Verslag van een wetgevingsoverleg : Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 15 december 2025, over OCW-begroting, onderdeel Emancipatie
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 51
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Vastgesteld 21 januari 2026
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 15 december 2025
overleg gevoerd met de heer Becking, Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
over:
− het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (Kamerstuk 36 800 VIII);
− de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 12 november 2025
inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake het wetsvoorstel
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 17);
− de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 29 september
2025 inzake de periodieke rapportage over het emancipatiebeleid in de periode 2018–2025
(Kamerstuk 30 420, nr. 433);
− de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 15 oktober
2025 inzake nazending oordeel van onafhankelijk deskundige bij de periodieke rapportage
over het emancipatiebeleid in de periode 2018–2025 (Kamerstuk 30 420, nr. 434);
− de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 8 december
2025 inzake actualisatie toezeggingen emancipatiebeleid Q4 2025 (Kamerstuk 30 420, nr. 435).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de commissie, Bromet
De griffier van de commissie, Verhoev
Voorzitter: Bromet
Griffier: Verhoev
Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Bromet, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Hamstra,
Martens-America, Moorman, Edgar Mulder, Podt, Vermeer en Vliegenthart,
en de heer Becking, Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Aanvang 10.03 uur.
De voorzitter:
Dames en heren, goedemorgen allemaal. Welkom bij het wetgevingsoverleg Emancipatie.
Ik heet de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Becking,
en zijn ondersteuning van harte welkom. Ook verwelkom ik graag de aanwezige Kamerleden:
mevrouw Moorman van GroenLinks-PvdA, mevrouw Dobbe van de SP, de heer Mulder van de
PVV, de heer Hamstra van het CDA, de heer Vermeer van de BBB, mevrouw Podt van D66,
mevrouw Martens-America van de VVD, en de heer Van Duijvenvoorde van Forum voor Democratie.
Ook een warm welkom aan de mensen op de publieke tribune en aan iedereen die dit debat
digitaal volgt. We hebben tot 15.00 uur de tijd.
Op de uitnodiging, de convocatie, van dit wetgevingsoverleg staan de indicatieve spreektijden
van de fracties vermeld. De spreektijden zijn naar fractiegrootte. Voor de eerste
termijn is de spreektijd twee derde van de totale spreektijd. De overige een derde
van de spreektijd is voor de tweede termijn. In deze termijn kunnen moties ingediend
worden. Ik stel voor dat we vier interrupties doen, maar als de interruptie korter
is dan 30 seconden, tel ik ’m niet mee. Als hij langer is dan 30 seconden, dan zijn
het er twee. Als de officiële interrupties op zijn, kan je ook geen korte interruptie
meer plaatsen. Dat stimuleert een korte vraagstelling en ook het debat. Ik hoop dat
dat lukt. Omdat het een wetgevingsoverleg is, is de volgorde van de spreektijden in
de begrotingsvolgorde. We beginnen met de eerste grootste partij en dat is D66.
O, neem me niet kwalijk, ik zou mevrouw Moorman nog het woord geven voor een punt
van orde.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een wat uitzonderlijk verzoek, maar ik moet eerder uit de vergadering omdat
ik vanmiddag een crematie heb. Daarom zou ik de commissie willen verzoeken of ik in
eerste termijn al moties mag indienen. Als het nog nodig is, zal ik in de tweede termijn
worden vervangen door mevrouw Vliegenthart. Dat is mijn verzoek aan de commissie.
De voorzitter:
Is de commissie daarmee akkoord? Ik zie geknik. Dan gaan we dat doen. We gaan de moties
pas uitdelen als de andere moties ook zijn ingediend. Dat heeft te maken met de werkwijze
van de bodes. U bent in ieder geval in de gelegenheid om de moties straks in te dienen.
Allereerst wil ik het woord geven aan mevrouw Podt van D66.
Mevrouw Podt (D66):
Dank, voorzitter. Dit is mijn allereerste emancipatiedebat in deze Kamer. Ik vind
het ontzettend mooi dat ik me de komende tijd kan bezighouden met een onderwerp dat
voor heel veel mensen in Nederland zo ontzettend belangrijk is. Het gaat namelijk
heel simpel over goed en veilig mee kunnen doen aan de samenleving, wie je ook bent
en van wie je ook houdt.
De afgelopen twee jaar hebben we op dit dossier vooral stilstand gezien en soms zelf
achteruitgang. Als er al stappen vooruit werden gezet, dan kwam dat vanuit de Kamer,
met een initiatiefwet over het verbod op homogenezing, de wet van de leden Timmermans
en Bikker over strafverzwaring bij hatecrimes en de initiatiefwet op meerouderschap.
Complimenten aan de VVD voor het goede werk dat daar verricht is.
Het is heel fijn om met deze commissie een nieuwe start te kunnen maken. In verkiezingstijd
zijn er verschillende debatten geweest, onder andere bij het COC, waarin duidelijk
werd dat veel partijen het op een aantal punten eens zijn, bijvoorbeeld als het gaat
om het bestrijden van geweld en discriminatie, het verbeteren van wetgeving over ouderschap
en het voorkomen van niet-noodzakelijke ingrepen bij intersekse kinderen. Ook in de
strijd tegen femicide staat de Kamer veelal zij aan zij. De onderhandelingen zijn
nog in volle gang, maar ik heb er alle vertrouwen in dat we in de komende periode
goede stappen kunnen gaan zetten voor al de mensen in Nederland die zich vrij en veilig
willen voelen om zichzelf te zijn.
Voorzitter. Dat is hard nodig, want conservatief en soms echt repressief gedachtegoed
wint aan populariteit. Dat is geen natuurverschijnsel; dat is het resultaat van doelbewuste
campagnes. In de afgelopen jaren is er een netwerk gebouwd van organisaties en politici
die een mix van zogenaamde «traditionele waarden», xenofoob gedachtegoed en antidemocratische
ideeën verspreiden. Ze zijn goed georganiseerd en hebben honderden miljoenen tot hun
beschikking. Net als veel andere Kamerleden kreeg ik de dag na de verkiezingen een
dik pakket van Civitas Christiana, met een plastic foetuspoppetje en een stapel onfrisse
boeken. Dat is dezelfde club die eerder de hetze tegen de Week van de Lentekriebels
aanvoerde. Het heeft effect, vooral bij jonge mannen. We zien in veel westerse democratieën
dat vrouwen progressiever worden, maar dat jonge mannen achterblijven. Zij zijn ook
ontvankelijk voor conservatieve denkbeelden. Het lijkt met zichzelf in tegenspraak,
maar conservatief zijn, is in sommige kringen weer hip geworden. Nou is er natuurlijk
helemaal niks mis mee als jonge mensen op zoek gaan naar zingeving in de Bijbel of
een traditioneel leven met een groot gezin willen. De schoen begint te wringen wanneer
stereotiepe denkbeelden over mannen en vrouwen weer meer de norm worden, vrouwen als
vanzelfsprekend achter het aanrecht verdwijnen en er minder vrijheid is om uit de
kast te komen.
Dat wordt zeker een probleem wanneer haat en wantrouwen tegen vrouwen en lhbti-personen
worden aangewakkerd en daarmee geweld gelegitimeerd wordt. Dat is wat we zien in veel
van de content die in de manosphere rondgaat. Kijk bijvoorbeeld naar het incident
in Venlo, waarbij jongeren die bij een queer space in Venlo hadden opgetreden, in
elkaar werden geslagen door figuren die daarbij de Hitlergroet brachten en het hadden
over – sorry, voorzitter – «kankerhomo’s». Wanneer organisaties die zich inzetten
voor gelijke rechten, eerlijke seksuele voorlichting en ruimte voor jonge mensen om
zichzelf te zijn in deze Kamer voor de bus worden gegooid, waardoor die organisaties
en hun medewerkers worden bedreigd, dan gaat er iets goed fout.
Afgelopen vrijdag was het Paarse Vrijdag. Ik vind dat altijd een hoopvolle dag. Het
gaat over scholen die zeggen: hier ben je veilig. Het gaat over jonge mensen die durven
zeggen: dit ben ik. En het gaat over klasgenoten die zeggen: ik ben je bondgenoot
en je staat niet alleen. Gelukkig gebeurt dat niet alleen daar. In mijn vrije tijd
zit ik in de jury van de Annie Brouwer-Korfprijs, genoemd naar een van die geweldige
bondgenoten van de lhbti-gemeenschap, de Utrechtse oud-burgemeester Annie Brouwer-Korf.
Deze prijs zet mensen en initiatieven in het zonnetje die zich in Utrecht inzetten
voor de lhbti-gemeenschap. Ik kan u zeggen: het valt ieder jaar weer niet mee om te
kiezen uit de grote hoeveelheid prachtige voordrachten van mensen en organisaties
die de gemeenschap zichtbaar maken en ondersteunen en die bruggen bouwen. Die scholieren,
mensen en initiatieven zijn de positieve krachten die ik vanuit deze Kamer graag wil
ondersteunen. Ik wil dat al die mensen die zich de afgelopen twee jaar zorgen maakten
over de vraag welke kant het op ging, weer voelen: dit is ook míjn land en ik ben
hier thuis.
Ik wil graag twee dingen uitlichten waar we wat D66 betreft snel mee aan de slag moeten.
Allereerst is dat het bestrijden van geweld en discriminatie tegen vrouwen en lhbti-personen
en het een einde maken aan het pesten en bedreigen van lhbti-kinderen. Als tweede
is dat het werken aan economische zelfstandigheid van vrouwen.
Voorzitter. Om met dat eerste te beginnen: de wet van Timmermans en Bikker over strafverzwaring
bij hatecrimes is sinds juli van kracht. Ik ben benieuwd of we dat nou ook al terugzien
in de rechtspraktijk. Welke effecten zien we ervan? Twee wetten die de bescherming
tegen groepsbelediging en discriminatie van transgender en intersekse personen moeten
vergroten, liggen al veel te lang stil. Ik lees daar nu ook niets over in de brief
die de Staatssecretaris vorige week nog stuurde; dat verbaast me eigenlijk een beetje.
Kan de Staatssecretaris toezeggen deze voor het einde van het eerste kwartaal van
2026 naar de Kamer te sturen?
Een belangrijke stap is ook het vergroten van het aantal discriminatierechercheurs.
Het aantal aangiftes stijgt, maar de politie komt er simpelweg niet aan toe om alles
op te pakken. Dat is ontzettend frustrerend voor mensen die hele nare dingen meemaken
maar het gevoel hebben dat ze hier nergens mee terechtkunnen. Gelukkig ontstaan er
hele mooie initiatieven vanuit de samenleving, zoals een communitycenter van RITA,
Report it Always, waar mensen melding maken van discriminatie of geweld in Amsterdam.
Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om het ook bij de politie op orde te hebben.
Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: waarom doet hij hier niets aan? Ik lees in
de brief niets over extra politiecapaciteit. De mensen van Roze in Blauw doen hun
extra taken voor een groot deel nog steeds erbij. Ik kan me voor bijvoorbeeld woninginbraken
toch ook niet voorstellen dat we het gewoon maar zouden accepteren als men zich maar
moet melden bij een stichting. Waarom is dat hier dan wel het geval? Graag een reflectie
van de Staatssecretaris.
Voorzitter. De Kinderombudsman vestigde de dag voor Paarse Vrijdag de aandacht op
lhbti-kinderen en het feit dat zij nog te vaak gepest en bedreigd worden en dat ze
er te vaak alleen voor staan. Waarom schrijft de Staatssecretaris daar niets over
in zijn versterkte aanpak voor lhbti+-veiligheid? Is hij bereid om dit plan aan te
vullen met extra maatregelen met een aanpak specifiek gericht op kinderen?
Voorzitter. In verschillende media kwam het afgelopen weekend het nieuws dat Meta
een groot aantal ook Nederlandse organisaties die zich inzetten voor seksuele rechten
en seksuele diversiteit, heeft geblokkeerd. Als je zaken post over lhbti-thema’s of
abortus, lijkt Meta je zonder verdere uitleg op slot te kunnen gooien. Dat kan natuurlijk
niet. Kan de Staatssecretaris in het geval dat dit nog niet gedaan is, zorgen dat
wordt uitgezocht welke organisaties door deze blokkade getroffen zijn? Kan hij zorgen
dat deze organisaties met ruggensteun van de Nederlandse overheid uitleg krijgen van
Meta over de vraag wat hier is gebeurd? Kan hij ervoor zorgen dat Nederland zich er
met andere lidstaten voor inzet om te zorgen dat socialemediaplatforms zich gewoon
aan de wet houden?
Voorzitter, tot slot in dit blok. We zien dat er een afbouw komt van de middelen in
het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel
geweld en voor de regeringscommissaris die zich op dit onderwerp richt. Vanaf volgend
jaar zijn er helemaal geen middelen meer. Ik vind dat verbazingwekkend na alles wat
we in het afgelopen jaar hebben gezien, de noodzaak om een verschil te maken voor
de veiligheid van vrouwen en de maatschappelijke beweging om hier nu echt stappen
op te zetten. Ik kan me dan ook bijna niet voorstellen dat dit de bedoeling is. Is
de Staatssecretaris bereid om er in samenwerking met zijn collega’s voor te zorgen
dat dit programma onverkort door kan?
Voorzitter. Ik kreeg het van jongs af aan mee: zorg ervoor dat je als vrouw voor jezelf
kan zorgen als dat nodig is en dat je financieel niet afhankelijk bent van je partner.
Vanzelfsprekend is het een groot goed om zelf je keuzes te kunnen maken, maar individuele
keuzes op jonge leeftijd, bijvoorbeeld stoppen met werken of kiezen voor een kleine
deeltijdbaan naast een partner met een volledige baan, hebben soms grote persoonlijke
en maatschappelijke gevolgen. Denk aan afhankelijkheid van de partner, moeite met
herintreden of de arbeidsmarkt, afhankelijkheid van een uitkering wanneer de relatie
stopt en onvoldoende pensioen. De keuzes die je ooit maakte, leiden dan uiteindelijk
tot minder keuzevrijheid. 30% van de vrouwen en 17% van de mannen is economisch niet
zelfstandig. Om daar iets aan te doen moeten we vooral het systeem veranderen. Gratis
kinderopvang, beter verlof, werken meer laten lonen en meer flexibiliteit in werktijden
zijn daar onderdeel van. Is de Staatssecretaris het met D66 eens dat economische zelfstandigheid
een belangrijk doel zou moeten zijn in het emancipatiebeleid? Is hij bereid hier expliciet
op te rapporteren?
Om wat praktische stappen te zetten, noem ik een programma waarvan ik zelf zeer onder
de indruk ben, namelijk het programma «Meer uren werkt!», dat wetenschappelijk én
heel praktisch kijkt naar hoe we het als overheid makkelijker maken voor mensen, veelal
vrouwen, om meer te werken. Want laten we wel zijn: we hebben de komende tijd ook
gewoon heel veel mensen nodig op de arbeidsmarkt. Ik geef alvast een kleine eerste
stap uit het onderzoek. Veel mensen hebben maar weinig zicht op wat werk ze oplevert.
We zien dat steeds meer gemeenten en andere instanties met rekenhulpen laten zien
wat meer werk onmiddellijk oplevert. Maar ook als het niet direct veel oplevert, dan
zijn de voordelen op de lange termijn vaak groot. Dat kan gaan over persoonlijke ontwikkeling,
loonontwikkeling door de jaren heen en pensioenopbouw. Is de Staatssecretaris samen
met zijn collega van SZW bereid om te bekijken hoe deze langetermijneffecten van meer
werk voor mensen meer inzichtelijk gemaakt kunnen worden, en deze inzichten dan ook
handzaam te delen met gemeenten en andere relevante instanties?
Voorzitter, ten slotte. Ik heb zin om met deze commissie aan de slag te gaan. Als
we een beetje los kunnen komen van het geschreeuw, dan kunnen we samen mooie dingen
doen volgens mij. Ik zal onze campagneslogan niet herhalen, maar u weet wat ik bedoel.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw Dobbe van de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank voor het betoog. Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden op de vragen die volgens
mij heel terecht werden gesteld door D66. Ik had nog een vraag over de loonkloof.
Vrouwen verdienen voor ongeveer hetzelfde werk nog steeds minder dan mannen. Nou is
er de Wet loontransparantie. Vindt D66 dat deze versneld, maar ook volledig moet worden
ingevoerd?
Mevrouw Podt (D66):
Wauw. Ja, dat krijg je als je voor de eerste keer zo’n debat doet in de commissie:
dan word je gelijk om de oren geslagen met wetten waarvan je nog niet de complete
ins en outs kent. Ik hoop dat mevrouw Dobbe mij ten goede houdt dat ik een groot tegenstander
ben van de loonkloof. Ik hoop dat we daar als politiek heel veel aan kunnen doen.
Ik ken de precieze ins en outs van deze wet niet, maar ik kan me goed voorstellen
dat D66 er een voorstander van is.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik was sowieso heel blij met de woorden van mevrouw Podt. Ik kijk uit naar de samenwerking.
Specifiek hoorde ik haar ook over het aflopende Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel
grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en de opdracht aan de regeringscommissaris.
Ik hoorde mevrouw Podt ook zeggen dat het verstandig is om dat programma voort te
zetten. Ik ben het daar erg mee eens. Het lijkt me in deze tijd juist raar om dat
stop te zetten. Maar de middelen houden wel op. Ik vraag me daarom af hoe mevrouw
Podt daarop reflecteert.
Mevrouw Podt (D66):
Dat is precies de reden waarom ik aan de Staatssecretaris vroeg of hij dat met zijn
collega’s kan oppakken. We waren voor de vergadering al een klein beetje met elkaar
aan het grappen dat het budget van Emancipatie bepaald niet tegen de plinten op klotst.
Als we de Staatssecretaris dit in zijn eentje laten oplossen, dan lijkt me dat ingewikkeld
worden. Dus ik dacht: ik denk een beetje met hem mee. Het lijk mij verstandig om dat
inderdaad met anderen te gaan oppakken, ook omdat ik denk dat er binnen de Kamer een
heel groot draagvlak is om met deze activiteiten door te gaan; dat heb ik in de afgelopen
anderhalf jaar wel gezien toen ik de debatten hierover vanaf de zijlijn volgde.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Mulder van de PVV.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dank u, voorzitter. Net als mijn collega, mevrouw Podt, doe ik dit voor de eerste
keer op deze portefeuille. Bij het inlezen voor dit debat kwam ik bij de betekenis
van het woord «emancipatie». De collega’s die al wat langer op deze portefeuille zitten,
weten natuurlijk wel dat dit van het Latijnse woord «emancipare» komt. Voor mij was
het nieuw. De oorspronkelijke betekenis luidt «verlossing uit slavernij». In het oude
Rome kon een slaaf juridisch worden geëmancipeerd. Hij werd dan dus Romeins staatsburger.
Tegenwoordig is het wat minder zwaar en betekent emancipatie de politieke en maatschappelijke
beweging om groepen die worden gediscrimineerd voor de wet gelijk te maken.
Die emancipatiebeweging was in onze westerse beschaving ook hard nodig. Er waren enorme
verschillen in de maatschappij. Een kleine bovenlaag had alle politieke, culturele
en maatschappelijke macht. Pas in 1917 kregen mannen het algemeen kiesrecht, en vrouwen
drie jaar later ook. Maar voor vrouwen moest er nog veel meer worden ingehaald of
gelijkgesteld. Pas in 1956 kwam er een wet die het mogelijk maakte dat vrouwen mochten
werken en bijvoorbeeld een bankrekening mochten openen. Pas in 1986 kregen vrouwen
recht op sociale voorzieningen als AOW en WW. Toen was ik al heel lang volwassen,
maar ik wist dat eigenlijk helemaal niet. Naast wettelijke aanpassingen, veranderde
er maatschappelijk veel door de komst van de pil. Ook parttime werken en kinderopvang
– daar gaan we het vandaag nog wel over hebben – droegen bij het aan verbeteren van
de positie van de vrouw.
Is het vandaag de dag dan allemaal perfect? Nee, zeker niet. Wel mag je vaststellen,
denk ik, dat er in onze westerse beschaving veel verbeterd is. Vrouwen zijn tegenwoordig
hoger opgeleid dan mannen. In de eerste jaren dat ze werken verdienen ze ook meer
dan mannen. Steeds meer vrouwen werken, één op de drie, fulltime. Er wordt ook niet
meer vreemd opgekeken indien de vrouw kostwinner is – godzijdank. Het is nog niet
perfect, nogmaals, maar er is best wel veel bereikt.
Voorzitter. Eenzelfde soort overzicht kan je maken van mensen die vallen op hetzelfde
geslacht: van maatschappelijk acceptatie via geregistreerd partnerschap en het homohuwelijk
naar het recht om kinderen te adopteren. Het was een lange en ook zware strijd. Natuurlijk
kan het hier en daar best beter, maar de emancipatie is, denk ik, ook daar goed op
weg. Volgens velen, ook van de groep zelf, is die ook best geslaagd. Ik vind het jammer
dat we deze kant van het verhaal bijna nooit horen. Ik realiseer me dat het goed is
om te wijzen op fouten en verschillen, want dan schuurt het en dan kan je duidelijk
maken wat er nog moet gebeuren. Maar het is best knap wat er allemaal is gerealiseerd,
zeker als je dat vergelijkt met een hoop andere landen in de wereld. Dat geldt niet
alleen voor deze emancipatie, maar ook voor onze verzorgingsstaat en onze manier van
leven. De gelijkheid van man en vrouw en homo en hetero is een voorbeeld voor de rest
van de wereld. Staat u mij toe, voorzitter. Ik heb dit altijd al een keer in de Tweede
Kamer willen zeggen: nog nooit was er een beschaving, in welk tijdsgewricht dan ook,
waar dan ook ter wereld, waar het leven zo goed is.
Voorzitter. Tot zover het goede nieuws. Door de komst van woke, die agenda van haat
op basis van afkomst en seksuele voorkeur, staan de Nederlandse samenleving en onze
cultuur onder druk. Alles en iedereen moet opeens in een hokje. Ook binnen die hokjes
moeten weer tegenstellingen ontstaan. Bijna iedere dag krijgen de Nederlanders te
horen dat ze schuldig zijn aan van alles en nog wat. Je kunt het zo gek niet bedenken
of het wordt de Nederlander in zijn gezicht gesmeerd. Alles is slecht en iedereen
moet zich schuldig voelen. Opvallend daarbij – dat vind ik in ieder geval – is dat
nu bij de genderdiscussie opeens de wetenschap niet meer leidend is; daarbij moeten
we de wetenschap negeren. Biologie doet er opeens niet meer toe. Je bent geen man
en vrouw meer op basis van chromosomen. Nee, je gevoel bepaalt het: gendergevoel boven
feiten.
Voorzitter. Laat heel duidelijk zijn dat voor de PVV niet de zogenaamde genderidentiteit,
maar het biologische geslacht leidend is voor wet- en regelgeving. Wij volgen de wetenschap.
Dat zouden meer mensen moeten doen.
Voorzitter. Nederlanders zijn tolerant. Uit de stukken die wij voor vandaag kregen
van het ministerie zie je dat ook terug. In de reader zie je op het eind een aantal
grafieken waarin duidelijk wordt dat er grote acceptatie is van de verschillende seksuele
voorkeuren. Leven en laten leven. Have fun, doe de juiste dingen, leef je leven. In
Nederland kan dat. Doe dus lekker wat je wil, maar laat de rest van ons met rust.
Stop dus met die gevaarlijke woke-onzin. Woke is in de kern marxisme in een nieuw
jasje. Het is een cultuuroorlog tegen alles wat goed en mooi is, een oorlog tegen
onze westerse cultuur.
Voorzitter. Woke is gevaarlijk en heeft helemaal niets, maar dan ook niets met emancipatie
te maken, want het einddoel van iedere normale emancipatiebeweging is de integratie
van onderdrukte groepen in de bestaande samenleving. Maar woke wil niet integreren.
Woke wil die huidige samenleving vervangen door iets anders, en dat is dus weer gewoon
marxisme. Uit de geschiedenis weten we waar dit soort bewegingen toe kan leiden. Er
zijn 120 miljoen voorbeelden. Die zijn het bewijs. Gelukkig is er nu een tegenbeweging.
Laten we hopen dat woke heel erg snel verdwijnt.
Voorzitter. Als je in 2025 het slagveld van de emancipatie bekijkt, moet je toch constateren
dat er best wel positieve ontwikkelingen zijn. Met de gelijkwaardigheid gaat het in
ieder geval steeds beter. Nogmaals, het is zeker niet perfect, maar we zijn op weg.
Het is dus goed dat er nog steeds gewerkt wordt aan verbetering van de positie van
groepen die achtergesteld worden. Het is goed dat deze Minister blijft werken aan
een beter en veiliger Nederland. De Minister is scherp op alle ontwikkelingen en op
elke vorm van discriminatie of ongelijkheid. Dat blijkt ook uit zijn brieven. Maar
hoe kan het dan dat in alle documenten die wij voor dit debat gekregen hebben, de
woorden «verplichte bedekking», «genitale verminking» of «islam» niet voorkomen? Niet
één keer! In al die documenten staat helemaal niets over de groepen die vandaag in
Nederland het meest te vrezen hebben voor geweld en onderdrukking vanuit die masculiene,
patriarchale, ouderwetse, achterhaalde cultuur. Waarom wordt hierover niets gezegd?
Er is wel een campagne tegen groepsdruk onder jonge mannen op het platteland, maar
er is niets over de cultuur die daadwerkelijk zorgt voor gevaar op onze straten. Waarom
geen beleid? Waarom geen overheidscampagnes hiervoor? Voor iedereen en zijn moeder
is er een aanpak, een beleid en subsidie, maar de club aanpakken die vandaag de dag
zorgt voor zichtbare vrouwendiscriminatie, die zorgt voor onveiligheid op straat en
die oververtegenwoordigd is op elk verkeerd lijstje, doen we dan weer niet. Dat vind
ik laf.
Voorzitter. Laten we twee voorbeelden noemen. Laten we eens beginnen met genitale
verminking. Er wonen in Nederland 41.000 vrouwen die verminkt zijn. Ieder jaar worden
het er meer. 41.000 vrouwen! In al die jaren – ik heb het op alle mogelijke manieren
opgezocht – is er niet één veroordeling geweest. Hoe kan dat? 41.000 vrouwen zijn
verminkt, maar ik zie geen daders. Hoe kan dat? Zou de Minister daar antwoord op kunnen
geven? Waarom is er nooit iemand veroordeeld? Bij deze vrouwen, de vrouwen die dit
hebben meegemaakt, zit tegenwoordig het leed. Het leed zit bij vrouwen die niet naar
buiten mogen en alleen maar naar Nederland zijn getransporteerd omdat hun «eigenaren»
– zo zien ze zich – dan geld krijgen van de staat. Het leed van vrouwen, meisjes,
dochters, zusters: zij moeten altijd leven onder dreiging van eerwraak. Hoe laf is
het om deze groep in je beleid te negeren, maar je wel in te zetten voor diversiteit
en het doorbreken van glazen plafonds? Over het stellen van prioriteiten gesproken.
Voorzitter. Een ander voorbeeld. De laatste maanden komen er steeds meer berichten
dat separate azc’s nodig zijn voor lhbti-mensen, omdat zij niet geaccepteerd worden
door andere migranten. Deze Minister is altijd zo bezorgd over die groep mensen, maar
volgens mij is hij ook tegen het stoppen van immigratie uit die landen. Hoe werkt
dat, wil ik de Minister vragen. Hoe combineert hij deze twee dingen? Is het niet veel
beter om te stoppen met de import van mensen die antihomo, anti gelijke rechten voor
vrouwen en anti alles wat geen islam is zijn? Graag een duidelijk antwoord.
Voorzitter, ik sluit af. Laat u eerst de grote problemen oplossen die er zijn. Het
stoppen van migratie zou de emancipatie van kwetsbare groepen enorm helpen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Een interruptie van mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Ik heb een beetje zitten luisteren naar het betoog van de heer Mulder. Hij zegt: die
hele genderdiscussie, dus alles wat te maken heeft met trans personen en zo, is wetenschappelijk
helemaal niet erkend, maar dat is gewoon kul; dat is gewoon niet waar. Genderdysforie
en alles wat daarmee te maken heeft, is gewoon breed erkend en onderzocht in wetenschappelijke
literatuur. Er zijn hartstikke veel studies over. Voordat je dit soort dingen gaat
zeggen, moet je dus misschien heel eventjes iets beter kijken. Maar ik sloeg vooral
ook even aan op zijn uitleg van emancipatie. Hij zegt: emancipatie is feitelijk de
integratie van onderdrukte groepen in de samenleving. Als ik hem vervolgens hoor praten,
dan hoor ik hem allemaal dingen zeggen als: «Je mag dan wel integreren in de samenleving,
maar alleen op mijn voorwaarden. Je mag dus alleen integreren in de samenleving als
je dat doet op de manier die ik, meneer Mulder, prettig vind.» Ik vind dat wonderlijk,
komende van een partij die zich de «Partij voor de Vrijheid» noemt.
De voorzitter:
Dat zijn dus twee interrupties, mevrouw Podt, maar dat heeft u ervoor over.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dat waren in uw ogen misschien twee interrupties, maar ik hoorde drie verschillende
dingen, voorzitter. Alle drie zijn totale onzin. In de inleiding heb ik niets gezegd
over dat gender onzin is. Ik heb aangetoond en verteld dat je volgens de biologie
twee soorten mensen hebt: mensen met geslachtschromosomen XX en XY. Er is ook nog
een heel kleine groep die intersekse is, oftewel die dubbele geslachtskenmerken hebben.
Dat zijn er 30 tot 50 per jaar. Dat geef ik dan toe, maar voor de rest is het gewoon
XX en XY. Je hebt mannen en je hebt vrouwen. Voor de rest is het een gevoel van mensen
die vinden dat ze iets anders zijn. Daarna gaat mevrouw Podt in haar interruptie verder
en stelt ze dat ik zeg dat emancipatie «niet meer discrimineren» zou zijn. Nee, ik
heb heel duidelijk gezegd dat emancipatie het gelijkstellen is van alle groepen in
wet- en regelgeving. Dat is mijn stelling. Als laatste zegt ze dat ze denkt dat ik
vind dat iedereen volgens mijn manier zou moeten leven. Op geen enkele manier heb
ik dat beweerd. Ik heb alleen gezegd dat een kleine groep zijn of haar manier van
denken wil opdringen en dat ik dat niet nodig vind. Leven en laten leven. Iedereen
mag in Nederland zijn wie die is. Maar dring het ons niet op. Dat was het. Alle drie
onzin, dus.
De voorzitter:
Dat leidt tot een reactie van mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Ik wil meneer Mulder even meegeven dat de wetenschap breder is dan alleen biologie.
Je zou ook andere wetenschappelijke aspecten kunnen meewegen, waarin een enorme hoeveelheid
studies genderdysforie gewoon laat zien als een bestaand fenomeen. Ik wil ertoe oproepen
dat dit ook voor transgenders zou moeten gelden, als hij zegt dat iedereen mag zijn
wie hij is.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik hoor niks raars. Iedereen mag alles zijn. Een transgender mag een transgender zijn.
Er is niemand, juist in Nederland ... Dat is ook mijn hele betoog: iedereen mag hier
leven zoals die wil. Ik hoor dus geen enkel verschil met mijn bijdrage, behalve dan
dat ik erbij blijf dat er vrouwen en mannen zijn: XX en XY. En dat is het dan.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik vond het wel mooi dat mevrouw Mulder, of nee, meneer Mulder – een grappige verspreking
– begon met het feit dat er inderdaad vrouwenkiesrecht is gekomen en dat vrouwen steeds
meer rechten hebben gekregen. Misschien is de heer Mulder zich ook bewust van het
feit dat er destijds best wel veel protest tegen was. Want je kon vrouwen die rechten
toch allemaal niet toekennen? Gelukkig zien we inmiddels in dat dit wel heel verstandig
was. We kijken door de tijd heen nou eenmaal soms ineens anders naar de rechten van
mensen. Ik heb de vraag aan de heer Mulder welke rechten er worden afgenomen van mensen
die inderdaad XX- of XY-chromosomen hebben als wij mensen die intersekse zijn of op
een andere manier seksueel ... Waarom is dit betoog van de heer Mulder zo hard nodig?
Als we die paar mensen – meneer Mulder erkent ook dat het maar een paar mensen betreft
– gewoon hun rechten toekennen, welke rechten worden er dan van anderen afgenomen?
De voorzitter:
Dat waren ook twee interrupties voor u.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dit is ongeveer dezelfde insteek. Ik zeg helemaal niet dat er rechten worden afgenomen
van mannen of vrouwen op het gebied van transgenders. Dat zeg ik helemaal niet. Laat
ik ’m andersom stellen, want dat is eigenlijk een veel betere vraag. Op welke manieren
mogen transgenders of mensen die zich als iets anders identificeren tegenwoordig in
wet- en regelgeving minder dan mensen met een XX- of XY-chromosoom? Volgens welke
wet mogen die mensen iets niet? Dat geldt ook voor de discussie over huidskleur. In
welke wetten in Nederland staat dat iemand iets wel mag wat ik niet mag, of andersom?
Die zijn er niet. Volgens mij zijn we juist heel goed bezig om die ideale samenleving
te benaderen. Er moet nog steeds scherp worden opgelet en bijgestuurd, maar we zijn
al een heel eind. Er zijn geen wetten meer die stellen dat je geen transgender mag
zijn. Sterker, transgenders hebben eigen feestdagen, eigen feestweken, eigen heiligen
en eigen bijeenkomsten. Ze worden gesubsidieerd. Er is dus niets of niemand die in
Nederland op transgenders jaagt of iets doet wat niet mag.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik heb uw betoog toch echt anders beluisterd, want het lijkt erop dat u diezelfde
rechten juist niet wilt toekennen. U zegt namelijk dat u dat allemaal maar een vervelende
agenda vindt en dat u het daar überhaupt niet over wilt hebben. We hebben het hier
gewoon over erkenning, erkenning voor wie je bent, van wie je houdt en hoe je jezelf
wilt identificeren. Ik wil dan toch vragen of de heer Mulder zijn eigen betoog een
keer wil terugluisteren, vanuit de gedachte dat we het inderdaad over gelijke rechten
zouden moeten hebben, die voor iedereen zouden moeten gelden.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Het antwoord is weer hetzelfde: ik wil van niemand rechten afpakken. Volgens mij zijn
er gelijke rechten. Ik zie dus niet in wat er verkeerd is aan wat ik heb gezegd. Sterker,
ik probeer juist te helpen en te zeggen dat we in Nederland heel goed op weg zijn
en dat groepen mensen die achtergesteld waren in wet- en regelgeving, gelijk zijn
geworden. Ik blijf iedereen vragen: welke wetten zeggen dat je niet iets anders mag
zijn als je dat wil? Waar worden die mensen achtergesteld? Geef het aan in wet- en
regelgeving; dan kunnen we die bijstellen. Daarvoor zitten we hier onder andere ook.
Daarvoor is er een Staatssecretaris en een ministerie en zijn er heel veel ambtenaren
aan het werk. Maar ga nou niet komen met het verhaal: ik voel me de ene dag zo en
de andere dag zo, en ik word gediscrimineerd omdat iemand anders die ik op straat
tegenkom mij op een verkeerde manier aanspreekt. Dat vind ik onzin. Het gaat om wet-
en regelgeving en om hoe we deze maatschappij hebben georganiseerd.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik haakte eigenlijk aan op de uitgestoken hand van de heer Mulder. Hij stelde ons
voor om aan te dragen welke wetten al dan niet verbeterd zouden kunnen worden voor
de groepen waar de heer Mulder zelf niet toe behoort, want dat is natuurlijk waar
we het hier vandaag over hebben, zeg ik via de voorzitter. Volgens mij gaat het niet
over het behandelen van de Transgenderwet, een van de voorstellen waar de PVV tegen
heeft gestemd. Alleen al het feit dat je die wet – wat je er inhoudelijk gezien ook
van zou kunnen vinden – niet wilt bespreken ... Maar als de heer Mulder er niet tegen
heeft gestemd, dan hoor ik dat zo meteen ook heel graag. De heer Mulder heeft het
over het homohuwelijk. Dat bestaat niet in Nederland; het huwelijk is opengesteld
voor personen van gelijk geslacht. Volgens mij maakt de PVV de afgelopen maanden en
jaren ook een heel duidelijke verschuiving richting de pro-lifebeweging. Dat is nou
net een beweging die de rechten van vrouwen – dat is wederom een groep waar de heer
Mulder zelf niet toe behoort – beperkt. Ik ben ook heel benieuwd – misschien kan de
heer Mulder daarop reflecteren – hoe zijn fractie kijkt naar de stemming die we het
afgelopen jaar hebben gehad over het al dan niet herinvoeren van de vijf dagen bedenktijd
als een vrouw aanklopt bij een abortuskliniek. Volgens mij heb ik dat recht over mijn
eigen lichaam. Nogmaals, ik heb deze portefeuille ook pas sinds kort. Misschien is
dit een heel goed moment voor de heer Mulder om toch even namens de PVV te reflecteren
op de vraag hoe zijn partij kijkt naar de wetten die ervoor zorgen dat de heer Mulder
en ik gelijke rechten krijgen in dit huis.
De voorzitter:
Dat waren ook twee interrupties.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Hoor ik mijn collega-Kamerlid nou zeggen dat zij in dit land niet dezelfde rechten
heeft als ik? Is dat de afsluiting?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Klopt. Dat is zo, ja.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Oké, nou, dat vind ik raar. Ik moet dan wat vaker bij dit soort bijeenkomsten komen
om die voorbeelden te horen. U noemde twee voorbeelden. U zegt tot mijn verbazing: het homohuwelijk bestaat niet. Ik heb vrienden
die getrouwd zijn met elkaar. Dat zijn twee mannen die aan mij hebben uitgelegd dat
ze homo zijn, dus waarom bestaat het homohuwelijk dan niet, wil ik vragen. Abortus
is bij de PVV een vrije kwestie, dus ieder Kamerlid bepaalt zelf hoe hij daarover
stemt. Niet dat het hier nu zo belangrijk is, maar ik heb niet tegen abortus gestemd.
Dat is een vrije kwestie. Volgens mij is dit de derde interruptie die gaat over allerlei
zaken die ik in feite niet benoem. Nogmaals, ik wil blijven zeggen dat het in Nederland
om wet- en regelgeving gaat. Ik heb nog steeds niet gehoord welke wetten er zijn die
ervoor zorgen dat mensen achtergesteld worden. Nogmaals, ik hoor dat graag. Dan kunnen
we daarmee verder.
De voorzitter:
Dank u wel. Volgens mij gaan we nu verder met de termijn van ... O, wilt u nog interrumperen,
mevrouw Dobbe? Dat had ik niet gezien, sorry.
Mevrouw Dobbe (SP):
Eerder werd er al gerefereerd aan een antirechtenbeweging die goed gefinancierd wordt
en die erkend is in verschillende onderzoeken die we zien. Bijvoorbeeld vrouwenrechten
maar ook lhbti-rechten worden daardoor aangevallen. Ook in Nederland is er een organisatie
veroordeeld vanwege het verspreiden van desinformatie rond de Week van de Lentekriebels.
Daarin werd ook vaak gerefereerd naar het woord «woke». Is de PVV het ermee eens dat
we desinformatie moeten blijven bestrijden, net zoals buitenlandse beïnvloeding?
De heer Edgar Mulder (PVV):
Desinformatie moet je aan de kaak stellen en bestrijden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan ben ik ook benieuwd naar buitenlandse beïnvloeding als het gaat over bijvoorbeeld
het onderwerp «woke» en alle dingen die daaraan worden gekoppeld die niet bleken te
kloppen, aldus ook de rechter. Ik noem bijvoorbeeld het onderwerp lentekriebels. Kunnen
wij dan ook op de steun van de PVV rekenen als het gaat om het bestrijden van desinformatie
inclusief alles wat onder «woke» wordt geschaard wat allemaal niet blijkt te kloppen?
De heer Edgar Mulder (PVV):
«Woke» an sich is desinformatie en moet bestreden worden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is toch geen antwoord op de vraag? We hebben het hier over aangetoonde buitenlandse
beïnvloeding en desinformatie. De PVV zegt: ja, dat willen wij bestrijden. Maar als
het gaat over desinformatie waar de PVV het blijkbaar mee eens is, dan gaat dat niet
op? Heb ik dat nu goed geïnterpreteerd?
De heer Edgar Mulder (PVV):
Nee. Wat u had kunnen horen, is dat ik zeg dat «woke» an sich bijna 100% desinformatie
is, dat we ervoor moeten zorgen dat die «woke»-gekte stopt en dat «woke» heel snel
verdwijnt uit onze samenleving.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord nu toch echt aan mevrouw Martens-America van de VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over emancipatie, een onderwerp dat zo
breed is dat het bijna onmogelijk lijkt te zijn om alle thema’s hier recht te doen:
van de strijd tegen huwelijkse dwang tot het recht om zelf te beslissen over je lichaam
als het bijvoorbeeld gaat over abortus tot de vrijheid om te zijn wie je bent, lief
te hebben wie je wil en overal vrij en veilig jezelf te kunnen zijn. Maar de realiteit
is dat dat nog steeds niet vanzelfsprekend is. Ik heb bijna twintig jaar in Amsterdam
mogen wonen. Ik heb heel veel verhalen gehoord van vrienden, insprekers in de gemeenteraad
en mensen die simpelweg niet overal vrij en veilig zichzelf durven te zijn.
Voorzitter. Het laat zien dat we nog een hele lange weg te gaan hebben. Dat is een
weg naar een land waarin wij de ruimte hebben en gunnen om jezelf te kunnen zijn en
waar veiligheid tijdens het uitgaan niet afhangt van je seksuele voorkeur of geaardheid.
De woorden die wij hier gebruiken, doen ertoe. Het veroordelen van en optreden tegen
geweld of intolerantie is dan ook essentieel. Het wegkijken voor geweld en intimidatie
omdat dadergroepen ons niet uitkomen, moet ook voorbij zijn.
Voorzitter. Vandaag kies ik voor een specifiek onderwerp dat ik graag breder wil uitlichten.
Dat is de emancipatie en de economische zelfstandigheid van jonge vrouwen in Nederland.
Want ja, we hebben veel bereikt. De kansen en vrijheden die ik vandaag heb om te studeren,
om financieel zelfstandig te zijn en om autonoom keuzes te kunnen maken over mijn
eigen lichaam, mijn carrière en mijn toekomst, zijn enorm. Dat zijn ze zeker in vergelijking
met de generatie van mijn oma.
Voorzitter. Maar vrijheid betekent niet dat we klaar zijn, integendeel. Op belangrijke
vlakken stagneert de emancipatie van vrouwen. Daar moeten we eerlijk over zijn. Het
is nog maar heel kortgeleden dat getrouwde vrouwen wettelijk handelingsonbekwaam waren;
dat is hier al eerder gezegd. Tot 1956 – dat is echt niet zo heel erg lang geleden
– mochten vrouwen geen arbeidscontract ondertekenen, geen lening afsluiten en geen
eigen geld beheren zonder toestemming van hun man. Dat is voor mijn generatie bijna
onvoorstelbaar. Juist daarom moeten we blijven benadrukken dat emancipatie geen vanzelfsprekendheid
is. Het is iets wat elke generatie opnieuw moet bevechten en versterken.
Voorzitter. Vandaag ontstaat er een nieuwe vorm van afhankelijkheid. Nederland heeft
het hoogste percentage deeltijdwerkende vrouwen van Europa. Zo’n 65% van de vrouwen
werkt parttime. Er is geen enkel ander land in de Europese Unie waar het verschil
zo groot is. Opvallend is dat die deeltijdkeuze vaak al ontstaat nog voordat er kinderen
zijn. Dat betekent dat emancipatie niet alleen op de werkvloer of in Den Haag plaatsvindt,
maar ook aan de keukentafel zou moeten plaatsvinden, daar waar partners spreken over
ambitie, werk, inkomen en de toekomst. De gevolgen van vroeg en langdurig deeltijd
werken zijn immers reëel. Minder uren werken betekent minder doorgroeimogelijkheden,
een lager inkomen en uiteindelijk een groot pensioengat. Gepensioneerde vrouwen ontvangen
gemiddeld rond 40% minder pensioen dan mannen. Dat is geen detail. Dat is structurele
financiële kwetsbaarheid, want ook bij scheidingen zien we de impact. Een jaar na
de scheiding leeft 17% van de vrouwen onder de lage inkomensgrens tegenover 7% van
de mannen. En laten we eerlijk zijn: een op de drie huwelijken eindigt in scheiding;
het spijt me. Een relatie kan nooit een financieel vangnet zijn en de overheid moet
dat ook niet hoeven zijn. Zelfredzaamheid moet voor jonge vrouwen weer het uitgangspunt
worden.
Voorzitter. De VVD staat voor keuzevrijheid. Parttime werken kan een waardevolle keuze
zijn, maar keuzevrijheid vraagt wel om inzicht in de gevolgen daarvan, om beleid dat
vrouwen niet benadeelt wanneer zij minder uren werken en om een samenleving waarin
ook mannen hun verantwoordelijkheid nemen voor zorg en opvoeding. Daarom is het wat
de VVD betreft tijd dat we eerlijk bekijken hoe we deze economische zelfstandigheid
gaan versterken, niet door mensen voor te schrijven hoe ze moeten leven, maar door
hun de mogelijkheden te geven om zelfstandig te zijn en zich bovenal bewust te zijn
van de financiële consequenties die keuzes op een zeer jonge leeftijd al met zich
meebrengen voor de langere termijn.
Voorzitter. Ik heb een aantal vragen. Erkent de Staatssecretaris de uitdagingen die
ik schets rondom het pensioengat en de financiële afhankelijkheid van vrouwen van
hun partner of van de overheid? Erkent de Staatssecretaris dat Nederland in vergelijking
met de rest van Europa uitzonderlijk veel parttimers kent en dat dit structureel bijdraagt
aan de afhankelijkheid van vrouwen van mannen of de overheid? Welke onderzoeken worden
hier op dit moment naar gedaan? Kan de Staatssecretaris de meest recente daarvan wellicht
opnieuw met de Kamer delen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat leidt tot een interruptie van de heer Mulder.
De heer Edgar Mulder (PVV):
In de inleiding had mijn collega het erover dat we moeten stoppen met wegkijken bij
dadergroepen die ons niet uitkomen. Welke dadergroepen zijn dat?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Goed dat de heer Mulder dat vraagt. Ik heb twintig jaar in Amsterdam gewoond. Ik ben
daar ook raadslid geweest. Ik was een van de debataanvragers over het in de la van
Rutger Groot Wassink verdwenen rapport waarin daadwerkelijk naar voren kwam dat een
grote groep veelal jonge Marokkaanse mannen oververtegenwoordigd was in de groep die
geweld pleegt tegen homo’s. Dat is een rapport wat Amsterdam betreft. Als je dit wellicht
in andere gebieden in Nederland onderzoekt, kan ik me voorstellen dat daar een ander
daderprofiel uit naar voren komt. In onze hoofdstad is dit een duidelijk daderprofiel.
Ik zeg dat niet zo eerlijk omdat ik het heel leuk vind om groepen weg te zetten. Ik
zeg dat wel heel eerlijk omdat ik het belangrijk vind dat iedereen vrij en veilig
over straat kan en we daarom moeten weten waar de uitdagingen liggen. In dit geval
is dat een oververtegenwoordigde groep.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik wil mijn collega vragen waarom die disclaimer van «geen groepen wegzetten» erbij
moet. Ik hoor in de emancipatiediscussie voortdurend dat blanke heteroseksuele mannen
genoemd worden als het kwaad van alles. Zij worden heel duidelijk benoemd, aangewezen
en uitgelicht. Waarom kan dat bij deze groep niet? Waarom moet er gesproken worden
over wegkijken bij dadergroepen die ons niet uitkomen, zonder ze te noemen, en als
je ze noemt, dan moet erbij worden gezegd: dat doe ik eigenlijk liever niet?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Wat een gekke opmerking, zeg ik via de voorzitter. Nu ben ik volgens mij een van de
personen die hier zonder meel in de mond eerlijk durft te benoemen dat in de hoofdstad
jonge groepen Marokkanen hierbij zijn oververtegenwoordigd en dan is het voor de PVV
nog niet goed.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Mijn interruptie ging er juist over dat het wel met meel in de mond was. U benoemde
het niet; u vertelde het heel voorzichtig en zonder de groep te benoemen. Als dat
al geen meel in de mond is, dan weet ik het niet meer.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil de VVD iets anders vragen. Als het gaat over emancipatie van vrouwen, ook in
de geschiedenis, dan zie je dat kinderopvang heel belangrijk is om ervoor te zorgen
dat vrouwen kunnen werken. Ik denk dat de VVD dat ook erkent. Wat we zien, wat ik
ook in de vorige debatten over emancipatie heb aangekaart en waar de Kamer ook moties
over heeft aangenomen, is dat we private equity uit de kinderopvang willen weren,
omdat er nu dus een heleboel geld – dat is publiek geld – naar aandeelhouders vloeit.
Wat vindt de VVD daarvan?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank voor de vraag. Ik probeer even een beetje te zoeken welke schuld private equity
heeft in relatie tot het feit dat vrouwen er na hun afstuderen onvoldoende voor kiezen
om fulltime te gaan werken wanneer er geen kinderen zijn, wat eigenlijk de boodschap
was van mijn verhaal. Het vraagstuk van kinderopvang speelt dan dus ook nog niet.
Ik ben geen tegenstander van private equity. Ik zie ook wat voor enorme mooie dingen
zij kunnen doen. Volgens mij is dit niet het debat om investeerders in groeibedrijven
weg te zetten alsof zij slecht zijn voor de emancipatie. Volgens mij moeten we dat
debat voeren bij bijvoorbeeld het debat over de kinderopvang. Het punt dat ik hier
vandaag wil maken, is dat Nederlandse vrouwen in grote mate na hun afstuderen al voor
een parttimebaan kiezen en dat we daarbij heel veel te winnen hebben wat betreft die
economische zelfredzaamheid. Als u dus verdere vragen heeft over de kinderopvang,
zal ik me daarin moeten verdiepen, want dat is op dit moment nog niet mijn specialisatie.
Ik kan daar wel eventueel in de tweede termijn op terugkomen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat lijkt mij prima, want dit lijkt me bij uitstek het debat om het ook te hebben
over kinderopvang, de kwaliteit van onze kinderopvang, de betaalbaarheid van onze
kinderopvang en de toegankelijkheid van onze kinderopvang, omdat het zo veel te maken
heeft met de emancipatie en arbeidsparticipatie van vrouwen. Het lijkt mij dus heel
vreemd om dat te ontkennen in dit debat. Wat betreft private equity en de kinderopvang:
je ziet dat het verloop groter is bij private-equitybedrijven, je ziet dat het duurder
is en je ziet gewoon dat er publiek geld wegstroomt. Misschien kan de VVD in de tweede
termijn een principe-uitspraak doen over wat ze daarvan vindt?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik kan het mevrouw Dobbe dan heel makkelijk maken: ik ben een voorstander van private
equity.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat snap ik dan niet. Ik vind dit wel een heel summier antwoord van de VVD, omdat
we net hebben gehoord hoe belangrijk kinderopvang is voor de emancipatie en arbeidsparticipatie
van vrouwen, en omdat we zien wat voor gevaren private equity oplevert, ook voor de
kinderopvang, met bijvoorbeeld alle bezwaren die ik net heb opgesomd.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Nu wordt het een beetje omgedraaid. Ik heb niet een bijdrage gehouden over het belang
van de kinderopvang, maar ik kreeg een vraag van de SP over het belang van de kinderopvang,
met daarbij de vraag of ik het hele gedeelte van private equity zou willen veroordelen.
Dat laatste doe ik niet. Mijn bijdrage ging over het feit dat vrouwen na hun afstuderen
er al voor kiezen om parttime te gaan werken. Dan is er geen sprake van kinderopvang.
Als we willen dat vrouwen meer gaan werken, is er wel degelijk het probleem dat er
plek moet zijn op de kinderopvang, maar volgens mij is dat een andere discussie.
De heer Vermeer (BBB):
Ik zou graag van mevrouw Martens-America willen weten wat zij denkt dat de belangrijke
redenen zijn waardoor jonge vrouwen zonder kinderen meer parttime werken dan jonge
mannen zonder kinderen.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik wil de heer Vermeer danken voor deze vraag, want ik denk dat dit een van de belangrijke
vragen is waar we in onze samenleving op dit moment voor staan. We hebben de mensen
namelijk nodig op de arbeidsmarkt en het zorgt ervoor dat vrouwen vaker financieel
afhankelijk zijn. De reden waarom ik aan de Staatssecretaris heb gevraagd wat de meest
recent onderzoeken zijn, is dat n hier wel 1 is, omdat het om mijn omgeving gaat en
de mensen die ik spreek. Daar hoor ik veelal dat het financieel niet altijd nodig
is om die dag extra te werken, of dat het niet loont. Dat zijn natuurlijk de uitdagingen
waar we op dit moment voor staan. Ik hoop dat we de komende jaren breder willen gaan
bespreken wat de oorzaken van dit onderwerp zijn. Ik wil wel heel voorzichtig zijn
met doen alsof ik daar het antwoord heb, want ik leef ook maar in mijn eigen leefomgeving.
Dit is wat ik hoor: het is niet nodig, omdat mensen kunnen rondkomen – dan heb ik
het over de tijd voordat ze kinderen hebben, want dan zijn de rekeningen anders dan
wanneer er wel kinderen zijn – en het loont niet genoeg. Volgens mij zijn dat de twee
grootste uitdagingen waar we nu voor staan. We hebben op dit moment iedereen nodig
op de arbeidsmarkt.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu over naar de bijdrage van mevrouw Moorman van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Voor mij is het ook de eerste keer dat ik in deze commissie
zit over emancipatie, maar dat is tegenwoordig in alle commissies zo. Fijn dat we
hier de komende tijd met elkaar over een heel belangrijk onderwerp zullen spreken.
Ik zocht op wanneer emancipatie nou eigenlijk voor het eerst een onderwerp is geworden
binnen het parlement en wanneer er nou eigenlijk voor het eerst een bewindspersoon
is aangesteld die over emancipatie gaat. Dat was in 1974, toevallig ook nog mijn geboortejaar.
Dat was tijdens het kabinet-Den Uyl. Ik ben negen maanden na de vorming van het kabinet-Den
Uyl geboren; dat is misschien ook nog een leuk feitje. Maar goed, dat was dus 51 jaar
geleden. In die tijd is er ontzettend veel gebeurd. In 1978 erkenden de VN de Internationale
Vrouwendag als een officiële feestdag; best mooi, al die officiële feestdagen als
er iets gevierd moet worden. In 1984 begint de landelijke overheid voor het eerst,
mede naar aanleiding van de demonstratie tegen geweld tegen lhbtiq+’ers, met het ontwikkelen
van beleid voor homoseksuele Nederlanders. In 1993 wordt de Wet gelijke behandeling
aangenomen. In 1998 krijgen we in kabinet-Kok II voor het eerst vrouwelijke vicepremiers.
In 2001 was Nederland het eerste land ter wereld waar homo’s met elkaar in het huwelijk
mochten treden. Al deze iconische momenten gingen gepaard met een groeiende acceptatie
van steun voor de emancipatiebeweging. De vrouwenrechtenbeweging, de lhbtiq+-rechtenbeweging,
maar ook de strijd tegen racisme en andere vormen van discriminatie zijn allemaal
onlosmakelijk verbonden met elkaar in een bredere emancipatiebeweging.
Ondertussen zijn ook de Dolle Mina’s weer terug. Enerzijds toont dit de prachtige
kracht van de maatschappelijke beweging, maar anderzijds maakt dit ook duidelijk dat
er nog steeds veel op het spel staat. Rechten staan wereldwijd, maar ook in Nederland,
onder druk. Abortus staat vandaag de dag nog steeds in het Wetboek van Strafrecht,
alsof het geen kwestie is van vrije keuze en zorg, maar van een misdaad. Er is nog
steeds een loonkloof tussen mannen en vrouwen. Er bestaat ook een kloof in de verdeling
van de zorgtaken. Er wordt nog steeds van uitgegaan dat deze taken bij vrouwen thuishoren,
alsof het een soort natuurwet is.
Ook hebben we in recente jaren de manosphere groot zien worden. Daarom heeft GroenLinks-PvdA
destijds opgeroepen tot een lespakket over onder andere mediawijsheid, en dat kwam
er ook. Er ligt een gratis lespakket, dat ontwikkeld is naar aanleiding van de Netflixserie
Adolescence, in samenwerking met docenten. Dan kom ik meteen bij mijn eerste vraag
aan de Staatssecretaris. Hoeveel scholen weten nu eigenlijk dat dit lespakket er is?
Hoe is dit gecommuniceerd naar hen? Wordt dit ook echt actief aan scholen aangeboden?
Het begint immers bij preventie en het onderwijzen van kinderen en jongeren over normen
en waarden. We zijn natuurlijk benieuwd naar het antwoord van de Staatssecretaris.
Maar omdat ik nu in mijn eerste termijn moties indien, zoals ik net al zei, zal ik
hier alvast een motie over indienen. Afhankelijk van de antwoorden van de Staatssecretaris
bekijken we of deze motie noodzakelijk is.
Voorzitter. We zien dat «homo» nog steeds het meest gebruikte scheldwoord is op scholen.
Dat is alarmerend. Het draagt bij aan de normalisatie van schadelijke stereotypen
en geeft velen een onveilig gevoel, alsof zij niet kunnen zijn wie ze zijn. Dat verdient
onze aandacht. Daarvoor zijn er lopende campagnes, zoals Paarse Vrijdag vorige week.
Maar vorige week zagen we ook het nieuws verschijnen dat lhbtiq+’ers zich op veel
plekken onveilig voelen. Ook de Kinderombudsman waarschuwde: kinderen die lhbtiq+
zijn, kunnen steeds minder vaak vrij en veilig opgroeien. Juist als je opgroeit en
jezelf nog volop aan het ontdekken bent, is het van groot belang dat je jezelf mag
en durft te zijn. Voor veel kinderen is dat helaas dus niet de realiteit. Daarom vraag
ik aan de Staatssecretaris welke verantwoordelijkheid hij voor zichzelf ziet bij het
creëren en koesteren van veilige omgevingen op alle scholen.
Verder zou ik ook graag aandacht willen vragen voor intersekse kinderen, die met veel
stigmatisering kampen en mede daardoor op jonge leeftijd aan niet-noodzakelijke en
niet-consensuele medische behandelingen worden onderworpen – mevrouw Podt had het
er ook over – omdat ze een jongen of een meisje moeten zijn, met alle gevolgen van
dien. De Kamer heeft het kabinet nu drie keer opgeroepen om te komen met een voorstel
voor een wettelijk verbod. In de laatste motie heeft de Kamer zelfs een vorm hiervoor
genoemd, naar aanleiding van overtuigend onderzoek hierover. Er is hier namelijk heel
veel overtuigend onderzoek naar gedaan, zeg ik maar even tegen mijn buurman. Toch
schuift het kabinet het continu weg door te zeggen dat er nog meer onderzoek nodig
is. Maar we hebben inmiddels tig onderzoeken over de schadelijkheid van deze praktijken
en een helder rapport van ZonMw over de juridische mogelijkheden. Mijn vraag is dus:
wat is er gebeurd met deze moties; gaat de Staatssecretaris komen met dit verbod waar
we steeds maar weer om vragen? Hoeveel onderzoeksrapporten zijn er nog nodig voordat
deze kinderen tegen dergelijke praktijken worden beschermd worden en er een echt verbod
komt?
Voorzitter. Daarnaast zagen we in deze Kamer ook van dichtbij hoe op democratisch
dubieuze wijze voor het eerst via een motie werd bepaald dat een wetsvoorstel, de
Transgenderwet, van het kabinet ingetrokken zou moeten worden. Waar we het hier altijd
hebben over de zorgvuldigheid van wetgeving, werd dat volledig terzijde geschoven.
Daarom dien ik een motie in op dit punt, zodat we alsnog op een zuivere en fatsoenlijke
wijze met elkaar over dit wetsvoorstel kunnen praten en het kunnen behandelen. Want
wat je er ook van vindt, we moeten dat gesprek wel met elkaar kunnen voeren en aangaan
in het parlement. Daar zijn wij voor en daar gaan wij over.
Voorzitter. Ook zagen we dat dit kabinet ervoor koos om zich niet hard te maken voor
een regeling voor meerouderschap. Iets wat zo vanzelfsprekend zou moeten zijn, namelijk
erkenning dat je ouder bent van je kind, wordt tientallen ouders nog steeds ontnomen.
Dit was nog pijnlijker omdat het na jaren eindelijk in zicht leek te zijn en vervolgens
door het kabinet per brief werd aangekondigd dat ze vooralsnog geen voorstellen zouden
doen om er werk van te maken. Je zou maar een kind of een ouder zijn in een regenbooggezin
die al hun hoop hadden op erkenning, om te kunnen leven zoals alle andere gezinnen,
maar die hoop nu weer de grond in geboord zien. Gelukkig zagen we een voorstel van
de VVD en is ook het Regenboogakkoord ondertekend door vele partijen hier. Daarin
wordt opgeroepen tot het tot stand brengen van een regeling voor meeroudergezinnen.
Mijn vraag is daarom: ziet het kabinet echt geen mogelijkheid, als er zo veel partijen
zijn die dat willen, om voor deze enkele tientallen gezinnen hun langgekoesterde wens
voor erkenning van hun gezin en hun ouderschap uit te laten komen? Ik wil daarbij
benadrukken dat ik het niet alleen heb over nieuwe gezinnen, maar ook over bestaande
gezinnen. Graag een reactie daarop van de Staatssecretaris.
Voorzitter. Terwijl we zien dat veel rechten onder druk staan, voeren we bezuinigingen
in. Dat is pijnlijk. Belangrijke programma’s zoals het nationaal actieprogramma seksueel
geweld dreigen daardoor stopgezet te worden. Kan de Staatssecretaris meer zeggen over
de toekomstige financiering van dit programma en de opdracht aan de regeringscommissaris?
Is hij het met ons eens dat het zonde zou zijn om dit programma stop te zetten en
daarmee alle opgedane kennis en inzichten verloren te laten gaan ten tijde van grote
uitdagingen op het gebied van veiligheid van vrouwen? Er is een effectieve langjarige
aanpak nodig, waarbij er aandacht is voor de vele vormen van geweld: seksueel geweld,
psychisch geweld, fysiek geweld, femicide en ook economisch geweld, dat raakt aan
de onafhankelijkheid van vrouwen. Over dat laatste sprak mevrouw Martens net ook.
Het is nog te vaak onzichtbaar dat sommige vrouwen gedwongen worden om hun baan op
te zeggen of zelfs geen toegang hebben tot betaalrekeningen. Door deze onzichtbaarheid
kunnen we deze vrouwen ook niet goed helpen. Daarom vinden we het voor de hand liggen
om de opdracht aan de regeringscommissaris en het nationaal actieprogramma te verlengen.
Ook op dit punt dien ik een motie in, maar we kijken natuurlijk ook uit naar de reactie
van de Staatssecretaris.
Voorzitter. Het komt niet uit de lucht vallen dat veel rechten momenteel onder druk
staan. Vorige week verscheen het nieuwe NCTV-rapport over het dreigingsbeeld van terrorisme
in Nederland. Daarin wordt duidelijk gesteld dat de dreiging van rechts-extremisme
nog altijd aanwezig is en dat binnen rechts-extremistisch gedachtegoed ook lhbtiq+-personen
en feministen worden gezien als een gevaar. Ik noemde het net ook al: de manosphere.
Met sociale media is het makkelijker en sneller dan ooit om dergelijke ideeën te verspreiden,
maar we moeten ook de aard niet onderschatten. Uit onderzoek is namelijk gebleken
dat er tussen 2019 en 2023 maar liefst 1 miljard euro vanuit het buitenland is gegaan
naar allerlei groepen en organisaties die zich verzetten tegen de rechten, de bestaansrechten
en de vrijheden van vrouwen en lhbtiq+-personen in Europa. Gevolg hiervan is dat we
ook hier steeds vaker gerichte campagnes voor het ondermijnen van mensenrechten zien.
Neem bijvoorbeeld de brieven die naar scholen worden gestuurd met misinformatie over
Paarse Vrijdag. Hier moeten we met z’n allen stevig tegen staan. Dat is in het belang
van dat jongetje in de prinsessenjurk die ik vrijdag trots zag zitten in de klas.
In zijn belang en ook dat van de leraar in de paarse trui die zich erkend voelt, moeten
we blijven opkomen voor jezelf kunnen zijn: op school, op werk, op straat. Welke maatregelen
neemt de Staatssecretaris om dit soort oneigenlijke beïnvloeding en campagnes van
misinformatie tegen te gaan?
De collega van de Staatssecretaris in het kabinet tweette nota bene op Paarse Vrijdag:
«Zo plant je twijfel aan het eigen lichaam.» Dat is een ongefundeerde, zeer suggestieve,
angstzaaiende, kwalijke tweet van de vrouw die zich «vicepremier van alle Nederlanders»
noemt. Zij doet alsof lhbtiq+’ers niet voor zichzelf kunnen denken en zelf niet weten
wie ze zijn, zoals u en ik ook weten wie we zijn. Ik zou graag willen weten hoe de
Staatssecretaris hierop reflecteert, zeker gezien het feit dat het kabinet in principe
dient te spreken met één mond. Is de Staatssecretaris het met mevrouw Keijzer eens
in dezen?
Voorzitter. Daarnaast zien we ook dat er nog steeds een drempel wordt ervaren bij
het melding maken of aangifte doen van discriminatie. Als er al aangifte wordt gedaan,
wordt die lang niet altijd voortvarend of op de juiste wijze opgepakt. Gelukkig is
onze wet omtrent hatecrimes aangenomen – mevrouw Podt had het er ook al over – zodat
hier ook verbetering in kan komen. Er zijn echter nog meer verbeterpunten in de huidige
wetgeving. Er ligt namelijk al jarenlang een voorstel voor een wijziging van de wet
om ook gender toe te voegen aan de gronden voor groepsbelediging. De Kamer heeft hier
jaren geleden ook haar schriftelijke inbreng hierop geleverd, maar daar is nooit antwoord
op gekomen van het kabinet. Waarom kwam dit wetstraject ineens stil te liggen? Is
de Staatssecretaris bereid om toe te zeggen dat er voor de begrotingsbehandeling van
OCW alsnog een kabinetsreactie zal komen op de schriftelijke ronde? Anders zullen
wij genoodzaakt zijn om op dit thema zelf met een initiatief te komen.
Voorzitter, ik rond af. Ik heb in mijn betoog benadrukt en zal ook steeds weer benadrukken:
we hebben het hier over mensenrechten. Er worden allerlei andere labeltjes op geplakt,
maar het gaat gewoon heel fundamenteel over mensenrechten, over gelijke rechten, wie
je ook bent en van wie je ook houdt. We zijn er nog lang niet. Helaas is het na 51
jaar emancipatiebeleid nog steeds hard nodig om hier aandacht aan te blijven geven,
niet alleen om meer gelijkwaardigheid te bewerkstelligen, maar inmiddels ook om verworven
rechten te beschermen. U kunt het komende jaar van mij verwachten dat ik altijd voor
ieders recht zal opkomen. Ik verwacht dat ook van mijn collega’s. Ik hoop op een mooie
samenwerking.
Voorzitter, daar wil ik mee afsluiten. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U had zelf nog verzocht om uw moties in te dienen. Dat kunt u nu doen.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ja. Alstublieft.
De voorzitter:
O, u mag ze nog voorlezen.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Sorry, voorzitter. Natuurlijk. Dan begin ik met de motie over een zorgvuldig wetgevingsproces
bij de Transgenderwet.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in 2021 door het kabinet een wetsvoorstel is ingediend voor het
wijzigen van de voorwaarden voor de wijziging van de vermelding van het geslacht in
de geboorteakte;
constaterende dat in 2024 per motie de oproep is gedaan door diverse partijen tot
het intrekken van het wetsvoorstel;
constaterende dat het kabinet de intentie tot het intrekken van de wet heeft aangekondigd
wegens een gebrek aan medewerking en instemming van de Tweede Kamer, zoals werd aangegeven
in een brief gericht aan het Transgender Netwerk;
overwegende dat een zorgvuldig wetgevingsproces van groot belang is, welke is geschaad
door de wijze waarop per motie de behandeling van de wet is stilgelegd;
overwegende dat de Kamer bij uitstek de plaats is voor het voeren van een debat over
de wetgeving;
verzoekt de regering om het wetsvoorstel voor het wijzigen van de voorwaarden voor
de wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte alsnog voor bespreking
aan de Kamer voor te leggen en hiermee de Kamer in positie te brengen om haar taak
als medewetgever en controleur van het kabinet te vervullen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.
Zij krijgt nr. 24 (36 800 VIII).
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dat was de eerste. Dan een motie over het weerbaar maken van onze jongeren tegen misinformatie
en schadelijke ideeën.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in recente jaren de manosphere alleen maar is gegroeid;
constaterende dat hiermee vrouwenhaat en schadelijke ideeën over vrouwen en maatschappelijke
gelijkheid breed verspreid worden, ook bij jongeren;
overwegende dat het van groot belang is dat de omgeving van een jongere ruimte biedt
voor verkenning en gesprek;
overwegende dat het onderwijs, gelet op de kerndoelen, bij uitstek ook een rol heeft
bij de vorming van jongeren;
overwegende dat het van groot belang is dat scholen voldoende ondersteund worden bij
dit nieuwe leergebied;
overwegende dat het digitale lesmateriaal «Adolescence en mediawijsheid» gratis beschikbaar
is voor het voortgezet onderwijs;
verzoekt de regering om zich in te zetten voor een bredere bekendheid van dit lespakket
onder scholen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.
Zij krijgt nr. 25 (36 800 VIII).
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat door middel van het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend
gedrag en seksueel geweld het Ministerie van OCW zich inzet voor het voorkomen en
bestrijden van seksueel geweld en het bevorderen van de veiligheid van vrouwen;
constaterende dat voor de uitvoering hiervan een regeringscommissaris is aangesteld;
constaterende dat het programma en de opdracht aan de regeringscommissaris na 2026
aflopen;
overwegende dat er groeiende zorgen zijn in de samenleving over de veiligheid van
vrouwen en vrouwen zich nog altijd onvoldoende veilig voelen;
overwegende dat het teweegbrengen van een maatschappelijke verandering en cultuurverandering
meer tijd en een langer lopend programma vereist;
overwegende dat de noodzaak voor het programma onverminderd is;
verzoekt de regering om het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend
gedrag en seksueel geweld en de opdracht aan de regeringscommissaris te verlengen,
waarna het programma weer geëvalueerd wordt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.
Zij krijgt nr. 26 (36 800 VIII).
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dank je wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker, de heer Hamstra van het CDA.
De heer Hamstra (CDA):
Voorzitter, dank. Dit is mijn eerste WGO. Volgens mij wordt niet heel vaak gezegd
dat het iemands eerste WGO is, maar dat is het voor mij dus wel en het gaat over emancipatie.
Leuk om hier met z’n allen over dit belangrijke onderwerp te mogen spreken.
Voorzitter. We zijn allemaal gelijk als het ware, zo zong Herman Finkers paradoxaal:
gelijk, maar niet hetzelfde. Als mensen verschillen we, maar we zijn fundamenteel
gelijkwaardig. Goede emancipatiepolitiek zou in het teken daarvan moeten staan: dat
er ruimte is voor verschil, maar dat we ook over die verschillen heen kijken en zorgen
dat iedereen mee kan doen. Emancipatie gaat voor het CDA niet over de volledige ontplooiing
van losse individuen of groepen van individuen; ook gaat emancipatie voor het CDA
niet over het opleggen van een eenvormig emancipatie-ideaal door de overheid. Nee,
emancipatie is een maatschappelijk proces, een proces van de samenleving. Het CDA
gelooft in een inclusieve samenleving, want een samenleving waarin voor bepaalde groepen
of mensen die daarin leven geen plaats is, is incompleet en onvolmaakt. De samenleving
is bovendien meer dan de som van alle individuen bij elkaar opgeteld; ze is per definitie
pluriform en divers.
Emancipatie wordt vaak gezien als een strijd, maar emancipatie is voor ons niet per
se een strijd van minderheden. Martin Luther King beschreef het al als een droom voor
allen, «want ik kan nooit zijn wat ik moet zijn totdat jij bent wat jij moet zijn».
Eind negentiende eeuw, ten tijde van de sociale kwestie, waren de protestanten onder
leiding van Kuyper en de katholieken onder leiding van Schaepman niet alleen de spreekbuis
voor hun eigen groep; nee, zij zochten de samenwerking met elkaar in het besef dat
we elkaars naasten zijn en in dezelfde gemeenschap leven. Het past dus ook niet bij
het CDA om mensen en groepen tegenover elkaar te zetten en te praten in tegenstellingen
of die zelfs uit te vergroten. Het is onze opdracht om te zoeken naar verbinding en
tegelijkertijd ruimte te laten voor de verschillen.
Dat betekent overigens niet dat de overheid daar geen rol in heeft. De overheid moet
zich juist actief inspannen voor de juiste omstandigheden waarbij mensen tot bloei
komen, bijvoorbeeld door zorg te dragen voor het onderwijs, de toegang tot zorg, de
toegang tot de arbeidsmarkt, het tegengaan van discriminatie en racisme, het versterken
van pluriformiteit en het zoeken naar verbinding in verschillen. Dit draagt bij aan
een sterke samenleving.
Dat is de bril waardoor het CDA naar het emancipatiebeleid van de overheid en naar
deze begroting kijkt. Vandaag willen we voor een aantal zaken aandacht vragen. Allereerst
is dat de veiligheid van vrouwen. Het is ongelofelijk belangrijk dat we Nederland
veiliger maken voor vrouwen. Geweld tegen vrouwen, dat soms zelfs uitmondt in moord,
is afschuwelijk. Hier is de laatste tijd terecht veel aandacht voor in de media; ook
campagnes als Orange the World helpen mee. Er worden maatregelen genomen, zoals meer
geld voor de opvang van vrouwen. Ook zagen we het bericht dat gemeenten aan de slag
zijn gegaan om de openbare ruimte veiliger te maken, bijvoorbeeld door meer verlichting
te plaatsen en bosjes op donkere plekken te snoeien. Maar is dit genoeg? Wij hebben
de volgende vragen. Hoe kan het emancipatiebeleid vanuit OCW bijdragen aan de veiligheid
van vrouwen? Welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris om dat ook in de begroting
tot uiting te brengen, bijvoorbeeld door hier in de bekostiging van allianties en
prep-subsidies expliciet oog voor te hebben? Kan de Staatssecretaris iets meer zeggen
over het programma Veilige Steden? Is er al zicht op de effecten hiervan? Dat vraag
ik ook omdat dat programma eind 2026 afloopt.
Dan de lhbtiq+-doelgroep. In Nederland mag je zijn wie je bent en houden van wie je
wilt. Toch blijkt er in Nederland steeds minder tolerantie te zijn voor deze doelgroep.
Uit onderzoek blijkt dat de acceptatie voor het zoveelste jaar daalt. Ook voelen lhbtiq+-personen
zich vaak onveilig. Er zijn te veel voorbeelden van geweld, van mensen die worden
geïntimideerd of zelfs in elkaar geslagen worden om wie ze zijn. Wat is de visie van
Staatssecretaris op hoe we dit aan gaan pakken? Het is goed om te constateren dat
de aangiftebereidheid toeneemt, maar te vaak krijgen wij signalen te horen dat er
met een melding niets of nauwelijks iets wordt gedaan. Hoe staat het met de sensitiviteit
van de politie voor dit soort meldingen, vraag ik aan de Staatssecretaris. Kunt u
hier vanuit uw coördinerende rol extra aandacht voor vragen?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank voor de bijdrage van de collega van het CDA. Ik hoor hem zowel bij het stuk vrouwenemancipatie
als bij lhbtiq+-emancipatie het vooral hebben over veiligheid. De vraag aan de Staatssecretaris
was wat we kunnen doen aan de emancipatie. Wat is dan, los van het verbeteren van
de veiligheid – daarop vinden we elkaar voor honderd procent, zeg ik via de voorzitter
– de visie van het CDA zelf om die emancipatie te versnellen? Hoe kijkt u daar zelf
naar, vraag ik via de voorzitter.
De heer Hamstra (CDA):
Hebben we het dan over de emancipatie van vrouwen in het algemeen? Daar heeft u het
over. Wij vinden het ook ontzettend belangrijk dat we daar ons steentje aan bijdragen.
Ik sluit wanneer het bijvoorbeeld gaat om de arbeidsmarkt in die zin wel aan bij de
vraag die de heer Vermeer aan u stelde in uw eerste termijn. Ik ben zelf ook wel benieuwd
naar wat dan bijvoorbeeld de reden is dat de vrouwenparticipatie op de arbeidsmarkt
achterblijft. U geeft ook aan dat misschien geldt: n = 1. Ik zeg maar even in alle
eerlijkheid dat ik in mijn bubbel een ander beeld zie ontstaan. Ik ken de cijfers
dus wel, maar ik geloof niet en het CDA gelooft ook niet dat we een soort van blauwdruk
op de samenleving moeten leggen door te zeggen dat vrouwen koste wat het kost voltijds
moeten werken. Dat gaat ons veel te ver. Als het gaat om de arbeidsmarkt is dat dus
ons antwoord.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Hamstra (CDA):
Zeker. Ik pak ’m weer even op. Hoe staat het met de sensitiviteit voor dit soort meldingen,
vroeg ik aan de Staatssecretaris. Kunt u vanuit uw coördinerende rol hier extra aandacht
voor vragen?
Dan ouderen- en leeftijdsdiscriminatie. Emancipatie betekent ook: oog hebben voor
hoe de samenleving verandert. Juist als het gaat om ouderen verandert de samenleving
enorm. De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving bracht onlangs het rapport Het rimpeleffect
uit. Daarin beschrijven zij dat ouderen van nu gemiddeld genomen vitaler zijn dan
vroeger. Pensionering markeert daardoor voor veel mensen het begin van een nieuwe
actieve levensfase. Ons denken is hierin echter nog niet helemaal meegegroeid. Ouderen
worden of gezien als kwetsbare, eenzame, afhankelijke mensen die volop ondersteuning
en zorg nodig hebben, of juist als een consumerende en vitale groep mensen die tot
op hoge leeftijd zelfredzaam moeten zijn en die bij wijze van spreken nog op de golfbaan
staan. Dit doet geen recht aan de grote en pluriforme groep ouderen. Ook kan dit concreet
tot leeftijdsdiscriminatie van ouderen leiden. Daar heeft het CDA al eerder aandacht
voor gevraagd, onder andere op basis van het onderzoek van de ANBO-PCOB. Denk aan
ouderen die geen werk kunnen vinden of die worden geweigerd voor een vrijwilligersfunctie,
die niet kunnen deelnemen aan een bevolkingsonderzoek of die leeftijdsdiscriminatie
ervaren bij verhuur en lease van auto’s. Wij vinden dit niet acceptabel, en er wordt
nog te weinig gedaan om dit tegen te gaan. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dus
wat hij hieraan wil gaan doen, bijvoorbeeld in samenwerking met de Minister van BZK.
We wachten hierop graag de reactie van de Staatssecretaris af.
Voorzitter. Mensen met een beperking. Het CDA heeft zich er al eerder voor ingezet
om het emancipatiebeleid van de overheid ook specifiek te richten op mensen met een
beperking. We weten al jaren dat hier nog een lange weg te gaan is. Er liggen allerlei
rapporten en er zijn allerlei signalen dat mensen met een beperking vaak nog niet
mee kunnen doen, en al helemaal niet op de manier zoals ze dat zelf graag zouden willen.
Onze concrete vraag is: is de Staatssecretaris bereid om mensen met een beperking
expliciet als derde groep op te nemen in het emancipatiebeleid?
Voorzitter, ik rond af. Tot slot wil ik graag een algemene opmerking maken. In de
periodieke rapportage over het emancipatiebeleid wordt geconcludeerd dat de doeltreffendheid
beperkt meetbaar en toerekenbaar is. Voor onze partij is het van belang dat de effecten
van de inzet vooral merkbaar zijn voor de mensen. Op welke manier gaat de Staatssecretaris
zich er hard voor maken dat de effecten niet alleen maar beter meetbaar zijn, maar
vooral ook merkbaar zijn voor de mensen om wie het gaat?
Voorzitter, daar wil ik het graag bij laten. Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel voor het betoog. Het is weer een nieuwe interessante insteek met het rimpeleffect.
Dat is, denk ik, heel goed. Ik heb een vraag over de arbeidsparticipatie van vrouwen
en het belang van goede kinderopvang. Mijn vraag is: hoe kijkt het CDA daarnaar? Er
ligt een nieuwe wet op de kinderopvang. Hoe kijkt u daarnaar in het licht van de formatie?
Gaat u daarvoor blijven staan, of niet?
De heer Hamstra (CDA):
Een mooie vraag van mevrouw Dobbe. Dank. Kinderopvang is van wezenlijk belang voor
het CDA, zeker ook in het kader van de emancipatie van vrouwen. Overigens is het ook
van belang voor meer dan alleen de emancipatie. Ik moet u in alle eerlijkheid zeggen
dat ik de ins en outs van die wet niet ken. Wij staan als CDA wel voor goede kinderopvang.
Ik kan u wel toezeggen dat we in de formatie aandacht vragen voor goede kinderopvang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zou het graag wat specifieker willen weten, want die nieuwe wet regelt sowieso
de betaalbaarheid. Kinderopvang wordt dan bijna gratis. Dat is wel essentieel. Het
regelt bijvoorbeeld ook het afschaffen van het toeslagenstelsel, waarbij we zoveel
schandalen hebben gezien. Ik zou het CDA toch wel willen vragen om daar wat specifieker
op in te willen gaan. Ondersteunen zij in ieder geval deze twee uitgangspunten en
blijven zij deze ondersteunen?
De heer Hamstra (CDA):
Fijn dat u deze toelichting geeft, maar ik zei net al dat ik de ins en outs van deze
wet niet ken. Dat maakt het wat lastig om hier nu inhoudelijk op in te gaan. Het lijkt
mij heel onzorgvuldig als ik nu bij u zou aangeven dat we meer gaan doen dan het onder
de aandacht brengen aan de formatietafel. Meer kan ik daar nu niet op toezeggen.
De voorzitter:
Dank u wel. Uw laatste interruptie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik vind het wel jammer, hoor. Dit is een debat over emancipatie en blijkbaar wordt
kinderopvang daar niet als cruciaal in gezien, terwijl het wel echt cruciaal is als
het gaat over de arbeidsparticipatie van vrouwen. Dan heb ik een ander, meer specifiek
punt. Tijdens de vorige debatten over emancipatie hebben wij een motie ingediend over
private equity weren uit de kinderopvang. Daar is het CDA toen voor geweest. Kunnen
we in ieder geval op uw blijvende steun daarvoor rekenen?
De heer Hamstra (CDA):
Ik zie nu geen reden om daarin van koers te wijzigen. Ik zat er zelf toen niet. Ik
ben er nu vier weken. Als het CDA toen voor is geweest, dan zie ik geen reden waarom
we daar nu niet meer voor zouden zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Nu was het eigenlijk de beurt aan de heer Van Duijvenvoorde, maar die
is eventjes weg. Ik hoop dat hij zo weer terugkomt. Daarom wil ik graag nu het woord
geven aan de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. De emancipatie-uitgaven zijn de afgelopen jaren gestegen tot
ruim 22 miljoen euro in 2026. Maar waar gaat dat geld naartoe? En vooral, wat levert
het op? Het grootste deel wordt besteed aan programma’s als Regenboogsteden, Veilige
Steden en de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast gaat een aanzienlijk
deel naar de doorstroom van vrouwen naar topfuncties, acceptatie en veiligheid op
school, burgerschapsonderwijs en representatie in de media.
Voorzitter. Emancipatiebeleid kwam op papier prachtig over. Maar hoe staat het met
de veiligheid van vrouwen en lhbtiq+-personen in de praktijk? De effectstudies geven
geen antwoord op de vraag of deze miljoenen daadwerkelijk leiden tot minder geweld
of meer acceptatie. Kan de Staatssecretaris inzicht geven in de echte effecten van
het emancipatiebeleid? Hoe wordt gemeten of deze miljoenen daadwerkelijk leiden tot
meer veiligheid en acceptatie?
Voorzitter. Ondertussen krijgt tegenwoordig het platteland de schuld van afnemende
acceptatie. Ze zouden daar volgens de Randstedelijke blik kampen met giftige groepsdruk,
schadelijke mannelijkheidsnormen en een moeizame acceptatie van mensen die anders
zijn; alsof jongeren, volgens de Randstad, blijkbaar op het platteland elkaar de maat
nemen, homoseksualiteit afwijzen en vrouwonvriendelijk gedrag normaal vinden. De boodschap
is volgens hen: op het platteland is het niet veilig om jezelf te zijn.
Wie de feiten kent, weet beter. Het onderzoek waar deze beeldvorming op rust, kent
forse beperkingen: jongeren van kleur zijn nauwelijks gesproken, het perspectief van
jongeren met een migratieachtergrond ontbreekt volledig en er zijn geen vragen gesteld
aan jongeren in stedelijke wijken of wijken met een migratieachtergrond. Het beeld
van het platteland als probleemgebied is dus niet hard te maken op basis van dit onderzoek.
De ophef zegt vooral iets over de afstand tussen stad en land. Plattelandsjongeren
voelen zich betutteld door mensen die er nog nooit zijn geweest. Zij herkennen zich
totaal niet in het beeld van schadelijke mannelijkheidsnormen of een gebrek aan acceptatie.
«Waar bemoeien ze zich mee? We zorgen goed voor elkaar en iedereen is welkom.»
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Ik zou de heer Vermeer even dit stukje laten afmaken, als dat nog niet klaar is.
De voorzitter:
O, ik dacht dat dit het einde van dit stukje was. Gaat uw gang, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Terwijl de politiek zich vooral focust op het belang van regenboogpaden, steden en
campagnes die we vooral in de grote stad zien, daalt juist daar de acceptatie. Uit
de meest recente literatuurstudie van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat de
acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren in Amsterdam fors is gedaald. Slechts
43% van de Amsterdamse jongeren vindt het goed dat twee mensen van hetzelfde geslacht
verliefd op elkaar worden. In Noord-Holland-Noord en Utrecht is dat ongeveer 50%.
In Gelderland-Zuid en Noord- en Oost-Gelderland liggen de cijfers aanzienlijk hoger:
56% en 73%.
Voorzitter. Waar ligt het probleem dus echt? Niet in de regio, maar in de grote stad,
niet bij boeren of zo, maar bij jongeren met een migratieachtergrond of een etnische
minderheidsstatus. Zij rapporteren gemiddeld minder positieve opvattingen over homoseksuele
personen dan jongeren zonder deze kenmerken.
Voorzitter. Gooien we geen geld weg als we blijven investeren in campagnes die het
probleem niet oplossen? Waarom blijft de ophef zich richten op het platteland terwijl
de problemen zich opstapelen in grote steden? Is de Staatssecretaris bereid om het
zwaartepunt van beleid en middelen te verschuiven naar waar het probleem echt zit?
Waarom gaat er zo veel geld naar campagnes waarin mensen vermanend met opgeheven vingertjes
worden toegesproken, terwijl we regelmatig incidenten van geweld en discriminatie
zien richting vrouwen en lhbtqi+-mensen?
Hoe denkt de Staatssecretaris over maatregelen in landen als Spanje en Frankrijk,
waar rechters de mogelijkheid hebben om daders van discriminatie te verplichten tot
het volgen van een cursus over gelijke behandeling en niet-discriminatie? Kan de Staatssecretaris
toezeggen de Minister van JenV te verzoeken om dit door middel van een wetsaanpassing
ook in Nederland uit te werken? En, zo ja, is de Staatssecretaris bereid daar in samenwerking
met de Minister van JenV middelen voor vrij te maken die nu naar campagnes gaan die
het probleem niet oplossen?
De voorzitter:
Dit is een mooi moment voor de interruptie van mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Ja, het was nog wat langer, voorzitter. Ik was een beetje verrast, want de heer ...
Sorry, hoor.
De heer Vermeer (BBB):
Vermeer.
Mevrouw Podt (D66):
Pardon! We zitten niet zo vaak samen in een commissie. De heer Vermeer en ik verschillen
volgens mij een beetje van mening over deze campagne. Ik heb die campagne gezien.
Ik vond het eigenlijk een hele leuke, positieve campagne over plattelandsjongeren
die opkomen voor elkaar. Ik zag het dus helemaal niet als een soort afschildering
van een probleemgebied. Misschien wel veel belangrijker: deze campagne is ingezet
door plattelandsjongeren zelf. De organisatie van plattelandsjongeren in Nederland
herkent zich niet in stadse campagnes en zegt: maak nou iets voor ons, want wij zien
soms dat het gewoon schuurt om niet jezelf te zijn. Praten die plattelandsjongeren
dan onzin?
De heer Vermeer (BBB):
Die plattelandsjongeren en die organisatie praten geen onzin, maar vervolgens komt
er via de media, via de publieke omroep, een filmpje waarin wordt gezegd: leven en
laten leven staat in veel kleinere gemeenschappen inmiddels hoger in het vaandel.
Nee, sorry. Er wordt gezegd: de groepsdruk is groter en waarschijnlijk komt men door
een traditionele opvoeding minder in aanraking met andere meningen. Het onderzoek
is dus niet mijn probleem; de manier waarop daarmee op de loop wordt gegaan is mijn
probleem. De mensen in het land lezen niet het onderzoek dat door die plattelandsjongeren
is gevraagd en uitgevoerd, maar komen in aanraking met het verhaal dat er weer in
de media van gemaakt wordt. Daar heb ik een groot probleem mee.
De voorzitter:
Mevrouw Podt, u bent eigenlijk door uw interrupties heen. Als ik heel streng ben,
laat ik geen interrupties meer toe. Maar als u nog één slotopmerking wil maken, dan
wil ik coulant zijn. Maar die is dan wel onder de 30 seconden.
Mevrouw Podt (D66):
Dit is wonderlijk, want volgens mij is het filmpje gewoon ook gemaakt door die plattelandsjongeren.
En ja, het is de BBB, dus de publieke omroep heeft het blijkbaar weer gedaan.
De voorzitter:
De heer Vermeer vervolgt zijn betoog. O, neem me niet kwalijk. Mevrouw Moorman.
De heer Vermeer (BBB):
Nee, voorzitter, ik wil hier toch wel graag even op reageren, want ik vind dit echt
superaanmatigend. Ik geef alleen weer welk onderzoek er uitgevoerd is en wat de publieke
media hiervan presenteren. Ik zeg dat dat juist stigmatiserend werkt. Als ik dat niet
aan de orde mag stellen en als wij hier niet aan de orde mogen stellen wat een omroep
communiceert, wordt het hier een soort Kremlintoestand, want in dat soort landen is
het niet toegestaan om een mening te hebben over of om kritiek te hebben op media.
Volgens mij is dat gewoon ...
Mevrouw Podt (D66):
Maar dit is gewoon niet wat ik heb gezegd.
De voorzitter:
Een persoonlijk feit dan.
Mevrouw Podt (D66):
Nu moet meneer Vermeer het wel eventjes bij de feiten houden. We hebben de afgelopen
tijd vaker gezien dat de BBB nogal flink optreedt tegen de publieke omroep. Daar maak
ik een opmerking over. Op geen enkele manier heeft dat iets te maken met wat de heer
Vermeer nu zegt. Als het gaat over «aanmatigend», nou, dan hebben we er hier nog wel
eentje!
De voorzitter:
We gaan deze discussie ...
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter ...
De voorzitter:
Nee, ik ben hier de voorzitter.
De heer Vermeer (BBB):
Nou, ik word hier ook ...
De voorzitter:
Meneer Vermeer, wilt u even naar me luisteren? Ik ben de voorzitter. Dit gaat eindeloos
door, dus we gaan nu stoppen. Mevrouw Moorman heeft ook een interruptie en die mag
ze nu plegen.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik probeerde het betoog van de heer Vermeer te volgen. Hij heeft wel degelijk in zijn
betoog eerst gezegd dat het onderzoek niet deugde. Nu begrijp ik uit zijn antwoord
aan mevrouw Podt dat het de publieke omroep was die daar dingen over zei en dat onderzoek
niet. Maar ik wil vooral het volgende aan de heer Vermeer vragen. Als hij niet tevreden
is over een bepaald onderzoek, moet hij hier niet ineens andere feiten op tafel leggen
die óók niet onderzocht zijn. Laten we hier vooral niet groepen tegenover elkaar zetten,
maar laten we vooral met elkaar constateren dat het overal in het land een probleem
is. Er is niemand hier die heeft gezegd dat het de schuld van de plattelandsjongeren
is, maar ik hoor de heer Vermeer wel weer allerlei andere schuldigen aanwijzen. Dat
lijkt mij niet te helpen in dit debat, en zeker niet als het niet feitelijk hier neergelegd
wordt of niet feitelijk is onderzocht. We zien inderdaad in onderzoeken van de GGD
dat er overal in het land een afname is van homoacceptatie. We zien overal in het
land dat «homo» nog steeds het meest gebruikte scheldwoord is. Ik wil de heer Vermeer
vragen hier op basis van feiten te praten en groepen niet tegenover elkaar te zetten.
De voorzitter:
Uw interrupties zijn op, mevrouw Moorman.
De heer Vermeer (BBB):
Ik leg alleen maar feiten op tafel, dus ik ben helemaal niet iets zelf aan het verzinnen.
Dit is gewoon het rapport, een literatuurstudie, over de opvattingen van jongeren
over lhbtqi+-personen, van de Universiteit van Amsterdam. Mevrouw Martens-America
heeft net al het rapport beschreven dat in Amsterdam eerst in de bureaula verdween.
Ik geef helemaal geen alternatieve feiten, ik geef gewoon dé feiten weer. Als dit
rapport dus niet als gezaghebbend gezien wordt, dan is dat misschien het probleem
van mevrouw Moorman. Maar ik benoem gewoon dingen uit het rapport, zeker omdat ik
weet hoe gevoelig deze discussie is. Ik wil dat we die op basis van feiten voeren
en niet op basis van aannames. En ja, ik ... Ja, dan kan mevrouw Podt hier weer zitten
lachen buiten de microfoon om ...
Mevrouw Podt (D66):
Nee, ik zit te huilen.
De heer Vermeer (BBB):
Nou, ja, kijk ...
De voorzitter:
Gaat u verder.
De heer Vermeer (BBB):
Weet u, op deze manier komen we niet verder in dit land, hoor. Sorry.
De voorzitter:
U kunt uw betoog vervolgen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb gewoon in mijn betoog aangegeven dat voor dat rapport over gelijkheid en jongeren
allerlei groepen niet benaderd zijn en dat dit een zeer beperkte groep is. Ook daar
mag je volgens mij kritiek op hebben.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, tot slot. Afgelopen week kwam het rapport Verborgen in het volle zicht
van de Kinderombudsman naar buiten. Daarin staat dat lhbtqi+-kinderen steeds vaker
worden gepest, bedreigd en onvoldoende steun krijgen. De Kinderombudsman wijt dit
mede aan scherpe uitspraken door politici, maar laat in midden om welke uitspraken
en welke politici het gaat. Ook belangenorganisaties zouden dit hebben bevestigd.
Omdat de Kinderombudsman een onafhankelijk en onpartijdig instituut is dat de kinderrechten
in Nederland bewaakt, is BBB benieuwd naar de transcripties van de gesprekken met
deze organisaties. Wij hebben de Kinderombudsman zelf hier de afgelopen week al om
verzocht, maar tot nu toe hebben wij die helaas niet ontvangen. Is de Staatssecretaris
bereid om de Kinderombudsman te verzoeken deze transcripties naar de Kamer te sturen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Nou, mevrouw Moorman, ik ben net heel coulant geweest tegenover mevrouw
Podt, dus als u het bij één interruptie houdt die korter is dan 30 seconden, dan mag
dat nog. Dan geef ik iedereen daartoe gelegenheid. Maar ik ga u echt afkappen als
het langer duurt.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
De heer Vermeer begint zelf over het pesten van lhbtiq+-jongeren, waar de Ombudsman
voor heeft gewaarschuwd. Dat is ook gerelateerd aan tweets van politici. Hoe kijkt
de heer Vermeer in dat licht naar de tweet van mevrouw Keijzer van afgelopen vrijdag,
op Paarse Vrijdag?
De heer Vermeer (BBB):
Ik ben blij dat mevrouw Moorman daarover begint. De Staatssecretaris zal daar ook
vast op antwoorden. Als mevrouw Moorman de tweet goed gelezen had, dan had zij ook
kunnen lezen dat de vicepremier op dat moment iemand citeerde, namelijk de oud-COC-medewerker
Geert-Jan Edelenbosch, en dat zij in die tweet duidelijk erbij zet: schrijft ... Huppeldepup.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Dobbe, u mag uw betoog starten.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Op 24 november was het Equal Pay Day. Vanaf die dag werken
vrouwen voor de rest van het jaar gratis, uitgaande van het verschil in de gemiddelde
beloning tussen mannen en vrouwen. Ook in 2025 is de loonkloof tussen mannen en vrouwen
nog steeds een hardnekkige realiteit. Voor hetzelfde aantal gewerkte uren verdienen
vrouwen gemiddeld 10,5% minder dan mannen. Ook als we dit corrigeren met factoren
zoals werkervaring en opleiding, blijft de loonkloof bestaan, of de werknemer nou
leiding geeft of niet. De structurele onderwaardering van vrouwen wordt met dit verschil
pijnlijk duidelijk, elk jaar weer. Dat is onrechtvaardig en onacceptabel. Onderzoek
toont ook aan dat zodra een groter aandeel vrouwen een bepaald beroep uitoefent of
in een bepaalde sector gaat werken, de desbetreffende lonen stagneren of zelfs dalen.
Dan worden de verschillen dus groter. Ook dit is al jaren bekend. Ziet de Staatssecretaris
dat ook? Erkent hij dat dat zo is? Erkent hij ook dat dit een probleem is dat opgelost
moet worden?
Het is tijd voor een concrete oplossing. Leg de verantwoordelijkheid voor een gelijke
beloning dus expliciet bij werkgevers zelf. Laat bedrijven aantonen dat vrouwen en
mannen gelijk worden beloond. Dat houdt in dat de Wet loontransparantie snel en volledig
moet worden ingevoerd. Zorg ook voor 100% doorbetaling bij ouderschapsverlof, want
anders kunnen ouders met lage inkomens hiervan simpelweg geen gebruikmaken omdat ze
dat niet kunnen betalen. Is de Staatssecretaris hiertoe bereid? Wat is zijn reactie?
Is hij bereid om de verschillen in financiële beloning tussen de publieke sectoren
inzichtelijk te maken en maatregelen te nemen om deze kloof te dichten, waaronder
de hoogte van de loonruimte bij onderhandelingen voor arbeidsvoorwaarden?
Voorzitter. In dit debat heb ik het er al eerder over gehad: kinderopvang. De gebrekkige
toegang tot dure kinderopvang maakt vooral vrouwen met kinderen afhankelijk, van hun
partner, van hun omgeving en van de overheid. Het is dan ook goed dat de regering
een nieuwe wet voor kinderopvang heeft ingediend, maar hij wordt telkens uitgesteld.
2029 duurt nog ontzettend lang. Op welke manier wil de Staatssecretaris nú al ouders
helpen? Overleeft deze wet de aankomende formatie? Ik ben benieuwd of de beoogde coalitiepartijen
daarop willen reageren, als dat kan.
Ook zien we nog steeds private equity of sprinkhaankapitalisten in de kinderopvang.
Dat betekent dat publiek geld naar aandeelhouders stroomt en niet naar de kinderopvang
gaat. Een aantal van de grote, soms enorme ketens in de kinderopvang zijn in handen
van private equity. Het verloop van personeel is daar gemiddeld 10% hoger dan in een
non-profitsector. Dit is een sector waar al personeelstekorten zijn en waar vaste
krachten, vertrouwde gezichten, cruciaal zijn voor hechting. De solvabiliteit – als
je het daarover wilt hebben – zit op het randje en is twee keer lager dan in non-profit
kinderopvangorganisaties, met alle risico’s van dien. We herinneren ons Estro nog
en alle gevolgen die dat heeft gehad. De Kamer heeft zich eerder al tegen private
equity in de kinderopvang uitgesproken. Toch zien wij geen actie. Vindt de Staatssecretaris
dat moties van de Kamer moeten worden uitgevoerd of is dat een principe dat niet meer
wordt gesteund? Wanneer mogen we de uitvoering hiervan verwachten?
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
We hebben hier weleens een apart debat gevoerd over private equity. Dat vraagstuk
gaat wel wat verder dan één manier van financieren als het grote kwaad kwalificeren.
Is mevrouw Dobbe het met mij eens dat het ontbreken van maximale tarieven een nog
groter probleem in de kinderopvangwet is? Op deze manier gaat er straks een scheiding
ontstaan tussen mensen die wel een hoog tarief kunnen betalen en mensen die dat niet
kunnen betalen. Dan wordt de beschikbaarheid gewoon veel te laag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank voor de vraag. Ja, natuurlijk: het doel moet zijn dat kinderopvang betaalbaar
wordt voor iedereen. Het is niet de bedoeling dat het geld naar winsten en bijvoorbeeld
private equity gaat. Ik ben het daar helemaal mee eens. Ik weet niet of het het grootste
probleem is, maar het is wel een van de fundamentele problemen van die wet. Ik denk
dat een groter probleem is dat de invoering van die wet überhaupt de hele tijd wordt
uitgesteld en dat het de vraag is of die er nog komt.
De heer Vermeer (BBB):
Mijn punt is niet dat de hogere tarieven tot hogere winsten kunnen leiden. Mijn punt
is dat dat een scheiding in de maatschappij geeft. Op die manier wordt via geld gestuurd
welk type kinderen uit welke milieus je in je kinderopvang krijgt. Er wordt nu soms
ook al in het primair onderwijs geronseld richting bepaalde samenstellingen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het gevaar van het gevolg daarvan zie ik natuurlijk ook. Ik ben het met BBB eens dat
we er alles aan moeten doen om dat te voorkomen, want dat is absoluut niet wenselijk.
Daar zullen wij ons ook tegen verzetten. Maar de oorzaken zijn natuurlijk wel dat
er in de kinderopvangsector een markt is gemaakt. De tarieven vliegen juist zo uit
de pan omdat het heel erg loont en lucratief is om er winst mee te maken. Ik denk
dat je één en één wel bij elkaar moet beschouwen.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik heb een interruptie aan mijn collega over de hele belangrijke kinderopvang. Terecht
zijn er al een aantal interrupties geplaatst en terecht wordt er ook steeds gezegd
dat het belangrijk is voor de arbeidsdeelname van vrouwen. Eigenlijk is mijn vraag,
ook om de snelheid er in te houden en de wet aangenomen te krijgen: is het niet beter
om het dan te houden bij de 8,6 miljard die we als samenleving gaan besteden aan kinderopvang
en arbeidsdeelname van vrouwen? Steunt de SP dan ook de arbeidseis?
Mevrouw Dobbe (SP):
U moet mij even helpen.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Kinderopvang is voor mensen die werken en niet voor mensen die werkloos zijn.
Mevrouw Dobbe (SP):
In principe zien wij kinderopvang ook breder. Voor dit debat is kinderopvang natuurlijk
heel belangrijk met betrekking tot de arbeidsparticipatie van vrouwen. Het geeft vrouwen
de gelegenheid om überhaupt te kunnen werken. Men hoeft dan niet de afweging te maken
of het loont om te werken of niet, omdat kinderopvang niet te betalen is. Maar kinderopvang
heeft natuurlijk ook meerdere functies. Kinderopvang heeft ook de functie van voorschoolse
educatie. Er gebeurt veel meer op zo’n kinderopvang op vroege leeftijd in de ontwikkeling
van kinderen. Dat is ontzettend belangrijk. Het gaat dus niet alleen om de arbeidsparticipatie
en het belang van daarvan. Wij onderkennen het andere belang dus ook. In die zin zou
kinderopvang dus voor alle ouders beschikbaar moeten zijn.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Het is de hele tijd gegaan over hoe belangrijk het is voor de participatie en arbeidsdeelname
van vrouwen. Maar de SP ziet het dus ook als een manier van opvoeden en dat de Staat
dat dus van de ouders moet overnemen. Dat is een keuze, maar dat is dan wel weer jammer.
Dat kost extra geld en dat geld is er niet. Daardoor wordt de invoering van die wet
steeds uitgesteld. Is het dan niet beter voor de SP om te kiezen voor een misschien
in uw ogen second best oplossing en de wet toch door te laten gaan, zodat vrouwen
kunnen gaan werken, en dat we het niet laten gelden voor mensen die niet werken?
Mevrouw Dobbe (SP):
We hadden het net over het belang van voorschoolse educatie en de ontwikkeling van
kinderen. De PVV doet nu net alsof het heel raar is om de Staat dat voor een deel
van de ouders over te laten nemen. Dat is natuurlijk in het hele onderwijssysteem
zo. Wij doen niet allemaal aan thuisonderwijs; wij sturen onze kinderen naar school.
Ik denk dat dat ook heel goed is. Ik denk dat er andere redenen zijn waarom deze wet
vertraagd wordt dan alleen dit. Ik zou vooral willen uitdagen om deze wet zo snel
als mogelijk in te voeren, niet meer uit te stellen en daarmee aan de slag te gaan.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Dobbe (SP):
Fijn dat het even over de kinderopvang kon gaan. De afgelopen jaren tekent zich ook
een sterke en groeiende tegenbeweging af die de emancipatie van vrouwen ongedaan wil
maken; het is hier net al even over gegaan. Het meest recente rapport uit 2025, The
Next Wave, laat zien hoe conservatieve en vaak religieus geïnspireerde organisaties
uit Europa, de Verenigde Staten, Rusland en Spanje hun krachten bundelen. Zij oefenen
doelgericht invloed uit op overheden en parlementen, en proberen via desinformatiecampagnes
ook de publieke opinie te sturen. We hebben hier eerder aandacht voor gevraagd, ook
samen met de VVD. Er zijn een aantal moties van ons aangenomen waarin de Kamer vraagt
om aanvullende maatregelen uit de contrastrategie buitenlandse beïnvloeding te nemen
en dit niet aan een volgend kabinet te laten. Dit volgende kabinet komt eraan, dus
hoe staat het hiermee? We moeten namelijk wel haast maken als we dit voor een volgend
kabinet willen regelen.
De Kamer heeft gevraagd om een aanpak tegen desinformatie over vrouwen en lhbtqi+-personen,
om een onderzoek naar beïnvloeding en om organisaties die opkomen voor vrouwen- en
lhbtqi-rechten te ondersteunen om hun weerbaarheid tegen deze vormen van intimidatie
en tegenwerking te vergroten. Hoe staat het met de uitvoering van die motie?
Voorzitter. Ik heb hier één keer de pil voorbij horen komen, maar dat was in een soort
geschiedenis van de emancipatie. Dat is heel belangrijk, maar het is nog niet gegaan
over anticonceptie. Toegang tot anticonceptie is cruciaal in emancipatie. Als we kijken
naar de kosten van anticonceptie, dan zien we dat die grotendeels worden gedragen
door vrouwen. De pil en het spiraal zijn flinke kosten. Vrouwen worden hierin benadeeld.
Kosten kunnen een drempel vormen, wat ook de keuzevrijheid van vrouwen inperkt. Is
de Staatssecretaris bereid om te regelen dat dit gewoon vergoed wordt in het basispakket?
Tot slot de veiligheid van vrouwen. In september nam de Kamer in grote meerderheid
een motie aan die vroeg om een integraal actieplan voor geweld tegen vrouwen. Hier
kan niet snel genoeg werk van worden gemaakt. We kennen allemaal de dieptrieste aanleiding
– ik moet eigenlijk «aanleidingen» zeggen – van deze discussie en aangenomen motie.
Nog steeds zijn vrouwen niet veilig in hun huis en op straat, soms met de dood tot
gevolg. Wat is de laatste stand van zaken voor dit actieplan? Wil de Staatssecretaris
hier snel werk van maken?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Ik wil
graag tot 12.30 uur schorsen om de Staatssecretaris de gelegenheid te geven de beantwoording
voor te bereiden en zodat de Kamerleden de tijd hebben voor de lunch. We gaan om 12.30
uur verder. Dank u wel.
De vergadering wordt van 11.41 uur tot 12.30 uur geschorst.
De voorzitter:
Dames en heren, we gaan weer verder met het debat over emancipatie. Ik vraag iedereen
zijn plekje weer in te nemen. Ik heb even kort met de heer Vermeer gesproken. Hij
moet over twintig minuten weg. Hij zou heel graag, omdat we toch al een beetje aan
het rommelen waren met het indienen van moties in allerlei termijnen, even zijn motie
willen voorlezen voordat de Staatssecretaris het woord krijgt, zodat hij daarna weg
kan. De heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter, dat u dit toestaat. Ik heb dus één motie opgesteld.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de acceptatie en veiligheid van vrouwen en lhbtiq+-personen vooral
in grote steden en binnen bepaalde groepen onder druk staan;
overwegende dat het huidige emancipatiebeleid te veel inzet op symbolische campagnes
en te weinig op effectieve handhaving en bescherming van slachtoffers;
overwegende dat in landen als Spanje en Frankrijk rechters de mogelijkheid hebben
om daders van discriminatie te verplichten tot het volgen van een cursus over gelijke
behandeling en non-discriminatie;
verzoekt de regering de wet aan te passen zodat rechters bij discriminatie van vrouwen
of lhbtiq+-personen verplicht kunnen opleggen dat de dader een cursus gelijke behandeling
en non-discriminatie volgt, naar Spaans en Frans voorbeeld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 27 (36 800 VIII).
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de Staatssecretaris voor de beantwoording in de
eerste termijn van de vragen die zijn gesteld door de Kamerleden in hun eerste termijn.
Het woord is aan de Staatssecretaris.
Staatssecretaris Becking:
Dank u wel, voorzitter. Ik bedank alle leden voor hun bijdragen in de eerste termijn.
We bespreken vandaag de begroting van het emancipatiebeleid. Emancipatie is een grote
opgave met een beperkt budget van dit jaar 21 miljoen euro. Daarom kiest het kabinet
inhoudelijk voor twee prioriteiten: iedereen moet veilig kunnen zijn en iedereen moet
volwaardig kunnen meedoen. Deze prioriteiten worden verder uitgewerkt in de Emancipatienota.
Als coördinerend bewindspersoon voor emancipatie ben ik verantwoordelijk voor het
bevorderen van gelijke rechten, kansen en behandeling van vrouwen en lhbtiq+-personen.
Dat doe en kan ik niet alleen; dat kwam al in uw termijn aan de orde. Ik werk nauw
samen met collega-bewindspersonen van andere departementen en veel onderwerpen zijn de primaire verantwoordelijkheid
van vakministers.
Het recht op gelijke behandeling is verankerd in de Grondwet. In Nederland mag je
over je eigen leven beslissen. Je mag je eigen keuzes maken, je mag jezelf zijn en
je mag houden van wie je wilt. Ik ben blij dat deze nieuwe Kamer ziet dat emancipatie
nog steeds nodig is. Dat heb ik zelf de afgelopen maanden ook ervaren in veel gesprekken
en op veel plekken waar ik kwam, bijvoorbeeld afgelopen week met Paarse Vrijdag. Ik
sprak in Leiden met ouders en docenten die zich samen met jongeren inzetten om hun
school veilig en fijn te maken, niet alleen voor lhbtiq+-personen, maar voor iedereen
op school.
Ook vrouwen moeten veilig kunnen zijn in de samenleving, voor en achter de voordeur.
Geweld tegen vrouwen is onacceptabel. We gaan daarom door met de strijd tegen fysiek
en psychisch geweld, seksueel grensoverschrijdend gedrag, intieme terreur en intimidatie.
Dit doen we samen met het maatschappelijk middenveld.
Voorzitter. Ik reageer graag op de inbreng in de eerste termijn van uw Kamer. Ik heb
daarvoor drie blokjes: veiligheid van zowel vrouwen als lhbtiq+-personen, volwaardig
meedoen en algemeen.
Dan kom ik meteen bij het blokje veiligheid. De heer Vermeer vroeg mij: is de Staatssecretaris
bereid om de Kinderombudsman te vragen transcripties van gesprekken te delen? Nee,
daar ga ik niet over; dat is aan de Kinderombudsman zelf.
Mevrouw Podt vroeg om de versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid aan te vullen met een
aanpak specifiek voor kinderen. Ik ga samen met de Minister van Justitie en Veiligheid
en de Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport kijken of er maatregelen gericht
op lhbtiq+-kinderen kunnen worden toegevoegd aan de versterkte aanpak en/of andere
lopende programma’s. Daarbij wil ik wel graag opmerken dat het budget beperkt is.
Mevrouw Moorman zei dat lhbtiq+-leerlingen zich vaak onveilig voelen. Ze vroeg: welke
rol ziet de Staatssecretaris voor zichzelf in het creëren en koesteren van veilige
omgevingen op alle scholen? Naast de zorgplicht voor een sociaal veilig schoolklimaat,
de wettelijke burgerschapsopdracht en de kerndoelen ondersteun ik initiatieven van
de Stichting School & Veiligheid en het COC die bijdragen aan een veilige schoolomgeving
voor het lhbtiq+-personen. Ook binnen de versterkte aanpak is er aandacht voor lhbtiq+-leerlingen.
Met het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs versterken we daarnaast ook de veiligheid
op scholen, dus dat draagt daar ook toe bij.
Mevrouw Podt vroeg: «Kan er meer politiecapaciteit komen voor de aanpak van discriminatie
en geweld tegen lhbtiq+-personen? Graag een reflectie.» In het regeerprogramma van
het demissionaire kabinet zijn structurele middelen uitgetrokken voor onder andere
Roze in Blauw en de discriminatierechercheurs. In de eerste voortgangsrapportage over
de versterkte aanpak, die eind 2026 komt, zullen we rapporteren over de verdere investeringen
die bij de politie zijn gedaan. U krijgt die dus eind volgend jaar.
De heer Hamstra vroeg hoe ik extra aandacht kan vragen voor aangiftebereidheid en
voor sensitiviteit bij de politie voor lhbtiq+-personen. Zoals in de versterkte aanpak
lhbtiq+-veiligheid staat vermeld, wordt op de Politieacademie tijdens voorlichtingen
en ook in e-learnings voor agenten aandacht besteed aan correctieve en sensitieve
bejegening van lhbtiq+-personen en overigens ook van andere personen.
De voorzitter:
Mevrouw Podt heeft een vraag. Even tussendoor: ik doe weer vier interrupties. Interrupties
die langer duren dan 30 seconden, tellen voor twee, zeg ik voor de nieuwkomers. De
interrupties onder de 30 seconden zijn gratis.
Mevrouw Podt (D66):
Oké. Ik ga mijn best doen. Ik vroeg me het volgende af. De Staatssecretaris zegt dat
er al wat is uitgetrokken voor politiecapaciteit en ook voor Roze in Blauw. Nou krijg
ik toch te horen dat je Roze in Blauw nog steeds érbij moet doen, als een soort hobby,
zeg ik maar even oneerbiedig. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?
Staatssecretaris Becking:
Roze in Blauw is een vrijwillig netwerk. Meer capaciteit is dus afhankelijk van de
intrinsieke motivatie van de agenten zelf; ja, dat klopt.
Mevrouw Podt (D66):
Maar als ze dan eigenlijk zo bepalend zijn voor het feit dat mensen op een veilige
en goede manier kunnen melden, dan vraag ik me toch af ... Het is mooi dat mensen
dat erbij willen doen, maar daar zou het natuurlijk niet van afhankelijk moeten zijn.
Staatssecretaris Becking:
Ik kan daar het volgende over zeggen. Komend jaar gaan we kijken naar de effecten
op de investeringen die gedaan zijn. We gaan kijken hoe dit uitwerkt. Daarover wordt
dan gerapporteerd.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Staatssecretaris Becking:
Dan kom ik bij de volgende vraag van mevrouw Podt: «Kunt u zorgen dat wordt uitgezocht
welke lhbtiq+-organisaties geblokkeerd zijn door Meta? Wat is hier gebeurd? Kunt u
er met andere lidstaten voor zorgen dat sociale media zich aan de wet houden?» Ik
hou die ontwikkelingen goed in de gaten samen met mijn collega van BZK. Zeer grote
onlineplatforms, waaronder Meta, vallen echt onder het toezicht van de Europese Commissie.
We zullen deze ontwikkelingen wel daar signaleren.
Mevrouw Moorman vroeg mij: welke maatregelen neemt u om anti-lhbtiq+-campagnes en
desinformatie tegen te gaan? Het kabinet bestrijdt de verspreiding van desinformatie
met de rijksbrede strategie Effectieve aanpak desinformatie. Dit gebeurt onder coördinatie
van BZK en daar ben ik nauw bij aangesloten.
Mevrouw Podt (D66):
Dan even over Meta. Het is mooi dat de Staatssecretaris dit wil signaleren bij de
Europese Commissie, maar mijn vraag ging ook over het volgende. De mensen en die organisaties
krijgen nu geen antwoord van Meta over de reden waarom dat is gebeurd. Mijn vraag
was of de Nederlandse overheid deze mensen kan bijstaan om daar een antwoord op te
krijgen, want daar is Meta gewoon toe verplicht.
Staatssecretaris Becking:
Ik kan daaraan toevoegen dat de Europese Commissie de uitvoering en naleving van de
DSA, de Digital Services Act, zo goed mogelijk probeert te laten verlopen. BZK ondersteunt
de inzet van de toezichthouders in hun onafhankelijke roluitoefening. Ondertussen
is BZK aan het verkennen hoe burgers gemakkelijk bezwaar kunnen maken tegen moderatiebesluiten
van onlineplatforms. Dat moet bijdragen aan het tegengaan van dat soort praktijken.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Podt, heeft u een vervolgvraag? Of is het zo goed?
Mevrouw Podt (D66):
Nee. Ik vind het niet veel, maar ja.
Staatssecretaris Becking:
De heer Mulder vroeg: waarom geen beleid over het echte gevaar op straat? Er valt
niet aan te tonen dat migranten een significant groter aandeel hebben in geweldsdelicten
jegens lhbtiq+-personen. Politiecijfers tonen geen relatie tussen een migratieachtergrond
en dergelijk geweld. We weten wel dat het overgrote deel van de daders man is.
Mevrouw Moorman wil graag een reactie op de tweets van vicepremier Mona Keijzer. Ze
vroeg: spreekt het kabinet met één mond? Ik denk dat die vraag aan mevrouw Keijzer
gericht moet zijn. Ik draag als Staatssecretaris voor Emancipatie het emancipatiebeleid
uit namens het kabinet. Dat beleid is uitgewerkt in de Emancipatienota.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Zoals mevrouw Moorman ook al zei, praat het kabinet met één mond. De vicepremier heeft
deze tweet gestuurd. Ik zou toch graag willen weten wat uw reflectie hierop is.
Staatssecretaris Becking:
Ik zei net ook dat het kabinet voor het emancipatiebeleid staat zoals dat in de Emancipatienota
is uitgewerkt. Iedereen moet zich veilig kunnen voelen. Ook op Paarse Vrijdag laten
scholen zien dat dit zo is, dat iedereen erbij hoort en dat iedereen respect verdient.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Zoals mevrouw Moorman ook al zei, gaat mevrouw Keijzer daar in deze tweet eigenlijk
tegenin. Ze zet een knipoog in de tweet. Die gaat eigenlijk in tegen het belang van
Paarse Vrijdag dat we hier allemaal al benoemd hebben. Het gaat ook in tegen het emancipatiebeleid
dat u benoemt. Ik ben heel benieuwd hoe u daarop reflecteert.
Staatssecretaris Becking:
Ik ben Staatssecretaris voor Emancipatie en draag het emancipatiebeleid uit namens
het kabinet. Daar ben ik volgens mij duidelijk over.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Staatssecretaris Becking:
Mevrouw Podt vroeg of ik bereid ben om het NAP voort te zetten. Ik kan in ieder geval
zeggen dat ik de kennis graag wil borgen. De aanpak van seksueel grensoverschrijdend
gedrag en seksueel geweld en de geleerde lessen uit het nationaal actieprogramma,
worden geïntegreerd in de bredere aanpak van geweld tegen vrouwen.
De heer Hamstra vroeg: kan de Staatssecretaris iets zeggen over Veilige Steden en
de effectiviteit daarvan? De effectiviteit van het programma wordt op dit moment geëvalueerd.
De resultaten zijn voor de zomer van 2026 beschikbaar.
Mevrouw Podt (D66):
Het verbaast me toch een beetje dat de Staatssecretaris nu zegt: die lessen worden
geïntegreerd. Dat is allemaal hartstikke leuk, maar de regeringscommissaris is bijkans
net begonnen. We hebben net een jaar achter de rug waarin ongeveer half Nederland
op straat stond om te protesteren tegen het geweld tegen vrouwen. Dan zegt de Staatssecretaris
nu: het is nu wel klaar; we gaan het integreren. Dat lijkt me veel te kort. De regeringscommissaris
heeft er zelf een brief over geschreven dat dat nogal aan de korte kant is en dat
er echt nog wel ruimte en tijd nodig is om hier meer mee te doen. Hoe reflecteert
de Staatssecretaris daarop?
Staatssecretaris Becking:
In die zin ben ik het ermee eens. Het wordt ook onderdeel van een nationaal actieplan
dat vereist is vanuit de EU-Richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en
huiselijk geweld. Het is van belang dat we daarbij een integrale benadering kiezen.
Ik kan nu niet vooruitlopen op hoe dat eruit gaat zien.
De heer Hamstra vroeg ook: «Hoe kan emancipatiebeleid bijdragen aan de veiligheid
van vrouwen? Welke mogelijkheden zijn er om dit te bekostigen?» Genderongelijkheid,
schadelijke gendernormen en stereotypen dragen bij aan het voortduren van geweld tegen
vrouwen. Het emancipatiebeleid is erop gericht dit te bestrijden en draagt zo bij
aan het bevorderen van de veiligheid van vrouwen. Daar is ook bekostiging voor. Die
gaat nu naar verschillende interventies vanuit het NAP, allianties zoals Verandering
van Binnenuit, Act4Respect en het programma Veilige Steden.
Mevrouw Dobbe vroeg naar de laatste stand van zaken van het integraal actieplan inzake
geweld tegen vrouwen. Ik zei er net ook al iets over. U wordt nog voor het einde van
het jaar door de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg geïnformeerd
over de laatste stand van zaken met betrekking tot een integraal actieplan inzake
geweld tegen vrouwen.
De voorzitter:
Nog voor het volgende jaar, is dat 2026 of 2027?
Staatssecretaris Becking:
Dat is nog dit jaar. Ja, dat klopt. Daar wordt hard aan gewerkt achter de schermen;
dat weet ik.
De heer Vermeer vroeg of ik bereid ben de campagnes te richten op acceptatie in steden
in plaats van op het platteland. De campagne «Kleine dingen worden grote dingen» richt
zich op alle jongens in heel Nederland, van elke achtergrond. Om alle perspectieven
zowel in de steden als op het platteland mee te nemen is er naast organisaties voor
biculturele jongeren zoals Femmes for Freedom en Colored Qollective ditmaal ook samengewerkt
met plattelandsjongeren in Nederland. Het is dus een breder verhaal wat dat betreft.
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb de tekst nog even nagekeken. Ik vroeg de Staatssecretaris of hij bereid is
om het zwaartepunt te verschuiven, niet om alle middelen te verschuiven.
Staatssecretaris Becking:
Nou, dat zie ik niet zo. Die campagne richt zich op alle jongens, om te kunnen praten
over mannelijkheid, en laat zien hoe groot groepsdruk kan zijn en hoe onschuldige
opmerkingen een ander effect kunnen hebben dan beoogd. Ik denk dat dat op alle plekken
dezelfde soort boodschap moet zijn.
Mevrouw Moorman vroeg naar de manosphere. Hoeveel scholen weten dat er een lespakket
voor is en welke scholen zijn daar actief mee bezig? Dat weet ik niet precies. Daar
ga ik ook niet over. Het staat scholen namelijk vrij om zelf een keuze te maken in
welk lesmateriaal ze gebruiken.
De heer Mulder vroeg hoe het kan dat in alle documenten de woorden «verplichte bedekking»
of «genitale verminking» of «islam» niet voorkomen. Genitale verminking is in Nederland
strafbaar. In de Emancipatienota staat een overzicht van onze maatregelen tegen schadelijke
praktijken. Binnen het emancipatiebeleid kijken we breder naar de emancipatie van
gesloten gemeenschappen. Daarbij kijken we ook naar verschillende geloofsgemeenschappen,
niet alleen de islam, maar óók de islam.
De heer Mulder vroeg ook waarom er nooit iemand is veroordeeld voor vrouwelijke genitale
verminking terwijl er 41.000 besneden vrouwen in Nederland wonen. Dat is omdat er
weinig tot geen aangiftes zijn. Daarom richt de aanpak van vrouwelijke genitale verminking
zich ook op de signalering; ernstig genoeg.
Dat was het blokje veiligheid, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor deze zeer efficiënte beantwoording; dat zien we weleens anders. Zijn
er nog vragen over dit eerste blokje: veiligheid van vrouwen en lhbtq? Nee. Dan kunnen
we over naar het volgende blokje: volwaardig meedoen.
Staatssecretaris Becking:
Dank u wel, voorzitter. Erken ik de uitdagingen rondom het pensioengat en de financiële
afhankelijkheid van vrouwen van de partner of de overheid, vroeg mevrouw Martens-America.
Ja, ik erken deze uitdagingen. Het pensioengat wordt vooral veroorzaakt door onderliggende
oorzaken op de arbeidsmarkt. Het kabinet zet zich volop in op betere arbeidsmarktkansen
voor vrouwen, bijvoorbeeld door vereenvoudiging van het verlof, het aanpakken van
de loonkloof – daar waren ook vragen over gesteld – het stimuleren van meer uren werk
en het bijna gratis maken van de kinderopvang. Ik denk dat als de verschillen op de
arbeidsmarkt afnemen, het pensioengat ook afneemt. Meer in algemene zin denk ik dat
het ontzettend belangrijk is dat vrouwen gewoon volwaardig meedoen en de uren draaien.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Het is natuurlijk niet altijd een financiële prikkel die ervoor zorgt dat vrouwen
moeten kiezen om fulltime te werken. Dat maakt natuurlijk dit probleem zo ontzettend
groot. Op de korte termijn is het niet nodig om meer uren te werken, maar dames, veelal
dames, moeten zich ervan bewust zijn wat de gevolgen zijn op de langere termijn, zowel
in acht nemend dat een op de drie huwelijken strandt als het feit dat er toch echt
een loonkloof bestaat. Dat los je niet op door de kinderopvang goedkoper te maken,
want we moeten dit probleem tackelen op het moment dat mensen van het mbo, hbo of
wo afkomen. Dus ziet de Staatssecretaris daar dan misschien ook ruimte om het bijvoorbeeld
op te pakken met de Minister van OCW? Hoe kan het zo zijn dat Nederlandse dames zich
daar minder bewust van zijn dan die in alle andere landen om ons heen?
Staatssecretaris Becking:
Er lopen verschillende onderzoeken en projecten op dit terrein, bijvoorbeeld in het
kader van het Nationaal Groeifondsprogramma «Meer uren werkt!» Volgend jaar wil ik
daar uw Kamer over informeren met de collega van SZW. Ik steun ook de alliantie Financieel
Sterk door Werk, die zich richt op het vergroten van de financiële zelfstandigheid
van praktisch opgeleide vrouwen. Een voorbeeld van een concrete activiteit is het
wegnemen van belemmeringen, zoals onregelmatige roosters. Ik kom daar dus graag nog
op terug.
Dan had mevrouw Martens-America een vraag over dat Nederland uitzonderlijk veel parttimers
heeft in vergelijking met de rest van Europa, wat structureel bijdraagt aan de afhankelijkheid.
Het klopt dat er in Nederland relatief veel vrouwen in deeltijd werken. Ik vind het
belangrijk dat vrouwen een bewuste keuze maken en dat zij niet belemmerd worden om
meer uren te maken als ze dat zouden willen. Ik denk dat we iedereen heel goed kunnen
gebruiken in Nederland. Ik draag daar ook aan bij met de alliantie Financieel Sterk
door Werk.
Mevrouw Podt stelde een vergelijkbare vraag. Zij vroeg of ik bereid ben de langetermijneffecten
van meer uren inzichtelijk te maken met gemeenten en relevante instanties. Zeker.
Met de alliantie die ik net al noemde, Sterk door Werk, wordt onderzoek gedaan onder
werkgevers en werknemers in de zorg, schoonmaak en kinderopvang. Met werkgevers worden
inzichten gedeeld over hoe zij belemmeringen kunnen wegnemen, zodat vrouwen het gesprek
kunnen aangaan en zij meer uren kunnen gaan werken. Met het programma Economische
Veerkracht wordt onderzocht wat vrouwen en alle partijen eromheen kunnen doen om de
economische en financiële zelfstandigheid van vrouwen duurzaam te vergroten. Die resultaten
worden dan ook weer gedeeld met alle stakeholders, waaronder gemeenten, het UWV, overheden,
werkgevers en maatschappelijke organisaties.
Mevrouw Podt (D66):
Mijn vraag was toch iets specifieker dan dat. Die ging echt specifiek over het feit
dat gemeenten en organisaties nu vaak met vrouwen zitten en zeggen: het gaat je morgen
zo veel opleveren als je gaat werken. Maar hoe maak je nou inzichtelijk wat het op
de lange termijn doet, zowel voor een pensioengat als voor ontwikkelmogelijkheden
en stappen die je gaat zetten in je carrière?
Staatssecretaris Becking:
Dat is een goeie vraag, maar daar heb ik niet meteen een antwoord op. Het raakt namelijk
nogal wat beleidsterreinen, denk ik. Als er een goeie suggestie is, hoor ik die graag
en dan wil ik daar graag op reageren.
Mevrouw Podt (D66):
Mijn suggestie was dus om dat op te nemen met de collega van SZW en samen te bekijken
hoe we handvatten kunnen bieden aan gemeenten, UWV en andere organisaties.
Staatssecretaris Becking:
Ja hoor, die bereidheid heb ik. Dank u.
Mevrouw Podt vroeg ook ...
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe heeft ook nog een vraag.
Staatssecretaris Becking:
Excuus.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, misschien naar aanleiding van het antwoord dat de Staatssecretaris net gaf. Het
vergroten van de economische zelfstandigheid van vrouwen zit ’m toch wel in meer dan
dat vrouwen alleen meer moeten werken. Het zit ook in de beloning, die omhoog moet
et cetera. Is de Staatssecretaris het daarmee eens?
Staatssecretaris Becking:
Nou, in zoverre dat de beloning omhoog moet zodat die in ieder geval gelijk is aan
die van mannen, ja. Waar er ongelijkheid zou bestaan, moet je die wegnemen, denk ik,
ja.
Dan kom ik bij mevrouw Podt, die vroeg naar expliciet rapporteren over economische
zelfstandigheid als een belangrijk doel op zich. Ik denk dat ik kan bevestigen dat
economische zelfstandigheid een centraal doel in het emancipatiebeleid is. Ik rapporteer
daar ook over, onder andere in de Emancipatiemonitor, in OCW in cijfers en in het
jaarverslag bij de OCW-vergroting.
Mevrouw Dobbe vroeg: de loonkloof blijft hoog; wat doet u daaraan? Nou, in het wetsvoorstel
Loontransparantie wordt de EU-richtlijn loontransparantie geïmplementeerd. Er is dus
Europese wetgeving, die we ook in Nederland gaan invoeren. Daar staan maatregelen
in om de gelijke beloning van mannen en vrouwen te vergroten. Het streven is om dat
wetsvoorstel voor het einde van het jaar aan te bieden aan de Raad van State. De behandeling
in uw Kamer wordt voorzien in de eerste helft van het komende jaar.
Mevrouw Dobbe vroeg ook ...
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe heeft eerst nog een vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Voorziet dat dan ook in de volledige implementatie van de richtlijn uit Europa?
Staatssecretaris Becking:
Het antwoord is ja.
U vroeg ook: het vergoedingspercentage voor ouderschapsverlof moet naar 100%, wat
doet u daaraan? Op dit moment zijn er geen voornemens, of financiële middelen, om
de uitkering tijdens het ouderschapsverlof te verhogen van 70% naar 100% van het dagloon.
Of zo’n maatregel passend zou zijn of genomen moet worden, is aan een volgend kabinet.
Mevrouw Dobbe vroeg ook de beloningsverschillen tussen sectoren in kaart te brengen
en aan te pakken met maatregelen. Vorige week is de CBS-monitor over loonverschillen
verschenen. Die geeft inzicht in de beloningsverschillen tussen sectoren. De invoering
van het wetsvoorstel over loontransparantie zal daar ook aan bijdragen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het wetsvoorstel over loontransparantie gaat natuurlijk heel erg over vrouwen in gelijksoortige
beroepen als mannen, die minder verdienen dan mannen. Het gaat mij echt om de sectoren
waarin veel vrouwen werken en die ondergewaardeerd worden, waardoor de beloning achterblijft
ten opzichte van andere sectoren. Ik vroeg mij af of de Staatssecretaris daar inzicht
in kan geven.
Staatssecretaris Becking:
Dat kan ik, maar dan wel in tweede termijn.
Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Dobbe over het tegengaan van loonverschillen in
publieke sectoren en het benutten van de loonruimte in de cao’s. De vakministers stellen
jaarlijks via de arbeidskostenontwikkeling extra geld beschikbaar voor marktconforme
loonontwikkeling. Daarna is het aan partijen aan de cao-tafel om met die extra middelen
een passende cao af te sluiten. Ik ben geen onderhandelende partij aan een cao-tafel.
Op grond van internationale verdragen mag ik me daar zelfs niet mee bezighouden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Deze discussie eindigt altijd een beetje met dit antwoord: wij gaan niet over de cao-onderhandelingen.
Dat is terecht. Maar bijvoorbeeld in de zorg bestaat nog een loonkloof met de rest
van de publieke sector, volgens mij van om en nabij de 10%. Als ze niet genoeg middelen
krijgen van het Rijk om aan die cao-tafel die loonkloof te dichten en de arbeidsvoorwaarden
te verhogen, lukt dat niet. Daar ligt dus wel een verantwoordelijkheid voor het Rijk.
Erkent de Staatssecretaris dat?
Staatssecretaris Becking:
Ik wil wel erkennen dat het Rijk in algemene zin die verantwoordelijkheid draagt,
maar hoe dat in de praktijk wordt toegepast ... Ten eerste weet ik dat niet en ten
tweede ga ik daar als Staatssecretaris Emancipatie niet over.
De voorzitter:
Uw laatste vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar het is natuurlijk wel zo ... Als je die loonkloof wil oplossen in een sector
waar veel vrouwen werken, waardoor die vrouwen dus achtergesteld worden omdat de lonen
achterblijven, moet daar extra geld bij vanuit het Rijk. Dat heeft heel veel met emancipatie
te maken. Is de Staatssecretaris bereid om zich daarvoor te gaan inzetten bij zijn
vakcollega?
Staatssecretaris Becking:
Ik wil best onder de aandacht brengen dat dit een belangrijk punt is, ja. Dan ga ik
hem bellen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Krijgen wij een terugkoppeling?
Staatssecretaris Becking:
Ja, natuurlijk wil ik laten weten hoe dat gesprek verloopt.
De voorzitter:
Daarmee is het een officiële toezegging geworden. Die is namelijk afhankelijk van
of er een terugkoppeling komt. Wanneer denkt u daar een terugkoppeling over te gaan
geven?
Staatssecretaris Becking:
Dat wordt dan het eerste kwartaal van volgend jaar.
De voorzitter:
Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.
Staatssecretaris Becking:
Dan de volgende vraag van mevrouw Dobbe: wilt u ervoor zorgen dat het uitstel van
de stelselherziening kinderopvang niet leidt tot afstel? De stelselherziening kinderopvang
gaat door. Het gaat om een grote, complexe operatie, waarbij de uitvoering en de kinderopvangsector
voldoende tijd moeten hebben voor een goede voorbereiding. De internetconsultatie
heeft tot eind november opengestaan. Het kabinet wil voor de zomer van 2026 een wetsvoorstel
indienen bij de Tweede Kamer. De nieuwe financiering wordt daarom ingevoerd per 2029.
Het kabinet zet daarvoor alles op alles.
Mevrouw Dobbe vroeg hoe ik ouders help om de toegang tot de kinderopvang te verbeteren.
Mijn collega bij SZW treft hiervoor een aantal maatregelen. Er wordt actief beleid
gevoerd rondom personeelstekorten. Er worden meer krachten aangetrokken. Urenuitbreiding
wordt bekeken. Er is sprake van een jaarlijkse indexatie van de kinderopvangtoeslag.
Er zijn vast nog een heleboel andere maatregelen.
Mevrouw Dobbe vroeg ook naar de motie over private equity. Die is niet uitgevoerd.
Zij wil weten hoe ik daartegen aankijk. Ik heb begrepen dat het te maken heeft met
de brief die de Staatssecretaris Participatie en Integratie op 20 december heeft gestuurd
over het niet uitvoeren van die motie. Het valt ook onder zijn verantwoordelijkheid.
De hoofdreden is eigenlijk de negatieve impact op het aanbod van kinderopvang bij
het afschaffen van private equity in de kinderopvang. Dat aanbod hebben we juist hard
nodig.
Mevrouw Dobbe vroeg ook ...
De voorzitter:
Voordat u verdergaat: mevrouw Dobbe wil nog even door op dit punt.
Mevrouw Dobbe (SP):
Die brief heb ik natuurlijk ook gelezen. Het stoort mij echt mateloos dat moties die
worden aangenomen door de Kamer, worden afgedaan met zo weinig onderbouwing als «het
is niet wenselijk». Het is wel uitvoerbaar, maar het kabinet vindt het niet wenselijk.
Nee, dat wisten we al. Daarom hebben wij een motie aangenomen. Daarom heeft de Tweede
Kamer zich uitgesproken. Mijn vraag is dan: als dit volgens het kabinet zou leiden
tot bijvoorbeeld langere wachtlijsten, mag ik daar dan ook de analyse van ontvangen?
Staatssecretaris Becking:
Hier kan ik niks over toezeggen. Het is niet mijn verantwoordelijkheid; het is de
verantwoordelijkheid van mijn collega, die die brief ook heeft gestuurd. Daar moet
ik dus echt naar verwijzen. Anders kom ik nu in een debat over kinderopvang terecht.
Volgens mij is dat niet de bedoeling van vandaag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat vind ik wel ingewikkeld, want u bent verantwoordelijk voor de portefeuille Emancipatie
en we kunnen kinderopvang niet los zien van emancipatie. Ik zou u dus willen vragen
om uw rolopvatting en uw verantwoordelijkheid hierin serieus te nemen en te zorgen
dat wij als Kamer die onderbouwing kunnen ontvangen, zodat we ook zelf kunnen bekijken
wat voor invloed het zou hebben – volgens het kabinet heeft het invloed – als private
equity uit de kinderopvang zou gaan.
Staatssecretaris Becking:
Jawel, maar ik ben de coördinerend bewindspersoon voor emancipatie. Er zijn natuurlijk
raakvlakken met de kinderopvang, omdat die de emancipatie van met name vrouwen ten
goede komt, maar als u mij vragen stelt over hoe de kinderopvang in Nederland wordt
ingeregeld, welke partijen die aan mogen bieden en wat dat kost, dan overvraagt u
mij gewoon.
De voorzitter:
Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.
Staatssecretaris Becking:
Ten slotte. Mevrouw Dobbe vroeg of ik bereid ben om de pil in het basispakket op te
nemen. De vergoeding van anticonceptie valt onder de Minister van VWS.
Dat is het einde van dit blokje.
De voorzitter:
Dank u wel. Is er nog een vraag blijven liggen in deze ronde? Nee? Dan gaan we naar
het blokje overige vragen en algemeen.
Staatssecretaris Becking:
Het blokje algemeen en overig. Mevrouw Podt en mevrouw Moorman vroegen om een kabinetsreactie
in het wetstraject waarmee de bescherming van onder anderen transgender en intersekse
personen tegen groepsbelediging en discriminatie wordt vergroot. Zij vroegen of die
in Q1 van het komende jaar naar de Kamer wordt gestuurd. Dat wetsvoorstel ligt bij
mijn collega’s van BZK en Justitie en Veiligheid. Zij hebben, gelet op de huidige
politieke situatie, besloten om de vragen uit het verslag en de wetenschapstoets met
betrekking tot dit wetsvoorstel over te laten aan een volgend kabinet.
Mevrouw Podt vroeg of er al effecten bekend zijn van de Wet strafverzwaring. Deze
wet is in werking getreden op 1 juli en zal na vijf jaar geëvalueerd worden. Conform
een toezegging van de Minister van Justitie en Veiligheid aan uw Kamer zal in het
jaarlijkse discriminatierapport van het Openbaar Ministerie van komend jaar expliciet
aandacht worden besteed aan de eerste ervaringen met het wetsartikel.
Mevrouw Moorman vroeg: waarom is er nog steeds geen verbod op nnmb’s? Ik erken dat
die moeten worden voorkomen. Daar hoeft geen nader onderzoek naar te worden gedaan.
We zijn echter wel aan het onderzoeken wat de meest wenselijke vorm van regulering
is, wat ook is toegelicht in de brief die op 16 juni aan uw Kamer is gestuurd.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik zou graag van de Staatssecretaris willen weten op welke termijn we dit kunnen ontvangen.
Er wordt nu onderzoek gedaan naar de implementatie. U geeft aan dat het van belang
is, dus ik zou het graag willen weten.
Staatssecretaris Becking:
Daar kom ik graag even op terug in de tweede termijn.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Oké, dank.
Staatssecretaris Becking:
Mevrouw Moorman vroeg of het kabinet een mogelijkheid ziet om meerouderschap alsnog
wettelijk te regelen voor nieuwe en bestaande gezinnen. Op 19 november van dit jaar
heeft het Kamerlid Michon een initiatiefvoorstel voor de introductie van juridisch
meerouderschap ingediend. De consultatie daarvan loopt af op 31 januari volgend jaar.
Ik wacht dat proces af.
De heer Mulder vroeg waarom er niets wordt gezegd over de patriarchale cultuur. Binnen
het emancipatiebeleid hebben we specifieke aandacht voor de rol van mannen. Zo wordt
er een subsidieregeling opgezet met betrekking tot jongens en mannen bij het voorkomen,
signaleren en bestrijden van gendergerelateerd geweld. Hierbij is ook oog voor traditionele
gendernormen, structurele ongelijkheid en de patriarchale cultuur.
De heer Edgar Mulder (PVV):
De Staatssecretaris moet al lachen, voorzitter. Het is wel erg grappig. Ik had het
over de islam, maar dat weet hij. Hij maakt er een grapje van, maar dat moet hij zelf
weten.
Staatssecretaris Becking:
Dan kom ik bij de vraag van de heer Mulder. Hij wil separate opvang voor lhbtiq+’ers
in azc’s. Hij vroeg: kunt u niet beter stoppen met de import van alles wat antihomo
en pro-islam is? Ik ben niet per se voorstander van aparte opvanglocaties. Door volledig
aparte opvanglocaties in te richten isoleer je kwetsbare groepen en dat wil ik het
liefst vermijden.
De heer Vermeer vroeg wat de echte effecten van het emancipatiebeleid zijn. Volgens
de periodieke rapportage van bureau AEF is het zeer aannemelijk – dat is hun term
– dat het emancipatiebeleid effectief is. Het financieren van allianties, van maatschappelijke
partners, is volgens hen effectief. Mijn rijksbreed coördinerende rol wordt als positief
beoordeeld. Het ingezette beleid is wetenschappelijk onderbouwd.
De heer Hamstra vroeg: hoe gaat u ervoor zorgen dat het emancipatiebeleid niet alleen
meetbaar, maar ook merkbaar is? Dat is eigenlijk een beetje hetzelfde antwoord dat
ik net heb gegeven, dus dat ga ik niet herhalen.
De heer Vermeer vroeg: hoe denkt u over de maatregelen in landen als Spanje en Frankrijk,
waar rechters de mogelijkheid hebben om daders van discriminatie te verplichten tot
het volgen van een cursus over gelijke behandeling en niet-discriminatie? Ik heb de
Spaanse en Franse maatregelen niet bestudeerd, dus daar kan ik eigenlijk geen inhoudelijke
uitspraak over doen.
De heer Vermeer vroeg ook of ik de Minister van Justitie en Veiligheid wil verzoeken
om dit met een wetsaanpassing ook in Nederland uit te werken en zo ja, of ik dan bereid
ben om voor die samenwerking middelen vrij te maken die nu naar campagnes gaan die
het probleem niet oplossen. Ik kan uw verzoek met betrekking tot een wetsaanpassing
doorgeleiden naar de Minister van Justitie en Veiligheid; dat kan ik doen. Ik acht
het ontijdig om hier nu al middelen voor vrij te maken. Daarbij wil ik graag meegeven
dat publiekscampagnes wel een rol hebben in het tegengaan van discriminatie. Zij dragen
namelijk bij aan het kweken van begrip tussen verschillende groepen en aan het normeren
van onwenselijk gedrag.
De heer Hamstra vroeg wat ik wil doen aan leeftijdsdiscriminatie van ouderen en of
ik de emancipatie van mensen met een beperking wil opnemen in het emancipatiebeleid.
Leeftijdsdiscriminatie valt onder het mandaat van de Minister van BZK en de coördinerend
bewindspersoon voor mensen met een beperking valt onder VWS. Mijn mandaat beperkt
zich tot de emancipatie van vrouwen en lhbtiq+-personen. In de Emancipatiemonitor
2024 is wel aandacht besteed aan de factoren «leeftijd» en «beperking». Die informatie
gebruik ik uiteraard graag voor de beleidsinzet voor vrouwen en lhbtiq+-personen met
deze achtergronden of kenmerken.
Mevrouw Dobbe vroeg hoe het staat met de motie-Dobbe/Van Campen over de aanpak van
desinformatie en met het onderzoek naar anti-emancipatie-invloeden en het versterken
van weerbaarheidsorganisaties. Die motie is volop in uitvoering. Ik ben aangesloten
bij de rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie om te zorgen
dat er continue aandacht is voor desinformatie over vrouwen en lhbtiq+-personen. Ik
tref extra maatregelen om organisaties in het emancipatiedomein te versterken met
het oog op weerbaarheid. Denk bijvoorbeeld aan de toolkit voor veiligheid en weerbaarheid,
de handreiking omgaan met misinformatie en het organiseren van bijeenkomsten die kennisdeling
en samenwerking stimuleren. Ik verken momenteel de opties en de mogelijkheden voor
aanvullend onderzoek naar anti-emancipatoire invloeden in Nederland.
Mevrouw de voorzitter, ik ben door het blokje heen.
De voorzitter:
Dank u wel. Zijn er nog vragen blijven liggen bij de Kamerleden? Mevrouw Vliegenthart.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij heb ik het antwoord gemist op de vraag wat er na 2026 gaat gebeuren met
het programma over seksueel geweld en de regeringscommissaris. Het kan zijn dat ik
die in de snelheid heb gemist.
Staatssecretaris Becking:
Daar heb ik al antwoord op gegeven.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Zou u het antwoord even willen herhalen en mij willen vergeven dat ik het bij de beantwoording
moest overnemen?
Staatssecretaris Becking:
Ik heb daarover gezegd dat we die kennis graag willen bewaren. We willen naar een
integraal nationaal programma toewerken. Ik kan niet iets toezeggen over de concrete
voortzetting van dat nationaal programma in zijn huidige vorm.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Oké, dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Dobbe nog.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb nog één verduidelijkende vraag over de anti-emancipatoire beïnvloeding die
plaatsvindt. Hoorde ik de Staatssecretaris nou net zeggen dat hij aan het verkennen
of overdenken is – ik weet niet precies welke woorden hij gebruikte – om daar aanvullend
onderzoek naar te doen? Volgens mij vraagt onze motie om een onderzoek te doen. Deze
motie is ook aangenomen, dus ik hoop dat het niet «verkennen» is, maar dat het een
vooruitblik was naar onderzoek dat gaat plaatsvinden.
Staatssecretaris Becking:
Ik wacht eerst het wetsvoorstel Transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke
organisaties, de Wtmo, en het onderzoek van SZW naar de juridische definitie van problematisch
gedrag af, waarin ook de verspreiding van anti-emancipatoir gedachtegoed wordt meegenomen.
Dan kan je afwegen wat de toegevoegde waarde is van een aanvullende juridische grondslag
voor ministeries en of het effectief bijdraagt aan het tegengaan van anti-emancipatoire
invloeden. De Wtmo is belegd bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en is momenteel
in behandeling bij de Eerste Kamer. Ik vergat dat net te zeggen. Op 13 januari 2026
staat een tweede schriftelijke ronde over de Wtmo gepland. Het SZW-onderzoek dat ik
net noemde, komt in Q1 van 2026 naar uw Kamer.
De voorzitter:
Nogmaals dank u wel voor de zeer efficiënte beantwoording. We gaan naar de tweede
termijn van de Kamer. Die gaan we weer op begrotingsvolgorde doen. Daarmee is de eerste
beurt aan mevrouw Podt van D66.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Ik had er heel veel zin in vandaag, maar ik moet even wennen aan het tempo.
Allemachtig. Veel dank aan de Staatssecretaris en de ambtenaren die hier zitten voor
de beantwoording. Ik moet zeggen dat ik bij sommige dingen toch nog een beetje dacht:
mwah. Het mag nog wel met iets meer voortvarendheid, denk ik, maar ik zal nog niet
gelijk in mijn allereerste debat mijn hand overspelen.
Ik heb één motie gemaakt. Die gaat specifiek over het rapport van de Kinderombudsman.
Die dien ik mede namens het CDA in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat lhbti+-kinderen vaker bedreigd en gepest worden;
overwegende dat de Kinderombudsman in het rapport Verborgen in het volle zicht een
aantal concrete aanbevelingen doet om acceptatie van deze kinderen en hun gevoel van
veiligheid te vergroten;
van mening dat ieder kind het recht heeft om vrij en veilig op te groeien en mee te
doen in de samenleving;
verzoekt de regering in het emancipatiebeleid expliciet aandacht te hebben voor deze
groep kinderen, de aanbevelingen van de Kinderombudsman waar mogelijk en passend over
te nemen, en de Kamer hier in 2026 over te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Podt en Hamstra.
Zij krijgt nr. 28 (36 800 VIII).
Mevrouw Podt (D66):
Dat was het.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Mulder van de PVV.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Geen bijdrage en geen moties.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Martens-America heeft ook geen bijdrage.
Mevrouw Vliegenthart, wilt u nog twee zinnen toevoegen aan de moties die al ingediend
zijn?
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Nee, hoor, ik laat het hierbij.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Hamstra, CDA.
De heer Hamstra (CDA):
Voorzitter, dank. Dank voor de beantwoording van de Staatssecretaris in de eerste
termijn. Ik heb nog een aantal vragen. De eerste gaat over de aangiftebereidheid,
waar ik in de eerste termijn bij stilstond. Ik hoor de Staatssecretaris zeggen dat
daar bij de Politieacademie wel aandacht aan wordt besteed. Mijn vraag aan de Staatssecretaris
is: vindt u dat op dit moment genoeg? Hoe kijkt u daarnaar? Graag uw reflectie hierop.
Tot slot een tweede vraag. Ik snap wat de Staatssecretaris zegt over discriminatie
van ouderen en van mensen met een beperking: dat zit respectievelijk bij BZK en VWS.
Primair zeg ik: dat vind ik toch wel jammer en misschien wat mager. Mijn vraag aan
de Staatssecretaris zou dus zijn: bent u bereid om dit met uw collega’s van BZK en
VWS op te pakken vanuit uw coördinerende rol, om te kijken of we daar misschien toch
wat meer voor kunnen doen?
Voorzitter. Daar wil ik het graag bij laten. Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot mevrouw Dobbe van de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Een aantal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen met 10,5% nog steeds aanzienlijk
is;
overwegende dat het ouderschap voor vrouwen nog steeds een buitenproportionele rem
op hun carrière is;
verzoekt de regering te onderzoeken of volledige doorbetaling bij ouderschapsverlof
een bijdrage zou leveren aan het dichten van de loonkloof,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 29 (36 800 VIII).
Mevrouw Dobbe (SP):
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen een blijvend probleem is;
overwegende dat veel maatregelen om de loonkloof tegen te houden, nu niet worden genomen;
verzoekt de regering om een actieplan tegen de loonkloof te ontwikkelen met daarin
in ieder geval een versnelde en volledige implementatie van de Europese richtlijn
voor loontransparantie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 30 (36 800 VIII).
Mevrouw Dobbe (SP):
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het gemiddelde salaris van vrouwen nog steeds 10,5% lager is dan
dat van mannen en de loonkloof daarmee aanzienlijk is;
overwegende dat veel beroepen waarin vrouwen zijn oververtegenwoordigd, zoals in de
zorg, relatief weinig betaald krijgen, hetgeen aan de loonkloof bijdraagt;
overwegende dat de overheid er alles aan moet doen om de loonkloof tussen mannen en
vrouwen te verkleinen;
verzoekt de regering het verband tussen het aandeel werkzame vrouwen en de financiële
beloning in de publieke sector inzichtelijk te maken en maatregelen te inventariseren
om deze kloof te dichten, waaronder de hoogte van de loonruimte bij onderhandelingen
over arbeidsvoorwaarden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 31 (36 800 VIII).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan wil ik toch nog mijn teleurstelling uitspreken over het antwoord op mijn vraag
over private equity of sprinkhaankapitalisten in de kinderopvang. Die motie is namelijk
ingediend in de context van een emancipatiedebat. Die is ook in die context door deze
Tweede Kamer aangenomen. We krijgen vervolgens een briefje van een andere bewindspersoon
waarin staat: wij voeren die motie niet uit. Als we er vervolgens naar vragen, moeten
we weer naar een andere bewindspersoon, in plaats van dat we tijdens dit debat een
antwoord krijgen. Ik vind dat wel ingewikkeld zo. Ik voel ook niet dat moties die
zijn aangenomen in de Tweede Kamer, over zo’n belangrijk onderwerp, heel serieus worden
genomen. We zullen hier dus op een andere manier mee verdergaan, maar we stoppen er
niet mee.
De voorzitter:
Dank u wel. Staatssecretaris, hoeveel tijd heeft u nodig voor de beantwoording en
de reactie op de moties? Tien minuten? Oké. Dan gaan wij om 13.25 uur verder. Ik schors
even de vergadering.
De vergadering wordt van 13.14 uur tot 13.28 uur geschorst.
De voorzitter:
Dames en heren, het wordt heel gezellig, maar we gaan lekker verder met de beantwoording
van de Staatssecretaris. Graag stilte. De Staatssecretaris.
Staatssecretaris Becking:
Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een enkele vraag genoteerd. Mevrouw Dobbe vroeg
of ik wil erkennen dat de lonen in bepaalde sectoren dalen als er meer vrouwen werken.
Ja. Dat fenomeen heet loondemping. De Universiteit Maastricht heeft daar onder andere
onderzoek naar gedaan in Nederland. Om dat verschijnsel te voorkomen is het van groot
belang dat de status van en de perceptie over werkende vrouwen veranderen. Om die
reden werkt het kabinet ook aan het doorbreken van die genderstereotypering bij onder
andere loopbaanontwikkeling en beroepskeuze. De loonmonitor, de monitor die ik al
genoemd heb, splitst al uit naar sectoren. Het aandeel werkzame vrouwen staat er onder
andere in, net zoals de financiële beloning in de publieke sector, uitgesplitst naar
sectoren.
De heer Hamstra vroeg naar de meldingsbereidheid van de Politieacademie. Samen met
Justitie en Veiligheid blijven wij ons inzetten voor dit thema en blijven we kijken
wat we nog meer kunnen doen. De maatregelen uit de versterkte aanpak lhbtiq+-personen
zijn slechts een eerste stap.
De heer Hamstra vroeg of ik bereid ben met VWS en BZK in gesprek te gaan om in het
kader van emancipatie ook leeftijdsdiscriminatie van ouderen tegen te gaan. Dat kan
ik aan de heer Hamstra toezeggen. Ik zal met beide bewindspersonen in gesprek gaan.
Dan kom ik bij de appreciatie van de moties.
De voorzitter:
Eerst nog een vraag van de heer Hamstra.
De heer Hamstra (CDA):
Ik houd het heel kort, voorzitter. Kan de Staatssecretaris daarover een terugkoppeling
geven aan de Kamer als hij dat gesprek heeft gevoerd?
Staatssecretaris Becking:
Vanzelfsprekend.
De heer Hamstra (CDA):
Weet u wanneer dat ongeveer zou lukken?
Staatssecretaris Becking:
Q1.
De heer Hamstra (CDA):
Oké, dank.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij heeft de Staatssecretaris ook toegezegd in tweede termijn aan te geven
wanneer een terugkoppeling gegeven kan worden over het onderzoek naar nnmb’s.
Staatssecretaris Becking:
Dat is eind 2026.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Oké. De eerste motie stamt uit 2024. In de laatste motie die is aangenomen, is ook
nog een handreiking gedaan over de vorm die de Kamer voor het verbod voor ogen heeft.
Er zijn dus al heel veel handreikingen gedaan. Ik wil eigenlijk vragen of dat voor
de zomer zou kunnen, want dit speelt al zo ontzettend lang.
Staatssecretaris Becking:
Ik begrijp dat dit nu niet kan.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik zou dan graag willen weten waarom het niet kan.
Staatssecretaris Becking:
Het antwoord daarop is dat het onderzoek naar de juridische mogelijkheden nog loopt.
De voorzitter:
Kunt u zeggen wanneer die wel kan komen?
Staatssecretaris Becking:
Het streven is eind 2026. Wat ik ervan kan maken is: zo snel als mogelijk. Ik zal
wel nog even nagaan of het ook sneller kan.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
We gaan van «eind 2026» naar «het streven is eind 2026». Ik zou wel graag een strakke
toezegging willen. We zijn al bijna twee jaar verder sinds de eerste aangenomen motie.
Staatssecretaris Becking:
Ik wil u graag tegemoetkomen, maar ik kan het niet helemaal overzien. Ik heb daar
wat meer tijd voor nodig. Ik kan u daar wel een briefje over sturen.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ja.
Staatssecretaris Becking:
Oké, dan doen we dat.
De voorzitter:
Volgens mij zei de Staatssecretaris: eind 2026 of zo veel eerder als mogelijk is.
Staatssecretaris Becking:
Of zo veel eerder als mogelijk is.
De voorzitter:
Dan is het misschien ... Fijn. Dank. Goed.
Zijn er nog andere vervolgvragen naar aanleiding van de beantwoording van de Staatssecretaris?
Nee. Dan kan de Staatssecretaris verdergaan met het oordeel over de moties.
Even over de motie op stuk nr. 27 van de heer Vermeer. Deze motie is inmiddels gewijzigd. In de motie stond: verzoekt
de regering de wet aan te passen. Dat is geworden: verzoekt de regering in gesprek
te gaan met Spanje en Frankrijk. Maar dat is voor zo meteen. De Staatssecretaris is
op de hoogte van deze wijziging.
De Staatssecretaris.
Staatssecretaris Becking:
De motie-Moorman op stuk nr. 24: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 24: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Becking:
De motie-Moorman op stuk nr. 25: ontraden. Het is niet aan het kabinet om lesmateriaal aan te prijzen. Dat is aan
de scholen zelf.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 25: ontraden.
Staatssecretaris Becking:
De motie-Moorman op stuk nr. 26: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 26: ontraden.
Staatssecretaris Becking:
Er is geen financiële dekking. We kiezen voor een geïntegreerde aanpak, voor een brede
aanpak, ook in lijn met de motie-Becker van 22 september 2025.
De motie-Vermeer op stuk nr. 27: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 27: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Becking:
De motie op stuk nr. 28: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 28: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Becking:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 29 is wat mij betreft ontijdig. Ik wil het wel onder de aandacht brengen bij de collega’s
van SZW, maar eigenlijk wordt dat al meegenomen. Dat wil ik nog wel een keer bevorderen,
maar in die zin is de motie ontijdig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 29: ontijdig.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap het niet helemaal. Het wordt al meegenomen en de Staatssecretaris gaat het
misschien onder de aandacht brengen. Wat is het nou?
Staatssecretaris Becking:
Die grote onderzoeken, die ik in de eerste termijn al benoemde, lopen al. Ik kan onder
de aandacht brengen of ze ook willen kijken of de volledige doorbetaling bij ouderschapsverlof
een bijdrage zou leveren aan het verkleinen van de loonkloof. Dat kan ik toezeggen.
Dat loopt dus. Ik kan kijken of ik kan bevorderen dat ze dit ook meenemen. Punt.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, maar het is of het een of het ander: óf er loopt een onderzoek waarin dit wordt
meegenomen óf er loopt geen onderzoek waarin dit wordt meegenomen, maar er loopt een
ander onderzoek. Wij vragen om dit te onderzoeken. Dus als dit nu al wordt onderzocht,
zou de motie overbodig zijn, maar het oordeel ontijdig snap ik dan niet.
Staatssecretaris Becking:
Zo specifiek kan ik dat niet beantwoorden, dus dan moet ik de motie ontraden.
De voorzitter:
Dan wordt de motie op stuk nr. 29 ontraden. De motie op stuk nr. 30.
Staatssecretaris Becking:
De motie op stuk nr. 30 ontraad ik. De eerste stap in dit traject is het wetsvoorstel Loontransparantie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 30: ontraden.
Staatssecretaris Becking:
De motie op stuk nr. 31 ontraad ik ook. De CBS-monitor maakt het al inzichtelijk en ik heb toegezegd in gesprek
te gaan met de collega’s over loonruimte en loonkloof.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 31: ontraden.
Daarmee zijn we aan het einde van ... O, mevrouw Podt nog.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter, zou u misschien nog één keertje de gewijzigde tekst van de motie op stuk
nr. 27 kunnen herhalen? Ik hoorde iets over «in gesprek gaan». Kunt u het hele dictum voorlezen?
De voorzitter:
Het probleem is dat de gewijzigde motie wel aangeleverd is bij de Griffie plenair,
maar nog niet bij ons en dat deze ook nog niet raadpleegbaar is op de website. De
tekst is dus ongeveer zo. Let dus goed op als u de moties gaat beoordelen voor de
fractie. Maar de tekst zal ongeveer zoiets zijn als «verzoekt de regering in gesprek
te gaan met Spanje en Frankrijk» in plaats van wat eerst stond: verzoekt de regering
de wet aan te passen.
Mevrouw Podt (D66):
Oké. Nou ...
De voorzitter:
Ja, het is een bijzondere figuur omdat de heer Vermeer natuurlijk niet meer aanwezig
is. Ik kon het oordeel over de oude motie vragen, maar omdat ik wist dat er een nieuwe
motie komt, is het oordeel van de Staatssecretaris gericht op de nieuwe motietekst.
Die krijgt oordeel Kamer.
Mevrouw Podt (D66):
Oké, dank u wel. Sorry, mag ik er toch nog één vraag over stellen aan de Staatssecretaris?
Er staat nu bij de overwegingen «overwegende dat het huidige emancipatiebeleid te
veel inzet op symbolische campagnes en te weinig op effectieve handhaving en bescherming
van slachtoffers». Geeft de Staatssecretaris met «oordeel Kamer» aan dat hij het daarmee
eens is?
Staatssecretaris Becking:
Nee, het gaat alleen om de actie die wordt gevraagd aan de Staatssecretaris. Daarover
geef ik «oordeel Kamer».
Mevrouw Podt (D66):
Oké, dus dat is de interpretatie bij deze motie.
Staatssecretaris Becking:
Van mij wel, ja.
Mevrouw Podt (D66):
Oké, prima. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor deze duidelijkheid. Wij zijn aan het einde gekomen van dit commissiedebat.
De Staatssecretaris heeft de volgende toezeggingen gedaan.
− Uiterlijk eind 2026 ontvangt de Kamer de voortgangsrapportage versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid,
waarin ook Roze in Blauw terugkomt.
− Nog in 2025 wordt de Kamer geïnformeerd over het integraal actieplan geweld tegen
vrouwen, via de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg.
− Volgend jaar wordt de Kamer geïnformeerd over het Groeifondsprogramma «Meer uren werkt!».
Heeft de Staatssecretaris nog een idee over wanneer volgend jaar?
Staatssecretaris Becking:
Nee, voorzitter.
De voorzitter:
Ergens in 2026.
− De Kamer krijgt in het eerste kwartaal van 2026 een terugkoppeling van het gesprek
dat de Staatssecretaris zal voeren met de Minister van SZW over gelden die het Rijk
beschikbaar stelt ten behoeve van de lonen in bepaalde sectoren.
− De Staatssecretaris gaat met de bewindspersonen van VWS en SZW in gesprek over leeftijdsdiscriminatie
en komt hier in het eerste kwartaal van 2026 op terug.
− De Kamer wordt zo spoedig mogelijk, in ieder geval voor eind 2026, geïnformeerd over
het onderzoek naar het verbod op non-consensuele en niet-noodzakelijke medische behandeling.
De Staatssecretaris komt in een brief terug op de termijn.
Over de moties wordt donderdag 18 december 2025 gestemd. Ik dank de Staatssecretaris
hartelijk voor de beantwoording van de vragen tijdens dit wetgevingsoverleg. Ook dank
ik de aanwezige Kamerleden en alle geïnteresseerden die hebben meegeluisterd op de
tribune en thuis. Ik sluit hierbij het debat en wens u nog een fijne middag.
Sluiting 13.38 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
M. Verhoev, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.