Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 januari 2026, over gasmarkt en leveringszekerheid
29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie
Nr. 637
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 18 februari 2026
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 14 januari 2026 overleg gevoerd
met mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei, Vice-Minister-President,
over:
− de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 15 april 2025 inzake update
gasleveringszekerheid Q2 2025 (Kamerstuk 29 023, nr. 563);
− de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 14 juli 2025 inzake tussentijdse
update gasmarkt en gasopslag (Kamerstuk 29 023, nr. 591);
− de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 16 september 2025 inzake
leenfaciliteit vultaak gasopslagen EBN 2025–2026 en 2026–2027 (Kamerstuk 29 023, nr. 594);
− de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 13 november 2025 inzake
update vulgraden gasopslagen (Kamerstuk 29 023, nr. 600);
− de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 30 september 2025 inzake
update gasleveringszekerheid Q3 2025 (Kamerstuk 29 023, nr. 596).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de commissie, Kröger
De griffier van de commissie, Nava
Voorzitter: Boomsma
Griffier: Teske
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Boomsma, Erkens, Jumelet, Klos, Kops,
Van Oosterhout en Vermeer,
en mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei, Vice-Minister-President.
Aanvang 13.31 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag, allemaal. Hartelijk welkom bij deze vaste commissie voor Klimaat en Groene
Groei. Ik heet ook Minister Hermans van harte welkom. Vandaag hebben we een commissiedebat
Gasmarkt en leveringszekerheid. Daarbij zijn de volgende leden aangetreden: de heer
Vermeer van de BBB, de heer Jumelet van het CDA en de heer Klos van D66. O, excuus,
ik vergeet mevrouw Van Oosterhout van GroenLinks. Van harte welkom. We zijn in klein
comité vandaag, maar over dit belangrijke onderwerp gaan wij het hebben. Elk commissielid
heeft vijf minuten. Ik heb begrepen dat zo meteen nog een commissielid van de VVD
zal aantreden, de heer Erkens. Die komt dan om 14.00 uur, maar ik stel voor dat we
gewoon beginnen. Aan u het woord, mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Vanochtend werden we wakker met de zoveelste wake-upcall.
2025 was het derde warmste jaar ooit gemeten, en dat zonder El Niño. Tien jaar geleden
hebben we in Parijs afgesproken de 1,5 graad temperatuurstijging te voorkomen. Vorig
jaar zaten we op een stijging van 1,47 graden. Dan kan je maar één conclusie trekken:
we moeten nog sneller van het gas af. Wat is de reactie van de Minister op dat nieuwe
wetenschappelijkonderzoeksresultaat en welke opdracht geeft ze in dat licht graag
mee aan haar opvolger?
Ondertussen leven we in tijden van enorme geopolitieke spanningen. Trump is Venezuela
binnengevallen en Iran kan iedere dag volgen. Hij doet dat niet om de onderdrukte
Venezolanen of Iraniërs te helpen, hoewel deze mensen wel een belangrijke strijd voor
mensenrechten, vrijheid en democratie voeren. We weten allemaal waar het voor Trump
echt om draait: olie. Machtsstrijd, conflicten en chantage draaien vaak om olie en
gas. Ondertussen blijven wij ons in Nederland veel te lang aan die fossiele bronnen
vastklampen.
De illusie dat meer gas ons onafhankelijker of veiliger gaat maken, is uiterst naïef.
Fossiel maakt ons juist kwetsbaar. Hoe langer we vasthouden aan het oude fossiele
energiesysteem, hoe kwetsbaarder we onszelf maken. De enige manier om veiligheid en
autonomie voor Nederland en Europa te garanderen is zo snel mogelijk alle fossiele
bronnen uitfaseren. Van het gas af gaan maakt ons weerbaarder voor geopolitieke spanning
en voor chantage van buitenlandse regimes. Werkt de Minister in het licht van deze
toenemende geopolitieke spanningen aan een plan om fossiel sneller uit te faseren?
Zoekt de Minister actief naar bijkomende manieren om de uitrol van hernieuwbare-energieopslag
en energie-efficiëntie te versnellen, gezien de Amerikaanse invasie van Venezuela
en een mogelijke ingreep in Iran?
Sommige collega's denken dat meer gas zorgt voor meer energiezekerheid. Dan kan ik
alleen maar vragen: heeft u niets geleerd van de energiecrisis? De hele energiecrisis,
al die torenhoge rekeningen bij gezinnen, de verslechterde competitiviteit van de
industrie: het kwam allemaal door onze afhankelijkheid van gas. De crisis heeft pijnlijk
duidelijk gemaakt hoe de afhankelijkheid van fossiele markten huishoudens en bedrijven
raakt. Wie mensen wijsmaakt dat in Nederland boren leidt tot een veel goedkopere rekening,
houdt hen voor de gek. Dat gas gaat immers gewoon de internationale markt op en zal
die marktprijzen volgen. Soms vallen die prijzen mee, maar vaak zullen ze serieus
tegenvallen. Zeker met meer oorlog in de wereld mogen we meer plotse prijsstijgingen
verwachten.
Ondertussen blijkt uit een recent rapport van TNO over de weerbaarheid van het energiesysteem
dat juist een duurzamer energiesysteem ons weerbaarder maakt tegen prijsschokken.
Hoe kijkt de Minister naar de uitkomsten van dit rapport? Hoe rijmt ze deze met het
beleid om desalniettemin vast te houden aan nieuwe investeringen in gasvelden? Meer
nog: zonder zon en wind waren de rekeningen van gezinnen en bedrijven de afgelopen
jaren nog veel harder gestegen. Energiesystemen met meer wind, zon, isolatie en opslag
beschermen mensen tegen een nieuwe energiecrisis, terwijl een fossiel systeem ons
steeds opnieuw blootstelt aan dezelfde risico's. Volgens schattingen van het Internationaal
Energieagentschap heeft de nieuw geïnstalleerde wind- en zonnecapaciteit in de EU
tussen 2021 en 2023 alleen al een kostenbesparing van 100 miljard euro opgeleverd.
Voor Nederland betekende dit een kostenbesparing van € 60 per jaar voor een huishouden
met een gemiddeld elektriciteitsverbruik. Wind en zon zorgen nu al voor lagere energieprijzen,
terwijl gas de rekening zo vaak plots doet stijgen. Investeren in duurzaamheid is
investeren in betaalbaarheid en in stabiliteit. Dankzij hernieuwbare opwek, energie-efficiëntie
en energieopslag zijn mensen minder afhankelijk van internationale gasmarkten en geopolitieke
conflicten.
Voorzitter. Het is duidelijk dat echte energiezekerheid niet zit in fossiele winning.
Fossiel maakt ons kwetsbaar voor geopolitieke spanningen en chantage, kwetsbaar voor
extreme prijsschommelingen op internationale markten en kwetsbaar voor de enorme schade
aan klimaat, milieu en volksgezondheid. Echte weerbaarheid zit in de transitie. Het
versnelt het afbouwen van fossiele afhankelijkheid en het opbouwen van een robuust,
duurzaam energiesysteem. Van het gas af gaan is daarom niet alleen een klimaatkeuze,
maar ook een veiligheids- en een weerbaarheidskeuze. Dat maakt Nederland geopolitiek
weerbaarder, beter beschermd tegen prijsschokken en toekomstbestendig voor mens, milieu
en economie. Dáár zou dit debat over de gasmarkt over moeten gaan.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Dan geef ik nu het woord aan de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. In de jaren zestig gaat heel Nederland aan het aardgas. Het
programma Andere Tijden heeft dat prachtig gedocumenteerd. Amerikanen, Duitsers, Italianen
en Fransen brengen hun kennis naar Nederland en leggen stalen buizen door het land.
De overheid zet een optimistische campagne op met reclames in de bioscoop en ook al
een beetje beginnend op televisie. Het wordt van begin tot eind door de instanties
geregeld. Nieuwe fornuizen worden de huizen van Nederlandse gezinnen in gedragen.
De gaskachel maakt een einde aan het blauwbekken in de keuken en de badkamer. De luchtkwaliteit
verbetert door de afwezigheid van de roet en het stof van de kolen. Het is niet goedkoop,
maar mensen raken overtuigd door het comfort van het schonere leven in huis. Binnen
tien jaar is de hele operatie voltooid. Het liedje dat dan wordt gezongen, heeft als
tekst «In Holland ligt een buis en die buis gaat naar uw huis».
Zestig jaar later staan we voor een nieuwe sprong vooruit: de grote overgang naar
groene, duurzame energie van eigen bodem. De tijd van gas uit Groningen is voorbij.
Met het definitief sluiten van het Groninger gasveld kregen de Groningers de zekerheid
en de erkenning die ze lang, te lang, zijn ontzegd. De tijd van Russisch gas is ook
voorbij. Met het verbieden van Poetins gas trekken Nederland en de EU de enige juiste
conclusie uit de agressieoorlog tegen Oekraïne. Op het snijvlak van die twee ontwikkelingen
wil ik de Minister ook direct bevragen. Oekraïne zou graag gebruik willen maken van
de afgedankte gasinstallaties in Groningen. Is de Minister voornemens om daarbij te
helpen?
Voorzitter. In de overgangsfase naar een compleet schoon systeem hebben we voldoende
gas nodig. We hebben niet zo veel nodig dat het de overgang naar schonere en goedkopere
opties in de weg gaat staan, maar genoeg om mensen nu in de winter te voorzien van
betaalbare energie. Dat is ook de reden dat we samen met andere Europese landen afspraken
hebben gemaakt over het vullen van de gasopslagen. Het is ook de reden dat we daarvoor
landelijke streefnormen hebben opgesteld. Tot vorig jaar werden die ieder jaar behaald.
Dit jaar was het grote nieuws echter dat het kabinet in gebreke is gebleven. Noch
het Europese wettelijke doel, noch het eigen Nederlandse streefdoel werd behaald.
Daarom heb ik de volgende vragen aan de Minister. Wat is de Minister van plan om een
herhaling van deze risicovolle situatie volgend jaar te voorkomen? Wat kan de Minister
doen om de risico's op hoge prijzen in het volgende vulseizoen ook te voorkomen?
Voorzitter. Ik lees in de brieven dat de Minister geen zorgen heeft over de leveringszekerheid
en de prijs van gas. Alleen in extreem koude winters zou er een beperkt tekort kunnen
ontstaan. Er wordt daarbij weinig tot niet gesproken over de geopolitieke situatie.
Dat is moeilijk te begrijpen. Trump kan de toelevering van Amerikaans lng, een derde
van onze import, plotseling beperken. Hij heeft al eens gedreigd met het gebruik van
Amerikaanse grondstoffen als pressiemiddel. Poetin kan de toevoer van gas uit Noorwegen
verstoren met aanvallen op de pijpleidingen. Gas uit Qatar kan bij verdere escalatie
in Iran mogelijk moeilijk door de Straat van Hormuz. Dit zijn alle drie geen ondenkbare
scenario's; we moeten daarop voorbereid zijn om Nederland te beschermen. Kan de Minister
daarom een heldere inschatting geven van de gevolgen van een stop op de gasexport
van de VS, Noorwegen of Qatar voor huishoudens en bedrijven in Nederland?
Voorzitter. De goedkoopste energie is energie die je niet gebruikt. De meest directe
ingreep die we kunnen doen, is dus mensen helpen bij besparing. Mijn eerste werkbezoek
als Kamerlid was bij mevrouw Willy Hartman, hier in Den Haag. Zij krijgt van haar
energiecoach Roger hulp om de rekening omlaag te brengen. In zijn ervaring kunnen
mensen met een paar simpele tips tot wel € 500 per jaar besparen. Energiebank Nederland
en de FIXbrigade doen daarbij uitstekend werk in Nederland. Zij spraken tijdens dat
bezoek dan ook klare taal. Het kabinet schiet tekort in het verduurzamen van huizen.
Er is onvoldoende structurele financiering voor dit soort fixteams. En er moet voor
verhuurders aanvullend beleid komen om huurhuizen te isoleren. Dat lijken mij hele
logische stappen. Daarom wil ik ook vragen waarom het kabinet die zaken in de afgelopen
tijd niet heeft geregeld. Is dat nou een kwestie van geld of vindt de Minister die
stappen om een andere reden onverstandig?
Tot slot. Als we de cyclus van onzekerheid over gas willen doorbreken, is het van
het grootste belang dat we de energietransitie van onze tijd, die naar groene energie
van eigen bodem, met spoed vervolmaken. De experts van TNO lieten inderdaad recent
nog zien dat Nederland met duurzame energie vrijwel immuun is voor schokken van de
energiecrisis. In de zestiger jaren duurde de stap naar aardgas minder dan tien jaar.
De instanties maakten het makkelijk voor mensen en die omarmden op hun beurt het comfort
en de milieuvoordelen. Er staat ons niets in de weg om met dezelfde voortvarendheid
nu ook aan de slag te gaan. De opdracht is misschien taaier, maar de vooruitzichten
zijn prachtig: een schoon en onafhankelijk Nederland, waar mensen comfortabel wonen
met een lage energierekening.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, ook u, voor uw bijdrage. Ik zie nog een interruptie. Gaat uw gang.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij om te horen dat de heer Klos stelt dat er niet meer geboord mag worden
onder Groningen, onder andere gezien het risico op aardbevingen, maar ik ben benieuwd
hoe de collega staat tegenover de boringen die nog gepland staan in onder andere Drenthe
en Friesland. In Groningen werd het risico op aardbevingen lang onderschat en dat
dreigt hier ook weer te gebeuren. Dus is de heer Klos het met me eens dat we alle
velden op land zo snel mogelijk zouden moeten uitfaseren en dat we, met het oog op
onder andere het aardbevingsrisico, geen nieuwe boringen zouden moeten starten?
De heer Klos (D66):
D66 is er altijd heel duidelijk over geweest dat ook de kleine gasvelden, die aanleiding
geven tot onzekerheid bij mensen, gesloten moeten worden. Volgens mij zijn we daar
altijd heel helder over geweest.
De voorzitter:
Een vervolginterruptie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Met «dat de velden gesloten moeten worden onder Groningen» heeft u het denk ik over
de velden onder Groningen. Intussen worden er in rap tempo allerlei nieuwe velden
goedgekeurd in onder andere Drenthe en Friesland. Dus nogmaals stel ik de vraag aan
de heer Klos hoe D66 tegenover het aanboren van dit soort nieuwe velden staat.
De heer Klos (D66):
Ja, die benadering van mevrouw Van Oosterhout kan ik heel goed volgen. Ja.
De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Juist nu we toch echt winter hadden of hebben – het is in
ieder geval nog steeds winter – is het goed om te spreken over de gasmarkt en de leveringszekerheid
en vooral over de vraag of we het nog steeds goed geregeld hebben en de vraag of we
het betaalbaar kunnen houden.
«Ooit kende Noordwest-Europa nationale gasmonopolies. Leveringszekerheid was voor
hen een license to operate. Ze bouwden daartoe gasopslagen. Dit vergde grote investeringen
op basis van technische berekeningen, inclusief risicoanalyses, waarin het falen van
componenten in het energiesysteem werd gesimuleerd. De gasopslagen werden elke zomer
gevuld. Aardgas vormde immers, net zoals nu overigens, de ruggengraat van de nationale
energiesystemen.» Ik citeer emeritus lector de heer Martien Visser. «De oude nationale
energiemonopolies zijn niet meer, langetermijngascontracten lopen af en het Groningenveld,
terecht, gesloten. Economen en handelaren hebben de rol van de technische specialisten
overgenomen. Wat bleef, is de rol van de gasopslagen. Zonder Groningen zijn die belangrijker
dan ooit.»
Gas en opslag blijven voorlopig nodig voor de piekvraag in de winter, voor flexibiliteit
in het energiesysteem, voor industrie en als back-up voor de elektriciteitsproductie.
Over dat vullen van de gasopslagen en dus de leveringszekerheid zijn natuurlijk vragen
te stellen, allereerst hoe het op dit moment staat met de vulgraad. Ik las in een
bericht dat die eind vorige week 43% was en vanochtend las ik in een bericht – de
Minister was daarover ook in het nieuws – dat die inmiddels 40% is. Eigenlijk is het
antwoord op die vraag dus al gegeven. In hetzelfde programma heeft de Minister namelijk
aangegeven dat zij geen reden ziet tot zorg. Dat kan ze misschien ook hier nog herhalen
straks.
Maar dan over de energieafhankelijkheid. Ons gas komt nog maar voor een klein deel
uit eigen land. Meer dan drie vierde – ik las ergens 88% – van het aanbod komt uit
niet-EU-landen. Het komt vooral uit Noorwegen, maar lng komt ook uit de VS en Qatar.
Een vraag: is er ook een scenario dat rekening houdt met een langdurige en grootschalige
verstoring van de gasmarkt? Is er zicht op de economische impact van het wegvallen
van bijvoorbeeld het gas uit Noorwegen – collega Klos sprak er net al over – of de
VS? Geopolitiek is er van alles aan de hand en het kan zomaar invloed hebben op de
leveringszekerheid. Ik denk dus dat het goed is om daarover te spreken.
Om de vulgraad van de gasopslagen zo goed mogelijk op peil te krijgen, is de inzet
van EBN onvermijdelijk, zo lezen we in de brieven. Die inzet is dit jaar ook behoorlijk
verruimd, van 12 terawatt in 2024 naar 28 terawatt in 2025. Een vraag: wat is er in
dat kader te zeggen over het effect van de inzet van EBN om de gasopslagen te vullen
op de prijs die de consument betaalt? Dat is niet onbelangrijk voor het betaalbaar
houden van energie. Er wordt gesproken over een strategische voorraad. Zie daarvoor
het rapport van de Mijnraad. Dat zou toch vooral een Europees systeem moeten zijn,
zo stellen we als CDA-fractie, zoals bij olievoorraden, waarbij elk land naar rato
van het verbruik haar bijdrage levert. Dat voorkomt, zo mogelijk, dat individuele
landen opdraaien voor de kosten, zoals nu bij EBN, terwijl de baten aan heel Europa
ten goede komen. Hoe kijkt de Minister hiernaar?
Voorzitter. De vultaak van EBN wordt de komende jaren nog veel verder uitgebreid,
horen we, doordat GasTerra de activiteiten beëindigt, bijvoorbeeld ook in Norg en
Grijpskerk. De uitbreiding is naar maximaal 80 terawatt in Bergermeer, Norg en Grijpskerk
tezamen in het jaar 2026 en 2027. Een paar vragen daarbij. In hoeverre is EBN berekend
op die taak? Dat is nogal wat. Wat is daar nog voor nodig, niet alleen financieel,
maar ook qua organisatie? Wat is de uitkomst geweest van het onderzoek naar diverse
opties waar we over hoorden, waarbij EBN toegang kan krijgen tot de opslagen Norg
en Grijpskerk? Als EBN nettokosten moet maken voor het voldoende vullen van de gasopslagen,
zal dat een heffing betekenen voor de gebruikers van gas, boven op de tarieven voor
het gastransportnet. Ik vroeg daar zojuist ook al naar. Kan de Minister schetsen aan
welke orde van grootte er dan bij zo'n mogelijke heffing gedacht moet worden? Maar
ook: vindt de Minister dit verantwoord als het gaat om het betaalbaar houden van de
energierekening? De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie pleit daarom, wat ons
betreft terecht, voor meer inzet op onder andere besparing – hier hebben we het weer:
besparing – en versnelling van de aanleg van bijvoorbeeld warmtenetten. De Nederlandse
Vereniging Duurzame Energie pleit ook voor inzet op groen gas en onder andere verduurzaming
van de industrie.
Voorzitter. Ook nog een paar momenten aandacht voor het sectorakkoord inzake gaswinning
op land. Het streven was om voor het zomerreces afspraken te maken voor gaswinning
op land, waarin onder andere duidelijkheid wordt geboden over de vraag hoe de omgeving
wordt betrokken bij gaswinning op land, over de vraag waar wel of niet gas wordt gewonnen,
over de voorwaarden voor verantwoord gas winnen, over de communicatie daarover, over
een betere verdeling van lusten en lasten, over extra afspraken over vergunningverlening
en kwaliteit en over afsluiting van gaswinning en nazorg. Daarom is de vraag nu: wat
is de stand van zaken van deze afspraken over gaswinning op land? Welke opties worden
er in het kader van deze afspraken overwogen, bijvoorbeeld als het gaat om de verdeling
van lusten en lasten van gaswinning?
Voorzitter, tot slot ga ik in mijn bijdrage in op de mogelijke inzet van de kussengasreserves.
CE Delft, een onafhankelijk Nederlands onderzoeks- en adviesbureau, heeft in opdracht
van Energie Nederland een analyse gemaakt van maatregelen om de leveringszekerheid
en betaalbaarheid van gas te verbeteren. CE Delft noemt daarin de inzet van bestaande
kussengasreserves als optie. Hoe kijkt de Minister naar het mogelijk gebruik van de
strategische kussengasreserves? Ze weet namelijk vast van het standpunt van kritische
inwoners en betrokken overheden, bijvoorbeeld in de gemeente Noordenveld. Ze maken
zich al langer zorgen over seismische activiteit vanwege het vullen en uithalen van
gas uit de reserve bij Norg en de verschillende tempo's waarin dat gebeurt.
De voorzitter:
Mag ik u vragen af te ronden?
De heer Jumelet (CDA):
Nog één zin, voorzitter. In antwoorden op vragen van de Kamer in 2024 stelt u dat
voor het ingediende winningsplan de procedure van de Mijnbouwwet wordt gevolgd. Kunt
u, zeg ik via de voorzitter, aangeven wat de stand van zaken is?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is nog een interruptie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de heer Jumelet spreken over geopolitieke spanningen en de mogelijke impact
die zij zouden kunnen hebben op de gasmarkt, maar het is juist onze afhankelijkheid
van fossiele energie die ons kwetsbaar maakt. Hoe langer we vasthouden aan het fossiele
energiesysteem, hoe kwetsbaarder we ook zijn voor die geopolitieke spanningen. Is
de heer Jumelet het met me eens dat het daarom juist noodzakelijk is om versneld fossiel
af te bouwen?
De heer Jumelet (CDA):
Ik denk dat wij al eerder hebben geconstateerd dat wij gas nodig hebben, vooral in
die tussenfase naar, uiteindelijk, de klimaatdoelen: energieneutraal zijn en van het
gas af komen. Ik denk dus dat het goed is om die weg te volgen, maar het antwoord
daarop is dat we inderdaad nu zien wat het betekent om afhankelijk te zijn van fossiele
brandstoffen. Ik ben het dus met u eens als het gaat over die transitie: daarbij hebben
we, denk ik, haast te maken. Dat heb ik ook in mijn bijdrage proberen duidelijk te
maken. Maar we hebben het nu nog wel nodig. Dat is in feite het dilemma waar we ons
op dit moment in bevinden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. De gasmarkt en leveringszekerheid blijven cruciale onderwerpen,
zeker in tijden van geopolitieke spanningen – meerdere collega's refereerden daar
ook al aan – maar we hebben ook te maken met stijgende energiekosten en een energietransitie.
BBB staat voor klimaat- en energiebeleid dat zekerheid biedt, betaalbaar blijft en
Nederland zo min mogelijk afhankelijk maakt van externe factoren en geopolitieke ontwikkelingen.
De gasleveringszekerheid blijft een prioriteit voor BBB. Dit debat zou eerder al in
december plaatsvinden, maar op 30 september hadden we al een brief van de Minister
gehad die een goed inzicht gaf in de stand van zaken van de internationale gasmarkt
en de gasopslag. De vulgraad van de Nederlandse gasopslagen was op 27 september vorig
jaar 70%. Een jaar eerder was die nog 93%. Inmiddels zitten we rond de 40%. Het is
weliswaar half januari, maar de echt koude periode kan historisch gezien nog komen.
Huidige modellen geven zelfs aan dat er in de komende drie weken nog een extreme koudegolf
zou kunnen komen. Kan de Minister uitleggen waarom de gasopslagen dit jaar minder
vol waren dan afgelopen jaren? De heer Klos stelde dat deze niet aan de wettelijke
normen voldeden. Volgens mij is dat wel het geval. Anders hadden we dat allang gehoord,
was de Minister naar de Kamer geroepen en was er waarschijnlijk met allerlei moties
gewapperd. Dat heb ik in ieder geval niet gezien. Wat beweegt ons nou om daarbij zo
op het randje te gaan zitten? Ook om geopolitieke redenen zou een extra voorraad wenselijk
zijn.
Dan de energiemarkt. Die lijkt volgens de brief van de Minister gestabiliseerd, met
groothandelsprijzen voor gas tussen de € 30 en € 35. Inmiddels liggen die prijzen
daar zelfs onder, om een reden die niet iedereen leuk zal vinden: in Azië wordt meer
met kolen gestookt. Daardoor is gas goedkoper geworden, maar de consumentenprijzen
blijven hoog. Dit raakt vooral huishoudens en midden- en kleinbedrijven. BBB kiest
voor betaalbaarheid voor huishoudens en het mkb. Wij willen dus meer regie op de energiecontracten,
zodat consumenten niet langer de hoofdprijs betalen. Hoe kunnen wij voorkomen dat
kleine ondernemers en middeninkomens onevenredig hard geraakt worden door de energietransitie
en het klimaatbeleid? Kan de Minister zorgen dat gestabiliseerde groothandelsprijzen
ervoor gaan zorgen dat ook de consumentenprijzen gaan dalen?
Dan de energieonafhankelijkheid. Nederland is nog lange tijd afhankelijk van de import
van energie uit het buitenland, onder andere via lng-terminals. BBB is groot voorstander
van diversificatie van de energievoorzieningen. Lng draagt daaraan bij. Ik heb nog
wel een vraag: wanneer gaan wij, gezien de huidige situatie, echt definitief stoppen
met de export van aardgas naar Duitsland en andere landen? Wanneer gaan we helemaal
naar nul? Of zitten we inmiddels op nul? Dat zou namelijk nieuws zijn.
Dan de toekomstige gasinfrastructuur. D66 en CDA gaven in hun zogenaamde «positieve
agenda» aan vol in te zetten op elektrificatie, maar onze energie-infrastructuur kan
dat simpelweg niet aan. Het energienet barst uit zijn voegen en de wachtrijen om aangesloten
te worden, blijven nog groeien. Hoe je het ook wendt of keert, Nederland heeft voorlopig – ik
denk zelf nog wel 40 jaar – gas nodig als basislast, naast de verdere ontwikkeling
van kernenergie en mogelijk waterstof. Maar dat laatste is nog steeds een belofte
en geen realiteit. BBB wil inzetten op een realistisch en praktisch uitvoerbaar overgangsbeleid.
De komende jaren hebben we gas daarbij hard nodig en moeten we inzetten op verdere
ontwikkeling en innovatie van kernenergie en mogelijk waterstof. De gasinfrastructuur
moeten we behouden en versterken, als back-up binnen de energiemix.
Voorzitter, tot slot. BBB blijft de ontwikkelingen op de energiemarkt nauw volgen.
Het kan niet zo zijn dat de groothandelsprijzen van gas stabiliseren en voorspelbaar
lijken te worden, maar gezinnen en mkb-bedrijven daar niets van merken. Wij kiezen
voor realistisch en haalbaar beleid. De komende jaren blijven we gas nodig hebben
binnen de energiemix. Op basis van wensdenken en overambitieuze plannen is geen bedrijf
te runnen, laat staan een land.
Dank u wel. Zoals ik aan de voorzitter heb aangegeven, vertrek ik om 15.00 uur uit
dit debat, omdat er dan ook een debat over verkiezingen plaatsvindt, en je weet nooit
hoe snel zoiets actueel is.
De voorzitter:
Dat vinden wij jammer, meneer Vermeer, maar dat is genoteerd. Dank u wel. Dan geef
ik nu het woord aan de heer Kops van de PVV.
De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Eerst even terug naar oktober vorig jaar, want toen lazen
we het bericht «Nederland heeft de kleinste gasvoorraad in jaren en dat komt door
goedkoop gas». Dat klinkt natuurlijk heel tegenstrijdig, want als gas goedkoop is,
relatief althans, dan is dat toch juist hét moment om de voorraden maximaal te vullen,
zou je zeggen. Maar niet dus. Het zijn de energieleveranciers die gas inkopen en opslaan,
maar aangezien zij toen niet de verwachting hadden het gas over een tijdje weer met
winst te kunnen verkopen, was het voor hen minder aantrekkelijk om de voorraden uit
te breiden.
Voorzitter. Dat gezegd hebbende: op 1 november moesten de gasvoorraden voor 80% zijn
gevuld. Althans, dat was het advies van Gasunie, en de Minister heeft dat overgenomen.
Maar helaas, op 1 november bedroeg de vulgraad volgens het Nationaal Energie Dashboard
73,5%, oftewel: doel niet gehaald. Gasunie noemde dat toen «geen vetpot». Kunnen we
hieruit concluderen, gezien de focus op de te maken winst, dat extra opslag boven
op alle verplichtingen en doelen die worden gesteld, en daarmee ook gedeeltelijk onze
leveringszekerheid, ondergeschikt is gemaakt aan die winst? Ik denk dat het antwoord
ja is, want de Minister heeft niet voor niets aan Energie Beheer Nederland, EBN, de
taak gegeven «om de opslagen te vullen voor zover de markt dat niet zou doen». Dan
is de vraag: wat heeft de Minister eigenlijk gedaan om haar eigen vuldoel van 80%
wel te halen? Ook na 1 november vorig jaar is dat doel namelijk niet gehaald. De Minister
schrijft dan wel dat de vultaak van EBN maximaal is uitgebreid, maar nogmaals de vraag:
waarom is dat dan niet gelukt? Wat heeft de Minister gedaan?
Voorzitter. Als ik de Minister zo citeer, dan doe ik dat uit brieven van oktober en
november, maar we willen natuurlijk weten hoe we er nu voor staan. In die brieven
van oktober en november lezen we, even in mijn eigen woorden: geen zorgen, het komt
allemaal wel goed met die leveringszekerheid. Maar wat is dan de huidige stand van
zaken? We hebben het natuurlijk allemaal gezien: kou, sneeuwval, noem maar op. We
zitten nu, 14 januari, op een vulgraad van nog maar 39,1%. Dat is weinig. Is dat voldoende,
zo is de vraag. Moeten we ons zorgen maken? Wat gaat de Minister nu doen? Ik citeer
energie-expert Martien Visser: «Energie is een eerste levensbehoefte en onze opslag
kan niet tegen een stootje. We zijn met te weinig gas de winter ingegaan. Laat dit
een wake-upcall zijn.» Is dit voor de Minister daadwerkelijk een wake-upcall? En wat
nu? Dit debat over de gasmarkt en de leveringszekerheid is namelijk een terugkerend
debat. Ieder jaar opnieuw stellen we de vragen: worden de gasopslagen voldoende gevuld?
Komen we de winter wel door, ook als die heel onverwacht heel koud blijkt te zijn?
Ieder jaar is het dan spannend. Het komt allemaal heel ad hoc over. Daarom de vraag:
heeft de Minister ook iets van een structureel plan? Zoals gezegd kan de opslag niet
tegen een stootje. Wat nu als de import in de toekomst wordt verstoord? Wat dan?
Voorzitter. Twee dagen geleden werd uit cijfers van Gasunie bekend dat er in 2025
meer gas is getransporteerd dan een jaar eerder. Dat had, naast de opslag, twee oorzaken:
ten eerste een hoger verbruik door elektriciteitscentrales en ten tweede de export
naar Duitsland. Er was 17% meer gasverbruik door elektriciteitscentrales om de schommelingen
van zonne- en windenergie op te vangen. Oftewel, we krijgen steeds meer zonnepanelen
en windturbines om van het gas af te komen, maar tegelijkertijd is er steeds meer
gas nodig voor als de zon niet schijnt en het niet waait. Hoe tegenstrijdig wil je
het hebben? Ook hier is dan de vraag: wat is het plan van de Minister om te voorkomen
dat het land ook in de toekomst in de kou komt te zitten?
Voorzitter. Dan de export naar Duitsland. Hoeveel van ons gas uit die opslagen is
eigenlijk naar Duitsland geëxporteerd? En tegen welke prijs is dat gebeurd? Feit is
dat ook andere landen, die zelf weinig tot geen opslag hebben, van de onze profiteren.
Dat is en blijft cru. Hoe gaat de Minister in de toekomst voorkomen dat wij onze opslagen
met pijn en moeite vullen, mede ten gunste van andere landen, met als gevolg dat wij
zelf op een lage vulgraad zitten en het allemaal misschien kielekiele wordt, en we
de opslagen vervolgens met veel pijn en moeite opnieuw moeten gaan vullen? Doen we
het voor onszelf of voor andere landen?
Voorzitter. Wat doet deze export eigenlijk met onze importafhankelijkheid? Maakt de
afhankelijkheid van de ons omringende landen van onze opslagen ons vervolgens niet
meer afhankelijk van import uit andere landen? Klopt die redenatie?
Ik ben door mijn tijd heen, dus graag een reactie. Dank u wel.
De voorzitter:
Dat is heel netjes van u, maar ik heb bij de heer Jumelet ook iets van coulance betracht.
Als u dus nog één of twee zinnen wilt uitspreken, keuren we dat goed.
De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Dan nog enkele zinnen. Het is al heel lang niet meer gegaan
over de langetermijnexportcontracten. Ik heb altijd begrepen dat die contracten lopen
tot 2030. Dat is nog vier jaar. Al jaren geleden werd er, ook door voorgaande kabinetten,
gezegd dat landen als Duitsland hun import van ons gas versneld zouden gaan afbouwen.
We hebben daar al lang niks meer over gehoord. Mijn vraag is dus of dat klopt. Lopen
die contracten nog? En hoe wordt dan de export van vorig jaar verklaard van ons gas
naar Duitsland?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Erkens van de Volkspartij voor Vrijheid
en Democratie.
De heer Erkens (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik vervang ...
De voorzitter:
Excuus, excuus, ik vergis me. Ik had over het hoofd gezien dat de heer Klos nog een
interruptie wil plaatsen.
De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter, dat daar ook coulance voor is. Ik zat even te klapperen met
mijn oren, want de heer Kops van de PVV vroeg om een structurele oplossing voor het
gasprobleem. Die structurele oplossing is er; die wordt gedragen door een meerderheid
van de partijen in de Kamer en daar is de Minister mee bezig. Dat is de overgang naar
een hernieuwbaar energiesysteem, zodat we niet meer met die gasproblematiek zitten.
Ik wil hem het volgende vragen. De PVV schrijft in het verkiezingsprogramma: geen
miljardenverspilling aan klimaatbeleid maar een betaalbare energierekening. We hebben
in de aanloop naar dit debat juist een onderzoek gekregen waarin staat: als we het
klimaatbeleid uitvoeren, krijgen we een betaalbare energierekening en zijn we vrijwel
helemaal gevrijwaard van de gevolgen van een energiecrisis. Mijn vraag aan de PVV
is: wat weet u wat TNO niet weet?
De heer Kops (PVV):
Als je een betaalbare gasrekening wilt, wat moet je dan in de eerste plaats niet doen?
Iedere keer de belasting op gas verhogen. Dat is namelijk jarenlang gebeurd. Jaar
na jaar gaat die belasting, die energiebelasting op gas, omhoog. Daardoor wordt gas
voor de huishoudens onbetaalbaar. En waarom gaat die energiebelasting op gas omhoog?
Om de huishoudens te dwingen – te verleiden, wordt wel gezegd – om van het gas af
te gaan en te gaan verduurzamen. Dat wil de heer Klos graag. Hij wil dat mensen gaan
verduurzamen. Ten eerste hebben die mensen het geld niet om hun huis voor vele tienduizenden
euro's te verduurzamen. Ten tweede betalen ze een torenhoge gasrekening omdat gas
op een kunstmatige manier duur is gemaakt door voorgaande kabinetten en ook door deze
Minister.
De heer Klos (D66):
Zeer zeker willen wij dat mensen uiteindelijk van het gas af gaan, omdat dat de goedkopere
optie is. Als de PVV hier openlijk zegt «wij willen gewoon afhankelijk blijven van
het gas van onze vrienden in Rusland, van Poetin, en van het gas van onze andere vrienden,
dus van Trump en de Verenigde Staten, het grote voorbeeld van de heer Wilders» dan
is dat volksverlakkerij, want dan zitten mensen straks uiteindelijk met een hoge rekening,
die niet te betalen is.
De heer Kops (PVV):
Dan zou de heer Klos het met de PVV eens moeten zijn dat we vooral meer gas moeten
gaan winnen op bijvoorbeeld de Noordzee en dat we die kerncentrales moeten gaan bouwen,
zodat we inderdaad minder afhankelijk worden van andere landen. Maar wij willen die
windturbines en die zonnepanelen niet overal uitrollen terwijl de marktpartijen in
windparken op zee zich massaal terugtrekken. Daardoor wil de Minister dit jaar weer
een miljard subsidie uittrekken om die windturbines maar te gaan bouwen. Met andere
woorden, ze zijn niet rendabel, want de marktpartijen trekken zich terug. En dan lezen
we ook nog dat elektriciteitscentrales 17% meer gas hebben verbruikt om die schommelingen
van wind- en zonne-energie op te vangen. Met andere woorden, zonne-energie en windenergie
zijn totaal niet betrouwbaar, want je hebt er niets aan als de zon niet schijnt of
als het niet waait. Dan gaan de elektriciteitscentrales dus harder draaien, en waar
doen ze dat op? Op gas, wat leidt tot een hoger gasverbruik.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Erkens.
De heer Erkens (VVD):
Als de heer Klos het zeker weet ... Ja? Voorzitter, dank. Ik vervang collega De Groot,
die is geveld door de griep. Hij kijkt nu waarschijnlijk wel vanonder een dekentje
op de bank mee. Gelukkig heb ik al eerder een debat over de gasmarkt gedaan, dus kan
ik hem vervangen.
Voorzitter. Energiepolitiek is ook geopolitiek. Onze afhankelijkheid van de import
van energie van buiten Europa maakt ons zeer kwetsbaar. Een betrouwbare en betaalbare
energievoorziening is daarom essentieel voor een sterk en veilig Nederland. De afhankelijkheden
van onvrije landen moeten we daarom zo veel mogelijk afbouwen. Onze eigen energieproductie
moeten we vergroten. Huishoudens en bedrijven moeten kunnen rekenen op voldoende beschikbaarheid
van energie, ook tijdens koude winters en geopolitieke onzekerheid. De recente berichten
dat onze voorraden achterblijven op de nationale doelen, baren de VVD dan ook zorgen.
Onze leveringszekerheid moet actief worden bewaakt. Op 31 december waren onze gasvoorraden
slechts voor 48,7% gevuld, terwijl het Europees gemiddelde lag op 62,3%. Nederland
is daarmee de winter in gegaan met de kleinste gasvoorraad in jaren. Het kabinet geeft
aan dat Nederlanders zich geen zorgen hoeven te maken, terwijl experts waarschuwen
voor deze kwetsbaarheid. Loopt Nederland met haar lage vulgraden niet onnodig risico
op een onnodig dure winter zoals begin dit jaar, vraag ik de Minister. Is Nederland
voldoende voorbereid op mogelijke calamiteiten, ook op geopolitiek gebied, waardoor
de gasprijzen mogelijk door het dak zouden gaan?
Tegelijkertijd zien we een dilemma. Maatregelen die de leveringszekerheid steviger
waarborgen, zoals vuldoelstellingen, maken op de korte termijn gas een stuk duurder
en de energierekening van mensen thuis hoger. Dat blijkt ook uit een recente analyse
van CE Delft. De gasprijzen zijn op dit moment lager dan afgelopen zomer. Het was
daardoor voor bedrijven aantrekkelijker, zoals de heer Kops ook zei, om nog even te
wachten met het vullen en inkopen van gas voor de voorraden. Hoe kan het beleid voor
de komende winter wat dat betreft beter worden ingericht, bijvoorbeeld via EBN, zodat
enerzijds de leveringszekerheid geborgd blijft en anderzijds de energierekening niet
onnodig hoog wordt, met name omdat je wil voorkomen dat je in de laatste weken voor
de winter ineens veel moet inkopen, als het mogelijk al heel duur is?
Voorzitter. Daarnaast heeft TenneT aangegeven dat in de jaren na 2030 de leveringszekerheid
van elektriciteit onzeker wordt. Om ook de leveringszekerheid na 2030 te garanderen,
moet er onderzoek gedaan worden naar wat voor capaciteitsmechanisme we in Nederland
gaan invoeren. Wat zijn volgens de Minister de vervolgstappen zodra het onderzoek
hiernaar is afgerond? Wordt er ook door het ministerie geanticipeerd op de invoering
van zo'n mechanisme, wat je mogelijk moet voorbereiden, aangezien het volgens experts
ten minste drie jaar duurt voordat je het hebt? 2030 komt dan toch al heel snel dichtbij.
Bovendien is er vanuit de Europese Unie een frame beschikbaar om capaciteitsmechanismen
versneld te implementeren. Wordt hier mogelijk op ingezet en, zo ja, kan de Minister
de Kamer daarover informeren? Hoe wordt ervoor gewaakt dat verschillende onderzoeken
tijdig samenkomen zodat we hierover snel een besluit kunnen nemen? Nogmaals, 2030
komt snel in de buurt.
Voorzitter. De hoge energieprijzen drukken zwaar op de portemonnee van gezinnen en
beperken de groei van het mkb en de industrie. De VVD wil dat voorkomen, ook door
de onzekerheden rondom de gasopslagen, vulgraden en internationale energielevering
structureel te verbeteren. Het gebruik van eigen gas in Nederland, bijvoorbeeld via
de Noordzee, neemt een deel van die onzekerheid weg. De VVD is in dit debat specifiek
benieuwd of het kussengas dat in de meeste gasopslagen beschikbaar is, mogelijk ook
ingezet kan worden als zich een gascrisis aandient, als een soort strategische reserve.
Wordt daar onderzoek naar gedaan? Wat zijn de randvoorwaarden van wat we kunnen doen
in een crisis? Hoe staat dat er op dit moment voor? Dit zou ten tijde van schaarste
de prijs kunnen dempen, doordat het onzekerheid uit de Nederlandse markt haalt omdat
men weet dat er nog voldoende buffers aanwezig zijn.
Dat was ’m, voorzitter. Ik dacht dat er nog een punt kwam, maar hierbij eindigde de
inbreng die de heer De Groot mij heeft meegegeven.
De voorzitter:
Dank u wel voor de inbreng. Ik zou graag zelf ook nog een inbreng willen leveren,
maar dan wil ik een van u vragen om kortstondig het voorzitterschap over te nemen.
Ik zie de heer Erkens knikken.
Voorzitter: Erkens
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Boomsma van JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik val hier in voor Daniël van den Berg van JA21. Ik heb niet
eerder een gasdebat gedaan, maar ik heb me er wel eerder in verdiept, dus hopelijk
kunnen we toch een bijdrage leveren. Velen hebben het al gezegd: de wereldorde is
snel aan het veranderen. Dat vereist realisme, zowel in de geopolitiek als de groene
politiek als waar die samenkomen, bij het gas. Voorlopig hebben we nog heel veel gas
nodig, dus is het zaak om dat zo goedkoop mogelijk te krijgen en daarbij zo veel mogelijk
zekerheid in te bouwen. Dat is een kwestie van risicomanagement.
Er is ook een afweging tussen betaalbaarheid en zekerheid. Helaas zijn we nu inderdaad
sterk afhankelijk van import. Afhankelijkheid kan ook chantabel maken. Door de enorme
ontwikkeling van lng is dat wel iets verminderd. De leveringszekerheid is sterk toegenomen.
Zo zie je dat de markt wat dat betreft wel zijn werk heeft gedaan. Wij denken dus
ook dat die leveringszekerheid tot op zekere hoogte te realiseren is, maar de vraag
is: voor welke prijs?
Dit debat gaat voor JA21 dan ook vooral over de prijzen. Wat merken gezinnen, het
mkb en de industrie hiervan? De gascrisis liet zien hoe snel het kan exploderen, want
het kostte de EU in 2022 1.000 miljard. Dat komt uiteindelijk allemaal terecht bij
de mensen die het moeten betalen en dat heeft onze industrie enorme schade berokkend.
Dat willen we nu voorkomen. Het afblazen van de gaswinning bij Ternaard heeft de leveringszekerheid
natuurlijk niet beter of sterker gemaakt en daarmee ook de betaalbaarheid niet. En
dat maakt ons toch weer afhankelijker van import.
Voorzitter. Je kunt niet, denken wij, elk risico dichttimmeren met een publieke voorraad.
Veel collega's hebben naar die vulgraad gevraagd, maar je kunt dus niet alles dichttimmeren,
want elk jaar dat je meer zekerheid inkoopt, koop je dat in tegen een steeds hogere
prijs.
De noodvoorraad. Hoe maak je nou die afwegingen? «Noodvoorraad» klinkt natuurlijk
heel geruststellend, maar het is vaak heel erg duur en het helpt ook niet met het
probleem waar mensen het eerst mee te maken krijgen, de prijsstress. De noodvoorraad
mag je namelijk alleen aanspreken als er fysiek echt geen gas meer is. Op dat moment
heb je natuurlijk al gigantische economische schade geleden, doordat de kosten zijn
geëxplodeerd. Om die noodvoorraad te realiseren moet je bovendien de kosten doorberekenen,
en de kosten zijn in vergelijking met de rest van de wereld al zo hoog in Nederland
en de rest van Europa. Dus een noodvoorraad is of te klein om iets te doen aan de
betaalbaarheid of hij is zo groot dat het onbetaalbaar wordt. En dan mag je ’m vaak
ook nog niet eens inzetten.
Daarom denkt JA21 dat de oplossing voor dit dilemma met de hoogste en de laagste baten,
inzetten op die kussengasreserve is. Anderen hebben er ook al naar verwezen en wij
zijn toch ook overtuigd door het rapport van CE Delft, waarin staat dat dit een hele
interessante optie is. Het gaat om gas dat je normaal niet gebruikt in verband met
het reguleren van de druk. In de gasopslag heb je het werkgas, het gas dat bedrijven
in de zomer inkopen en opslaan en in de winter leveren. Als de overheid grote volumes
vast gaat houden, gaat ze concurreren met dat werkgas en daarmee trek je extra vraag
aan in de zomer. Dat werkt prijsopdrijvend en dat is dus wat we eerder al hebben gezien.
Dat kussengas ligt daar dus onderin en zorgt voor de druk. Normaal blijf je daarvan
af, maar juist daarom is het, denk ik, heel geschikt voor zo'n uitzonderingssituatie.
Het is dan een noodknop, waarmee je tijdelijk een beperkt deel van dat gas vrij kan
maken. Dat doet normaal niet mee in de markt en daardoor haal je dus ook geen werkgas
weg, dat je anders opnieuw zou moeten inkopen. Je voegt daarmee dus eigenlijk flexibiliteit
toe, zonder de marktprikkel voor opslag kapot te maken. En juist dat helpt om de prijzen
stabiel te houden. Misschien kun je daarnaast ook een heel beperkt deel van dat kussengas
inwinnen om de kosten wat te dempen.
Nederland heeft hiermee iets unieks in handen, want alleen al in de gasopslag in Norg
zit 17 miljard kuub kussengas. Als je dat onder bepaalde voorwaarden en met de juiste
governance, dus een noodverordening, reserveert, kun je, denk ik, veel kosten besparen.
Het gaat erom dat je het zo regelt dat je het alleen gebruikt als dat echt nodig is.
Je zet dan een klein deel in om paniek te voorkomen en de rekeningen te dempen.
Hiermee is wel haast geboden, want Norg ligt, zodra de vergunning rond is, op koers
richting sluiting. Als we dan pas wakker worden, zijn we misschien te laat en betalen
we daarna alsnog een veel hogere prijs. De vraag aan de Minister is dus heel concreet:
hoe kijkt de Minister aan tegen het inzetten van die strategische kussengasreserves,
te beginnen met die bij Norg? Is de Minister bereid om dit snel te gaan onderzoeken
en uit te werken met heel duidelijke veiligheidsvoorwaarden en eenvoudige spelregels?
Wanneer zet je het in? Hoeveel gas zet je dan in? Hoe breng je het systeem daarna
weer terug naar normaal? We hebben hierover een motie in voorbereiding, maar ik hoor
graag eerst hoe de Minister hiertegen aankijkt en of de Minister dit instrument ook
echt wil gaan inzetten.
Twee. Waarom zouden we een heel dure noodvoorraad op gaan tuigen als dat weinig doet
tegen de prijsstress? Wil de Minister daarom toezeggen dat we niet voor een route
kiezen die voor een heleboel extra kosten gaat zorgen en voor een heel hoge extra
rekening? De gasprijzen moeten wat ons betreft namelijk juist omlaag.
Voorzitter. Leveringszekerheid en betaalbaarheid vragen om nuchter en realistisch
beleid. Daarom moeten we de lng-infrastructuur verder uitbreiden. Dat zou wat ons
betreft waar mogelijk eigen productie en een noodknop met kussengasreserves moeten
zijn, maar dan wel zonder dat we ons land armer maken via de energierekening.
Tot zover.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor dat betaalbaarheid belangrijk is voor JA21. Dat is uiteraard ook cruciaal
voor GroenLinks-PvdA. Alleen hoor ik in het pleidooi van JA21 een oproep om daarom
meer te gaan boren onder Nederland omdat dat zou leiden tot een lagere energierekening,
maar dat klopt niet. Gas komt op de internationale markt terecht en volgt vervolgens
de wereldmarktprijzen. Soms pakt dat gunstig uit, maar vaak ook niet, zeker bij dit
soort geopolitieke spanningen. Het onderzoek van TNO waar ik het al eerder over had
en collega Klos ook, laat heel duidelijk zien dat de weerbaarheid van ons energiesysteem
juist heel erg gebaat is bij een hernieuwbare-energiesysteem en dat dat ons meer bestand
maakt tegen prijsschokken. Als betaalbaarheid daadwerkelijk belangrijk is voor JA21
en als we ons daadwerkelijk willen beschermen tegen dat soort prijsschokken, is het
cruciaal om over te stappen naar hernieuwbare energie. Hoe rijmt JA21 de oproep tot
meer gasboringen onder Nederland met de bevindingen van TNO en met de realiteit van
internationale gasprijzen?
De heer Boomsma (JA21):
Er wordt natuurlijk heel veel weggelaten in dit verhaal. Duurzame energie is nog veel
duurder. Door de inzet op wind en zon kampen we nu ook met een enorme netcongestie,
waardoor je enorm moet investeren in het net. De prijzen zijn heel erg hoog. Op dit
moment hebben we dat gas nog nodig. Dus als wij het zelf produceren en minder hoeven
te importeren, dan leidt dat tot lagere prijzen. Zo werkt dat gewoon. Uiteindelijk
is het natuurlijk beter als we minder afhankelijk worden van import, maar laten we
niet doen alsof de inzet op duurzame energie op dit moment onmiddellijk zal leiden
tot veel lagere kosten. Overigens ben je voor zonnepanelen en windturbines ook afhankelijk
van bijvoorbeeld aardmetalen en andere grondstoffen. Het beste wat we kunnen doen,
is inderdaad diversiteit, dus een divers energiesysteem waarbij je wat ons betreft
ook nog gebruikmaakt van gas, en daarnaast inzetten op verduurzaming waar dat kan.
Ondertussen hoef je energie die je niet nodig hebt ook niet te kopen. We zijn zeer
voor isoleren en dergelijke, maar laten we niet doen ... Het levert natuurlijk wel
geld op als wij nog van ons eigen gas gebruikmaken. Dat levert ons natuurlijk geld
op.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Zoals ik in mijn eigen bijdrage al zei, heeft het Internationaal Energieagentschap
berekend dat wind en zon ons een kostenbesparing van 100 miljard hebben opgeleverd.
Voor Nederland is dat een kostenbesparing van € 60 per jaar voor een huishouden met
een gemiddeld elektriciteitsverbruik. Ik ben dus erg benieuwd naar de cijfers die
u heeft die aangeven dat zon en wind duurder zouden zijn, want dat klopt niet volgens
het Internationaal Energieagentschap.
De heer Boomsma (JA21):
Natuurlijk, het is op dit moment nog veel duurder. Dat is evident. Er zitten nog heel
veel belastingen op en er zijn natuurlijk ook heel veel verborgen kosten. Die kosten
worden vaak verkeerd voorgespiegeld in die zon en wind. Er is bijvoorbeeld niet in
meegerekend hoezeer je het elektriciteitsnet moet verzwaren en welke enorme kosten
daarmee gepaard gaan. En er zijn de enorme systeemkosten om de gascentrales paraat
te houden, omdat je die alsnog moet aanzetten bij een dunkelflaute, dus als het niet
waait en de zon niet schijnt. Daardoor zijn de kosten daarvan veel hoger dan als je
ze 100% in gebruik zou hebben genomen. Als je een eerlijke vergelijking maakt en alle
kosten meeweegt, dan ziet het plaatje er heel anders uit. Dat betekent niet dat we
niet moeten verduurzamen. Dat is nog steeds een goed idee, maar we moeten onszelf
ook niet voor de gek houden.
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout, afrondend.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Als we echt eerlijk de kosten zouden meenemen, dan zou het ook een heel goed idee
zijn om alle fossiele subsidies mee te nemen. Dat zijn er in Nederland nog zo'n 50 miljard.
En als we echt het eerlijke verhaal zouden willen vertellen, dan zouden we ook alle
klimaatschade moeten meerekenen. Afgelopen jaar bedroeg de klimaatschade wereldwijd
192 miljard, zag ik gisteren nog. Dus als we het hele plaatje zouden berekenen, zou
fossiel er in ieder geval niet beter afkomen. Ik ben heel benieuwd hoe u daartegen
aankijkt.
De voorzitter:
Meneer Boomsma, afrondend.
De heer Boomsma (JA21):
Nou, dat denk ik niet. Als je echt een eerlijk kostenplaatje maakt: we hebben nu die
fossiele energie nog steeds. We willen nog steeds een transitie, maar we moeten daar
wel de tijd voor nemen. Want als GroenLinks-PvdA zijn zin krijgt, dan gaan we allemaal
duurzame energie gebruiken maar zijn we onze industrie kwijt.
De voorzitter:
Dan draag ik het voorzitterschap terug over aan de heer Boomsma.
Voorzitter: Boomsma
De voorzitter:
Dank u wel. Ik vraag even aan de Minister hoelang zij nodig denkt te hebben voor het
beantwoorden van de vragen. Zullen we even schorsen? Tot 14.45 uur? Prima, dan schors
ik tot 14.45 uur.
De vergadering wordt van 14.20 uur tot 14.48 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef graag het woord aan Minister Hermans.
Minister Hermans:
Voorzitter, dank u wel. Ik zal de beantwoording doen langs een aantal onderwerpen
of blokjes. Ik begin met de vragen over de gasopslagen, dan de vragen die gesteld
zijn over de gasprijzen en de betaalbaarheid, vervolgens de energieafhankelijkheid
en de geopolitieke ontwikkelingen, daarna de leveringszekerheid van elektriciteit – daar
is ook een aantal vragen over gesteld – en tot slot heb ik nog een mapje overig, waarin
ik iets zal zeggen over de gaswinning, over de verduurzaming van de gebouwde omgeving
en over de vragen van de heer Klos over de steun aan Oekraïne. Ik geef ook een reactie
op het rapport waar mevrouw Van Oosterhout naar vroeg.
Voorzitter. Ik begin met de vragen over de gasopslagen. Laat me beginnen met een aantal
algemene opmerkingen, zoals ik eerder vandaag ook in de media heb gezegd. Toen het
vorige week koud was, met sneeuw en temperaturen ver onder nul, en we de verwarming
en de kachel aan hebben gezet, zag je die vulgraden inderdaad zakken. Als het koud
is, snap ik dat je met meer dan een schuin oog blijft kijken naar wat er gebeurt in
die opslagen, als je thuis gewoon de verwarming aan wil kunnen zetten of wil kunnen
koken. In de industrie wil je er natuurlijk ook op kunnen vertrouwen dat je proces
kan draaien. Dan denk je: houden ze dat goed in de gaten? Het antwoord daarop is:
ja, dat houden we heel scherp in de gaten, omwille van de leveringszekerheid en het
belang dat gas nog steeds speelt in onze samenleving, om huizen te verwarmen en te
kunnen koken, maar ook om onze economie te laten draaien.
Daarover heb ik een paar opmerkingen. Je ziet die opslagen leeglopen. Op zichzelf
is dat logisch. We vullen de opslagen gedurende het jaar, juist om in de winter, in
het seizoen dat we wat meer gas nodig hebben, een voorraad te hebben. Maar het is
niet het enige wat we in de winter, in dit seizoen, gebruiken om mensen en bedrijven
van gas te voorzien; we hebben natuurlijk ook gewoon de wekelijkse import en aanvoer
van gas naar Nederland.
De aanvoer van gas naar Europa en naar Nederland over de afgelopen maanden is al lange
tijd stabiel. We zien ook dat de prijzen op de grote handelsmarkt voor gas al langere
tijd relatief laag en stabiel zijn. Dat is een teken dat leveranciers vertrouwen hebben
dat er genoeg gas is om in de vraag te voorzien. Dat laat allemaal onverlet dat wij
dit in de gaten blijven houden, juist ook in een wereld waarin zo veel gebeurt en
waarin instabiliteit en de mogelijke effecten daarvan op de energiemarkt natuurlijk
op de loer liggen.
Dan even specifiek over de opslagen. Die waren op 1 november, afgezet tegen de Europese
vulverplichting, voor een groot deel voldoende gevuld. Het lag er net onder, maar
binnen de bandbreedte waarbinnen daarvan mag worden afgeweken. Het nationale vuldoel,
met een ambitie van 80%, hebben we inderdaad niet gehaald, zoals de heer Klos ook
zei.
Ik geloof dat de heer Vermeer vroeg: hoe komt het nou dat er aan het begin van het
seizoen minder gas in die opslagen zat dan bijvoorbeeld een jaar daarvoor, toen de
nationale vulambitie nog op 90% lag? Die lag dit jaar op 80%. Dat had ermee te maken
dat er al vroegtijdig gas uit die opslagen werd onttrokken. Dat was het gevolg van
prijsontwikkelingen; de heer Kops refereerde daar ook aan. Dat was in combinatie met
het vertrouwen dat partijen in het vulseizoen hadden en op dit moment hebben dat er
voldoende beschikbaarheid van gas is voor de winter. Deze ontwikkeling zagen we niet
alleen in Nederland, maar ook in alle andere Europese lidstaten. Wat we nu zien gebeuren
met onze opslag, zien we ook in landen om ons heen. Daar zie je dus ook dat de opslagen
nu, in dit seizoen, leger raken. Het is altijd goed om er even bij te zeggen dat Nederland
relatief grote gasopslagen heeft, als je ze afzet tegen ons gasverbruik. Aan het begin
van het seizoen hadden wij in de opslagen een hoeveelheid gas zitten die gelijkstaat
aan ongeveer 35% van onze jaarlijkse vraag. Dat neemt allemaal niet weg dat we heel
goed in de gaten moeten houden hoe het in die opslagen gaat en wat we nu al kunnen
doen om zo veel mogelijk actie te ondernemen om het vullen voor volgend jaar goed
te laten verlopen. Dit zijn allemaal gegevens die gewoon belangrijk zijn om vanuit
het goede perspectief, in de goede context, te kunnen zien hoe het nou zit met die
opslagen van ons.
Op basis van alles wat we nu zien in Nederland, op de Noord-Europese gasmarkt en ook
in de lng-importstromen, zijn er op dit moment geen zorgen ten aanzien van de leveringszekerheid.
Dat zeg ik ook nog een keer tegen de heer Jumelet, die mij vroeg daar nog een keer
op in te gaan. GTS heeft ons aan de start van het stookseizoen laten weten dat wij
over voldoende capaciteit beschikken om op een koude dag te voldoen aan de piekvraag
en dat er ook voldoende volume is om de winter door te komen. Alleen in echt extreme
gevallen zou er een tekort kunnen ontstaan. Dan zijn er weer een aantal stappen die
ook vanuit de markt genomen kunnen worden om dat op te vangen. Die hele analyse, die
GTS dus aan het begin van het stookseizoen heeft gegeven, geldt ook vandaag de dag
nog steeds, want het was koud. Verder zien we tot nu toe een winter met een gemiddeld
temperatuurverloop, maar ook dat blijven we in de gaten houden. Maar ik herhaal: de
internationale context vraagt om alertheid, dus die is er ook.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Kops gaf in zijn betoog ook al aan dat het nu lijkt alsof een groot deel van
die gasvoorraad wordt gebruikt voor speculatie op de prijzen, om maar even die woorden
te gebruiken. Ik doe dan niet helemaal recht aan hoe ermee wordt gewerkt, maar die
heeft wel grote invloed op de prijsontwikkelingen. En die is steeds gericht op die
winterpiek, terwijl wij hier in de Kamer volgens mij vrij breed een oproep doen om
ook te kijken naar de geopolitieke context, en dus minder uit te gaan van winterpieken
en meer van strategische gasvoorraad. Dit is niet iets om alleen in de winter aandacht
aan te geven. Ziet de Minister dat ook zo? Ziet zij ook dat wij daar met een andere
blik naar moeten kijken, en dat we niet alleen net doen of dit ... Ik zal het even
iets zorgvuldiger formuleren: vindt zij ook dat we niet alleen een gasvoorraad moeten
hebben om koude op te vangen, maar dat er meerdere scenario's zijn waarin we gasopslag
nodig hebben? Als we nu al op 40% of net daaronder zitten ... Uit die cijfers van
Martien Visser bleek dat wij de piekbehoefte niet overschreden hebben – daar zat het
probleem ook niet – maar we zitten nu al op 39%. Als de winter voorbij is, kan het
wezen dat er om hele andere redenen toch nog voorraad nodig is. Daar houden we nu
geen rekening mee. Vindt de Minister niet dat we op een andere manier naar de gasvoorraad
moeten gaan kijken, dus niet alleen als winterreserve?
Minister Hermans:
Het is goed om even een paar dingen uit elkaar te halen. De vuldoelen, de Europese
vulverplichting en de nationale vulambitie, zien op de opslag van gas in onze seizoensopslagen.
Die zijn er ook echt op gericht om een buffer te hebben tijdens het stookseizoen,
waarin je gewoon meer gas nodig hebt. Zo gebruiken we die opslagen, en zo zullen we
die ook nog wel een tijdje nodig hebben om in het winterseizoen aan die extra vraag
te kunnen voldoen. Dat is de ene kant. De andere kant betreft de internationale ontwikkelingen
en de geopolitieke situatie. De vraag van de heer Vermeer is: zou je niet ook daar
een voorraad voor moeten aanleggen? Nu is het zo dat wij per dit jaar gaan werken
met een noodvoorraad. Er komt nog een wetsvoorstel naar de Kamer waarin dat echt definitief
wordt vastgelegd, en waarin ook wordt vastgelegd dat je jaarlijks kan kijken hoe groot
die noodvoorraad moet zijn. Dit jaar, in 2026, beginnen we daar vast mee. Ik zeg daar
wel bij dat dat echt een noodvoorraad is voor noodsituaties, dus voor als we in hoogste
fase van een gascrisis zitten. Die hebben we, zeg ik daar direct bij, in de energiecrisis
van 2022 niet gehad. Het gaat dus om een echt uiterst geval. Dan wordt erop ingezet
om het in te kunnen zetten op plekken waar echt op dat moment gas nodig is om ons
land te kunnen laten draaien. Die voorraad is niet bedoeld om strategisch te kunnen
sturen op bijvoorbeeld de prijs. Dat mag ook niet op grond van de EU-regels. In 2026,
dus dit jaar, leggen we voor het eerst zo'n noodvoorraad aan.
De heer Kops (PVV):
Een korte vraag over die noodvoorraad. Als die wordt aangelegd, wordt die dan, in
geval van nood dus, alleen ingezet voor nationaal verbruik, in Nederland, dus als
er hier een tekort is, of kan die ook ingezet worden als er in ons omringende landen
een tekort dreigt?
Minister Hermans:
In ons noodplan hebben we gekeken wat nou afnemers zijn die je echt moet beschermen
in het geval van een crisis. Daar is die voorraad voor bedoeld.
De heer Kops (PVV):
Dus dat is alleen voor binnenlands verbruik, dus inderdaad voor mensen, zoals huishoudens
hier, die beschermd worden in Nederland? Dus als er echt een tekort dreigt te ontstaan
of ontstaat, dan wordt het daarvoor ingezet, voor die Nederlandse huishoudens bijvoorbeeld?
Kan de Minister uitsluiten dat dat gas wordt geëxporteerd naar bijvoorbeeld Duitsland?
Minister Hermans:
Je legt die voorraad aan omdat ... De volgende stap is dat je moet ... We zitten echt
de hoogste fase van een crisis als we dit gaan inzetten. We leggen die voorraad aan
voor het geval je moet gaan afschakelen, dat je bepaalde groepen – daar zit ook een
heel afwegingskader en stappenplan in – moet gaan afschakelen. Dat wil je zo veel
mogelijk voorkomen en daarvoor hebben we een noodvoorraad. Die noodvoorraad is bedoeld
voor alle beschermde, door solidariteit beschermde, afnemers. Dat is natuurlijk bedoeld
om nationaal te beschermen. Ik wil het even checken, omdat u zo expliciet vraagt:
kunt u uitsluiten dat er iets naar het buitenland gaat? In deze hele gasmarkt zit
natuurlijk ook Noord-Europese solidariteit. Als de prijs hier of in Duitsland hoog
is, dan maken we soms gebruik van elkaar, van elkaars opslagen. Ik wil even checken,
als de heer Kops dat goedvindt, hoe dat exact werkt met die noodvoorraad, voordat
ik iets toezeg wat ik misschien gewoon niet waar kan maken omdat de markt, de gasmarkt
zoals we die georganiseerd hebben, niet zo werkt.
De voorzitter:
Komt u daarop terug in de tweede termijn?
Minister Hermans:
Ja, zeker. Dat doe ik, ja.
De voorzitter:
Dan vervolgt u uw betoog.
Minister Hermans:
Voorzitter. De heer Vermeer is vertrokken, maar ik heb zijn vraag over de voorraden
beantwoord.
De heer Kops vroeg mij naar de vultaak van EBN. Die is uitgebreid en toch is het doel
niet gehaald. Wat hebben we nou nog meer gedaan of gaan we nog meer doen? Het afgelopen
jaar had EBN een vultaak van 20 terawattuur. Ik zei net al dat tijdens het afgelopen
vulseizoen bleek dat marktpartijen onvoldoende vulden als gevolg van de marktomstandigheden.
Daarom heeft het kabinet in juli van het afgelopen jaar de vultaak van EBN verhoogd
naar 25 terawattuur, en daarna nog een keer naar 28 terawattuur. In 2024 was die taak
van EBN nog 12 terawattuur, even ter vergelijking. De vultaak van EBN is dus aanzienlijk
verruimd, ook in reactie op wat we zagen gebeuren. We konden het afgelopen jaar niet
verder gaan dan dit, gelet op de financiële ruimte en de operationele mogelijkheden
van de betreffende opslagen om nog bij te vullen. Komend jaar wordt de vultaak nog
verder uitgebreid naar 80 terawattuur.
De heer Kops (PVV):
Die vultaak van EBN is dus maximaal uitgebreid binnen de kaders. Waarom is het dan
alsnog niet gelukt om dat doel van 80% te halen?
Minister Hermans:
We hebben EBN de maximale taak gegeven die operationeel mogelijk was. Daarnaast, ook
met die 28 terawattuur ... We hadden een vultaak van 105? Nee, 110. 28 is nog geen
110, dus dan heb je nog steeds marktpartijen nodig. Daar waren de marktomstandigheden
zoals geschetst. Dat is de achtergrond.
De voorzitter:
Nog één keer.
De heer Kops (PVV):
Inderdaad, die opslagen worden door de marktpartijen gevuld. De overheid heeft daar
via EBN een aandeel van 40% in, meen ik. Ik lees dat dit er in de praktijk op neerkomt
dat ongeveer slechts een zesde van die opslagen in opdracht van de overheid wordt
gevuld. Volgens de Mijnraad heeft door deze constructie eigenlijk niemand een duidelijke
regierol om de leveringszekerheid van gas te garanderen. Met andere woorden: die marktpartijen
laten zich natuurlijk heel erg leiden door de marktomstandigheden, door de gasprijzen
en ook zeker door hun winsten, en de overheid heeft daar een beperkte rol in. De Mijnraad
zegt dus eigenlijk: door die hele constructie heeft niemand echt een duidelijke regierol;
de overheid kan ook minder goed ingrijpen als die marktpartijen te weinig doen. Zo
vat ik dat dan op. Wat vindt de Minister daarvan?
Minister Hermans:
We hebben afgelopen jaar natuurlijk gezien wat er gebeurde als gevolg van die markt,
van die prijzen. Ik zeg er wel bij dat de marktpartijen toen natuurlijk ook zagen
dat de beschikbaarheidscapaciteit van lng internationaal aan het toenemen was. Daar
wordt natuurlijk ook op geanticipeerd. Wij hebben gezegd: wij vergroten de vultaak
van EBN voor komend jaar, voor het komend vulseizoen, naar 80 terawattuur. Dat is
ten opzichte van het nationale vuldoel van 115 terawattuur voor volgend jaar natuurlijk
een veel groter deel dan wat dit het afgelopen jaar was. Ik sta erachter dat we dit
doen, omdat ik het regiepunt van de heer Kops, zeker in zo'n onrustige wereld, goed
begrijp. Het is wel steeds, zoals de heer Erkens eigenlijk zei, balanceren tussen
leveringszekerheid en betaalbaarheid van gas. Daar heeft de heer Kops – en terecht! – ook
aandacht voor gevraagd. Je wil ook de betaalbaarheid in de gaten houden. Als de overheid
instapt waar de markt dat niet doet of denkt «omdat de overheid het doet, hoeven wij
het niet te doen», worden er natuurlijk wel kosten gemaakt door de overheid. Ook al
wordt voor die vultaak een heffing opgelegd ... De heer Jumelet vroeg terecht wat
dit betekent voor consumenten. Dat weten we nu nog niet precies, maar een deel zal
bij gebruikers, en dus ook bij consumenten, terecht kunnen komen. Dat is de voortdurende
zoektocht naar een goede balans.
De heer Jumelet (CDA):
De Minister begint er zelf over, dus ik permitteer het mijzelf om de vraag ook maar
gelijk te stellen. Die heeft ook te maken met wat er net aan de orde was wat betreft
EBN. Aan de ene kant ligt het nu, veel meer dan eerder, bij EBN om die vultaak op
zich te nemen. Ik stelde de vraag wat dit betekent voor EBN. Het is een heel grote
uitbreiding van wat er moet gebeuren. Wij als CDA vinden het ook wel van belang om
op die tarieven, waar de Minister net zelf over begon, zicht te krijgen. Als je ziet
dat de markt het niet meer doet en EBN het voor ons doet, dan is op enig moment de
vraag of het betaalbaar en behapbaar natuurlijk wel heel gerechtvaardigd.
Minister Hermans:
De heer Jumelet stelt die vraag heel terecht. Hij stelde daar verschillende vragen
over, ook in deze interruptie. Als ik die even mag samenvatten, is de vraag: wat is
nou het effect van de vultaak op de prijzen, op de betaalbaarheid? Ik heb een paar
opmerkingen daarover. Voor het vulseizoen 2025–2026 hebben we aan EBN een subsidie
van 233 miljoen verleend. Voor komend vulseizoen, voor 2026–2027, gaat het om een
subsidie van maximaal 993 miljoen. Alleen de nettokosten, dus het saldo van de subsidie-uitputting
en het interim-dividend dat EBN per vulseizoen uitkeert, belanden in de heffing die
bedoeld is om de financiering hiervan te regelen. Het is voor ons op dit moment dus
heel moeilijk om te voorspellen wat de uiteindelijke nettokosten voor gebruikers zullen
zijn, omdat het gaat om een maximale vultaak.
Dan kom ik bij het punt waar ik het net met de heer Kops over had. Het is als overheid
een kwestie van balanceren tussen waar en wanneer je er instapt. We hebben de ruimte
voor EBN nu zo maximaal mogelijk gemaakt, maar het betreft een maximale ruimte. Het
zal altijd in goed samenspel tussen markt en overheid moeten verlopen.
De voorzitter:
U kunt uw betoog vervolgen.
Minister Hermans:
De heer Jumelet vroeg mij ook: in hoeverre is EBN berekend op de taak, niet alleen
financieel gezien maar ook qua organisatie? EBN is berekend en klaar voor die taak.
Dat hebben ze het afgelopen jaar ook laten zien. Ze hebben van de Staat beschikking
gekregen over een grotere leenfaciliteit. Zodra EBN toegang krijgt tot de opslagen
in Norg en Grijpskerk, kan het daar starten met vullen. Het is al gestart met de operationele
voorbereidingen daarvoor.
Ik ga nu een aantal vragen over strategische reserves en voorraden beantwoorden. De
heer Jumelet vroeg: de strategische opslag zou toch vooral een Europees systeem moeten
zijn, zoals ook bij olievoorraden, waarbij elk land naar rato van gebruik bijdraagt?
Een Europees systeem voor gasopslagen, zoals we dat voor olie hebben, is er op dit
moment niet. Ik heb een deel van de discussie hierover in Europa meegemaakt. Die gaat
vooral over de kostendeling bij zo'n systeem, die heel weerbarstig is. Er zijn namelijk
lidstaten zonder of met heel beperkte gasopslag, terwijl wij een land zijn met gasopslag
van grote volumes. Die landen zien geen reden om daaraan bij te dragen, terwijl wij
daar natuurlijk wel een groot belang bij hebben. Tot slot is een strategische gasopslag
kostbaarder en moeilijker te realiseren dan een strategische olievoorraad. Maar de
kostendeling is dus een belangrijk punt waarom de Europese discussie vastzit of moeilijk
is.
De heer Jumelet, de heer Erkens en de heer Boomsma vroegen naar het rapport van CE
Delft en het mogelijk gebruikmaken van een strategische kussengasreserve, bijvoorbeeld
in Norg. Wij hebben dat rapport natuurlijk ook gezien. Het is op zichzelf een interessant
idee. Wat ik zou willen doen, of mijn opvolger zou willen aanraden, is dit betrekken
bij de uitwerking van de motie-Grinwis, waarin gevraagd wordt om strategisch gasbeleid
met een afwegingskader voor overheidsinterventies. Daar zou ik dit bij willen betrekken.
Ik zeg er wel bij dat het complex is. We zullen heel goed moeten kijken naar juridische
en praktische punten bij het winnen van kussengas bij gasopslagen die nog in gebruik
zijn. De seizoensopslagen hebben we in de komende jaren echt nog nodig in hun functie
als seizoensopslag, ook al bouwen we af. Je wilt niet dat het winnen van kussengas
de seizoensopslagfunctie beëindigt terwijl we die nog nodig hebben. Het kussengas
is voor een groot deel eigendom van private partijen, nu vaak de beheerders van de
opslagen. Als ze dat kussengas niet mogen winnen, willen ze de waarde daarvan natuurlijk
vergoed hebben op het moment dat wij de opslagfunctie in principe zouden beëindigen.
Dan is er nog een vraagstuk rondom de kwaliteit van het gas. Het kussengas in Norg
en Grijpskerk is alleen na een speciale behandeling te gebruiken, wat de inzetbaarheid
beperkt. De gedachte, en ook wat het rapport schetst, is dus interessant, maar er
zitten wel een paar complexe punten aan. Ik zou dat willen betrekken bij de uitwerking
van de motie over strategisch gasbeleid.
De heer Jumelet (CDA):
Ik noemde ook de onrust in het gebied, vooral als het gaat om het samen uitvoeren
van enerzijds de gasopslag en anderzijds het mogelijk winnen van het kussengas. De
Minister is volgens mij goed op de hoogte van die vraagstukken. Ik denk wel dat het
goed zou zijn om ook aandacht te geven aan die onrust, omdat uiteindelijk die vragen
al veel eerder zijn gesteld, ook in dat gebied. Ik merk hier gewoon op dat ik vind
dat daar ook veel aandacht voor zou moeten zijn.
Minister Hermans:
Dat deel ik. Meer in den brede ... Ik kom later nog op een paar vragen die zijn gesteld
over gaswinning. De heer Jumelet weet als geen ander dat we de gesprekken die wij
aan de Drentse mijnbouwtafel hebben gevoerd ook zo aan de Friese mijnbouwtafel hebben
gevoerd. In Groningen hebben we daar op verschillende plekken gesprekken over gevoerd.
Ik zie, herken en begrijp de zorgen ook ongelofelijk goed. We kunnen hier alleen maar
uiteindelijk stappen in zetten, welke kant op dan ook, in goed overleg en in goede
samenwerking met de regio, de provincies en de lokale bestuurders. Dat deel ik dus.
Voorzitter. De heer Boomsma vroeg waarom je nou zo'n dure noodvoorraad zou optuigen
als je die toch niet kan inzetten om de prijs te dempen. Het klopt dat we het daar
niet voor kunnen inzetten. Dat mag ook niet op grond van de Europese regelgeving.
Maar we hebben het wel nodig, zoals ik net ook met de heer Kops wisselde, om in een
noodsituatie iets te kunnen doen of die te kunnen bestrijden. Daarom hebben we nu
de keuze gemaakt om te beginnen met een beperkte noodvoorraad van 5 terawattuur. Daarmee
houden we de kosten beperkt, maar blijft het wel effectief en hebben we echt wel wat
achter de hand in geval van een noodsituatie.
Voorzitter. Dat wat betreft de opslagen. Dan kom ik nu bij de betaalbaarheid en de
gasprijzen. Ik heb hier eigenlijk al het een en ander over gezegd in de richting van
de heer Erkens. Hij noemde het dilemma van leveringszekerheid, betaalbaarheid en natuurlijk
ook de Europese vulverplichting waar we aan moeten voldoen. Het is inderdaad een dilemma
om daartussen te laveren en daar allemaal oog en aandacht voor te hebben. We werken
aan het afwegingskader naar aanleiding van de motie-Grinwis. Het is de bedoeling om
de Kamer voor de zomer van dit jaar, 2026, te informeren over waar we staan en voor
welke keuzes we in dat kader komen te staan.
De heer Erkens en de heer Kops vroegen of we voorbereid zijn voor als er zich een
calamiteit voordoet en de gasprijzen weer enorm omhooggaan. Even voor de duidelijkheid:
op dit moment is dat niet aan de orde. Er is voldoende aanbod en we zien al geruime
tijd dat de prijzen stabiel en relatief laag zijn. Als er zich een calamiteit voordoet,
dan zien we mogelijkheden voor de markt om die op te vangen. Dat zit ’m in het gebruik
van gas dat opgeslagen zit in de gascavernes en het extra importeren van lng naar
Noordwest-Europa. De markt kan dan ervoor kiezen om minder door te voeren van Nederland
naar het buitenland. En er zijn natuurlijk sturingsmogelijkheden aan de vraagkant.
Als er een dermate grote calamiteit is waardoor je ondanks de mogelijkheden die de
markt heeft om te sturen toch ziet dat er een tekort dreigt, dan hebben we een noodplan.
Dat is het Bescherm- en Herstelplan Gas. Het doel van dat plan is om gastekorten op
te vangen zodat het hele systeem blijft functioneren en beschermde afnemers voorzien
blijven. In een absolute noodsituatie kan het kabinet ingrijpen in de markt om de
afname te reduceren. Hiervoor is de afschakelstrategie waar ik het net al over had.
We hopen natuurlijk echt dat we daar nooit in terecht komen, maar die voorbereidingen
zijn wel getroffen. Ik zei al dat we die noodvoorraad dit jaar voor het eerst gaan
aanleggen.
De heer Klos (D66):
Ik vraag het hier even, omdat er steeds wordt teruggekomen op dat we ons als zich
een probleem voordoet onder andere kunnen beroepen op extra lng-import om problemen
en prijsstijgingen te dempen. Dat lijkt me juist een probleem op dit moment in de
wereldpolitiek, want je zou kunnen hebben dat drie zeer onwenselijke situaties zich
tegelijkertijd voordoen: dat Trump zich doet gelden met het lng, wat toch een derde
is van onze import, dat Iran een probleem wordt voor gas van Qatar en dat we tegelijkertijd
bijvoorbeeld een aanslag krijgen op de infrastructuur die gas van Noorwegen naar Nederland
leidt. Met in het achterhoofd het feit dat het Nederlandse kabinet er niet in is geslaagd
om de vuldoelen te halen en die dus al laag staan, en we mogelijk nog een lange winter
hebben, is de vraag of we als dat soort situaties zich voordoen daarop voorbereid
zijn. Hebben we scenario's voor wat er dan gebeurt, en weten we wat voor effecten
dat heeft op huishoudens en bedrijven in Nederland?
Minister Hermans:
Ja, die hebben we. Dat is dat Bescherm- en Herstelplan Gas. Daar zitten fases in van
de mate van crisis of noodsituatie waar je in terechtkomt. Het inzetten van de noodvoorraad
zit echt in de hoogste fase van crisis. De heer Klos schetst een situatie die absoluut
onwenselijk is en een effect zal hebben, maar wat het effect precies is, wat de gevolgen
precies zijn, is natuurlijk afhankelijk van de duur van de verstoring en de periode
waarin die plaatsvindt. Als het enkele dagen tot enkele weken is, dan kunnen we het
opvangen door productie uit onze opslagen. We hebben natuurlijk pijpleidingen. Het
ligt natuurlijk aan wat precies de verstoring is, waardoor je uit omringende landen ...
Daarom is het goed dat we die verbonden gasmarkt hebben en elkaar kunnen ondersteunen.
In scenario's zou sprake kunnen zijn van een eventuele exportstop, maar dat heeft
natuurlijk extreme gevolgen en ook potentieel schade tot gevolg voor de landen die
daartoe over zouden moeten gaan. Maar goed, we hebben dus een noodplan – een Bescherm-
en Herstelplan Gas, moet ik zeggen.
De heer Klos noemde terecht – ik geloof dat een aantal andere Kamerleden daar ook
op wees – de grote hoeveelheid gas die we importeren. Dat is de reden dat we tegelijkertijd – we
hebben die import nodig – kijken hoe we die afhankelijkheid zo veel mogelijk kunnen
afbouwen en dat we zolang we die nog hebben niet wedden op één paard, maar dat we
waar we het allemaal vandaan halen spreiden: de diversificatie. Maar dat is niet het
enige. We moeten ook verder werken aan die afbouw. Mevrouw Van Oosterhout vroeg daar
terecht naar: wind op zee, kernenergie, waterstof, de warmtenetten. Daar kom ik nog
op, want iemand stelde daar een vraag over. Het is en-en-en. Het moet allemaal gebeuren.
Er spelen ook allerlei ingewikkeldheden in het snel uitrollen van die warmtenetten,
de situatie met het aanleggen van windparken op zee en kernenergie. Dat zijn langdurige
trajecten. Daar moeten we mee door. Het is niet van vandaag op morgen klaar. Dat betekent
dus ook nog steeds die import van gas. We werken dus keihard aan het spreiden van
die import.
De voorzitter:
Een vervolginterruptie van de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Met dat laatste ben ik het totaal eens en ik waardeer de inzet van de Minister daarvoor.
Misschien heb ik mijn vraag niet duidelijk gesteld. Ik was eigenlijk niet benieuwd
naar hoe dat plan er dan uitziet, maar naar de specifieke analyse van het kabinet
van de drie geopolitieke dreigingen op het gebied van energie die zich juist aan het
begin van dit jaar voordoen, die nu dus denkbaar zijn. Ik ben benieuwd of de Minister
overleg heeft gepleegd met de Minister van Buitenlandse Zaken, en of die situaties
of scenario's heeft geschetst over wat er dan gebeurt met onze energievoorziening
en hoe we dat compenseren.
Minister Hermans:
Ik begrijp nu de vraag van de heer Klos. Ja, hier is doorlopend aandacht voor. In
brede zin gaat dat over de leveringszekerheid van energie, dus ook op het gebied van
elektriciteit, en natuurlijk ook van gas en olie. We hebben de Nationale Veiligheidsraad,
en natuurlijk ook gewoon de overleggen die ik zelf voer en die ook ambtelijk gevoerd
worden. Daarom zei ik dat er op dit moment geen reden tot zorg is en de situatie tegelijkertijd
vraagt om alertheid. We houden dit dus continu in de gaten; het wordt continu gemonitord.
Ik heb zelf wekelijks overleg over de opslagen. Daar waar dat nodig is, gebeurt dat
natuurlijk vaker, ook met collega's. Daar is dus continu aandacht voor. Ik kan niet
anders dan dat bevestigen.
De heer Klos (D66):
Sorry, nog een laatste interruptie, want dat roept bij mij de vraag op: kunt u de
analyses die u daarvan maakt met de Kamer delen, al dan niet vertrouwelijk, als dat
niet anders kan?
Minister Hermans:
Dat moet ik even nagaan, want het is niet alsof ik één rapport op mijn bureau krijg.
Het is een soort doorgaand proces. Daar kan de heer Klos zich waarschijnlijk wel iets
bij voorstellen. Ik wil best kijken of we daar iets van kunnen delen, dan wel of ik
iets kan samenvoegen om met de Kamer te delen. Dat wil ik gewoon echt even nagaan.
Dan wil ik ook even nagaan wat daarvan openbaar kan worden en wat vertrouwelijk moet
blijven.
De voorzitter:
Maar daar komt u dan in de tweede termijn misschien even op terug?
Minister Hermans:
Ja, dat zal ik doen.
De heer Jumelet (CDA):
Ik wil ondersteunen wat mijn collega net vroeg, om ons daar ook in mee te nemen. Het
zit niet altijd in mijn gezichtsveld, maar de energiemix gaat over verschillende modaliteiten.
We zetten in op hernieuwbare energie. Ik denk dat dat heel goed is, juist ook om die
onafhankelijkheid wat meer vorm en inhoud te geven. Maar toen we het hadden over die
leveringszekerheid en de breedte daarvan op het gebied van gas en opslagen, was mijn
gedachte opeens ook: we bouwen natuurlijk ook het gebruik van kolencentrales af, terwijl
dat wel een deel is van onze energieproductie. Dan wordt het wel heel fragiel. In
ieder geval tref ik de Minister optimistisch aan en met heel veel inzet, en dat waarderen
we met z'n allen zeer. Tegelijkertijd is het wel goed om inzicht te hebben in hoe
het er werkelijk voor staat. Ik wilde me daar dus graag bij aansluiten, niet alleen
vanuit de gedachte van het delen van die zorg, maar ook vooral om de komende tijd
de goeie dingen te doen.
De voorzitter:
Oké, maar de Minister komt er in de tweede termijn op terug.
Minister Hermans:
Nou, ik wil hier wel even op reageren, want het is net een andere vraag, maar het
raakt aan hetzelfde. Ik deel dat vraagstuk van leveringszekerheid in de geopolitieke
situatie waar we in zitten heel erg met iedereen die daar vragen over stelt of opmerkingen
over maakt. Dat geldt voor gas en dat geldt ook voor elektriciteit. Op het gebied
van gas werk ik naar aanleiding van de motie van Pieter Grinwis aan een strategisch
beleidskader, een afwegingskader. Op het gebied van elektriciteit bereid ik voor dat
een volgend kabinet in elk geval een richtinggevend besluit kan nemen over een vorm
van een capaciteitsmechanisme in de elektriciteitsmarkt. De heer Jumelet heeft namelijk
gelijk: ook daar speelt een vraagstuk van leveringszekerheid. Dat speelt overigens
pas in de jaren na 2030. Maar daar moet je je nu al wel op voorbereiden, want als
je daar een besluit over neemt, moeten betrokken partijen natuurlijk ook de tijd hebben
om zich daarop voor te kunnen bereiden. Die dingen gaan ook in de tijd samenvallen,
want het besluit over dat capaciteitsmechanisme elektriciteit en dat strategische
beleidskader voor gas komen allebei in de eerste helft van 2026. Daar komt dus ook
veel informatie samen om dat goed in samenhang te kunnen bezien. Dus dat zeg ik even
over de besluiten waarnaartoe wordt gewerkt. Los daarvan staat de analyse van wat
we in het hier en nu zien gebeuren en wat we daar vandaag en morgen aan doen. Ik zal
dat checken en in tweede termijn terugkomen op de vraag wat we hebben liggen en wat
ik kan delen, en in welke vorm.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Minister Hermans:
Dan ga ik weer even uit de geopolitiek, naar nog een paar vragen over de prijzen.
De heer Klos vroeg wat ik nog dit jaar kan doen om het risico op hoge prijzen te voorkomen.
Er is op de gasmarkt geen eigenstandige Nederlandse prijs die losstaat van de prijs
op andere markten. Die prijs wordt bepaald op de gasmarkt, en wordt beïnvloed door
een veelheid aan factoren, nationaal en internationaal. Zeker op die laatste factoren
heb ik natuurlijk geen invloed. Ik zeg er wel bij dat de vooruitzichten op dit moment
gunstig zijn. Ook dit is iets wat we continu in de gaten blijven houden. We zien dat
de prijs voor aankomende zomer ook weer onder de huidige prijs ligt, namelijk bijna
€ 5 per megawattuur. De vooruitzichten zijn wat dat betreft dus gunstig.
De heer Klos vroeg ook wat ik ten aanzien van de vulgraden ga doen om een herhaling
volgend jaar te voorkomen. Ik noemde al de uitbreiding van de taak van EBN, de noodvoorraad,
de diversificatie van de import en het sowieso op peil houden en waar mogelijk en
nodig vergroten van de importcapaciteit. Ook hebben wij het advies van GTS overgenomen
om voor volgend jaar een vuldoel van 115 terawattuur op 1 november 2026 na te streven.
Dat ligt weer ietsje hoger dan het doel van afgelopen jaar, dus van 1 november 2025.
Voorzitter. Dat wat betreft de prijzen. Dan ga ik nu verder met het blokje geopolitiek
en energieafhankelijkheid. Ik kijk even wat we daar nog hadden openstaan. Ja, dat
is nog wel wat.
De heer Vermeer vroeg mij wanneer we nou stoppen met de export van gas. De heer Vermeer
is er nu niet, maar dat is niet aan de orde. Nederland is ook netto-importeur van
gas, en ik denk dat wij er als netto-importeur niet echt bij gebaat zijn om zelf te
stoppen met de export, omdat dat mogelijk leidt tot gevolgen bij anderen. Het wordt
dan veel minder aantrekkelijk om gas naar Nederland te brengen, terwijl wij op dit
moment de zogenaamde gasrotonde van Noordwest-Europa zijn. Dat staat allemaal nog
los van het feit dat een exportverbod ook niet kán binnen de Europese regelgeving.
Ik zou het vanuit de afhankelijkheid die wij hebben op het gebied van import ook echt
niet verstandig vinden.
Voorzitter. De heer Kops vroeg mij naar onze langetermijncontracten. Hoe voorkomen
we nou dat andere landen nog van onze gasmarkt profiteren? Ik zei zonet al dat we
de export dus niet mogen verbieden en dat dat ook niet in ons belang is, en dat wij
over en weer soms ook van elkaars situatie op de gasmarkt kunnen profiteren.
Dan even over de exportcontracten. De heer Kops sprak over «onze exportcontracten».
Om heel precies te zijn: landen hebben geen contracten. Dat zijn de energiebedrijven,
die klanten hebben in binnen- en buitenland. Dan kan het bijvoorbeeld zo zijn – dit
is een voorbeeld – dat Uniper gas levert aan klanten in Nederland. Wat ik weet, of
waar wij zicht op hebben, is dat GasTerra op basis van het Groningenveldgas exportcontracten
had. Omdat de onderneming GasTerra per 1 oktober haar activiteiten beëindigt, zijn
daarmee ook de contracten beëindigd. Van andere partijen weten we dat niet, want die
contracten zijn door private partijen aangegaan.
Dan vroeg de heer Kops mij ook nog hoeveel gas er naar Duitsland is geëxporteerd en
tegen welke prijs. In het gasjaar 2024–2025 is 260 terawattuur aan gas naar Duitsland
geëxporteerd. We kunnen niet aangeven hoeveel daarvan afkomstig is uit de opslagen.
Ook de exacte prijs is mij niet bekend, want die is afhankelijk van afspraken tussen
marktpartijen. Die prijs zal ongetwijfeld wel gekoppeld zijn aan de prijs die op de
Nederlandse gasmarkt – dat is de Title Transfer Facility, de TTF – tot stand komt.
Dat is de meest liquide en ook de meest omvangrijke gasmarkt van de EU.
De heer Kops (PVV):
Maar moeten we dan niet weten hoeveel er uit onze voorraden naar Duitsland is geëxporteerd?
Dat is namelijk nogal cruciaal. Ieder jaar opnieuw moeten we met veel pijn, moeite
en geld die voorraden vullen. De doelen worden niet eens gehaald. Er wordt dan blijkbaar
wel gas uit die voorraden naar Duitsland geëxporteerd. De vraag is dan waar we die
gasvoorraden eigenlijk voor hebben. Is dat om te voorkomen dat we het hier in Nederland
koud krijgen, of doen we het ook voor onze buurlanden? Dat is cruciaal, zeker als
die voorraden niet optimaal gevuld zijn en er tekorten kunnen ontstaan.
Minister Hermans:
Ja, en zo krijgen wij ook gas uit de opslagen in Duitsland. Dat is hoe deze Noord-Europese,
verbonden gasmarkt werkt. De gasopslagen zijn van marktpartijen. Marktpartijen slaan
daar gedurende het vulseizoen gas op, zodat zij in de winter aan de vraag kunnen voldoen.
Ze kijken ook naar de beschikbaarheid van gas dat wij kunnen importeren. Zoals ik
in mijn inleiding ook zei, zie je dat er op dit moment tegen een gunstige prijs een
grote beschikbaarheid en capaciteit van lng is. Marktpartijen reageren daar ook op.
Er wordt ook alsnog gas uit de opslagen onttrokken. Nogmaals, die opslagen zijn van
marktpartijen. Er gaat gas uit die Nederlandse opslagen naar Duitsland en het komt
ook vanuit Duitse opslagen naar Nederland toe.
De voorzitter:
Nog één keer, meneer Kops. U heeft inmiddels vijf interrupties gehad, maar u kunt
nog een vervolgvraag stellen.
De heer Kops (PVV):
Het is een feit dat onze opslagen niet heel optimaal gevuld waren. Alle experts waarschuwden
dat het geen vetpot was en dat we moesten uitkijken of we de winter wel zouden doorkomen.
Waarom waarschuwden die experts daar dan voor? Waarom waren zij zo kritisch, als we
volgens de Minister ook voldoende gas uit bijvoorbeeld Duitsland krijgen?
Minister Hermans:
We hebben onze nationaal gestelde vulambitie van 80% niet gehaald. We hebben op een
haar na wel de Europese vulverplichting van 74% gehaald, dat zat binnen de toegestane
marge. De gasopslagen, ook de Nederlandse gasopslagen, vervullen een rol in het Noord-Europese
gassysteem. Wij maken ook gebruik van de opslag in België en in Duitsland. In Nederland
hebben we relatief grote gasopslagen ten opzichte van de vraag die wij hebben. Volgens
mij noemde ik in mijn inleiding al dat onze opslagen ongeveer gelijk staan aan 35%
van onze vraag. Vergeleken met de opslagen in andere landen is dat hoog. Dat neemt
niet weg dat we niet voor niets een ambitie en een Europese vulverplichting hebben.
Ik vind dus ook dat wij alles op alles moeten zetten om die doelen te halen. Nogmaals,
we hebben de Europese vulverplichting gehaald. De markt werkt dan zo dat wij vanuit
onze opslagen gas aan Duitsland kunnen leveren en vice versa. We kijken ook naar de
capaciteit aan import. Het is een vraagstuk dat blijvende aandacht verdient, ook nu
we midden in het stookseizoen en in die internationaal onrustige situatie zitten.
Dat gezegd hebbend en kijkend naar hoe de markt zich op dit moment beweegt en ontwikkelt,
geeft mij dat een rustig beeld. Maar ik hou niet voor niets de vinger heel scherp
aan de pols.
Voorzitter. Mevrouw Van Oosterhout vroeg mij naar een rapport van TNO. Ze vroeg naar
het effect van plotselinge prijsstijgingen door de afhankelijkheid van fossiele energie
en hoe dit rijmt met nieuwe investeringen in fossiele energie. Om te beginnen herkennen
we de analyse dat een systeem dat afhankelijk is van fossiele import kwetsbaarder
is voor plotselinge prijsstijgingen op de mondiale markten dan een systeem dat draait
op meer eigen CO2-vrije productie. Dat is ook de reden waarom we erop inzetten om de afhankelijkheid
van die fossiele import af te bouwen. Dat doen we door verder te gaan met wind op
zee, met kernenergie, met zonne-energie, met warmtenetten en met waterstof. Tegelijkertijd
hebben we in de transitiefase nog gas nodig. De heer Klos benoemde dat ook een aantal
keer. Het is dan belangrijk om de import te spreiden en dat niet op één plek te halen.
Daarnaast is het belangrijk dat we ook onze eigen productie daarvoor inzetten. Wat
we hier winnen, bijvoorbeeld door de versnelling op de Noordzee, hoeven we namelijk
niet te importeren.
Mevrouw Van Oosterhout vroeg mij ook of ik nog nieuwe manieren zie om de uitrol van
de hernieuwbare-energieopslag en de energie-efficiëntie te versnellen. We werken,
naast alles wat we doen om die gasopslagen en die gasimport te diversifiëren, doorlopend
door aan energiebesparing, aan het opschalen van hernieuwbare energie en aan het bredere
nieuwe energiesysteem dat we nodig hebben voor die overstap van fossiel naar CO2. De actuele inzet en stand van zaken op dat gebied actualiseren we ook in het Nationaal
Plan Energiesysteem. Daarvan komt er met Prinsjesdag een nieuwe versie naar de Tweede
Kamer. Daar wordt onverminderd aan doorgewerkt.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Mag ik daaruit concluderen dat de recente geopolitieke situatie voor de Minister geen
aanleiding geeft om de energietransitie nog verder te versnellen?
Minister Hermans:
Het laat wat mij betreft zien hoe belangrijk het is dat we met die transitie doorgaan.
Het laat zien dat daar waar je, gegeven de omstandigheden, kan versnellen, je dat
moet doen en moet stimuleren. Maar ik constateer ook dat de randvoorwaarden voor die
versnelling, en überhaupt voor die transitie, op dit moment onder druk staan. We hebben
daar in andere debatten al veel met elkaar over gesproken. Neem bijvoorbeeld wind
op zee: dit gaat de ruggengraat vormen van ons nieuwe energiesysteem, maar je ziet
dat die windsector het om verschillende redenen – ik zal daar nu niet helemaal over
uitweiden – lastig heeft. We zien daardoor dat de bouw van windparken vertraging oploopt.
Dat is een internationaal fenomeen en geldt dus niet alleen voor Nederland. We doen
er alles aan om die vertraging zo veel mogelijk te beperken en daar waar we kunnen
een extra duwtje in de goede richting te geven. De internationale situatie laat ons
zien hoe belangrijk het is dat we doorgaan met die transitie. Zowel de internationale
als de nationale situatie tonen ook dat een aantal cruciale randvoorwaarden gewoon
niet op orde zijn. Op sommige dingen hebben we invloed en op sommige dingen niet.
Ik doe mijn uiterste best op de dingen waar we invloed op hebben, neem bijvoorbeeld
de drukte op het stroomnet. Op sommige dingen hebben we minder invloed, maar desalniettemin
zoeken we steeds naar manieren om die transitie wel door te laten gaan.
Voorzitter. Dan kom ik bij de vragen over de leveringszekerheid van elektriciteit.
Ik heb al iets gezegd over het capaciteitsmechanisme en de voorbereidingen die we
daarvoor treffen. De heer Erkens vroeg hoe we er nou voor zorgen dat die verschillende
onderzoeken op tijd bij elkaar worden gebracht. Daarvoor vindt er zorgvuldige afstemming
plaats met alle betrokken partijen: de Commissie, TenneT en ACM, maar ook de landen
om ons heen. Zo kunnen we al die inzichten op het goede moment bij elkaar brengen
en integraal meenemen. We zorgen daarnaast dat we het richtinggevende besluit ook
afstemmen op de planning van de nieuwe Monitor Leveringszekerheid van TenneT. Dat
rapport is natuurlijk heel belangrijk om te zien waar het spanningsveld in die leveringszekerheid
zit. De verwachting is dat het kabinet de richting van dat besluit in juni kan delen
met de Kamer.
De heer Erkens vroeg ook nog naar vervolgstappen zodra het onderzoek naar het capaciteitsmechanisme
is afgerond. Als die onderzoeken zijn afgerond, bundelen we de inzichten uit die onderzoeken,
uit gesprekken met stakeholders. Dat komt in de eerste helft van 2026; ik verwacht
het net voor de zomer. Het is complexe materie die vraagt om zorgvuldige afstemming,
omdat je echt naar een robuust en toekomstbestendig mechanisme toe wil gaan werken.
Je wil dat het goed past binnen de wettelijke kaders die we daarvoor hebben: de nieuwe
Energiewet, die het eerste kader daarvoor biedt, en ook het EMD-wetsvoorstel, wat
nog moet worden aangenomen.
Voorzitter. De heer Erkens vroeg ook of we erop anticiperen dat de invoering tijdig
klaar kan zijn, omdat experts aangeven dat het wel drie jaar kan duren. Volgens mij
heb ik daar net in de richting van de heer Jumelet al iets over gezegd. Dat is precies
de reden dat wij in de eerste helft van dit jaar met dat richtinggevende besluit willen
komen.
Voorzitter. Dan kom ik bij het blokje overig. Ik begin met een vraag over de gaswinning.
Ik denk dat ik de vraag van de heer Jumelet over de gesprekken en de afstemming met
de regio beantwoord heb. De heer Jumelet vroeg me alleen nog naar de stand van zaken
met het sectorakkoord over gaswinning op land. Vlak voor de kerst, volgens mij op
5 december, heb ik de Kamer geïnformeerd dat we daar samen met betrokken partijen
nog wat meer tijd voor nodig hadden. Die tijd hebben we onder andere benut voor aanvullend
overleg met medeoverheden. Het laatste overleg heeft vorige week plaatsgevonden. We
hopen dat nu snel af te ronden en wachten op goedkeuring van de meest betrokken partijen.
Zodra die binnen is, kunnen we de aanvullende afspraken met elkaar vastleggen en natuurlijk
ook delen met de Kamer.
De heer Jumelet vroeg mij ook naar de stand van zaken ten aanzien van het winningsplan
Norg. Zoals de heer Jumelet weet, vragen we bij dit soort winningsplannen advies aan
adviseurs. Na ommekomst van die adviezen worden alle aspecten van het besluit nader
onderzocht en ook bekeken door de lens van die adviezen. Als dat gebeurd is, kan het
kabinet een ontwerpbesluit nemen. Het is echt een belangrijk besluit, weet ik ook
uit mijn gesprekken in de omgeving, dat ik zorgvuldig wil voorbereiden. Ik verwacht
dat het besluit ergens in de komende maanden genomen kan worden en dan ook gepubliceerd
kan worden.
Dan over de verduurzaming van de woningen, de gebouwde omgeving. De heer Klos vroeg
daarnaar. Hij vroeg waarom het kabinet zaken als het verduurzamen van woningen en
bijvoorbeeld de fixteams niet heeft geregeld. Nou, het is iets minder pessimistisch
dan de heer Klos het doet voorkomen. Het is niet helemaal niet geregeld, integendeel.
Er loopt een groot Nationaal Isolatieprogramma via gemeenten. Daarin zit 1,6 miljard
euro om tot 2030 zo'n 750.000 woningen te isoleren voor mensen die daar extra hulp
bij nodig hebben. Daarnaast hebben we natuurlijk de ISDE-subsidie voor woningeigenaren
en verhuurders. Dat loopt dus. Dan is de vraag: zou je daar meer in willen doen? Dat
heeft natuurlijk ook een budgettaire consequentie en zo bezien heeft de heer Klos
gelijk. Zijn keuzes die het kabinet heeft gemaakt om niet nog iets extra's te doen
ook financieel ingegeven? Ja, er liggen heel veel wensen en hier ligt een fors programma,
een forse ambitie ook. Laten we heel eerlijk zijn. Het is al een enorme klus om dit
voor elkaar te krijgen, ook als je kijkt naar de tekorten op de arbeidsmarkt.
Dan de fixteams, een prachtig initiatief. Ze doen echt goed werk. Het is niet voor
niks dat er door de leden Postma en Rooderkerk, als ik het mij goed herinner, bij
de afgelopen begrotingsbehandeling een amendement is ingediend om daar wat langer,
maar niet structureel, geld voor te reserveren. Dat is gelukt. Ik denk dat dat ook
goed is. Het is een mooi initiatief dat daarmee in elk geval komend jaar ook nog aan
de slag kan.
Op dit moment loopt het programma voor de lokale warmtetransitie. De Warmtewet is
ook in de Eerste Kamer aangenomen, waarmee er nu duidelijkheid is over hoe de wettelijke
basis voor de warmtetransitie eruitziet. We zullen nu moeten kijken hoe dat in de
praktijk eruit gaat zien en wat er nog nodig is om de randvoorwaarden ook daar op
orde te brengen.
Dan zijn er natuurlijk nog de prestatieafspraken die de Minister van VRO heeft gemaakt
met de woningcorporaties, die specifiek zien op het uitfaseren van woningen met energielabel
E, F en G, uiterlijk in 2028.
Tot zover, voorzitter, over de gebouwde omgeving.
De heer Klos (D66):
Het klopt, denk ik, dat het niet helemaal níét is geregeld, maar ik denk dat we moeten
constateren dat het ook niet helemáál is geregeld. De Minister geeft dat ook toe.
Ik heb een vervolgvraag op het laatste punt dat de Minister maakte. De Minister is
uiteraard verantwoordelijk voor het halen van de klimaatdoelen, maar er vallen een
hoop andere ministeries onder haar marsorders om dat voor elkaar te krijgen. Heeft
de Minister ook gesproken met de Minister van wonen om dit versneld en beter aan te
pakken? Zijn er misschien problemen in de coördinatie tussen ministeries die ertoe
leiden dat dit soort partijen zeggen: dit gaat niet snel en niet goed genoeg? Of is
de Minister tevreden over de samenwerking met VRO op dit punt?
Minister Hermans:
Ik heb regelmatig contact gehad met de Minister van VRO over alle programma's die
lopen in de gebouwde omgeving en die zien op de energietransitie. Ik ben graag bereid
om bij de Minister van VRO na te vragen wat nu haar beeld is van het verloop en ook
van de knelpunten waar we tegenaan lopen, even los van geld. Vaak zijn andere typen
knelpunten namelijk sneller of eenvoudiger op te lossen.
Het uitfaseren van die labels is natuurlijk niet voor niets een onderdeel van de prestatieafspraken
geworden. Wij zagen namelijk dat als je dat echt voor elkaar wil krijgen, je daar
een afspraak voor moet maken waar een wederkerige verantwoordelijkheid in zit. Die
afspraken zijn ... Ik wilde zeggen «eind vorig jaar», maar die zijn natuurlijk alweer
ruim een jaar geleden gemaakt. Ik zal ook daarvan nagaan hoe dat nu loopt en waar
we tegenaan lopen.
Voorzitter. Mevrouw Van Oosterhout vroeg mij naar een reactie op het rapport dat volgens
mij vanochtend in het nieuws was. Dat ging erover dat het afgelopen jaar het warmste
jaar ooit gemeten was en dat het, even in mijn woorden, heel moeilijk is om die 1,5
graad binnen bereik te krijgen. Ik denk dat het nieuwe onderzoek dat vanochtend gepresenteerd
is, in lijn is met publicaties die we eind 2025 hebben gezien van IPCC en de International
Energy Agency. Misschien dat mevrouw Van Oosterhout daar ook aan refereerde. Nee,
dat was in het kader van fossiele energie. Maar het is natuurlijk een belangrijke
organisatie die ons van informatie voorziet over hoe we er nu voor staan. Ook zij
rapporteerden al dat we een temperatuurstijging van 1,5 graad of daarboven mogelijk
niet kunnen voorkomen. Vanuit dat perspectief bezien, nog even los van het belang
van de geopolitieke situatie en onafhankelijkheid, toont het ook aan dat we door moeten
gaan met het ingezette klimaat- en energiebeleid. Dat ziet natuurlijk ook op het afbouwen
van fossiele energiebronnen. Uiteraard, zeg ik tegen mevrouw Van Oosterhout, zal ik
mijn inzichten over de laatste stand van zaken delen met mijn opvolger. Dat gesprek
zal ook gaan over wat we in Nederland aan het doen zijn en waar we tegenaan lopen
om de transitie, die in een lastige fase zit, door die lastige fase heen te krijgen
en op een realistische maar wel ambitieuze manier voort te gaan met dit belangrijke
werk. Ik denk alleen niet dat het echt nodig is om mijn opvolger van het belang te
doordringen als ik kijk naar de partijen aan tafel, maar dat neemt niet weg dat er
echt wel werk aan de winkel is.
Voorzitter, volgens mij ... O, nee. Ik had nog een vraag over Oekraïne. Ik ging te
snel. Dat was een vraag van de heer Klos over dat Oekraïne – dat was volgens mij vorige
week ook in het nieuws – gebruik zou willen maken van de gasinstallaties die wij niet
meer gebruiken in Groningen en of we daaraan willen meewerken. We steunen de inzet
om onderdelen van installaties voor de Groningse gaswinning of de gaswinning in het
Groningenveld, om even heel precies te zijn, te gebruiken voor de wederopbouw van
de Oekraïense gasinfrastructuur, want wat we deze winter zien, is natuurlijk extreem
heftig. De aanwezige installaties in Oekraïne hebben echt heel zwaar te lijden onder
de Russische aanvallen en met die installaties natuurlijk alle Oekraïners, mensen
thuis en op allerlei plekken. Echt vreselijk in een heel koude winter. Wij zijn natuurlijk
NAM-installaties aan het ontmantelen. Die zijn goed bruikbaar in Oekraïne. Het gaat
echt om materieel dat wij niet meer gebruiken. Hoe en wat precies kan ik om redenen
die de heer Klos waarschijnlijk begrijpt niet publiekelijk delen, maar we steunen
dit verzoek in elk geval en sowieso steunen wij Oekraïne ook met niet-militaire steun,
waar energiesteun natuurlijk een belangrijk onderdeel van is. Die gaat onverminderd
door. We helpen bijvoorbeeld bij herstel of bij het opleiden van personeel.
De heer Klos (D66):
Ik zou daar toch nog een vraag over willen stellen, namelijk waar die steun dan uit
bestaat. Ik heb er heel veel begrip voor dat we daar niet alles over kunnen delen,
maar ik denk dat er nog wel een relevante vraag is. Uit het nieuws blijkt dat de NAM
er in principe positief tegenover dat verzoek staat, dat van de Oekraïners zelf komt,
maar het wordt niet helemaal duidelijk op welke termijn dat dan daadwerkelijk gaat
gebeuren en welke financiële of misschien transportsteun nodig is om het van Nederland
naar Oekraïne te krijgen. Dat lijkt me bij uitstek iets waar het kabinet bij kan helpen,
ook in overleg met de NAM. Mijn vraag zou dus zijn: waar bestaat de steun uit? Wat
kan het kabinet bieden en kan dat een beetje op een korte tijdlijn, zodat Oekraïners
daar op korte termijn wat aan hebben?
Minister Hermans:
Ik realiseer me natuurlijk dat dit niet eindeloos moet duren. Het is nu winter, de
installaties zijn nu beschadigd en nu heel hard nodig. Bij mijn beste weten wordt
daar echt met man en macht aan gewerkt en zet iedereen alles op alles, binnen het
redelijke en het mogelijke natuurlijk, om Oekraïne ook op dit punt zo snel als mogelijk
te helpen.
De voorzitter:
Was u aan het einde van de beantwoording? Ja? Dank u wel. Dan stel ik voor dat we
doorgaan met de tweede termijn, als daar behoefte aan is. Dat is het geval. Dan geef
ik het woord aan mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de Minister en ik elkaar vinden als het gaat om
het belang van wind op zee en wellicht ook het versnellen van wind op zee. Daar ben
ik blij mee. Waarover we echter wel van mening verschillen, is de vraag of we in de
tussentijd nog nieuwe gasvelden op de Noordzee moeten aanboren. Nieuwe gaswinning
klinkt misschien aantrekkelijk, maar de realiteit is dat de aanleg van nieuwe platformen
ook veel tijd en geld kost en dat we ook met extra boringen niet op korte termijn
onafhankelijk zijn van andere landen. De vraag is dan ook waarom we zouden investeren
in de energie van het verleden als we dezelfde tijd en middelen ook kunnen inzetten
voor de energie van de toekomst.
De wetenschap is hier helder over. Om het klimaat te beschermen, is het noodzakelijk
dat fossiele bronnen zo veel mogelijk onder de grond blijven, ook onder de Noordzee.
Er is in het koolstofbudget simpelweg geen ruimte voor het aanboren van nieuwe velden.
Het onderzoek van vanochtend laat wederom zien dat de opwarming van de aarde steeds
sneller gaat. Het Internationaal Energieagentschap, waar we het al eerder over hadden,
heeft eerder ook vastgesteld dat wanneer landen maximaal inzetten op eigen gasvoorziening,
dit gemiddeld leidt tot 25% hogere gasprijzen. Dat staat haaks op het doel van betaalbaarheid.
Als we stoppen met het verspillen van geld en capaciteit aan nieuwe gasboringen, kunnen
we juist investeren in zon, wind, opslag en energie-efficiëntie. Daarmee daalt de
vraag naar gas structureel en hoeft er uiteindelijk ook elders in de wereld minder
geboord te worden. Dat is beter voor het klimaat, voor de veiligheid en voor de gezondheid
van mensen hier en daarbuiten.
Voorzitter. Als elk land blijft boren uit angst om te moeten importeren, dan stoppen
we nooit met fossiel. Daarom heb ik tot slot nog twee vragen. Welke concrete hordes
ondervindt de Minister bij het versneld terugbrengen van het gasverbruik? Welke beleidsopties
liggen er nog op tafel om die aan te pakken? Heeft de Minister de inzichten van het
Internationaal Energieagentschap over prijsopdrijving door nationale gaswinning ook
expliciet meegenomen in haar beleid en, zo ja, hoe?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Ik eindig het debat vooralsnog met een licht onbevredigd gevoel,
omdat de vulgraden of de doelen daarvoor niet behaald zijn. Daardoor zijn we in een
wat kwetsbare positie gekomen voor het vulseizoen van volgend jaar, mede vanwege de
situatie in de wereld en de enorme kwetsbaarheid die we hebben op het vlak van import.
Dat is ook de reden waarom we in het algemeen versneld onze afhankelijkheid van gas
zouden moeten afbouwen. Dat ben ik met mevrouw Van Oosterhout eens. Op de korte termijn
zijn we echter kwetsbaar door wat er op de wereldmarkt kan gebeuren in de komende
maanden. Ik wacht het antwoord van de Minister in de tweede termijn nog even af, want
mogelijk heeft het kabinet daar zelf een analyse over en heeft het een plan gemaakt
voor wat we daarmee zouden moeten. Ik moet dus ook niet te vroeg oordelen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de uitgebreide beantwoording. Die
zijn we gewend en dat is ook heel goed, zeker als dit thema aan de orde is. Dank daarvoor.
Het woord «weerbaarheid» komt bij mij boven. Dat gaat inderdaad over leveringszekerheid.
Het moet beschikbaar zijn en betaalbaar blijven. Ik denk dus dat het goed is om daar
steeds alert op te zijn. De Minister heeft gezegd dat er geen reden tot zorg is, maar
dat alertheid wel aan de orde is. Daar zijn we blij mee. We hebben ook wel de behoefte
om zicht te houden op het tempo waarop een aantal dingen gebeuren.
Op dit moment spelen verschillende zaken. Daar hebben we mee te maken. Het gaat inderdaad
over het tempo van hernieuwbare energie. Daar zien we hier en daar problemen ontstaan.
Tegelijkertijd haken we daar wel op aan om van die fossiele brandstof, dus van gas,
olie of kolen, af te komen. Ik kan me heel goed voorstellen dat we daar op termijn
ook een goed beeld bij krijgen. In zijn onlangs verschenen rapport gaf de heer Wennink
aan dat we de fossiele brandstoffen nog hebben te benutten, maar wel juist als opmaat
naar de transitie richting energieneutraal, dus om de dingen goed te kunnen borgen.
Het gaat dan over leveringszekerheid.
Voorzitter. Het lijkt me goed om een tweeminutendebat te houden, dus dat vraag ik
bij dezen aan. We zullen daar met elkaar wederom hierover te spreken komen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Kops.
De heer Kops (PVV):
Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik kijk nog even uit naar de beantwoording
van de vragen over de noodvoorraad in tweede termijn.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik wil een van u verzoeken om even het voorzitterschap over te nemen.
Ik zie de heer Kops knikken. Dan doe ik dat bij dezen.
Voorzitter: Kops
De voorzitter:
Ja. Het woord is aan de heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de Minister voor alle antwoorden. We hebben het
veel gehad over de geopolitieke gevolgen van de nieuwe gasmarkt. Hebben we nou ook
al een overzicht van alle buitenlandse belangen in de gasinfrastructuur en de opslag
in Nederland? Ik las in het rapport van CE Delft dat bekend is dat Gazprom in 2021
bewust de opslagen niet heeft gevuld in aanloop naar het stopzetten van de levering
om het effect extra groot te maken. Hoe zit dat nu? Is dat in kaart gebracht? Hoe
gaan we daarmee om?
JA21 denkt dat je het onder de meeste omstandigheden vooral moet hebben van het markmechanisme
om al deze risico's te mitigeren. Als de overheid namelijk structureel aanstuurt op
vulpercentages, kan dat ook heel erg prijsopdrijvend werken. Als er iets gebeurt,
kun je in de meeste omstandigheden nu gewoon lng importeren. Dan moet je er wel voor
zorgen dat er voldoende aanbieders in de markt zijn en liever niet alleen Qatar en
de VS. Allerlei andere landen hebben ook gas. Het is zaak dat die ook de lng-infrastructuur
optuigen. Ik heb het dan over Maleisië, Algerije, Indonesië en al die landen. Gas
zal er wel zijn in de meeste omstandigheden, maar de vraag is hoe betaalbaar het dan
wordt.
Wij denken daarom dat de tussengasoplossing voor noodsituaties heel geschikt is. Ik
begrijp dat er een aanzienlijke strategische reserve van 10 bcm bij Norg zit. Die
kan gewoon worden gerealiseerd. Alleen al het bestaan daarvan, dus het aanwijzen daarvan,
heeft al een neerwaarts effect op de prijzen in de geopolitieke omstandigheid dat
de vraag toeneemt.
De Minister raadt aan om dat te betrekken bij de uitwerking van de motie-Grinwis.
Ik zal nog even in conclaaf gaan met mijn collega, die ik nu vervang in de commissie,
om te kijken of we niet toch nog een motie willen indienen om dat op een bepaalde
manier nog verder in te kaderen en nadruk te geven. De Minister zei: dat kussengas
moet niet ten koste gaan van de seizoensopslag. Dat klopt, maar volgens mij maakt
het het juist mogelijk om die seizoensopslag te behouden. Het probleem is nu dat seizoensopslag
voor veel partijen niet zomaar meer rendabel is. We moeten dus iets doen om ervoor
te zorgen dat dat wel zo is.
Wat betreft de kwaliteit: ja, je zult het water eruit moeten halen en zult het speciaal
moeten behandelen. Maar als zo'n noodsituatie zich aandient, dan kan je dat ook nog
wel doen. Dat moet in veel gevallen sowieso. We denken dus echt dat dit een goede
route is, maar daar komen we op terug.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage, meneer Boomsma. Het voorzitterschap is weer aan u.
Voorzitter: Boomsma
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Kops. Ik vraag aan de Minister of zij, ook gezien de eerdere opmerkingen
waar zij op terug zou komen, nog even de tijd wil nemen voor het voorbereiden van
de tweede termijn. Zo ja, hoelang heeft u nodig? Tot 16.15 uur? Dat is goed. Dan schors
ik nu tot 16.15 uur.
De vergadering wordt van 16.03 uur tot 16.15 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan Minister Hermans voor de beantwoording
in tweede termijn.
Minister Hermans:
Voorzitter, dank u wel. Ik begin met de vragen van mevrouw Van Oosterhout. Zij stelde
mij ten eerste de vraag: welke hordes zijn er nou nog voor de afbouw van gas? Ik denk
dat het belangrijk is om op die vraag als eerst een antwoord te geven. Een horde voor
het afbouwen van gas is dat je daadwerkelijk over moet kunnen stappen op elektriciteit.
De elektrificatie stuit op dit moment op problemen door de drukte op het stroomnet.
Een andere mogelijkheid is een overstap naar waterstof, maar we zien dat de waterstofmarkt
nog minder ver ontwikkeld is en dat de prijs van groene waterstof op dit moment nog
te hoog is om daar een reële overstap van te maken voor bedrijven. Dat zijn twee belangrijke
hordes voor de afbouw.
Ik had het met de heer Klos al even over specifiek de gebouwde omgeving. Daar zie
je problemen met de uitrol van warmtenetten. Dat begon met onduidelijkheid over de
wetgeving. Nou, die is er nu, dus nu zullen we gaan zien welke randvoorwaarden er
nog meer nodig zijn om dat echt goed voor elkaar te krijgen en om te stimuleren dat
mensen overstappen op warmtepompen in wijken waar warmtenetten geen logische alternatieven
zijn.
Voorzitter. Ik weet niet of ik de vraag van mevrouw Van Oosterhout naar aanleiding
van het IEA-rapport over de kosten goed begrepen heb. Het klopt dat er nieuwe installaties
gebouwd moeten worden als je nu op nieuwe plekken in de Noordzee gas gaat winnen.
Die kosten zijn aan de private partij die daar gaat winnen, uiteraard alleen als die
daarvoor een vergunning heeft gekregen. Die investeringen zijn dus ook aan die private
partij. De weging om dat wel of niet te doen is ook aan die partij. Die zal dat alleen
doen als ze verwacht dat er voldoende uit te halen is. Die kosten zullen dus als zodanig
niet in de prijs terechtkomen; die zijn gewoon een onderdeel van de investering die
de operator daar doet. Ik kijk even naar mevrouw Van Oosterhout: heb ik de vraag zo
goed begrepen? Dit was namelijk een interpretatie van haar vraag.
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout gaat de vraag toelichten.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Natuurlijk, aan de ene kant zijn er kosten bij het opstarten van nieuwe gaswinning
en gasinstallaties et cetera, maar het Internationaal Energieagentschap laat zien
dat het een prijsopdrijvend effect van 25% heeft op de gasprijs als alle landen zich
voornamelijk zouden inspannen voor eigen gaswinning. Daar ging mijn vraag over.
Minister Hermans:
Dan zou ik dat zelf even willen zien en zou ik even die analyse willen lezen. Dan
kom ik daar graag op terug. In algemene zin geldt namelijk: als er meer aanbod is,
heeft dat een prijsdempend effect. Dan wil ik gewoon even die analyse zien, want dan
zit daar ongetwijfeld iets achter als: wat als landen dat gas voor zichzelf houden
en het niet inzetten op de gasmarkt zoals we die nu hebben? Dan stroomt dat gas dus
daarheen waar de prijs het hoogst is. Ik duik daar graag even in. Daar kom ik op terug.
Dan wordt mij natuurlijk de vraag gesteld: wanneer gaat dat gebeuren? Ik stuur binnenkort
een aantal brieven. Ik ga even na in welke brief dat goed terecht kan komen.
Ondertussen ga ik door met de vraag van de heer Klos over de dreigingsanalyses en
de kwetsbaarheden. Een paar dingen daarover. Zoals ik al zei: de analyse van dreigingen
in het hier en nu loopt voortdurend mee in de Nationale Veiligheidsraad, die echt
regelmatig bij elkaar komt. Dat zijn alleen wel vertrouwelijke analyses, dus die kan
ik niet zomaar delen. Vanuit KGG, maar natuurlijk ook in samenwerking met de meest
betrokken collega's en departementen, monitoren we continu wat er op de internationale
energiemarkt gebeurt. Als er spanning of druk op de leveringszekerheid komt te staan
of als daar zorgen over zijn, dan komen we in actie.
Specifiek voor de gasmarkt werken ook de Europese gasnetbeheerders aan periodieke
scenarioanalyses, waarin ook langdurige verstoringen in de infrastructuur worden meegenomen.
Lidstaten moeten op grond daarvan ook weer een nationale vertaalslag maken. Nederland
geeft daar ook dit jaar weer uitvoering aan. Er wordt ook gewerkt aan de kaders voor
leveringszekerheid, ook Europees gezien, maar dat zit echt meer aan de wetgevingskant.
Er is dus veel aandacht voor die dreigingen, voor continue monitoring en voor het
ontwikkelen van analyses en antwoorden daarop. Twee dingen zijn hier nog aanvullend
op. In februari vorig jaar heb ik, op verzoek van de Kamer, een brief gestuurd. Toen
hadden we net de discussie gehad over dat het nationaal vuldoel van 90% naar 80% ging,
en werden er ook terecht vragen gesteld of dat wel voldoende is als er op geopolitiek
vlak van alles gebeurt. Toen ging het vooral over wat het zou betekenen als de pijpleiding
vanuit Noorwegen stil komt te liggen of eruit valt. Specifiek over dat vraagstuk hebben
we een brief gestuurd. We hebben eigenlijk een soort botsproef gedaan van wat er dan
gebeurt met de leveringszekerheid. Ik zou de heer Klos dus heel graag op die brief
willen attenderen. Er zijn eerder in het verleden weleens vertrouwelijke analyses
met de Kamer gedeeld, dus ik zal even kijken of we dat opnieuw kunnen doen en waar
die een update behoeven. Ik zal de Kamer dan ook vertrouwelijk informeren wanneer
deze ter inzage liggen.
De heer Klos (D66):
Als ik het goed begrijp, is de manier waarop Noorwegen effect zou hebben dus openbaar
met de Kamer gedeeld.
Minister Hermans:
Ja.
De heer Klos (D66):
Ik denk dat de grootste dreiging is dat Trump eenzelfde stop op zijn export zou willen
zetten, niet met als overweging dat het dan plotseling allemaal platligt, maar omdat
het zorgt voor pressie op andere delen van Europa waar hij iets mee zou willen doen.
De vraag zou dus zijn: zou je dat scenario wel openbaar met de Kamer kunnen delen?
Als ik het goed begrijp, was de conclusie van de toezegging nu namelijk om dat vertrouwelijk
te delen als dat mogelijk is, dus niet om dat openbaar te doen. Maar ik had om dat
laatste gevraagd.
Minister Hermans:
Alles wat ik openbaar kan delen, deel ik natuurlijk het liefst openbaar. Heel veel
van dit soort scenario's deel je alleen, om hopelijk begrijpelijke redenen, liever
niet openbaar. Daarom wil ik dat gewoon even afwegen. Maar dat wat openbaar kan, doe
ik openbaar. Daarom verwees ik bewust naar de brief die wel openbaar is. Volgens mij
spreken we elkaar over twee weken over mijnbouw. Dat is een iets andere invalshoek,
maar als er naar aanleiding hiervan nog vragen zijn, zouden we er ook daar natuurlijk
met elkaar nog even verder over kunnen debatteren.
Voorzitter. Volgens mij had de heer Jumelet geen vragen meer aan mij. Dan de vragen
van de heer Kops over de noodvoorraad. Een noodvoorraad kunnen we inzetten op het
moment dat er een noodsituatie wordt afgekondigd, dus fase 3 van het Bescherm- en
Herstelplan. Dat zetten we dus in vóórdat we de stap moeten zetten om afnemers af
te moeten schakelen. Dat gas wordt ingezet door het op de markt te brengen, te verkopen
en beschikbaar te stellen. Dat betekent dus dat alle marktpartijen dat gas kunnen
kopen, zowel in binnen- als buitenland. Die marktpartijen gebruiken dat om hun afnemers
van gas te voorzien. Wij kunnen op grond van de Europese regelgeving geen maatregelen
treffen om de gasstroom naar andere lidstaten te beperken. Ik begrijp de vraag van
de heer Kops heel goed, want we willen natuurlijk ook Nederland beschermen en een
voorraad hebben als de nood echt aan de man is. Dit was even het feitelijke antwoord
op de vraag hoe het zit. Dat neemt de zorg van de heer Kops zeker niet weg. Ik begrijp
zijn vraag ook. Ik zou dus willen toezeggen aan de heer Kops dat ik ook dit vraagstuk,
en hoe we hiermee omgaan gegeven de internationale en de Europese situatie of regelgeving
waar ik mee zit, betrek bij dat strategische kader dat we maken in het kader van de
motie van de heer Grinwis. Dat betreft dus het vraagstuk van wat je nationaal kunt
doen, nogmaals, gegeven deze Europese context.
De heer Kops (PVV):
De Minister zegt dus dat de noodvoorraad ingezet kan worden bij fase 3 van het Bescherm-
en Herstelplan. Maar het Bescherm- en Herstelplan is nationaal. Wordt die noodvoorraad
dan pas ingezet, ook al komt het op de hele markt, zodra fase 3 van het plan in Nederland
wordt ingezet, of wordt die noodvoorraad ook al ingezet als in een ander land met
een vergelijkbaar plan, bijvoorbeeld Duitsland, zo'n fase, zo'n noodsituatie begint?
Minister Hermans:
Gelet op de verbondenheid van de gasmarkt is het zo dat als wij in fase 3 van zo'n
gascrisis zouden zitten, Duitsland daar ook in zit. Ik neem even Duitsland, omdat
dat een voor de hand liggend geval is. Daarmee zal dat gelijk op lopen in de tijd.
Vanuit Europese regelgeving is het ook nog eens zo dat je als lidstaat verplicht kunt
worden om je noodvoorraad in te zetten als een andere lidstaat daarom vraagt. Wij
hebben besloten om in 2026 te beginnen met de noodvoorraad van 5 terawattuur, maar
dat besluit hebben nog niet alle lidstaten genomen. Daarom vind ik de vraag van de
heer Kops heel terecht. Ik zou dat heel graag willen betrekken bij het strategische
beleidskader. Wat kunnen wij nu hieraan doen? Daarbij zitten we nog wel met de beperkingen
van regelgeving. Maar ik vind het gewoon een terechte vraag.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Kops.
De heer Kops (PVV):
Wij hebben in Nederland een relatief grote opslagcapaciteit. Dan zou je zeggen dat
wij het goed voor elkaar hebben. Dat is eigenlijk ook zo. Maar het kan zomaar zijn
dat als er een noodsituatie ontstaat, dat gas alsnog geëxporteerd gaat worden naar
andere landen, bijvoorbeeld Duitsland of België, met een relatief kleinere opslagcapaciteit.
Dan is heel erg de vraag waar je het dan eigenlijk voor doet. Dat is de vraag. De
PVV vindt principieel dat als wij dat gas in zo'n noodvoorraad stoppen, dat dan gewoon
van en voor de Nederlanders moet zijn. Tot slot: ik ga sleutelen aan de motie. Dat
sowieso.
De voorzitter:
Dan zien we die tegemoet.
Minister Hermans:
Ik begrijp dit gevoel – het is meer dan een gevoel – van de heer Kops. Je zit dan
in een noodsituatie. Er is gas in Nederland opgeslagen. Dan wil je ook iets kunnen
doen voor de Nederlandse situatie. Dat begrijp ik. Daar zeg ik bij dat we het gas
in die noodvoorraad opslaan vanuit de gedachte dat als de nood écht aan de man is ...
Alle landen om ons heen zullen dan ook in die situatie zitten; die kans is heel groot.
Het is zeer waarschijnlijk dat dat zo zal zijn. Door het gas uit die noodvoorraad
op de markt te brengen, vergroot je het aanbod en help je elkaar. We zijn een enorm
verbonden markt. Er zit ook wel een logica in. Het is niet alleen maar heel raar.
Maar nogmaals, ik begrijp heel goed waar de vraag vandaan komt. Omdat ook nog niet
alle landen om ons heen besloten hebben tot het aanleggen van zo'n noodvoorraad, kan
het dat wrange gevoel – laat ik het zo maar even omschrijven – alleen nog maar versterken.
Vandaar mijn toezegging om dit erbij te betrekken. Ik zie de motie van de heer Kops
tegemoet.
Voorzitter. De heer Boomsma vroeg mij nog ... Dat bent u zelf, voorzitter. U vroeg
mij naar de internationale belangen in onze gasinfrastructuur zoals beschreven in
het rapport van CE Delft en hoe dat precies zit. Daar hoort ook het kussengasvraagstuk
bij. Dit hele vraagstuk zullen we meenemen in dat strategische gasbeleid, dus daarbij
zal ik hierop nader ingaan.
De voorzitter:
Oké, dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de beantwoording in de tweede
termijn. Dan rest mij nog enkele toezeggingen voor te lezen en te concluderen dat
er een tweeminutendebat is aangevraagd door de heer Jumelet. Hij zal daarbij als eerste
het woord krijgen. Dat debat wordt ingepland.
Wij hebben de volgende toezeggingen genoteerd.
– Voor de zomer stuurt de Minister een brief over de uitvoering van de motie-Grinwis
c.s., waarin zij ook ingaat op de strategische kussengasreserves en de buitenlandse
eigenaren van de gasreserves.
Minister Hermans:
Dat betrek ik allemaal bij het strategisch beleidskader waar in de motie-Grinwis c.s.
om gevraagd wordt.
De voorzitter:
Ja, dat wordt daarbij betrokken. U gaat ook in op de nationale mogelijkheden om in
geval van nood het gas voor onszelf te gebruiken. Dat wordt daar ook in meegenomen.
Dan de volgende toezegging.
– Voor de zomer informeert de Minister de Kamer over de voorbereiding voor een capaciteitsmechanisme
voor elektriciteit.
– De Minister informeert de Kamer over de invloed van eigen gaswinning op de gasprijs.
Dat staat vermeld in het rapport van het Internationaal Energieagentschap en dat was
een vraag van mevrouw Van Oosterhout.
Minister Hermans:
Als het het toelaat, wil ik proberen dat nog voor het mijnbouwdebat te doen. Als mevrouw
Van Oosterhout en ik even wisselen over in welk rapport het precies staat, kunnen
we dat hopelijk snel doen. Mocht dat onverhoopt meer tijd vergen, dan laat ik dat
nog even weten. Maar ik ga proberen het voor dat debat te doen.
De voorzitter:
Dank u wel; dat is mooi. Tot slot de laatste toezegging.
– De Minister heeft toegezegd dat de Kamer wordt geïnformeerd over scenario's rond de
verschillende geopolitieke crisissen die kunnen uitbreken.
Dat was ook een toezegging, begrijp ik. Was het een verzoek om eerst terug te kijken
naar de brief die daar al eerder over was verstuurd of was het een toezegging om daar
nog aanvullend op in te gaan?
Minister Hermans:
Het is een toezegging dat ik ga kijken wat er ligt en wat ik kan delen: publiek bij
wat openbaar kan en vertrouwelijk bij wat vertrouwelijk moet. Dat kan ik niet zo een-twee-drie;
daar moet ik even in duiken, in overleg met collega's. De termijn durf ik nu dus niet
toe te zeggen. Ik suggereerde om de brief van februari 2025 er nog even bij te pakken,
omdat daarin een analyse staat van wat we doen en wat er gebeurt bij zo'n verstoring.
De voorzitter:
Prima. De toezegging blijft staan. Er kan alleen nog geen termijn aan worden verbonden.
Dan zijn we bij het einde van deze vergadering gekomen. Ik sluit de vergadering.
Sluiting 16.32 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.C. Kröger, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
D.S. Nava, griffier