectie daarop.
Voorzitter. Tot slot een punt dat ook al door een aantal collega’s is genoemd: de
ontmanteling van de oude reactor. Brussel wil gaan onderhandelen over de Nederlandse
overname van de kernreactor in Petten en wil de verantwoordelijkheid voor de ontmanteling
overdragen aan Nederland. Waar komt die ommezwaai nou eigenlijk precies vandaan? De
Minister geeft aan de verantwoordelijkheid niet te kunnen en willen dragen. We lezen
dat de inzet is dat het woord «gesprekken» niet wordt veranderd in het woord «onderhandelingen».
Is hier ook steun voor? Dat vraag ik mij af. Is in Brussel al getest hoe dit ligt?
Kan de Minister iets vertellen over de planning aangaande dit wetsvoorstel?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van
de Kamer. In overleg met de Minister schorsen we tot 14.35 uur, een kwartier. Daarna
gaan we luisteren naar het kabinet. Ik schors de vergadering.
De vergadering wordt van 14.20 uur tot 14.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We gaan beginnen. Het is tijd voor de eerste termijn van
de zijde van het kabinet. Ik geef de Minister het woord.
Minister Bruijn:
Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met het bedanken van de leden voor de fantastische
en plezierige samenwerking in het afgelopen halfjaar. Het is voor mij een grote eer
geweest om dit te mogen doen, ook dankzij de goede relaties met de Kamerleden en de
constructieve debatten. Daarin was men fel op de inhoud maar altijd zacht op de persoon,
zoals ik dat ook al kende uit de Eerste Kamer. Dat heb ik zeer gewaardeerd. Ik noem
natuurlijk ook de geweldige medewerkers van het ministerie. Dat was voor mij echt
een eyeopener. Ja, daar besteden we als Nederlanders weleens onvoldoende aandacht
aan, denk ik, maar we mogen echt heel trots zijn op wat daar zit aan inzet en kennis.
Mevrouw Maeijer weet dat ook uit de eerste hand. Dat is echt bijzonder en dat wil
ik hier toch ook graag gezegd hebben, ook voor alle ambtenaren die meeluisteren. Zonder
hen is dit werk niet mogelijk. Dat geldt ook voor de goede relaties met de media en
natuurlijk met de veldpartijen, waarmee ik op mijn tweede werkdag al het AZWA-akkoord
heb mogen tekenen. Dat was dankzij mijn voorgangers en alle andere zojuist genoemden.
Voorzitter, ik wilde eerst een stukje algemene inleiding doen, zolang als u het tolereert,
en dan ga ik de vragen per fractie beantwoorden.
Voorzitter. Vandaag spreek ik met uw Kamer over het groot project PALLAS en de ontwikkelingen
die daarbij gaande zijn. Dit is een bijzonder moment, want voor deze commissie en
ook voor mij is het de eerste keer dat we in het stramien van de Regeling Grote Projecten,
zoals die heet, dit gesprek voeren. Zo heeft uw Kamer dit project namelijk aangemerkt.
Het doel is natuurlijk om met elkaar zo goed mogelijk grip te houden op dit grote
project. Laten we daarbij steeds de publieke belangen van dit project voor ogen houden.
Er zijn een aantal verschillende belangen.
Om te beginnen is er het belang van de patiënten. Door een aantal sprekers is al genoemd
dat er op dit moment zo’n 30.000 patiënten per dag afhankelijk zijn van medische isotopen,
die worden geproduceerd in de Hoge Flux Reactor in Petten. Dat zijn natuurlijk enorme
aantallen per jaar, en dat wordt in de toekomst niet anders. Het gaat daarbij om medische
diagnostiek, maar ook om therapie.
Voorzitter. In de tweede plaats dienen we met dit project natuurlijk het belang van
een essentiële nucleaire kennisbasis in Nederland. Die kennisbasis is ook cruciaal
voor de andere nucleaire ambities die Nederland, dus het huidige en het komende kabinet,
heeft, zoals de ontwikkeling en de realisatie van kerncentrales voor CO2-vrije energieopwekking. De Minister van KGG heeft hierin het voortouw en het is mijn
inzet als aandeelhouder van NRG PALLAS om deze ambities waar mogelijk te ondersteunen.
Ik vermoed zomaar dat mijn opvolgster, die ook uit het Ministerie van KGG afkomstig
is, zoals u weet, die lijn zal doortrekken. Dat is een goede keus geweest.
Een derde publiek belang, waar de heer Krul ook al naar verwees, is het economische
belang van de reactor. Dat is ook een groot belang. De aantrekkingskracht van de regio
Noord-Holland Noord – denk aan de werkgelegenheid daar – speelt daarin natuurlijk
een belangrijke rol, net als de bredere economische uitdagingen van ons land. Het
Wenninkrapport verwijst bijvoorbeeld naar het belang van innovatieve ecosystemen als
bron voor vooruitgang en groei. Nou, daar is dit natuurlijk een mooi voorbeeld van,
want de unieke infrastructuur van NRG PALLAS op de campus in Petten is zo’n ecosysteem.
Voorzitter. Dan is er natuurlijk nog een vierde publiek belang, en dat is een heel
actueel onderwerp, namelijk dat we ook de Europese strategische autonomie borgen.
Zo voorkomen we dat we voor deze cruciale thema’s, dus gezondheid, energie en ook
een stuk economie, op lange termijn afhankelijk worden van niet-Europese actoren.
Het project is dus van groot belang, helemaal gezien de huidige geopolitieke omstandigheden.
Dan de voortgang van het project. Hiermee beantwoord ik meteen ook een deel van de
vragen. Ik zou bijna zeggen: we zijn aan de slag met dit project. Er wordt gebouwd.
Er wordt beton gestort. Ontwerpers zijn bezig met het detailed design en alles wat
daarbij komt kijken. Dat is dus eigenlijk niks nieuws. Ondertussen is NRG PALLAS in
transitie naar een commerciële, ondernemende onderneming.
Ik realiseer mij dat het gaat om een complex en risicovol project, waar behoorlijk
wat publieke middelen mee gemoeid zijn. Dat vraagt om stevige controle en om transparante
verantwoording. Het is dus ook zeer toe te juichen dat uw Kamer daar als toezichthouder
bovenop zit. Ik heb u in dat kader op 30 oktober 2025 de tweede basisrapportage aangeboden,
conform de door uw Kamer opgestelde uitgangspuntennotitie voor dit project. De afgelopen
jaren is substantieel ingezet op het verkrijgen en behouden van grip op risico’s binnen
het PALLAS-nieuwbouwprogramma. Een aantal van uw leden heeft ook gevraagd naar die
risico’s.
Ik noem een aantal voorbeelden. Er is een duidelijke governance- en verantwoordingsstructuur
ingericht voor het toezicht. Er zijn Gateway Reviews uitgevoerd en allerlei audits
gedaan, en de daaruit volgende bevindingen en aanbevelingen zijn consequent opgevolgd
en uitgevoerd. De Auditdienst Rijk heeft het programma getoetst. Daaruit blijkt dat
de governance in voldoende mate is ingericht. Daarover is er wat discussie geweest.
Dat geeft me uiteraard vertrouwen, maar het laat onverlet dat dit een groot en complex
nucleair bouwproject is, met alle onzekerheden van dien. Daar kunnen we ook niet van
weglopen. Dat vraagt om blijvende aandacht voor beheersing, voortgang en risico’s.
Daar blijf ik samen met de betrokken partijen scherp op sturen. Ik reken er ook op
dat uw Kamer waar nodig ook mijn opvolgster daar stevig over aan de tand zal voelen.
U hebt mij een aantal vragen gesteld. Die zal ik in een aantal blokjes beantwoorden.
Ik doe dat per fractie.
Dan begin ik met de fractie van het CDA. Er werd gevraagd om de definitie van een
medisch isotoop. Dat hebben wij natuurlijk allemaal paraat. De heer Vervuurt, die
zelf ook biotechnologie heeft gestudeerd, heeft dat ook paraat.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. De heer Krul is er op dit moment niet. Ik ga er niet over hoe de Minister
zijn beantwoording doet ...
De voorzitter:
Heel even. Ik ben voorzitter. Het gebeurt vaker in dit huis dat een Kamerlid dat de
vraag heeft gesteld er even niet bij kan zijn. Meestal worden de vragen gewoon beantwoord
en volgt het Kamerlid het alsnog via een medewerker of wordt er teruggekeken. Het
is een goed punt, meneer Vervuurt, maar meestal doen we het wel gewoon op deze manier.
De heer Vervuurt (D66):
Excuus.
De voorzitter:
Geen probleem. De Minister.
Minister Bruijn:
Voorzitter. Wat is een medische isotoop? Het is natuurlijk best interessant om die
vraag te stellen. Dit hele debat draait daarom, zou ik bijna zeggen. Een isotoop is
een atoom van een element met hetzelfde aantal protonen, maar met een verschillend
aantal neutronen. Dat betekent dat isotopen van hetzelfde element wel dezelfde chemische
eigenschappen hebben, maar een ander atoomgewicht of massagetal. Ze hebben dus dezelfde
plaats in het periodiek systeem. Voor sommigen zal dit blijde en voor anderen traumatische
herinneringen oproepen aan de scheikundelessen op de middelbare school, waar die kaart
met het periodiek systeem ergens in de klas hing, bij sommigen voor in de klas en
bij anderen achter in de klas.
Voorzitter. Medische isotopen zijn nucleaire geneesmiddelen, die ook wel radiofarmaca
genoemd worden. Ze worden dagelijks in de Nederlandse gezondheidszorg ingezet voor
onderzoek naar en behandeling van – dat zijn dus twee verschillende dingen – diverse
ziektebeelden, hoofdzakelijk bij kankerpatiënten. Medische isotopen kunnen bestraald
worden in een reactor of een cyclotron. Daar ging de vraag over. De HFR, de huidige
reactor in Petten, kan de meest gebruikte isotopen produceren. Daarmee is het dus
ook een hele belangrijke producent. Cyclotrons die aanwezig zijn bij academische ziekenhuizen
kunnen andere isotopen produceren. Dat vormt dus een aanvulling op de medische isotopen
die in een reactor kunnen worden geproduceerd. Bij de HFR, de huidige reactor, wordt
een grondstof bestraald. Vervolgens wordt het door een farmaceut opgezuiverd, gekoppeld
aan een eiwit en getransporteerd naar de ziekenhuizen. Vanwege het radioactieve afval
kunnen medische isotopen in tegenstelling tot andere isotopen niet worden opgeslagen.
«Afval» moet u in de notulen vervangen door «verval». Dat had u natuurlijk al bedacht.
De volgende vraag is: hoe wordt de kennis opgedaan bij de bouw van de PALLAS-reactor
structureel benut voor de bredere nucleaire ambities van Nederland? Dat hebben een
aantal leden gevraagd. Dus wat hebben we aan die kennis, behalve voor deze reactor?
Een andere vraag in relatie hiermee was ook: is er structureel overleg met de Ministeries
van KGG en EZ – daar zijn ze weer – om de maatschappelijke meerwaarde van PALLAS maximaal
in te zetten? Ik werk nauw samen met de Minister van KGG om de kennis rond de unieke
PALLAS-reactor en de ervaring die is opgedaan met de bouw van de reactor te benutten
voor de bredere nucleaire ambities van Nederland. Gisteren heeft de CEO van NRG PALLAS,
hier ook aanwezig, aan de Minister van KGG het SEO-rapport Bouwen op ervaring, dat
hierop ingaat, overhandigd. Ik mocht er ook bij zijn. Ik zal zorgen dat u het binnenkort
allemaal krijgt, met een mooie aanbiedingsbrief. We hebben hier zelfs al een stapeltje
liggen, vooruitlopend op dat officiële moment. Ik kan u dus nu alvast de voorinzage
geven, maar het komt uiteraard ook als brief naar u toe en dan wordt het ook een Kamerstuk,
denk ik.
De voorzitter:
We noteren de toezegging van het Kamerstuk. Wilt u dat ook nu al zo overhandigen of
gaat het gewoon via de gebruikelijke route? Dat is aan u.
Minister Bruijn:
Voorzitter, als u het toestaat is het en-en wat mij betreft.
De voorzitter:
Dan doen we en-en. Dan zie ik de stapel tegemoet en gaan we dat alvast die kant op
geleiden.
Minister Bruijn:
Ik zie de leden al verlangend kijken.
De voorzitter:
Er komt dan ook een officieel stuk. Dat is de toezegging. Die hebben we in ieder geval
genoteerd. Dank u wel.
Minister Bruijn:
Voorzitter. Dit rapport schetst dat de kennis en ervaring die is opgedaan bij de bouw
van de PALLAS-reactor gebruikt kan worden om de bouw van andere kerncentrales sneller
te realiseren. Dat is dan ook meteen een financieel voordeel. Er is een structurele
overlegstructuur tussen de departementen die betrokken zijn op het nucleaire terrein.
Zo vindt er bijvoorbeeld iedere zes weken een overleg plaats tussen betrokken directeuren
van de verschillende departementen. De vraag was of er ook interdepartementale samenwerking
is. Op dit gebied is die inderdaad uitstekend. Dat is overigens uiteraard op alle
andere gebieden ook het geval. In deze overleggen worden kennis en ervaring uitgewisseld
en wordt samengewerkt om bijvoorbeeld knelpunten op te lossen.
Kan NRG PALLAS een grotere rol spelen in de productieketen van medische isotopen door
het opschuiven in de keten? Dan hebben we het dus over de hele keten van het begin,
de grondstof, tot en met het geneesmiddel. NRG PALLAS kan naast bestraling ook de
processing – dat is eigenlijk de volgende stap in die keten, het radiochemisch scheiden
en zuiveren – voor zijn rekening nemen voor met name therapeutische isotopen, bijvoorbeeld
lutetium-177 en lood-212. Het doel is inspelen op de sterk groeiende vraag naar therapeutische
isotopen, zich ontwikkelen tot strategische partner in de ontwikkeling van nieuwe
therapieën, met name kankertherapieën, en isotopen non-exclusief beschikbaar stellen
om monopolisering en excessieve prijzen te beperken. Dat is dus eigenlijk een drieslag
die we daar in één keer kunnen bereiken. Processing acht ik verstandig als dat bijdraagt
aan het publieke belang, de leveringszekerheid, de betrouwbaarheid en het voorkomen
van marktmacht, en als het uiteraard geen onbeheersbare extra risico’s introduceert
als het gaat om de kosten, de planning, de staatssteun en de governance. We houden
dat dus goed in de gaten, maar wij steunen zeker deze ontwikkeling.
Is het huidige geneesmiddelenbeleid voldoende toegerust om de kansen van een eigen
producent van medische isotopen volledig te benutten, is de vraag. Ik zet mij in de
hele keten van medische isotopen in om de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van
geneesmiddelen te bevorderen en dus ook van deze geneesmiddelen. Om die reden heeft
het kabinet geïnvesteerd in PALLAS, om de toekomstige voorzieningszekerheid van medische
isotopen voor de patiënt in brede zin, die 30.000 patiënten per dag, te kunnen borgen.
De aanwezigheid van een reactor in Nederland vergroot ook de strategische autonomie,
zoals besproken. De aanwezigheid van een reactor in Petten trekt ook farmaceutische
bedrijven aan die het medische isotoop verder opwerken tot geneesmiddel. Daar zit
ook weer een economische kant aan.
De investering in PALLAS staat los van mijn inzet aan het einde van de keten, waar
het geneesmiddel dus naar de patiënt gaat. Bij de opname van een geneesmiddel in het
verzekerd pakket kijken we naar de eerdergenoemde vaste pakketcriteria en daarin staat
de gezondheidswinst centraal. We hebben het in eerdere debatten al gehad over de kwali’s.
Ze zijn hier zorgvuldig vermeden in de beantwoording door het ministerie want ze weten
dat ik daar een groot fan van ben, maar ik noem het toch nog eventjes.
Hoe ziet de Minister de versnelling van toelating en toegankelijkheid van nucleaire
medicijnen? Voor alle geneesmiddelen ben ik bezig om de toegang tot het verzekerd
pakket te optimaliseren via het toekomstbestendig stelsel geneesmiddelen. Wij zijn
dat dus aan het doorontwikkelen. Daaronder vallen ook nucleaire geneesmiddelen. Dat
is niet een aparte categorie van geneesmiddelen. Ook nucleaire geneesmiddelen worden
beoordeeld door het Zorginstituut langs de vier bekende pakketcriteria: effectiviteit,
kosteneffectiviteit, noodzakelijkheid en uitvoerbaarheid.
Als blijkt dat door gebrek aan bewijs er nog geen uitspraak te doen is over de effectiviteit
maar het geneesmiddel wel veelbelovend is, kan dat reden zijn om te kijken of toegang
toch mogelijk is onder voorwaarde van verder onderzoek. Dat is de reden van het bestaan
van de regeling voor voorwaardelijke toelating. Dan zit het dus nog niet definitief
in het verzekerd pakket. Gedurende die voorwaardelijke toelating wordt aanvullend
onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het geneesmiddel, zodat aan het einde van
het traject een uitspraak kan worden gedaan over wel of geen opname in het basispakket.
Voorwaarde is wel dat de leverancier het middel tijdens de voorlopige toelating tegen
een sterk verlaagde prijs ter beschikking stelt. Dat is dus de standaardprocedure
en die geldt voor deze middelen niet anders dan voor andere geneesmiddelen.
De VT, de voorlopige toelating, is overigens, zoals u weet, iets anders dan early
access, waarbij patiënten snel toegang krijgen tot een nieuw medicijn zonder dat de
effectiviteit of kosteneffectiviteit is beoordeeld. Daar ben ik geen voorstander van,
zowel vanuit het oogpunt van kwaliteit als vanuit het belang van kostenbeheersing.
Dat doen we dus niet.
Als na beoordeling van het Zorginstituut blijkt dat een medicijn wel effectief is,
maar niet kosteneffectief, dan ga ik onderhandelen met de leverancier om tot een kosteneffectieve
prijs te komen. Kortom, het feit dat wij nu aan het begin van de keten actief zijn,
verandert niets aan onze criteria, die ook mede door u zijn vastgesteld in de verschillende
wetgevingstrajecten, aan het eind van die keten. Dat is dus niet met elkaar verbonden.
Dan ga ik naar de vragen van de Groep Markuszower. Men is benieuwd naar de actuele
planning, de kostenraming en de risico-inschatting van het PALLAS-project. Die vragen
zijn deels ook teruggekomen bij een aantal andere leden. De commerciële opleverdatum
van het PALLAS-nieuwbouwprogramma is gepland in 2032. De kostenraming van het PALLAS-nieuwbouwprogramma
is 2.473 miljoen, dus bijna 2,5 miljard, in prijspeil 2025. De aangehouden risicoreservering
binnen het PALLAS-nieuwbouwprogramma is 146 miljoen – dat is de buffer waar een van
uw leden ook naar gevraagd heeft – in prijspeil 2025. Die wordt dus nog doorgeïndexeerd
– althans, daar ga ik van uit. Daar is nog geen aanspraak op gemaakt, dus die buffer
staat overeind. Die is tot nu toe niet ingeroepen.
Zijn er dan kosten gemoeid met een eventueel lagere oplevering? Hoeveel? Wie staat
daar dan voor aan de lat? Dat zijn vragen van mevrouw Ten Hove. Ja, als er vertraging
komt, dan gaan de kosten oplopen. Het is in Nederland geruime tijd geleden dat er
een kernreactor is gebouwd. Het is een langdurig en complex project. Dat betekent
dat procedures, toezicht en besluitvorming soms meer tijd vergen dan bij meer gangbare
bouwprojecten, zoals de dakkapel bij mij thuis. Dit is natuurlijk iets ingewikkelder.
Maar ook daar gaat het weleens mis. Met een latere oplevering lopen dan ook hier de
projectkosten langer door. Zoals ik de Kamer in oktober vorig jaar in de tweede basisrapportage
heb geïnformeerd, worden de kosten van één maand vertraging geraamd op tussen de 15
en 18 miljoen. Daarom zitten we er ook allemaal bovenop. Dat is dan nog afhankelijk
van het moment waarop de vertraging optreedt en van de reden daarvan. Maar dit is
een gemiddelde schatting. Omdat NRG PALLAS niet over sterke financiële buffers beschikt,
is het aannemelijk dat die meerkosten zullen neerslaan in de begroting van VWS, want
VWS is de aandeelhouder van het project.
Mevrouw Ten Hove vraagt: is er dan inzicht in het «management of change»-proces in
het kader van de ontmanteling van de HFR? Die moet natuurlijk aan het eind van het
project ontmanteld worden. Ook andere leden hebben daarnaar gevraagd. In het schriftelijk
overleg heb ik aangegeven dat de ontmanteling van de HFR een verantwoordelijkheid
is van het JRC, waar een aantal leden ook naar hebben gevraagd. Ik kom daar ook nog
op terug.
Worden die ontmantelingskosten, zo vraagt mevrouw Ten Hove, overgedragen aan de lidstaten
als er geen overdracht plaatsvindt? En hoeveel geld gaat dat kosten? Nederland draagt
misschien te veel bij aan de ontmantelingskosten, zegt ze. Ze vraagt: is dat aangepast?
Nou, laat ik daar klip-en-klaar over zijn: er worden geen ontmantelingskosten overgedragen
aan Nederland. Nederland draagt niet bij aan de ontmantelingskosten van de HFR. De
ontmanteling is een verantwoordelijkheid van het JRC, ook wat betreft de kosten. Dat
gaat wat Nederland betreft ook niet veranderen. Ik heb volgens mij in het laatste
schriftelijk overleg daar in wat meer detail met u over van gedachten gewisseld. Ik
begrijp de vragen daarover namelijk heel goed. Maar we zijn daar dus volstrekt helder
in, denk ik.
Dan kom ik bij de vragen van de VVD-fractie. «Enige tijd geleden is de kerncentrale
gebouwd. Bepaalde procedures duren langer dan verwacht. Er is een begin gemaakt met
de bouw. We kunnen niet putten uit jarenlange ervaring. Kan de Minister laten weten
hoe de tijd zich verhoudt tot specifieke verwachtingen, dus de relatie daartussen?»
Die vraag is ook gesteld door mevrouw Ten Hove. Het PALLAS-nieuwbouwprogramma is een
groot, langdurig en technisch bijzonder complex project. Uw leden zijn er, denk ik,
geweest. Ik ben er zelf ook geweest. We hebben gezien hoe prachtig het is, maar ook
hoe complex het is. Daarbij speelt inderdaad mee dat het in Nederland geruime tijd
geleden is dat er een kernreactor werd gebouwd. Dat betekent dat procedures, toezicht
en besluitvorming soms meer tijd vragen dan bij gangbare bouwprojecten. Als het meer
tijd kost, dan heb je natuurlijk ook het risico dat de bouwkosten oplopen of langer
doorlopen. Zoals ik de Kamer in oktober heb geïnformeerd in de tweede basisrapportage
worden de kosten van één maand, zoals ik al zei, geraamd op gemiddeld 15 tot 18 miljoen
per vertraging. Dat is afhankelijk van het moment en de reden van de vertraging. Dat
is iets wat we natuurlijk op alle manieren proberen te voorkomen. Als dat al zou gebeuren,
dan zullen we uw Kamer uiteraard nauwkeurig op de hoogte houden van dat soort ontwikkelingen.
Hoe intensief is onze samenwerking met andere EU-lidstaten die wél ervaring hebben
met kernreactoren? Hoe kunnen we die kennis optimaal benutten? Dat vraagt de heer
Bevers. Bij de uitvoering van het PALLAS-nieuwbouwprogramma wordt gebruikgemaakt van
internationale kennis en ervaring. Dus ja, er wordt intensief internationaal samengewerkt.
Zo werken binnen het PALLAS-nieuwbouwprogramma al meer dan twintig verschillende nationaliteiten.
NRG PALLAS B.V. heeft met verschillende internationale partijen contracten gesloten,
waaronder Europese partijen met ruime ervaring in de nucleaire sector. Die partijen
zijn betrokken bij het ontwerp, bij de bouw en bij de toelevering van de verschillende
onderdelen. Daarnaast onderhoudt NRG PALLAS contact met exploitanten van vergelijkbare
Europese en internationale onderzoeksreactoren, die er natuurlijk zijn. Binnen Europa
wordt er, naast de PALLAS-reactor, nog een andere onderzoeksreactor gebouwd in Frankrijk.
NRG PALLAS heeft op verschillende momenten contact gehad met het Franse team om ervaringen
uit te wisselen. Het is natuurlijk ook heel goed om dat te doen, om te kijken wat
je van elkaar kunt leren. Sinds 2022 laat het Ministerie van VWS zich bij het PALLAS-nieuwbouwprogramma
adviseren door Mott MacDonald. Dat is een internationaal bureau dat hierin gespecialiseerd
is, dat ervaring heeft met grootschalige en nucleaire projecten. Tegelijkertijd is
PALLAS een «one of a kind»-project. Ervaringen uit andere Europese onderzoeksreactoren
zijn dus wel waardevol, maar niet een-op-een toepasbaar. Daarom is de nieuwe kennis
die we opdoen ook zo waardevol in het vervolgtraject. Die wordt dan steeds vertaald
naar de specifieke context van PALLAS.
Voorzitter. De heer Bevers wil graag van mij horen hoe ik de aanbevelingen van de
Auditdienst Rijk in het accountantsrapport bij de basisrapportage van het PALLAS-nieuwbouwprogramma
van 8 januari 2026 ga implementeren. Laat ik zeggen dat ik groot belang hecht aan
de onafhankelijke toetsing door de ADR. Het is goed dat we de ADR hebben als onafhankelijke
toezichthouder. De aanbevelingen van de ADR zijn bedoeld ter versterking van bestaande
structuren. Ze sluiten aan bij de ambitie om de governance en programmabeheersing
van dit complexe en risicovolle programma continu te verbeteren. Ik betrek die aanbevelingen
bij de verdere inrichting en werking van het programma. Ik zal de Kamer ook informeren
door u de eerstvolgende voortgangsrapportage in april 2026 toe te sturen. Ik zal daarin
ook specifiek aandacht besteden, naar aanleiding van verschillende vragen van verschillende
leden, aan de aanbevelingen van de Auditdienst Rijk.
Voorzitter. Dan is de vraag: zijn de eerder gemelde prijsstijgingen van grondstoffen
en materialen evenredig met de wereldwijde geopolitieke en economische ontwikkelingen?
Dat vind ik een hele relevante vraag. De heer Bevers verwijst in zijn vraag naar de
brief van 12 mei 2025, waarin een van mijn ambtsvoorgangers dit jaar heeft beschreven
dat geopolitieke en economische ontwikkelingen hebben geleid tot prijsstijgingen van
grondstoffen, materialen en werkzaamheden. Dat is conform bredere marktontwikkelingen
die natuurlijk ook in andere markten gelden en waarvan er meer waren dan in de indexatie
van toepassing was. Het ging dus harder dan in de indexatie. Daar hebben de in de
vraag genoemde geopolitieke en economische ontwikkelingen natuurlijk alles mee te
maken. De reden voor de hogere stijging was in dit geval de schaarste van vrij unieke
apparatuur, de materialen en het personeel, ten behoeve van de nucleaire sector. Daar
is wereldwijd veel vraag naar, dus we zijn ook nog in concurrentie. Juist daarom is
het ook zo belangrijk om de infrastructuur en kennisbasis in Nederland te blijven
ontwikkelen en versterken. Daarom zitten we daar bovenop. De kostenramingen voor de
PALLAS-reactor zijn een open boek, een open offerte dus eigenlijk. Ze zijn opgebouwd
uit de daadwerkelijk gemaakte kosten, plus een vaste opslag voor winst en risico.
Die moet natuurlijk redelijk zijn. Dit stelt NRG PALLAS in staat om te toetsen of
prijzen ook marktconform en niet excessief zijn.
Voorzitter. Dan was de vraag van de heer Bevers: hoe kan de opgedane kennis bij PALLAS
worden gebruikt voor de bredere Nederlandse ambitie en kan de Minister iets zeggen
over het gisteren gepresenteerde rapport? Ik ben er al even kort op ingegaan. Ik werk,
zoals gezegd, nauw samen met de Minister van KGG om de opgedane kennis te borgen.
Ik heb gisteren ook samen met haar dit rapport, Bouwen op ervaring, mogen aannemen.
Ik zie dat de gehele nieuwe coalitie vertegenwoordigd is bij dit debat. In uw coalitieakkoord
spreekt u ook over het «doorwerken aan de realisatie van ten minste vier reactoren».
Dit rapport is dus ook voor u ontzettend waardevol, aangezien ook een deel van de
grote oppositiepartijen hier is. U bent dus misschien al een eind op de goede weg.
Maar daar sta ik uiteraard geheel buiten. Het rapport van SEO, dit rapport dus, schetst
dat de kennis en ervaring die worden opgedaan bij de bouw van de PALLAS-reactor en
het leergeld dat daarvoor gaandeweg en onvermijdelijk betaald wordt, gebruikt kan
worden om de kerncentrale sneller te realiseren. Dat is dus een goede zaak. Dat rendeert
op zich dus ook weer.
PALLAS is het eerste grootschalige nucleaire bouwproject in Nederland sinds de jaren
zeventig. We hebben dit dus lang niet bij de hand gehad. Nederland heeft kennis opgebouwd:
praktijkkennis rond nucleaire kwaliteitsnormen, kennis over documentatie, over supplychainkwalificatie
en over de interactie tussen de initiatiefnemer en de toezichthouder. Die kennis is
opgebouwd met dit project, zoals dat nu al een tijd loopt. Dat zorgt ervoor dat de
kerncentrales één tot drie jaar eerder in bedrijf genomen kunnen worden. De financiële
baten van toekomstige kerncentrales liggen, zoals in dit rapport becijferd, tussen
de 300 miljoen en 6 miljard. Dat is dus een return on investment, zou je kunnen zeggen.
Dat is dus ook een hele andere offspin van zo’n project.
Dan ga ik naar de vragen van D66. Maar aangezien er ook nog vragen waren van de heer
Bushoff en mevrouw Maeijer moet ik nu mijn tempo gaan vertragen. Die antwoorden zijn
waarschijnlijk onderweg. Tenminste, dat hoop ik nog. En de printer is kapot. U ziet:
we zijn wel in staat om een kernreactor te bouwen, maar een printer aan de gang houden
is ingewikkelder in uw Kamer, voorzitter.
De voorzitter:
Minister, het is ook goed om er rekening mee te houden dat als er dubbelingen zijn
in de vragen, u die gewoon samen kunt pakken. Het hoeft wat mij betreft niet allemaal
per Kamerlid.
Minister Bruijn:
Ja, voorzitter. Ik heb vragen van de heer Vervuurt van D66. D66 ziet het PALLAS-nieuwbouwprogramma
als maatschappelijk en strategisch belangrijk. Tevens is dit volgens hen natuurlijk
ook financieel en bestuurlijk een uitdaging. Kan ik reflecteren op de vraag of het
Ministerie van VWS wel genoeg capaciteit en expertise heeft om aan te sturen en te
monitoren? Sinds het besluit dat mijn ambtsvoorganger, de heer Kuipers, al in 2022
nam om te investeren in het PALLAS-nieuwbouwprogramma heeft VWS ten eerste een programmadirectie
ingericht, bemenst met de nodige specialisten in huis, maar ook met externe adviseurs
die daarbij betrokken zijn. Ten tweede is er een governanceplan opgesteld. We hebben
datgene in de praktijk gebracht wat bleek uit het accountantsrapport van de ADR bij
de basisrapportage die vorige maand naar de Kamer is gestuurd. Verder is de programmadirectie
doorontwikkeld naar een vaste lijndirectie onder de sg van VWS. Dat onderstreept ook
het belang. Dat is natuurlijk toch iets anders dan een dg. Maar ze zijn allebei heel
belangrijk. Dit laat zien dat het hoge prioriteit heeft binnen VWS.
Daarnaast zijn er verschillende onderzoeken en reviews uitgevoerd, onder andere door
de Algemene Rekenkamer en de ADR; we hebben ze al besproken. De Algemene Rekenkamer
schrijft in het verantwoordingsonderzoek 2024 VWS: «De projectorganisatie medische
isotopen die op het Ministerie van VWS verantwoordelijk is voor het bouwtraject, is
versterkt met bouwkundige en financiële expertise.» Ook laat die projectorganisatie
zich bijstaan door bureaus met specifieke kennis. Dat wordt toegejuicht. Verder schrijft
de ADR in het accountantsrapport dat vorige maand naar de Kamer is gestuurd: «VWS
heeft in de beschrijving van de administratieve organisatie aangegeven welke processen
zijn ingericht voor het verkrijgen van inzicht in de financiële beheersing van het
programma.» Ik krijg de overige antwoorden aangereikt, dus nu gaat mijn bloeddruk
weer een beetje omlaag. Ik ga verder met het citaat: «VWS heeft een uitgebreid stelsel
van «checks and balances» ingericht in de kredietovereenkomst om zicht te krijgen
op de besteding van de beschikbaar gestelde middelen en in de financiële beheersing
van het programma door NRG PALLAS B.V.»
De heer Vervuurt stelde ook de volgende vragen. Is er dan zicht op full cost recovery?
Hoe wordt samengewerkt om dit mogelijk te maken zonder de staatssteunregels te doorbreken?
Hoe is EZ betrokken bij de samenwerking, om te zorgen dat we de markt optimaal benutten
en bedienen? De productie van epitopen is interessant genoeg nu eigenlijk een bijproduct
van onderzoeksreactoren die door overheden worden gesubsidieerd. Hierdoor wordt de
werkelijke kostprijs van medische isotopen in de regel niet in rekening gebracht bij
de klant en uiteindelijk dus ook niet bij de patiënt. De overheden van betrokken landen
hebben zich de afgelopen jaren ingezet om een prijs voor het bestralen van isotopen
te bereiken die kostendekkend is voor de reactor. Dat is die full cost recovery waar
de vragen van de heer Vervuurt over gaan. Die inzet heeft ook tot een opwaartse prijsbijstelling
geleid. Het blijft wel moeilijk, moet ik in alle eerlijkheid zeggen, omdat dit alles
op vrijwillige basis moet gebeuren. Prijsafspraken kunnen niet gemaakt worden vanwege
mededingingswetgeving, die we natuurlijk ook respecteren. Er blijft altijd een risico
op prijsdruk bestaan.
Nederland blijft actief om het principe van full cost recovery verder te implementeren.
Zo zijn er in 2024 tijdens het Europese voorzitterschap van België Raadsconclusies
aangenomen over medische isotopen en de implementatie van full cost recovery. Het
staat dus nog steeds op de agenda. De Raadsconclusies wil ik gaan gebruiken om samen
met België op te trekken om full cost recovery in Europa breed geïmplementeerd te
krijgen, uiteraard gebruikmakend van de expertise op het Ministerie van Economische
Zaken op dit vlak. In die zin sta ik dus ook helemaal aan de kant van de heer Vervuurt.
Kan ik daarbij aangeven hoe ik aankijk tegen de Roadmap Nucleaire Geneesmiddelenontwikkeling
en de aangekondigde onderzoeksagenda van NUCMED-NL? De Roadmap Nucleaire Geneesmiddelenontwikkeling
is in opdracht van mijn ambtsvoorganger uitgevoerd en geeft de ambities weer voor
de nucleaire geneesmiddelen voor de lange termijn. Ik steun die roadmap. Ik ben met
meerdere partijen in gesprek om hier een vervolg aan te geven. Ik vind het belangrijk
dat de patiënt ook de vruchten plukt van het gegeven dat we een Nederlandse productiefaciliteit
van medische isotopen hebben, hoewel, zoals we eerder besproken hebben, het eind van
die keten in die zin natuurlijk wel onafhankelijk is van het begin van de keten. Het
is daarvoor onder meer belangrijk dat de betrokken partijen goed samenwerken. Het
platform NUCMED-NL, dat door de heer Vervuurt genoemd wordt, wordt aangejaagd door
FAST en is een goed gremium om de verschillende partijen mee samen te brengen. In
NUCMED-NL worden nu de eerste stappen gezet voor een nationale onderzoeksagenda voor
radiofarmaca. Ik vind het passend om dit te prioriteren in het onderzoek voor de komende
jaren. Ik zeg ook toe dat ik uw Kamer daarvan op de hoogte zal houden.
De heer Vervuurt vraagt of ik kan aangeven hoe ik tegen die roadmap aankijk, maar
het leuke is dat we die vraag net behandeld hebben, dus hij zit er twee keer in. Het
was even kijken of ik de vraag opnieuw zou voorlezen, maar dat gebeurt dus niet.
Een andere vraag is of het beter is om de verantwoordelijkheid gezamenlijk bij de
Ministeries van VWS en bijvoorbeeld Financiën neer te leggen. Dat is een logische
vraag. In de nota Staatsdeelnemingen wordt een onderscheid tussen staatsdeelnemingen
en beleidsdeelnemingen gemaakt. Voor NRG PALLAS is gekozen voor een beleidsdeelneming.
Dat betekent dat het aandeelhouderschap bij het beleidsdepartement ligt in plaats
van bij het Ministerie van Financiën. Dat is een keuze. Die keuze is toegelicht in
de Kamerbrief over het voornemen om de deelneming NRG PALLAS op te richten in 2023.
Er waren twee redenen om die keuze te maken. Ten eerste zorgt de mix van risico’s
die met zo’n groot, complex bouwproject samenhangen, in combinatie met de nog onzekere
omzetverwachtingen downstream en de huidige beperkte middelen van de onderneming,
ervoor dat het verstrekken van aanvullende financiering vanuit VWS niet uit te sluiten
valt. Ik denk zomaar dat dat voor Financiën misschien in het voortraject ook wel meegespeeld
heeft. Ten tweede is de beleidsmatige en sectorale kennis die het verantwoordelijke
beleidsdepartement, VWS, natuurlijk heeft, natuurlijk van grote toegevoegde waarde
voor de verdere ontwikkeling van NRG PALLAS. Daar zit de kennis over de hele geneesmiddelenmarkt,
over het verzekerd pakket en de vraag hoe we dat goed bij de patiënt krijgen. Dat
is ook in lijn met de Nota Deelnemingenbeleid 2022; daarom is voor het verantwoordelijke
beleidsdepartement en niet voor Financiën gekozen.
Net zoals bij andere deelnemingen zal dat aandeelhouderschap bij VWS na zeven jaar,
dus in 2032, wel worden geëvalueerd. Die evaluatie zal natuurlijk ook bepalen of dat
aandeelhouderschap – als u dat als toezichthouder, als Kamer, samen met mijn opvolgers,
ook wenselijk vindt – bij dat departement blijft liggen dan wel overgaat naar een
ander departement. Dat is natuurlijk iets wat altijd opnieuw bekeken kan worden. Eventueel
kan dat zelfs ook op een eerder moment gebeuren, bijvoorbeeld als de bouw is afgerond
of als zich andere zaken voordoen. Het is dus niet in beton gegoten, maar er is nu
vanwege die twee redenen gekozen voor beleidsdeelneming.
Hoe kijken wij hiertegen aan? Hoe reageer ik op de bevindingen van de accountantsrapportage
en welke aanbevelingen nemen wij over? Dat gaat weer over de ADR. We hebben het al
even genoemd. Ik zal het, denk ik, nu kort houden. We hechten een groot belang aan
die ADR, de onafhankelijke toetsing. De aanbevelingen zijn bedoeld ter versterking
van bestaande structuren en sluiten aan bij de ambitie om de governance en programmabeheersing
van dit complexe en risicovolle programma continu te verbeteren. Ik betrek die aanbevelingen
ook bij de verdere inrichting en ik of mijn opvolger zal uw Kamer daar in april 2026
over informeren.
De full cost recovery hebben we voldoende besproken, denk ik. Ik kijk even naar de
heer Vervuurt.
Hoe beoogt het kabinet het ecosysteem in Nederland en de EU te versterken, zodat patiënten
sneller toegang krijgen tot die behandelingen? De aanwezigheid van de reactor in Petten
voor de productie van isotopen trekt farmaceutische bedrijven naar Nederland. Dat
is ook een van de mooie gevolgen van die aanwezigheid. Recent heeft Eli Lilly zich
hier nog gevestigd, zoals u weet, maar het gaat dus ook om de bewerking van nucleaire
geneesmiddelen, want er zijn ook farmaceuten die dát doen. Dat we met de komst van
de PALLAS-reactor die hele infrastructuur in Nederland aanwezig hebben, is een unieke
situatie. Laten we dat nou nog eens onderstrepen en laten we heel dankbaar zijn voor
de mensen die zich daar iedere dag hard voor maken. Ik zet mij met partijen als FAST,
Oncode, KWF en nucleair geneeskundigen nationaal in om de samenwerking in dat hele
ecosysteem te versterken. Het uiteindelijke doel daarvan is om innovatieve geneesmiddelen
voor de behandeling van kankerpatiënten bij de patiënt te krijgen. Laat ook gezegd
zijn dat van therapeutische isotopen, vooral bij die therapeutische kant dus, een
sterke groei wordt verwacht, wat natuurlijk ook belangrijk is.
Internationaal ben ik, ook in het kader van de OESO, in gesprek met andere landen
die ook een reactor voor productie van medische isotopen beschikbaar hebben, zodat
we dankzij deze mooie reactor op de lange termijn, bijvoorbeeld op het moment dat
andere reactoren uitfaseren, in de EU nog steeds medische isotopen beschikbaar hebben.
Dan de vragen van de heer Bushoff. GroenLinks-PvdA ziet dat de planning onder druk
staat en dat er risico’s op vertraging zijn. Is er ook een kritiek punt waarop de
vertraging te veel zal zijn, gelet op de levensduur van de oude reactor? De heer Bushoff
noemde ook een paar jaartallen. Iedere vertraging vergroot natuurlijk het risico dat
de nieuwe PALLAS-reactor niet tijdig beschikbaar zal zijn als vervanging van de huidige
Hoge Flux Reactor, de HFR, maar er is niet echt één kritiek punt. De HFR is een verouderde
reactor. Vertragingen bij PALLAS vergroten wel het risico op een periode waarin er
onvoldoende productiecapaciteit voor medische isotopen beschikbaar is, maar de levensduur
van de HFR heeft geen einddatum. Maar als dat gebeurt, dus als het wordt verlaagd,
kan dat wel gevolgen hebben voor de toegang voor de patiënt in Nederland en daarbuiten
tot essentiële medische zorg. Dat onderstreept dus het belang van de voortgang en
de beheersing van het PALLAS-nieuwbouwprogramma, want je hebt dus wel een probleem
als de HFR uitvalt terwijl PALLAS nog niet draait. Maar dat kritieke punt wordt niet
veroorzaakt doordat HFR plotseling zou stilvallen, want als alles goed gaat, kan je
die dus laten doorlopen. In die zin zou vertraging naar verwachting en redelijkerwijs
ook niet tot een probleem leiden.
De heer Bushoff vraagt: moeten we ons, gelet op de levensduur van HFR en de ingebruiknamedatum
van de nieuwe reactor in 2032, zorgen maken? En: wat doet die vertraging nog met de
kosten? Hij vroeg ook naar de aanbeveling uit het accountantsrapport voor de algemene
opslag of een post onvoorzien. Ik zei al: de HFR is een verouderde reactor en vertraging
in PALLAS vergroot dus het risico op een periode waarin onvoldoende productiecapaciteit
beschikbaar zou zijn. Maar de HFR staat aan de andere kant ook niet op omvallen. Als
er vertraging is, lopen ook de projectkosten langer door.
Dan wat betreft de suggestie om een algemene opslag op te nemen. Er is al een post
onvoorzien van 146 miljoen opgenomen. Daar is tot nu toe gelukkig nog geen gebruik
van gemaakt. Dat is natuurlijk ook knap werk van de directies die hierbij betrokken
zijn en van het hele projectteam. Boven op die 146 miljoen nog extra aanvullende reserves
opnemen, zou dan direct ten laste voor de begroting van VWS komen; dat zou dan ten
koste gaan van ander zorgbeleid. Die keuzes moeten we dan wel onder ogen zien. In
de toekomst is dat nooit geheel uit te sluiten – VWS is nu eenmaal aandeelhouder –
maar op dit moment lijkt die post onvoorzien van 146 miljoen dus ruimschoots voldoende,
voor zover we dat kunnen voorspellen.
De heer Bushoff vraagt: «Hoe wordt omgegaan met de aanbeveling uit het accountancyrapport
om algemene opslag op te nemen in de post onvoorzien? Wordt daarmee aanvulling gegeven
in het licht van het feit dat er een tekort van 30 miljoen in de voorjaarsbesluitvorming
gevonden moet worden? Is daar zicht op?» De aanbevelingen uit het rapport worden thans
nader bestudeerd. Ik verwacht daar in een komend voortgangsrapport op in te gaan.
Over de voorjaarsbesluitvorming komt het volgende kabinet bij uw Kamer terug. Daar
zien we natuurlijk allemaal naar uit.
«De EC, Europese Commissie, zegt dat ze niet de mensen hebben voor de ontmanteling.
Wat betekent dat dan voor die ontmanteling?» Daar hebben we dus ook al het schriftelijk
overleg over gehad. Laat ik helder zijn: de ontmanteling is een verantwoordelijkheid
van het JRC, en eventueel de Europese Commissie. Het JRC zal moeten zorgen dat zij
de juiste kennis en capaciteit hebben of inschakelen als de HFR ontmanteld moet worden;
dat is geen verantwoordelijkheid van Nederland. Wat het kabinet betreft blijft dat
ook zo.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb toch één vraag, over de algemene opslag in wat nu volgens mij de «post onvoorzien»
heet. Kijk, er is een aantal risico’s op vertraging geschetst. Wellicht gaan die risico’s
zich niet effectueren; laten we dat hopen. Mede naar aanleiding daarvan begrijp ik
dat in het accountantsrapport de aanbeveling is om eigenlijk toch iets extra’s te
reserveren. Nou zegt het ministerie: dat gaan we niet doen, want dat gaat ergens van
ten koste. Dat snap ik. Maar zegt de Minister daarmee ook: «Eigenlijk zien wij, anders
dan het accountantsrapport, niet echt voor ons dat de geschetste risico’s zich allemaal
dusdanig gaan effectueren dat die pot met geld van bijna 150 miljoen die er nu nog
is, onvoldoende gaat zijn. Dus naar onze beste inschatting is dat nu gewoon echt voldoende.»
Minister Bruijn:
Het antwoord is: ja. Maar bovendien hebben we natuurlijk ook het ministerie daarachter,
dat hiervoor natuurlijk in zekere zin ook garant staat met de begroting. Het is dus
niet zo dat er geen budget is, mocht de pot al aangesproken moeten worden en mocht
het zo ver komen dat die tot nul daalt. Alleen, op dat moment zullen er keuzes moeten
worden gemaakt binnen de VWS-begroting, in samenspraak met uw Kamer. We zullen op
dat moment moeten bezien wat de mogelijkheden zijn. In het advies staat om het te
onderzoeken, dus nog niet om het te doen. We houden daar natuurlijk zicht op, maar
die pot is er. Dat lijkt voorlopig in ieder geval een veilige stok achter de deur.
Mocht het moment daar komen dat die aangesproken moet worden, dan zal het moment ook
kunnen komen om binnen de begroting wellicht te kijken naar mogelijkheden om meer
geld te reserveren.
Voorzitter. De PVV vraagt of ik per risico kan aangeven wat de huidige stand van zaken
is. Ten opzichte van de risico’s die ik heb gerapporteerd in de tweede basisrapportage ...
Daar staan die eigenlijk allemaal in. Ik heb begrepen, voorzitter, dat u enige spoed
wenst, dus ik ga die maar niet allemaal weer langslopen, maar ik kan die basisrapportage
natuurlijk wel voorlezen, als u dat wenst.
De voorzitter:
Nee, ik zie daar niet per se de meerwaarde van in, tenzij de leden dat anders zien.
Minister Bruijn:
Het is aan u, voorzitter.
De voorzitter:
Neeneenee, het is aan de Kamer. Ik ben maar een lid van dit huis. Gaat u gewoon door
met wat u heeft opgeschreven, maar u hoeft niet alles helemaal gedetailleerd voor
te lezen wat mij betreft.
Minister Bruijn:
Dank u wel, voorzitter. Dat was ook het plan niet.
Ten opzichte van de risico’s die ik heb gerapporteerd in de tweede basisrapportage,
hebben zich geen grote veranderingen voorgedaan. Wat dat betreft kan ik dus nog steeds
veilig verwijzen naar die basisrapportage. In de eerstvolgende voortgangsrapportage
zal ik natuurlijk nader ingaan op de ontwikkeling van de risico’s en ze allemaal opnieuw
langslopen. Die zal ik eind april aan uw Kamer toezenden.
Voorzitter. Dan kan ik ingaan op risico 2, over de integratie van het ontwerp – daar
heeft mevrouw Maeijer specifiek aandacht voor gevraagd – en op risico 9, het verkrijgen
van de benodigde kernenergiewetvergunning. Die zijn in de tweede basisrapportage gemeld.
Zowel het risico ten aanzien van de integratie van het ontwerp als het risico omtrent
het op tijd verkrijgen van de kernenergiewetvergunning is gedaald binnen de ranking
van de risico’s. Deze risico’s worden op dit moment dus kleiner. In de eerstvolgende
voortgangsrapportage, in april, zal ik in detail ingaan op de precieze ontwikkeling
van die risico’s.
Zijn er risicovolle ontwikkelingen naast de risico’s die zijn gedeeld in de basisrapportage
en die nog tot vertraging kunnen leiden? De basisrapportage bevat een zo volledig
mogelijk overzicht van alle bekende risico’s. Natuurlijk kunnen zich bij zo’n groot,
complex, langdurig nucleair programma als PALLAS altijd nieuwe of onvoorziene omstandigheden
voordoen, maar dat doet niet af aan de in mijn ogen toch wel volledigheid van die
basisrapportage.
Verwacht ik een verdere toename van de kosten en is er een oplossing voor de budgetspanning
van 30 miljoen, vraagt de PVV. Op dit moment zijn er geen kostenstijgingen ten opzichte
van baseline 9 bekend. Bij een groot, complex, langdurig programma zijn kostenstijgingen
natuurlijk nooit uit te sluiten, maar ze zijn op dit moment gelukkig niet in beeld.
Dat is knap werk van het management ter plekke. Een optie is dat NRG PALLAS zelf dekking
vindt voor de 30 miljoen budgetspanning. Een andere oplossing is dat VWS die opvangt
binnen haar begroting. Die budgetspanning van 30 miljoen is overigens relatief klein
ten opzichte van de totale kosten van het programma. Dat kunt u als een positief of
als een betrekkelijk negatief punt opvatten, maar dat even terzijde.
Hoe zorg ik ervoor dat de sturing gewaarborgd blijft, wat is de rol van het Ministerie
van Financiën en kan die rol van Financiën steviger zijn? Die vraag is in zekere zin
ook al gesteld door D66. Sinds het besluit van mijn ambtsvoorganger de heer Kuipers
in 2022 heeft VWS een soort programmadirectie ingericht, een governanceplan opgesteld,
de programmadirectie doorontwikkeld en verschillende onderzoeken en reviews laten
uitvoeren door de Rekenkamer en de ADR. Die zijn eigenlijk allemaal positief. Ik heb
er dus eigenlijk alle vertrouwen in dat dit bij VWS goed geborgd is. Er zijn ook een
aantal inhoudelijke redenen waarom ervoor gekozen is om dit project geheel bij VWS
onder te brengen.
Voorzitter, ten slotte. Waar komt de ommezwaai in Brussel vandaan? Er zijn natuurlijk
wel meer ommezwaaien in Brussel, maar in dit geval gaat het om die ten aanzien van
het aanpassen van het wetsvoorstel omtrent de ontmanteling van de HFR. De vraag is
of ik de ontmantelingskosten van de HFR kan dragen. Dat wil zeggen: kan mijn ministerie
dat? Kan de Minister iets vertellen over de planning van het wetsvoorstel? Waarom
de tekst in het wetsvoorstel is veranderd ten opzichte van de huidige wetgeving is
mij onbekend. De verantwoordelijkheid voor de ontmanteling van de HFR ligt bij het
JRC. Dat betaalt ook de kosten voor de ontmanteling. Die kosten hoef ik als Minister
niet te dragen. Dat ga ik dus ook niet doen. Het wetsvoorstel is onderdeel van het
MFK. Uw Kamer wordt uiteraard geïnformeerd over het verloop van de onderhandelingen
over het MFK, in het bijzonder via de overleggen die voorafgaand aan de Raad Algemene
Zaken, de Raad Economische en Financiële Zaken en de Europese Raad plaatsvinden, en
middels technische briefings. Maar laat nog een keer gezegd zijn dat de ontmanteling
niet de verantwoordelijkheid is van Nederland, maar van het JRC. Daarbij horen ook
de kosten. Die staan dus niet bij ons op de agenda.
Voorzitter, tot zover de beantwoording van de vragen, althans een poging daartoe.
De voorzitter:
Yes. Er is een vraag van mevrouw Ten Hove, Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik wil toch graag een verhelderende vraag stellen. Ik begrijp uit de beantwoording
dat het JRC verantwoordelijk is voor de ontmanteling van de HFR, maar het is nog steeds
onduidelijk waarom de tekst, dus de inhoud, veranderd is. Als je wat meer inzicht
krijgt in het management of change, wordt mijns inziens misschien ook de vraag waarom
ze de verantwoordelijkheid willen afschuiven op de lidstaten beantwoord. Ik ben toch
nieuwsgierig waarom die ommezwaai er gekomen is. Ik ben eigenlijk nog steeds op zoek
naar de antwoorden.
Minister Bruijn:
Ik weet het niet, maar ik ben er eigenlijk ook niet nieuwsgierig naar en ik ben er
ook niet naar op zoek, omdat het gewoon niet onze verantwoordelijkheid is en wij ons
ook op geen enkele manier die verantwoordelijkheid in de schoenen willen laten schuiven.
We zien dus ook geen aanleiding om dit te onderzoeken. Het is de verantwoordelijkheid
van de JRC. Het blijft ook de verantwoordelijkheid van de JRC. In die zin hebben wij
dus met die veranderingen van de wet en de redenen daartoe niks te maken. Dat verandert
ook niks aan die verantwoordelijkheid. Ik denk dat Nederland daar heel duidelijk over
moet zijn en blijven, want iedere ruimte die we geven, is ruimte die we beter niet
kunnen geven.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Die mening deel ik met de Minister, hoor. Dan is het aan ons om het nieuwe kabinet
dezelfde visie te laten hebben. Laten we daarop sturen. Dank u wel.
De voorzitter:
Ik kijk nog even naar de anderen. Ik ga gewoon even het rijtje langs. Dat is het makkelijkst,
denk ik. Meneer Bevers, heeft u nog verhelderende vragen? Het is nog geen tweede termijn.
Die komt zo. Meneer Vervuurt, heeft u nog vragen naar aanleiding van de beantwoording?
De heer Vervuurt (D66):
Ja, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording, die in principe helemaal
helder was. Ik heb alleen nog één vervolgvraag over het verhaal van de full cost recovery.
Misschien heb ik mijn vraag niet goed geformuleerd. Dit is natuurlijk een enorm groot
project. De Minister heeft het gehad over de risico’s dat het duurder wordt en langer
duurt. Dat staat ook in de basisrapportage. Uiteindelijk komt het er allemaal op neer
dat er meer geld naartoe moet. Dit plan is natuurlijk gebouwd op het concept dat wij
ook isotopen gaan produceren in die reactor en dat we die vervolgens weer kunnen gaan
verkopen. Er ligt een businesscase onder. Aan de ene kant is het zo dat als je dat
dekkend wilt maken, die producten duurder moeten gaan worden. Aan de andere kant wil
je jezelf ook niet uit de markt prijzen. Er zit dus spanning op. Ik maak me een beetje
zorgen over het volgende. Stel dat het echt langer gaat duren en wij tegelijkertijd
onze producten niet kunnen wegzetten tegen de marktprijzen, ook met het oog op het
staatssteunverhaal. Heeft de Minister het vertrouwen dat in het realiseren van de
planning zoals die er nu ligt, dat «full cost recovery»-principe niet onder spanning
komt te staan? Denk bijvoorbeeld aan commerciële partijen die met nieuwe innovatieve
technieken hetzelfde soort producten gaan maken en dat goedkoper kunnen doen, waardoor
wij onszelf uiteindelijk helemaal uit de markt prijzen. Kan hij daar iets over vertellen?
Minister Bruijn:
Om te beginnen zijn er natuurlijk verschillende redenen waarom Nederland heeft besloten
om dit prachtige project te aanvaarden en te voltooien. Er zijn vier redenen. Het
financiële businessmodel is natuurlijk niet de enige. Ten tweede: als je dit doet,
krijg je natuurlijk nooit de garantie dat de prijs ook kostendekkend zal zijn. Je
krijgt niet de garantie van full cost recovery. We hebben natuurlijk nog op minst
tot 2033, dus het gaat nog even duren. Wat je dus wel kunt doen, is samen met andere
landen vol inzetten op het bereiken van die full cost recovery. Daarom heb ik ook
verteld dat wij die Raadsconclusies willen gebruiken om met België op te trekken om
de full cost recovery in Europa breed geïmplementeerd te krijgen. Ik ga ervan uit
dat andere producenten daar uiteindelijk ook belang bij hebben en dat je in die zin
dus wel samen kunt optrekken. Maar eenvoudig is het niet. Ten eerste hebben we nog
jaren de tijd om dit te realiseren. Ten tweede: ik zou me nog kunnen voorstellen dat
zelfs als het niet helemaal zou lukken, uw Kamer als toezichthouder toch zegt dat
het een zeer waardevol project blijft. Er zijn per dag tienduizenden patiënten met
ernstige ziektebeelden die hiervan afhankelijk zijn. We hebben een groot economisch
belang. Denk aan de kennis die we hiermee genereren voor vervolg. Dat levert in financiële
zin ook veel op bij de bouw van andere reactoren straks; het spaart geld uit. Dat
hebben we gisteren gezien in dat rapport. Als je dat, met de vier reactoren die je
straks misschien gaan bouwen, ook nog meetelt, wordt die business direct anders. Ik
ben het wel met de heer Vervuurt eens dat we natuurlijk alles op alles moeten zetten
om full cost recovery te realiseren, en dat doen we dus ook.
De heer Vervuurt (D66):
Ik heb nog een korte reactie op de Minister. Dit is wel een beetje het antwoord waarnaar
ik op zoek was, denk ik. Ik begrijp ook heel goed dat er meerdere argumenten zijn
voor het plaatsen van die reactor. Meneer Krul had het al over strategische autonomie.
Er zit een stukje kennis in en er zijn economische incentives. Dat snap ik heel goed,
maar uiteindelijk zijn wij als Staat natuurlijk wel 100% aandeelhouder van het concept.
Dan zou je graag zien dat het, conform de plannen, zo sluitend mogelijk is. Dan heb
je aan het einde van het project natuurlijk liever niet het scenario waarin we een
negatieve exploitatie krijgen, waardoor we als Staat ieder jaar geld moeten bijleggen.
Als dat zo is, zou het een politieke keuze kunnen zijn om te zeggen dat dit het ons
waard is. Maar aan de voorkant heb je dat natuurlijk liever niet. Dat is de achtergrond
van mijn vraag.
Minister Bruijn:
Dat is zeker niet het uitgangspunt. Ik hoop dat ook duidelijk gemaakt te hebben in
mijn beantwoording.
De voorzitter:
Dat lijkt mij ook helder. Anderen nog? Ik kijk naar de heer Bushoff. Heeft hij nog
iets voor de laatste ronde, voordat we naar de tweede termijn gaan? Nee. Mevrouw Maeijer?
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ja. Ik had nog een vraag over het rapport van de Algemene Rekenkamer, dat al op 21 mei
vorig jaar verscheen. Daarin deden ze de Kamer een aantal aanbevelingen. In de tussentijd
is er natuurlijk ook weer het een en ander gebeurd. Ik vraag mij het volgende af.
Ik stel dat dan maar als vraag aan de Minister en ben benieuwd naar zijn antwoord.
De Algemene Rekenkamer beval de Kamer aan om de Minister aan te spreken op het toezicht
van de Minister op de kwaliteit van de kostenramingen bij de besluitvorming en of
er afdoende zeggenschap en keuzeopties zijn op het moment dat de kosten sterker stijgen.
Ik vroeg mij af hoe de Minister tegen deze twee punten aankijkt.
Minister Bruijn:
Dat is natuurlijk een terechte vraag van mevrouw Maeijer. Meer specifiek wordt geadviseerd
om te kijken naar het uiteen halen van het aandeelhouderschap en het beleid. De aandeelhouder
heeft dan natuurlijk vooral de financiële blik, terwijl de beleidsmaker toch meer
de inhoudelijke blik heeft met al die verschillende belangen en stakeholders die we
nu besproken hebben. Dat hebben we opgevolgd. We hebben dat dus gesplitst, namelijk
tussen enerzijds de sg, het bureau van de sg en alles wat daaronder hangt, waar het
aandeelhouderschap is ondergebracht, en anderzijds de directeur-generaal Curatieve
Zorg, die verantwoordelijkheid heeft voor het beleid. Uiteraard ben ik als Minister
uiteindelijk voor alles verantwoordelijk. Maar in die zin hebben we dat dus ook opgevolgd
en kijken we nu dus ook met andere ogen naar die twee belangen, omdat ze gescheiden
zijn.
De voorzitter:
We hebben nog een tweede termijn, maar u mag nog een verhelderende vraag stellen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Nee, zo is het genoeg.
De voorzitter:
Oké. Dank voor de beantwoording in uw termijn, Minister. Helder, goed uiteengezet.
Minister Bruijn:
Dank u wel, voorzitter! Dat heb ik nog nooit van een voorzitter teruggekregen.
De voorzitter:
Nou, als u langer Minister zou zijn geweest, dan had u dat vaker gehoord. Maar ik
ga niet over wie Minister wordt; die rol zal ik mij niet geven. We gaan nu echt naar
de tweede termijn. Is er behoefte aan een korte tweede termijn? Ja. Mevrouw Ten Hove.
De spreektijd is rond de minuut, maar maak vooral uw punt.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel. Mij rest nog de Minister te bedanken. We hebben kort samengewerkt, maar
het was een hele prettige samenwerking. Dank u wel daarvoor. Ik dank ook de rapporteurs:
de heer Krul en de heer Vervuurt. Ik kijk al uit naar het werkbezoek dat gepland gaat
worden. Ik wil graag een tweeminutendebat aanvragen.
De voorzitter:
Dat noteren wij. Mevrouw Ten Hove namens Groep Markuszower vraagt een tweeminutendebat
aan. Dat staat genoteerd. De heer Bevers.
De heer Bevers (VVD):
Dank, voorzitter. Ik heb weer veel geleerd vandaag, waarmee ik niet deze Minister
wil beschuldigen van het geven van college. Hoewel, toen hij begon over het periodiek
systeem der elementen, kreeg ik wel even een flashback naar inderdaad mijn schooltijd.
Dank voor de heldere beantwoording van de vragen. Om gelijk in de complimenten verder
te gaan: zoals we dat de afgelopen periode ook van hem gewend zijn geweest. Ik wil
hem heel erg danken voor zijn open manier van in debat gaan met de Kamer en de ruimte
die we elkaar daarbij konden geven. Ik wens hem heel veel succes in alles wat hij
hierna gaat doen. Heel hartelijk dank voor zijn inzet voor dit prachtige departement.
Dank u wel.
De voorzitter:
De heer Vervuurt.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. Ik heb nog een heleboel moeilijke vragen, maar die zal ik laten schieten.
Ik neem gewoon even de tijd om de Minister inderdaad dan ook effe te bedanken. Het
waren drie mooie debatten, zal ik maar zeggen als nieuw Kamerlid. Ik kan wel zeggen
dat ik de Minister heb leren bewonderen om het verhaal dat hij vertelt vanuit zijn
positie. Ik kan me voorstellen dat Minister zijn, zeker op een departement als VWS,
niet een makkelijke taak is. Uiteindelijk gaat alles wat we hier doen om keuzes maken.
Als het gaat om keuzes maken in zaken die raken aan de gezondheid van mensen, denk
ik dat dit heel dichtbij komt, heel persoonlijk is en heel moeilijk is. Dat heeft
hij hier toch altijd met een rechte rug en met een helder verhaal zo goed mogelijk
gedaan en dat vind ik bewonderenswaardig. Daar wil ik hem voor bedanken en ik wens
hem alle goeds toe.
De voorzitter:
Mooie woorden. Dank u wel. De heer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. In mijn eerste termijn heb ik al een aantal woorden van dank gesproken.
Ik sluit me aan bij de overige woorden van dank en ik kan me ook vinden in de woorden
van de Minister gericht aan de mensen bij het Ministerie van VWS. Daar laat ik het
bij.
De voorzitter:
Mevrouw Maeijer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter. Van mijn kant natuurlijk ook van harte bedankt. Dank ook voor de antwoorden
in het debat. Ik heb weer een hoop geleerd over medische isotopen en van alles en
ik leer nog steeds. Ik denk dat iedereen het belang heeft onderstreept van de productie
van isotopen voor bijvoorbeeld kankerbehandelingen, maar ook het belang van het houden
van grip en controle op het project an sich. Ik hoor dat de Minister dit deelt en
ik ga er dan ook van uit dat hij of zijn opvolger de Kamer tijdig zal informeren op
het moment dat zaken toch anders lopen dan gepland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik neem alle woorden over die dank uitspreken richting de bewindspersoon. Ik dank
ook de Kamerleden voor hun tweede termijn voordat ik de Minister de mogelijkheid geef
om nog wat laatste woorden tot ons te richten. Ook namens de commissie veel dank voor
uw inzet. Als ik het goed heb, is het uw laatste debat met deze commissie.
Minister Bruijn:
Dat weet je maar nooit, hè.
De voorzitter:
Nou, ja. We weten het nooit, maar voorlopig is dat zo. Daarom wil ik u enorm bedanken
voor uw inzet voor toch een belangrijk dossier, een breed dossier ook. We kenden elkaar
al eerder uit de tijd dat we allebei hoger onderwijs deden: ik hier en u aan de overkant
in uw rol als senator. Nogmaals, heel veel dank namens de commissie en hopelijk tot
ziens uiteraard. Het is uw tweede termijn. Dus wilt u ons nog wat meegeven, wat wijze
woorden?
Minister Bruijn:
Ja, voorzitter. Hoe lang heb ik?
De voorzitter:
Onbeperkt!
Minister Bruijn:
Ik heb aan het begin al gezegd dat ik het ongelofelijk eervol vond om dit samen met
de Kamer te mogen doen, opkomen voor patiënten in Nederland en opkomen ook voor alle
hardwerkende mensen in de zorg. Laten we die niet vergeten. Dat zijn toch de mensen
die aan het bed staan en die bij nacht en ontij in de ambulance springen en ons weer
komen redden, die zeven dagen per week dag en nacht klaarstaan in Nederland: de zorgverleners.
Ze staan onder druk en het is onze verantwoordelijkheid gezamenlijk om ze te helpen,
te steunen.
Daarom hebben we ook dat AZWA, dat Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, recent getekend.
We willen kijken hoe we de zorg toegankelijk en kwalitatief goed en ook vooral betaalbaar
kunnen houden, kunnen voorkomen dat er een tweedeling ontstaat en kunnen voorkomen
dat de solidariteit onder druk komt staan in ons prachtige verzekeringssysteem. We
willen zorgen dat voor iedereen die zorg echt toegankelijk blijft en dat we niet zulke
dure geneesmiddelen of zulke dure technische middelen maken dat ze niet het verzekerd
pakket in kunnen, maar wel beschikbaar zijn, want dan praten we over een tweedeling
en dat is het laatste dat we willen.
Ik vind het ook heel mooi dat je als je naar de verkiezingsprogramma’s van de partijen
kijkt, ziet dat er geen enkele partij is die dat ter discussie stelt – dat is natuurlijk
een prachtig iets – en dat in die zin de verschillen tussen de partijen eigenlijk
klein zijn, dat we goed kunnen samenwerken op dit punt. Ik hoop dat dat in de toekomst
zo blijft, want ik denk dat dat wel onder druk staat. En dan is goede samenwerking
tussen de Kamer, ook de Eerste Kamer, en het kabinet van groot belang.
Het was mij een grote eer om daar een bescheiden bijdrage aan te mogen leveren en
ik zie ook uit naar wellicht verdere samenwerking in de toekomst op andere manieren.
De voorzitter:
Heel veel dank. Voor ik de vergadering sluit, wil ik nog even met u enkele toezeggingen
doornemen. Er is een tweeminutendebat aangevraagd door het lid Ten Hove. Dat zal worden
doorgeleid naar de Griffie plenair. Het debat vindt sowieso plaats met de nieuwe bewindspersoon,
gezien wanneer dat kan plaatsvinden.
Dan de toezeggingen.
− Het SEO-rapport Bouwen op ervaring zoals dat inmiddels is rondgestuurd, wordt ook
officieel toegezonden aan de commissie en is daarmee ook een Kamerstuk.
− In de volgende voortgangsrapportage zal specifiek aandacht worden geschonken aan de
uitvoering van de ADR-aanbevelingen. Deze rapportage zal de Kamer in april 2026 ontvangen.
− In de eerdergenoemde voortgangsrapportage zal wederom worden ingegaan op de risico’s
en eventuele ontwikkelingen op dat punt. Alsmede zal worden gerapporteerd over ontwikkelingen
ten aanzien van de Roadmap Nucleaire Geneesmiddelenontwikkeling.
Daarmee zijn we volgens mij gekomen aan het einde. Ik dank iedereen: Kamerleden, bewindspersonen,
ondersteuning, iedereen in de zaal, iedereen die betrokken is bij dit onderwerp en
iedereen die dit debat heeft gevolgd via het scherm. Hartelijk dank en nog een fijne
woensdag.
Sluiting 15.44 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
M.E. Esmeijer, griffier